Inspreektekst 6 januari 2026 Omgevingsplan 2040 Veenendaal
Tekst van het document
Definitieve inspreektekst – Omgevingsvisie Veenendaal 2040 Geachte voorzitter, geachte raadsleden, Ik spreek u toe als ondernemer en als geboren en getogen inwoner van Veenendaal. Ik ben niet tegen de Omgevingsvisie 2040, maar de visie in de huidige vorm is niet af. Er ontbreekt onderbouwing en vooral scenario analyses. Een omgevingsvisie is geen document voor één collegeperiode. Het is een strategisch kader dat jarenlang doorwerkt in omgevingsplannen, vergunningverlening en investering besluiten. In de bestuurlijke praktijk ontstaat een visie niet uit één extrapolatie van het verleden of onderzoek, maar uit het verkennen van meerdere plausibele toekomstscenario’s en het anticiperen op onzekerheden. De wereld is niet volledig maakbaar, zeker niet op de lange termijn. Juist daarom rust op u als gemeenteraad een zware en zelfstandige verantwoordelijkheid. 1. Harde woningbouwambitie, zachte en beleidsmatige onderbouwing De Omgevingsvisie 2040 legt één hard getal vast: 10.700 woningen. De gemeente verwijst hiervoor naar het woningbehoefteonderzoek van Stec en naar afspraken binnen Foodvalley en met de provincie Utrecht. Het Stec onderzoek werkt met meerdere scenario’s en bandbreedtes en heeft voornamelijk cijfers tot 2035. Het onderzoek wijst expliciet op onzekerheden in demografie en economie.
Het getal van 10.700 woningen is geen directe onderzoeksuitkomst, maar een beleidsmatige afleiding uit scenario’s. In de Omgevingsvisie 2040 ontbreekt een navolgbare en scenario gewijze onderbouwing voor dit getal. De Commissie MER was hier duidelijk in haar conclusie: “essentiële informatie ontbreekt en moet vóór besluitvorming worden aangevuld.” En “aanvullen van die informatie is essentieel om het belang van de leefomgeving volwaardig mee te kunnen wegen bij het besluit van de gemeenteraad over de omgevingsvisie” Het addendum OER van 4 december geeft wel extra toelichting op het proces, maar onderzoekt geen alternatieven en onderbouwt deze keuze niet alsnog vanuit milieueffecten. Een strategisch document dat wél een exact woninggetal vastlegt, maar niet kan uitleggen hoe, waar en onder welke randvoorwaarden, blijft bestuurlijk kwetsbaar. 2. Mobiliteit en infrastructuur blijven indicatief De visie erkent mobiliteitsdruk, maar: Verkeerskundige doorrekeningen ontbreken in de visie zelf; Effecten op de N233 en Rondweg-Oost zijn niet integraal afgewogen; Aanvullend onderzoek was volgens de Commissie MER vereist vóór vaststelling. Het aanvullende onderzoek geeft aan dat nadere analyses op kruispunten en wijkniveau noodzakelijk zijn.
Het addendum voegt indicatieve mobiliteitsscenario’s toe, maar erkent tegelijk dat deze geen directe doorvertaling van de omgevingsvisie zijn en dat keuzes pas later worden gemaakt.
1
3. Economie en werkgelegenheid: aannames onder druk De Omgevingsvisie 2040 koppelt deze woningbouwambitie aan een economische focus op ICT en dienstverlening. Maar juist hier schuurt het. Landelijke analyses laten zien dat economische groei niet langer automatisch leidt tot groei van het aantal arbeidsplaatsen, zeker niet in sectoren die sterk worden beïnvloed door AI en digitalisering. In Veenendaal bevindt circa 46% van de arbeidsplaatsen zich juist in deze sectoren. De Omgevingsvisie bevat geen scenario’s voor deze ontwikkeling. Daarmee blijft onduidelijk hoe de groei van inwoners en woningen zich verhoudt tot de toekomstige werkgelegenheid. 4. Gebiedsprofielen en leefomgevingsanalyses: te hoog abstractieniveau De visie presenteert zich als gebiedsgericht en werkt met gebiedsprofielen en leefomgevingsanalyses. Maar deze blijven op een te hoog abstractieniveau en bieden daardoor onvoldoende houvast om per deelgebied te beoordelen hoe wonen, werken, mobiliteit, groen, milieu en gezondheid zich tot elkaar verhouden. Ook de Commissie MER constateert dat effecten en afwegingen nog onvoldoende in beeld zijn. 5. Groen en blauw: sturend principe onder druk De Omgevingswet hanteert water en bodem als sturend principe, maar in de Omgevingsvisie blijven groen- en waterstructuren ondergeschikt aan andere ruimteclaims.
Daarbij zijn groen- en blauwkaarten in de definitieve versie gewijzigd ten opzichte van de versie waarop zienswijzen konden worden ingediend. Deze wijzigingen zijn inhoudelijk relevant, maar niet opnieuw ter inspraak voorgelegd. Daarmee ontbreekt voor de raad het inzicht of deze aanpassingen zorgvuldig zijn afgewogen en democratisch zijn gelegitimeerd. Dat raakt niet alleen de inhoud, maar ook de transparantie van het besluitvormingsproces. 6. De rol van de raad De Rekenkamer Veenendaal heeft oktober 2025 expliciet gewaarschuwd voor het risico dat de raad grip verliest wanneer kader stellende keuzes worden doorgeschoven naar latere plannen en programma’s. In deze Omgevingsvisie zie ik precies dat risico ontstaan: wezenlijke afwegingen worden niet in de Omgevingsvisie gemaakt, maar vooruitgeschoven naar uitvoeringsprogramma’s die door het college worden vastgesteld. Juist bij een Omgevingsvisie hoort die afwegingsruimte bij de raad te liggen. Afsluiting Raadsleden, U vertegenwoordigt niet het college en niet de verkiezingskalender. U vertegenwoordigt alle inwoners en bedrijven van Veenendaal, nu en in de toekomst. Daarbij heeft U een zeer belangrijke taak als toezichthoudend orgaan. De Omgevingsvisie in zijn huidige vorm is onvoldoende onderbouwd en gemaakte keuzes niet herleidbaar of toetsbaar.
Ik vraag u daarom niet om deze visie af te wijzen, maar om haar nu niet vast te stellen, en eerst af te werken met: Scenario’s en fasering, Een volwaardige milieutoets, Expliciete economische aannames, En robuuste gebiedsanalyses. Dat is geen vertraging. Dat is verantwoord bestuur.
2
Dank voor uw aandacht. Bart Kroesbergen 6 januari 2026
3