CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

LIS2025.196 Dringend verzoek Stichting Al Amana aan Gemeenteraad Veenendaal inzake onderwijshuisvesting

Gemeenteraad 16 oktober 2025, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Ingekomen stukken2.059 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

LIS2025.196 Cat. B

Aan de gemeenteraad Raadhuisplein 1 3901 GA Veenendaal

Zeist, 2 oktober 2025

Geachte leden van de Raad, Het bestuur van Stichting Al Amana Scholen wendt zich tot u met een dringend verzoek om de planning die is opgenomen in het Integraal Huisvestingsplan (IHP) 2025-2042 aan te passen, om een adequate en toekomstbestendige oplossing te realiseren voor de huisvesting van basisschool Al Amana Veenendaal.

​

Achtergrond

Basisschool Al Amana is op 1 augustus 2023 gestart in diverse ruimtes binnen het schoolgebouw van de Steenblokschool, gevestigd aan de Zoete Inval 10 te Veenendaal. Wij hebben er nadrukkelijk voor gekozen om te starten op één locatie, zodat wij konden werken aan de basisvoorwaarden voor kwaliteit: het neerzetten van goed onderwijs, het vormen van een hecht team, het opbouwen van een sterke schoolcultuur en het bieden van een veilige en herkenbare leeromgeving voor leerlingen en ouders. Dit was des te belangrijker omdat een startende school in het eerste jaar door de Inspectie van het Onderwijs wordt bezocht en beoordeeld op de kwaliteit. (Wij hebben dat inspectiebezoek overigens met goed gevolg doorstaan en aan alle standaarden voldaan.) In de memo van wethouder Lochtenberg van 24 maart 2023 werd al geconcludeerd dat, afhankelijk van de keuzes voor tijdelijke huisvesting, er vrijwel direct een derde locatie nodig zou zijn. Zo werd gesteld dat bij gebruik van De Plantage vanaf 2026 een derde locatie noodzakelijk is, en dat ook bij gebruik van basisschool TOV op termijn een extra verhuizing onvermijdelijk zou zijn. Het is daarbij van belang op te merken dat de aanvankelijk beschikbare leegstand in de Plantage inmiddels is verdwenen vanwege de groei van die school. Dat betekent dat een belangrijk alternatief dat in eerdere scenario’s werd overwogen niet meer beschikbaar is.

Sinds de start van Al Amana Veenendaal is er veelvuldig overleg gevoerd met de gemeente over de invulling van adequate huisvesting. Op de gemeente rust een wettelijke plicht om nieuwe scholen te voorzien van passende huisvesting. Passende

1 van 6

huisvesting betekent dat er voldoende capaciteit moet zijn op één locatie, zodat de school zonder belemmeringen kan doorgroeien en tijdig de verplichte stichtingsnorm per 1 oktober 2030 kan behalen. De in het IHP en in de kortetermijnscenario’s voorgestelde oplossingen voldoen daar niet aan. De voorstellen verschuiven het probleem slechts met een jaar, maar lossen het niet structureel op. Daarmee wordt feitelijk in strijd gehandeld met de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Veenendaal, die bepaalt dat een school recht heeft op een voor blijvend gebruik bestemde voorziening, indien uit de prognose blijkt dat het gebruik minimaal 15 jaar noodzakelijk is. Daarvan is in het geval van Al Amana zonder twijfel sprake. De verordening bepaalt bovendien dat een blijvende voorziening kan worden gerealiseerd door middel van: 1.​ nieuwbouw, 2.​ uitbreiding van een gebouw, 3.​ (gedeeltelijk) gebruik van een bestaand gebouw, 4.​ verplaatsing van een tijdelijk gebouw, 5.​ beschikbaarstelling van een terrein om dit te realiseren, of 6.​ medegebruik. Ook bij toewijzing van een dislocatie geldt dat deze voor blijvend gebruik bestemd moet zijn en moet voldoen aan het criterium van een voldoende begaanbare en veilige weg voor leerlingen. Dat is bij de huidige scenario’s niet het geval.

De aanvullende locaties die worden voorgesteld zijn óf niet blijvend, óf onvoldoende bereikbaar en veilig.​ ​ Een ander punt van zorg is dat de gemeente in de praktijk uitsluitend kijkt naar feitelijke leegstand, terwijl de verordening expliciet de mogelijkheid biedt om onderwijshuisvesting te vorderen. Vordering kan alleen achterwege worden gelaten wanneer een gebouw reeds is toegewezen aan een andere onderwijshuisvesting (art. 23 van de Verordening). Door die ruimte niet te benutten, wordt de oplossingsruimte onnodig beperkt en wordt de wettelijke doelstelling van de verordening niet nageleefd, te weten het waarborgen van het recht op onderwijs door passende huisvesting. Bij een juiste toepassing van de verordening zou Al Amana beschikken over huisvesting die: 1.​ voldoende capaciteit biedt om de daadwerkelijk aangemelde aantallen leerlingen te kunnen inschrijven: die zijn zelfs nog hoger dan de eerdere overgelegde leerlingenprognoses, 2.​ een blijvende voorziening betreft, en

2 van 6

3.​ voldoet aan de criteria van veiligheid, bereikbaarheid en evenredigheid, zodat de gevolgen van huisvestingsbesluiten niet onevenredig zwaar drukken op de jongste leerlingen en hun ouders (bijvoorbeeld door kinderen zonder toezicht langdurig te laten wachten of dagelijks naar meerdere locaties te moeten brengen). Het is daarom noodzakelijk dat de gemeente overgaat tot een structurele oplossing, en waar nodig tot vordering van onderwijshuisvesting en/of plaatsing van noodlokalen om het wettelijke recht van Al Amana op passende huisvesting daadwerkelijk te garanderen.

Planning nieuwe IHP niet passend voor Al Amana en alternatieven niet adequaat Wij zijn van mening dat de gemeente haar wettelijke verplichting tot nu toe niet op gepaste wijze heeft ingevuld en dat het huidige IHP daar evenmin in voorziet. Wij onderschrijven de ambitie en de visie van het IHP, maar niet de voorgestelde faseplanning en het tijdpad. De door de gemeente aangedragen alternatieven zijn onvoldoende en ontoereikend: de invulling die de gemeente sinds de start voorstaat, en die in het IHP is doorgezet tot ten minste 2032, is het huisvesten van Al Amana op maar liefst vier tijdelijke locaties, te weten Zoete Inval, Tweespan, Prins Willem-Alexanderpark en de Koninginnelaan. Dit is een ernstige versnippering en groeibelemmering en brengt aanzienlijke risico’s met zich mee. Wij zijn een startende school. Dat maakt onze situatie wezenlijk anders dan die van een bestaande school die te maken krijgt met forse groei. Bestaande scholen beschikken al over een stevig fundament: een stabiel team, een bewezen onderwijsaanpak, een opgebouwde reputatie in de wijk en een vaste ouderpopulatie die de school kent en vertrouwt. Voor een startende school als Al Amana ligt dit heel anders. Wij zijn nog bezig met: -​

het opbouwen van vertrouwen bij ouders en het werven van nieuwe gezinnen die bewust voor onze school kiezen;

-​

het vormen van een stabiel en hecht team, waarbij samenwerking en gezamenlijke professionalisering essentieel zijn;

-​

het uitkristalliseren van onze onderwijsidentiteit en schoolcultuur, die herkenbaar en aantrekkelijk moet zijn voor de omgeving;

-​

het opbouwen van een goede naam en reputatie, zodat ouders zekerheid ervaren dat hun kinderen bij ons kwalitatief goed onderwijs krijgen; en

-​

bovendien is een goede en verantwoorde bedrijfsvoering met meerdere locaties een zware opgave, zowel logistiek als financieel.

3 van 6

Deze processen vragen rust, stabiliteit en overzichtelijkheid. Meerdere (tijdelijke) locaties, onzekerheid over de huisvesting en telkens wisselende scenario’s brengen juist het tegenovergestelde: versnippering, instabiliteit en onduidelijkheid. Waar een bestaande school vaak kan terugvallen op een sterk merk en loyale ouderkring, moet een startende school elke dag opnieuw bewijzen dat zij betrouwbaar en toekomstbestendig is. Juist daarom zijn wij kwetsbaarder voor de negatieve gevolgen van huisvesting op meerdere locaties: -​

Ouders haken sneller af als er onduidelijkheid is of kinderen verspreid moeten worden.

-​

Leraren zijn minder snel bereid zich te verbinden aan een school die organisatorisch instabiel oogt.

-​

Het risico dat de verplichte stichtingsnorm niet wordt gehaald is aanzienlijk groter, simpelweg omdat de omstandigheden groei niet faciliteren maar belemmeren.

Kortom: een startende school kan zich niet dezelfde huisvestingsconstructies permitteren als een gevestigde school. Het is van cruciaal belang dat Al Amana vanaf de start beschikt over passende, eenduidige en duurzame huisvesting die groei en kwaliteitsontwikkeling mogelijk maakt. De door de gemeente voorgestelde oplossingen leiden tot onrust bij leerlingen, ouders en medewerkers, gebrek aan continuïteit en verminderde binding met de school. De door de gemeente voorgestelde scenario’s bieden bovendien onvoldoende huisvestingscapaciteit. De combinatie van de Steenblokschool (783 m² bvo) en de Tweespan (894 m² bvo) komt uit op 1.677 m² bvo. Voor de stichtingsnorm van 318 leerlingen is echter ten minste 1.796 m² bvo vereist, exclusief extra ruimte op grond van achterstandsscores. Met het huidige scenario is doorgroei slechts mogelijk tot ca. 294 leerlingen, wat voor een korte termijnoplossing acceptabel zou kunnen zijn, maar op langere termijn niet toereikend is om de stichtingsnorm te behalen. Graag verwijzen wij in dit verband ook naar de analyse van de beschikbare onderwijsruimte en de huidige en toekomstige behoefte, waaruit blijkt dat Al Amana in 2039 naar verwachting 2.212 m² nodig zal hebben (p. 16 van het IHP). Permanente huisvesting​ Als toekomstige permanente huisvestingsoplossing wordt voorgesteld om Al Amana

4 van 6

volledig te huisvesten op de locatie De Zoete Inval 10, waar wij momenteel 783 m² bvo in medegebruik hebben van de Steenblokschool. Deze optie is echter afhankelijk van de verhuizing van de Steenblokschool, waarvoor in principe bereidheid is getoond door het schoolbestuur. De gemeente stelt voor om deze oplossing pas in fase 2 van het nieuwe IHP op te nemen, met een realisatieperiode tussen 2030 en 2035. Hoewel wij ons kunnen vinden in de keuze voor De Zoete Inval 10 als definitieve locatie, achten wij het voorgestelde tijdpad niet passend. In 2030 moet Al Amana de stichtingsnorm bereikt hebben. Die groei kan uitsluitend worden gerealiseerd wanneer de school ruim vóór die tijd over voldoende en adequate huisvestingscapaciteit beschikt.​ ​ Op dit moment lijkt dat onvoldoende geborgd. Daarmee ontstaat het risico dat de groei van de school wordt belemmerd en dat de wettelijke norm niet wordt gehaald, terwijl de gemeente een zorgplicht heeft om die groei mogelijk te maken. Daarom doen wij een voorstel.​ ​ Constructief alternatief​ In overleg met de directeur-bestuurder van de Steenblokschool hebben wij een alternatief scenario verkend dat recht doet aan de belangen van beide scholen én aansluit bij de doelstellingen van het IHP. Belangrijk om te benadrukken is dat dit scenario nog niet volledig is uitgewerkt, maar het overleg met de directeur-bestuurder, dhr.

Krijgsman, laat zien dat er bereidheid en perspectief is om gezamenlijk naar een oplossing toe te werken.​ ​ Dit voorstel houdt in dat de Steenblokschool, anders dan de planning in het nieuwe IHP voorziet, reeds in 2028 zou verhuizen naar de nieuwbouw aan de Dr. Colijnstraat in plaats van 2032. Dhr. Krijgsman heeft aangegeven dat de leerlingaantallen van zijn school stabiel zijn en naar verwachting nooit meer zullen groeien tot de in het verleden geprognosticeerde 430 leerlingen. Het bestuur van de Steenblokschool heeft zich in principe bereid verklaard deze verhuizing voor te financieren, mits hierover met de gemeente nadere afspraken worden gemaakt. Dit maakt een vervroegde verhuizing naar de Colijnstraat in principe realistisch en verantwoord.​ ​ Voor Al Amana zou dit betekenen dat de school vanaf 2028 structureel kan doorgroeien in het huidige gebouw aan de Zoete Inval 10, waardoor tijdig en duurzaam wordt voorzien in voldoende capaciteit om de stichtingsnorm te behalen.​ ​ Wij denken dat dit scenario niet alleen de groei van Al Amana veilig stelt, maar ook recht doet aan de stabiele situatie van de Steenblokschool, en bovendien binnen de geest en

5 van 6

de letter van de verordening valt. Alleen door het scenario van een vervroegde verhuizing van de Steenblokschool ontstaat er een duurzame, haalbare en

Verzoeken aan de gemeenteraad

​

toekomstbestendige oplossing.

Omdat onze school een startende school is, is sprake van een buitengewone situatie. De school is erg kwetsbaar en de mogelijkheden om te groeien zijn van levensbelang voor het voortbestaan. Wij hebben daarom twee dringende verzoeken aan uw raad: ​

1. Wat betreft de tijdelijke huisvesting vanaf schooljaar 2026-2027: wij verzoeken u om te voorzien in een oplossing die voldoende ruimte biedt op één locatie en die voldoet aan de wettelijke eisen. Daarbij dient niet uitsluitend gekeken te worden naar feitelijke leegstand, maar ook naar de bredere instrumenten die de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs biedt. Deze mogelijkheden omvatten: ​

a. nieuwbouw, ​

b. uitbreiding van een gebouw, ​

c. (gedeeltelijk) gebruik van een bestaand gebouw, ​

d. (ver)plaatsing van een tijdelijk gebouw, ​

e. beschikbaarstelling van een terrein om dit te realiseren, of ​

f.

medegebruik.

​

2. Wat betreft de permanente huisvesting: wij verzoeken u om de in het IHP vervatte planning zodanig aan te passen dat de verhuizing van de Steenblokschool naar de Dr. Colijnstraat reeds in fase 1 (2028) kan plaatsvinden. Hierdoor kan Al Amana ruim vóór 2030 beschikken over alle ruimten aan de Zoete Inval 10 en de noodzakelijke groei realiseren om de stichtingsnorm te behalen. Met deze aanpassingen ontstaat er een duurzame, juridisch juiste en toekomstbestendige oplossing die recht doet aan de belangen van Al Amana, aan de wettelijke verplichtingen van de gemeente en uiteindelijk ook aan de kwaliteit van het onderwijs in Veenendaal als geheel. Wij hopen dat u ons verzoek serieus in overweging neemt en het college opdracht geeft dit gezamenlijk gedragen voorstel verder uit te werken. Met vriendelijke groet, K. Salihi Directeur-bestuurder Stichting Al Amana Scholen

6 van 6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16051012/2