CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

LIS2025.9 GS Prov Utrecht Beoordeling begroting 2025

Gemeenteraad 20 februari 2025, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Ingekomen stukken1.524 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

nr. LIS2025.9 cat. B

INGEKOMEN PROVINCIE ::

UTRECHT

2 0 QCC, 2024 GEMEENTE VEENENDAqL

u iu 1111ii I iu 20 dec 2024 / 00 01

Aan de raad van de gemeente Veenendaal Postbus iioo 3900 BC VEENENDAAL

onderwerp

Beoordeling begroting 2025

Datum

19-12-2024

Documentnummer

UTSP-1508165036-31658

Referentiedatum

e-mail11-11-202!*

VERZONDEN 19 DEC 2024

Telefoonnummer E-mailadres Domein/opgave

Strategie & Bestuur

Team

BEI

Geachte raad, U heeft ons in het kader van financieel toezicht de vastgestelde jaarrekening 2023 en de vastgestelde begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028 toegezonden. Wij hebben de financiële positie van uw gemeente beoordeeld. Naar aanleiding van deze beoordeling informeren wij u in deze brief over de toezichtvorm 2025 voor uw gemeente. Doel van het toezicht Financieel toezicht is één van de domeinen binnen het interbestuurlijk toezicht (IBT). Het doel van het IBT is het waarborgen van de kwaliteit van het openbaar bestuur en ervoor zorgen dat burgers erop kunnen blijven vertrouwen dat de overheid haar taken goed uitvoert. Financieel toezicht draagt bij aan een financieel gezonde huishouding van de gemeente. Repressief toezicht is daarbij het uitgangspunt. Dit houdt in dat gemeenten hun begroting direct kunnen uitvoeren. Toetsingscriteria en beoordeling Ons oordeel baseren wij op de kaders en criteria genoemd in: i. de Gemeentewet (artikel 203); 2. de Algemene Wet Bestuursrecht (titel io:2); 3. het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV); c,. het gemeenschappelijk financieel toezichtkader GTK 2020 (gemeenten) van 9 april 2019; 5. onze begrotingsrichtlijnen en toetsingsaspecten (onze brief van 3 april 2024). Bevindingen en beoordeling U heeft de begroting 2025 en de jaarrekening 2023 van uw gemeente tijdig aan ons toegestuurd.

Wij hebben beoordeeld of de begroting structureel en reëel in evenwicht is. Dit betekent dat wij onderzoeken of de structurele baten de structurele lasten dekken en of de ramingen realistisch zijn. Wanneer de begroting niet structureel en reëel in evenwicht is, dan moet aannemelijk zijn dat dit evenwicht uiterlijk in het laatste jaar van de meerjarenraming hersteld wordt en blijft. Naar aanleiding van ons onderzoek komen wij tot de volgende beoordeling. Toezichtregime beoordeling 2025: Repressief toezicht

i van 4

Uw begroting is in 2025 naar ons oordeel structureel en reëel in evenwicht. Dit betekent dat de structurele baten voldoende zijn om de structurele lasten te dekken. Hiermee voldoet u aan de wettelijke bepalingen om voor repressief toezicht in aanmerking te komen. U kunt uw begroting direct uitvoeren. Onze goedkeuring is niet nodig. Wel verzoeken wij u om ons onderstaande stukken binnen twee weken na behandeling in de gemeenteraad toe te sturen om zo de financiële ontwikkelingen van uw gemeente te kunnen volgen: • de begrotingswijzigingen; • de documenten uit de Planning- en Controlcyclus, zoals de Kadernota of Perspectiefnota en de tussentijdse rapportages.

Monitoring ombuigingsmaatregelen 2025 Met het vaststellen van de begroting 2025 heeft u besloten tot diverse ombuigingsmaatregelen, in uw begroting aangeduid als "heroverwegingsvoorstellen". Wij hebben deze ombuigingen, met uitzondering van een algemene post onderuitputting van € i miljoen in alle 4 begrotingsjaren, als reëel beoordeeld. In de "Bouwstenen begrotingscirculaire zoz5", aan u gezonden op 3 april 2024, hebben wij toegelicht dat onderuitputting kan optreden in de jaarrekening. Wanneer onderuitputtingsposten een structureel karakter krijgen, kunnen ze aanleiding zijn begrotingsposten te verlagen. Een grote, algemene onderuitputtingspost beoordelen wij niet als reëel. Het is van belang om de voortgang en realisatie van de ombuigingen frequent te monitoren, aangezien u op korte termijn al maatregelen zult moeten nemen die ervoor zorgen dat u de begroting 2026 structureel sluitend kunt vaststellen. Ombuigingen die in de praktijk niet of gedeeltelijk kunnen worden gerealiseerd betekenen dan een extra opgave voor de volgende jaren. Wij zouden graag een voortgangsrapportage van de ombuigingen ontvangen, uiterlijk in de eerste bestuursrapportage 2025. Dit biedt ons een eerste indicatie met betrekking tot de haalbaarheid en geeft u tegelijkertijd de mogelijkheid de resultaten mee te nemen in de Kadernota zoz62o2g

Ontwikkelingen jeugdzorg Wij constateren dat er in de begroting 2025 sprake is van oplopende kosten binnen het sociaal domein, in het bijzonder voor de jeugdzorg. Deze ontwikkelingen herkennen wij landelijk en wij begrijpen dat het mede hierdoor uitdagender is om uw (toekomstige) begroting structureel sluitend vast te stellen. In uw begroting heeft u vanaf 2026 besparingen ingeboekt opjeugdzorg, in lijn met de landelijk afgesproken maatregelen op basis van de Hervormingsagenda. De onzekerheid over eventuele oplossingen vanuit het Rijk maakt dit tot een complexe situatie. Wij begrijpen dat u de eigen kontwikkelingen hierin frequent monitort. Tegelijk benadrukken wij dat wij de begroting beoordelen vanuit onze taak als toezichthouder. Als raad heeft u de wettelijke verplichting een reëel en structureel sluitende begroting vast te stellen. Bij onze beoordeling daarvan betrekken wij ook de realiteit van de ramingen van te verwachten kosten voor de jeugdzorg. In komende begrotingen dienen ramingen te worden opgenomen die in lijn zijn met de lastenontwikkelingen binnen het sociaal domein in uw gemeente.

Meerjarenperspectief In uw vastgestelde begroting laat de meerjarenraming zoz6-zoz8 een tekort zien in 2026 en kleine overschotten in de jaren daarna. Het structurele beeld is in alle jaren, ondanks een omvangrijk pakket aan ombuigingen nog negatief. Dat betekent dat op basis van deze begroting nog maatregelen nodig zijn om ook vanaf 2026 begrotingen te kunnen vaststellen die structureel in evenwicht zijn. Wij zien dat gemeenten hierbij vaak voor een grote opgave staat, mede veroorzaakt door lagere Rijksbijdragen. Wij waarderen de wijze waarop u verantwoordelijkheid neemt voor de gemeentelijke financiën. Als toezichthouder blijven wij graag in nauw contact en verzoeken u om ons bij financiële ontwikkelingen tijdig te informeren. Daarnaast verwachten wij van u uiterlijk bij de Kadernota 2026 inzicht te krijgen in concrete maatregelen tot herstel van het financiële evenwicht.

Indexering in de meerjarenramingen Wij hebben er kennis van genomen dat u in de meerjarenbegroting bent overgestapt op een andere manier van het indexeren van de uitgavenbudgetten. Vanaf 2026 indexeert u met de prijsontwikkeling van het Bruto Binnenlands Product (pbbp), de percentages zoals opgenomen in de meicirculaire van het gemeentefonds. Dit sluit aan bij de wijze waarop het Rijk de jaarlijkse groei van het gemeentefonds berekent, maar wijkt af van de prijsindexering die u tot aan de vorige begroting hanteerde. In uw geval resulteert dit voor de komende jaren in substantieel lagere ramingen aan de lastenkant van uw begroting. Dat betekent dat u meer risico loopt dat deze ramingen de komendejaren niet toereikend blijken en aanvullende middelen nodig zijn. In de Raadsinformatiebrief 2024.67 zijn deze risico's door uw college onderkent. Het gemeentelijk beleid hierin dient gebaseerd te zijn op reële en consequent gehanteerde uitgangspunten. Wij gaan ervan uit dat u deze werkwijze in komende begrotingen continueert en regelmatig monitort in hoeverre de ge•indexeerde raming van de kostenstijging aansluit bij de werkelijke lastenontwikkeling.

Inzet surplus Algemene Reserve In de meerjarenbegroting zoz6-zoz8 heeft u gekozen voor het afdekken van een deel van de structurele tekorten met een onttrekking aan de algemene reserve. Vanaf ijanuari is het onder voorwaarden toegestaan een deel (maximaal ioa/o) van het surplus van de algemene reserve, het deel dat niet nodig is om de gekwantificeerde risico's af te dekken, te gebruiken ter dekking van structurele lasten. Wanneer gemeenten gebruik maken van deze regeling beoordelen wij dit alleen voor het begrotingsjaar. Dat betekent dat wij nu alleen kijken of een eventuele inzet van de Algemene Reserve in 2025 voldoet aan de gestelde voorwaarden. Wij geven u nu vast mee dat bij de meerjarige inzet, zoals nu in de begroting opgenomen, niet wordt voldaan aan de tweede voorwaarde dat de solvabiliteitsratio minimaal zo% is en blijft.

3 van 4

Tot slot Wenst u een uitgebreidere toelichting op onze bevindingen over uw begroting? U kunt hiervoor uw contactpersoon benaderen. Zijn gegevens vindt u bovenaan deze brief. Een afschrift van onze brief zenden wij — ter kennisgeving — aan uw college van burgemeester en wethouders. Naast het financieel toezicht toetsen wij in het kader van het interbestuurlijke toezicht (IBT) ook de taakuitvoering van uw gemeente op de terreinen omgevingsrecht, huisvesting vergunninghouders en informatiebeheer. Deze IBT-domeinen kennen een ander beoordelingsritme. De toezichtbrieven hierover ontvangt u op een ander tijdstip. Wij publiceren de resultaten van ons toezicht op de IBT-kaart. Zie daarvoor www.provincieutrecht.nl/interbestuurlijktoezicht. Deze brief wordt vanaf 1 maart 2025 ook toegankelijk via deze kaart.

Hoogachtend, Gedeputeerde Staten van Utrecht, Namens hen,

Gedeputeerde Klimaat & Circulaire samenleving, Water & Bodem, Financiën, Grondzaken, Organisatie en Participatie

Belanghebbenden kunnen op grond van de Algemene wet bestuursrecht binnen 6 weken na de datum van verzending of uitreiking van dit besluit daartegen bezwaar maken door het indienen van een gemotiveerd bezwaarschrift. Het bezwaarschrift moet worden gericht aan: Gedeputeerde Staten van Utrecht, t.a.v. de secretaris van de AWB-Adviescommissie bezwaarschriften van PS en GS, postbus 80300, 3508 TH Utrecht. Aan de behandeling van een bezwaarschrift zijn voor de indiener geen kosten verbonden. Indien bezwaar is gemaakt kan ook om een voorlopige voorziening worden gevraagd, als er tijdelijke maatregelen nodig zijn waarmee niet tot de beslissing op het bezwaarschrift kan worden gewacht. Het verzoek moet worden gedaan bij de voorzieningenrechter van de Rechtbank Midden-Nederland, Sector bestuursrecht, postbus 16005, 3500 DA Utrecht. Bij het verzoek om voorlopige voorziening moet een kopie van het bezwaarschrift worden gevoegd. Hiervoor is griffierecht verschuldigd.

4 van 4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15005821/1