9.c Bijlage 3 - Antwoordformulier Consultatievragen ProVeneendaal
Tekst van het document
ANTWOORDFORMULIER OMGEVINGSVISIE 2040 Naam fractie: ProVeenendaal Datum retour:
Inleiding Bij de doorontwikkeling van de Omgevingsvisie Veenendaal 2040 staan drie hoofdthema’s centraal: Gezond, Duurzaam en Veilig (GDV). Binnen deze drieslag worden de begrippen vitaal en sociaal wat ProVeenendaal betreft verweven: •
Gezond omvat zowel fysieke gezondheid (schone lucht, voldoende groen, beweging) als mentale en sociale gezondheid (ontmoeting, inclusie, mentaal welzijn).
•
Duurzaam omvat het “Groen volgt Groei”-principe, energietransitie, circulaire economie, maar ook digitale duurzaamheid (thuiswerken, online participatie) en sociale duurzaamheid (inclusieve wijken).
•
Veilig heeft betrekking op verkeersveiligheid, sociale veiligheid in wijken, online veiligheid (digitale weerbaarheid) en een vitale (fysiek én sociaal) infrastructuur die robuust is tegen incidenten of crises.
Veenendaal heeft te maken met: •
Beperkt grondgebied: verdere groei (woon- en werkfuncties) vraagt soms regionale samenwerking.
•
Regionale kaders: Verstedelijkingsstrategie Arnhem-Nijmegen-Foodvalley, RPLG, PlanMER’s, NOVEX-ontwikkelperspectief.
•
Sociaal Domein: Integraal Beleidskader Sociaal Domein 2024-2027, nabuurschap, ABCD-concept.
•
Digitale omgeving: niet alleen techniek, maar ook sociale online platforms, buurtapps en e-health.
Hieronder beantwoorden we de zes consultatievragen, met telkens nadruk op GDV (Gezond, Duurzaam, Veilig) en de inpassing van vitaal en sociaal onder deze drie kernthema’s.
Leeswijzer Hieronder volgen enkele vragen om een beeld te krijgen bij het toekomstbeeld dat u als gemeenteraad wenst voor Veenendaal. De beantwoording helpt bij het opstellen van het conceptkoersdocument. Aangezien we overwegen Gezond, Duurzaam, Vitaal en Sociaal leidend te maken voor de Omgevingsvisie Veenendaal 2040, zijn de vragen gericht op deze principes. Daarnaast is het belangrijk dat in de geactualiseerde omgevingsvisie gebiedsgerichte keuzes worden gemaakt. Om die reden vragen we u ook de kaart in bijlage 1 mee te nemen bij de beantwoording van de vragen en kritisch te zijn of uw antwoord geldt voor elk gebied in Veenendaal. U kunt uw antwoorden invullen op dit antwoordformulier. Het is de bedoeling dat het antwoordenformulier vóór de behandeling in de commissievergadering wordt ingevuld. Tijdens de commissievergadering wordt de tijd benut om uw beantwoording toe te lichten. Mocht het zo zijn dat u na de commissievergadering uw beantwoording nog wil aanvullen/wijzigen, dan kunt u dit uiteraard bij ons bekend maken. Kanttekeningen/ aandachtspunten: 1. We vinden het invuldocument heel onduidelijk. Wat betekent prioriteit? Juist wel doen of juist niet doen? Je kan dingen om meerdere redenen belangrijk vinden. 2. Ontwerpprincipe 1 is onjuist overgenomen. De term “bestaande woongebieden” staat niet in dit stukje van de omgevingsvisie.
Dit is gewijzigd van “bestaande werkgebieden”. Dit principe komt bovendien uit de paragraaf over werklocaties en bedrijvenlocaties. De vertaling van ontwerpprincipe 1 is dan ook onjuist. 3. Er staan 30 (+?) ontwerpprincipes in de verstedelijkingsstrategie. Sommige die nu niet verwerkt zijn in “onze” 11 ontwerpprincipes zijn ontzettend relevant voor Veenendaal, mobiliteit en zoekgebieden voor woningbouw.
Vraag 1 – Prioriteiten per gebied De verstedelijkingsstrategie Arnhem-Nijmegen-Foodvalley zijn diverse ontwerpprincipes opgenomen. Door deze principes op lokaal niveau toe te passen worden kansen en ambities duidelijk, maar kunnen ook de ruimtelijke keuzes goed in beeld worden gebracht. In bijlage 2 zijn deze ontwerpprincipes beschreven. Kunt u deze principes per gebied op volgorde van belangrijkheid ordenen en daarmee uw prioriteit aangeven?
Gebied Centrumgebied
5
Hoog 4 6
prioriteit → Laag 1 10 8 9 11 2 3 7
Spoorzone
5
4
8
1
3
9
10 11 7
2
6
Woongebied
5
4
8
3
7
6
9
2
11
Landelijk gebied
2
5
4
7
6
10 11 3
8
9
1
Bedrijventerrein
11 9
2
4
5
1
3
8
10 6
7
Industriegebied
11 9
2
4
5
1
3
8
10 6
7
Natuurgebied
2
5
4
7
6
10 11 3
8
9
1
Zoekgebied woningbouw
5
4
8
3
7
6
10 1
2
11
9
10 1
Vraag 2 – Gezond Veenendaal Veenendaal gaat groeien. Naast de huidige uitbreidingsplannen van ongeveer 5.000 woningen, is er nog plaats nodig voor ongeveer 5.000 extra woningen. We houden hiermee rekening met de dynamiek van de woningmarkt in de regio, waardoor we voldoende woningen bouwen voor onze inwoners. Deze nieuwe woningen zullen extra vervoersbewegingen opleveren. Daarnaast hebben nieuwe inwoners o.a. voorzieningen en werk nodig. Vervoersbewegingen, voorzieningen en bedrijven hebben allemaal in een bepaalde mate een positief en/of negatief effect op de gezondheid van onze inwoners. Zo zijn sportlocaties goed voor de gezondheid van onze inwoners die er sporten, maar kan er ook geluidhinder optreden waar naburige inwoners overlast van ervaren. Hoe ziet u de balans van groei en gezondheid voor u in de verschillende gebieden van Veenendaal? Zijn er gebieden waar we als gemeente een stapje extra moeten zetten om de (toekomstige) gezondheidssituatie te verbeteren? __________________________________________________________________________________ 1. Gezond: inclusief vitaal en sociaal o
Een gezonde gemeente richt zich op fysieke aspecten (groen, schone lucht, sportvoorzieningen) én op mentale en sociale gezondheid (ontmoeting, ABCD, laagdrempelige zorg). Vitaal en sociaal horen bij “Gezond”.
2. Gebiedsgerichte inzet o
Centrum & Spoorzone: Verdicht bouwen, maar behoud/aanleg van groen en daglicht. Geluidsdemping (van spoor en drukke wegen) en goede fietsen voetgangersroutes bevorderen gezondheid. Sociale ontmoeting (culturele voorzieningen, cafés) verlaagt eenzaamheid.
o
Woongebieden: Ruimte voor wijk- en sportvoorzieningen, wandel- en fietsroutes. Nabuurschap en digitale wijkplatforms versterken de sociale gezondheid.
o
Bedrijfsterrein & Industrie: Minimaliseer fijnstof, geur en lawaai. Creëer gezonde werkomgevingen (arbo, groen buffers, daglicht). Betrek werknemers bij vitaliteitsprogramma’s en digitalisering (bijv. e-health arbo).
o
Natuur & Landelijk gebied: Cruciaal voor recreatie, rust, mentale veerkracht. Houd recreatiedruk in toom via monitoring (digitaal).
3. Extra stap o
Gebieden met hoge verkeersdruk en geluidsoverlast (centrum, rondwegen) krijgen prioriteit voor emissievrij vervoer, betere OV- en
fietsvoorzieningen. “Groen volgt Groei” is essentieel bij elke nieuwe ontwikkeling. Aanvullende opmerkingen: -
-
-
-
Als het gaat om autobezit dan zijn de alternatieven nog niet voldoende op orde en zullen we dus moeten faciliteren dat deze een plek krijgen Bestaande (oudere) wijken mogen niet vergeten worden en verdienen aandacht als het gaat om onderhoud, bewegen in de openbare ruimte en voldoende kwalitatief groen. In navolging van andere gemeenten maatregelen nemen op houtrook conform afspraken in het schone lucht akkoord 2024 Rond industriegebieden en in de buurt van de snelweg moet goed gekeken worden of locaties geschikt zijn voor bouw, of dat er te veel uitstoot is. Daarbij vragen we ons hierbij af in hoeverre de ambities van de vorige omgevingsvisie waargemaakt zijn op dit onderwerp? Aangezien dit onderwerp ook bij de vorige omgevingsvisie zat lijkt het me waardevol minstens die lijn door te zetten. Een evaluatie van de huidige omgevingsvisie is niet gemaakt. Is het verstandig om deze in het proces in te voegen? (Grote) bedrijven midden in een woonwijken zijn op de langere termijn onwenselijk. Deze bedrijven hebben vaak te maken met uitstoot, geluid en logistieke uitdagingen. Kijkend richting de toekomst moeten we dit soort bedrijven richting bedrijven/industrieterrein wijzen. Gezondheidsmaatregelen moeten passend zijn voor de wijk. Inwoners van deze wijken kunnen hier in meedenken.
Waar is behoefte aan? Hoe leggen we dit vast in een visie? Betekend wel dat je onderscheid moet durven maken tussen de wijken en aanpak.
Vraag 3 – Duurzaam Veenendaal De stad Veenendaal is in 2040 op weg om volledig energieneutraal en klimaatbestendig en zoveel mogelijk circulair te zijn. Dit vraagt echter ruimte boven- en ondergronds. Denk bijvoorbeeld aan gebouwen die helpen met de opwek en de verdeling van energie, maar ook aan de kabels en leidingen die aangelegd moeten worden om dit te faciliteren. Op plekken waar kabels en leidingen in de grond liggen is het bijvoorbeeld moeilijker om bomen goed te laten wortelen en worden de opties voor waterberging beperkt. Een ander voorbeeld is de invulling van openbare ruimte met asfalt voor de aanleg van infrastructuur ten behoeve van mobiliteit. De invulling met klimaat adaptief groen op deze plekken wordt lastiger door het gebrek aan wortelruimte. Hoe ziet u binnen het streven naar een duurzaam Veenendaal de verhouding tussen duurzaamheid en de openbare ruimte? Is deze verhouding per gebied verschillend?
1. Duurzaam: inclusief vitaal en sociaal o
Duurzaamheid raakt niet alleen milieu en energie, maar ook de (sociale) vitaliteit van buurten (circulaire economie, lokale werkgelegenheid) en digitaal beheer (slimme netwerken, minder fysieke ruimteclaim).
2. Openbare ruimte o
Bij elk nieuw project: “Groen volgt Groei.” Weinig ruimte in Veenendaal vraagt compact bouwen en innovatieve oplossingen: groene daken, ondergrondse warmteleidingen, waterdoorlatende bestrating, etc.
o
Digitale tools (sensoren, data) kunnen het beheer van groen en water optimaliseren (bijv. vochtigheidssensoren voor bomen).
3. Gebiedsverschillen o
Centrum & Spoorzone: passende hoogbouw + groenblauwe daken, warmtenetten, autoluwe inrichting.
o
Woongebieden: Zonnepanelen, wijkbatterijen, vergroening van straten, ruimte voor ondergrondse leidingen.
o
Bedrijventerrein: Zonne-energie op daken, circulaire bedrijfsvoering, groenbuffers.
o
Natuur & Landelijk: Natuurinclusieve landbouw, kleine landschappelijke zonnevelden in randen, niet in kern natuur.
Aanvullende opmerkingen: -
Fietsverbindingen moeten goed zijn OV zal ruim beschikbaar blijven en uitgebreid moeten worden. De raad heeft nu twee keer ingestemd met de zienswijze “first things first”. Dit principe zou naar ons idee dan ook vertaald moeten worden in de omgevingsvisie.
Vraag 4 – Vitaal Veenendaal Zoals in vraag 1 is aangegeven gaat Veenendaal groeien. Deze groei vraagt ruimte, zowel voor de woningen als alle aspecten die daarbij horen om een vitale stad te zijn. Zo vragen bijvoorbeeld groen, voorzieningen en werk allemaal ruimte, maar zijn ze ook essentieel voor een vitaal Veenendaal. Echter, de gemeente is al behoorlijk stedelijk en bouwt op het moment tegen haar grenzen. Door functies te stapelen in de vorm van hoogbouw wordt een deel van dit vraagstuk al opgelost, maar dit brengt ook weer andere uitdagingen met zich mee, bijvoorbeeld op het gebied van woongenot. Hoe kunnen we de functies die Veenendaal vitaal maken een plek geven, rekening houdend met de gewenste groei en met de beperkte ruimte die er is? Zijn er per gebied verschillende maatregelen te treffen om de vitaliteit te behouden en/of te versterken?
1. Vitaliteit via Gezond, Duurzaam, Veilig o
“Vitaal” is geen apart thema, maar verweven met Gezond (levendige, groene woon- en werkomgevingen), Duurzaam (innovatie, digitalisering, circulair) en Veilig (verkeersveiligheid, sociale veiligheid).
2. Gebiedsgerichte maatregelen o
Centrum & Spoorzone: Hoogbouw waar het kan, mits er aandacht is voor daglicht, groen, sociale voorzieningen en veiligheid. Digitale infrastructuur (glasvezel) voor thuiswerken en start-ups.
o
Woongebieden: Functiemenging (buurtwinkels, wijkzorg) en voldoende groen en speelruimte; faciliteer nabuurschap en online buurtinitiatieven (ABCD).
o
Bedrijventerrein: Maak werklocaties attractiever (sport, horeca, groen) en veilig. Digitale innovaties om ruimte te besparen (thuiswerken, datagedreven logistiek).
o
Landelijk gebied: Kleinschalige ontwikkeling die de vitaliteit van dorpskernen versterkt (dorpsvoorzieningen, agrarische innovatie) binnen de grenzen van “Groen volgt Groei.”
Aanvullende opmerkingen: -
-
Ambities maak je hoog over. In de uitvoering moet je vervolgens keuzes kunnen maken. Niet alle ambities gaan 100% passen, maar je kan wel verschillende plekken richten op verschillende ambities. Door met slimme oplossingen te werken is een hoop ruimte besparing mogelijk. Bijvoorbeeld combineren van woningen voor jongeren en ouderen, zoals in steden ook al een aantal voorbeelden zijn.
-
-
-
Voor een vitaal Veenendaal gaat kwaliteit boven kwantiteit. De wens voor grondgebonden woningen is groot. Bij een vitaal Veenendaal horen (jonge) gezinnen die de ruimte krijgen. In het centrum ligt veel kans voor verbinding. De discussie of Veenendaal een dorp of een stad is, is veel meer dan een inwoneraantal en faciliteiten. Het is een gevoel van verbinding. Het centrum zou hier het stralende middelpunt van moeten zijn, waarbij het toekomstige nieuwe theater een belangrijke rol kan spelen. Daarnaast zou dit ook in de wijken zichtbaar moeten zijn, waar Veens Welzijn een belangrijke rol speelt. Een vitale stad is een groene stad. Goede kwalitatieve fietsinfrastructuur Toegankelijke sportfaciliteiten Maatregelen doorvoeren Schone Lucht Akkoord Veerkrachtige economie
Vraag 5 – Sociaal Veenendaal In 2040 is Veenendaal veilig en verbindend. Een verbonden stad vraagt ruimte, bijvoorbeeld om te ontmoeten, te bewegen en voor cultuur, toerisme en recreatie. Een verbonden stad leidt dan weer tot een veiligere stad. Verbinding kan plaatsvinden door bijvoorbeeld openbare ruimte speciaal in te richten voor ontmoeting of recreatie. Ook kunnen functies, zoals horeca of gebruiksgroen worden gestimuleerd om het sociale aspect van Veenendaal te versterken. Daarnaast valt ook te denken aan andere woonvormen die gericht zijn op verbinding tussen verschillende doelgroepen. Al deze voorbeelden vragen ruimte en die is in Veenendaal beperkt. Waar moet op worden ingezet om een sociaal Veenendaal te bevorderen? Zijn er verschillende maatregelen nodig per gebied? __________________________________________________________________________________ 1. Sociaal onder het thema Veilig o
Sociale cohesie (nabuurschap, ABCD) en vitale gemeenschappen vergroten de (sociale) veiligheid. Mensen voelen zich veiliger in wijken waar ze elkaar kennen (offline en online).
2. Per gebied o
Centrum: Bruisende stedelijke cultuur (theater, uitgaansgelegenheden), met goede verlichting en handhaving voor veiligheidsgevoel. Digitale citymarketing en evenementenkalenders bevorderen sociaal contact.
o
Spoorzone: Meng wonen, werken en recreatie. Creëer (digitaal) toegankelijke openbare ruimtes (WIFI, buurtapps).
o
Woongebieden: Stimuleer buurt- en wijkcentra, sportfaciliteiten, online platforms voor burenhulp (nabuurschap).
o
Bedrijventerrein & Industrie: Overdag veel mensen, ’s avonds stil. Kleinschalige avondfuncties (sport, horeca) of beveiliging (camera’s, online meldingssystemen) verhogen sociale veiligheid.
o
Landelijk & Natuur: Recreatievoorzieningen en zorgboerderijen als sociale knooppunten. Digitale route-apps kunnen bezoekersstromen begeleiden, wat overlast en onveilige situaties voorkomt.
Aanvullen opmerkingen: -
-
-
Principe 5 van 11 is belangrijk, vooral in nieuw te ontwikkelen gebieden of inbreiding, is dit prioriteit. Een sociaal Veenendaal is iets waar maatwerk nodig is per wijk. Dit is niet vast te leggen in gebieden. Veiligheid verdient meer aandacht in de omgevingsvisie. Verkeersveiligheid, maar ook veiligheid op straat en in de wijken. Dit hoeft geen meetbaar concept te zijn, maar in de beleving zouden inwoners hier wat van moeten merken. Dat betreft goede verlichting, veilige paden en ook een schone omgeving. Het OPIM komt later aan bod, maar aangezien dit een uitwerking van de omgevingsvisie zou moeten zijn heb we vragen bij die volgordelijkheid. Hoort er dan in de omgevingsvisie hier geen ambities over opgesteld te zijn? Vanuit de verstedelijkingsstrategie zijn de ontwerp principes op het onderwerp mobiliteit onderbelicht. Slechts enkele hebben een plaats gekregen in de 11 ontwerp principes van de omgevingsvisie, terwijl mobiliteit een heel relevant vraagstuk is voor Veenendaal. In het vraagstuk van een sociaal Veenendaal zien we meer kansen voor stapelen en combineren. We hebben nu veel kleine en oude buurtgebouwtjes. Dit zouden naar mijn idee gecombineerde grotere en duurzamere multifunctionele ruimtes moeten zijn.
Vraag 6 – Prioriteit per gebied De verschillende gebieden in Veenendaal hebben allemaal hun eigen uitdagingen en kwaliteiten. Kunt u per gebied aangeven welke drie kwaliteiten dienen te worden behouden en welke drie uitdagingen dienen te worden aangepakt?
1. Centrumgebied Kwaliteiten 1. Regionale centrumfunctie: winkels, horeca, cultuur. 2. Bereikbaarheid per OV (H)OV-knooppunt. 3. Levendige sfeer, veel ontmoetingsplekken (fysiek en online). Uitdagingen 1. Verdichting zonder verlies aan groen en omgevingskwaliteit (Gezond & Duurzaam). 2. Verkeersveiligheid en sociale veiligheid (Veilig), met voldoende aandacht voor de avond/nacht. 3. Digitale ontsluiting: citymarketing, bezoekersplatforms, slimme mobiliteit. 4. Aandacht voor zwerfvuil 5. Logistieke venstertijden ook in relatie tot veiligheid 6. Faciliteiten voor jongeren
2. Spoorzone Kwaliteiten 1. Uitermate geschikt voor hoogbouw en gemengde functies (Gezond en Duurzaam). 2. Aantrekkelijk voor jonge bewoners, innovatieve bedrijven (Vitaal & Sociaal). 3. Sterke OV-verbinding vanuit Utrecht (Veilig en duurzaam vervoer). Uitdagingen 1. Geluid/trillingen spoor (Gezond). 2. Groen en water in compacte hoogbouwomgeving (Duurzaam). 3. Sociale veiligheid en leefbaarheid (Veilig), ook ’s avonds.
4. Behouden “groene vingers” richting centrum 5. Maatwerk: Ambacht is een andere situatie dan ’t Goeie Spoor 6. Ov verbindingen Food Valley regio
3. Woongebied Kwaliteiten 1. Diversiteit aan wijken, met bestaande sociale structuren (Sociaal). 2. Groen en speelvoorzieningen dichtbij (Gezond). 3. Buurtcohesie en nabuurschap via ABCD-initiatieven (Vitaal en Sociaal). Uitdagingen 1. Tekort aan betaalbare woningen (Gezond, Duurzaam & Sociaal belang). 2. Parkeerdruk vs. ruimte voor groen (Duurzaam en Veilig). 3. Verduurzaming infrastructuur.
van
bestaande
woningen
(energietransitie)
en
digitale
4. Kwaliteit fietsroutes 5. Maatwerk: de ene wijk is de andere niet 6. Vergroening 7. First things first (2x aangenomen amendement op zienswijze). Eerst aanbod alternatieven op orde, dan pas gebruik auto gaan ontmoedigen. Dit betekend dus ook geen verder verlaagde parkeernorm of “anders stimuleren”.
4. Landelijk gebied Kwaliteiten
Uitdagingen 1. Meer bewegen in stadspark
5. Bedrijventerrein Kwaliteiten 1. Economische motor, werkgelegenheid (Vitaal & Sociaal). 2. Kansen voor herstructurering en vergroening (Gezond en Duurzaam). 3. Ruimte voor digitale innovatie (Veilig, duurzaam in logistiek). Uitdagingen 1. Verouderde gebouwen, weinig groen (Gezond & Duurzaam). 2. Verkeersoverlast en vrachtverkeer (Veilig). 3. Sociale veiligheid buiten kantoortijden (Sociaal & Veilig). 4. Logistiek – hoe gaan we dat vormgeven in de omgevingsvisie (SULP, zero emissie)
6. Industriegebied Kwaliteiten 1. Belangrijke bron van werk (Vitaal, Sociaal). 2. Geschikt voor grootschalige verduurzaming (zonnepanelen, restwarmte) (Duurzaam). 3. Kan bijdragen aan productieprocessen).
circulaire
economie
(Veilig
door
Uitdagingen 1. Milieuhinder (lucht, geluid) (Gezond, Veilig). 2. Aansluiting op OV en duurzame mobiliteit (Duurzaam, Sociaal). 3. Modernisering van productieprocessen, digitalisering (Vitaal).
7. Natuurgebied Kwaliteiten 1. Essentieel voor biodiversiteit, ontspanning (Gezond). 2. Klimaatbuffer voor water en hitte (Duurzaam).
innovatieve
3. Recreatie en mentaal welzijn (Vitaal en Sociaal). Uitdagingen 1. Recreatiedruk en verstoring van kwetsbare natuur (Gezond & Veilig). 2. Regionaal beheer en samenwerking (Duurzaam). 3. Effecten van klimaatverandering (verdroging, hittestress) (Duurzaam). 4. Veenendaal heeft weinig natuurgebied. Veel ligt buiten onze grenzen. Hiermee worden we afhankelijk van buurtgemeenten voor het behoud van natuur in onze omgeving. 5. “Op locaties die op korte afstand van stikstofgevoelige habitats ontwikkeld worden zetten we maximaal in op het minimaliseren van netto negatieve effecten op de natuur. Als dat niet of onvoldoende kan, schuiven we de ontwikkeling van deze locaties door naar de langere termijn of vallen deze af ten opzichte van meer haalbare locaties.” Pag 32 verstedelijkingstrategie.
8. Zoekgebied woningbouw Kwaliteiten 1. Mogelijkheid om woningnood te verlichten (Sociaal & Gezond). 2. Nieuwbouw kan meteen duurzaam (energieneutraal) worden opgezet (Duurzaam). 3. Ruimte voor gemengde woon-werk-concepten (Vitaal, Sociaal). Uitdagingen 1. Ruimtelijke inpassing en balans met groen (Gezond & Duurzaam). 2. Regionale afstemming (Veilig, ook financieel en sociaal). 3. Draagvlak en cohesie in nieuwe wijken (Sociaal & Vitaal). 4. Mogelijkheden binnen grenzen beperkt. Dragen gebruikers van Veenendaalse faciliteiten bij? Of spreken we over grenscorrecties? 5. Oneens met vertaling ontwerpprincipe 1. Dit ontwerpprincipe is onjuist overgenomen. De term “bestaande woongebieden” staat niet in de omgevingsvisie. Dit principe komt bovendien uit ontwerprincipes over werklocaties en bedrijvenlocaties. 6. De ontwerprincipes mobiliteit van de verstedelijkingsvisie (pag 40) noemt veel meer punten betreft zoeklocaties die nu niet opgenomen zijn. Zo staat er bijvoorbeeld: “Locatie komen alleen in aanmerking voor een
bestemmingswijziging als in de uitwerking ook de mobiliteitsoplossing wordt opgenomen. Om mobiliteit te beperken wordt daar waar mogelijk is ingezet op het mensen van wonen en werken.” Bovendien staat daar ook de erkenning dat de bouwopgave oplossen binnen de bestaande grenzen niet mogelijk is, wanneer en op welke manier dan uitgewekenen wordt. 7. Blijven bouwen voor de doelgroepen – sociale jongerenbouw is noodzakelijk voor doorontwikkeling van de groep 18-30 8. Parkeren – First things first – en aan randen in parkeergebouw centraal organiseren betekent niet dat de norm omlaag moet.
Bedankt!