9. Bijlage 8 Reactie advies Jeugdbelang 6e wijziging
Tekst van het document
Dossiernummer
4004
Behandeld door
Anne van den Brink
Team
MO beleid (Maatschappelijk Ondersteuning-Beleid)
Datum Onderwerp
Aan: Jeugdbelang Veenendaal
6 januari 2026 Reactiebrief advies 6e wijziging integrale verordening sociaal domein hoofdstuk drie
Geachte leden van Jeugdbelang, Op 8 december 2025 ontvingen wij uw advies inzake de 6e wijziging integrale verordening sociaal domein, onderdeel Jeugdhulp. Wij danken u voor uw advies en de coöperatieve manier waarop u met het college meedenkt over de inhoud van het beleid en de wijze van uitvoering. U heeft uw advies puntsgewijs opgebouwd. Wij zullen langs die lijn antwoorden. Allereerst danken wij u voor de waardering en onderstreping van de ingeslagen weg die u uitspreekt in uw advies. Ook benoemt u enkele zorgen en aandachtspunten. Advies 1 Zorgen en knelpunten 1.a Vervul eerst de randvoorwaarden uit bijlage C van het raadsbesluit ‘Hervormingsagenda: Grenzen aan onze Jeugdzorg’. 1.b Versterk de keten ‘jeugdzorg, leerplicht, onderwijs, samenwerkingsverbanden, ouders & jeugdigen’, voordat de verordening in werking treedt. U geeft aan onderdelen 1.a en 1.b graag beantwoord te zien in het licht van uw eerdere advies over het project ‘Grenzen aan onze Jeugdzorg’, waar u nog geen reactie op hebt ontvangen. Antwoord 1 U geeft terecht aan geen schriftelijke reactie te hebben ontvangen op uw eerdere advies (kenmerk 2025-09-29 JB 06), waarin u uw zorgen deelt over de capaciteit, bereikbaarheid en wachttijden van het CJG in combinatie met de hoge verwachtingen richting CJG die uit het project Grenzen aan onze Jeugdzorg spreken.
Ook deelt u uw zorgen over de samenwerking tussen de keten rondom jeugd en onderwijs. U heeft dit advies destijds zonder voorafgaande formele adviesaanvraag ingediend. Het advies is medegedeeld aan de raad en daarmee betrokken in besluitvorming door de raad over het project ‘Grenzen aan onze Jeugdzorg’. Zoals ook besproken in de door u aangehaalde gesprekken op 27 oktober jl., is het college op de hoogte van uw zorgen. De randvoorwaarden uit bijlage c die u aanhaalt zijn dan ook essentieel voor een goed functionerend jeugdhulpstelsel in Veenendaal. Tegelijkertijd constateren wij echter dat het wachten met doorvoeren van de gewijzigde verordening totdat de randvoorwaarden uit uw adviezen 1.a en 1.b vervuld zijn, ongewenste gevolgen zal hebben.
Brief: BW voorstel 6e wijziging integrale verordening Sociaal Domein Dossiernummer: 4004
Zo voldoen wij zolang deze wijzigingen niet zijn doorgevoerd, niet aan recente jurisprudentie, zijn de rechten en plichten van inwoners in het kader van de jeugdwet onduidelijk voor inwoners en mist het CJG heldere kaders. Ook heeft de raad om urgentie gevraagd, zoals ook blijkt uit de unanieme vaststelling van het raadsvoorstel ‘Grenzen aan onze Jeugdzorg’. Hoewel wij uw zorgen delen, kiezen wij er daarom voor om deze trajecten parallel op te starten. Dit betekent dat, gedurende de implementatie van de verordening, er ook gewerkt wordt aan het bestendigen van de capaciteit en expertise bij het CJG (zoals benoemd in de door u aangehaalde bijlage c). Ook wordt op zowel ambtelijk als bestuurlijk niveau gewerkt aan de door u benoemde versterking van de samenwerking in de keten jeugd-onderwijs-ouders/jeugdigen.
Advies 2 Monitoring en evaluatie U adviseert om de effecten van de paradigmaverschuivingen en de gewijzigde verordening actief te monitoren en periodiek te evalueren. Antwoord 2 Wij nemen dit advies over. In 2026 stellen wij projectplannen op voor de vervolgprojecten uit ‘Grenzen aan onze Jeugdzorg’, teneinde de paradigmaverschuivingen te bewerkstellingen. Onderdeel hiervan is ook implementeren van een monitoringsstructuur met vaste evaluatiemomenten. Deze monitoring zal zowel de implementatie en effecten van de deelprojecten, als de implementatie en effecten van de gewijzigde verordening bevatten.
Advies 3 Communicatie richting inwoners U adviseert inwoners duidelijk te informeren over het proces bij het CJG door middel van: 3.a een visuele uitleg; 3.b een gebruiksvriendelijke verordening op de CJG website; 3.c een link van de website van Jeugd-FV op de website van het CJG. Antwoord 3 Wij nemen dit advies deels over. De adviezen 3.a en 3.c nemen wij over. Aangezien de verordening een juridisch document is, is het niet mogelijk de schrijfwijze aan te passen (advies 3.b). Wel is het mogelijk de toelichting uit advies 3.a uit te breiden naar zowel het proces bij het CJG, als de rechten en plichten voor jeugdigen en hun ouders zoals die voortvloeien uit de verordening. Een dergelijke gebruiksvriendelijke visuele toelichting zullen wij, in gezamenlijkheid met het CJG, opstellen en het CJG vragen deze te plaatsen op hun website.
Advies 4 artikel 3.1.2 4.a Voeg onder lid 1 sub a expliciet toe waar ‘welzijn nieuwe stijl’ uit bestaat; 4.b Voorkom dat inwoners een individuele voorziening ontvangen vanwege gebrek aan passend aanbod onder lid 1 sub c, d en g terwijl naburige gemeenten wel voldoende aanbod hebben; 4.c Benoem expliciet ‘diagnostisch onderzoek’ onder lid 2 sub a om een discrepantie met 3.1.5 lid 9 te voorkomen.
2 van 6
Brief: BW voorstel 6e wijziging integrale verordening Sociaal Domein Dossiernummer: 4004
Antwoord 4 Wij nemen dit advies deels over. 4.a nemen wij deels over. Om verwarring over de betekenis van het aanbod aan algemeen toegankelijke voorzieningen te voorkomen, wordt ‘welzijn nieuwe stijl’ aangepast naar de term ‘ondersteuning door Veens Welzijn’. Advies 4.b nemen wij ook deels over. Een verordening is een eenzijdig document vastgesteld door de gemeenteraad. Daarmee is een verordening niet het geschikte instrument om samenwerking met andere gemeentes vast te leggen. Wel wordt de gedachte van uw advies onderstreept; samenwerking op het gebied van algemeen toegankelijke voorzieningen binnen de regio JeugdFV. Deze samenwerking zal dan ook gestimuleerd worden binnen de gemeenschappelijke regeling, de beleidsmatige samenwerking binnen regio JeugdFV. Advies 4.c nemen wij over. ‘diagnostiek’ wordt toegevoegd onder artikel 3.1.2, tweede lid, sub a.
Advies 5 artikel 3.1.4 5.a Vermeld onder lid 3 hoe inwoners een aanvraag tot nader onderzoek kunnen indienen; 5.b Benoem bij lid 5 en 8 wie de triage van de verschillende stadia beoordeeld; 5.c Plaats het familiegroepsplan onder lid 6 5.d Borg voldoende capaciteit voor cliëntondersteuning Antwoord 5 Wij nemen dit advies gedeeltelijk over. Advies 5.a nemen wij gedeeltelijk over. Met de passage ‘tenzij hierom uitdrukkelijk wordt verzorgd’ wordt verwezen naar het indienen van een aanvraag, conform het bepaalde in artikel 3.1.4, zesde lid. In de toelichting op de verordening zal worden toegevoegd dat zowel mondeling als schriftelijk verzocht kan worden om het aanvraagformulier. Het CJG verstrekt deze. Advies 5.b nemen wij gedeeltelijk over. Ook deze toelichting behelst nadere uitleg die thuishoort in de toelichting op de verordening. In de verordening wordt toegevoegd dat de betreffende triage wordt uitgevoerd door het CJG. Advies 5.c wordt niet overgenomen. Het zesde lid betreft namelijk een bepaling over de wijze van indienen van een aanvraag. Dit dient te gebeuren met het betreffende aanvraagformulier. Het zevende lid bepaalt daarbij welke ondersteuning er beschikbaar is en welke informatie de jeugdige of zijn ouders nog meer kunnen aanleveren. Advies 5.d wordt overgenomen. Per 2026 zal de onafhankelijke cliëntondersteuning voor jeugdhulp anders worden vormgegeven.
De cliëntondersteuning zal worden verzorgd door MeeDichtbij, de partij die ook de cliëntondersteuning bij Wmo verzorgt. Deze partij geeft aan voldoende capaciteit te hebben voor ondersteuning bij jeugdhulp en Wlz trajecten, naast de huidige vraag aan Wmo ondersteuning. Wij monitoren dit en zullen, indien nodig, bijsturen.
Advies 6 artikel 3.1.7 6.a 10 dagen lijkt geen haalbare termijn en de gevolgen zijn onvoldoende duidelijk; 6.b Pas de formulering aan van lid 3 jo. Artikel 3.1.9 lid 1. Antwoord 6 Wij nemen dit advies niet over. De termijn van 10 dagen vormt geen verandering ten opzichte van de huidige praktijk. Hoewel wij de zorgen die u in uw advies uit, begrijpen, is het hanteren van deze termijn noodzakelijk. Er geldt namelijk een beslistermijn van 8 weken, volgend uit de Algemene wet bestuursrecht. Binnen deze termijn geldt dat er, na verstrekking van het advies, 2 weken de tijd is voor de jeugdige of zijn ouders
3 van 6
Brief: BW voorstel 6e wijziging integrale verordening Sociaal Domein Dossiernummer: 4004
om hun zienswijze te geven. Verlenging van de termijn van 10 werkdagen betekent daarmee dat er, binnen de totale beslistermijn van 8 weken, nauwelijks nog ruimte is voor het onderzoek zelf. Wij begrijpen de zorg uit het advies 6.b. Echter, omdat vanuit de wetsystematiek het college de bevoegde partij is tot het onderzoeken, beoordelen en verstrekken van individuele jeugdhulpvoorzieningen, dient deze term gebruikt te worden. Wel zal in de nadere toelichting als bedoeld in antwoord 3, dit onderdeel worden meegenomen.
Advies 7 artikel 3.1.9 7.a Voeg ‘het vermoeden’ toe in lid 2; 7.b Borg ‘informed consent’ ten aanzien van lid 4; 7.c Benoem de wettelijke regelingen waar jongeren met een beperking onder vallen, of laat lid 7 vervallen in verband met 3.1.9e. Antwoord 7 Dit advies nemen wij gedeeltelijk over. 7.a nemen wij niet over. Hoewel wij de gedachtegang begrijpen, volgt hetgeen is opgenomen onder het tweede lid sub a, direct uit artikel 2.3, eerste lid, van de Jeugdwet. De Jeugdwet bepaalt namelijk dat er, om in aanmerking te kunnen komen voor jeugdhulp, sprake moet zijn van i) opgroei- en opvoedingsproblemen, ii) psychische problemen, iii) of stoornissen. Ook als er nog geen sprake is van een vastgestelde stoornis, moet er wel sprake zijn opgroei- en opvoedingsproblemen of psychische problemen. Dergelijke problemen kunnen aanleiding geven voor diagnostiek in het kader van de jeugdwet. 7.b nemen wij niet over. Informed consent is een begrip dat niet van toepassing is op dit artikel. Daarnaast geven wij wel graag mee dat er in de uitvoering door het CJG uiteraard aandacht is voor een transparant proces waar de jeugdige of zijn ouders ruimte krijgen hun voorkeuren, behoeften en wensen kenbaar te maken. De adviezen van Jeugdbelang worden dan ook gedeeld met het CJG. Het CJG verwerkt dit in hun interne plannen en weegt daarbij ook af wat er op welke termijn haalbaar is.
Jeugdbelang kan via de komende jaarverslagen 2025, 2026, 2027 van het CJG teruglezen wat het CJG gedaan heeft in het verbeteren van de organisatie. 7.c nemen wij deels over. Wel zal de betreffende passage worden verduidelijkt. Hiermee wordt namelijk niet bedoeld dat jeugdigen met een beperking onder een andere wet vallen dan de Jeugdwet. Er wordt bedoeld dat, ook als de jeugdige een beperking heft, de hulp die daarnaast eventueel nodig is vanwege problematiek bij de ouders, onder de daarvoor aangewezen wettelijke voorzieningen valt. Hiermee wordt aangegeven dat, ongeacht de hulpbehoefte van de jeugdige, zelfstandige hulpbehoeften van de ouders niet onder de Jeugdwet vallen. Daartoe wordt het zevende lid aangepast naar ‘… voorzieningen voor volwassenen, ongeacht of de jeugdige zelf een beperking heeft…
Advies 8 Overige bepalingen 8.a voeg onder artikel 3.1.9a lid 2 sub a toe ‘sociaal medische indicatie’; 8.b Verstrek standaard een onkostenvergoeding bij jeugdhulp buiten een straal van 6 km om rechtsongelijkheid te voorkomen; 8.c voeg ‘Animal Asissted Interventions’ toe onder 3.1.9d; 8.d Neem bepalingen op voor verlengde jeugdzorg voor gevallen waar Wmo of Wlz niet tijdig beschikbaar is; 8.e Voeg onder artikel 3.1.12 lid 2 toe dat ouders een pgb kunnen aanvragen als de gemeente geen passende aanbieder heeft ingekocht; 8.f Het eerder benoemde advies omtrent schrappen van artikel 3.1.14 lid 1 sub c blijft staan.
4 van 6
Brief: BW voorstel 6e wijziging integrale verordening Sociaal Domein Dossiernummer: 4004
Antwoord 8 Dit advies nemen wij deels over. 8.a nemen wij over. Artikel 3.1.9a, tweede lid, sub a wordt gewijzigd als volgt: ‘… “Hieronder valt in ieder geval: a. het benutten van beschikbare andere voorzieningen, waaronder in ieder geval begrepen: i. opvangmogelijkheden op basis van de Wet kinderopvang, al dan niet met gebruikmaking van een tijdelijke tegemoetkoming in de kosten van de kinderopvangtoeslag op basis van een sociaalmedische indicatie;…” 8.b nemen wij niet over. Artikel 3.1.9b, eerste lid, is een bepaling geënt op de eigen kracht, zoals nader uiteengezet in artikel 3.1.9a. Het beoordelen van de eigen kracht vergt een afweging van elke individuele casus. Waar op bepaalde onderdelen, op basis van objectieve maatstaven, kan worden verondersteld dat iets tot de eigen kracht behoort, moet voor situaties die daarbuiten vallen, per geval worden beoordeeld of sprake is van voldoende eigen kracht. Er kan daarom niet in zijn algemeenheid worden gesteld dat er bij jeugdhulpvervoer verder dan 6 kilometer standaard sprake is van onvoldoende eigen kracht, op grond waarvan een onkostenvergoeding geboden zou kunnen worden. Dit wordt per geval beoordeeld. 8.c nemen wij over.
Hoewel ‘animal assisted interventions’ als paardentherapie geen erkende interventies behelzen, zoals opgenomen in het kwaliteitsregister vaktherapie, erkennen wij dat dit in specifieke gevallen toch passend kan zijn. Daarom voegen wij een lid toe waarin de vereisten die gelden voor de inzet van vaktherapie overeenkomstig van toepassing worden verklaard op ‘dierondersteunende interventies’ Hiermee wordt de inzet van dierondersteunende interventies geborgd, maar wordt deze tegelijkertijd ingekaderd, gelijk aan vaktherapie. Deze inkadering houdt in dat zowel vaktherapie als dierondersteunende interventies enkel worden ingezet als onderdeel van een breder behandeltraject, van tijdelijke duur en enkel als er geen alternatief voorhanden is. Wel laat deze bepaling de ruimte voor professionals om een dergelijke voorziening in te zetten in de gevallen waar dit passend is. 8.d nemen wij niet over. In artikel 3.1.9e is reeds het een ander opgenomen over de overgang tussen de verschillende (zorg)wetten. Wel wordt in de beleidsregels en in de uitvoering aandacht besteed aan de verbetering van de overgang tussen de verschillende domeinen. 8.e nemen wij niet over. Dit is reeds geborgd. Artikel 3.1.12, eerste lid bepaalt dat een pgb wordt verstrekt in overeenstemming met artikel 8.1.1 Jw. In het betreffende artikel is vastgelegd dat, indien ouders dit wensen, een pgb wordt verstrekt.
Hiermee is ook voorzien in de situatie dat ouders een pgb wensen aan te vragen omdat er geen passende aanbieder is ingekocht. Ook in de toelichting op de verordening is dit uitgangspunt nader beschreven. 8.f Dit advies nemen wij niet over. U geeft nogmaals aan bezwaar te hebben tegen artikel 3.1.14, eerste lid, sub c. U geeft hierbij aan dat de verkorting van de looptijd van indicaties leidt tot een verzwaring van de administratieve lasten voor alle betrokkenen. Zoals echter benoemd in de reactie van het college op uw vorige advies (documentnummer: 2025\58751), behelst de toevoeging van dit artikel geen wijziging ten opzichte van de huidige praktijk. Indicaties worden reeds voor een beperkte tijdsduur afgegeven. Het borgen hiervan in de verordening brengt daarmee geen (administratieve) lastenverzwaring met zich mee. Bovendien is deze bepaling onderdeel van regionaal afgestemde artikelen met betrekking tot recht- en doelmatigheid. Het eenzijdig wijzigen van een dergelijke bepaling kan onvoorziene en ongewenste gevolgen met zich meebrengen. Advies 9 Artikel 2.1.6 Niet verwijderen laatste zin over informeren cliënt, diens vertegenwoordiger of mantelzorger. Antwoord 9
5 van 6
Brief: BW voorstel 6e wijziging integrale verordening Sociaal Domein Dossiernummer: 4004
Dit advies nemen wij niet over. Het schrappen van deze passage betekent namelijk niet dat er geen hoor- en wederhoor meer kan of zal plaatsvinden. Wij onderschrijven dan ook het belang van transparante besluitvorming. Daarom nemen wij in de beleidsregels op dat het college de client toestemming vraagt voor het opvragen van advies en dat het college de client op de hoogte stelt van de inhoud van het advies. Omdat deze gang van zaken de uitvoering in de praktijk betreft, past het beter om deze werkwijze in de beleidsregels op te nemen dan in de verordening. Bovendien blijft de gemeente op grond van de Algemene wet bestuursrecht altijd verplicht om zorgvuldig te werken, adviezen helder te betrekken bij het besluit en cliënten de mogelijkheid te geven deze in te zien en erop te reageren. Hoor- en wederhoor blijft dus volledig gewaarborgd, ook zonder dat dit in de verordening staat. We werken onze werkwijze uit in beleidsregels. Hierin staat aangegeven we de cliënt toestemming vragen om advies op te vragen en dat we de cliënt op de hoogte. Brengen van het advies Zo zorgen we voor een zorgvuldige en transparante uitvoering, Advies 10 Artikel 2.1.2 lid 4 Neem deze bepaling elders op in de verordening ter waarborging van de samenhang. Antwoord 10 We nemen dit advies niet over.
Dit betreft uitvoering en hoort daarom niet thuis in de verordening maar zal worden geborgd in de beleidsregels Wmo. De bepaling heeft betrekking op de manier waarop het college het onderzoek en de screening bij beschermd wonen uitvoert. De landelijke toegankelijkheid van beschermd wonen volgt ook rechtstreeks uit de Wmo 2015. De werkwijze rond screening en landelijke toegankelijkheid is vastgelegd de Beleidsregels Landelijke Toegankelijkheid Valleiregio 2025 en zal ook worden opgenomen in de Beleidsregels Wmo van de gemeente Veenendaal. Daarmee zijn de afspraken volledig transparant voor inwoners
Proces Uw advies en de reactie van het college hierop worden meegezonden met het raadsvoorstel en concept raadsbesluit. Behandeling van het raadsvoorstel is voorzien op 26 februari 2026. Vragen? Heeft u nog vragen, neem dan contact op met Lieke Kuiper, bereikbaar op 06 18 69 38 40. Ook kunt u een e-mail sturen naar lieke.kuiper@veenendaal.nl
Met vriendelijke groet, namens burgemeester en wethouders van Veenendaal,
Sjoukje Deelstra gemeentesecretaris
Gert-Jan Kats burgemeester
6 van 6