LIS2023.17 Nationale ombudsman en Kinderombudsman - Afschrift brief aan college inzake aanbieding rapport 'Als de overheid niet thuis geeft'
Tekst van het document
nr. LIS2023.17 | Cat. B
kinder ombudsman
0
nationale ombudsman
Retouradres: Postbus 93122, 2509 AC Den Haag
Aan het college van B&W
Geachte college,
Pagina 1/3
Datum
Hierbij ontvangt u het rapport Als de overheid niet thuis geeft... Het betreft een gezamenlijk onderzoek door de Nationale ombudsman en de Kinderombudsman naar de vraag hoe de wetgeving, het beleid en de praktijk van huisuitzettingen van gezinnen zich verhouden tot de mensen- en kinderrechtelijke verplichtingen van de overheid.
24 januari 2023 Onderwerp Aanbieding rapport Ons nummer
Aanleiding onderzoek Met enige regelmaat ontvangen wij klachten en signalen van ouders, kinderen en betrokken professionals over huisuitzettingen van gezinnen. De aard van deze signalen vormde de aanleiding om een gezamenlijk onderzoek in to stellen. Dat onderzoek werd in oktober 2021 aangekondigd en startte in het voorjaar van 2022. De actualiteit van stijgende prijzen voor levensonderhoud, energie en huisvesting, maakte ons onderzoek nog urgenter. Het risico op betaalachterstanden, en daarmee huurachterstanden, is hierdoor immers flink toegenomen.
3756 Contactpersonen Annemarie Tuzgol Laura van den Heuvel
Mensenrechtelijk en kinderrechtelijk toetsingskader We hebben in ons onderzoek gekeken naar de mensenrechtelijke en kinderrechtelijke verplichtingen van de overheid bij huisuitzettingen. Daarbij hebben wij ons onder meer gebaseerd op (internationale) verdragen, General Comments, rapporten van de Speciaal Rapporteur en jurisprudentie. Uit dit kader volgt dat een huisuitzetting moet voldoen aan mensen- en kinderrechtelijke verplichtingen, waaronder de volgende algemene verplichtingen: Een huisuitzetting mag nooit leiden tot dakloosheid en/of andere mensenrechtenschendingen; dit betekent dat een huisuitzetting zoveel mogelijk moet worden voorkomen. Grondoorzaken van een huisuitzetting moeten — als onderdeel van het voorkomen van huisuitzettingen — worden aangepakt. Een huisuitzetting mag pas plaatsvinden als er zicht is op alternatieve adequate huisvesting. Een huisuitzetting mag niet discriminerend zijn. Een huisuitzetting mag alleen plaatsvinden op basis van omstandigheden die bij de wet zijn vastgelegd. De ontwikkeling en het welzijn van kinderen moeten altijd beschermd worden. Ook tijdens het proces van huisuitzetting. Daarnaast geldt nog een aantal specifieke verplichtingen:
Nationale ombudsman Bezuidenhoutseweg 151 2594 AG Den Haag Postbus 93122 2509 AC Den Haag T 070 356 35 63 www.nationaleombudsman.n1
kinderombudsman
De overheid moet voldoende rechtsbescherming bieden aan zowel ouders als kinderen. Hieronder vallen toegankelijke informatie over rechten en plichten en onafhankelijke clientondersteuning en een effectief rechtsmiddel. De overheid is verplicht 'betekenisvol' te consulteren met zowel volwassenen als kinderen. Uitkomsten onderzoek Wij constateren dat huisuitzettingen niet altijd aan mensenrechtelijke en kinderrechtelijke verplichtingen voldoen. Ons onderzoek toont aan dat mensen- en kinderrechtelijke verplichtingen nauwelijks in (lokale) regelgeving en beleid zijn verankerd. Hierdoor is de verwezenlijking van de mensen- en kinderrechten in het huisuitzettingsproces afhankelijk van lokale kennis, keuzes in beleid en inzet van individuele gemeenteambtenaren en hulpverleners. Dat is onwenselijk, omdat dit te vrijblijvend is en kan leiden tot willekeur, ongelijkheid en uitsluiting. Daarnaast is het belang van kinderen gedurende het hele proces van huisuitzettingen onzichtbaar. De ontwikkeling en het welzijn van kinderen die een huisuitzetting meemaken, worden hierdoor onvoldoende beschermd. Uit ons onderzoek blijkt voorts dat, ondanks dat de overheid meer inzet op vroeg signalering bij huisuitzettingen vanwege betaalachterstanden, zij (nog) te weinig doet om huisuitzettingen van gezinnen te voorkomen.
Ook zien we dat vroegsignalering bij andere grondoorzaken, zoals overlast en (drugs)criminaliteit niet op deze manier wettelijk geregeld is. We constateren dat de overheid zich niet houdt aan de verplichting dat huisuitzettingen niet tot dakloosheid mogen leiden. Te vaak wijst de overheid op de 'eigen verantwoordelijkheid' of 'eigen schuld' van deze gezinnen en verzuimt daarbij de eigen zorgplicht in ogenschouw te nemen. Op het gebied van betekenisvolle consultatie en rechtsbescherming zien we dat de overheid haar verplichtingen onvoldoende nakomt. Aanbevelingen In het rapport doen wij aanbevelingen die ertoe moeten leiden dat het huisuitzettingsproces in lijn komt met mensen- en kinderrechtelijke verplichtingen. Deze aanbevelingen doen we aan lokale overheden en de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. De aanbevelingen richten zich onder meer op de positie van kinderen in het huisuitzettingsproces, het regelen van fatsoenlijke alternatieve accommodatie en het verbeteren van de rechtsbescherming en ondersteuning van gezinnen. Publicatie Vandaag, op 24 januari 2023 wordt het rapport Als de overheid niet thuis gee ft gepubliceerd op onze beider websites. Het bijbehorend persbericht treft u eveneens aan in de bijlage bij deze brief.
nationale ombudsman
Pagina 2/3 Ons nummer 3756
kinderombudsman
nationale ombudsman
Pagina 3/3
Ons nummer 3756
Afschrift Wij sturen dit rapport met een aanbiedingsbrief ook de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Een afschrift van deze brief sturen wij tevens naar de gemeenteraad van uw gemeente. Met vriendelijke groet, de Nationale ombudsman en
de Kinderombudsvrouw
Reinier van Zutphen
Margrite Kalverboer
Nieuwsbericht dinsdag 24 januari 2023
Wanneer de overheid niet thuis geeft
Mensen- en kinderrechten van gezinnen onvoldoende beschermd bij huisuitzettingen
Wanneer gezinnen gedwongen uit huis worden gezet, voldoet de overheid niet altijd aan haar mensenrechtelijke en kinderrechtelijke verplichtingen. Hierdoor worden de waardigheid, welzijn en ontwikkeling van volwassen en kinderen geschaad. Dit constateren de Nationale ombudsman en Kinderombudsman na een gezamenlijk onderzoek. Zij hebben hun bevindingen gepubliceerd en per brief gedeeld met Minister De Jonge voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en gemeenten in Nederland. Ook doen zij aanbevelingen om de situatie te verbeteren. Met regelmaat ontvangen de ombudsmannen klachten en signalen van ouders, kinderen en betrokken professionals over huisuitzettingen van gezinnen. Zij zijn daarom vorig jaar een onderzoek gestart naar de verplichtingen van de overheid en de knelpunten die gezinnen hierbij ervaren in de praktijk. Dakloos ondanks verbod Het recht op behoorlijke huisvesting is een fundamenteel mensenrecht. Toch kunnen gezinnen uiteindelijk uit huis worden gezet vanwege huurachterstand, overlast of (drugs)criminaliteit. Als dit gebeurt, moet er wel aan mensen- en kinderrechtelijke verplichten worden voldaan. Zo is het verboden dat gezinnen dakloos worden door een huisuitzetting. Ook moeten het welzijn en de ontwikkeling van kinderen tijdens het proces beschermd worden. De overheid heeft de plicht om ervoor te zorgen dat er aan deze rechten voldaan wordt.
Toch concluderen de ombudsmannen dat dit niet altijd gebeurt. Nationale ombudsman Reinier van Zutphen: "Ik zie dat er mensen dakloos dreigen te raken nadat ze hun huis uit zijn gezet en zelf verantwoordelijk worden geacht om nieuwe huisvesting te vinden. Als er wel hulp komt van gemeenten, belanden gezinnen vaak langdurig in allerlei tijdelijke woonoplossingen. Dan wordt hun leven overleven en kunnen zij niet aan hun toekomst werken. Deze mensen ervaren enorm veel stress en zijn dan feitelijk dakloos. De overheid realiseert zich dit onvoldoende en voldoet daarmee niet aan haar zorgplicht."
Nieuwsbericht
Pagina 1/2
Verplichtingen onvoldoende verankerd in regelgeving De ombudsmannen concluderen dat rechten en verplichtingen uit internationale verdragen onvoldoende verankerd zijn in regelgeving en beleid. Er is nog te veel afhankelijk van lokale kennis, keuzes in beleid en de inzet van individuele gemeenteambtenaren en hulpverleners. De ombudsmannen noemen dit onwenselijk en wijzen erop dat deze vrijblijvendheid kan leiden tot willekeur, ongelijkheid en uitsluiting. Volgens Kinderombudsvrouw Margrite Kalverboer zijn kinderen bij huisuitzettingen onzichtbaar. Kalverboer: "Er wordt nooit met kinderen gepraat, ze krijgen geen ondersteuning en ze worden niet voorbereid op wat de toekomst gaat brengen. Juist voor kinderen is de impact van huisuitzettingen enorm. We weten hoe belangrijk het is voor kinderen om in een stabiele en veilige omgeving op te groeien. Zij zouden dus extra goed beschermd moeten worden." Extra stappen op goede weg De ombudsmannen zien ook dat er al wel stappen in de goede richting worden gezet. In de afgelopen jaren is ingezet op vroegsignalering van betaalachterstanden waardoor huisuitzettingen kunnen worden voorkomen. Tijdens de coronacrisis was er een huisuitzettingsverbod. Reinier van Zutphen: "Vroegsignalering helpt, maar is slechts een deel van de puzzel.
De Kinderombudsman en ik roepen Minister De Jonge voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening dan ook op om extra stappen te zetten. Er moet op basis van een mensen- en kinderrechtentoets nieuw beleid en wetgeving komen waarbij de impact op sociale grondrechten centraal staat. Dit zal onder andere moeten leiden tot de verplichting van gemeenten om te zorgen voor behoorlijke alternatieve huisvesting en tot beleid voor gemeenten en woningcorporaties dat voorschrijft hoe je ouders en kinderen goed betrekt en informeert rondom en tijdens een huisuitzetting. Huisuitzettingen zullen altijd een nare ervaring zijn, maar de overheid speelt een cruciale rol bij het borgen van de toekomst van deze gezinnen."
Noot voor de redactie Neem voor meer informatie contact op met: Nationale ombudsman: Bram Inklaar 06- 21 94 77 98 B.inklaar@nationaleombudsman.nl en Kinderombudsman: Carla van Lomwel 06- 52 59 53 07 Carla.vanLomwel@kinderombudsman.nl Kijk voor meer nieuws, rapporten en achtergrondinformatie op www.nationaleombudsman.nl.
Nieuwsbericht
Pagina 2/2