9.d CDA Bijlage 3 - Antwoordformulier Consultatievragen
Tekst van het document
ANTWOORDFORMULIER OMGEVINGSVISIE 2040 Naam fractie: CDA _______________________________________________________________ Datum retour: 9 februari 2025 ____________________________________________________
Leeswijzer Hieronder volgen enkele vragen om een beeld te krijgen bij het toekomstbeeld dat u als gemeenteraad wenst voor Veenendaal. De beantwoording helpt bij het opstellen van het conceptkoersdocument. Aangezien we overwegen Gezond, Duurzaam, Vitaal en Sociaal leidend te maken voor de Omgevingsvisie Veenendaal 2040, zijn de vragen gericht op deze principes. Daarnaast is het belangrijk dat in de geactualiseerde omgevingsvisie gebiedsgerichte keuzes worden gemaakt. Om die reden vragen we u ook de kaart in bijlage 1 mee te nemen bij de beantwoording van de vragen en kritisch te zijn of uw antwoord geldt voor elk gebied in Veenendaal. U kunt uw antwoorden invullen op dit antwoordformulier. Het is de bedoeling dat het antwoordenformulier vóór de behandeling in de commissievergadering wordt ingevuld. Tijdens de commissievergadering wordt de tijd benut om uw beantwoording toe te lichten. Mocht het zo zijn dat u na de commissievergadering uw beantwoording nog wil aanvullen/wijzigen, dan kunt u dit uiteraard bij ons bekend maken.
Vraag 1 – Prioriteiten per gebied De verstedelijkingsstrategie Arnhem-Nijmegen-Foodvalley zijn diverse ontwerpprincipes opgenomen. Door deze principes op lokaal niveau toe te passen worden kansen en ambities duidelijk, maar kunnen ook de ruimtelijke keuzes goed in beeld worden gebracht. In bijlage 2 zijn deze ontwerpprincipes beschreven. Kunt u deze principes per gebied op volgorde van belangrijkheid ordenen en daarmee uw prioriteit aangeven?
Nee, want uw vraagstelling veronderstelt dat we akkoord zijn met de vertaling van deze ontwerpprincipes zoals deze door u voor Veenendaal zijn uitgewerkt. Dat is het CDA nadrukkelijk niet. We lichten dit per principe toe: 1. Er wordt al vele jaren gesproken over verbetering van het OV. Helaas gaat de verbetering van het OV in Veenendaal al jaren veel langzamer dan de groei in het aantal inwoners. Via onze partij begrijpen wij dat bij OV bedrijven ook in de komende 25-40 jaar problemen zullen blijven bestaan rondom het werven van geschikt personeel en het kopen van voldoende groen materieel. De prioriteit bij OV bedrijven ligt dan primair bij het bedienen van de grote steden. Zolang dat de stand van zaken is, is verder verdichten rondom OV locaties niet verstandig, de
projecten rondom OV knooppunten kunnen daarom wat het CDA betreft pas goed inhoudelijk worden behandeld wanneer de problemen rond het uitbreiden van OV zijn opgelost. 2. De natuurvisie is in de ontwerpprincipes beperkt tot natuurgebied De Hellen. Dit vinden wij onverstandig. Er lopen meerdere groene zones door Veenendaal. We hebben parken, bosjes en percelen waar veel groen staat. Ook zijn vele bomen zichtbaar als je vanaf een hoog punt uitkijkt over onze stad. In alle activiteiten rondom bouw en verdichting behoort dit groen te worden beschermd en uitgebouwd. We hebben dit in het verleden o.a. vastgelegd op basis van de ‘groene lobben’. En dit vraagt wel om zorgvuldiger geformuleerde principes dan ‘we bouwen niet in De Hellen’. 3. Zoals de provinciale visie terecht aangeeft is het onverstandig om op de laagste delen te bouwen. Door ruimtegebrek binnen de gemeente, doen wij hier concessies aan en wordt het in de principes beperkt tot ‘we houden rekening met de grondwaterstand en we verwerken water in het integrale ontwerp’. Dat kan, maar of het richting de toekomst ook verstandig is, daar heeft het CDA haar twijfels bij. 4. Ook in een stad zijn groene buffers van belang. En we hebben tussen wijken en langs wegen en rondom bestaand groen ook echt veel mogelijkheden. Dat vraagt wel om een visie, prioritering van groen en sterker beleid om bestaand groen te beschermen. 5.
Veenendaal is een kleine stad met een ligging op de grens van OV-concessiegebieden en provincies. Het realiseren van goed OV in alle windrichtingen is daardoor ingewikkeld. Gelukkig lopen er wel goede snelwegen en provinciale wegen langs Veenendaal. Bij een prettige woonomgeving horen goede voorzieningen voor woonwerkverkeer aanwezig te zijn. Door matig OV in het verleden en door de historisch gegroeide status van Veenendaal als mooie woonplek voor mensen die buiten Veenendaal werken, speelt de auto daardoor een flinke rol in het dagelijks leven. En het aantal auto’s neemt ook landelijk buiten de Randstad toe, ook in Veenendaal. Nieuwe woongebieden dienen derhalve ruim te worden voorzien van gratis parkeergelegenheid en de capaciteit van ontsluitingswegen dient van zeer hoog niveau te zijn. Voor landelijk en regionaal vervoer is er immers nauwelijks een werkbaar alternatief voor de auto. Binnen Veenendaal is het huidige fietsbeleid wel zinvol en dat deel van het fietsbeleid behoort wat het CDA betreft te worden voortgezet. 6. Ook in dit principe krijgt groen onvoldoende aandacht. 7. Is akkoord. 8. Dit is een buitengewoon naïef principe, dat OV bedrijven niet kunnen faciliteren door tekorten. En de verwachting is dat deze tekorten nog minimaal 25 jaar en mogelijk zelfs 40 jaar zullen aanhouden.
Dit principe handhaven is derhalve zeer risicovol voor de toekomst van Veenendaal en we roepen u op dit principe te laten varen of op zijn minst om de toepassing van dit principe uit te stellen tot het OV in Veenendaal vergelijkbaar is
met plaatsen als Nieuwegein, Zeist of Amersfoort. Zie bijvoorbeeld Reiziger merkt ook in stads- en streekvervoer personeelstekort of Europa kampt met schrijnend tekort aan buschauffeurs en Nederland spant de kroon | Binnenland | AD.nl . 9. Een belangrijk principe. Waarbij het CDA aanvult dat veel met name grotere inheemse bomen ook zorgen voor een koelere binnenstad en betere biodiversiteit. Het is derhalve verstandig hier meer ruimte voor te maken. 10. Wij zien Veenendalers lokaal (binnen de wijk en stad) veel fietsen, daarbuiten voorzien wij dat vooral de auto ook de komende decennia het primaire vervoersmiddel blijft. Zie ook onze opmerking bij principe 8. 11. Hier worden goede zaken genoemd. Het belangrijkste blijft ook voor werklocaties dat zij goed bereikbaar zijn en dat we als Veenendaal een heldere visie hebben voor welke activiteiten we wel plaats maken en voor welke niet. Zeker in een compacte groene stad verdienen voorzieningen voor de stad en werklocaties met een hoge baandichtheid geschikt voor onze inwoners prioriteit.
Gebied Centrumgebied Spoorzone Woongebied Landelijk gebied Bedrijventerrein Industriegebied Natuurgebied Zoekgebied woningbouw
Hoog
prioriteit
→
Laag
Vraag 2 – Gezond Veenendaal Veenendaal gaat groeien. Naast de huidige uitbreidingsplannen van ongeveer 5.000 woningen, is er nog plaats nodig voor ongeveer 5.000 extra woningen. We houden hiermee rekening met de dynamiek van de woningmarkt in de regio, waardoor we voldoende woningen bouwen voor onze inwoners. Deze nieuwe woningen zullen extra vervoersbewegingen opleveren. Daarnaast hebben nieuwe inwoners o.a. voorzieningen en werk nodig. Vervoersbewegingen, voorzieningen en bedrijven hebben allemaal in een bepaalde mate een positief en/of negatief effect op de gezondheid van onze inwoners. Zo zijn sportlocaties goed voor de gezondheid van onze inwoners die er sporten, maar kan er ook geluidhinder optreden waar naburige inwoners overlast van ervaren. Hoe ziet u de balans van groei en gezondheid voor u in de verschillende gebieden van Veenendaal? Zijn er gebieden waar we als gemeente een stapje extra moeten zetten om de (toekomstige) gezondheidssituatie te verbeteren? Het is vooral belangrijk dat onze inwoners hun dag efficiënt kunnen indelen. Dan ontstaat ook tijd voor zaken als sport, mantelzorg, ontspanning. Kortom, voor een prettige balans in het leven. Efficiënt vervoer is hier een onderdeel van. De lage capaciteit op onze wegen (niet meegegroeid met de groei in inwoneraantal) zorgt voor veel tijdverlies. Ook de inrichting van wijken met o.a.
een beperkt aantal ontsluitingswegen en bijvoorbeeld scholen die noodgedwongen op diverse locaties zitten, zorgt er voor dat inwoners niet snel hun kinderen kunnen halen en brengen en daarna door kunnen naar sport of werk. Door meer ruimte te maken voor vervoer, scholen op 1 plek onder te brengen, bij voorkeur naast kinderopvang zorgt de inrichting van de stad voor tijdwinst en daarmee voor ruimte en rust in het leven van inwoners. En daarmee voor ruimte om te sporten of te ontspannen. Of om mantelzorg te verlenen. Of om vrijwilligerswerk te doen in bijv. het welzijnswerk. En omgekeerd zorgt de staat van het wegennet en bijvoorbeeld het onderwijsvastgoed voor onzichtbare schade, in de vorm van stress, tijdverlies in files en inwoners die veel tijd kwijt zijn om meerdere kinderen op verschillende locaties naar school te brengen. Naast vervoer, is het belangrijk dat er voldoende ruimte is voor mensen om elkaar op te zoeken en voor maatschappelijke voorzieningen. Wij zien dat sociale en maatschappelijke voorzieningen steeds meer moeite hebben om een plek te vinden. Het is belangrijk dat zorg, onderwijs, buurthuizen, sportverenigingen, de voedselbank en dergelijke initiatieven een plek kunnen vinden. En ook voor nieuwe initiatieven in de toekomst dient enige ruimte te worden gelaten. Dit vraagt een ruimer aandeel maatschappelijk vastgoed.
Samenkomen en goede maatschappelijke voorzieningen verbeteren welzijn en stress en maken omzien naar elkaar beter mogelijk. Verder hebben wij eerder in deze beantwoording al aangegeven dat groen -en dan vooral grote inheemse bomen- veel kunnen doen voor een gezonde leefomgeving. Ook meer groen tussen gebouwen zorgt voor een gezondere balans, o.a. door minder hittestress. __
__________________________________________________________________________________ __________________________________________________________________________________ __________________________________________________________________________________ __________________________________________________________________________________ __________________________________________________________________________________ __________________________________________________________________________________ __________________________________________________________________________________ __________________________________________________________________________________ __________________________________________________________________________________ __________________________________________________________________________________ __________________________________________________________________________________ __________________________________________________________________________________ __________________________________________________________________________________ __________________________________________________________________________________ __________________________________________________________________________________ __________________________________________________________________________________
__________________________________________________________________________________ Vraag 3 – Duurzaam Veenendaal De stad Veenendaal is in 2040 op weg om volledig energieneutraal en klimaatbestendig en zoveel mogelijk circulair te zijn. Dit vraagt echter ruimte boven- en ondergronds. Denk bijvoorbeeld aan gebouwen die helpen met de opwek en de verdeling van energie, maar ook aan de kabels en leidingen die aangelegd moeten worden om dit te faciliteren. Op plekken waar kabels en leidingen in de grond liggen is het bijvoorbeeld moeilijker om bomen goed te laten wortelen en worden de opties voor waterberging beperkt. Een ander voorbeeld is de invulling van openbare ruimte met asfalt voor de aanleg van infrastructuur ten behoeve van mobiliteit. De invulling met klimaat adaptief groen op deze plekken wordt lastiger door het gebrek aan wortelruimte. Hoe ziet u binnen het streven naar een duurzaam Veenendaal de verhouding tussen duurzaamheid en de openbare ruimte? Is deze verhouding per gebied verschillend? Het zorgt er vooral voor dat het CDA terughoudend is met instemmen met verdere verdichting. We weten nog niet precies wat er nodig zal zijn en dus is het belangrijk om wat ruimte vrij te houden, zodat we ook op een later moment nog ruimte hebben om
maatregelen te nemen en bij te sturen waar dat nodig is. Zowel boven als onder de grond. En dat is in een dichtbebouwde gemeente een lastige uitdaging, dat realiseren we ons terdege. Vraag 4 – Vitaal Veenendaal Zoals in vraag 1 is aangegeven gaat Veenendaal groeien. Deze groei vraagt ruimte, zowel voor de woningen als alle aspecten die daarbij horen om een vitale stad te zijn. Zo vragen bijvoorbeeld groen, voorzieningen en werk allemaal ruimte, maar zijn ze ook essentieel voor een vitaal Veenendaal. Echter, de gemeente is al behoorlijk stedelijk en bouwt op het moment tegen haar grenzen. Door functies te stapelen in de vorm van hoogbouw wordt een deel van dit vraagstuk al opgelost, maar dit brengt ook weer andere uitdagingen met zich mee, bijvoorbeeld op het gebied van woongenot. Hoe kunnen we de functies die Veenendaal vitaal maken een plek geven, rekening houdend met de gewenste groei en met de beperkte ruimte die er is? Zijn er per gebied verschillende maatregelen te treffen om de vitaliteit te behouden en/of te versterken? Veenendaal heeft in het recente verleden bovengemiddeld bijgedragen aan groei door bouw van nieuwe woonwijken (West, Oost, Petenbos, etc). Maar voor veel voorzieningen is genoegen genomen met gemiddelde of zelfs beneden gemiddelde niveaus. Zo is ons wegennet nauwelijks meegegroeid.
Daarnaast is de spitstrein naar Stations West en Centrum vervallen en zijn er weinig extra bussen gaan rijden. Is er bezuinigd op de omvang van maatschappelijke gebouwen waardoor huisartsen, tandartsen, scholen en dergelijke in diverse wijken moeite hebben met het vinden van geschikte ruimtes en feitelijk zeer fors worden gehinderd in het uitoefenen van hun belangrijke taken door beperkingen als gevolg van het gemeentelijke beleid. Dit betekent dat we richting provincie, regio en rijk duidelijk moeten zijn dat er in Veenendaal een aantal uitdagingen zijn ontstaan die eerst moeten worden opgelost, voordat we een bijdrage kunnen leveren aan verdere groei. En dat betekent ook (tijdelijk) nee durven zeggen en durven vertragen als dat nodig is om druk te zetten en verbeteringen op dit vlak voor elkaar te krijgen. Verder hecht het CDA aan het verspreiden van functies over de gemeente. Versterk de Patrimoniumlaan als winkelstraat waar mensen met de auto voor de deur kunnen stoppen. Doe dit ook op de Zandstraat. Zet in op een vitale Ellekoot, een kloppend wijkcentrum rondom het Bruineplein. Ontwikkel de wijkcentra in Petenbos en Oost tot een gezellig wijkcentrum waar mensen elkaar ontmoeten. En accepteer dat het centrum op termijn enigszins zal moeten krimpen. Wat betreft cultureel vastgoed is de vraag vooral om eens goed te kijken naar efficiënt gebruik.
We zien vaak zalen die leeg staan. Ruimtes die maar enkele keren in de week worden gebruikt. Dit vraagt scherpte, ook in het instemmen met nieuwbouw en onderhoud. En waar nodig lef om zaken die niet goed lopen te herbestemmen.
Tot slot, merken wij op dat Veenendaal zeker buiten het centrum een sterk dorpskarakter heeft. Mensen kennen elkaar. Mensen waarderen een tuin. Inwoners zijn veelal kritisch op hoogbouw; de Industrielaan wordt door velen gezien als een lelijke as met te veel hoekige hoogbouw die te dicht op elkaar staat. Terughoudendheid met hoogbouw, zorgvuldigheid in omgang met inwoners en niet te snel willen verdichten is belangrijk om draagvlak te behouden. Kortom, om te zorgen voor de mooie balans tussen een stads centrum en een mooi dorpskarakter in de woonwijken, want die combinatie, dat is de kracht van Veenendaal.
____________________________________________________________ __________________________________________________________________________________ __________________________________________________________________________________ __________________________________________________________________________________ __________________________________________________________________________________ __________________________________________________________________________________ __________________________________________________________________________________ __________________________________________________________________________________ __________________________________________________________________________________ __________________________________________________________________________________ __________________________________________________________________________________ __________________________________________________________________________________ __________________________________________________________________________________ __________________________________________________________________________________ __________________________________________________________________________________ __________________________________________________________________________________ __________________________________________________________________________________
__________________________________________________________________________________
Vraag 5 – Sociaal Veenendaal In 2040 is Veenendaal veilig en verbindend. Een verbonden stad vraagt ruimte, bijvoorbeeld om te ontmoeten, te bewegen en voor cultuur, toerisme en recreatie. Een verbonden stad leidt dan weer tot een veiligere stad. Verbinding kan plaatsvinden door bijvoorbeeld openbare ruimte speciaal in te richten voor ontmoeting of recreatie. Ook
kunnen functies, zoals horeca of gebruiksgroen worden gestimuleerd om het sociale aspect van Veenendaal te versterken. Daarnaast valt ook te denken aan andere woonvormen die gericht zijn op verbinding tussen verschillende doelgroepen. Al deze voorbeelden vragen ruimte en die is in Veenendaal beperkt. Waar moet op worden ingezet om een sociaal Veenendaal te bevorderen? Zijn er verschillende maatregelen nodig per gebied? Met name bij nieuwbouw in de omgeving van bestaande woningen is het belangrijk dat de buurt instemt met de plannen voor de wijk. Wij horen bijvoorbeeld in Het Franse Gat veel inwoners die zich niet meer geroepen voelen om zich in te zetten voor een schone veilige wijk. Men spreekt elkaar niet meer aan en is vooral boos. En waar zit de oorzaak: de verdichting gaat te snel en de wijze waarop de gemeente en Veenvesters nieuwbouwplannen er doorheen hebben gedrukt heeft er voor gezorgd dat inwoners zijn afgehaakt. Ook rondom ’t Goeie Spoor horen we dergelijke signalen. Dit zijn echt gemiste kansen. Ja we winnen als stad een aantal woningen. Maar door daar het onderste uit de kan te willen halen, krijgen we op veiligheid en verbinding in de wijk het deksel op onze neus. Dat moet echt een les zijn voor toekomstige projecten.
Want alleen gaat de gemeente wellicht sneller, maar alleen samen met inwoners komen we echt verder! ___________________________________________________________________________ __________________________________________________________________________________ __________________________________________________________________________________ __________________________________________________________________________________ __________________________________________________________________________________ __________________________________________________________________________________ __________________________________________________________________________________ __________________________________________________________________________________ __________________________________________________________________________________ __________________________________________________________________________________ __________________________________________________________________________________ __________________________________________________________________________________ __________________________________________________________________________________ __________________________________________________________________________________ __________________________________________________________________________________
__________________________________________________________________________________
__________________________________________________________________________________
Aanvullend op vraag 4 & 5 In de commissie hebben wij al aangegeven dat we vraagtekens hebben bij het loslaten van het principe “veilig” als één van de rode draden van onze Omgevingsvisie. Daarvoor zijn nu “sociaal” en “vitaal” in de plaats gekomen. Vanuit onze visie zou “vitaal” uitstekend onder de noemer “gezond” kunnen vallen. Uit het onderzoek onder de inwoners komt naar voren dat men “veiligheid” als een belangrijke pijler ervaart. Wat onze fractie betreft is het dan ook een gemiste kans om deze uit de omgevingsvisie te laten. Vanuit onze visie betreft veiligheid in de omgevingsvisie veel meer dan alleen een ‘gevoelde’ vorm van veiligheid. In de kern houdt veiligheid in: “de effectieve bescherming van mensen tegen persoonlijk leed: tegen de aantasting van hun lichamelijke en geestelijke integriteit”. Wat ons betreft is dit een sturend element in de omgevingsvisie. Deze kan zich in de fysieke leefomgeving bijvoorbeeld vertalen naar: 1. Inrichting en onderhoud van de openbare ruimte, groen, etc. (KOR richtlijnen) 2. Inrichting en onderhoud van infrastructuur (bruggen, tunnels, etc.) (ZETA richtlijnen) 3. Verlichting (bijv. smart city lighting) 4. Cameratoezicht 5. Gevelbekleding, -vergroening, -schildering, etc. 6. Verkeersdoorstroming en goede alternatieven bij wegafsluitingen (bijv.
meerdere ontsluitingswegen per buurt, zodat ook bij drukte of een ongeval hulpdiensten snel ter plaatse zijn) 7. Voldoende ruimte op straat om te parkeren, zodat met niet in bochten of in zichtlijnen parkeert en de verkeerssituatie in woonwijken overzichtelijk en veilig is. Kortom: we zijn het niet eens met de keuze om ‘veiligheid’ als rode draad te laten vallen en te vervangen door “sociaal” en “vitaal” .
Vraag 6 – Prioriteit per gebied De verschillende gebieden in Veenendaal hebben allemaal hun eigen uitdagingen en kwaliteiten. Kunt u per gebied aangeven welke drie kwaliteiten dienen te worden behouden en welke drie uitdagingen dienen te worden aangepakt? Centrumgebied Kwaliteiten
1. Veel voorzieningen en winkels 2. Bruist 3. Regionale functie Uitdagingen 1. Er zijn nu te veel supermarkten (zet die deels aan de rand van de stad met XXL functie en veel parkeerruimte) en te veel winkelruimte die leeg staat 2. Te weinig groen / te veel hittestress 3. Door het toevoegen van veel woningen wordt het centrum steeds meer ook een woonwijk, waardoor de omgeving minder geschikt wordt voor evenementen. Spoorzone Kwaliteiten 1. Station en bushaltes 2. Mooi groen rondom het stationsplein 3. De Kerkewijk is een van de mooiste historische lanen van Veenendaal – op de meeste plekken; hier moeten we echt zuinig op zijn. Uitdagingen 1. Er is te veel, te snel en te blokkerig nieuw gebouwd; dat heeft niet mooi uitgepakt, met name (maar niet uitsluitend) langs de industrielaan is het eindresultaat niet goed. 2. De laanstructuren met bomen langs de Kerkewijk en ’t Goeie Spoor staan onder druk; dit moeten we bijv. voor vogels eigenlijk herstellen (en het zal het aangezicht ook aanzienlijk verbeteren). 3. een tunnel onder het spoor door of viaduct over het spoor heen bij Rondweg-West of De Kerkewijk is zeer wenselijk. Woongebied Kwaliteiten 1. Veel laagbouw. 2. Ruime percelen. 3. Sociaal dorps karakter, maar wel met veel voorzieningen binnen de wijk en een bruisend centrum zoals je ook in veel steden ziet – best of both worlds. Uitdagingen 1.
Parkeren – in vrijwel alle wijken zijn te weinig parkeerplaatsen. 2. beperken hoogbouw is echt nodig om een vriendelijk sociaal dorps karakter te behouden. 3. toevoegen van woningen, vooral ook voor starters en senioren, zonder het karakter te veel te schaden (dat is dus op een aantal plekken niet goed gegaan in het recente verleden, belangrijk om daar als gemeente van te leren). Landelijk gebied Kwaliteiten 1. Verbinding met natuur en de groene omgeving
2. _______________________________________________________________________________ 3. _______________________________________________________________________________ Uitdagingen 1. Inpassen van meer goede ontsluitingswegen 2. Afstemming met buurgemeentes over mate van toekomstige groei 3. _______________________________________________________________________________ Bedrijventerrein Kwaliteiten 1. De centrale ligging in NL en langs de A12 2. Veel grotere panden beschikbaar 3. Goede ICT voorzieningen Uitdagingen 1. Ze zitten vrij vol, doorgroeien is soms lastig 2. Niet alle activiteiten passen bij Veenendaal 3. Deels gedateerd en daarmee niet duurzaam Industriegebied Kwaliteiten 1. _______________________________________________________________________________ 2. _______________________________________________________________________________ 3. _______________________________________________________________________________ Uitdagingen 1. Vraagt integraal om een nieuwe visie; nu te veel gedateerde panden en voegt te weinig toe aan de stad 2. _______________________________________________________________________________ 3. _______________________________________________________________________________ Natuurgebied Kwaliteiten 1. Natuur 2. _______________________________________________________________________________ 3.
_______________________________________________________________________________ Uitdagingen 1. Meerwaarde voor de stad zichtbaar maken, wordt nu te weinig benut en wat er is blijft onzichtbaar 2. _______________________________________________________________________________ 3. _______________________________________________________________________________ Zoekgebied woningbouw Kwaliteiten 1. _______________________________________________________________________________ 2. _______________________________________________________________________________ 3. _______________________________________________________________________________ Uitdagingen
1. Stop met zoeken en ga omvormen naar een beheergemeente zodra de lopende bouwactiviteiten zijn afgerond; de rek is er uit. 2. _______________________________________________________________________________ 3. _______________________________________________________________________________ Tot slot: Als CDA hechten we eraan dat het proces om te komen tot een gedegen omgevingsvisie zorgvuldig moet plaatsvinden. Tijdens de Beeldvormende Avond van 4 februari is een planning geschetst die veel druk op het proces geeft. Indien door onvoorziene omstandigheden vertraging ontstaat, bestaat de kans dat de omgevingsvisie wellicht niet voor het einde van dit jaar tot stand komt. Zoals eerder is opgemerkt vindt de CDA fractie het van groot belang dat de visie in goede participatie met onze inwoners tot stand komt. Alleen ga je sneller, maar samen kom je verder. Daarbij gaat zorgvuldigheid altijd boven snelheid.