CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

LIS2026.167a Nieuwsbrief nr 7 bijlage

Gemeenteraad 2 juli 2026, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Ingekomen stukken586 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

N

IE

U

W

S

B

R

IE

F

nr. LIS2026.167a cat. B

De oorsprong van de Rekenkamer Bij het woord ‘rekenkamer’ denken veel mensen aan rekenen en het controleren van geld. Dat is logisch, want daar begon het ook mee. Eerst hielp de rekenkamer machthebbers om zicht te houden op inkomsten en uitgaven. Later groeide zij uit tot een onafhankelijk orgaan dat onderzoekt of de overheid publiek geld zinnig, zuinig en zorgvuldig besteedt. Al in de 12e eeuw werden in de Lage Landen, het gebied van het huidige Nederland en België, gegevens over geld bijgehouden. Machthebbers zoals graven, hertogen en later koningen wilden weten hoeveel geld er binnenkwam en uitging. Zo hielden zij beter zicht op hun bezittingen, die vaak verspreid lagen over verschillende gebieden. In de 14e eeuw ontstonden hieruit informele afdelingen van raadsheren, gespecialiseerd in rechtspraak en geldzaken. In 1386 maakte Filips de Stoute dit officieel met een raad in Rijsel. Daaruit ontstond ook de Rekenkamer van Vlaanderen. Deze controleerde de inkomsten en uitgaven in verschillende gebieden, zoals Vlaanderen, Henegouwen en Namen. Later verhuisde deze rekenkamer naar Brugge en daarna naar Brussel. Ook in andere gebieden kwamen rekenkamers, zoals in Brabant en Holland. Hun taak was om de rekeningen van de schatkist en van ambtenaren te controleren en af te sluiten.

Na 1950 kregen ook Aruba, Curaçao en Sint-Maarten een eigen Algemene Rekenkamer. Sinds 2006 is elke gemeente verplicht een rekenkamer te hebben, onder meer door de decentralisatie van belangrijke taken. Een wetswijziging in 2023 heeft de positie van lokale rekenkamers verder versterkt. Die verplichting geldt nu ook voor provincies en waterschappen. De lange geschiedenis van de rekenkamer - van vorstelijke kascontrole tot publieke verantwoording - laat zien hoe essentieel financieel toezicht altijd is gebleven.

Be

el

d:

Fi

lip

s

de

G

oe

de

In 1446 richtte Filips de Goede de Grafelijkheidsrekenkamer op. Deze instelling hield toezicht op het beheer van de bezittingen van de graaf. Eerst ging het om Holland en Zeeland, maar later kwamen daar ook andere gewesten bij, zoals Friesland, Utrecht en Overijssel. Na de Opstand bleef het werkgebied beperkt tot Holland. In 1608 werd door de Staten-Generaal van de Unie van Utrecht (een aantal provincies, gewesten en steden die samen een confederatie vormden) in Den

Haag een generaliteitsrekenkamer opgericht. De Bataafsche Republiek vestigde daar in 1802 de Nationale Rekenkamer. Deze waren de voorganger van de Algemene Rekenkamer van het Koninkrijk der Nederlanden, in 1814 grondwettelijk vastgelegd door koning Willem I. Hij wilde ‘onbenevelde kennis’ in de financiën van het land verkrijgen. Deze Algemene Rekenkamer werd belast met het oppertoezicht op de invordering van ’s lands gelden, controle van rekeningen van departementale ontvangers en controle of de geaccordeerde uitgaven ook daadwerkelijk daarvoor zijn gebruikt. De Algemene Rekenkamer bestaat nog altijd en is gericht op de rijksoverheid van Nederland. Zij onderzoekt of publiek geld zinnig, zuinig en zorgvuldig wordt gebruikt. De Rekenkamer brengt daarover verslag uit aan het parlement op Verantwoordingsdag. Op basis daarvan beoordeelt het parlement het handelen van het kabinet. Ook doet de Rekenkamer aparte onderzoeken, zodat Kamerleden kunnen nagaan of het beleid van ministers goed werkt.

Gebruikte bronnen: - 20 jaar decentrale rekenkamers: volwassen, maar nog niet uitgeleerd, Sjoerd Keulen en Nils Nijdam, in: NVRR Jubileumbundel 20 Jaar, Zandvoort 2023 - De binnen- en buitenkant van rekenkamers, een handboek, Lies van Aelst e.a., Boom 2024 - Inventaris van het archief van de Grafelijkheidsrekenkamer of Rekenkamer der Domeinen van Holland: Registers en Stukken, (1233) 1446-1728 (1812), J.H. Hingman, Nationaal Archief, Den Haag 1875, Versie: 16-04-2026.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17141518/1