LIS2021.5 Regio Foodvalley Verslag Raadsbijeenkomst 25 november RES Foodvalley
Tekst van het document
LIS2021.5 CAT.B
Online informatiebijeenkomst RES Foodvalley Verslag 25 november 2020
Het proces tot de RES 1.0 De route van de concept RES naar de RES 1.0 begon in mei 2020 met de concept-RES. Die is voor 1 oktober besproken in alle gemeenteraden, Provinciale Staten en Algemeen Besturen van de waterschappen en daarna ingediend bij het Rijk. Eind maart 2021 wordt het concept voor de RES 1.0 voorgelegd aan het Stakeholderoverleg. De maanden daarna vindt besluitvorming plaats. Uiterlijk 1 juli wordt de RES 1.0 aangeboden aan het Rijk. Het bod dat is beschreven in de concept-RES is 0,75 TWh, met een ambitie van 1,0 TWh. De komende maanden werken we aan het concretiseren van de zoekgebieden en locaties voor wind en zon, en de opgave en onderbouwing daarvoor per gemeente. Daarnaast werken we aan de koppeling met andere opgaven, waarden en kwaliteiten. Samen met netbeheerders kijken we ook naar de meest efficiënte manieren om het opwekken van duurzame energie te verwezenlijken. De juiste verhouding wind/zon is daarbij erg belangrijk. De Raden, Staten en AB-leden worden betrokken bij het proces tot de RES 1.0 Op 25 november zijn verschillende inhoudelijke thema’s en uitdagingen besproken en is er verdieping gezocht. In februari 2021 wordt de 70% versie van de RES 1.0 gepresenteerd en vragen we u om feedback. Op 19 mei 2021 vindt de uitwisseling van moties en reacties tussen Raden, Staten en AB-leden plaats.
Het vaststellen van RES 1.0 Oproep met name aan de raadsleden: gelet op de ervaringen bij de concept-RES graag op tijd het vaststellingsschema afspreken in de gemeenteraden, Provinciale Staten en AB’s van de waterschappen.
Het burgerforum en de online raadpleging Waarom inwoners regionaal betrekken? We willen inwoners betrekken bij het uitwerken van de RES, want: • Energie opwekken houdt niet op bij de gemeentegrens. • Individuele inwoners zijn vaak niet georganiseerd, zoals bijv. maatschappelijke partijen of marktpartijen dat vaak wel zijn. • Het belang van inwoners is één van de belangen om ook nadrukkelijk mee te nemen. Daarom zijn in het Stakeholderoverleg twee stoelen vrijgehouden om de belangen van inwoners in te brengen. Hoe zijn de leden van het Burgerforum geselecteerd? Allereerst is een brief met uitnodiging gestuurd aan 5000 adressen over alle 8 gemeenten verdeeld. Deze adressen zijn ‘random’ vanuit het bevolkingsregister geselecteerd: niet gestuurd door wie of wat
dan ook. Uit 100 aanmeldingen zijn 20 inwoners geselecteerd. De deelnemers zijn gekozen volgens evenredige verdeling naar geslacht, leeftijd, opleidingsniveau, geografische verspreiding en de grootte per gemeente. Het burgerforum adviseert vanuit de belangen van de inwoners van de regio. Twee leden van het burgerforum nemen deel aan het Stakeholderoverleg. De leden van het burgerforum hebben daarmee geen specifiek mandaat van inwoners, maar ze baseren zich in hun advisering op een virtueel mandaat, namelijk de uitkomst van een waarden- en belangenpeiling onder een representatief deel van de bevolking, waarbij ze niet alleen op meerderheden afgaan. Een advies is van het burgerforum, niet van anderen namens wie ze zouden spreken. Kortom, een vorm van participatieve democratie door niet gekozenen. Hoe werkt een burgerforum? Een burgerforum stelt een advies op vanuit de inwoners van de regio. Met dit advies leveren zij rechtstreeks input: - Aan het werk in de studieopdrachten; - In het Stakeholderoverleg. Om dit te doen, hebben de leden van het burgerforum kennis nodig. Allereerst kennis over de inhoud. Die doen zij op door mee te doen in de studieopdrachten. Waar aanvullende kennis nodig is, reiken we die aan. Ook krijgen de leden een training over het werken met de Mutual Gains Approach.
Daar ervaren zij hoe het is om met elkaar te overleggen vanuit belangen in plaats van standpunten. Dat is belangrijk in verband met hun rol in het Stakeholderoverleg. Minstens zo belangrijk is dat het burgerforum kennis nodig heeft over wat er leeft onder inwoners. Daarom is er een raadpleging onder inwoners. De raadpleging bestaat uit een online vragenlijst. De vragen gaan niet over hoeveel zon of wind men op een bepaalde plek wil of waar men voor of tegen is. We vragen juist naar zorgen, motivaties en belangen. De vragenlijst is ook informerend: onder andere over het lokale en regionale beleid. De vragenlijst staat open van 8 december t/m 10 januari. Helpt u mee de vragenlijst te verspreiden op 8 december? Dat kan door te verwijzen naar de website resfoodvalley.nl. Wat kunt u als volksvertegenwoordiger hiermee? De wetenschap dat het belang van individuele inwoners direct is meegenomen in het uitwerken van de concept-RES naar de RES 1.0. Daarnaast is het advies van het Burgerforum voor u als volksvertegenwoordiger interessant. Het levert kennis over de aspecten die inwoners belangrijk vinden. Die kennis kunt u meenemen bij het afwegen van alle belangen in het besluit over de RES 1.0. Tot slot helpen inzichten en argumenten uit de raadpleging u, om vragen van inwoners te beantwoorden over afwegingen en keuzes die u maakt over de RES 1.0.
2
Vragenronde •
De regiocommissie heeft geadviseerd om drie burgers per gemeente te selecteren, dus in totaal 24 burgers. Waarom zijn er 20 burgers geselecteerd? Is het nog steeds een correcte representatie? Gemeenten hebben verschillende inwonersaantallen. Deze hiervoor geschetste methode van selectie zorgt voor een eerlijker verdeling dan bijvoorbeeld ‘drie afgevaardigden per gemeente’. Daarnaast is 20 personen wel een maximum aantal waarbij met elkaar goede gesprekken gevoerd kunnen worden over het advies dat de leden van het burgerforum met elkaar gaan maken.
•
Tot wanneer kan de RES 1.0 aangepast worden? Op 25 maart is het laatste Stakeholderoverleg waarin het eindconcept besproken wordt zodat in april en mei de besluitvorming kan plaatsvinden.
•
Worden de mogelijkheden van lokale gelijkstroomnetwerken onderzocht? We staan open voor innovaties die ons helpen minder energie te verbruiken, energie op te wekken en opgewekte energie aan te sluiten. Al deze innovaties hebben we straks hard nodig. Maar de focus in deze RES ligt op het realiseren van opwekmogelijkheden.
Vanuit de redeneerlijnen zijn de minst gevoelige bestemmingen gekozen (restlocaties, parkeerplaatsen etc.). Hierdoor kan spanningsproblematiek ontstaan op het net. De verzwaring van het net door netbeheerders brengt hoge maatschappelijke kosten met zich mee. Initiatieven moeten gebundeld worden om het maakbaar te houden. Er moet regie aangebracht worden in de volgorde van ontwikkeling.
3
•
Hoe zijn de lasten over de verschillende gemeentes verdeeld? Fair share: de manier waarop wordt samengewerkt in de Stuurgroep en het Stakeholderoverleg, maakt dat er ruimte is voor verschillen in het proces. De gemeenten hebben met elkaar afgesproken te leveren naar maximaal vermogen. De verhoudingen tussen de gemeenten zijn goed, waardoor zij elkaar kunnen aanspreken op de gemaakte keuzes. De potentie energie-opwek op daken en langs infrastructuur wordt in beeld gebracht met de RES.
•
Hoe verschilt de vertegenwoordiging van inwoners door bestuurders van de vertegenwoordiging door het burgerforum? De stem van inwoners verschilt van die van bestuurders, omdat bestuurders meerdere belangen moeten afwegen (representatieve democratie). Het burgerforum brengt het belang van de individuele inwoner in (participatieve democratie). Het burgerforum wordt gevoed door kennis uit de online vragenlijst onder inwoners.
•
Hoe wordt de samenhang tussen verschillende onderwerpen gewaarborgd? De gebiedsgerichte studieopdrachten en bijbehorende ateliers zorgen ook voor een integrale
aanpak. De vier werkgroepen (belemmeringen, omgevingsbeleid, netcapaciteit, lokaal eigenaarschap) brengen wethouders bij elkaar om de verschillende beleidsterreinen aan elkaar te koppelen en meekoppelkansen te zoeken.
Afsluiting In digitale deelsessies is gesproken over een aantal belangrijke thema’s om het werk aan de RES 1.0 goed uit te kunnen voeren. De thema’s werden geïntroduceerd door een expert, waarna de discussies werden gemodereerd. Na de deelsessies zijn in de plenaire terugkoppeling ‘krantenkoppen’ met elkaar gedeeld, die de lading van de gesprekken dekken. De verslagen van de deelsessies vindt u hieronder. Frans Evers bedankt de Raadsleden, leden van de Provinciale Staten en leden van Algemeen Besturen van de Waterschappen voor hun komst en bijdragen. De volgende bijeenkomst van Raden, Staten en AB-leden vindt plaats op 10 februari 2021.
DEELSESSIES De inleidende presentaties van de deelsessies zijn te bekijken in de bibliotheek op de website onder het kopje 25 november 2020.
Netwerkcapaciteit In de inleidende presentatie van Jack van der Pers (Alliander) werden veel interessante onderwerpen besproken. De discussie werd gemodereerd door Wouter Verduyn (Energie-Nederland). • Opbouw en werking elektriciteitsnetwerk van hoofspanningsnet tot huisaansluiting; • Taak en investeringsmogelijkheden netwerkbeheerders; • Mogelijkheden aansluiting duurzame energie-opwek op elektriciteitsnet; • Effect korte en lange termijn capaciteitsvraag duurzame energieopgave Regio Foodvalley op bestaande net en kosten; • Mogelijkheden van Netwerkbeheerders tot verhogen bestaande netwerkcapaciteit; • Optimale mix grootschalige opwek van duurzame elektriciteit door wind en zon; • Globale verkenning gebieden met passende netwerkcapaciteit voor de concept-RES. De presentatie wekte veel vragen op over de interpretatie van de huidige netcapaciteitskaarten, de kosten, nationale afspraken over netimpact en over het gebied dat grenst aan de Regio Foodvalley. Daarnaast was er nieuwsgierigheid naar de voordelen van het combineren van wind en zon en in welke verhouding de combinatie het meest efficiënt zou zijn. Gelijke behandeling van aansluitverzoeken, de eventuele verkenning van gelijkstroom en de zoeklocaties van windmolens zijn ook besproken. De krantenkop: “Groene stroom een kwestie van goed verbinden,”
4
Want het betreft niet alleen de techniek van het elektriciteitsnet, maar ook de samenwerking van bewoners en andere partners in de energietransitie.
Netwerkcapaciteit Roland Vink (Stedin) gaf een presentatie over het toewerken naar een RES 1.0 die maakbaar, planbaar en systeemefficiënt is. Het gesprek werd gemodereerd door Jos Pierey (RES Regio Foodvalley). • Maakbaar: er werd uitgelegd dat de schaalgrootte van een wind- of zonproject bepaalt op welk deel van het net het wordt aangesloten. Op middenspanningsringen, die vol kunnen zitten met een paar projecten, of op stations, waar meer transportcapaciteit beschikbaar is. Het uitbreiden van middenspanningsringen kost tijd en geld. De aanbeveling is om dicht bij stations te blijven met duurzame opwek-projecten, zodat de aansluiting goedkoop en snel kan plaatsvinden. • Planbaar: het is belangrijk om de netbeheerder tijdig te informeren over projecten, om de netuitbreiding op tijd te realiseren. • Efficiënt: wind en zon kunnen op dezelfde kabel aangesloten worden en pieken kunnen begrensd worden op bijvoorbeeld 70% van de maximale opwek. Er werd ook dieper ingegaan op de ambities en concrete plannen per gemeente. Netbeheerders zijn bij de RES betrokken en ondersteunen bij keuzes over netuitbreidingen en systeemefficiënte locaties. Een schets van de ideale situatie waarin een maximale hoeveelheid energie wordt opgewerkt in het bestaande netwerksysteem is een verhouding van ongeveer 50:50. Daaruit volgt een verhouding duurzame opwek van 3:1 voor wind versus zon.
Bijvoorbeeld: 5 MW windturbine met 5 MW zon, zorgt voor maximale duurzame energie. In deze verhouding levert de windturbine ruim drie keer meer energie op dan zon. De krantenkop: “Netwerk(en) is nodig.” Niet alleen de techniek, maar intensieve samenwerking is nodig voor een succesvolle energietransitie.
Bijdrage van elke gemeente en mogelijkheden tot vergroten van de bijdrage Sander van ’t Foort (wethouder gemeente Renswoude en bestuurlijk trekker RES Regio Foodvalley) gaf een presentatie over de stand van zaken van de RES en de mutual gains approach die wordt gebruikt als werkwijze. Er is uitgelegd dat er naast het bod van 0,75 TWh een ambitie is van 1,0 TWh, omdat er rekening is gehouden met verschillende bandbreedtes en uitgangspunten. De discussie werd gemodereerd door Harke Dijksterhuis (wethouder gemeente Nijkerk). Er werd gediscussieerd over wat nu een ‘fair share’ is en waar de (vaak vage) scheidslijn tussen regionaal en lokaal beleid is. De gebruikte mutual gains approach betekent dat ieders belang wordt meegewogen en gezocht wordt naar een win-winsituatie. De krantenkop: “Een eerlijke spagaat” 5
Het open en eerlijke gesprek dat hier plaatsvond, ging in op de zoektocht naar ‘objectieve criteria’ waarop de verdeling onder gemeenten wordt gebaseerd. Het is niet de bedoeling om de druk onderling op te voeren en te ‘concurreren’ met het bod per gemeente. Los van de politieke keuzes van de gemeenteraden draagt iedereen verantwoordelijkheid voor het geheel: de energietransitie van Regio Foodvalley.
Natuur en meer Gerben de Vries (Natuur en Milieufederatie Utrecht) gaf een presentatie om daarna een gesprek te voeren over het samengaan van natuur en de opwek van energie. Het gesprek werd gemodereerd door Henny van Dijk (wethouder gemeente Scherpenzeel). Op de vraag of de twee te verenigen zijn, kwam een tweeledig antwoord: “Nee, niet als de natuur kwetsbaar is,” maar ook “ja, als de natuur minder kwetsbaar is. Met de juiste voorwaarden kan de biodiversiteit van een gebied zelfs verbeteren. Ook kan een zonne- of winproject geld genereren voor natuurgebieden in de omgeving.” Gerben de Vries gaf een overzicht van de meest gehoorde bezwaren bij wind- en zonneprojecten. Er zijn diverse checklists beschikbaar die gemeenten helpen om het natuurbelang bij energieprojecten in te brengen: natuurbelangen bij grondgebonden zonneparken en natuurbelangen bij windenergie op land. Ook is er een document beschikbaar: Natuur en landschap in de RES. De krantenkop: “Met maatwerk houd je de natuur sterk!” In de discussie werd dieper ingegaan op de voorbeelden die Gerben gaf van negatieve en positieve manieren van zonnevelden en windmolens in combinatie met natuurgebieden. Zonnepanelen en windmolens hebben impact op het landschap en de natuur, maar er zijn echt goede manieren om natuur en energie-opwek te combineren.
De Kwekerij, waar schapen rondlopen tussen de zonnepanelen, werd aangehaald als voorbeeld. Wel werd gepleit voor duidelijke afwegingskaders, om te voorkomen dat projecten worden gerealiseerd zonder oog voor milieu en natuur. Landbouwgronden waren ook onderwerp van gesprek: agrariërs met minder rendabele landbouwgrond zouden bijvoorbeeld profijt kunnen hebben van andere inkomsten, en verschraalde landbouwgrond waarop een zonnepark wordt gerealiseerd, zou kunnen resulteren in meer biodiversiteit en een betere bodem. Met een optimistische bril op, is er ruimte voor verkenning en experiment.
Meekoppelkansen Bastiaan du Pré (Regio Foodvalley) gaf een presentatie over de meekoppelkansen die (de realisatie van) de duurzame opwek van energie biedt. Het gesprek werd gemodereerd door Peter de Haan (wethouder gemeente Wageningen). Voorbeelden van meekoppelkansen zijn: •
6
Werkgelegenheid door de werkzaamheden voor het opwekken van duurzame energie te koppelen aan de aanleg en uitbreiding van infrastructuur;
• •
Lokale financiële participatie door het stellen van criteria en voorwaarden aan de bouw van zonneparken en windmolens; Een landschapsfonds waarmee revenuen uit de opwek van duurzame energie ingezet worden om het landschap te versterken.
Het gesprek ging over regio-overschrijdend werken, welke belemmeringen opgeheven moeten worden om tot meekoppelkansen te komen en de gebiedsgerichte studieopdrachten. Daarnaast werd gebrainstormd over meekoppelkansen op het gebied van wateropgaven. Het Waterschap Vallei en Veluwe gaf zijn visie daarop en benadrukte de ‘Blauwe Omgevingsvisie’ die is opgesteld. De krantenkop: “We worden warm van water.” De meekoppelkansen met water kunnen nog beter in beeld worden gebracht.
Mede-eigenaarschap Elmar Theune (ValleiEnergie) gaf een korte inleiding over mede-eigenaarschap en de rol van energiecoöperaties hierin. Het gesprek werd gemodereerd door Jolanda de Heer (wethouder gemeente Rhenen). Door lokaal eigenaarschap worden de lusten en de lasten eerlijk verdeeld. Bovendien draagt lokaal eigenaarschap bij aan draagvlak en betrokkenheid. Energiecoöperaties hebben een grote rol in lokaal eigenaarschap. Zij kunnen via kleine aandelen ook inwoners betrekken zonder eigen vermogen. Het oprichten van een gebiedsfonds werd als voorbeeld genoemd om opbrengsten lokaal te houden. Om lokaal eigenaarschap te kunnen realiseren, moet het streven hiernaar via gemeentelijke beleidskaders worden geregeld, voorafgaande aan het vergunningentraject. Ook zullen energiecoöperaties moeten professionaliseren en de financiële mogelijkheden moeten krijgen voor onder andere de voorfinanciering van projecten, het voeren van campagne en het betrekken van minder vermogenden bij energieprojecten. De groep spreekt over verdere ontginning van het onderwerp, omdat het belangrijk is om te borgen. Er werd aangegeven dat enige soepelheid in regelgeving vanuit de provincie en de gemeenten hierbij van belang is. Ook het vastleggen van de kennis die we opdoen werd genoemd als aandachtspunt. Subsidies voor het rendabel maken van grootschalige energieprojecten werden aangestipt.
Om het onderwerp verder te verkennen werden voorbeelden aangehaald als het postcoderoosproject, waarbij deelnemers gezamenlijk investeren in de aanleg van zonnepanelen op dak, buurtinitiatieven voor de warmtetransitie, en de ontwikkeling van een aardgasvrije wijk in Wageningen.
7
De krantenkop: “Energie in Regio Foodvalley: zelf de regie!” De concluderende noot: er is nog veel onduidelijk, maar eigen regie is belangrijk. Medeeigenaarschap kan het draagvlak voor grootschalige opwek vergroten. Er is veel interesse om uit te zoeken wat de mogelijkheden zijn en wat de rol van gemeenten en energiecoöperaties daarbij is.
De voor en tegens voor biomassa; warmte als opgave Na de presentatie van Petra Souwerbren (Gelderse Natuur en Milieufederatie) werden er een hoop voor en tegens voor biomassa geopperd. Het gesprek werd gemodereerd door Carine Verheggen (Provincie Gelderland). Er is houtige biomassa, maar ook gft, slib, mest en bermmaaisel en alle manieren kennen voor- en nadelen. Zo komt er bijvoorbeeld CO2 vrij bij het verstoken van hout, maar ook bij het laten liggen van hout. Naast de directe effecten van het verstoken van bijvoorbeeld hout, moet ook gedacht worden aan effecten op biodiversiteit. Er zijn een hoop mogelijkheden, maar ook kanttekeningen. Warmte krijgt momenteel een minder prominente positie in de RES, maar het is een groot vraagstuk voor gemeenten. Isolatie van huizen om de CO2-uitstoot te reduceren wordt ook belangrijk geacht. Hierbij wordt gesproken over de motivaties om te verduurzamen en de impact op woonlasten. Dit verkennende gesprek over biomassa is te vangen in drie krantenkoppen: “Biomassa is hooguit tijdelijke oplossing – geen structurele oplossing” “Energiebesparing – maak niet alleen een warmtevisie maar ook een isolatievisie” “Woonlastenneutraliteit – hoe maken we het betaalbaar. Vanuit het Rijk ‘boter bij de vis’ nodig.”
8