LIS2024.202 Brief naar raadscommissie als reactie op Raadsinformatiebrief van 27 11 2024
Tekst van het document
nr. LIS2024.202 cat. B
Veenendaal 30-11-2024
Inhoudelijke reactie op Raadsinformatiebrief van 27-11-2024 “Bosje Kerkewijk”
Geachte Raadscommissie leden en leden van het college van B&W,
Op 27-11-2024 is er een Raadsinformatiebrief verzonden waarin het college van B&W antwoord geeft op de gestelde vragen. Wij zijn teleurgesteld in de antwoorden die hierin gegeven worden. Tevens wordt een zorgelijke maar ook volstrekt onjuiste richting aangegeven van het gemeentelijk beleid. In de brief wordt het volgende geschreven: “Met de keuze om Veenendaal uit te breiden en woningen te realiseren rondom dit perceel, is (impliciet) ook de keuze gemaakt om de bescherming van de houtopstand vanuit de hogere regelgeving op te he en.” Hiermee geeft de gemeente een volstrekt onjuist beeld van de gang van zaken in de afgelopen decennia, zelfs tot aan december 2023, en wordt er al een voorschot genomen op het laten verdwijnen van het Bosje Kerkewijk. Net zoals de gemeente haar interne onderzoek heeft uitgevoerd, zelfs met een externe advocaat, hebben wij, helaas zonder medewerking van de gemeente, ook nog verder onderzoek gedaan. Daarnaast hebben wij u de afgelopen maanden, na onze vraagstelling in mei en tijdens het gemeentelijk onderzoek, van meer informatie voorzien die zeer relevant is in deze cases. Impliciete keuze ophe ing hogere regelgeving Er kan geen sprake zijn van een impliciete ophe ing van hogere regelgeving.
Ten eerste niet omdat er geen enkel signaal binnen de gemeente Veenendaal is geweest waarin een dergelijke ophe ing wordt aangekondigd of voorgelegd of waarin een dergelijke beleidrichting naar voren komt. Het beleid en de gevoerde communicatie vanuit de gemeente naar derden, onder andere naar ons als aanwonenden, is tot en met september 2023 voortdurend een bekrachtiging geweest van het bescherming beleid en de unieke status van het “Bosje Kerkewijk”. Wij hebben al eerder aangegeven dat er wel degelijk een intern beleid was binnen de gemeente om het “Bosje Kerkewijk” te behouden en te beschermen. In een mail van 29 september 2023 heeft Team Openbaar Beheer en Projecten het volgende gemeld: “Het bosje in zijn geheel is wel een belangrijke ecologisch en waardevol element in uw woonomgeving. In zijn geheel moet het bosje intact blijven. Individueel risicovolle bomen (gevaar voor de omgeving) kunnen wel worden verwijderd.” Deze mail geeft dus ondubbelzinnig aan dat er een beleid van behoud en bescherming van het “Bosje Kerkewijk” binnen de gemeente Veenendaal werd gehanteerd.
In een brief van de gemeente Veenendaal waarin een voorgenomen antwoord op ons handhaving verzoek voor het “Bosje Kerkewijk” wordt gegeven, schrijft de gemeente Veenendaal op 1 augustus 2024 het volgende: “Voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet* werd het groene perceel aan de Kerkewijk inderdaad aangemerkt als houtopstand krachtens artikel 1.1 eerste lid onder c. van de Wet Natuurbescherming. Door de provincie Utrecht is namelijk vastgesteld dat het gebied meer dan 10 are (1000m2) aan bomen, boomvormers, struiken etc beslaat.” (*= 1-1-2024, aanvulling van ons briefschrijvers) Hiermee wordt de status van de bescherming van het “Bosje Kerkewijk” nogmaals bevestigd. Ook op “hoger niveau”, vanuit de landelijke of provinciale wet en regelgeving, is er geen sprake van een ophe ing beleid. Sterker nog, de Eerste Kamer heeft hier uitdrukkelijk een aanvulling gemaakt in de Omgevingswet ten aanzien van Groen en Natuurbescherming. In de “Aanvullingswet natuur Omgevingswet” zoals deze door de Eerste kamer is aangenomen, staat expliciet dat de overgang van de Wet Natuurbescherming naar de Omgevingswet, beleidsneutraal dient plaats te vinden. De Eerste kamer schrijft daarover het volgende: “De integratie van de Wnb krijgt de vorm van een volledige overgang van die wet en de daarop gebaseerde uitvoeringsregelgeving naar de Ow en daarop gebaseerde uitvoeringsregelgeving.
Deze overgang vindt beleidsneutraal plaats, waarbij de systematiek en het karakter van de Ow leidend zijn.” https://www.eerstekamer.nl/wetsvoorstel/34985_aanvullingswet_natuur Ook de provincie Utrecht besteedt in haar Omgevingsvisie uitgebreid aandacht aan binnenstedelijk groen. In hoofdstuk 4 van de Omgevingsvisie provincie Utrecht, wordt dit letterlijk verwoord: “Cultuur en erfgoed bieden bewoners van de provincie ontspannings- en ontmoetingsmogelijkheden. Een herkenbaar landschap zorgt voor een gevoel van ergens thuishoren.” De provincie Utrecht heeft 23 april 2024 een “handreiking oude bosgroeiplaatsen” gepubliceerd. Dit naar aanleiding van een onderzoek door de WENR uit 2021 in opdracht van de provincie. Uit dit onderzoekt blijkt dat oude bosgroeiplaatsen een zeer hoge waarde hebben vooral op bovengrondse en ondergrondse biodiversiteit.
De definitie van een oude bosgroeiplaats is: “Oude bosgroeiplaats: gronden met actueel bos waarop in 1832 een bosgroeiplaats met bos, dennenbos of heide met struiken aanwezig was en waarop sindsdien een bosgroeiplaats aanwezig is geweest, dan wel locaties met actueel bos waarop al meer dan 150 jaar een bosgroeiplaats aanwezig is en die in het informatiebestand als oude bosgroeiplaats zijn aangewezen.” Samenvatting regelgeving Hiermee staat duidelijk vast dat er geen enkele basis is waarop het college van de gemeente Veenendaal, zonder expliciete procedures te hebben doorlopen en door de gemeenteraad dient te zijn goedgekeurd, kan voorsorteren op wijzigingen noch het recht heeft om dit te stellen zonder hiervoor een specifiek en helder beleidsmatige visie te hebben geformuleerd. Daarbij staat vast dat het beleid, wat gecommuniceerd wordt naar de bewoners, wel degelijk gestoeld is op behoud van het “Bosje Kerkewijk” zoals in correspondentie en gesprekken is aangegeven. Bewoners moeten uit kunnen gaan van een consistent en helder beleid van een gemeente en indien daar aanpassingen in plaatsvinden dat deze volgens een democratische weg verlopen en via de hiervoor geldende procedures.
Voortzetting van het beleid was mogelijk geweest door het “Bosje Kerkewijk” bij het vaststellen van het Omgevingsplan extra bescherming te geven. Geschiedenis “Bosje Kerkewijk” in kader van wet en regelgeving en stedenbouwkundige ontwikkeling Ook vanuit het verleden en de ontwikkeling van de wijk Petenbos, kan niet gesteld worden dat er al voorgesorteerd werd op een aanpassing van de bescherming of beschermde status. Bij het chronologisch aflopen van de verkrijging van de grond van de gemeente Rhenen, voor een groot deel van de wijk Petenbos en Salamander, en het daaropvolgende beleid en acties is op geen enkel moment sprake van een aanpassing van de beschermde status. De gemeentelijke grenzen zijn in 1960 veranderd om Veenendaal te laten groeien. In 1961 is de boswet ingevoerd en vanaf dat moment is het “Bosje Kerkewijk” wettelijk beschermd. In 1975 heeft de gemeente Veenendaal grond aangekocht voor de realisatie van de wijk Petenbos. Opvallend is dat toen niet de grond van het “Bosje Kerkewijk” is aangekocht, waaruit te concluderen valt dat dit perceel niet noodzakelijk was voor woningbouw. In deze periode is de naam van de wijk ook bedacht. Zoals eerder aangegeven heeft de naam van de wijk zijn oorsprong naar de eigenaar in 1649 Cornelis Beet. De wijk is dus in de jaren zeventig bedacht met de naam Petenbos wat een verbastering van “Beeten bosch” was.
Op de kaarten van 1961 en 1975 is “Bosje Kerkewijk” duidelijk herkenbaar en ook onveranderd.
Afbeelding 1: situatie 1961 invoering Boswet en 1975 aankoop gronden door gemeente en planperiode wijk Petenbosch. In het oorspronkelijke stedenbouwkundigplan van Petenbos zijn vanaf het begin het Bosje Kerkewijk en de historische houtwallen als beschermde gebieden en groen aangegeven. De woningen die gebouwd zijn aan de “mossen straten” (medio 1985 – 1991) zoals bijvoorbeeld Zijdemos, Rimpelmos, Bronmos, Pronkmos en Puntmos, dienden allemaal zo gebouwd te worden dat er voldoende afstand was van de oude houtwallen om deze te behouden. Deze bewoners is bij de aankoop van de percelen expliciet aangegeven dat alle houtwallen beschermd waren. Ook de woningen aan de Veenmos dienden zodanig gebouwd te worden dat het Bosje Kerkewijk geen schade aan de bouw zou kunnen ondervinden. Het is zelfs aan de kopers van de grond, halverwege de jaren negentig, door de gemeente bevestigd dat het Bosje een beschermd gebied was (toen nog Boswet).
Samenvatting geschiedenis Uit de wijze waarop de gemeente Veenendaal de gronden van Petenbos heeft verkregen valt niet af te leiden dat het “Bosje Kerkewijk” impliciet de beschermde status zou verliezen. Het oorspronkelijke stedenbouwkundige plan had het bosje met de houtwallen juist als waardevolle elementen opgenomen. Nimmer is er sprake geweest van het laten vervallen van de beschermde status. Overige wetgeving punten In de Raadsbrief wordt gesproken over het feit dat het “Bosje Kerkewijk” niet beschermd wordt onder het Bal. In technische zin klopt dat. Het Bal heeft betrekking op gebieden buiten de bebouwde kom. Door de vaststelling van de bebouwingscontourhoutkap op 14-12-2023 heeft de gemeente Veenendaal er voor gezorgd dat het “Bosje Kerkewijk” direct onder de lokale beleidsregels zou vallen. Daarmee heeft de gemeente Veenendaal de mogelijkheid om expliciete regels en bescherming op een houtopstand toe te voegen. Wel heeft de wetgever de “Aanvullingswet Natuur Omgevingswet” op 7 juli 2020 aangenomen waarin het volgende wordt aangegeven: “De integratie van de Wnb krijgt de vorm van een volledige overgang van die wet en de daarop gebaseerde uitvoeringsregelgeving naar de Ow en daarop gebaseerde uitvoeringsregelgeving.
Deze overgang vindt beleidsneutraal plaats, waarbij de systematiek en het karakter van de Ow leidend zijn.” Het expliciet aangeven van een “beleidsneutrale overgang” geeft ook aan dat er geen beleid verandering gekoppeld kan worden aan de overgang van de Wet Natuurbescherming naar de Omgevingswet op 1 januari 2024. Daarnaast is er sprake van overgangsrecht en is er een periode waarin de Wet Natuurbescherming overgaat naar de Omgevingswet. Wij hebben tijdig aangegeven dat er een omissie was ten aanzien van de bescherming van het “Bosje Kerkewijk” en de gemeente Veenendaal heeft voldoende tijd om een aanpassing in de Omgevingsvisie te maken om deze omissie te corrigeren. Bij het voorbereiden van de Omgevingswet heeft de wetgever expliciete voorwaarden gemaakt. Zoals al aangegeven is het beleid bij de invoering van de Omgevingswet niet gericht geweest op het laten vervallen van wettelijke beschermingen, integendeel. De omgevingswet heeft gemeenten het instrument gegeven om specifiekere en lokale status te geven waardoor gerichter beleid mogelijk is. Daarvoor zijn ook instrumenten en criteria aangereikt. In onze eerdere brieven hebben wij al aangegeven dat het “Bosje Kerkewijk” aan alle criteria voldoet om deze extra bescherming ook te verkrijgen. Hiervoor is alle ruimte in de Omgevingswet aanwezig.
Wij hebben ook al eerder aangegeven dat het ontbreken van deze extra bescherming gezien dient te worden als een omissie van het college en de Raad. Wij zijn er ook van overtuigd dat de Raad de extra bescherming zal toewijzen indien het college de Raad had geïnformeerd over de gevolgen van de invoering van de Omgevingswet en de daadwerkelijke wettelijke status van de bescherming van de Wet Natuurbescherming tot 1-1-2024 en de historische, landschappelijke, stedenbouwkundige en natuurwaarde van dit gebied. Bij het Raadsbesluit van 14 december 2023 waarin nog een aantal belangrijke Werkingsgebieden zijn toegevoegd aan het Omgevingsplan, had het “Bosje Kerkewijk” vanwege de tot dan geldende wettelijke bescherming door de Wet Natuurbescherming, opgenomen kunnen worden in een aantal werkingsgebieden. Dat zijn: Werkingsgebied Integrale ensembles Werkingsgebied Landschapswaarden
Werkingsgebied Natuur Werkingsgebied Waarde Ecologie Werkingsgebied Waardevolle bomen Werkingsgebied Stedenbouwkundig ensemble
Samenvatting overige wetgeving De wetgever heeft expliciet aangegeven dat er bij de overgang van de “oude” wetgeving naar de Omgevingswet, sprake diende te zijn van een beleidsneutrale overgang. De gemeente Veenendaal kan zich daarom niet beroepen op het ontbreken van de Bal bescherming. Bij een beleidsneutrale overgang had de gemeente Veenendaal het “Bosje Kerkewijk” een vergelijkbare bescherming in het Omgevingsplan gegeven zoals die ook aanwezige was bij de Wet Natuurbescherming. Proces van verkoop leidend tot leveringsakte Uit het inzetten van een externe deskundige, advocaat, is wel duidelijk geworden dat de akte geen recht toe recht aan heldere overeenkomst was. Normaal gesproken is direct uit een akte en bijlagen alle tot de overeenkomsten behorende afspraken af te leiden. Er wordt gesteld dat de bepalingen uit de overeenkomst niet van toepassing kunnen zijn op het gehele gebied omdat het een klein deel van het perceel betreft. De stelling is onjuist. Op het grotere deel was in de periode van de leveringsakte de Boswet van toepassing. In de leveringsakte wordt een klein deel van het perceel overgedragen wat in die tijd ook onder de bescherming van de Boswet viel. De gemeente Veenendaal heeft dus terecht deze voorwaarden opgenomen zodat voor de nieuwe eigenaar duidelijk was dat dit perceel ook onder dezelfde wettelijke bescherming van de Boswet zou vallen.
Daarmee staat onomstotelijk vast dat niet alleen het kleine maar ook het grote reeds in bezit zijnde perceel beschermd was. Het “Bosje Kerkewijk” en de daaraan verbonden houtwallen behoorden tot een beschermd gebied (Boswet) en de daaraan verbonden houtwallen stonden voor een groot deel op de beschermde bomenlijst uit deze periode en vormden een belangrijk stedenbouwkundig element zoals bleek uit de voorwaarden die gesteld werden aan de bebouwing van de “mossen” straten in Petenbos. In de afgelopen periode zijn er nog andere documenten bij ons beschikbaar geworden. Op dit moment zijn er een drietal documenten gevonden die betrekking hebben om het proces van totstandkoming van de leveringsakte. Besprekingsverslag Commissie Ruimtelijke ordening en Verkeer 26 maart 1992 In dit verslag staat het volgende:
Dit lijkt het begin van een onderhandelproces waarbij de gemeente Veenendaal grond nodig heeft van de heer voor de ontsluiting van de wijk Petenbos. Vervolgens zijn er onderhandelingen gestart waarvan tot nu toe de details niet bekend zijn. In het archief van de gemeente Veenendaal zullen daar meer verslagen van beschikbaar zijn.
Er is een brief van 2 april 1993 aan de heer naar boven gekomen. In deze brief wordt het proces tot goedkeuring van de verkoopovereenkomst beschreven. De voorgenomen grondtransactie zou behandeld gaan worden in de vergadering van 27 april 1993 in de vergadering van de Raadscommissie voor eigendommen. De besluitvorming zou vervolgens plaatsvinden in de Raadsvergadering van 13 mei 1993.
Brief 2 april 1993 over proces van goedkeuring overeenkomst. Op 27 april 1993 heeft de Raadscommissie voor eigendommen plaatsgevonden.
In deze Raadscommissie vergadering wordt duidelijk aangegeven dat, net als bij de overige nog te verkopen bouwpercelen aan andere Veenendalers, de percelen bebouwd dienen te zijn voor 31 december 1996. In de leveringsakte staat echter dat de twee buitenste percelen pas bebouwd hoeven te worden in 2000, zoals de eis van was. De leveringsakte wijkt dus af van het besluit van de Raadscommissie.
Blad 10 leveringsakte met bebouwing uitzondering Verder valt op dat in de brief van 2 april 1993 de heer een stuk gemeentegrond om niet in gebruik krijgt voor het “in staat te stellen uw herten c.a. aan het publiek te tonen”. Het zou hier gaan om een perceel ten zuiden van de woningen Rimpelmos 21/23.
Passage uit brief van 2 april 1993 over stuk grond om niet.
De brief lijkt ondertekend door gemeentesecretaris en . De handtekening is echter niet van burgemeester maar van wethouder (loco-burgemeester). Opmerkelijk is dat gesproken wordt over Rimpelmos 21/23. Nummer 23 op de Rimpelmos bestaat niet. Waarschijnlijk wordt hier Pronkmos 10 bedoeld. Het betre ende perceel bevindt zich tegenover deze beide woningen. Des te opmerkelijker is dat wethouder op dat moment woonachtig was op Het gaat dus om een afspraak over een perceel, direct tegenover de woning van wethouder en er staat een niet bestaand adres in de brief. Daarbij is het eveneens opmerkelijk dat de wethouder en gemeentesecretaris afspraken maken over het om niet ter beschikking stellen van grond aan een bewoner en dat deze grond gebruikt gaat worden voor een publiekelijk/maatschappelijk doel namelijk het oprichten van een dierenkamp ten behoeve van de bewoners. Op basis van de gemeentewet welke in 1993 van kracht was kon uitsluitend door een goedkeuring van de Raad een maatschappelijke functie ingericht worden op gemeentegrond en was het uitgeven van gemeentegrond aan bewoners van Veenendaal ook uitsluitend mogelijk na instemming van de Raad.
Deels is er dus antwoord gekomen op de vragen over de leveringsakte maar er zijn ook meer vragen ontstaan over het verlopen proces en afspraken die zijn gemaakt waarvoor geen goedkeuring van de Raad was of waar de Raad destijds over is geïnformeerd, wat volgens de in deze tijd geldende gemeenteweet wel noodzakelijk was. Verder willen wij nog aangeven dat er in de Raadsinformatiebrief van 27-11-2024 een foutieve datum is aangegeven. De eigenaar van het perceel heeft niet op 12 april 2024 een aanvraag ingediend maar op 12 april 2023. De Raadsinformatiebrief heeft wat ons betreft de vragen niet beantwoord maar onvolledig en deels onjuist. Wij nemen aan dat er verduidelijking zal komen en dat er verdere uitleg zal plaatsvinden. Wij willen nogmaals aangeven dat het college van B&W in samenspraak met de Raad deze kwestie snel kan oplossen door het “Bosje Kerkewijk” de daarbij behorende bescherming mee te geven in de Omgevingsvisie en dit waardevolle stuk van Veenendaal ook voor de toekomstige Veenendalers en volgende generaties te bewaren als een zeer waardevol deel van de leefomgeving. Indien dit plaats vindt is het voor ons niet noodzakelijk om verdere energie in deze cases te stoppen. Met vriendelijke groeten,
Mede namens overige aanwonenden van het “Bosje Kerkewijk” Bijlagen: Mail 29-11-2023; snoeien/kappen en behoud Bosje, Team Openbaar beheer en Projecten Brief 01-08-2024; concept antwoord handhaving verzoek door gemeente Veenendaal Aanvulling Natuur Omgevingswet 7 juli 2020; Eerste Kamer aanvulling natuur Omgevingswet Handreiking oude bosgroeiplaatsen provincie Utrecht 23 april 2024; eerste hoofd pagina’s van het rapport Scans van meerder gemeentelijke archiefstukken over onderhandelproces.