CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

LIS2024.50 Provincie Utrecht zienswijze BP Dijkstraat 159a

Gemeenteraad 21 maart 2024, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Ingekomen stukken1.775 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

nr. LIS2024.50 - cat. C

Gemeente Veenendaal Postbus 1100 3900 BC VEENENDAAL

DATUM ZAAKKENMERK NUMMER UW BRIEF VAN

30 januari 2024 Z-PU-2024-000070 D-PU-2024-00001862 22 december 2023

TEAM

GRO

REFERENTIE DOORKIESNUMMER Fax

UW NUMMER

E-MAILADRES

BIJLAGE(N)

ONDERWERP

030-2589112 GRO Advies Wro Dijkstraat 159a

Geachte raad, Uw college van Burgemeester en wethouders heeft met ingang van 22 december 2023 het ontwerpbestemmingsplan Dijkstraat 159a ter inzage gelegd. Het college heeft ons hierover conform artikel 3.8, lid 1 sub b van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) geïnformeerd. Wij brengen op grond van het hierna omschreven ruimtelijk beleid onze zienswijzen en opvattingen over dit plan naar voren. Het provinciaal beleid Het provinciale ruimtelijk beleid is neergelegd in de Omgevingsvisie Provincie Utrecht en geborgd in de bijbehorende Interim Omgevingsverordening Provincie Utrecht (IOV). In de IOV, die op 1 april 2021 in werking is getreden, zijn algemene regels opgenomen over de inhoud, toelichting of onderbouwing van onder meer bestemmingsplannen. Hiermee willen we provinciale belangen laten doorwerken naar het gemeentelijke niveau. Om deze belangen te borgen kunnen wij zo nodig het instrumentarium uit de Wro inzetten. Zienswijzen Het bestemmingsplan maakt verschillende zorggerelateerde activiteiten bij het bestaande agrarische bedrijf aan de Dijkstraat 159a in Veenendaal mogelijk, alsmede een koffiepunt langs het fietspad. Allereerst willen wij onze waardering uitspreken voor dit initiatief, wat een maatschappelijke behoefte voor Veenendaal vervult.

Wij kunnen het daarom goed voorstellen dat u een bestemmingsplan in voorbereiding heeft om de activiteiten planologisch mogelijk te maken. Wel geeft het ontwerpbestemmingsplan ons aanleiding tot het indienen van zienswijzen ten aanzien van de volgende onderdelen van het plan: Groene contour In het westelijke deel van het plangebied wordt de enkelbestemming “Agrarisch met waarden” uit het vigerende “Bestemmingsplan Buitengebied” uit 2013 gewijzigd in de enkelbestemming “Agrarisch met waarden –

Domein Stedelijke Leefomgeving Archimedeslaan 6 Postbus 80300, 3508 TH, Utrecht Telefoon 030-2589111

Zorgboerderij”. Deze bestemmingswijziging maakt aan de paardenhouderij gerelateerde zorgvoorzieningen in de vorm van dagbesteding mogelijk. Een gedeelte van deze bestemmingswijziging is gelegen in het gebied dat in de IOV is aangewezen als Groene contour. Dit zijn gebieden die van belang zijn voor het functioneren van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), maar daar (nog) geen onderdeel van uitmaken. In artikel 6.7 IOV is bepaald dat een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen de Groene contour strekt tot het beschermen en creëren van mogelijkheden om daar nieuwe natuur te realiseren. In aanvulling daarop bepaalt artikel 6.8 IOV dat op deze gronden geen bestemmingen en regels mogen worden opgenomen die verstedelijking toestaan. Wij kunnen ons er iets bij voorstellen dat de beoogde activiteiten geen verstedelijking betreffen. Immers lijkt het hier om nevenactiviteiten te gaan bij een bestaand agrarisch bedrijf, want een aan het landelijk gebied verbonden functie is. In dat opzicht is het bestemmingsplan niet in strijd met deze regeling uit de IOV. Echter zal de toelichting van het bestemmingsplan dan wel moeten worden aangepast. In die onderbouwing wordt namelijk gesteld dat het geen grootschalige verstedelijking betreft en dat project geen significante gevolgen heeft voor de Groene contour.

Deze manier van onderbouwing is niet mogelijk om aan te tonen dat wordt voldaan aan de instructieregels voor het NNN. Ik verzoek u de onderbouwing beter aan te laten sluiten op wat daarover is opgenomen in de instructieregels. Daarbij kunt u gebruik maken van wat wij waarover in deze brief hebben opgenomen. Landschap De ontwikkeling is gelegen in het landschap Utrechtse Heuvelrug. In artikel 7.9 IOV is opgenomen dat een bestemmingsplan geen bestemmingen of regels mag bevatten die de kernkwaliteiten van het landschap onevenredig aantasten. De voorgestelde bebouwing wordt in het midden van een open boskamer gepositioneerd en kent geen clustering. Hierdoor wordt afbreuk gedaan aan de landschappelijke herkenbaarheid van de boskamer. Daarnaast wordt onvoldoende ingezet op landschappelijke inpassing door middel van herkenbare landschappelijke elementen of structuren. De toepassing van hangen gerelateerd aan de bebouwing, losse bomen en houtsingels doen afbreuk aan de kwaliteiten van de boskamer. In het plan wordt de landschappelijke kwaliteit niet inzichtelijk gemaakt en de beschrijving van de landschappelijke inpassing omvat niet veel meer dan een beschrijving van de bouwwerken en de hekwerken.

De gestelde eisen in het beeldkwaliteitsplan sluiten niet aan bij de landschappelijke kernkwaliteiten zoals beschreven in de kwaliteitsgids Utrechtse Landschappen, katern Utrechtse Heuvelrug, deelgebied achterflank. Het gaat in het bijzonder om de kernkwaliteit ‘robuuste eenheid’. Ik verzoek u om de plaatsing van de bouwwerken en de landschappelijke inpassing aan te passen om aan onze opmerkingen tegemoet te komen. Daarbij geven wij het u graag ter overweging mee om gebruik te maken van de expertise van de onafhankelijke ervenconsulent van MooiSticht. Verstedelijkingsverbod De ontwikkeling is gelegen in het landelijke gebied. Op grond van artikel 9.2 IOV geldt in dit gebied een verstedelijkingsverbod. Op dit verbod zijn uitzonderingen mogelijk. In de toelichting van het bestemmingsplan geeft u aan gebruik te maken van het artikel kernrandzones. Artikel 9.8 IOV maakt het mogelijk om op locaties in de kernrandzone verstedelijking toe te staan, mits wordt voldaan aan een aantal voorwaarden. Een van de voorwaarden is dat de verstedelijking ruimtelijk en landschappelijk goed inpasbaar is en in aansluiting op stedelijk gebied wordt gerealiseerd, of in samenhang met overige verstedelijkte structuur. Zoals wij ook onder de paragraaf ‘landschap’ hebben omschreven is de samenhang met overige verstedelijking afwezig.

Een andere voorwaarde is dat de verstedelijking versterkt gaat met een versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Wij zijn van mening dat het bestemmingsplan nog onvoldoende voorziet in kwaliteitsmaatregelen voor de kernrandzone. Hierbij kan worden gedacht aan een landschappelijk zorgvuldige overgang tussen het stedelijk gebied en het omliggende buitengebied. Wij hebben onder de paragraaf ‘landschap’ omschreven dat hier geen sprake van is, er wordt eerder afbreuk gedaan aan de landschappelijke kernkwaliteiten. De toelichting bij paragraaf 9.8 geeft meer voorbeelden waar aan kan worden gedacht om de kwaliteit van de kernrandzone te versterken. Het is daarbij nog wel de vraag of er sprake is van verstedelijking. Zoals eerder in deze brief beschreven kan deze ontwikkeling ook worden gezien als nevenactiviteit bij het agrarische bedrijf, wat een landelijke functie Z-PU-2024-000070 – D-PU-2024-00001862

2 van 4

betreft. Als u deze conclusie trekt, is er geen sprake van verstedelijking en kan een onderbouwing aan het artikel kernrandzones achterwege blijven. Wel zal de ontwikkeling in dat geval moeten voldoen aan de regels die zijn gesteld voor agrarische nevenactiviteiten. Deze lichten wij in de volgende paragraaf toe. Nevenactiviteiten agrarische bedrijven In de onderbouwing van het bestemmingsplan wordt omschreven dat het gaat om agrarisch gerelateerde zorg. Wij zijn er daarom voor onze beoordeling vanuit gegaan dat het gaat om een nevenactiviteit bij het agrarisch bedrijf. Zoals eerder is benoemd is er vanuit dat opzicht geen sprake van een stedelijke functie en kunnen onderbouwingen en toetsingen aan regels op dat punt achterwege blijven. Artikel 8.4 lid 1 sub 4 IOV bepaalt dat een bestemmingsplan bestemmingen en regels mag bevatten die nevenactiviteiten bij agrarische bedrijven toestaan, mits wordt voldaan aan een aantal voorwaarden. Het bestemmingsplan voorziet nog niet in een onderbouwing of aan deze voorwaarden is voldaan. Ik verzoek u om de onderbouwing op dat punt aan te vullen. Een van deze voorwaarden is dat de nevenactiviteiten moeten plaatsvinden binnen het bestaande bouwperceel. Volgens de definitie van het begrip ‘agrarisch bouwperceel’ in de IOV gaat het daarbij om een aaneengesloten terrein.

De ontwikkeling voorziet in het oprichten van twee gebouwen buiten het aaneengesloten bestaande bouwperceel, waarbij twee nieuwe bouwvlakken worden toegevoegd. Dit is op grond van deze voorwaarde niet toegestaan. Ook de uitbreiding van de zorgactiviteit overschrijdt de ligging van het bestaande bouwperceel. Een andere voorwaarde is dat de nevenactiviteit ruimtelijk ondergeschikt moet zijn aan de agrarische activiteiten. Wij kunnen op basis van de aangeleverde informatie niet goed beoordelen of hier sprake van is. Wij verzoeken u daarom om aan te geven wat de referentiesituatie is: welke en hoeveel dieren zijn aanwezig? Ook zouden wij graag een verbeelding of foto willen ontvangen van de situatie vóór het realiseren van de zorgfunctie en na het realiseren van de zorgfunctie willen ontvangen, waaruit het volgende blijkt: welke gebouwen zonder zorgfunctie zijn aanwezig? En welke van de gebouwen worden voor de zorgfunctie ingezet? Ook is voor ons onduidelijk wat precies de functie wordt van de nieuwe veldschuur. Ten aanzien van de agrarische nevenactiviteiten willen wij tevens opmerken in het gebied dat in de IOV is aangewezen als landbouwstabiliseringsgebied. Op grond van artikel 8.2a kan een bestemmingsplan in dit gebied geen regels bevatten die voorzien in uitbreiding van een agrarisch bouwperceel.

In het bestemmingsplan ontbreekt nog een onderbouwing dat aan dit artikel is voldaan. Overige opmerkingen In onderstaande paragraaf nemen wij nog enkele opmerkingen op van kleinere aard: De ontwikkeling is gelegen in het overstroombaar gebied. Op grond van artikel 2.10 IOV dient een ontwikkeling dat daarin is gelegen een beschrijving te bevatten van hoe er wordt omgegaan met het overstromingsrisico. De verwachting is overigens dat bij hoogwater op de rivieren dit gebied preventief geëvacueerd kan worden. Het is daarom minder kansrijk om in te zetten op gevolgbeperkende maatregelen. Wel wij u meegeven dat het hier gaat om dagbesteding voor personen die zorg en hulp nodig hebben, waarbij het mogelijk ook om kinderen gaat. Wij verzoeken u daarom om in het bestemmingsplan een verplichting op te nemen om dat een evacuatieplan moet worden opgesteld. De ontwikkeling is gelegen in de matig kwetsbare strategische grondwatervoorraad. Op grond van artikel 3.11 lid 2 IOV dient het bestemmingsplan een motivering te bevatten dat de ontwikkeling passend is in de instructieregel voor overstroombaar gebied. Wij willen u hierbij meegeven dat het artikel voornamelijk van belang is als er een bodemenergiesysteem wordt gerealiseerd bij de ontwikkeling, bijvoorbeeld bij het koffiepunt. Vervolg In deze brief hebben wij u onze opmerkingen op het ontwerpbestemmingsplan meegegeven.

Zoals u hebt kunnen lezen is er voor het bestemmingsplan nog een vraag te beantwoorden of u deze functie ziet als nevenfunctie bij het agrarisch bedrijf of dat het gaat om een zelfstandige, stedelijke functie. Dit bepaalt namelijk welke regels en voorwaarden op deze ontwikkeling van toepassing zijn. Graag vernemen wij van u wat uw standpunt hierin is en verzoeken wij u om de onderbouwing en het bestemmingsplan aan te passen om aan deze regels te kunnen voldoen.

Z-PU-2024-000070 – D-PU-2024-00001862

3 van 4

We willen u met klem verzoeken bij de vaststelling van het plan rekening te houden met de hiervoor geplaatste opmerkingen. Ter borging van de provinciale belangen zullen wij – zo nodig – het instrumentarium uit de Wro aanwenden. Hoogachtend, Gedeputeerde Staten van Utrecht, Namens hen,

Gedeputeerde Ruimtelijke Ontwikkeling, Coördinatie Omgevingsbeleid, Energietransitie, Milieu en Bestuur

Z-PU-2024-000070 – D-PU-2024-00001862

4 van 4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13906525/1