LIS2024.62 Zienswijze BVD Advocaten namens inwoner Veenendaal
Tekst van het document
nr. LIS2024.62 - cat. C
bvd
INGEKOMEN
31 1AM. 202'r
advocaten
GEMEEMTE VEENENDAAL PER FALKPOST
Gemeente Veenendaal College van Burgemeester en Wethouders Postbus 1100
u III 111 Il fl fl I'llIII
3900 BC VEENENDAAL
31 an 2024 / 001003
Barneveld
30 januari 2024
Ons kenmerk
17210078
Uw kenmerk
Z-2056550 gemeente Veenendaal
Inzake
Geacht college,
Graag vraag ik als advocaat-gemachtigde
uw aandacht voor deze
zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan 't Goeie Spoor. Cliënt woont aan
Hij geniet van
de zon en privacy die zijn woning kenmerkt. Met het ontwerpbestemmingsplan komen er hoge flats met wel 125 appartementen op
afstand van zijn woning te liggen.
Deze vele balkons geven uitzicht op zijn tuin waardoor hem alle privacy wordt ontnomen en hij bovendien in de ochtend grotendeels geen zonlicht meer in zijn tuin heeft. Cliënt
heeft
kennisgenomen
van
de
'Commentaarnota
inspraak
voorontwerp
bestemmingsplan', hierna: nota, die is verschenen naar aanleiding van de inspraakreacties. Helaas zijn de bezwaren van cliënt hiermee niet weggenomen. hierna: cliënt, wil onderstaande bezwaren (nogmaals) benadrukken: 1. Belemmering zonlicht 2. Belemmering uitzicht / privacy 3. Groenstructuurplan 4.
Natuurvisie en vogelbescherming
5. Parkeergelegenheid 6. Geluidshinder Overigens is hierover de afgelopen periode een gesprek geweest met cliënt (en advocaatgemachtigde), de ontwikkelaar en de gemeente hierover.
heeft duidelijk zijn
zorgen kenbaar gemaakt en de ontwikkelaar heeft aangegeven deze zorgen te begrijpen,
Adres
Contact
Raadhuisplein 55
r
(0342) 740700
Barneveld
Postbus 248
f
(0342) 7407 10
Hardinxveld Giessendam
3770AF Barneveld
e
barneveld@hvd-advocaten.nl
KvK Utiecht nr. 30258441
w www.bvd-advocaten.nl
Vestigingen
Veenendaal Werkendam
O{t al <,nrr' rlrrntilan r,in alr~emene vuoiwaarv.fert ven rurpLzsinr3, wa,+rin nntlai rnevr pen henerkinq v,rn t7+• .+:+nsf rekeliikhrirl 5 trviennmen Ze worr 1f'n tru ve. i.c,ek kosleloos [oerrvrcinclrn rn liin in te _irrn ;trt rintn wrbsRr~.
Recht doen.
bvd
enigszins tegemoet te
maar concreet is er nog geen stap gezet om komen. De gemeente stelt zich hierbij afzijdig op. In dit kader herinnert
de gemeente aan de motie (M2022.10) waarin onder
andere werd gesteld dat 'verregaande afstemming met de omgeving noodzakelijk is voordat de raad een besluit kan nemen over een dergelijk bestemmingsplan'. 1.
Belemmering zonlicht
Er komt in hoge mate meer schaduw op het perceel in de tuin van cliënt in het voor- en najaar ten opzichte van de huidige situatie. Dit is, zoals tevens in de nota is beschreven, in de ochtend tot ongeveer 11 uur. Dit terwijl de tuin van cliënt erop is ingericht dat er zonlicht opkomt. De tuin
is in de ochtend in de schaduw.
Voor cliënt is er dus geen sprake van '(gering) verlies' zoals dat in de nota wordt genoemd. Het belang van het verlies van zonuren op dit perceel is niet op een gedegen manier afgewogen tegen de belangen van de ontwikkeling. Omdat de gemeente dit belang van cliënt -en meerdere bewoners- niet kenbaar heeft meegewogen, is de belangenafweging onvoldoende zorgvuldig geweest. 2.
Belemmering uitzicht / privacy
Het appartementencomplex heeft tevens grote invloed op het uitzicht van cliënt in de omgeving en de privacy die hij heeft in hun eigen huis en tuin. De appartementencomplexen worden op bepaalde plekken tot wel 34 meter hoog en staan op
afstand
van de tuin van cliënt.
2
bvd
In een "goede ruimtelijke ordening" dient de bebouwing in de omgeving te passen. Maar de ruimtelijke onderbouwing gaat niet in op het feit dat de bebouwing invloed heeft op de privacy van cliënt en hoe het complex het uitzicht van cliënt belemmert. Tientallen bewoners van zullen, mede gezien de hoogte het van het appartementencomplex appartementencomplex, in de tuin van cliënt kunnen kijken. Voor de goede orde wordt opgemerkt dat in de concept planschaderisicocanalyse van Gloudemans d.d. 18 februari 2022
Hoewel er geen absoluut recht op privacy bestaat, is het wel van belang dat het recht op privacy
op
een
projectontwikkelaar
gedegen om
manier
wordt
afgewogen
appartementencomplexen
te
tegen
het
belang
van
de
bouwen.
Een
ongestoorde
en
afgeschermde persoonlijke levenssfeer is niet voor niets een grondrecht (art. 10 Grondwet en art. 8 EVRM). Er is sprake van een verkeerde voorstelling van zaken als wordt gesteld dat "door de ontwikkeling van het westelijke deel van het appartementencomplex enkele nieuwe appartementen zicht zullen hebben op het perceel van de inspreker." Zoals hierboven aangegeven gaat het om tientallen appartementen waarbij het balkon zo is . geplaatst, dat zij vol zicht geven op de tuin van cliënt
3
bvd
Voor een locatie dicht bij het centrum is een hoge mate van privacy misschien niet vanzelfsprekend. Maar voor een woning in een gebied dat bestemd is als Groen, is een zekere mate van privacy in een heel ruime tuin wel vanzelfsprekend. Temeer nu er in de betreffende omgeving geen hoogbouw aanwezig was. Cliënt heeft met de doorvoering van de plannen zoals deze nu voorliggen in het geheel geen privacy meer in zijn tuin. Dat het belang van cliënt niet is meegewogen getuigt van een onvoldoende zorgvuldige voorbereiding bij het nemen van het besluit en van een niet adequate belangenafweging. Het serieus nemen van dit privacybelang zou meebrengen dat het aantal appartementen (en het gebouw in hoogte) aanzienlijk wordt teruggebracht, of dat de balkons aan de andere zijde gesitueerd zouden worden. 3.
Groenstructuurplan
De gemeente heeft een ambitieus Groenstructuurplan. Het doel van het groenstructuurplan is uitdrukkelijk de vergroting van de identiteit en de kwaliteit van de afzonderlijke groene elementen. In de nota wordt gesteld dat het Groenstructuurplan van de gemeente Veenendaal nog status heeft, maar wordt
ingehaald door meer actuele
visies en
structuurplannen. Cliënt kan zich niet vinden in dit standpunt. Het is allereerst onduidelijk welke visies en structuurplannen het Groenstructuurplan hebben 'geactualiseerd'. Het is bovendien geen 'actualisatie' om het groenstructuurplan zo aan te passen dat hiermee het doel van groenstructuurplan niet meer geldt. Het voorstel van de ontwikkelaar om te kiezen voor een uitvoering van de bouwplannen waarbij het appartement voorzien wordt van groendaken, is niet afdoende. Ook het voornemen dat in de nota wordt genoemd om de bomenrij zoveel mogelijk te handhaven en extra bomen en groen te planten onder het mom 'parkeren in het groen'niet. Hiermee wordt onvoldoende gewicht toegekend aan het belang van de hoofdgroenstructuur als functie voor groene recreatie en verbetering van leefklimaat. Dit geldt te meer nu op grond van vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: ABRvS), zie onder meer ABRvS 17 december 2008 onder Unummer BG7171, aan de ruimtelijke onderbouwing van een project zwaardere eisen moeten worden gesteld, naarmate de inbreuk van dat project op het geldende planologische regime groter is. Cliënt vraagt de gemeente hierom nogmaals om het Groenstructuurplan in acht te nemen.
4
bvd 4.
Natuurvisie en vogelbescherming
Initiatiefnemer heeft een Quickscan Flora en Fauna uitgevoerd. Deze is in opdracht van de gemeente beoordeeld door de Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU). Hieruit volgt dat het aannemelijk
is
dat
zangvogels
de
bosschages
in
het
projectgebied gebruiken
als
broedlocatie. De ontwikkelaar stelt voor om, indien mogelijk, de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Indien dat niet mogelijk is, stelt de gemeente voor om de bosschages niet te beschadigen tijdens het broedseizoen. Er wordt in het ontwerpbestemmingsplan echter geen enkele concrete maatregel genomen om bovenstaande te borgen. Er wordt hierbij gehandeld in strijd met de eigen natuurvisie en artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming. Er is dus geen reden om aan de beoordeling van de ODRU te twijfelen, maar er is wel reden om te twijfelen aan de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan de Quickscan Flora en Fauna. Cliënt vraagt dan ook om concrete maatregelen te nemen zodat niet in strijd met de eigen natuurvisie en artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming wordt gehandeld. 5.
Parkeergelegenheid
Voorts blijven er gerechtvaardigde zorgen in verband met de parkeergelegenheid. Hoewel het aantal auto's in privébezit afneemt als dichterbij het station wordt gewoond, lijkt het aantal auto's per woning niet verder te zakken dan 0,7 auto per woning (blijkt uit onderzoek van CBS 2020 ). Een toename van 88 auto's is dus realistisch. Bij het opstellen van de Verkeersnota 2020 is uitgegaan van een beperkt aantal woningen. 't Goeie Spoor is immers bestemd als Groen. Het argument dat de Verkeersnota gezien de gewijzigde omstandigheden dus niet onverkort kan worden toegepast, wordt in de nota niet meegenomen. Dit terwijl volgens vaste rechtspraak van de ABvRS bij de beoordeling van de vraag of wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid rekening moet worden gehouden met de toename van
de
parkeerbehoefte
als
gevolg
van
het
realiseren
van
een
bouwplan,
ECLI: NL: RBMNE:2021:5515. Gelet op concrete aanwijzingen dat het bouwplan zal leiden tot een significant tekort aan parkeerruimte, kan dit beroep op de Verkeersnota niet in stand blijven.
5
bvd
6.
Geluidshinder
De initiatiefnemer komt tot de conclusie dat meerdere maatregelen genomen moeten worden teneinde nadelige geluidseffecten te reduceren. Dit wordt ook in de nota herhaald. Echter, met de voorgestelde maatregelen zal alsnog niet aan de voorkeurswaarde worden voldaan. Het is onzorgvuldig te noemen dat er nog steeds geen kenbare belangenafweging heeft plaatsgevonden. Conclusie Gelet op het bovenstaande zijn er volgens cliënt zwaarwegende belangen, en bovendien juridisch dwingende redenen om deze ontwikkeling op deze locatie hier niet toe te staan. Het dringend en gemotiveerd verzoek namens cliënt is dan ook om deze plannen niet verder te ontwikkelen. Althans om ten minste deze sterk te wijzigen en het aantal woningen en de hoogte van de gebouwen zeer substantieel af te schalen.
Met vriendelijke groet,
advocaat
6
bvd