9. Technische vragen en antwoorden - Jaarstukken en begroting IW4
Tekst van het document
TECHNISCHE VRAGEN Raadscyclus d.d.
Juni 2022
Naam fractie:
CDA
Onderwerp:
14. Jaarstukken 2021 en begroting 2023 GR IW4
Vragen • Wat vindt de wethouder van het uitgangspunt dat is gehanteerd met betrekking tot de loon prijscorrectie met de grote verhogingen van het minimumloon die eraan zitten te komen? Deze vraag gaat over de jaarstukken van GR IW4. Bij de beantwoording van de vraag beperk ik me voor de gevolgen van de verhoging van de lonen voor het bedrijfsresultaat van IW4. IW4 kent een aantal CAO’s: - CAO WSW - looptijd 1 januari 2021 tot en met 31 december 2025 - CAO aan de Slag - looptijd 1 juli 2021 tot en met 31 december 2023 Daarnaast een CAO voor regulier personeel (vergelijkbaar aan CAO voor ambtenaren) In de begroting 2023 is geen rekening gehouden met stijging van de loonkosten, in de daaropvolgende jaren is ook geen stijging toegepast. Volgens de vigerende CAO WSW wordt de LPO (loonprijsontwikkeling) compensatie verrekend met de subsidie. Uitgangspunt is dat toekomstige cao-verhogingen gecompenseerd worden in het subsidiebedrag. Kortom: als de loonkosten stijgen wordt ook de rijkssubsidie verhoogd. De gemeenten ontvangen van het ministerie SZW de rijkssubsidie en geven deze door aan de GR. Het nadelig subsidieresultaat, het verschil tussen van de gemeenten ontvangen subsidie en Wsw-loonkosten, evenals de overige Wsw-kosten komen ten laste van de NV.
In 2018 is afgesproken dat gemeenten een deel van dit subsidietekort voor haar rekening nemen, middels een extra gemeentelijke bijdrage aan IW4. Conclusie: IW4 zal geen nadelige financiële gevolgen ondervinden, als de loonkosten WSW toenemen. Dit wordt t.z.t. gecompenseerd door een hogere rijkssubsidie en indien nodig een extra gemeentelijke bijdrage. Voor IW4 is dit budgettair neutraal. Dit is juist verwerkt in de begroting 2023. Daarnaast is de IW4 gehouden aan de CAO aan de slag. Op basis van deze CAO nemen de loonkosten toe. De loonkostensubsidie is gekoppeld aan het wettelijk minimumloon, als deze stijgt zal ook de loonkostensubsidie die IW4 ontvangt van de gemeente toenemen. Dit CAO-loon is (iets) hoger dan het wettelijk minimumloon. Tussen SZW, VNG en Cedris vindt overleg plaats over compensatie en vergoeding van deze hogere lonen. • Heeft de wethouder een verklaring voor de lage instroom van mensen uit beschut werk bij IW4? Gemeenten hebben een wettelijke taakstelling om personen met een indicatie beschut werk te plaatsen. Dit pakken we (pro-) actief op. Zo hebben we al contact met aspirant kandidaten via (praktijk)scholen. Uiteindelijk indiceert het UWV. De gemeenten probeert kandidaten op een voor hen geschikte werkplek te plaatsen. Dit lukt niet altijd, omdat sommige personen hier nog niet aan toe zijn. Dan is een langer aanlooptraject nodig.
Het overgrote deel van de kandidaten plaatsen we bij IW4. Daarnaast zijn er in Veenendaal ook andere sociale werkbedrijven. Deze zijn veelal geïnitieerd en ontstaan vanuit IW4-bedrijfsactiviteten (zoals groenvoorziening en metaal). De gemeente plaatst ook enkele personen rechtstreeks bij deze bedrijven. De instroom in beschut werk in Veenendaal en IW4 wijkt niet af van het landelijk beeld.