LIS2022.215 VPPG (Onafhankelijke vakbond voor raadsleden) - Brief inzake uitspraak zaak raadslid Peters
Tekst van het document
nr. LIS2022.215 Cat. B
Griffie Van: Verzonden: Aan: Onderwerp:
fonsgreetzinken <fonsgreetzinken@ziggo.nl> namens fons.zinken@vppg.nl dinsdag 22 november 2022 13:06 info@vppg.nl brief aan griffiers in gemeenteland
Utrecht, 21 november 2022
Geachte griffier, Het bestuur van de VPPG heeft in de brief van 14 oktober jl. aandacht gevraagd voor de uitvoering van het Besluit van 20 juni 2014 tot wijziging van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden en van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers geldend van 01-01-2019 t/m heden. Op 20 oktober 2022 heeft de Rechtbank Limburg uitspraak gedaan in de zaak tussen raadslid Har Peters van de gemeente Echt-Susteren en de raad van deze gemeente (bijlage) De rechter boog zich over de volgende vraag: “Is de gemeenteraad bevoegd om op het verzoek om vergoeding van de contributie aan de VPPG te beslissen?” Gemeenteraad Echt-Susteren De raad had al in november 2016 besloten dat het Rechtspositiebesluit 2014 in strijd is met artikel 95 lid 2 Gemeentewet. Op basis van dit artikel zou de raad uitsluitend bevoegd zijn regels te stellen waar het gaat om de financiële voorzieningen aan raadsleden. De raad had toen al geen boodschap aan het advies van de bezwarencommissie die aangaf dat de raad onbevoegd is. Overigens voldeed het raadsvoorstel ook niet aan de artikelen 169 lid 1, 170 lid 1d en 180 lid 2 van de Gemeentewet. Landelijk een veel gehoorde klacht dat de raad onvoldoende wordt geïnformeerd bij de besluitvorming. De VPPG is in 2016 tegen dat raadsbesluit in beroep en hoger beroep gegaan.
Zowel de Rechtbank Limburg als de Raad van State hebben toen besloten de zaak van de VPPG niet in behandeling te nemen. Zij kozen voor machtsbescherming in plaats van rechtsbescherming vergelijkbaar met de toeslagenaffaire. Blunder Nederlandse Vereniging voor Raadsleden (NVvR) Op 16 december 2019 verzocht raadslid Peters het college van B&W om op basis van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers de contributie rechtstreeks over te maken naar de onafhankelijke beroepsvereniging VPPG. Het college verwees het verzoek naar de raad en die weigerde opnieuw de contributie aan de VPPG te betalen. Daarbij wees de raad naar het herziene Rechtspositiebesluit van januari 2019. Ook baseerde de grootste fractie zich op het advies van de aan de VNG gelieerde NVvR: “Het raadsvoorstel klopt”. Het verzoek van de VPPG om deze blunder te herstellen werd door de NVvR geweigerd. Kwalijke rol minister en VNG De uitspraak van de Rechtbank Limburg laat zien dat heel veel gemeenteraden al sedert 2014 in strijd hebben gehandeld met het Rechtspositiebesluit. Ook is hiermee pijnlijk blootgelegd de kwalijke rol van de minister van BZK en het bestuur van de VNG. Zij weigerden immers de beslissing van de Rechtbank Noord-Nederland in de twee zaken tegen het College van B&W 1
Weststellingwerf te erkennen. Zij maakten bekend dat er een nieuw besluit zal volgen waarbij de eisen aan een beroepsvereniging stringenter worden geformuleerd om de VPPG te ontmantelen. Dat nieuwe Rechtspositiebesluit van januari 2019 is in strijd met het gelijkheidsbeginsel en de vrijheid van vereniging zoals in de brief van 14 okt. jl. is verwoord. Het maakt de bedoeling van de minister en de VNG overduidelijk namelijk de lokale partijen ontmoedigen en afdelingen van de landelijke partijen versterken. Een ernstig politiek feit dat helaas door veel griffies niet onderkend werd. Raadsleden hebben geen enkele bemoeienis met de vrijheid van de collega’s om zelf een keuze te maken voor een beroepsvereniging. De onafhankelijke VPPG is een beroepsvereniging Allereerst is naar het oordeel van de Rechtbank Nederland Noord van belang dat de VPPG voldoet aan de in het normale taalgebruik gebruikte betekenis van de term 'beroepsvereniging'. In het woordenboek Van Dale wordt 'beroepsvereniging' omschreven als een vereniging van personen die eenzelfde beroep uitoefenen. De vereniging bestaat blijkens haar statuten uit leden die allen het beroep van raadslid uitoefenen. Dat de VPPG zich met name richt op raadsleden die lid zijn van een lokale politieke partij maakt dit niet anders.
Daarbij is relevant dat de politieke kleur van de lokale politieke partij voor het lidmaatschap niet van belang is. Er is geen gemeenschappelijk programma en er zijn geen gemeenschappelijke standpunten. Anders dan verweerder (College B&W Weststellingwerf) meent is daarom naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van een politieke organisatie. Met andere woorden, de VPPG is een beroepsvereniging. Dus niet wat de minister en de VNG beweerden een politieke partij. Advies Nu het nieuwe verenigingsjaar 2023 nadert raden wij u aan om zorgvuldig om te gaan met de wensen van ieder raadslid over hun persoonlijke keuze voor belangenbehartiging en ondersteuning via een beroepsvereniging. Op 31 december 2020 waren 4181 raadsleden collectief en 270 individueel aangemeld bij de NVvR. Hier is niet alleen sprake van strijd met het Rechtspositiebesluit maar vooral een ongelijke behandeling met flinke financiële gevolgen voor de VPPG. Met vriendelijke groet, Namens het bestuur, Fons Zinken, wetenschappelijk bureau VPPG info@vppg.nl PS: Het bestuur gaat ervan uit dat deze brief en de uitspraak op de lijst van ingekomen stukken wordt geplaatst en liefst ook besproken wordt in het presidium.
2
de Rechtspraak Rechtbank Limburg
~ I \ ,\ :'\TEh'.E:-.E:\ 1 1PER POSTI 1D IA I L
De heer ing. A.J.G . Zi nken Onafhankelijke vakbond voor raadsleden VPPG Maasbrachterweg 81 6 101XV Echt
Bestuursrecht
bezoekadres Willem Il Singel 67 6041 HR Roermond
datum onderdeel contactpersoon doorkiesnummer ons kenmerk
'.W oktober 2022 Zittingsadministratie mevr N. P.L.M . Wijnands 088-36 1 16 55 zaaknummer RO E 20 / 3262 BE LU LE
uw kenmerk bijlage(n) onderwerp
het beroep van H.J.J . Peters te Susteren
correspondentieadres Postbus 950 6040 AZ Roermond t 088-361 22 22
www rechtspraak nl
Bij bea ntwoording de datum en ons kenmerk vermelden. Wilt u slechts één zaak in uw b rief behandelen
Geachte heer. Over hel beroep met zaaknummer ROE 20 I 3262 BE LU LE deel ik u hel volgende mee. De recht bank hee ft uitspraak gedaan. Ik stuur u een kopie an de uitspraak. Indien in deze uitspraak \\ Ordi vernezen naar een uitspraak met een EC U-nummer. is de tekst van de betrelTende uit praak onder dat nummer gepubliceerd op '''' \\ .rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak staat voor een belanghebbende en het bestuu r orgaan hoger beroep open. Dil dient te worden ingesteld binnen zes weken na de datu m van verzending van deze ui tspraak door een beroepschrift en een kopie van deze uitspraak te zenden aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Postbus 200 19. 2500 EA Den Haag. l n uw beroepschri ft moet u vermelden waarom u het niet eens bent met de uitspraak. U kunt ook digitaal hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechts praak van de Raad van tate. Kij k op '''' \\.raadvanstate.nl voor meer informatie over het indienen van digitaal beroep. Als u naar aanleiding van deze brief vragen hebt. kunt u contact opnemen met de admin istratie van de rech tbank op hel hierboven vermelde doorl-.iesnummer. A1 u de recht ban!-. belt of chrij ft. erzoek ik u hel zaak nummer te vermelden. l loogachtend.
BE021
Uw persoonsgegevens en indien van 1oepass1ng die van uw ci1en1 worden voor zover nodig voor een goede prooesvoenng verwerkt In de registratiesystemen van de Rechtspraak
uitspraak RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Roennond Bestuursrecht zaaknummer: ROE 20/3262 uitspraak van de enkelvoudige kamer van
2 0 OKT 70?.2
in de zaak tussen
H.J.J. Peters. uit Susteren. eiser (gemachtigde: ing. A.J.G. Zinken). en de raad van de gemeente Echt-Susteren (de raad), (gemachtigden: mrs. M.M. W.H.Y Hennans en R.M.M. Engelen).
Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser dat gericht is tegen het besluit van de raad op zijn verzoek om vergoeding van de contributie voor het lidmaatschap over hetjaar 2019 van de VPPG'. 1. 1. Met het bestreden besluit van 4 november 2020 op het bezwaar van eiser is de raad bij dat besluit gebleven. 1.2. De rechtbank heeft het beroep op 7 september 2022 op zitting behandeld. Hieraan hebben als partij deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigden van de raad.
Totstandkoming van het besluit 2.
Eiser is gemeenteraadslid in de gemeente Echt-Susteren en hij is lid van de VPPG.
2.1 . Bij e-mailbericht van 16 december 2019 heeft eiser het college' verzocht om vergoeding van de contributie voor het lidmaatschap over hetjaar 2019 van de VPPG. 2.2. Bij besluit van 26 februari 2020 (het primaire besluit). verzonden op 27 februari 2020, heeft de raad het verzoek van eiser afgewezen. 2.3. Bij het bestreden besluit heeft de raad het het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.
1
Vereniging voor Plaatselijke Politieke Groeperingen .: Het college van Burgen1eester en Wethouders
zaaknummer: ROE 20/3262
2
Beoordeling door de rechtbank 3.
De rechtbank beoordeelt of de raad zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat zij
bevoegd is om op het verzoek van eiser om vergoeding van de contributie voor het
lidmaatschap over het jaar 2019 \an de VPPG. te beslissen. De rechtbank doet dit aan de hand van de argumenten die eiser heeft aangevoerd. de beroepsgronden. 3.1. Naar het oordeel van de rechtbank is het beroep van eiser gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. 3.2. De voor de beoordeling van het beroep belangrijke wet- en regelgeving is te vinden in de bijlage bij deze uitspraak. Is de racul he\'oegd 0111 op eisers verzoek 0111 rergoeding van cie contributie te hes!issen?
4. Eiser betwist dat de raad bevoegd is om op zijn verzoek om vergoeding van de contributie voor de VPPG te beslissen. Volgens eiser is het college hiertoe bevoegd. Hij ziet zich in zijn standpunt gesteund door de opinie van A.C.Q. Tak' van 3 mei 2016. Ook de commissie voor de bezwaarschriften heeft al in 2016 aangegeven dat de raad niet bevoegd is. Eiser wijst verder op artikel 3.3.4 van het Rechtspositiebesluit' en de toelichting daarop. 5. Door de raad \\Ordt niet bestreden dat het college op grond van artikel 3.3.4 van het Rechtspositiebesluit bevoegd zou zijn om op eisers verzoek te beslissen. maar dit verdraagt zich naar de mening van de raad niet met het duale stelsel zoals dat met de i1merkingtreding van de Wet dualisering gemeentebestuur in de Gerneente\\et is verankerd. Volgens de raad
is de ministeriële Rechtspositieregeling op dit punt in strijd met een wet in formele zin \\aardoor deze regeling toepassing 1nist. Gelet hierop is de raad en niet het college bevoegd 0111 op de aanvraag van eiser te beslissen. De raad baseert zijn bevoegdheid op artikel 95 van
de getneente\vet.
5.1. Ter zitting heeft de raad toegelicht dat de raad gaat over geldelijke voorzieningen en over de rechtspositie van de raadsleden. Deze worden bekostigd uit het raadseigen budget. Zowel de raad als het college beschikt over een aparte begroting. Het betreft in dit geval een aanspraak op vergoeding van de contributie voor een beroepsvereniging. Gelet op het dualistische stelsel zou het vreemd zijn als het college hierop - in weerwil van de raad - zou beslissen. aldus de raad. 6.
De rechtbank overweegt als volgt.
7.
Uit artikel 95. tweede lid. van de Gemeentewet volgt dat de raad bij \erordening
regels kan stellen o\er de tege1noetko1ning in of vergoeding van bijzondere kosten en over
andere voorzieningen die verband houden met de ven ulling van het lidmaatschap van de raad. Ter zitting heeft de raad erkend dat van een dergelijke verordening bij de gemeente Echt-Susteren geen sprake is.
' En1eritus hoogleraar staats- en bestuursrecht 1
Rechtspositiebesluit decentrale politieke a1nbt:odragers
zaal-nummer: ROE 2013262
3
8. Op grond \an artikel 95. \ ierde 1id van de Gemeente\\ et kunnen \ erordeningen \\Orden va tgesteld bij of krachten algem ene maatregel van be tuur te stellen regels. Tw. en partijen i niet in geschi l dat hienan in dit ge\ al prake i , en ''el in het Rechtspo itiebesluit en meer in het bijzonder artikel 3.3.-l. In dit artikel i e\.pliciet bepaald dat het co llege be\ ocgd is 0111 op het verzoek 'an een raad siid tot "ergoeding \an de contributie 'oor hel 1id maatschap \an een beroeps\ ereniging te beslis en. Dat artikel 3 .3..f. zoal de raad telt, in trijd zou zijn met artikel 95 \an de Gemeente\\ el \ olgt de rechtbank niet. Gelet op de bewoordingen \an artikel 95 \an de Gemeente"et is hierin niet bepaald dat beslissingen O\ er onko tem ergoedingen aan raad leden enkel aan de raad zijn voorbehouden.
8.1 . Daarbij O\ ern eegt de rechtbank dat nog los van de Haag of de achterliggende gedachte dat de \1 el dualisering gemeentebe tuur voldoende i om dat deel van de algemene maatregel \an be tuur buiten "' erking te stellen. dil geen strijd ople' ert met het dual i me "ant de aanspraak op \ ergoed ing 'an de contributie taat va t5 • De be\ oegde instantie. te \\eten het college, dat hierop dient te beslis en heeft geen beleidsruimte en kan op dit punt geen belangenafo eging maken . Er moet ' oldaan zijn aan de in het Rechtsposi tiebesluit genoemde criteria. Dat er tussen partijen discussie bestaat O\ er deze criteria betekent niet dat deze criteria geen objectief karakter hebben. Op dit punt bestaat geen ruimte voor politieke afoegingen. Er is prai..e van een uitvoering be lis ing6 van het college en dat is naar het oordeel ' an de rechtbank niet in trijd met hel duali me. Co nclu ic e n ge' olgcn
9. l let beroep i'> gegrond . De beroepsgronden die eiser heeft ingediend tegen de be' oegdheid 'an de raad om op het comributie' erzoei.. te besli en. lagen namelijk. De rechtbank Lal daarom het be treden besluit 'ernietigen en het primaire besluit herroepen . l let college 1al opnicu\\ (alo;nog) op ei ers \cr/oek om \ergocding \Uil de contributie \OOr de VPPG dienen te beslissen. Aan een be~prei..ing 'an de O\ cri ge beroep gronden' an ei er i..omt de rechtbank niet meer toe . 10.
Omdat het beroep gegrond i . moet de raad het gri nierechl \ ergoeden .
1 I. De rechtbank veroordeelt de raad verder in de door eiser gemaakte procesi..osten. Deze i..osten stelt de rechtbani.. op grond \an het Besluit proce i..o ten bestuur recht voor de door een derde beroep matig 'erleende recht bijstand 'ast op E 1.518.- ( 1 punt' oor het indienen 'an het beroepschrift. 1 punl ' oor hel 'erschij nen Ier zin ing, met een \\aarde per punt \an E 759.- en een \\eging factor 1).
~ Zie de toelichting bij anil-el J.34 'an het Rechtspositiebesluu L11:
de tod1chung b1J arnl-d .3 ..3 A \<lil het Rt:chtspos1111:bc::.lu11
4
zaaknummer: ROE 20/3262
Beslissing De rechtbank: verklaart het beroep gegrond: vernietigt het bestreden besluit: herroept het primaire besluit: bepaalt dat er opnieuw op de aanvraag van eiser beslist moet worden. met inachtneming van het gestelde in deze uitspraak: draagt verweerder op het betaalde griffierecht van€ 178,- aan eiser te vergoeden: veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser wegens verleende rechtsbijstand tot een bedrag van€ 1.518,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G. Leijten, rechter, in aanwezigheid van mr. D.S.A. W. Raes, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 2 0 OKT 202?
griffier
rechter
de /!.rif}ier is rerhinderd de'::e
ui1s11raak te 011llertekene11
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
2 0 OKT 2022
Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
zaaknummer: ROE 20/3262
5
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving Gemeentewet Artikel 95 1.
De leden van de raad en de leden van de raad aan wie ingevolge artikel X 10 van de Kieswet ontslag is verleend wegens zwangerschap en bevalling of ziekte ontvangen een bij verordening van de raad vast te stellen vergoeding voor hun werkzaamheden en een tegemoetkoming in de kosten.
2.
De raad kan bij verordening regels stellen over de tegemoetkoming in of vergoeding van bijzondere kosten en over andere voorzieningen die verband houden met de vervulling van het lidmaatschap van de raad.
( .. )
4.
De verordeningen, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden vastgesteld overeenkomstig bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels.
Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers Artikel 3 .3 .4 Indien een raadslid. een wethouder of de burgemeester als zodanig lid is van een voor ieder raadslid. iedere wethouder of iedere burgemeester toegankelijke. landelijk georganiseerde beroepsvereniging die blijkens haar statuten deskundigheidsbevordering of belangenbehartiging van de functie van raadslid, wethouder of burgemeester ten doel heeft of mede ten doel heeft. wordt de contributie van die beroepsvereniging ten laste van de gemeente vergoed. tenzij het college van burgemeester en wethouders van oordeel is dat de activiteiten van de vereniging onvoldoende invulling geven aan het in de eerste volzin bedoelde doel.