LIS2026.57 2 Zienswijze ontwerp bestemmingsplan Franse Gat fase 3 25.1.26 Geanonimiseerd
Tekst van het document
nr. LIS202657 2 cat. C
Geacht college van burgemeester en wethouders van Veenendaal, Ondergetekende, 5.1.2e , bewoner 5.1.2e
, 5.1.2e
Veenendaal,
maakt hierbij, op grond van artikel 16.62 van de Omgevingswet, een zienswijze kenbaar tegen het ontwerp TAM-omgevingsplan ‘Franse Gat deelgebied 3’ (IMRO-id: NL.IMRO.0345.TAMFranseGat3-ow01). Ondergetekende is eigenaar en bewoner binnen het plangebied en wordt derhalve direct en persoonlijk geraakt door de voorgenomen ontwikkeling.
1. Algemeen – onvoldoende evenwichtige toedeling van functies Het ontwerp-TAM-omgevingsplan maakt de sloop van bestaande bebouwing en de realisatie van circa 163–168 woningen mogelijk. Deze forse verdichting leidt tot een ingrijpende wijziging van het bestaande woon- en leefklimaat. Hoewel diverse onderzoeken zijn uitgevoerd, blijkt uit deze onderzoeken juist dat aan normen slechts voorwaardelijk wordt voldaan en dat essentiële maatregelen worden doorgeschoven naar latere fases, zonder juridische borging. Daarmee is geen sprake van een overtuigend gemotiveerde evenwichtige toedeling van functies aan locaties, zoals vereist onder de Omgevingswet.
2. Geluid – wegverkeerslawaai en warmtepompen Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat het plangebied volledig binnen geluidaandachtsgebieden ligt: “Het plangebied bevindt zich in het wettelijke geluidaandachtsgebied van de gemeentewegen.” (Sweco, Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai, p. 11) Verder wordt expliciet vastgesteld dat niet overal aan de standaardwaarden wordt voldaan: “Bij overschrijding van de standaardwaarde dienen in eerste instantie mogelijke (aanvullende) geluidbeperkende maatregelen te worden onderzocht.” (p. 6) En: “Het bevoegd gezag kan alleen geluid tot en met de grenswaarde toestaan als zij geen geluidbeperkende maatregelen kan treffen om aan de standaardwaarde te voldoen.” (p. 7)
Ten aanzien van warmtepompen vermeldt het rapport: “De conclusie gaat meer over of dat er specifieke voorwaarden opgenomen moeten worden over welk type warmtepomp of de opstellingsplaats van warmtepompen.” (p. 10) Deze voorwaarden zijn niet bindend vastgelegd in de planregels, waardoor onvoldoende zekerheid bestaat dat een aanvaardbaar woon- en leefklimaat daadwerkelijk wordt gegarandeerd. Ook ontbreekt een integrale beoordeling van de cumulatie van geluid (verkeer en installaties).
3. Verkeer en parkeerdruk Het akoestisch onderzoek erkent dat woningbouw leidt tot een toename van verkeersintensiteiten: “Als een plan woningbouw toestaat met als gevolg een toename van de verkeersintensiteit op een bestaande weg, dan mag het geluid van die weg toenemen met hoogstens 1,5 dB Lden.” (p. 9) De verkeers- en parkeereffecten worden echter slechts globaal beoordeeld. De parkeeroplossingen zijn onvoldoende juridisch geborgd, waardoor het risico bestaat dat parkeerdruk afwentelt op bestaande woonstraten. Dit is in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel.
4. Bodem, asbest en PFAS Uit het verkennend bodemonderzoek blijkt dat de locatie verdacht is: “Op basis van de gegevens van het historisch vooronderzoek wordt de locatie als verdacht gekarakteriseerd met betrekking tot de aanwezigheid van verontreinigde stoffen in de bodem.” (Sweco, Verkennend bodemonderzoek, p. 8) Daarnaast wordt expliciet gewezen op asbestrisico’s: “Gezien de aanlegperiode van de bebouwing (1950–1960) kan de bouw indirect geleid hebben tot een bodemverontreiniging met asbesthoudend materiaal.” (p. 8) Ook is vastgesteld dat het onderzoek niet volledig kon worden uitgevoerd:
“Aangezien de woningen momenteel bewoond zijn, kan er geen onderzoek in de gebouwen plaatsvinden.” (p. 9) Verder is aanvullend PFAS-onderzoek noodzakelijk: “De grond van de gehele locatie dient aanvullend onderzocht te worden op PFAS.” (p. 8) Desondanks wordt geconcludeerd dat de bodem geen belemmering vormt, hetgeen voorbarig en onvoldoende zorgvuldig is.
5. Archeologie Uit het archeologisch onderzoek volgt ondubbelzinnig dat vervolgonderzoek vereist is: “Op basis van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek wordt voor het plangebied vervolgonderzoek aanbevolen.” (Sweco, Archeologisch onderzoek, p. 6) En: “Geadviseerd wordt om een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een karterend booronderzoek uit te voeren.” (p. 6) Het omgevingsplan bevat echter onvoldoende harde regels die dit vervolgonderzoek verplicht stellen vóór uitvoering, waardoor archeologische waarden onvoldoende worden beschermd.
6. Externe veiligheid Uit het onderzoek externe veiligheid blijkt: “De woningen worden aangemerkt als kwetsbare gebouwen.” (Sweco, Onderzoek externe veiligheid, p. 4) Ondanks deze kwalificatie ontbreekt een integrale beoordeling van groepsrisico, zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid in relatie tot de beoogde verdichting.
7. Leefbaarheid, privacy en beeldkwaliteit De combinatie van bouwhoogte, woningdichtheid en situering leidt tot verlies van privacy, verslechtering van bezonning en aantasting van de bestaande
stedenbouwkundige structuur. Het beeldkwaliteitsplan heeft geen juridisch bindende werking en biedt daardoor onvoldoende zekerheid.
8. Participatie en procedurele zorgvuldigheid Hoewel participatie heeft plaatsgevonden, is onvoldoende inzichtelijk hoe de belangen en zorgen van bestaande bewoners concreet zijn meegewogen. Dit roept twijfel op over de zorgvuldigheid van de besluitvorming.
9. Conclusie en verzoek Gelet op: •
de eigen onderzoeksrapporten;
•
de daarin benoemde onzekerheden en voorwaarden;
•
het ontbreken van juridische borging;
•
en de onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat,
verzoekt ondergetekende het college het ontwerp TAM-omgevingsplan niet ongewijzigd vast te stellen, maar het plan ingrijpend te herzien dan wel opnieuw ter inzage te leggen na aanpassing. Hoogachtend, 5.1.2e 5.1.2e
Veenendaal
Legenda toegepaste uitzonderingsgrondslagen In dit document zijn gegevens definitief geanonimiseerd op grond van: Wet
Artikel
Omschrijving
Pagina's
Wet open overheid
Art. 5.1 lid 2 sub e
De eerbiediging van de persoonlijke levenss feer
1, 4