LIS2021.229 Rekenkamercommissie Veenendaal - Rekenkamerbrief inzake relatie gemeente Veenendaal - Stichting Sportservice Veenendaal
Tekst van het document
nr. LIS2021.229 Cat. B
Behandeld door Telefoonnummer
Rekenkamercommissie Veenendaal (0318) 538 256 Raadsleden en commissieleden van de gemeente Veenendaal
Bijlagen
-
Datum
18 november 2021 Rekenkamerbrief relatie gemeente Veenendaal – Stichting Sportservice Veenendaal
Onderwerp
Geachte raadsleden en commissieleden,
Inleiding De rekenkamercommissie Veenendaal heeft zowel voor het jaar 2020 als voor het jaar 2021 het onderwerp Sportservice Veenendaal (verder SSV) geselecteerd voor opname in haar onderzoeksplan. Dit gebeurde op suggestie van enkele raadsfracties, waarbij zowel het inhoudelijke belang voor de inwoners van Veenendaal als het financiële belang voor de gemeente (SSV is de grootste subsidieontvanger van de gemeente Veenendaal – jaarlijks ruim € 6.000.000) als reden werd genoemd voor deze suggestie. De rekenkamercommissie heeft geconstateerd dat het college van B&W in oktober 2020 een evaluatie van de verzelfstandiging van Sport in Veenendaal heeft aangeboden aan uw raad. Daarbij zijn enkele aandachtspunten naar voren gekomen, waarover in juni 2021 is gerapporteerd aan uw raad in de vorm van een raadsinformatiebrief (kenmerk 2021/34918). Gegeven deze beide stukken en de achterliggende onderzoeken ziet de rekenkamercommissie af van het uitvoeren van een formeel onderzoek. Een groot aantal van de vragen geformuleerd in de oorspronkelijke conceptopzet van ons onderzoek zijn reeds beantwoord. Wel heeft de rekenkamercommissie conform haar onderzoeksprotocol een zogenaamde quickscan uitgevoerd. Daarbij zijn bestaande bronnen bestudeerd en geverifieerd en aangevuld met informatie uit interviews met enkele sleutelfiguren op dit beleidsveld 1.
Deze quickscan heeft geleid tot een aantal kanttekeningen. Deze kanttekeningen worden u aangeboden in deze rekenkamerbrief.
1
- beleidsmedewerker Sport en strategisch financieel adviseur sociaal domein van de gemeente - directeur SSV en voorzitter RvT van SSV
1
Hierin komen de volgende vier aspecten aan de orde: 1. De relatie met de gemeente 2. Vermogensopbouw 3. Uitgaven aan sport 4. Sport- en accommodatiebeleid 1. De relatie met de gemeente Stichting Sportservice Veenendaal (SSV) is een zelfstandige stichting. Ca. 75% van haar inkomsten ontvangt SSV als subsidie van de gemeente Veenendaal. De gemeente heeft – conform de statuten van de SSV - invloed op SSV via: • Bekrachtiging van benoeming van bestuursleden (artikel 5 lid 3 van de statuten SSV) • Recht op inzage in financiële boekhouding (artikel 10, lid 2f) • Mogelijkheid tot het geven van aanwijzingen omtrent het financieel beheer (artikel 10 , lid 2f) • Goedkeuring door het college B&W van een aantal bestuursbesluiten, vooral betreffende juridische handelingen (artikel 11, lid 3) • Goedkeuring van statutenwijzigingen Opvallend afwezig in deze opsomming uit de statuten zijn de goedkeuring van de begroting, jaarrekening, jaarverslag en van de strategische plannen. Slechts indirect kan hier enige invloed op worden uitgeoefend via de goedkeuring van de jaarlijkse subsidieaanvraag. Daarnaast zijn of worden de door SSV te leveren prestaties (KPI’s) via de subsidievoorwaarden steeds verder gedetailleerd en ontwikkeld.
Bij dit laatste tekenen we aan dat met het verder detailleren van de te leveren prestaties de juridische status van de relatie zich steeds verder ontwikkelt van een subsidierelatie tot een overheidsopdracht. En een overheidsopdracht is onderworpen aan de aanbestedingsplicht. Kennelijk is dit punt ook door de gemeente onderkend, gezien het feit dat in de evaluatie van oktober 2020 gesproken wordt over de mogelijkheid van quasi-inbesteden. Quasi-inbesteding is een term uit het aanbestedingsrecht. Voor quasi-inbesteding geldt geen aanbestedingsplicht. Deze uitzondering op de verplichte aanbestedingen beoogt die relaties uit te zonderen van aanbestedingen, die feitelijk opereren “als ware het een eigen afdeling (hier: van de gemeente)”. Daarbij gelden wel aanvullende voorwaarden zoals een beperking aan het uitvoeren van de werkzaamheden voor anderen dan de eigen organisatie, zoals voor het zwembad in Leersum. Onze kanttekeningen bij de relatie tussen de gemeente en SSV: 1. De mogelijkheden voor de gemeente om vooraf bij te sturen aan het beleid van SSV zijn beperkt. Begrotingen en strategische plannen hoeven niet voorgelegd te worden aan de raad of het college. Sturen op te leveren en geleverde prestaties (KPI’s) kan dat maar gedeeltelijk vervangen. 2.
Het uitvoeren van werkzaamheden, zoals nu gebeurt door het uitlenen van personeel voor het zwembad in Leersum, lijkt zich niet te verhouden met de beperkingen aan een eventuele quasi-inbesteding constructie; 3. Onzes inziens moet een eventuele keuze voor quasi-inbesteden door inhoudelijke juridische of economische uitgangspunten worden gemotiveerd, en niet vanuit de wens om niet te hoeven aanbesteden. In de loop der jaren is door SSV vermogen opgebouwd in de vorm van een (groot) aantal bestemmingsreserves. In de jaarrekening 2020 worden 9 verschillende bestemmingsreserves genoemd voor een totaal bedrag van € 1.756.755. Daarnaast is er nog een egalisatiereserve (om schommelingen in het resultaat te kunnen opvangen) van € 564.810. Een egalisatiereserve mag volgens de Algemene Subsidieverordening van de gemeente Veenendaal maximaal 10% van de jaarlijkse subsidie bedragen. SSV zit vrijwel aan die grens. Mede daarom zijn uit de verdere positieve
2
resultaten bestemmingsreserves gevormd voor een negental specifieke doelen, zoals ‘toekomstige investeringen automatisering zwembad’ en ‘aanpassingen aan bezoekersbalie’, naast een schommelfonds. Aan de ene kant is het positief om te kunnen constateren dat SSV met de gevormde reserves “tegen een stootje kan”. Aan de andere kant kan geconstateerd worden dat deze reserves in de loop der jaren zijn opgebouwd met behulp van de subsidies van de gemeente Veenendaal. Onze kanttekeningen bij de vermogensopbouw: 4. De rekenkamercommissie vraagt zich af of het aantal en de omvang van deze reserves wel passen binnen de subsidierelatie tussen de gemeente en SSV. Weliswaar heeft de gemeente ieder van de voorgestelde bestemmingsreserves goedgekeurd, maar haar invloed op de verdere uitvoering is beperkt (wanneer? hoe? etc.). Een alternatief kan zijn om voor een specifieke doel, waarvoor nu een bestemmingsreserve wordt gevormd, te zijner tijd de jaarlijkse subsidie vanuit de gemeente aan te passen. Dat heeft het voordeel dat voor iedere investering een uitgewerkt business plan met actuele data kan worden voorgelegd. Daarmee zou ook de invloed van de kanttekening onder nummer 1, tenminste deels worden gemitigeerd. 5.
Ook als gekozen zou worden voor een eventuele quasi-inbesteding (als ware SSV een eigen afdeling van de gemeente) lijkt de huidige praktijk van vermogensopbouw minder in overeenstemming. 6. Deze praktijk is over een groot aantal jaren zo gegroeid. De rekenkamercommissie heeft niet kunnen constateren dat op dit punt beleid of normen zijn vastgesteld door de raad. 3. Uitgaven aan sport De gemeente verstrekt circa € 6 miljoen aan subsidie aan SSV, en SSV huurt voor circa € 4 miljoen de accommodaties van de gemeente. Deze constructie is oorspronkelijk waarschijnlijk mede gekozen om fiscale redenen (zoals in veel gemeenten). In feite zijn de jaarlijkse lasten voor de gemeente aan sport daarmee geen € 6 miljoen, maar € 2 miljoen Daarnaast ontvangt SSV subsidie van de gemeente voor het uitvoeren van regelingen inzake jeugdsportstimulering en de huur van sportaccommodaties door het onderwijs. Tenslotte sluist de gemeente de SPUK-gelden van het Rijk door naar SSV als compensatie voor de afschaffing van de BTW mogelijkheid voor sportorganisaties. Bij deze laatste 3 geldstromen gaat het om een totaal bedrag van ruim € 600.000 per jaar. Onze kanttekening bij de uitgaven aan sport: 7. Het is zinvol om te onderkennen dat de uitgaven van de gemeente (subsidie) worden verantwoord als onderdeel van de begroting Sport, terwijl de inkomsten (huur) worden geboekt op het onderdeel Vastgoed.
Daarmee vindt er eigenlijk een overheveling plaats van de begroting van Sport naar die van Vastgoed 2. Op zich is dit niet onrechtmatig of onjuist, maar het noodzaakt wel een kanttekening als het gaat om de vraag hoeveel de gemeente Veenendaal uitgeeft aan Sport. 4. Sport- en accommodatiebeleid Het onroerend goed – de accommodaties – zijn in Veenendaal de verantwoordelijkheid van de afdeling Vastgoed. Het sportbeleid wordt voorbereid door de gemeentelijke medewerker sport en de verantwoordelijkheid voor de exploitatie van de sportaccommodaties ligt bij SSV. Ook de Sportagenda, dat wil zeggen de strategische plannen, doelen en benodigde investeringen in
2 Formeel van begrotingsprogramma Sociaal leefomgeving naar begrotingsprogramma Fysieke leefomgeving
3
vastgoed, is door SSV opgesteld en ingediend bij het college van B&W. De raad heeft geen eigen sport(accommodatie)beleid vastgesteld. De gemeente heeft inmiddels geconstateerd dat de bezetting op sportbeleid (0,4 fte) versterking behoeft en heeft daar stappen in gezet. Onze kanttekeningen bij het sportbeleid: 8. De gemeentelijke visie op sportbeleid betreft in essentie vooral activiteiten inzake sportstimulering. De rekenkamercommissie constateert een leemte inzake het sportaccommodatiebeleid. Denk aan beleidsvorming en regionale afstemming inzake nieuw te bouwen of aan te passen accommodaties, bijvoorbeeld ten aanzien van padelbanen, Cruijff/Krajicek courts en voor gehandicaptensport. En juist de accommodaties vormen het grootste deel van de kosten voor de sportbeoefening. 9. Bijzondere aandacht verdienen daarbij de accommodaties die relatief weinig gebruikers kennen (bijv. rolstoeltennis) en die accommodaties, die zeer grote kosten met zich meebrengen (bijv. zwembad). Juist op deze onderwerpen ligt regionale samenwerking zeer voor de hand, enerzijds om concurrentie te voorkomen en anderzijds om de kosten van grote investeringen te delen. Afsluitend Met de uitgevoerde quickscan waarvan de bevindingen zijn verwoord in deze rekenkamerbrief is beoogd het inzicht van de raad op de verhoudingen tussen de gemeente en SSV, zowel financieel als inhoudelijk te vergroten.
Voor vragen over deze rekenkamerbrief kunt u contact opnemen met de secretaris van de Rekenkamercommissie Veenendaal, Bertha Achterberg, via rekenkamercommissie@veenendaal.nl of telefonisch via (0318) 538256
Namens de Rekenkamercommissie Veenendaal,
Prof. dr. J Telgen Voorzitter
4