LIS2026.132 Staat van utrecht demografiespecial samenvatting
Tekst van het document
De Staat van Utrecht over demografie ONTWIKKELINGEN IN BREDE WELVAARTSPERSPECTIEF
1
2
Samenvatting
Op basis van het rapport Gematigde groei van de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen uit 2024 en tal van publicaties van planbureaus en kennis instellingen wordt in deze special gekeken naar algemene demografische trends en trends binnen brede welvaartsperspectief. Als brede welvaartskader gebruiken we het klavervier-model waarbij onder scheid gemaakt wordt tussen welzijn in het persoonlijk leven, welzijn in het samenleven, economische en materiële welvaart en duurzame omgang met de natuur. Zoveel mogelijk zijn de analyses toegespitst op de situatie van de provincie Utrecht.
Algemeen demografische trends Groei van de bevolking • Voor de provincie Utrecht geldt dat er tot 2050 een sterkere bevolkingsgroei (+15%, ofwel 210.000 inwoners) verwacht wordt dan voor Nederland gemiddeld (+9%). Deze groei zal grotendeels plaatsvinden in de gemeente Utrecht (+121.000 inwoners). Heel lichte krimp wordt verwacht in de gemeente IJsselstein (-200 inwoners). • De provincie onderscheidt zich met haar groei sterk van de krimpregio’s aan de randen van het land.
• Dát er sprake is van groei wordt landelijk bijna geheel bepaald door internationale migratie. Zonder de komst van arbeids-, gezins-, asiel- en studiemigranten zou de Nederlandse bevolking krimpen of hooguit stationair zijn. • Voor de Randstad (en dus ook voor een groot deel van de provincie Utrecht) geldt paradoxaal genoeg dat meer mensen er uit wegtrekken dan zich vestigen. Het gaat vooral om stellen van in de dertig en veertig die vertrekken. Dat er toch groei is komt vooral door aanwas van immigranten en omdat er meer kinderen geboren worden dan er mensen overlijden. Levensverwachting en vergrijzing • De levensverwachting neemt steeds verder toe. In de provincie Utrecht wordt men nu, als gerekend wordt vanaf het moment van geboorte, gemiddeld 82 jaar. Als men nu 65 is, is de gemiddelde levensverwachting 84,9 jaar. Dit cijfer groeit door tot 87,2 jaar in 2040. • Door de toegenomen levensverwachting in combinatie met daling van het kindertal, vindt er in heel Nederland sterke vergrijzing plaats. 2025 is een kanteljaar waarin er voor het eerst meer 65-plussers in Nederland wonen dan jongeren tot 20 jaar. • De grijze druk (verhouding tussen aantal personen van 65 jaar of ouder ten opzichte van personen van 20-65 jaar) is binnen de provincie Utrecht (31,0%) gemiddeld lager dan landelijk (35,5%).
Hoge grijze druk is er in de gemeenten Utrechtse Heuvelrug (49,1%), De Bilt (47,7%) en Baarn (47,5%) en (zeer) lage grijze druk in de gemeenten Utrecht (16,2%) en Amersfoort (27,6%). 3
Huishoudens • De ontwikkeling van huishoudens kent groei én verdunning. In heel Nederland neemt het aantal huishoudens toe van 8,4 miljoen in 2025 naar 10 miljoen in 2070. De gemiddelde omvang zal in die periode dalen van 2,10 naar 2,02 personen. • Verwacht wordt dat de groei in de provincie Utrecht vooral ook eenpersoonshuishoudens zal betreffen. Dit omdat de provincie veel jonge mensen aantrekt (voor opleiding en werk), evenals tijdelijk verblijvende arbeidsmigranten. Voor de gemeente Utrecht geldt momenteel dat 51,6% van de huishoudens een eenpersoonshuishouden is, ten opzichte van 40,1% landelijk. • Wat de vruchtbaarheid betreft: momenteel krijgen vrouwen gemiddeld 1,5 kinderen. Dit is laag vergeleken met bijvoorbeeld de jaren vijftig, toen dit cijfer op 3,1 lag. De vruchtbaarheid zal naar verwachting de komende decennia licht stijgen naar 1,6 in 2070. • In de provincie Utrecht wonen in 2025 relatief minder kinderen niét bij hun beide juridische ouders dan in Nederland gemiddeld (23%). Het vaakst wonen kinderen niet bij hun beide juridische ouders in Nieuwegein (22,0%) en IJsselstein (21,2%), het minst in Renswoude (11,6%) en Woudenberg (11,7%). De Nederlandse gemeenten waar relatief de meeste kinderen niet bij hun beide juridische ouders wonen zijn Heerlen (39%) en Rotterdam (35%).
4
Migratie • Op het gebied van migratie hamert de Staatscommissie op demografische uiteenrafeling. Er zijn namelijk belangrijke verschillen tussen migrantentypen wat betreft gemiddelde verblijfsduur, huisvestingsbehoeften, leeftijdsopbouw en voorzieningengebruik. • Arbeids- en studiemigranten emigreren relatief vaak binnen vier jaar en blijven gedurende hun tijd in Nederland meestal eenpersoonshuishoudens vormen. Asiel- en gezinsmigranten emigreren minder vaak, vormen vaker een meerpersoons huishouden en hebben daarmee relatief vaker een grotere woning nodig. • De kern van het rapport van de Staatscommissie vormen drie scenario’s die in sterke relatie staan tot migratievraagstukken. Er is een ‘krimp- en nulscenario’, een ‘gematigde groei-scenario’ en een ‘hoge groei-scenario’. De eerste en laatste scenariotypen zou de Rijksoverheid niet moeten nastreven. • De beste (brede welvaarts-)uitkomsten zijn te behalen met het nastreven van gematigde groei, waarbij er in 2050 zo’n 19 à 20 miljoen inwoners zijn in Nederland. Daartoe is wel matiging van migratie noodzakelijk. De welvaartsgroei kan zich dan, ondanks de vergrijzing, nog dusdanig ontwikkelen dat bijvoorbeeld het huidige niveau van publieke voorzieningen stand kan houden.
5
Demografie en welzijn in het persoonlijk leven Opkomst van nieuwe derde levensfase vol zelfredzaamheid: • Naast de toename van de levensverwachting speelt dat mensen gemiddeld langer gezond blijven. Er is een tussengroep van ‘jongere ouderen’ ontstaan (67-80 jaar) met grote zelfredzaam heid en samenlevingskracht. Men spreekt in dit kader over een ‘derde levensfase’. • Binnen de provincie Utrecht ervaart momenteel twee derde van álle 65-plussers zijn of haar gezondheid als (zeer) goed. Welzijn oudere ouderen onder druk: • Voor oudere ouderen (in de vierde levensfase) staat het welbevinden gemiddeld onder toenemende grote druk omdat te weinig of geheel niet aan hun mantelzorgbehoefte kan worden tegemoetgekomen. • Voor de Utrechtse regio geldt dat er relatief veel 75-plussers wonen die alleenstaand zijn en/of kinderloos of een kind hebben dat minimaal 50 kilometer verderop woont. Dat betekent dat de ongerealiseerde mantelzorgbehoefte hier naar verwachting groot is en zal blijven. • Rond 2050 zullen er vermoedelijk zo’n 47.000 mensen met dementie in de provincie wonen, waarvan 8.000 in de gemeente Utrecht en 5.500 in de gemeente Amersfoort. Dit is een ruime verdubbeling ten opzichte van 2020, waarin er naar schatting 19.000 inwoners met dementie waren. 6
Digitale publieke ruimte legt (mede) druk op persoonlijk welzijn: • Demografische ontwikkeling is ook verweven met vraagstukken rondom sociale cohesie. De komst van digitale communicatie mogelijkheden heeft bijvoorbeeld een parallelle wereld aan ontmoeting voortgebracht. Er is naast de fysieke wereld een digitale publieke ruimte ontstaan met eigen dynamieken van contact onderhouden en verbinding creëren. • Binnen de digitale ruimte worden onder andere talloze ‘light communities’ gevormd. Daardoor lijkt de sociale cohesie in de samenleving in ieder geval kwantitatief sterk te zijn toegenomen. Anderzijds wordt in de fysieke leefwereld ook gezien dat mensen gemiddeld minder langdurige relaties met elkaar aangaan en er relatief vaker voor kiezen alleen te blijven wonen. • Planbureaus en kennisinstellingen spreken over maatschap pelijke tendensen van individualisering, prestatiedruk, hyper nervositeit en meritocratisering. Mensen ervaren toenemende uitvergroting van hun persoonlijke verantwoordelijkheid op alle levensgebieden. Dit brengt groei van mogelijke faalgevoelens mee. • Er is samenlevingsbreed sprake van een zorgwekkende groei van mentaal onwelzijn, met name onder jongeren.
Hoe processen van digitalisering, individualisering en meritocratisering precies samenhangen met het toegenomen mentale onwelzijn in de samenleving is nog niet eenduidig wetenschappelijk vastgesteld.
Demografie en welzijn in het samenleven Nieuwe huishoudensvormen en woonbehoeften: • De manier waarop huishoudens zijn samengesteld en woon behoeften gevormd, is in de afgelopen vijftig jaar sterk veranderd. Het ouderwetse kerngezin als hoeksteen van de samenleving is vervangen door een grote diversiteit aan huishoudensvormen. • Als men een partnerrelatie heeft, is samenwonen niet per se de norm. Nederland kent momenteel meer dan een miljoen ‘latters’, waarbij ‘lat’ staat voor living apart together. Dit door kruist de aanname dat eenpersoonshuishoudens samenvallen met mensen die relationeel alleenstaand zijn. • De traditionele indeling van woonruimtes naar gezinswoning³ (120 m2) en eenpersoonswoningen (£ 50m2) schiet tekort. Van belang is de sterk gedifferentieerde groei van alleenwonenden, waaronder ook arbeidsmigranten, in de woonvisies te betrekken. Samenleven verandert door tekorten in essentiële beroepen: • Alhoewel de potentiële beroepsbevolking in Nederland in absolute zin tot 2050 licht zal stijgen (van 10,4 miljoen in 2023 naar 10,7 miljoen), neemt deze door de vergrijzing relatief af. Er ontstaan personeelstekorten die grote impact hebben op de kwaliteit van het samenleven. • Arbeidsmigratie kan volgens de Staatscommissie hier maar (zeer) beperkt uitkomst bieden. Veel van de zogenaamde tekortberoepen spelen tegelijkertijd in grote delen van Europa.
• Belangrijke tekortberoepen in de provincie Utrecht, met voor spelde verdere achteruitgang tot 2030 zijn bouwarbeiders, monteurs en zorgmedewerkers. Daarnaast spelen in de Utrechtse regio zeer sterke personeelstekorten in de kinder opvang en het primair onderwijs. Ook deze tekorten zullen verder toenemen. • De algemene tekorten in het onderwijs brengen brede welvaart in het geding en vergroten mogelijk maatschappelijke scheidslijnen. Bemiddelde ouders kunnen desgewenst aan vullend onderwijs inkopen waarmee ongelijke ontwikkelkansen ontstaan tussen groepen jeugdigen. Deze kunnen blijvend doorwerken in latere arbeidsmarkt-, woningmarkten gezondheidskansen.
Demografie en economische en materiële welvaart Socialezekerheidsstelsel verandert onder invloed van demografische ontwikkeling: • Het gebruik van sociale zekerheid is sterk gecorreleerd met demografische kenmerken van de bevolking. • De vergrijzing en de toename van eenpersoonshuishoudens leiden momenteel tot veranderende behoeften; er komen steeds meer AOW-gerechtigden bij en voor eenpersoonshuishoudens geldt dat zij vaak minder vangnetten hebben bij inkomensverlies of (mantel)zorgbehoeften. 7
• Deze verschuivingen maken nieuwe (politieke) afwegingen noodzakelijk omtrent financiering. Zo wordt de AOW sinds 2025 voor het eerst voor meer dan de helft gefinancierd uit belasting inkomsten. Oorspronkelijk was bedacht dat de AOW volledig uit premies van werkende generaties zou worden opgebracht. Door afname aandeel werkenden groeit druk op arbeidsproductiviteit: • Het aandeel (potentieel) werkenden in de bevolking zal mogelijk dalen van 59% in 2023 naar 54% in 2050. Dit betekent dat de totale welvaartsgroei kan stagneren of afnemen. • Omdat arbeidsmigratie de ontstane tekorten nooit helemaal kan opvangen, moet vooral de arbeidsproductiviteit gevoed gaan worden. Hier gaat het met name om de toegevoegde waarde per gewerkt uur. Bijvoorbeeld door innovatie, technologische vooruitgang, opleiding en kwaliteit van management. • De werkgelegenheid en aantrekkingskracht van opleidingen en banen zullen de komende decennia relatief het sterkst zijn in de Randstad, en daarmee in een groot deel van de provincie Utrecht. • Mogelijk zal de komst van AI kunnen zorgen voor toekomstige productiviteitsgroei. • Ook zal de horizon van populaire arbeidsmigratielanden moeten worden verbreed naar regio’s waar in de nabije toekomst de beroepsbevolking juist groeit in plaats van daalt, zoals India, Bangladesh en Indonesië.
8
Een leven lang ontwikkelen is essentieel voor brede welvaart: • Een leven lang ontwikkelen is volgens de Staatscommissie een van de speerpunten waarop vanuit demografisch oogpunt verder beleidsmatig ingezet zou moeten worden. Dit draagt bij aan arbeidsproductiviteit en innovatiekracht van de samenleving. • Door bijvoorbeeld te zorgen voor passende financiële over bruggingsregelingen kunnen werknemers makkelijker stappen zetten, via gericht onderwijsaanbod, naar nieuwe arbeidssectoren. • Voor het reguliere onderwijs geldt momenteel dat er (te) veel opwaartse druk speelt. De voorkeur voor universitair onderwijs gaat hierbij ten koste van deelname aan het mbo en mogelijk ook het hbo. • Dit zorgt voor een onevenwichtige instroom op de arbeidsmarkt en ongelijke regionale spreiding. Hbo/wo geschoolden trekken vaak naar de stad en mbo-geschoolden blijven vaker in de eigen regio werken en wonen.
Demografie en duurzame omgang met de natuur Brede welvaart vraagt om koppeling van duurzaamheids- aan demografische opgaven: • Demografische ontwikkelingen linken maar gedeeltelijk direct aan duurzaamheidsopgaven. Ongeacht de manier waarop de bevolking zich ontwikkelt, moeten er grote opgaves op dit vlak worden volbracht. Hier liggen belangrijke koppelkansen. • Voor met name de Randstad geldt dat duurzaamheidsrestricties op het gebied van ruimte effect kunnen hebben op bevolkings ontwikkeling. Hierbij moet gedacht worden aan water- en bodembelangen, natuurontwikkeling en energietransitie en de consequenties hiervan op gebied van wonen. • De Staatscommissie onderstreept het belang te streven naar een vruchtbaar samengaan van functies op het gebied van landbouw, wonen, natuur en economische bedrijvigheid vanuit landelijk perspectief. Nu zijn regionale verschillen groot wat betreft bevolkingsgroei en -krimp en bijkomende sociaaleconomische tweedeling.
9
Bevolkingsgroei betekent niet automatisch meer grondstoffengebruik: • Ook al blijft de bevolking nog groeien, betekent dit niet automatisch dat consumptie of gebruik van grondstoffen evenredig toeneemt. Zo zijn er op gebied van bijvoorbeeld voedselproductie en energiegebruik efficiency-slagen die besparend werken. • Waar het gaat om totaal energiegebruik wordt er in de komende decennia een daling voorzien ondanks de groei van de bevolking. De energiemix verandert sterk; het verbruik van kolen, olie en gas neemt af en die van elektriciteit groeit aanzienlijk. Mogelijk neemt het verbruik van elektriciteit tot 2060 toe met een factor 2,5 tot 3. • Problemen rondom netcongestie zullen steeds meer aandacht behoeven. De provincie Utrecht is onder andere voornemens samen met de provincies Flevoland en Gelderland grenzen te stellen aan de maximale piekbelasting in nieuwbouwwijken. • Voor mobiliteit in het algemeen geldt dat deze weliswaar sterk verduurzaamt, maar wel zal blijven toenemen. De sterkste toename wordt verwacht voor reizigerskilometers met de trein. Ook het goederenvervoer over de weg zal toenemen.
10
Water- en bodembelangen stellen belangrijke restricties aan ruimtelijke inrichting: • Op het gebied van water en bodem spelen urgente opgaven die gerelateerd zijn aan overstromingsrisico’s, verdroging, hittestress en piekbelastingen van afvoersystemen bij hevige regenbuien. Dit heeft belangrijke consequenties voor de manier waarop de ruimte geordend en bestemd kan worden en daarmee voor regionale bevolkingsontwikkeling. • Bijvoorbeeld speelt zorg rondom de verwachte zeespiegelstijging in deze eeuw en daarna. Steeds grotere delen van Nederland zullen daarop heringericht moeten worden. Mogelijk kan dit ook leiden tot omslag in woonvoorkeuren van Nederlanders en groeit de wens om zich te vestigen in de hoger gelegen (vaak oostelijke) gebieden van Nederland. • Op korte termijn zijn er al onvoldoende drinkwaterreserves om op piekmomenten alle huishoudens te kunnen voorzien. Zeker ook in de provincie Utrecht wordt het steeds moeilijker om ruimten aan te wijzen als waterwingebied.
Conclusie Samenvattend gelden voor de provincie Utrecht een aantal belang rijke gunstige trends op het gebied van demografie in relatie tot brede welvaart; er is naar verhouding sterke bevolkingsgroei voorzien, lage grijze druk, geringe krapte voor veel beroepsgroepen en gunstige brede arbeidsmarktomstandigheden. Dit laatste doordat de provincie aantrekkingskracht heeft op jonge mensen voor opleiding en werk evenals voor tijdelijk verblijvende arbeids migranten. Minder gunstig zijn de specifiek sterke onderwijspersoneelstekorten, dreigende mantelzorgtekorten en de druk van duurzaamheidsrestricties op ruimte voor wonen. Met de publicatie van Gematigde groei heeft de Staatscommissie een belangrijke invalshoek geagendeerd – namelijk die van de bevolkingsontwikkeling – om naar brede welvaart te kijken. Dit kan zorgen voor meer houvast bij beleidsmatig handelen en voor meer koppeling van korte- aan langetermijnvisies. Brede welvaart gaat in essentie om het goed in balans brengen van de strevingen naar verbetering. We concluderen dat er in ieder geval twee spanningsvelden zijn.
• De eerste betreft die tussen ‘welzijn in het persoonlijk leven’ enerzijds en ‘economische welvaart’ anderzijds. Planbureaus en kennisinstellingen roepen op om af te schalen op meritocratische samenlevingsdruk die de continue prestatiedrang van burgers aanjaagt. Anderzijds wordt presteren vanuit de noodzaak en behoefte tot economische groei juist als een noodzaak gezien en wordt gepleit voor het faciliteren van een leven lang ontwikkelen waarbij flexibel geschakeld moet kunnen worden. • Een tweede spanningsveld is die tussen het aanjagen van brede welvaart in de regio (zoals provincie Utrecht) versus die voor Nederland totaal. Gemiddeld genomen zijn de kansen op brede welvaart momenteel in de provincie Utrecht gunstiger dan voor de krimpregio’s aan de rand van het land. De vraag is hoe brede welvaartsgroei tegelijkertijd in beide gebiedstypen in goede balans kan worden gebracht.
11
Colofon Dit is een uitgave van de Staat van Utrecht www.staatvanutrecht.nl info@staatvanutrecht.nl De Staat van Utrecht wordt ontwikkeld in opdracht van de provincie Utrecht in samenwerking met de gemeente Utrecht. Onderzoek en rapportage Ingrid van Lieshout (Staat van Utrecht, Onderzoek & Advies gemeente Utrecht) Vormgeving Vorm de Stad, Amsterdam
12
Bronvermelding Het overnemen van gegevens uit deze special is toegestaan met bronvermelding: Staat van Utrecht, Provincie Utrecht Disclaimer In deze special wordt gebruik gemaakt van gegevens afkomstig van derden. Hoewel de bronnen als betrouwbaar bekend staan en er zo zorgvuldig mogelijk is omgegaan met de beschikbare data, zou het kunnen voorkomen dat er onjuistheden zitten in de informatie in deze special. April 2026
13