CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

9. Technische vragen en antwoorden RV Kadernota 2027 VRU - aanvullend

Gemeenteraad 26 februari 2026, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Kadernota VRU 20271.050 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

TECHNISCHE VRAGEN – vanuit de raadscommissie Raadscyclus:

Februari 2026

Naam fractie:

SGP

Onderwerp:

Raadsvoorstel Kadernota 2027 VRU

Vragen SGP 1. De VRU is nu ook nog ontheven van het voldoen aan deze duurzaamheidseisen. Tot wanneer heeft de VRU de uitzonderingspositie om nog niet aan de duurzaamheidseisen te voldoen? Antwoord: Het bestuur heeft in de toekomstscenario's een afweging gemaakt welke maatregelen noodzakelijk zijn om op orde te komen. Hiervoor zijn uitgangspunten geformuleerd, maatregelen moeten naast noodzakelijk ook kosteneffectief zijn. Geconcludeerd is dat de plannen voor duurzaamheid niet voldoen aan deze uitgangspunten. Het bestuur heeft bij de toekomstscenario's, die lopen tot en met 2030, gekozen om alleen te verduurzamen binnen de bestaande middelen. Voor gebouwen geldt dat de brandweerposten eigendom zijn van de gemeenten, de verantwoordelijkheid voor verduurzaming ligt daarmee primair bij de gemeenten. De VRU voldoet op dit moment aan de wettelijke duurzaamheidseisen die overigens maar beperkt zijn. De uitzonderingspositie betreft de uitzondering die brandweerauto's hebben tot de zero-emissiezones en milieuzones in de binnensteden. Vanaf 1 juli 2025 bestaat er een landelijke lijst voor (Brandweer) bestel- en vrachtwagens met OGS (verplicht) die vrijstelling hebben voor de Milieu-en ZE-zones, indien de ouderdom van het voertuig hiervoor aanleiding geeft om op deze lijst te zetten. De betreffende voertuigen van de VRU zijn hiervoor aangemeld en de VRU houdt deze lijst up to date.

Hier is nog geen einddatum aan verbonden.

TECHNISCHE VRAGEN Raadscyclus:

Februari 2026

Naam fractie:

SGP

Onderwerp:

Raadsvoorstel Kadernota 2027 VRU

Vragen SGP 1. In het raadsvoorstel wordt op pagina 3 onder argumenten 1.1 over de BDuR (brede doeluitkering rampenbestrijding) gesproken. De vorige landelijke regering heeft hier een korting van 10% op doorgevoerd. De huidige landelijke regering zegt veiligheid hoog in het vaandel te hebben. In hoeverre bestaat de kans dat de 10% korting wordt teruggedraaid, en wordt hier vanuit de veiligheidsregio’s actief op gelobbyd? Antwoord: De korting van 10% op de BDuR heeft landelijk veel aandacht en is onderwerp van doorlopende bestuurlijke en ambtelijke lobby vanuit de veiligheidsregio’s, waaronder de VRU. Bestuurders zetten zich hier gezamenlijk actief voor in richting het Rijk. De kans dat de korting door een nieuw kabinet wordt teruggedraaid wordt op dit moment als beperkt ingeschat. Om die reden richt de lobby zich niet uitsluitend op herstel van de BDuR, maar ook op het aanboren van alternatieve financieringsstromen. Daarbij wordt bijvoorbeeld gekeken naar middelen die in internationaal verband beschikbaar komen, zoals de afgesproken NAVO-norm waarbij een deel van de extra

investeringen in veiligheid civiel kan worden ingezet. 2. In het raadsvoorstel worden op pagina 9 in de tabel van financiele gevolgen van de geactualiseerde begroting de bedragen voor de komende jaren genoemd. Onze vraag betreft rij “Structurele kosten ‘op orde scenario”. In de kolommen 2027, 2028, 2029 en 2030 worden bedragen genoemd die vrij vergelijkbaar zijn, respectievelijk 207.00, 243.00, 243.00 en 273.00. Voor het jaar 2031 bedraagt het bedrag in deze rij 472.000. Hoe verklaart u het verschil ten opzichte van de voorgaande jaren? Antwoord: De verschillen tussen 2030 en latere jaren worden veroorzaakt door: o Uitbreiding van de Brandweerzorg Amersfoort 2e fase. o Stijging van de kapitaallasten van materieel en herzien van de afschrijftermijn van tankautospuiten. Deze treden pas na 2030 op omdat dan nieuw materieel wordt aangeschaft. In de jaren voor 2031 worden de reserve kapitaallasten hiervoor ingezet. o Risico-overeenkomsten van opdracht voor eigen personeel. Dit is een fiscaal risico dat in de tijd naar achter is geschoven, maar wel eerder tot extra uitgaven kan leiden. Deze drie ontwikkelingen leiden tot een toename (bijna een verdubbeling van 2031 t.o.v. 2030) van de structurele kosten van het Op Orde scenario VRU breed. Een toename die ook te zien is in de ontwikkeling van de gemeentelijke bijdrage van Veenendaal. 3.

Binnen het ‘op orde scenario’ wordt geen geld voor duurzaamheid (elektrificeren voertuigen, HVO100 brandstof) begroot. In hoeverre voldoet de VRU hiermee nog binnen het ‘op orde scenario’ aan duurzaamheidseisen? En in het verlengde hiervan, in hoeverre schuift de VRU duurzaamheidseisen op de lange baan? Antwoord: Omdat overige uitdagingen en knelpunten op dit moment meer prioriteit hebben zijn de maatregelen gericht op duurzaamheid door het bestuur niet meegenomen. De VRU is nu ook nog ontheven van het voldoen aan deze duurzaamheidseisen. De voorstellen voor verduurzaming van het wagenpark blijven vooralsnog op de plank liggen en worden niet geëffectueerd. In de maatregelen op het gebied van vakbekwaamheid is wel rekening gehouden met ontwikkelingen zoals duurzaam opgewekte energie. Hierbij gaat het vooral om hoe de VRU kan optreden, bijvoorbeeld wanneer zich incidenten voordoen met zonnepanelen en batterijen. 4. Het grootste verschil tussen ‘op koers’ en ‘op orde’ bestaat uit het thema ‘Bijstelling garantiefactor vrijwilligers’, een post van 591.000. In bijlage 4. Toekomstscenario’s wordt onder 3.7.1 uitleg gegeven over dit thema. Hierbij worden de zorgen geschetst over de verminderende inzet overdag en hoge verloop personeel. “Bijstelling garantiefactor vrijwilligers wel doorvoeren zou de paraatheid, gemiddelde opkomsttijd en regionale slagkracht verbeteren”.

In hoeverre is dit (zowel de zorgen als de kansen in bijstelling garantiefactor vrijwilligers) voor de post in Veenendaal van toepassing? Antwoord: Voor de post in Veenendaal geldt dat er op dit moment geen signalen zijn dat de paraatheid structureel onder druk staat. De bezetting en opkomst voldoen aan de gestelde normen en geven geen directe aanleiding tot bijstelling. In die zin is de bijstelling van de garantiefactor voor de post Veenendaal minder nodig dan op andere plekken. De vrijwilligers regelen de paraatheid door overdag met een rooster te werken. In de avond-nacht-weekendsituatie geldt een hard piket (verplichte opkomst). Vanwege Europese regelgeving en de noodzaak om scherper onderscheid te maken tussen vrijwilligers en beroepspersoneel mogen vrijwilligers naar verwachting op termijn niet meer in een rooster werken. Als dit geïmplementeerd wordt, zal bekeken moeten worden of het kazerneprofiel van post Veenendaal (vrijwilligerspost) nog passend is, of dat er andere organisatievormen nodig zijn om de paraatheid te regelen (dagdienst of zelfs 24-uursbezetting). Daarnaast is de werkdruk voor de vrijwilligers in Veenendaal (ten opzichte van andere vrijwillige posten) hoog door het aantal incidenten dat jaarlijks vanuit deze ene post bestreden

wordt. Ook speelt de groei van het inwoneraantal en de toenemende druk op het wegennet een rol waardoor de paraatheid in de toekomst mogelijk verder onder druk komt te staan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16579312/4