9. Toezeggingen RV DEVO herfinanciering doorontwikkeling
Tekst van het document
BEANTWOORDING VRAGEN RAADSCOMMISSIE 11 november 2025 Raadscyclus
November 2025
Onderwerp:
Raadsvoorstel DEVO herfinanciering doorontwikkeling
Onderstaand wordt ingegaan op de vragen zoals die in de raadscommissie van 11 november jl. aan de orde zijn geweest, voorzover deze al niet eerder zijn beantwoord. 1. Graag meer inzicht in de (financiële) risico’s? In algemene zin willen we benadrukken dat, los van dit raadsvoorstel, regulier afstemming plaatsvindt met banken (BNG en NWB), juristen (AKD) en partijen in/rond de warmtesector (Fakton, Sweco, warmtebedrijven) om te kijken waar kansen en risico’s liggen voor ons als gemeente en voor DEVO. Dit draagt ertoe bij dat proactief kan worden ingespeeld op ontwikkelingen en vraagstukken rond positionering van DEVO. Voor een externe analyse van de juridische risico’s is het advies van AKD gevraagd (zie ook beantwoording technische vragen). Dit commentaar is meegenomen in het voorstel en zal ook bij de concretisering van de lening overeenkomst worden betrokken. Daarnaast hebben de gemeente en DEVO gezamenlijk onder begeleiding van Sweco een risico-inventarisatie opgesteld voor Veenwarmte en Het Ambacht. Aan de hand van de volgende vragen heeft dit tot nog meer inzicht geleid in de projectrisico’s en in de ‘knoppen waaraan gedraaid kan worden’.
Wat is het risico? Wat is de oorzaak van het risico? Wat is het gevolg van het risico? Wat is de kans dat het risico voorkomt? Als het risico optreedt heeft dit dan gevolg voor de doorlooptijd? Wat is het financiële gevolg? Dit inzicht in combinatie met de ‘lessen uit het verleden’ heeft gemaakt dat bewust en weloverwogen gekozen is om waar mogelijk te faseren binnen de projecten Veenwarmte en Het Ambacht. Risico-mitigatie vindt voor een belangrijk deel plaats door projectfasering op te delen en dat is juist ook de reden om te kiezen voor deelfinancieringen, met elke keer weer toetsing op BuCa waarbij college verantwoording aflegt waarom risico’s verantwoord worden geacht. Zie hiervoor het raadsvoorstel bij ‘Aanpak / uitvoering’ en ‘Aanpak financiering’, de 2e, 3e en 4e bullet. In feite zijn hiermee meerdere ‘go/no go’-momenten ingebouwd voordat wordt overgaan tot een volgende fase: - Go/no go DEVO intern voor een (deel-) financieringsvraag. - Raad van commissarissen DEVO. - Collegebesluit inclusief externe second opinion of de businesscase, waarbij het college verantwoording aflegt hoe het de geïdentificeerde risico afweegt en op welke wijze dit is meegenomen in het weerstandsvermogen. - Periodieke terugkoppeling van projectresultaten richting de raad, waarbij de raad indien nodig zaken kan agenderen.
Door projectfinanciering in fases op te delen is het financiële risico ook beperkter. Tevens is er juist bij doorverstrekking meer flexibiliteit om op deze fasering in te spelen. De in het raadsvoorstel genoemde bedragen
worden dan ook niet in één keer beschikbaar gesteld. De grootste risico’s zitten daarbij in de realisatiefase. Dat betekent dat als deze fase is afgerond, de exploitatie relatief stabiel is en de risico’s aanzienlijk kleiner worden. De omvang van de risico’s wordt dus vooral bepaald door welke delen van het totale project tegelijkertijd in uitvoering zijn. Als laatste punt om te vermelden is dat in z’n algemeenheid, maar zeker ook in dit voorstel, de wijze van omgaan met risico’s, risico-inventarisatie en risicobeheersing aansluit bij de Nota Verbonden partijen zoals die door de gemeenteraad in 2024 is vastgesteld. 2. Wat zijn de risico’s (van vertraging) bij het nu niet nemen van een besluit op de beslispunten 2 t/m 4? Mocht op basis van het raadsvoorstel en de toelichting op de beeldvormende avond het beeld bestaan dat met de beslispunten 2 tot en met 4 ‘wensen en bedenkingen’ worden gevraagd over een financiering die nog ver in de tijd ligt, dan dient dit beeld te worden bijgesteld. Zowel voor Veenwarmte als Het Ambacht ligt de behoefte aan financiering vermoedelijk al deels in het eerste kwartaal 2026. Een behoefte die is afgestemd op de projectfasering.
Heel feitelijk ligt dit dus zelfs nog voor het moment van herfinanciering DEVO B.V.! Ten aanzien van beslispunt 2 – Veenwarmte – betekent het uitblijven van een besluit: - De ontvangen WIS-subsidie komt in gevaar omdat de afgesproken deadlines met RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland) niet worden gehaald. Voor de WIS is een besluit over financiering nodig binnen een jaar. Uitstel zal waarschijnlijk leiden tot gedeeltelijk of geheel verlies van de WIS-subsidie die onmisbaar is voor de BuCa en die ook niet opnieuw in deze vorm aangevraagd kan worden. Met de huidige WIS-regeling is aanzienlijk minder subsidie per woning mogelijk. Voor betaalbaarheid van warmte voor de inwoners is het dus essentieel dat nu zekerheid geboden wordt over de financiering! - Een vertraging bij Veenwarmte kan gevolgen hebben voor de verduurzaming en renovatie door Veenvesters. Voor Veenvesters is het daarom ook essentieel dat het project doorgaat. Als verduurzaming van de woningen stilvalt, halen zij hun doelstellingen niet en dit kan leiden tot hogere heffingen vanuit het Rijk. Dit leidt voor hen bijv. tot minder investeringsruimte voor nieuwbouw en kwaliteitsverbeteringen. - Veenvesters heeft ook subsidie ontvangen, een SAH-subsidie (subsidie aardgasvrije huurwoningen). Deze vervalt op enig moment mocht het project tot realisatie stuklopen.
Ten aanzien van beslispunten 3 en 4 – Het Ambacht – betekent het uitblijven van een besluit dat het project Het Ambacht vertraging oploopt en daarmee de energievoorziening voor de nieuw te bouwen woningen eveneens later c.q. te laat tot stand komt. Als er geen zekerheid is over financiering, kunnen de (voorwaardelijke) afspraken met ontwikkelaars niet nagekomen worden. Zij moeten dan kiezen voor een andere partij. Dit kan bij hen tot vertraging leiden en zal zeer waarschijnlijk ook tot hogere kosten voor toekomstige bewoners leiden. Daarnaast ontstaat een lappendeken van systemen en tarieven. Het wordt daarnaast erg ingewikkeld om regie te blijven voeren op het gehele energiesysteem van het Ambacht i.r.t. beperken netcongestie. Dit kan ertoe leiden dat er voor de woningbouw van latere projecten in het Ambacht geen warmtevoorziening gerealiseerd kan worden.
3. Wat zijn de juridische verschillen tussen ‘doorverstrekken van lening’ en ‘100% borgstelling bij lening verstrekt door een bank’ Onderstaand volgt een overzicht van de juridische verschillen. a. Aansprakelijkheid • Doorverstrekken lening: Bij niet nakomen van betalingsverplichtingen door DEVO zijn de gevolgen direct zichtbaar voor de gemeente. • Borgstelling: De borg (=gemeente) is secundair aansprakelijk. Dit betekent dat de borg in tweede instantie wordt aangesproken als DEVO zijn betalingsverplichtingen niet nakomt. Vanuit de BNG wordt aangegeven dat zij in een dergelijke situatie vrij snel actie ondernemen en de gemeente zullen aanspreken. Feitelijk betekent dit dat de gevolgen bij doorverstrekking als ook borgstelling vrijwel gelijktijdig zichtbaar zullen zijn. b. Voorwaarden om aangesproken te worden • Doorverstrekken lening: De schuldeiser (=gemeente) mag de hoofdlener (DEVO) aanspreken zodra deze de afspraken niet nakomt. • Borgstelling: De schuldeiser (bank) moet eerst proberen de hoofdlener (DEVO) tot betaling te bewegen. Maar als dat mislukt (bijvoorbeeld via een ingebrekestelling) wordt de gemeente direct aangesproken. BNG geeft aan dat de voorwaarden om aangesproken te worden niet echt verschillen met een doorverstrekking. Een borgstelling levert in dit opzicht voor de gemeente dan ook geen voordeel op ten opzichte van een doorverstrekking. c.
Risico • Doorverstrekken lening: Het risico van wanbetaling ligt direct bij de gemeente. • Borgstelling: Als DEVO niet betaalt, neemt de bank vrijwel direct contact op met de gemeente. In dit opzicht is er dan ook geen verschil met een doorverstrekking. De borg (=gemeente) wordt dan verplicht om het bedrag te voldoen in plaats van DEVO. Op basis van juridische argumenten wordt de indruk gewekt dat een borgstelling gunstiger is dan een doorverstrekking. Dit is echter maar de vraag. Weliswaar ontzorgt een bank de gemeente door: • De contractvorming over te nemen; • Het debiteurenbeheer op zich te nemen; • Een wettelijke zorgplicht te hebben. Maar zodra het misgaat met de partij die de borgstelling heeft ontvangen, wordt de gemeente volledig aangesproken. De bank eist namelijk een onherroepelijke en onvoorwaardelijke borgstelling op de gehele hoofdsom. Afhankelijk van de situatie en de rentestand heeft de gemeente dan de volgende mogelijkheden: - De gemeente lost de geldlening (hoofdsom) volledig af in 1 keer vermeerderd met een bedrag voor kosten en boeten; - De gemeente neemt de geldlening over; - De gemeente gaat in plaats van DEVO de rente en aflossing aan de bank betalen. DEVO komt dan onder bijzonder beheer bij de bank en de bestaande contracten worden opengebroken waardoor extra rente en kosten moeten worden betaald.
De Europese Centrale Bank zal dan van de bank eisen dat zij extra voorzieningen voor DEVO gaat treffen. Dit is noodzakelijk omdat de kans van een faillissement hoger wordt. Dit traject duurt minimaal 2 jaar.
Bij een doorverstrekking is het risico lager, omdat er meer ruimte is voor oplossingen die de gemeente zelf kan organiseren zoals uitstel van aflossing of rentebetaling zonder dat er extra kosten voor een bank hoeven te worden gemaakt. Als laatste nog een toelichting op een aantal facetten dat ook een rol kan spelen: flexibiliteit, betaalbaarheid, zorgplicht en eigendomsverhouding Flexibiliteit Flexibiliteit is een belangrijk aspect. Juist omdat DEVO zich doorontwikkelt en met het oog op het mogelijk op termijn infaseren van het UWO biedt het voordelen als we als gemeente zelf de voorwaarden van financiering kunnen bepalen. Betaalbaarheid In praktische zin zijn de consequenties van beide varianten gelijk: de gemeente moet bijleggen als DEVO niet aan de financiële verplichtingen kan voldoen. Maar we creëren wel meer betaalbaarheid. Dat heeft twee effecten: - DEVO kan projectrisico’s nog beter opvangen omdat de marge in de Buca groter is. Dus feitelijk verkleint deze vorm de projectrisico’s (BuCa is berekend op rentetarieven met borgstelling). - Uiteindelijk kan dit zich vertalen in lagere tarieven voor bewoners. Enerzijds van belang voor betaalbaarheid, maar ook voor draagvlak en daarmee voor participatiegraad.
Het heeft daarmee een vierdubbel effect: o Meer betaalbaarheid o Beter in staat projectrisico’s op te vangen o Hogere verwachte volloopgraad voor projecten in bestaande bouw o Beter verdienvermogen om ook toekomstige projecten op te pakken met steeds minder financiële bijstand door gemeente. Zorgplicht De bank heeft een zorgplicht richting de partij die de borgstelling afgeeft en beoordeelt de financiële positie (buca). De Buca’s van DEVO en DEVO Groenpoort zijn in het verleden meerdere malen extern beoordeeld door Elysee, Schuiteman, NWB en de BNG-bank. Op basis hiervan zijn bedrijfsmodellen ontwikkeld die door de banken worden geaccepteerd. Daarmee is aangetoond dat de Buca’s een hoge mate van kwaliteit en betrouwbaarheid hebben. Voor toekomstige investeringen bieden deze modellen een belangrijk stuk zekerheid. Dit laat echter onverlet dat de banken in vergelijking met de gemeente een hogere rente en risico-opslag in rekening brengen. Voor Veenendaal heeft een nadere externe beoordeling nog maar beperkte meerwaarde, omdat DEVO en de gemeente veel ervaring hebben met de bouw en beoordeling van bedrijfsmodellen voor warmtenetten. Eigendomsverhouding Er is een belangrijk verschil tussen doorverstrekking aan een partij waarvan je 100% eigenaar bent en een partij waarin je geen eigendom hebt. Bij eigendom heb je volledig inzicht in de bedrijfsvoering en kun je eerder bijsturen.
Zeker bij beslispunt 1 uit het raadsvoorstel ligt een doorverstrekking meer voor de hand. Bij beslispunten 2, 3 en 4 moet nog nadere uitwerking plaatsvinden en afhankelijk daarvan wordt een definitieve keuze gemaakt.