LIS2021.206a Inwoner - bijlage Besluit Provincie Utrecht inzake aanvraag ontheffing i h k v de Wet natuurbescherming
Tekst van het document
nr. LIS2021.206a Cat. A PROVINCIE •• UTRECHT
BESLUIT van GS van Utrecht
DATUM
14 oktober 2021
TEAM
ZAAKKENMERK
Z-WNB-Rl-REG-2021-0690 822A4207 20 april 2021
REFERENTIE
NUMMER UW BRIEF VAN UW NUMMER BIJLAGE(N)
Vergunningverlening Natuur en Landschap Servicebureau 030-2583311 030-2583139 Servicebureau@provincie-utrecht.nl Wnb ontheffing Soortenbescherming ruimtelijke ingrepen woonwijk Franse Gat in Veenendaal
DOORKIESNUMMER FAX
E-MAILADRES
1: Voorschriften 2 Kaart plangebied 3: Kaart aangetroffen verblijfplaatsen 4: Voorgestelde maatregelen 5: Aanvullende voorgestelde maatregelen
ONDERWERP
Op 20 april 2021 hebben wij uw aanvraag ontvangen . U heeft ontheffing aangevraagd in het kader van de Wet natuurbescherming (hierna : wet). onderdeel soortenbescherming . De aanvraag is ingediend door Sweco Nederland B.V. namens Stichting Patrimonium woonservice, voor de locatie woonwijk Franse Gat in Veenendaal (hierna: plangebied) en is bij ons geregistreerd onder zaakkenmerk Z-WNB-Rl-REG-2021-0690.
1. Besluit Wij besluiten op grond van het bepaalde in de wet en het Beleidskader Wet natuurbescherming provincie Utrecht 2017 1: •
ontheffing te verlenen van de verbodsbepalingen genoemd in artikel 3.1 tweede en vierde lid van de wet, voor zover dit betreft het opzettelijk verstoren en het opzettelijk beschadigen, vernielen, van nesten, rustplaatsen van de gierzwaluw en de huismus.
•
ontheffing te verlenen van de verbodsbepalingen genoemd in artikel 3.5, eerste, tweede en vierde lid van de wet, voor zover dit betreft het opzettelijk doden, het opzettelijk verstoren en het beschadigen en/of vernielen van voortplantings- of rustplaatsen van de gewone dwergvleermuis.
voor de periode van verzending van dit besluit tot en met 15 augustus 2026.
ll. Omschrijving van de aanvraag Uw aanvraag heeft betrekking op ingrepen bij een vijftal deelgebieden in Het Franse Gat, ingedeeld in enveloppen. De werkzaamheden zijn daarbij het slopen van de woningen in envelop 2 tot en met 4 waarna nieuwbouw plaatsvindt, en renovatie van de woningen in envelop 5 in de wijk Het Franse Gat in Veenendaal. Een kaart van het plangebied is opgenomen in bijlage 2. U vraagt ontheffing van de verbodsbepalingen genoemd in artikel 3.1, tweede en vierde lid van de wet voor wat betreft de gierzwaluw (Apus apus) en de huismus (Passer domesticus) voor de verbodsbepalingen genoemd in artikel 3.5 eerste . tweede en vierde lid van de wet voor wat betreft de gewone dwergvleermuis (Pipistrel/us pipistrel/us) voor de periode van 15 augustus 2021 tot en met 15 augustus 2026. 1
https://www.provincie-utrecht.ni/sites/default/files/2020-03/beleidsnota_wet_natuurbescherming.pdf
Domein Landelijke Leefomgeving Arch1medeslaan 6 Postbus 80300, 3508 TH . Utrecht Telefoon 030-2589111
PROVINCIE-UTRECHT.NL
17766
111. Procedure Wij hebben de aanvraag afgehandeld volgens het bepaalde in hoofdstuk 5 van de wet en afdeling 4.1. 1 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) . Op 2 september 2021 heeft u deze aanvraag aangevuld . IV. Toetsingskader De gierzwaluw en de huismus zijn beschermd op grond van artikel 3.1 en de gewone dwergvleermuis is beschermd op grond van artikel 3.5 van de wel. V. Motivering De aangevraagde ontheffing kan alleen worden verleend als is voldaan aan elk van de volgende voorwaarden: a) er bestaat geen andere bevredigende oplossing; b) er is een geldig wettelijk belang ; c) de maatregelen leiden niet tot verslechtering van de staat van instandhouding van de gierzwaluw en de huismus en er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populaties van de gewone dwergvleermuis in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan.
a) Afweging van andere bevredigende oplossingen Omschrijving van alternatieven U heeft onderzocht of er redelijke alternatieven zijn voor de ruimtelijke ingreep. U geeft hierover het volgende aan: "Het uitvoeren van het werk is locatie gebonden en kan niet op een andere plek worden uitgevoerd. Er is grondig onderzoek uitgevoerd naar de staat van de woningen . De woningen zijn in een verouderde staat en toe aan vernieuwing. Uit o.a. de bouw en constructie technische onderzoeken is gebleken dat renovatie voor de woningen in envelop 2 tot en met 4 geen reële oplossing biedt voor het verlengen van de levensduur van de woningen en de problemen in de wijk. Daarom zal voor deze woningen moeten worden overgegaan tot sloop en nieuwbouw. Renovatie lijkt wel mogelijk voor de portiekflats aan de Westersingel. Om de gezondheid en veiligheid van de bewoners te garanderen en te kunnen voldoen aan de afgesproken energiebesparing is het niet uitvoeren van de renovaties geen optie. Voor de overige woningen worden onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd om de woningen bewoonbaar te houden voor het komende decennium.
De nieuw bouw en renovatie biedt Patrimonium de kans om bij te dragen aan energiezuinige woningen die een bijdrage leveren aan het terugbrengen van deC02 uitstoot en die daarmee tevens voldoen aan de landelijke afspraak De sociale cohesie en veiligheid van de buurt is daarbij sterk gediend. Indien dergelijke vernieuwingen uitblijven zal de kwaliteit van het woonbestand afnemen, wat leidt tot onveilige leefomstandigheden van de bewoners, en negatieve effecten op de volksgezondheid" Voor het toetsen of de staat van de woningen in envelop 2 tot en met 4 geen andere optie is dan slopen , heeft u voor alle vijf enveloppen bouwkundige n;ipporten aangeleverd , waaruit blijkt dat sloop en nieuwbouw vnm rlP. woningen uit envelop 2, 3 en 4 de enige juiste oplossing is, en dat voor envelop 5 kan worden voldaan met renovatie en verduurzaming zonder sloop. Wat betreft de planning geeft u aan dat vanwege het gefaseerd uitplaatsen van bewoners momenteel nog geen gedetailleerde planning kan worden aangeleverd, maar dat deze planning uitgewerkt wordt in het ecologisch werkprotocol , Gezien de grootte van het plangebied en de fasering van de werkzaamheden over de vijf enveloppen is er geen reële planning te geven op dit moment.
Wel is aangegeven dat er te allen tijde tijdig voldoende mitigerende maatregelen aanwezig zijn voor de te slopen deelgebieden, en dat gefaseerd nieuwe permanente mitigerende maatregelen vrijkomen door de eveneens gefaseerde nieuwbouw. Hiermee is de optimale planning gewaarborgd . Conclusie Gezien het bovenstaande zijn er geen redelijke alternatieven waarbij er minder negatief effect op de beschermde soorten optreedt. De alternatievenafweging is hiermee dan ook voldoende onderbouwd.
b) Belangenafweging Omschrijving van het belang Wij toetsen of het belang van de ingreep zwaarder mag wegen dan het beschermingsbelang van de soorten zoals is vastgelegd in de wet.
Voor de gierzwaluw en de huismus heeft u de ontheffing aangevraagd op grond van het belang genoemd in artikel 3.3, vierde lid, onder b, aanhef en onder 1, van de wet: "In het belang van de volksgezondheid of openbare veiligheid;". Voor de gewone dwergvleermuis heeft u de ontheffing aangevraagd op grond van het belang genoemd in artikel 3.8, vijfde lid, onder b, aanhef en onder 3, van de wet: "In het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten". In uw aanvraag heeft u het belang van de ruimtelijke ingreep onderbouwd. U vraagt ontheffing voor werkzaamheden vanwege verduurzaming van de woningen door sloop en renovatie. U heeft onderbouwd dat de woningen energiezuiniger worden. De huidige woningen hebben een gemiddelde leeftijd van ongeveer 50 à 60 jaar, en zijn gebouwd in de tijd tussen 1950 en 1965. In die tijd werd er niet gelet op isolatie, waardoor deze woningen vermoedelijk hooguit een energielabel hebben tussen de E en C, maar zeker niet hoger. De nieuwbouw wordt gebouwd volgens de nieuwe BENG-eisen. De energie labels worden na oplevering vastgesteld door de EPA inspecteur. Hierbij komt men in praktisch alle gevallen uit op A+ of hoger.
Algemene afspraken over verduurzaming door renovatie Er zijn verschillende nationale en internationale doelstellingen over het tegengaan van klimaatverandering. In het Klimaatakkoord van Parijs2 , dat is gepresenteerd in 2013 en door Nederland is geratificeerd 3 , zijn afspraken gemaakt over het beperken van de opwarming van de aarde. In Nederland zijn afspraken gemaakt in het Energieakkoord 4 van 2013 en het Klimaatakkoord 5 van 2019. In het Energieakkoord is afgesproken dat alle burgers in 2050 in een energieneutraal huis wonen. In het nationale Klimaatakkoord staan afspraken over de verduurzaming van de eerste 1,5 miljoen bestaande woningen in 2030 volgens een wijkgerichte aanpak. Vooruitlopend hierop zijn afspraken gemaakt om tot en met 2022 100.000 corporatiewoningen te verduurzamen. Om de doelstellingen te kunnen bereiken, is grootschalige renovatie, en in sommige gevallen sloop van bestaande woningen nodig. Woningrenovaties (en in sommige gevallen nieuwbouw) zorgen voor een vermindering in het gebruik van fossiele brandstoffen en daardoor minder uitstoot van schadelijke stoffen. Lagere uitstoot leidt tot een verbeterde luchtkwaliteit. Hiermee draagt renovatie ook bij aan verbetering van de volksgezondheid.
Conclusie Hiermee is sprake van een wettelijk belang van de ingreep, namelijk het belang van de volksgezondheid of openbare veiligheid en het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten. In dit geval weegt het belang van de ruimtelijke ingreep daarom zwaarder dan het beschermingsbelang van de soorten, huismus, gierzwaluw en gewone dwergvleermuis.
c) Ecologische beoordeling Onderzoek U heeft het plangebied onderzocht op de aanwezigheid van beschermde soorten. Ook heeft u onderzocht welk effect de ingreep heeft op aanwezige beschermde soorten. Op basis van artikel 3.2 van de Awb hebben wij ons verzekerd van de kwaliteit en zorgvuldigheid van het uitgevoerde ecologische onderzoek. Aanwezige beschermde soorten Gierzwaluw Binnen het plangebied zullen 36 nesten van de gierzwaluw aangetast worden. Hiervan bevinden zich 13 nesten in envelop 2, 5 nesten in envelop 3, 4 nesten in envelop 4 en 11 nesten in envelop 5. Deze 36 nesten zullen worden vernietigd. Huismus Er zijn 93 nesten van de huismus aangetroffen. Hiervan bevinden zich 23 nesten in envelop 2, er zijn 23 nesten in envelop 3, 35 nesten in envelop 4 en 12 nesten in envelop 5. De 12 huismusnesten aanwezig in envelop 5 worden niet aangetast, de werkzaamheden worden zodanig ingericht dat deze nesten behouden blijven. Wel zullen 81 nesten vernield worden uit envelop 2, 3 en 4.
2
http://unfccc.inUresource/docs/2015/cop21/eng/109.pdf https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/stemmingsuitslagen/detail?id=2017P0114 7 4 http://www.energieakkoordser.ni/energieakkoord.aspx 5 https://www.klimaatakkoord.nl/documenten/publicaties/2019/06/28/klimaatakkoord 3
De te verdwijnen nesten van de gierzwaluw en huismus bevinden zich onder de daken van de desbetreffende woningen. Bijlage 3 geeft een kaart waar zich deze nesten bevinden. Gewone dwergvleermuis Verder zullen er 17 verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis aangetast worden. Hiervan bevinden zich 9 zomer/paarverblijven in envelop 2, 4 zomer/ paarverblijven in envelop 3, 1 zomer/ paarverblijf in envelop 4 en 3 zomer/ paarverblijven in envelop 5.
Omdat (vorstvrije) verblijfplaatsen ook als (tijdelijk) winterverblijf voor één of enkele dieren gebruikt kunnen worden, kan een individueel winterverblijf niet worden uitgesloten. Een kaart met de locatie van de aangetroffen verblijfplaatsen is opgenomen in bijlage 3 van dit besluit. Staat van instandhouding Gierzwaluw
Landelijk/regionaal Gierzwaluwen komen algemeen voor in dorpen en steden . Het landelijk aantal broedparen is lastig te berekenen door de aanwezigheid van grote aantallen niet-broedende vogels en het kortstondige bezoek aan nestplekken. Het aantal broedparen in Nederland wordt geschat op 40.000 tot 60 .000 (Sovon, 2018) , maar dit kan (veel) te laag zijn. In dorpen en kleinere steden ligt de verhouding namelijk tussen gierzwaluwen en inwoners op 1: 100. Dan zou de Nederlandse gierzwaluwpopulatie ongeveer 160.000 paren bedragen , bijna vier keer groter dan tot nu toe gedacht, maar cijfers voor de grote steden ontbreken (Verkade et al., 2015). Wel zijn er afnames bekend van ingrijpend gerenoveerde buurten en gebouwen. Deze verdwijning van kolonies lijkt mogelijk (ten dele) gecompenseerd te worden door een meer verspreide (en minder opvallende) vestiging elders (Verkade et al., 2015) . Omvangrijke kolonies worden dus schaarser. De landelijke staat van instandhouding van de gierzwaluw als broedvogel wordt in Nederland gekarakteriseerd als gunstig. Voor niet-broedvogels is geen trend beschikbaar omdat de soort na het broedseizoen vrijwel direct uit Nederland verdwijnt (Sovon, 2018) . Lokaal Er zijn geen nauwkeurige gegevens bekend van de gierzwaluwpopulaties in Veenendaal.
In verband met de renovatie van het woningbestand van onder andere Patrimonium in Veenendaal wordt al enige jaren gierzwaluwonderzoek gedaan door de hele plaats heen. Hieruit is gebleken dat de soort in relatief lage aantallen maar wijdverspreid in Veenendaal broedt, zowel binnen als buiten het woningbestand van Patrimonium . Op grond hiervan mag worden aangenomen dat de lokale staat van instandhouding matig gunstig is. Bekend is dat gierzwaluwen doorgaans slechts zeer matig gebruik maken van nestkasten als tijdelijke voorziening, en in die zin moeilijk te mitigeren zijn. Vandaar dat voor gierzwaluw een extra inspanning geleverd zal te worden voor wat betreft mitigatie, om de lokale staat van instandhouding niet in gevaar te brengen. Huismus
Landelijk/regionaal De huismus is een algemeen voorkomende vogel. De huismus komt overal in Nederland voor behalve in gebieden waar bebouwing ontbreekt of wijken waar geen nestgelegenheid en/of voedsel aanwezig is. In Nederland is volgens de laatste gegevens van Sovon (2013-2015) de broedpopulatie van huismussen geschat op 600 .000 - 1.000.000 broedparen. De populatie is ten opzichte van 1994 aanzienlijk lager en om deze reden is de huidige situatie van de landelijke populatie beoordeeld als ongunstig - ontoereikend. Sinds 1975 is de populatie huismussen ongeveer gehalveerd. Populaties zijn bovendien meer versnipperd geraakt en kleiner geworden. Sinds 2000 lijkt de populatie gestabiliseerd (Sovon, 2018) . De laatste tien jaar van de registratie herstelt de huismus zich licht als broedvogel (<5% toename per jaar). Op basis van dit lichte herstel is de trend beoordeeld als stabiel (Arcadis, 2018). Lokaal Er zijn geen nauwkeurige gegevens bekend van de huismussenpopulaties in Veenendaal. In verband met de renovatie van het woningbestand van onder andere Patrimonium in Veenendaal wordt al enige jaren huismusonderzoek gedaan door de hele plaats heen. Hieruit is gebleken dat de soort in relatief lage aantallen maar wijdverspreid in Veenendaal broedt, zowel binnen als buiten het woningbestand van Patrimonium .
Op grond hiervan mag worden aangenomen dat de lokale staat van instandhouding matig gunstig is. Bij verschillende deelprojecten in Veenendaal waarbij huismussen in het geding zijn, is geconstateerd dat de getroffen voorzieningen doorgaans snel in gebruik worden genomen door huismussen.
Gewone dwergvleermuis Landelijk en regionaal De gewone dwergvleermuis komt in Nederland algemeen voor en is een wijdverbreide soort die in heel Nederland wordt waargenomen. Het is de meest algemene vleermuissoort in Nederland. Hij komt vooral voor in de bebouwde omgeving, zowel in het stedelijk gebied als op het platteland. Er zijn geen uitspraken te doen over aantalsontwikkelingen, er zijn geen aanwijzingen voor een af- dan wel een toename in aantallen. Mogelijk neemt het aanbod van geschikte verblijfplaatsen wel af vanwege de toenemende na-isolatie van gebouwen en het dichten van kieren en gaten in gebouwen (Bron: BIJ12 Kennisdocument Gewone Dwergvleermuis, versie 1.0 Juli 2-017). Op het moment van schrijven van het mitigatieplan zijn er geen aanwijzingen dat de situatie in de provincie Utrecht afwijkt van de landelijke situatie. Lokaal Er zijn geen nauwkeurige gegevens bekend van de populatie gewone dwergvleermuizen in Veenendaal. In verband met de renovatie van het woningbestand van onder andere Patrimonium in Veenendaal wordt al enige jaren vleermuisonderzoek gedaan door de hele plaats heen. Hieruit is gebleken dat de gewone dwergvleermuis een algemene soort is die overal in Veenendaal geregeld waargenomen wordt, en waarvan geregeld verblijfplaatsen worden gevonden, zowel binnen als buiten het woningbestand van Patrimonium.
Op grond hiervan mag worden aangenomen dat de lokale staat van instandhouding gunstig is. Effect van de ingreep op de aanwezige beschermde soorten Door de sloop- en renovatiewerkzaamheden worden er 6 nestlocaties van de gierzwaluw, 81 nestlocaties van de huismus en 17 zomer/ paarverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis vernield, wordt de gierzwaluw, huismus en de gewone dwergvleermuis verstoord en wordt de gewone dwergvleermuis in sommige gevallen mogelijk gedood door de verborgen leefwijze van de soort. Dit betekent dat er sprake is van het overtreden van verbodsbepalingen uit de wet. Ontheffing is daarom noodzakelijk. Mitigerende en compenserende maatregelen Om de negatieve ecologische effecten van de werkzaamheden te beperken heeft u mitigerende (verzachtende) en compenserende (vervangende) maatregelen voorgesteld. De maatregelen die door ons zijn goedgekeurd, zijn opgenomen in bijlage 4 van dit besluit. In bijlage 1 hebben wij extra maatregelen voorgeschreven om de negatieve effecten van de werkzaamheden verder te verzachten. Door de uitvoering van de maatregelen worden, weliswaar gefaseerd, voorafgaand aan de werkzaamheden voldoende tijdelijke alternatieve verblijfplaatsen geplaatst op hiervoor geschikte locaties. De vastgestelde verblijfplaatsen worden voorafgaand aan de werkzaamheden en buiten de meest kwetsbare periode ongeschikt gemaakt.
Er worden voldoende geschikte alternatieve verblijfplaatsen geplaatst als permanente compensatie van de aan te tasten verblijfplaatsen. De tijdelijke alternatieve verblijfplaatsen blijven lang genoeg gehandhaafd om de gewenningsperiode voor de permanente alternatieve verblijfplaatsen te overbruggen. Gevolgen van de ingreep voor de staat van instandhouding Door het nemen van mitigerende en compenserende maatregelen en de inrichting van het gebied na afloop van de werkzaamheden leidt de ingreep niet tot verslechtering van de staat van instandhouding van de gierzwaluw en de huismus, en wordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populaties van de gewone dwergvleermuis in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan. Vl. Conclusie Aangezien aan de voorwaarden voor een ontheffing wordt voldaan, verlenen wij u ontheffing als bedoeld in artikel 3.3, eerste lid en 3.8, eerste lid van de wet. Aan deze ontheffing zijn voorschriften verbonden. Deze zijn opgenomen in bijlage 1 van dit besluit. VII. Bezwaar U kunt binnen zes weken na de dag waarop deze beschikking op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt een bezwaarschrift bij Gedeputeerde Staten van Utrecht indienen: • Digitaal: gebruikt u hiervoor het formulier "Bezwaar tegen beslissing provinciaal bestuur met DigiD". Uw DigiD geldt als ondertekening.
U vindt het formulier via: www.provincie-utrecht.nl onder loket I klacht, bezwaar of melding doorgeven I bezwaar tegen beslissing provincie; • Schriftelijk: t.a.v. de secretaris van de Awb-adviescommissie van PS en GS, postbus 80300, 3508 TH Utrecht. Het bezwaarschrift moet in ieder geval bevatten: uw naam en adres; de datum;
een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht (indien mogelijk, onder vermelding van het besluitnummer); de reden van bezwaar; ondertekening. Aan de behandeling van een bezwaarschrift zijn voor de indiener geen kosten verbonden. Overigens schort het indienen van een bezwaarschrift de werking van het besluit niet op. Als u niet kunt wachten op de normale behandeling van uw bezwaarschrift, hebt u de mogelijkheid om een voorlopige voorziening aan te vragen bij de rechtbank. U moet op dat moment ook al een bezwaarschrift hebben ingediend. Het verzoek om een voorlopige voorziening richt u aan de voorzieningenrechter van de Rechtbank Midden-Nederland, Sector bestuursrecht, postbus 16005, 3500 DA Utrecht. VIII. Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking vanaf het moment dat deze aan u bekend is gemaakt en wordt twee werkdagen na bekendmaking gepubliceerd op de website www.officielebekendmakingen.nl. IX. Overige informatie Er kan ook vergunning of ontheffing nodig zijn op grond van andere wetten of verordeningen. Wij adviseren u zo nodig contact op te nemen met uw gemeente en/of regionale uitvoeringsdienst, als u dit nog niet heeft gedaan. Als u vragen heeft over de procedure en de inhoud van dit besluit, kunt u contact opnemen met ons Servicebureau via servicebureau@provincie-utrecht.nl, of op telefoonnummer 030-2583311. X.
Verzending Wij verzenden dit besluit aan de aanvrager. Een afschrift van dit besluit verzenden wij aan: • Sweco Nederland B.V.; • Regionale Uitvoeringsdienst (hierna: RUD) Utrecht; • Gemeente Veenendaal.
Hoogachtend, Gedeputeerde Staten van Utrecht, namens hen,
Mevr. drs. in . S. Heijblom Teamleider Vergunningverlening Natuur en Landschap Domein Landelijke Leefomgeving
Bijlage 1: Voorschriften Aan deze ontheffing zijn de volgende voorschriften verbonden : Algemeen 1. De ontheffing wordt alleen verleend voor de in dit besluit genoemde soorten en beschreven verboden handelingen. 2. Deze ontheffing geldt alleen voor de werkzaamheden die conform de aanvraag worden uitgevoerd, voor zover in deze ontheffing zelf niet anders is aangegeven . 3. De ontheffinghouder dient direct contact op te nemen met het Servicebureau van de provincie Utrecht (Archimedeslaan 6, postbus 80300, 3508 TH te Utrechtofservicebureau@provincie-utrecht.nl) indien bij het uitvoeren van de werkzaamheden van het project andere beschermde soorten dan de genoemde worden aangetroffen of andere handelingen als bedoeld in voorschrift 1 noodzakelijk zijn. 4. Deze ontheffing kan uitsluitend gebruikt worden door (medewerkers van) de ontheffinghouder of haar rechtsopvolgers of in opdracht van de ontheffinghouder handelende (rechts-)personen . De ontheffinghouder of haar rechtsopvolgers blijven daarbij verantwoordelijk voor de juiste naleving van deze ontheffing . Voorafgaand aan de werkzaamheden 5. De ontheffinghouder dient een ecologisch werkprotocol op te stellen met daarin minstens de voorschriften uit deze ontheffing. Het werkprotocol dient aanvullend de volgende aspecten te omschrijven : a. Omschrijving van het plangebied (inclusief kaart) ; b.
Activiteiten/werkzaamheden die uitgevoerd worden (inclusief planning) ; c. Maatregelen die getroffen zijn/worden (locatie op kaart en datum/tijd); d. Informatie en contactgegevens van de begeleidend ecoloog; e. Een overzicht van de activiteiten die door de ecoloog zijn/worden begeleid; f. De manier waarop is/wordt omgegaan met onverwacht aangetroffen (beschermde) soorten binnen het plangebied . 6. Minimaal twee weken voorafgaand aan de start van de werkzaamheden die invloed hebben op de beschermde soorten, moet de ontheffinghouder het meldingsformulier 'aanvang werkzaamheden' volledig invullen op https://rudutrecht.formulierenserver.nl/startwerkzaamhedenwnb . Bij de melding dient het werkprotocol zoals omschreven in de voorschriften bijgevoegd te zijn. Indien het voor dit specifieke project niet mogelijk is om de werkzaamheden twee weken voorafgaand aan de start hiervan te melden, moet contact worden opgenomen met de RUD Utrechtviahandhaving-wnb@rudutrecht.nl of 030-7023300. Tijdens de werkzaamheden 7. De werkzaamheden en bovengenoemde voorschriften moeten worden uitgevoerd onder begeleiding van een deskundige6 op het gebied van de soorten waarvoor ontheffing is verleend . Deze dient in ieder geval aanwezig te zijn in het plangebied bij de start van de werkzaamheden, voor zover deze invloed hebben op een beschermde soort. 8.
Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden moet een afschrift van deze ontheffing op de locatie van de werkzaamheden aanwezig zijn en op verzoek te worden getoond aan de daartoe bevoegde toezichthouders of opsporingsambtenaren. 9. Tijdens de werkzaamheden moet een logboek worden bijgehouden. In het logboek worden gemaakte ecologische keuzes vastgelegd, zoals goedkeuren I vrijgeven door een deskundige, afwijkingen van het ecologisch werkprotocol (indien goedgekeurd door het bevoegd gezag) en gekozen mitigerende en/of compenserende maatregelen en de locatie daarvan. In het logboek worden in ieder geval de relevante resultaten van de uitgevoerde handelingen , omschreven in de voorschriften bij dit besluit geregistreerd.
6 Onder deskundige verstaan wij: een persoon die voor de situatie en soorten ten aanzien waarvan hij of zij gevraagd is te adviseren en/of te begeleiden , aantoonbare ervaring en kennis heeft op het gebied van soortspecifieke ecologie. De ervaring en kennis dient te zijn opgedaan doordat de deskundige: op HBO-, dan wel universitair niveau een opleiding heeft genoten met als zwaartepunt (Nederlandse) ecologie; en/of op MBO niveau een opleiding heeft afgerond met als zwaartepunt de Flora- en faunawet/Wet natuurbescherming , soortenherkenning en zorgvuldig handelen ten opzichte van die soorten; en/of als ecoloog werkzaam is voor een ecologisch adviesbureau , zoals een bureau dat is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus; en/of zich aantoonbaar actief inzet op het gebied van de soortenbescherming en is aangesloten bij en werkzaam voor de daarvoor in Nederland bestaande organisaties (zoals Zoogdiervereniging , RAVON, Stichting Das en Boom, Vogelbescherming Nederland, Vlinderstichting , Natuurhistorisch Genootschap, KNNV, NJN , IVN, EIS Nederland, FLORON , SOVON, STONE, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en De Landschappen) en/of zich aantoonbaar actief inzet op het gebied van de soortenmonitoring en/of - bescherming.
10. Voor elk te verdwijnen gierzwaluwnest dienen als tijdelijke mitigatie, en eveneens in een later stadium als permanente mitigatie, 5 gierzwaluw nestkasten aangebracht te worden op de wijze zoals beschreven in het BIJ12 kennisdocument Gierzwaluw. 11 . Alle overige aan te brengen kasten van huismus en gierzwaluw dienen eveneens opgehangen te worden volgens de aanwijzingen uit het BIJ12 kennisdocument huism us en het kennisdocument gewone dwergvleermuis. 12. U dient in het ecologisch werkprotocol aan te geven waar en hoe de tijdelijke en permanente kasten worden geplaatst, met fotomateriaal van de geplaatste kasten. 13. Daar waar dit wegens onzekerheid in de planning niet mogelijk is in het ecologisch werkprotocol, dient u de locaties van de tijdelijke kasten en de permanente kasten , inclusief fotomate ri aal aan te leveren in de monitoringsverslagen . 14. U dient de aan- of afwezigheid van de gierzwaluw, huismus en gewone dwergvleermuis te monitoren in 2022 en in 2025 op de wijze zoals beschreven in het BIJ12 Kennisdocument Gierzwaluw, het BIJ12 kennisdocument huismus en het BIJ12 kennisdocument gewone dwergvleermuis. U dient hiervoor aan ons een monitoringsverslag aan te leveren uiterlijk 31 december van het jaar van monitoring. Dit monitoringsverslag dient u op te sturen naar servicebureau@provincie-utrecht.ni. 15.
U dient in de huurcontracten het behoud van groene tuinen te borgen, of indien dit juridisch niet mogelijk is, zorg te dragen dat er steeds genoeg groen aanwezig blijft als vervanging voor de te verdwijnen leefgebieden voor huismus en gewone dwergvleermuis. Hoe het behoud van het leefgebied concreet geborgd wordt, dient u gefaseerd aan te geven .in het ecologisch werkprotocol en in de monitoringsverslagen .. 16. De overige maatregelen, genoemd in hoofdstuk 4 van het activiteitenplan van 13 april 202 1 en de maatregelen genoemd in de opgevraagde nadere informatie, op 2 september 2021 (zie bijlage 4 en bijlage 5) dienen te worden opgevolgd .
Na afloop van de werkzaamheden 17. Na afronding van de werkzaamheden dient de ontheffinghouder het meldingsformulier 'einde werkzaamheden' volledig in te vullen op https://rudutrecht.formulierenserver.nl/eindwerkzaamhedenwnb. Het logboek zoals omschreven in de voorschriften moet bijgevoegd worden.
Bijlage 2: Kaart plangebied bron: "Activiteitenplan sloop & renovatie woningen Veenendaal 13-04- 2021 'J
-
~ ,h!.
"
,__
7, /,
1.-,,~ ,.~ I
?·""'
~"
Figuur 2.2
Het Franse Gat (rood omkaderd) met het p/angebiec/ bestaancle uit 4 enveloppen. envelop 2 (blauw omkaderd), 3 (paars otnkaderd), 4 (geel omkaderd) en 5 (bruin omkade re/) .
Bijlage 3: Kaarten aangetroffen verblijfplaatsen bron: "Activiteitenplan sloop & renovatie woningen Veenendaal 13-04-2021
Figuur 3.2
Gierzwa/uwnesten in enveloppen 2 (blauw omkaderd), 3 (paars ornkaclerd), 4 (geel omkaderd) en 5 (bruin omkaderd).
Figuur 3_ 1
Huismusnesten in enveloppen 2 (blauw omkaderd), 3 (paars omkaderd), 4 (geel omkaderd) en 5 (bruin omkaderd)_
Figuur 3.3
Vastgesteläe zomer- en/of paa1verblijven van de gewone dwergvfeemwis (oranje stippen), massawinterverblijfp/aats van de gewone dwergvleerrnuis (rode stippen) en paarverblijfplaats van de ruige dwergvleemwis (paarse stippen) in enveloppen 2 (blauw ornkadercl), 3 (paars omkaclerd}, 4 (geel omkaderd) en 5 (bruin omkaderd)_
Bijlage 4: Voorgestelde maatregelen bron: "Activiteitenplan sloop & renovatie woningen Veenendaal 13-04-2021
4
Maatregelien
4.1 lnleïd.ing In hoofdstuk 3 zi]n de resu'ltaten van de soortg;erichte inventarisaties en de effectanalyse !beschreven. Hieruit blijkt dat de volgende beschermde elementen worden aangetast:: • 8 1 nesten van huismus; • 36 nesten van gierzwaluw; • 16 verb:lijtsplaatsen van gewone dwergvleermuis_ Om effecten tot een minïmum te .be perken en de gunstige staat van instandhouding te kunnen waarborgen, worden passende maatregelen getroffen. Deze maatregelen worden in onderstaande paragrafen per soort nader beschre••en_ Het gaat zowel om mitigerende (verzachtende) maatregelen en oompenserende maatregelen. Er wordt bij de compensatie ,i ngezet op natuurindusief boLIWen als de norm, met inooLIWvoorzieningen voor huismus , gierzwaluw en \"leermuis en aandacht voor vergroening. Hiermee blijft het de wijk het Franse Gat de typische huismus- en gierzwaluwbuurt en word! het aantre.kkeliJk voor vleemlllizen om er te verblijven. In onderstaande label {tabel 4_ 1) ·is een overzicht g.ege••en van de beschermde natuurwaarde en de minimale compensatieopgave per envelop_ Hierbij is conform de kennisdocumenten een compensatiefactor 2 gebruikt voor de huismus, 3 voor de gierzwa:luw en 4 voor gewone dwergvleemlUis _ Tabel 4. 1 Overzicht beschermde natuurwaarden em mi11imale compensaüe-0pgave, zowel tijdelijk als permanente Soort _!::nvelop
Huismus
Gie.rzwalu.w
_?ew~~e dwe~~v~ermuis
9 ve rb.1ijfplaatsen 3'6 verorijfplaatsen
2
Aantasting Compen<Satieopgave
23 nesten 4'6 nesten
13 nesten 3Q n esten
3
Aantasting Coml'ensati'.eopgave
23 n esten 4'6 nesten
7 nesten 2·1 nesten
Aantasting
35 nesten
5 nesten
-
1'6 ~:'brtjfplaatsen 1 verbl ijfplaatsen
C-ome!~~o~ave
70 nesten
15 nest'l!n
Aantasting Compensatieopgave
0 nesten 0 nesten
1'1 nesten 33 nesten
~ve_r!?:'i_~a~~n 2 verblijfplaatsen
162
75
4 5
Totaal beTJodigde tij.del1"jl(e e1i permanente V001Zien1"r?aen
4.2
4 verblijfplaatsen
8 verbl ijfplaatsen
'64
Compenserende en mitigerende maatregelen per soort
4_2.11 Huismus Bij de renovatie- en onderhoudswerkzaamheden in en velop 5 worden geen nestlocaües van de huismus aangetast Bij de sloop-nieuwbouw in envelop 2, 3 en 4 worden de n estlocalies in elusief deel van het functionele ·leefgebied aangetast. Bij de s!oop van de woningen 'kunnen de tuinen waarschijnlijk niet behouden kunnen worden_Het :functionele leefgebied dat wordt gevormd door het open baar groen en tuinen van wornif"igen buiten het lbezït van Patf,i monium b lijft echter wel behouden, waardoor tijdens de werkzaamheden voldoende uitwijkmoge ij kheden zijn. Daarnaast is vergroening van d e open'bare ruimte een belangrijk onderdeel in de Jntegra.le geE>iedsvisie van het Franse Gat _ Dit om de wijk :beter bestand e maken tegen het veranderende k'l imaal Dit nieliWe groen zal ten gunste zijn van de hU'ismus.
Compenserende maatregelen Leefgebied Als de tuinen worden aangetast wordt het functioneel leefgebied hersteld. Hiervoor worden de tuinen van de nieuwbowNWoninge.n dusdanag i11gerïcht dat zij geschfkt zfjn ·Om als zodanig te fun ctio111eren voor huismus. rnt houdt in dat, conform het rtermisdocument, de onderstaand e maatregelen worden getmffen :in de tuinen: • Er wordt voldoende dekkingsmogelijkheden gecreëerd: c· DoQir aanpla nt van (groenblijvende) struiken en klimplanten; c• Door de aanplant van inheemse soorten bomern ern ander opgaand groen. • Er worden voldoende foerageergebied gecreëerd: o Door overhoekjes of ikruidenrijke vegetiatie als bron voor zaden en k'l e.i111e insecten ; c.• Beh oud van voldoende drinikmoge1ijkheden; Behoud van \•dldoende mogelijkheden voor nemen van stofuaden door zandige plekiken 1e realiseren of te handhaven .
De nïeuwe bewo ners worden actief geïnformeerd over het 1imichten en beheren van een klimaatada ptieve en vogelvriende·lijke t1.1in. Bekeken wordt of het mogelijk is het behoud van een g roene tu in t e borgen in de huurovereenkomst met de bewoners. Nestlocatie.s Met betrekking tot de nestlocaties, zal er natuurinclusief gerenoveerd ern gebouwd worden. Dit houdt in dat (ruimschoots) ,pem1anente voorzieningen w-0rden ge1mffen in de vorm van ingebouwde nestlocaties, ·bijvoorbeeld door het geschikt en toegankel·ijk ma.ken van de eerste rij dakpannen, en/of het plaatsen van inbouwkasten. Hierdoor vindt een mime overcompensatie iPlaats, maar het zal per envelop in ieder geval het mjnimum aantal nestlocafües zijn zoals beschreven in t abel 4 .1 .
Bij de nieuwbo1JW rnet schuine daken (eengezinswoningen) worden de nieuwe daken toegankelijk. en geschikt gemaakt voor de huismus. Dit middels een onderpanprofiel en eventueel verhoogde vogelschroot (zie figuur 4:1:}. ilndien dit om technische redenen niet mogelijk is en bij gestapelde bouw met plat dak, word en nestkasten ingebouwd. D at .kan onder de dakgoot en/of in de geve'l s. Zie figuur 4 .1 voor een aantal mogelijkheden. 1n de portiekwoningen aan de Westersïngel (envelop 5) z;ij n geen huismussen aanwezig, maar bij de renovatie worill.het nieuwe dak toegankelijk en geschikt .gemaakt middels een onderpan profiel en eventueel verhoogde vogelsch root Bij de ondem oudswerkzaamheden in de overige woningen in e nvelo:P 5 worden de nesUocaties behouden. De inbouwvoorzieningen worden gerealiseerd contom1 de eisen van het kennisdocument en ten alle tijden a.tgestem d met een ecologisch deskund·ige. Er wordt gezorgd dat ze buiten het bereik van predators worden geplaatst, minimaal .3 meter hoogte en in meerdere windr:ichtirngen georiënteerd zijn. Bij zuidelijke oriëntatie worden alleen nestlocat es toegepast indiel'il er ru im voldoende schaduwwerkin g is. In de directe omgeving van de el'ilve!oppen staan voldoende woningen d:ie geschikt zijn als altematie'\l'e ·broedlocatie. Het onderzoek heeft aangetoond dat geschi:kte huizen bij lange na niet allemaal bezet zijn.
D.it zijn bijvoorbeeld de huizen langs de rna't)ijgelegen en gr-oene Savomin Lohmanstraat of de z uidelij k gelegen particu:lïere wol'ilirngblo:kken van al!leenstaande huizen en tweekappers mef gmte groene tu inen. Er zijn in de huidige situatie dus voldoende alternatieven voorhanden om de tijd tussen het gefaseeirde verlies van .huidige nestplaats en de nieu we voorzieningen te overbruggen. Echter, uit zorgvuldigheid worden ook alternatieve nesUocalies aangebracht in de vorm van duurzarne, tij de'l ijke nestkasten.
Het aantal tijdelijke, alternatieve inestlocaties dat wordt geplaatst is per en'Velop weergegeven in tabel 4 .11. De locaties van de iïjd elijke nestkasten worden opgehangen aan woningen in de omgeving in het bezit 'Van Patrimonium. tn figuu r 4.2 staat het woningaandee·I van Patrimonium in de wijk Franse Gat. Er zijn ruim 'VOidoende mogelijkheden om tijdelijke kasten op te hangen. De exa cte adressen worden nad er bepaald door een ecologisch deskundige. Hierbij wordt specifiek rekening gehouden of de territoria al bezet zijn door andere ·huismussen, om concurrentie te 'Voorkomen. Door de compenserende maatfe9elen op woningen in !let bezit van Patrimonium te treffen, !<an word en gegarandeerd dat de nestkasten voldoende dang hun functie behouden niet worden aangetast. De nestkasten worden oonform het kennisdocument van huismus opgehangen op een gesch ilde plek en oriëntatje, op een minimale hoogte van 3 meter en .buiten het bereik van predatoren. Aanwezigheid van voldoende geschikt leefgebied is reeds gegarandeerd. Mitigerende maatreqe·len V erder worden conform de richtlijnen uit het kennisdocu ment de volgende rnitiçerende maatregelen getroffen: • De nestlocaties worden ongeschikt gemaaid door ze buiten het b roedseizoen dicht te zetten. Ook wordt dit uitgevoerd buiten de vorstperiodes.
Het di chtzetten kan op verschillende manieren, bijvoorbeeld met plan.ken, vogelschroot of met bladroostersfgootdrains; • Het ongeschikt maken van de bestaande 'Verb~ïjfplaatsen word uitgevoerd buiten de kwetsbare voortplantings:periode van de huismus (globaal maart- aug ustus) en buiten periodes met vorst. Afhankelijk van het seizoen en de weersomstandigheden kan deze periode langer dan wel korter zijn . De gesohi'ktheid van de p eriode voor het uitvoeren van deze werkzaamheden wordt bepaal d door een deskundige op het gebied van de huismus; • De bestaande veri>lijfplaatsen worden pas on geschikt gemaakt, m inimaal drie maanden nadat de tijdelijke nestkasten zijn opgehangen_Dit orn d e 'Vogels vo1doende tijd t e geven om te wennen aan de nieuwe voorzieningen ; • De tijdelijke kasten .blijven minimaal een jaar 1hang en nadat de nieuwe permanente nest!ocaties zijn gerealiseerd en geschikt worden geacht door een ecologisch deskundige; • De maatrege.len worden u itgevoerd onder begeleiding van een d eskundi ge op .het g ebied van d e huismus; • Er word!. een ecologisch werkprotocol opgesteld met daarin de te n emen maatregelen. Alle betmkken partijen zullen van het werkprotocol op d e hoogte gesteld worden. Met bovenstaande maatregelen wordt verstoring tot een minimum beperkt en wordt de gunsiïge staat van instandhouding van de huismus gewaarfJ-Orgd.
Figuur4. 1
Voorbeelden· van voorzieningen voor huismus en/of gkrzwaf.uw. Oncierpandproliel (alleen huismus), nestkast ach.ter of onder dakgoot.. irrbouwkasfen.
4.2.2 Gjeczwaluw Bij renovatie- en onderhoudswerkzaamheden in envelop '5 worden geen nestlocaties aangerast. Bij sloop-nieuwbouw worden de nestlocaties wel aangetast C om pens erende maalreael en In de natuurinclusieve nieuwbouw zullen, net als voor huisml.ls, ruimschoots permanente inbouwvoorzieningen worden gerealiseerd. Patrimoflium heeft h·ier al een voors.chot o.p genomen door i}ij de renovatiewerkzaamheden aan de portiekflats aan de Thorbeckesingel bovenwettelij'k gierzwaluwkasten op te hangen. Ook aan de Westersingel in envelop 5 zullen perm~rneme gierzwaluwkasten worden opgehangen.
Bij de nieuwbouw eengezinswoningen zal in eerste instantie worden bekeken of de daken aan de noordelijke georiënteerde kopse gevels geschikt en toegankelijk gemaakt kunnen worden door een ruimte van minimaaJ 3 centimeter tussen de buitengevel en de binnenzijde van de kanlpan open te houden_Ook zullen nestkasten ingebouwd worden. Bij de gestapelde nieuwoouw worden in ieder geval inbouwnestkasten ingeoouwd in de kopse muren en/of dakranden van de woningen_ Deze vooizieninge.n worden niet gerealiseerd aan de wam1ere zuid- en westgevels, maar aan de koelere oost- en noordgevels. Indien het bovenstaande om techrtische redenen niet mogelijk is, zuUen middels maatwerk voorzieningen in de dakgoo!betimmering of in schoorstenen worden geplaatst Bi] renovatie wordt :in eerste instantie bekeken of de nestlocaties behouden kunnen worden, of het dak aan de kopse kanten toegankeliïk gemaakt kan worden voor de gierzwaJuw. Het ontwerp van de voorzieningen wordt afgestemd met een ecoloog, deskundig op het gebied van de gierzwaluw. Het uitgangspunt is om in alle nieuwbouw 'inoouwvoorzieningen voor de gierzwaluw te realïseren, zodat een ruime overcompensatie ontstaa,. Het zaJ per envelop in ieder gevaJ 'het minimum aantal nestlocaties ziïn zoals b eschreven in tabel 4.1. De inbo1J1wvoorzieningen zullen in ieder geval voldoen aan de richtlijnen uit het kennisdocument van de soort.
Net als voor huismus geldt voor gie.rzwaluw dat er voldoende woningen in de omgeving zijn die geschikt zijn als al1lematieve broedlocatie_ Het onderzoek heeff aangetoond dat geschikte huizen bij lange na niet al Ie maal bezet zijn. Er zijn in de 'huidige situatie dus voldoende alternatieven voorhanden om de tijd tussen het verlies van huidige nestplaats en de nieuwe voorz.ieningen te overbruggen. Echter, uit zorgvuldigheid worden ook tijdelijke alternatieve nest!ocaties aangebracht in de vorm van duurzame nestkasten_ Het aantal tijdelijke nestlocaties dat wordt geplaatst is per envelop weergegeven in tabel 4.1. De locaties van de tijdelijke nestkasten worden opgehangen aan woningen in de omgeving in het bezit van Patrimonium. Welke adressern dit zijn wordt nader b epaald. Omdat het hierbij tevens gaat om het overbruggen van slechts één l>roedseizoen ·(totdat de permanente (inoouw)voo:rzieningen functioneel zijn), blijft de gunstige staat van instandhouding van de gierzwaluw gewaarborgd. Mitigerende maatregelen Verder worden conform de richtlijnen uit het kennisdocument de volgende rnitigerende maatregelen getroffen: • Het ongeschikt maken van de bestaande verblijfplaatsen wordt uitgevoerd buiten de ·kwetsbare voortplantingsperiode van de gierzwaluw (globaal april - augustus) en buiten periodes met vorst.
Afhan'ke'lijk van het seizoen en de weersomstandigheden kan deze :periode langer dan wel korter zijn. De geschiktheid van de periode voor het uitvoeren van deze werkzaamheden wordt bepaald door een deskundige op het gebied van de gierzwaluw; • Het ongeschikt maken van de verblijfplaatsen wordt gedaan door de invläegopeningen te dichten Jn de periode dat er geen gierzwaluwen aanwezig zijn in .~edertand, dat wil zeggen van september t/m half april. Het dichtzetten 'kan op verschillende manieren, bijvoorbeeld met planken of fOQSters; • De maatregelen worden uitgevoerd onder begeleiding van een deskundige op het gebied van de gierzwaluw; • Er wordt een ecologisch wem protocol opgesteld met daarin de te nemen maatregelen_ Alle betrOikken pa·rtijen zullen van het werkprotocol op de hoogte gesteld worden. Met bovenstaande maatregelen wordt verstoring tot een minimum beperkt en wordt de g1J1nslïge staat van instandhoud:ing van de gierzwaluw gewaarborgd.
I
\\
\
'1
'\
\
\
\.'\ \
Figuur4.2
Eige-ndomssituatie Franse gat. fe.1'groene delen zijn in bezit van Patrimanium
Woonserv.be Bil
4-2.3 Gewone dwergvleermuis Bij renovatiewerkzaamheden aan de Westersingel (envelop 5) worden 2 verblijtp:laatsien aangemst. Bij de overige onderhoudswerkzaamheden in envelop 5 blijven de verblijfplaatsen behouden. B:ij nieuwbouw worden wel weer verblijfplaatsen aaagetast Het
uitgangspunt is natuurinclusief bouwen. Dat wil zeggen dat bij alle renovaties en nieuwbouw permanente voorzieningen voor vleem1uizen worden ingebouwd. Cgmpenserende maalreqelen Bij de renovatie aan de Westerslngel in envelop 5 worden er renovatie wer1czaamheden uitgevoerd aan het dak en de gevel. Hierbij wordefl verblijfplaatsen van gewone dwergvteeJrnuis aangetast Bij de renovatie wordt het pand voorzien van een v-oorzet wand_ Aan de zuidelijke zijden worden hierin pem1anente vleem1uiskasten ~m inimaal 8 stuks in totaal) ingebouwd. Er wordt zorg gedragen dal in de nieuwbouwpanden ook permanente verblijfplaatsen voor vleermuizen worden gerealiseerd_ De vorm waarin moet nog afgestemd wo,rden met de aannemer. Het zal in ieder geval conform zowel de folder vleermuisvriendelijk. bouwen (Zo09dierverenig.ing ). als het kennisdocument ••an de gewone dwe.rgvfeermuis gebeuren. De insteek is om bij alle nieuwbouw (eengezins- en gestapelde woningen) de luchtspouw op de kopse kanten in verschiUende windrichtinge-n geschikt en loegan.kel'ijk te maken voor vleem1uizen. Dit vom1en als het ware hele grote vleermuiskm;ten met een hogere buffercapaciteit (temperatuur) dan inbouwkasten en een diversiteit aan microklimaten.
Op deze manier vindt een ruime overcompensatie plaats_ Bij voorkeur wordt gezorgd dat vleermuizen de hoek om kunnen kruipen, om het mogelijk te ma'ken dat ze de meest geschikte plekjes kunnen opzoeken , afhankelijk van de weersomstandigheden. In de spouw wordt, afhankelijk van het type materiaal, een g.riplaag aangebracht. Een vleem1uis heeft namelijik een ruwe ondergrond nodig om zich vast te kunnen grijpen en om weg te kunnen kruipen_Zo kunne11 bijvoorbeeld bij gebruik van steenwol of glaswol dunne ruwe platen tegen het isolatiemateriaal worden aangebracht. Bij ge'bruik van (iso'latie)platen worden de platen opgeruwd of wordt er kunststof gaas aan bevestigd. Indien deze oplossingen in de spouwmuur technisch niet mogelijk :blijken te zijn, worden vleermuiskas!e.n ingebouwd of maatwerk geleverd. Vleem1uiskasten worden in de kopse gevels ingebouwd_ Grotere vleermuiskasten of geschakelde vleermuiskasten hebben hierbij de voorkeur boven kleine vleermuiskasten. Maatwerkoplossingen zijn bijvoorbeeld voorzieningen in de dakgootbetimmering en in schoorstenen. Ook z·ij n v·oorzieningen in het dak mogelijk in schuine daken door het aanbrengen van een spleetvormige ruimte {van circa 3 cm), waafin vleermuizen kunnen wegkruipen. Deze kan zich bo\•en of onder het dakbeschot bevinden.
Daarbij worden inv!iegopeningen gerealiseerd door een ruimte van circa 3 centimeter breed, bijvoorbeeld door ruimte te laten tussen de kanlpannen en de muur. Per envelop worden in ieder geval het minimum aantal voorzieningen gerealiseerd zoals beschreven in tabel 4,1. De inbouwvoorzieningen worden aan verschillende zijden geplaatst, waarmee rekening wordt gehouden mef een diversiteit aan microldimaten. In de directe omgeving zijn ruim voldoende uitwijkmogelijkheden aanwezig voor de gewone dwergvleermuis tijdens de werkzaamheden. Er zijn vele gebouwen aanwezig die geschikte verblijfplaatsen bieden voor de soort. Gebouwen in de omgeving lmnnen dan ook prima dienen als alternatief_ Gewone dwe.rgvleermuizen maken gebrui'k van een netwerk van verblijfplaatsen, ze hebben een netwerk van gebouwen waarin ze afwisselend verblijven (bron: :kennisdocument gewone dwergvleemlllis). Het .is dan ook zo goed als zeker dat de individuefl in het plangebied reeds bekend is met andere verblïjvefl in de ·omgeving. Uit zorgvuldigheid worden in de directe omgeving van het plange1bie<I tijdelijke verblijfplaatsen aangeboden in de vorm van vleermuis.kasten. Deze vleemiuiskas!e.n d1ienen als overbruggif)!} totdat de pem1anente voorzieningen zijn gerealiseerd.
Er worden in totaal gefaseerd 36 houten of houtbetonnen kasten opgehangen_De focaües van de tijdelijke vleem1,uiskasten worden opgehangen aan woningen in de omgeving in het bezit van
Patrimonium. Welke adressen dit zuilen zijn, wordt in samenspraak met een ecoloog nader bepaakl. Mjtjgerende maatreoelen Verder worden con orm de richtlijnen uiti het kennisdocument de volgende mitigerende maatregelen getroffen. • Omdat de verblijfplaatsen mogeUjk jaarrond gebniikt worden, worden zij voorafgaand aan de sloop ongeschikt gemaakt in de minst kwets'bare periodes voor de gewone dwergv,leem1uis. Dit zijn periodes half maart tot half mei en half augustus tot en met oktober. Deze periodes vallen in de actieve periode , .maar buiten de k.raamperiode en winterperiode. Afhankelijk van :het seizoen en de weersomstandigheden kunnen deze perioden ·langer dan wel korter zijn. De methode waam1ee dit gebeurd en de gesch.iktheid voor de uitvoering wordt bepaald door een deskundige op het gebied van vleem1uizen. • Voorafgaand aan de sloopwerkzaamheden dient gezorgd te worden dat de gewone dwergvleermuis het parnd verlaten heeft. Dit kan door: c• Gebruik te maken van zogenaamde exclusion flaps of exclusion tubes.
Deze flaps en tubes zorgen ervoor dat vleermuizen hun verblijfplaats kunnen verlaten, maar niet meer terug kunnen keren ; · Na uitvliegen (gecontroleerd door ter zake kund:ige ecoloog) de invliegopening dichtzetten; ·=· De spouwmuur en de ruïmte onder het dak ongeschikt te maken door het creëren van tocht Dtikan door op verschillende plekken en hoogten grote gaten in de spouwmuur te maken of de hoeken open te trekken en de eerste rijen dakpannen handmatig te verwij<jeren. • Oe bestaande verblijfplaatsen worden pas ongeschikt gemaakt, circa 6 maanden nadat de tijdelijke nestkasten zijn opgehangen. Dit om vleermuizen voldoende tij<j te geven om te wennen aan de nieuwe ·"oorzieningen. • Bovengenoemde maatregelen worden uitgevoerd onder begeleiding van een deskundige op het gebied van vleermuizen. • Er wordt een ecologisch werkprotocol opgesteld, waarin a:lle maatregelen worden vastgelegd. Dit werkprotocol za'I tijdens de werkzaamheden op de :locatie aanwezig zijn en onder alle betrokken parqen bekend worden gemaakt. Met bovenstaande maatregelen wordt verstoring tot een minimum beperkt en wordt de gunstige staat van instandhouding van de gewone dwergvleem1uis gewaarborgd. 4.3 Logb-0ek en monitoring De werkzaamheden worden begeleid door een ecoloog deskundig op het vlak van huismus, gierzwaluw en vleermuizen. De ecologische begeleiding en afspraken worden beschreven in een logboek.
Ook wordt in dit logboek een duidelijk overzicht bijgehouden van de noodzakelijk en reeds getroffen compenserende maatregelen. Ook vindt er periodieke monitoring pJaats van huismus, gierzwaluw en ••leennuizen in hei plangebied. De monitoling vindt eens in de drie jaar plaats. Hierbij monitoren we de ontwikkeling van de populaties, welke compenserende maatregelen getroffen zijn en in welke hoedanig heid deze gebruikt worden. De monitoring zal uitgevoerd worden in de geest van de vigerende protocollen en richtlijnen. De bevindingen worden beschreven in een r110nitoringsrapport en ter info naar het bevoegd gezag gestuurd. Afhankelijk van de monitoringsresultaten worden aanvullende maatregelen voorgeste:ld en getroffen, in afstemming met bevoegd gezag.
,( ~ >Steól ' .t(J • • .s ,"v[i"gopi!fl
_r
aç
.,.
·1lW!!'l1J11en
Figuur4.3
Voorbeeld van spoU'Vl·ruimt.e ln stenen muur, geschikt en toegankelijk voor vJee.rmuizen. Bron: Zoogdiervereniging
Figuur4.4
Grote en schak.efbar.e inbo-uw vfeennuiskasten.
~-
1
1 '
-~•4"....... .,.
_.,;;r..i."..-
1\o.CIN!< ' ll!"l,ll. _ 0 ~~
Figuur 4 .5 voo,reefd ·doorsnede met irJbouwlrast vleermuizen achter de gevel
l..i.~n1 t 111 1r -~
W<ig.L:....,PCDJ11!1.'<'fi1>s <>mi<>.- h<>I ci;ii<>t.>k (;;i;;m zdo\ark;;i"i). D= dl. nhi-nr" llo. v.,,..~= jy;;in l .4 - " 5 cm,l .is<!<> weg.rJrwp1-u.imfe \."'O::i< meerdert! &J~ 9e.zJ.i11'if fB.ran: A.rbe1t8lrrie~ ~10iog le .an der J1I~J~·Lieb.ip· Uni•'l?isil'átGJc~J
Figuur 4 .6 llleermuisvefbfijf OITder 11e:t dakvlak
Bijlage 5: Aanvullende voorgestelde maatregelen bron: "beantwoording vragen over Activiteitenplan sloop & renovatie woningen Veenendaal 02-09-2021 2 Vleeimuizefl a) U geeft aan dat u in he.t najaar ·ermaal alle drie enveloppen on:OOrzo<:lnt. Wii verzoeken u dit nader te specificeren (zie ook de vraag over de invulling van de tabe.IJen) 1n het paarseizoen ligt de focus. op baltsende exemplaren om zodanig paarverblijven op te kunnen sporen, waarbij eenvoudiger grotere gebieden geïnventariseerd kunnen worden. We hebben hlier de inventarisaties verlengd tot langer in de avond, waarbij de ronden in augustus gecombineerd zijn met de zoektocht naar massawiritervert>lijtplaatsen. Wij begtijpen deze vraag niet helemaal, hopelijk geeft dit antwoord voldoende duidelijkheid voor
u. 3 'M itigerende en compenserende maatregelen vleermuizen a) Wij ve11Zoeken u aangeven hoe u kunt u· sluiten dat het vleennuisverblijf in envelop 5 daadtrerkelijk niet aangetast zal worden? In envelop 5 worden aan de Westersingel twee zomerverblijven van gewone dwergvleermuis aangetast. De verblijfplaats aan de Aart de Gelderstraat 11 wordt niet aangetast, omdat hier geen werkzaamheden in de schil van de wonirig plaatsvinden. Het gaat hierbij alleen om ondemoudswerkzaamheden, zoaJs schilderwerk, voegwerkherstel en wertzaamtleden binnen de woning (keuken, badkamer, deuren). De verblijfplaats van gewone dwe.rgvleermuis wordt dan ook niet aangetast. Door maatregelen te lreffen (aangepaste plaatsing steigers, geen bouwver'lichting) wordt voorkomen dat de vleernmis gehinderd wordt en invliegopening geblokkeerd wordt. Deze maatregelen worden opgenomen in een ecologisch wer1cprotoool. b} U geeft aan dat U' in uw onderzoek de combinatie z:omer-/paarverblijf heeft aangetroffen . Paarvefblijven dienen altijd buiten het territorium van een and'er concurrerend mannetje g,e plaatst te worden. In hoeverre wordt daar in uw mïtiqafieplan rekenil!JQ me:e ge.houden? Gewone dwergvleermuizen stellen geen specifieke eisen aan paarverblijven.
Ons onderzoek heeft aangetoond dat er voldoende uitwijkmogelijkheden zijn in de wijk Franse Gat Er zijn immers vele geschikte woningen beschikbaar die nog niet in gebruik zijn door gewone dwergvleennuis. Daarnaast worden de nieuwe woningen gefaseerd in tijd en natuurinclusief (inclusief vleermuisvoorzieningen) opgeleverd en ook de tijdelijke kasten worden verspreid over de wijk opgehangen. Dit borgt dat binnen de wijk ten all'e tijden voldoende afstand zit tussen de potentiële paarverblijven . Wij verzoeken u een kaart ' oe re voegen waarop duideliïk de plaats· gr van de tijder"'keen permanente verblijven aang.ege•,nm staat. De gebouwen worden natuurinclusief gebouwd, in deze inclusief permanente inbouwvoorzieningen voor vleermuiz·en. De permanente verblijven zullen in elk woonblok gereaUseerd worden. Zie onderstaande kaart voor locaties. van de nieuwe woningen. In totaal worden minimaal 64 permanente verblijfplaatsen gerealiseerd in de nieuwbouw c)
DUU!LAll lllm: ~~l
~Y. ~-...t-nfUTllllOrS
•• .... ." •a
Dmi.GlilliEJ) :1
:~~.!':,~de ...~·"'·Kli..,,.,,.....,[..... -.o.>]
••
-
~~:Jlloos~lmt •to.o•
De planning is momenteel dat .in envelop 5 gestart wordt in 2021, in deelgebied 1 (zie bovenstaande kaart) gestart wordt eind 2022, deelgebied 2 vleksgewijs wordt aangepakt in de periode 202312025 en deelgebied 3 gefaseerd in 2025-2029. Zie ook antwoord op vraag 6.2b voor verdere toelichting. Doordat er gefaseerd en vleksgewijs gewerkt wordt in de periode 2021 - 20'31 kunnen de tijdelijke kasten grotendeels binnen het plangebied opgehangen worden. Zo zijn voor de werilzaamheden aan de Westersingel· (envelop 5) eerder dit jaar reeds vleermuiskasten opgehangen binnen envelop 5. Ander voorbeeld is dat voor de aangetaste verbli.ifp1aatsen In envelop 4, ikasten worden ·opgehangen in envelop 5, 3 en 2. Zodra werllzaamheden in envelop 3 en 2 zijn gepland, zijn de renovaties in envelop 5 en de nieuwbouw in het westelijk deel van envelop 4 gereed' en kunnen daar ook weer tijdelijke kasten worden opgehangen_ Indien in de praktijk blijkt dat plaatsing in tiet plangebied niet helemaal .haalbaar is, worden kasten elders in de wijk opgehangen. Zie onderstaande kaart met locaties met gesch·ikte pleikken waar tijdelijke kasten opgehangen kunnen worden, deze gebieden bestaan uit de verschillende enveloppen en geschikte plekken elders in de wijk.
Bij de u.iteindelljke keur is het uitgangspunt de kasten zo ·dicht mogelijk :bij de bestaande verblijfplaatsen te plaatsen, maar buiten de verstoringsafstand van de wer1czaamheden én geborgd !<an worden dat de :kasten minimaal een jaar na oplevering van de permanente voorzjengingen kunnen blijven hangen.
.-
/ (
:.:~~,~
til" Kaart met geschikte locaties waar tijdelijke kasten voor gewone dwergvleermuis, opgehangen kunnen worden. Zowel binnen het plangebied (fichtbf&JW = envelop 2, donkerblauw =envelop 3, geel= envelop 4, bruin = envelop 5) als elders in de wijk (Groene vlakken) d)
Wij \le1Zoeken u concr ee aan te geven hoe, d'e loca:lie-s van de alternatieve verblijfplaats.en uiten de verstoöngsinvlo-ed zijn van d.e werkzaamheden ,geplaa "f zoda deze tijdens de werkzaamheden steeds beschikbaar zijn .
De kasten worden verspreid over de wijk opgehangen. Daarnaast zijn er vele 'natuurlijke' uitwijkmogelijkheden in de wifk :beschikbaar in de vorm van geschikte woningen d]e nog niet in gebruik zijn. Er zijn daarom altijd alternatieve verblijfplaatsen buiten de verstoringsinvloed 'beschikbaar. Daarnaast worden de werkzaamheden gefaseerd uitgevoerd, zie ook antwoord op vraag 6.2b. e) Wij verzoeken u daarnaast, om toe te lichten dat de gekozen locaties voor zowel de tijdefijke als. pemiane nte maatregelen vrij zijn van verstorin9. De permanente voorzieningen worden geplaatst in nieuwbouw. Hier vinden de komende tijd geen we:r1c:zaamheden meer plaats. Bij: de planning wordt rekening gehouden dal de kasten niet worden geplaatst aan panden waar wer11zaamheden worden. uitgevoerd binnen de periode van 1 jaar na oplevering van de nieuwbouw. De tijdelijke •kasten :blijven immers hangen tot 1 jaar na oplevering pennanente voorzieningen in de nieuwbouw Kunt u garanderen dat er bij plaatsing va de lijdelijl;e - en pemumente verblijfplaatsen voJctoende [ekening; gehoud-en wordt met de gewen ·ngspenooe? Ja. Er wordt een gewenningsperiode van minimaal 6 maanden gehanteerd. ·In de praktijk blij'kt dit makkelijk haalbaar, zeker ïn deze wijk waar veel mogelijkheden zijn om .kasten op te hangen.
Dît samen met de 'natuurlijke' uitwijkmogelijkheden (bestaande geschikte verblijij>laatsen in bestaande woningen) borgt dat er voldoende tijd is voor de die.ren om de nieuwe verblijfplaatsen te ontdekken.. 1n het ecologisch weri<JProtoco 1 wordt de gewenningsperiode als vereiste opgenomen. f}
4 Gierzwaluw a) Wij verzoeken u een kaan toe te voegen waarop duidelljk de plaats· g1van d.e lijdelijke verblijven aangegeven staat, alsmede het aantal. rre prnvillcie utrechl gaat uit van een n · ·gatiefactor van 5 tij'defiike en/of peJmanente Qiierzwall!wkasten per vert> -fplaats voor d:e gierzwaluw conbm he.t llennisdocument e11 dus, niet \\'an drie zoafs u in tabel 4.1 aangeeft Ook wij hebben het kennisdocument gehanteerd voor de compensatiefactor. Hierin staat de compensatiefactor van 5 niet vermeld_ In de oude gedragscode van RVO stond wel een compensatiefactor van 5 vervangende nestlocaties per aangetaste nestlocatie..ln het lkennisdocument is deze compensatiefactor echter l'osgelaten, met name om niet meer star :naar de aantallen te kijken, maar de ecologen meer flexibiliteit te geven voor maatwerk. Het kennisdocument stelt dan ook in paragraaf 3-2 dat er een meerdere alternatieve nesOocaties moeten worden aangeboden, een overmaat Gelet op de schaal1en fasering van het project en de reeds aanwezige uilwijlc;mogelljkheden {geschikte locaties (woningen) die nog niet in gebruik zijn door de gierzwaluw) achten wij een compensatiefactor van 3 nestkasten ruim voldoende om de gierzwaluwen altematiBve nestlocatiea. te bieden.
Gelet op de aanwe.z;igheid van veile uitwijkmogelijkiheden, wordt de l<ans dat tijdelijke kasten in gebruik worden genomen niet als hoog ingeschat Nóg meer nestkasten achten wij ecologisch niet zinvol.
Mocht u van mening zijn dat meer nestkasten echt van ecologische waarde is voor de gieawaluw dan is Patrimonium bereid per aang.et.ast nest 5 vervangende nestjple:kken te realijseren.
Doordat er ge·faseerd gewffiikt wordt ~kunrnen de tijdelijke 'kasten grotendeels binnen het JPlangebied opgehangen worden. Zo kunnen voor de aangetaste nestlocaties in envelop 4, kasten worden opgehangen in envelop· 5, 3 ern 2. Zodra werkzaamheden in enve'lop 2 zijn gepland, zijn de renovaties in envelop 5 en de nieuwbouw ini envelop 4 grotendeels gereed en kunnen daar ook weer tijdelijke kasten worden o,pgehangen. In dien irn de pralltijk blijkt dat niet helemaal haalbaar is, worden kasten elders in de wijk opgehangen. Hierbij is het uitgangspunt de kasten zo dicht mogelijk bij de bestaande nesten te pilaatsen, maar buiten de verstoringsafstand van de weruaamheden.