LIS2024.165 Toenemende druk op armoedehulporganisaties - vragen en antwoorden
Tekst van het document
TECHNISCHE VRAGEN – Ingekomen stuk Datum:
5 november 2024
Naam fractie:
CDA
Onderwerp:
Ingekomen stuk (LIS2024.165) van Armoedefonds - Toenemende druk op armoedehulporganisaties
Uit het rapport Impact van Armoede op hulporganisaties in Nederland blijkt: ➢
➢ ➢
Een toenemende druk op lokale armoedehulporganisaties vanwege een stijging in het aantal hulpvragen en een uitbreiding van het soort hulpvragen. Naast hulpvragen gericht op huishoudelijke kosten (zoals boodschappen), kampen met schulden of geen of te weinig financiële buffers hebben, zien hulporganisaties ook meer vraag naar menstruatieproducten, wasmiddel, shampoo en andere verzorgingsproducten. Het aantal organisaties dat aangeeft dat hun voortbestaan op het spel staat, is toegenomen. Een tekort aan vrijwilligers en/of betaald krachten.
Kan het college inzicht geven of en in hoeverre bovengenoemde punten ook voor Veenendaal gelden? Antwoord: In Veenendaal zijn meerdere stichtingen actief op het gebied van armoedebestrijding, noodhulp en schulden. Van onze subsidiepartners hebben we geen concrete signalen ontvangen dat er sprake is van (financiële) zorgen om het voortbestaan. In bredere zijn er signalen dat het vrijwilligerswerk onder druk staat omdat er steeds zwaardere hulpvragen bij vrijwilligers terechtkomen. Er is behoefte aan vrijwilligers in algemene zin. Voor wat betreft de lokale armoedehulporganisaties is er sprake van een toename in het aantal actieve stichtingen en daarmee ook van het aanbod van hulp en ondersteuning in de sociale basis. Met betrekking tot de huishoudelijke kosten zien we bijvoorbeeld dat het Rode Kruis boodschappenbonnen verstrekt aan huishoudens en via het Armoedefonds zijn Kruidvatbonnen beschikbaar voor aangesloten organisaties. Het Armoedefonds stelt gratis menstruatieproducten beschikbaar via Menstruatie Uitgiftepunten (MUP’s). In Veenendaal zijn er drie MUP’s. De gedachte vanuit de wet is dat de bijstandsuitkering bedoeld is voor de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan. De normen van de uitkering worden landelijk vastgelegd. Het college ziet de kracht van de samenleving met betrekking tot de vele initiatieven en vrijwilligers die zich inzetten voor de ander.
Dit brengt ook een uitdaging met zich mee hoe ook dit aanbod inzichtelijk blijft voor de inwoner, vrijwilliger en professional. Door middel van een op te stellen Communicatieplan Armoede in 2025 willen we hier (verder) aan werken zodat de ondersteuning die beschikbaar is, ook bekend is/blijft.