9.a Technische vragen en antwoorden bijlage a Ontwerpbegroting 2022 GGDrU -Accountantsverslag 2020 GR GGD regio Utrecht WG
Tekst van het document
Accountantsverslag 2020 GGD regio Utrecht
Aan het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling GGD regio Utrecht t.a.v. de heer J. Donker, waarnemend directeur Publieke Gezondheid Postbus 51 3700 AB ZEIST
Onderwerp Accountantsverslag 2020 Datum 17 maart 2021 Kenmerk 312017007.21.054
Geachte leden van het algemeen bestuur, Wij hebben de controle van de jaarrekening 2020 van uw gemeenschappelijke regeling afgerond. De jaarrekening van de gemeenschappelijke regeling GGD regio Utrecht is opgesteld onder verantwoordelijkheid van het dagelijks bestuur. Met dit accountantsverslag informeren wij u over onze belangrijkste controlebevindingen. Op 15 maart 2021 hebben wij een aantal controlebevindingen reeds besproken met de concerncontroller en de directeur Publieke Gezondheid. Op 17 maart 2021 hebben wij dit accountantsverslag besproken met uw dagelijks bestuur. Bij de jaarrekening 2020 hebben wij op 17 maart 2021 een goedkeurende controleverklaring afgegeven, zowel voor het aspect getrouwheid als voor het aspect rechtmatigheid. Ons accountantsverslag is bedoeld om u te ondersteunen in de beoordeling van de jaarrekening 2020. De bevindingen en beschouwingen in dit verslag komen voort uit onze controlewerkzaamheden en diverse besprekingen die wij met uw medewerkers hebben gevoerd. Voor de goede orde vermelden wij dat uw controlerende taak uiteraard verder gaat dan uitsluitend het financieel getinte perspectief vanuit de accountantscontrole. Wij maken u erop attent dat voor dit accountantsverslag een beperkte verspreidingskring geldt. Het accountantsverslag is uitsluitend bestemd voor het algemeen en dagelijks bestuur.
Met vriendelijke groet, Publieke Sector Accountants B.V. Was getekend:
A.R. Sallehart
W. Kalkman RA
Op alle opdrachten verricht door Publieke Sector Accountants B.V. zijn de ‘Algemene Voorwaarden Publieke Sector Accountants’, gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel onder nummer 69411409, van toepassing. Publieke Sector Accountants B.V. is ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel te Utrecht onder nummer 69411409.
Inhoudsopgave
Contact
1. Onze controleaanpak en de uitkomsten daarbij ... 1 2. Financiële positie en resultaat ............................. 6
De volgende personen kunnen benaderd Contact worden bij vragen met betrekking tot dit accountantsverslag:
3. Bevindingen eindejaarscontrole ......................... 11
Arjan Sallehart
4. Interne beheersing ............................................ 20
Contact
Tel: 06 – 1509 2694 Wouter Kalkman Tel: 06 – 2127 2977
Contact
Contact
Contact
Contact
5. Overige aangelegenheden ................................. 23
1.
Onze controleaanpak en de uitkomsten daarbij
312017007.21.054 - 1
1. Onze controleaanpak en de uitkomsten daarbij Reikwijdte van de controle
Met de opdrachtbevestiging van 20 juli 2020 (kenmerk 312017007.20.198) heeft u ons de opdracht gegeven tot het controleren van de jaarrekening 2020. De reikwijdte van onze controle staat omschreven in deze opdrachtbevestiging. Er is gedurende het verloop van de controle op geen enkele wijze sprake geweest van een beperking in de reikwijdte van onze controle. De doelstelling van de controle is het afgeven van een controleverklaring bij de jaarrekening van de gemeenschappelijke regeling GGD regio Utrecht. In dit accountantsverslag geven wij een toelichting op de bevindingen naar aanleiding van de controle. Onze controle wordt verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder de Nederlandse Controlestandaarden en de beleidsregels toepassing Wet normering topinkomens (WNT). Tijdens de uitvoering van de oorspronkelijke controleplanning hebben zich geen wijzigingen van materieel belang in de reikwijdte voorgedaan. Wij achten de reikwijdte van onze controle voor 2019 voldoende voor de doelstelling van onze controle.
Materialiteitsbepaling is overeenkomstig het vastgestelde controleprotocol
De wijze waarop wij de materialiteit bepaald hebben, sluit aan op de door het algemeen bestuur op 4 december 2019 vastgestelde ”Controleprotocol Gemeentelijke Gezondheidsdienst regio Utrecht 2019” (dat het algemeen bestuur op 2 december 2020 ook van toepassing heeft verklaard op 2020) en op het daarin opgenomen normenkader 2020. De maximaal toe te passen marges voor de accountantscontrole zijn vastgelegd in het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (het Bado). In het accountantsprotocol heeft u geen lagere marges vastgesteld waardoor wij het wettelijke kader als uitgangspunt hebben gehanteerd. De lasten van uw gemeenschappelijke regeling zijn door de meerkosten door COVID-19 in 2020 ruim tweemaal zo hoog als in een “regulier” jaar. Dit betekent dat de materialiteit ook aanzienlijk hoger is dan in een regulier vorig jaar. Omdat, onder meer uit uitingen van het ministerie van VWS, blijkt dat het niet de doelstelling is om de meerkosten door COVID-19 diepgaander te controleren, hebben wij geen aanleiding gezien de materialiteit voor 2020 omlaag bij te stellen. Dit sluit ook aan het door uw algemeen bestuur vastgestelde controleprotocol. De bij onze controle van de jaarrekening 2020 toegepaste goedkeuringstoleranties bedragen derhalve:
Bron: jaarrekening 2020 Goedkeuringsmaterialiteit
Fouten
Onzekerheden € 1.007.290
€ 3.021.870
Het algemeen bestuur heeft in het controleprotocol de rapporteringstolerantie vastgesteld op € 50.000. 312017007.20.054 - 1
Onze aanpak is gericht op risico’s
Voor de jaarrekeningcontrole 2020 onderkennen wij een aantal risico’s en aandachtspunten, die een verhoogd (bruto) risico met zich mee (kunnen) brengen op een materiële fout in uw jaarrekening en die een mogelijke impact op de bedrijfsvoering kunnen hebben. De risico’s en aandachtspunten zijn hieronder weergegeven. Opname van een risicogebied of aandachtspunt in deze opsomming betekent niet dat daadwerkelijk sprake is van risico’s die zich daadwerkelijk voordoen, maar zijn enkel bedoeld om aan te geven dat wij hier tijdens onze controle (extra) aandacht aan hebben besteed. Risico’s voor de jaarrekening 2020 • Voorzieningen (groot onderhoud) vanwege het schattingselement en de daarmee samenhangende schattingsonzekerheden. • Management override of controls. Dit betreft de mogelijkheid die het management heeft om specifieke controlemaatregelen te omzeilen, bijvoorbeeld door memoriaalboekingen of in het schattingsproces. De specifieke aandacht voor dit risico is voorgeschreven vanuit de controlerichtlijnen en is niet uniek voor uw gemeenschappelijke regeling. • De verantwoording van de baten en de lasten in het kader van COVID-19 aan het Ministerie van VWS (Coronabedrijf).
• Opbrengstverantwoording van de andere materiële opbrengstenstromen; dat zijn de bijdragen van de gemeenten voor basistaken en maatwerk, de opbrengsten voor reizigersvaccinaties en de opbrengsten voor het rijksvaccinatieprogramma. • Status en voortgang project GGiD (loopt realisatie volgens uw planning, worden de financiële kaders gehaald en vindt de verrekening met de andere partijen (tijdig) plaats). Dit is afhankelijk van de afronding en overgang naar de coöperatie. Wij informeren u daarover in ons verslag van bevindingen. • Naleving van de (Europese) aanbestedingsregels. • Betaalproces, vanwege de potentiële (fraude-)risico’s. • Verantwoording WNT (vanwege de complexe wet- en regelgeving). • De voortgang en status van de (noodzakelijke en gewenste) verbeteringen met betrekking tot de kwaliteit van de interne beheersing in relatie tot de af te geven verklaring van het dagelijks bestuur inzake de rechtmatigheid (over 2021). • De follow-up ten aanzien van eerder gerapporteerde aandachtspunten vanuit de interne en externe controle. • De kwaliteit van de IT-omgeving in 2020. Het inschatten van risico is inherent aan deze posten en is niet direct een gevolg van verwachte leemten in de interne beheersing van uw GGD. Ook is sprake van inschattingen van bruto risico’s, alvorens eventuele beheersmaatregelen zijn genomen.
Ter voorkoming van een materiële fout in de jaarrekening heeft u voor bovenstaande risicogebieden beheersmaatregelen getroffen. Wij hebben ons bij de controle gericht op de opzet en het bestaan van de door u ingerichte beheersingsomgeving, die deze risico’s moeten verkleinen. Voor een toelichting op een aantal onderkende risico’s en aandachtpunten verwijzen wij naar het hoofdstuk ‘belangrijke bevindingen’. Daarnaast verwijzen wij u naar onze bevindingen in het hoofdstuk ‘Interne beheersing’.
312017007.21.054 - 2
De baten en lasten, alsmede Op basis van uw controleprotocol en normenkader hebben wij de naleving van het financieel rechtmatigheidskader voor uw gemeenschappelijke regeling gecontroleerd. Hierbij zijn geen materiële bijzonderheden geconstateerd. De gemeenschappelijke balansmutaties, zijn regeling GGD regio Utrecht kent één programma: Publieke Gezondheid. Op dit programma is geen sprake van een overschrijding van rechtmatig de begroting (lasten). Er is derhalve geen sprake van rechtmatigheidsfouten die doorwerken in ons rechtmatigheidsoordeel. Onze conclusie is derhalve dat de baten en lasten, alsmede de balansmutaties, rechtmatig zijn weergegeven in de jaarrekening 2020.
De jaarrekening voldoet aan het BBV
Significante verslaggevingsgrondslagen en de toepassing hiervan zijn belangrijk voor de presentatie van de financiële positie en de baten en lasten van de gemeenschappelijke regeling GGD regio Utrecht. Daarnaast vereisen zij van het dagelijks bestuur het toepassen van oordeelsvorming ten aanzien van moeilijke, subjectieve en complexe posities, die vaak – vanwege de noodzaak om inschattingen te moeten maken over het effect van zaken – inherent onzeker zijn. De belangrijkste verslaggevingsgrondslagen van de gemeenschappelijke regeling GGD regio Utrecht zijn uiteengezet in de jaarstukken 2020 in onderdeel ‘4.11 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling’. Wij hebben het door het dagelijks bestuur toegepaste proces voor belangrijke verslaggevingsgrondslagen geëvalueerd en hebben gegevensgerichte controlewerkzaamheden uitgevoerd. Wij hebben de toepassing van de juiste methodiek, de aannames, de berekeningen en de consistente toepassing van de betrokken modellen en/of de van toepassing zijnde financiële verslaggeving beoordeeld. Wij zijn van mening dat de verslaggevingsgrondslagen en de toegepaste inschattingen redelijk zijn en consistent zijn gebruikt: de jaarstukken voldoen aan het BBV (Besluit begroting en verantwoording).
Geen geïdentificeerde materiële fouten en tekortkomingen in de jaarstukken
Naar aanleiding van onze jaarrekeningcontrole, resteren er geen van materieel belang zijnde ongecorrigeerde afwijkingen of onzekerheden. Door ons gerapporteerde bevindingen zijn derhalve niet materieel (dus hebben geen invloed op de strekking van onze controleverklaring), maar zijn naar onze mening vooral van belang voor uw beoordeling van de jaarstukken en de verdere kwaliteitsverbetering van de administratieve organisatie en interne beheersing. Voor de niet materiële fouten en tekortkomingen in de jaarstukken verwijzen wij u naar de diverse onderdelen van dit rapport.
312017007.21.054 - 3
Goedkeurende controleverklaring
Wij zijn van oordeel dat de jaarrekening 2020 van de gemeenschappelijke regeling GGD regio Utrecht een getrouw beeld geeft van het eigen vermogen op 31 december 2020 en het resultaat over 2020. Voorts zijn wij van oordeel dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties over 2020 in alle van materieel belang zijnde aspecten tot stand zijn gekomen in overeenstemming met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals opgenomen in het normenkader (vastgesteld door het algemeen bestuur op 4 december 2019). Hierbij geldt als voorwaarde dat de door ons gecontroleerde jaarrekening ongewijzigd door het algemeen bestuur wordt vastgesteld. Wij verzoeken u derhalve ons een door de voorzitter en de directeur Publieke Gezondheid ondertekend besluit van de vastgestelde jaarrekening te verstrekken. Mochten nog wijzigingen worden aangebracht in de definitieve versie van de jaarrekening dan dienen wij deze te beoordelen alvorens onze controleverklaring hierbij mag worden opgenomen. In de controleverklaring hebben wij een paragraaf opgenomen waarin wij de nadruk leggen op de in paragraaf 5.8, onderdeel Gebeurtenis na balansdatum in verband met Corona-virus, opgenomen uiteenzetting van het dagelijks bestuur over de mogelijke financiële impact voor de gemeenschappelijke regeling GGD regio Utrecht van de uitbraak van het Coronavirus.
Ons oordeel is niet aangepast met betrekking tot deze aangelegenheid.
312017007.21.054 - 4
2.
Financiële positie en resultaat
312017007.21.054 - 5
2. Financiële positie en resultaat De vermogenspositie van uw GGD neemt in absolute zin af
In het BBV en de verslaggevingsregels voor gemeenschappelijke regelingen, wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen resultaatbepaling en resultaatbestemming. Alle baten en lasten dienen via het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening te lopen. Er mogen geen baten of lasten rechtstreeks in het eigen vermogen (dat bestaat uit de algemene reserve en de bestemmingsreserves) worden gemuteerd. De mutaties in het eigen vermogen vinden plaats door middel van de resultaatbestemming. Het gerealiseerd totaalsaldo van baten en lasten 2020 bedraagt € 910.000 voordelig. Per saldo is tussentijds € 1.354.000 aan de reserves onttrokken, zodat het uiteindelijk gerealiseerde resultaat over 2020 € 2.264.000 voordelig bedraagt. Dit resultaat is afzonderlijk vermeld onder het eigen vermogen in de balans. In het hiernavolgende overzicht hebben wij de ontwikkeling van het eigen vermogen opgenomen.
Eigen vermogen (in € 1.000)
2020
2019
2018
Eigen vermogen per 1 januari
4.233
3.517
2.755
Tussentijdse resultaatbestemming
1.354
-/- 83
457
Gerealiseerd resultaat
2.264
633
1.219
910
716
762
5.143
4.233
3.517
Totaal (‘gerealiseerd saldo van baten en lasten’) Eigen vermogen per 31 december
312017007.21.054 - 6
De tussentijdse resultaatbestemming bestaat uit de stortingen in en onttrekkingen uit de reserves, in overeenstemming met de besluiten van uw algemeen bestuur. De omvang van het eigen vermogen bedraagt ultimo 2020 circa 13% van het balanstotaal (2019: 26% van het balanstotaal). De relatief beperktere omvang van het eigen vermogen ten opzichte van het balanstotaal in 2020 wordt veroorzaakt door de per balansdatum openstaande schulden aan leveranciers in verband met corona-lasten en (ongeveer gelijke) vorderingen op het RIVM (€ 10,8 miljoen) en het ministerie van VWS (€ 9,2 miljoen) in verband met hun financiering daarvan. Als van deze bijzondere posten afgezien zou worden, dan zou het eigen vermogen ten opzichte van het balanstotaal ongeveer gelijk zijn gebleven. In paragraaf 4.8 en 5.3 van de jaarrekening geeft het dagelijks bestuur een nadere toelichting op de mutaties in het eigen vermogen over het jaar 2020. Wij verwijzen u naar deze toelichting.
Resultaat 2020 is beïnvloed door reservemutatie(s)
Het feitelijke saldo van baten en lasten in een jaar wordt weergegeven als het gerealiseerde totaalsaldo van baten en lasten. Daarnaast kent de GGD ook het gerealiseerde resultaat. Dit is het gerealiseerde totaalsaldo van baten en lasten plus of min de tussentijdse resultaatbestemmingen. Deze bestemmingen bestaan uit in de loop van het jaar gedane onttrekkingen uit reserves minus de tussentijdse stortingen in reserves. De stortingen in dan wel onttrekkingen aan reserves vinden plaats op basis van door u genomen besluiten. Het gerealiseerde resultaat is dus mede het gevolg van de bestuurlijke besluitvorming. Concreet betekent dit voor uw gemeenschappelijke regeling het volgende: De exploitatie over 2020 laat een voordelig gerealiseerd totaal saldo van baten en lasten van € 0,90 miljoen zien, ten opzichte van een begroot (na wijziging) nadelig saldo van € 1,60 miljoen. Dit is een voordeel van € 2,26 miljoen. Het gerealiseerde voordelig resultaat ad € 2,26 miljoen is afzonderlijk op de balans onder het eigen vermogen opgenomen. In de jaarstukken wordt op diverse plaatsen een nadere toelichting gegeven op de totstandkoming van het resultaat en worden de verschillen tussen de begroting (na wijziging) en de gerealiseerde baten en lasten verklaard. Wij verwijzen u naar deze toelichtingen.
312017007.21.054 - 7
Exploitatieresultaat (in € 1.000) Totale baten
101.602
Totale lasten
100.692
Gerealiseerde saldo van baten en lasten (voordelig) Af: stortingen in reserves Bij: onttrekkingen aan reserves
910 38 1.392
Saldo mutaties reserves, per saldo onttrekking
1.354
Gerealiseerd resultaat (voordelig)
2.264
Het voordelige exploitatieresultaat 2020 (vóór bestemming) is mede ontstaan na een aantal incidentele baten en lasten. Door het effect van de incidentele baten en lasten buiten beschouwing te laten, ontstaat meer inzicht in de reguliere baten en lasten. Het inzicht in de reguliere baten en lasten is van belang, omdat het een betere indicatie geeft van de toekomstige baten en lasten, overigens zonder rekening te houden met beleidswijzigingen. In de toelichting op het overzicht van baten en lasten is eveneens inzicht in de incidentele baten en lasten gegeven. Kortheidshalve verwijzen wij u naar deze uiteenzetting.
Afwijkingen ten opzichte van de begroting zijn in 2020 fors
Uw gemeenschappelijke regeling kent in een “normaal” jaar baten en lasten ter hoogte van circa € 44 miljoen. Dit was ook in de primaire begroting opgenomen. Door de bestrijding van de COVID-2019, waarin uw GGD een belangrijke rol speelt, werd alles anders. De begroting voor 2020 is daarom bijgesteld naar circa € 125 miljoen aan baten en lasten. Uiteindelijk zijn de gerealiseerde baten en lasten circa € 25 miljoen lager uitgevallen dan begroot was. Dit wordt met name veroorzaakt door een andere financieringssystematiek in het laatste kwartaal van 2020, waarin de volume- en eurolaboratoria hun facturen direct aan het RIVM konden sturen waardoor alleen nog de facturen van medisch microbiologische laboratoria via GGD regio Utrecht zijn verwerkt. Zowel de baten als de lasten van de GGD zijn daardoor met een bedrag van circa € 28,5 miljoen lager uitgevallen. Daar tegenover staan circa € 5 miljoen aan hogere coronalasten dan begroot. Aangezien deze volledig worden vergoed, zijn de baten voor hetzelfde bedrag hoger.
312017007.21.054 - 8
Het dagelijks bestuur kwalificeert het weerstandsvermogen als afdoende
Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit vanwege ingeschatte risico’s. De beschikbare weerstandscapaciteit heeft het dagelijks bestuur bepaald op € 2,6 miljoen; dit komt overeen met de algemene reserve van de GGD. In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing heeft het dagelijks bestuur een opsomming gegeven van ingeschatte risico’s. Deze cumuleren voor 2020 tot een bedrag van € 1,0 miljoen (2019: € 0,7 miljoen). De verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit in de jaarrekening is 2,6. Op basis van deze kwantificering lijkt het beschikbare weerstandsvermogen toereikend te zijn en concludeert het dagelijks bestuur dat het weerstandsvermogen de onderkende risico’s financieel afdoende afdekt. Ten opzichte van 2019 is sprake van een stijging van de gekwantificeerde risico’s met circa 43% (ook in 2019 ten opzichte van 2018 was sprake van een stijging). Wij verwijzen u voor de onderkende risico’s en de kwantificering daarvan naar de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing in de jaarstukken 2020 (paragraaf 3.1 van het jaarverslag). Overigens merken wij hierbij op dat deze cijfers niet aan accountantscontrole of een beoordelingsopdracht zijn onderworpen.
312017007.21.054 - 9
3.
Bevindingen eindejaarscontrole
312017007.21.054 - 10
3. Bevindingen eindejaarscontrole Ondanks corona zijn termijnen gehaald
Ondanks het bijzondere jaar voor uw gemeenschappelijke regeling die nodig waren door de inspanningen voor corona en de enorme toename van de baten en lasten en de (extra) verantwoording die daarover moest worden afgelegd, waren bij de start van de controle op 11 februari 2021 de concept jaarstukken grotendeels gereed. De oplevering van de onderbouwende stukken was nog niet volledig, maar wel ruim voldoende om de controle te kunnen starten. Op een aantal onderwerpen was extra overleg en wederzijdse inspanning nodig. Het ging daarbij met name om de (interne) controle van de naleving van de Europese aanbestedingsregels, de invulling van de SiSa-bijlage, waaronder de verantwoording van de zorgbonus en het verkrijgen van zekerheid over de extra corona-uitgaven en declaratie en de verwerking daarvan in de jaarstukken. Grotendeels zijn dit onderwerpen die samenhangen met het bijzondere corona-jaar 2020. Alhoewel deze onderwerpen van uw en onze medewerkers veel extra inspanning gevergd hebben, zijn door een constructieve samenwerking de met het bestuur afgesproken termijnen voor de jaarrekening behaald.
Coronameerkosten VWS zijn getrouw en rechtmatig verantwoord
In het jaarverslag is een overzicht opgenomen van de meerkosten die uw GGD heeft moeten maken in verband met COVID-19 en die u bij het ministerie van VWS kunt declareren. Deze tabel is opgenomen in overeenstemming met de “Verantwoordings-Instructie 2020 Meerkosten COVID-19 GGD – VWS” zoals vastgesteld in de Sectorcommissie Decentrale Overheden (SDO) van de NBA op 11 december 2020. Wij hebben op dit overzicht in het jaarverslag geen afzonderlijke accountantscontrole uitgevoerd. Omdat de in dit overzicht opgenomen lasten ook in de jaarrekening terugkomen op diverse plekken (kosten, baten, vorderingen, schulden, investering en bijdragen van derden), hebben we daar wel controlewerkzaamheden op uitgevoerd. Conform de verantwoordingsinstructie is deze controle uitgevoerd met in achtneming van uw eigen normenkader, het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado), de kadernota rechtmatigheid van de commissie BBV en de materialiteit die geldt voor de controle van de jaarrekening. Een belangrijk aandachtspunt daarbij was dat geen sprake mag zijn van dubbele financiering van meerkosten. Wij hebben vastgesteld dat de coronameerkosten conform deze uitgangspunten zijn verwerkt in de jaarrekening.
De uitgaven die uw gemeenschappelijke regeling heeft gedaan in 2020 zijn sterk gestegen ten opzichte van 2019. De oorzaak hiervan Blijvende rechtmatigheid Europese aanbestedingen in zijn de verregaande maatregelen die u heeft moeten nemen en de extra uitgaven die u heeft moeten doen in verband met het bedwingen van de Coronacrisis. Uw gemeenschappelijke regeling dient ook bij deze extra uitgaven in principe te voldoen aan verband met Corona is Europese aanbestedingsregels, voorover sprake is van geraamde uitgaven per opdracht van meer dan € 214.000 (exclusief Btw). aandachtspunt Uiteraard bracht het bedwingen van de – onvoorziene - crisis met zich mee dat voor veel van de uitgaven een reguliere aanbestedingsprocedure zou leiden tot een onwenselijke vertraging in de uitvoering van de noodzakelijke activiteiten door uw organisatie. Daarom is door uw organisatie in 2020 een aantal maal met een beroep op uitzonderingsbepalingen in de Europese 312019012.20.360 - 11
aanbestedingsregels uit hoofde van “dwingende spoed in het geval van onvoorziene omstandigheden”, een andere dan een Europese aanbestedingsprocedure gekozen. Dit kan als uw organisatie kan bewijzen dat er aan vier cumulatieve voorwaarden is voldaan. ▪ onvoorzienbaarheid van de gebeurtenissen bij de decentrale overheid; ▪ onverenigbaarheid van de dwingende spoed met de termijnen van andere aanbestedingsprocedures; ▪ causaal verband tussen de spoed en de onvoorziene omstandigheden; ▪ een omstandigheid, waar een beroep op wordt gedaan, die niet te wijten is aan de decentrale overheid zelf. Het zal voor iedereen duidelijk zal zijn dat helemaal aan het begin van de pandemie duidelijk aan deze voorwaarden werd voldaan. De laatste tijd worden er – landelijk – door deskundigen in het aanbestedingsrecht vragen gesteld of er, met name voor latere uitgaven, zoals die voor het callcenter voor de vaccinatielijn, voldoende hard kan worden gemaakt dat er sprake was van dwingende spoed en dat daarmee gekozen is voor de meest passende aanbestedingsvorm. Vooralsnog is dit niet door een rechter getoetst en is dus ook niet bekend wat de uitkomst zou zijn. Daardoor is er rond de corona-uitgaven enige onzekerheid of deze al dan niet Europees aanbesteed hadden moeten worden. Dit is nader toegelicht in de jaarstukken in paragraaf 3.6.
Op basis van de kadernota rechtmatigheid 2018 hebben we deze onzekerheden niet meegewogen in ons oordeel. Wij adviseren u in voorkomende gevallen een goede, juridisch getoetste, onderbouwing te documenteren als wordt afgeweken van de Europese aanbestedingsregels.
Overige bevindingen Europees aanbestedingen
Uw gemeenschappelijke regeling maakt voor juridische advisering veelal gebruik van dezelfde partij. Uit bedrijfsmatig gezichtspunt is dit begrijpelijk. Immers deze partij heeft al veel kennis van uw gemeenschappelijke regeling opgedaan. Er is met deze partij geen overeenkomst of raamcontract afgesloten. In het kader van Europese aanbestedingsregels loopt u het risico dat de inzet over de afgelopen jaren als één opdracht gezien moet worden. Op termijn zou u daarmee voor de totale opdrachtwaarde de grens kunnen bereiken dat (achteraf gezien) sprake geweest had moeten zijn van een Europese aanbestedingsprocedure. Wij adviseren u de uitgaven aan deze dienstverlener goed te volgen en indien nodig tijdig een Europese aanbestedingsprocedure te starten. Daarnaast heeft uw gemeenschappelijke regeling meerdere opdrachten voor trainingen verstrekt aan een externe partij. Op dit moment komen de gecombineerde uitgaven hiervoor nog niet boven de drempel voor een Europese aanbesteding uit. Wij adviseren u ook deze uitgaven goed te volgen en eventueel aanvullende opdrachten die sterk verwant zijn alsnog aan te besteden. Wij adviseren u aandacht te besteden aan de vastlegging van uw inkoopstrategie bij het verlenen van opdrachten. Het bleek nu achteraf tijdrovend alsnog de destijds gemaakte keuze goed inzichtelijk te maken.
312017007.21.054 - 12
Verantwoording posten met specifiek bestedingsdoel
In de balans dienen voor de verslaggevingsregels de “van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren” afzonderlijk onder de overlopende passiva te worden opgenomen. In de toelichting dient de ontwikkeling van deze post, per ontvangen voorschotbedrag, inzichtelijk gemaakt worden. Dit laatste dient om via uw jaarrekening de verstrekker van de middelen meer inzicht te geven in de besteding ervan. Het bedoelde overzicht is opgenomen in uw jaarrekening en voldoet aan de eraan te stellen eisen. Echter u heeft ook andere aan Nederlandse overheidslichamen nog te betalen bedragen (die niet zijn ontstaan door ontvangen voorschotten) op deze plaats verantwoord en toegelicht. Hierbij kunt u bijvoorbeeld denken aan nog te betalen detacheringsvergoedingen aan één van de deelnemende gemeenten. Feitelijk zouden deze posten niet in dit verloopoverzicht opgenomen moeten worden maar op een andere wijze binnen de overlopende passiva gepresenteerd moeten worden. Wij hebben echter begrepen dat het huidige overzicht door de gebruikers van de jaarrekening wel gebruikt en wordt gewaardeerd. Om deze reden en het feit dat het alleen een presentatieverschuiving binnen de overlopende passiva betreft hebben wij de jaarrekening op dit punt niet laten aanpassen.
De situatie is in de toelichting op de balans toegelicht. Een vergelijkbare situatie doet zich voor onder de overlopende activa bij de van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel.
Omvang onderhoudsvoorziening kent enige onzekerheid
In de afgelopen jaren is veel door u nagedacht over de (toekomstige) huisvesting en bezetting van de diverse locaties binnen uw gemeenschappelijke regeling. U heeft besloten om scenario 1 nader uit te werken: het renoveren van het pand De Dreef 5, dat in eigendom van de GGD blijft. Inmiddels heeft u de financiële gevolgen van scenario 1 in beeld gebracht en een voorstel voor dekking van de kosten opgesteld. Deze uitwerking is nog niet besproken met het algemeen bestuur. Naar de mening van het dagelijks bestuur is er bij het opstellen van de jaarrekening nog geen duidelijkheid welk besluit het algemeen bestuur zal nemen over de huisvesting voor de komende jaren. Afhankelijk van de uitwerking van de renovatie zal het bestuur besluiten De Dreef 5 te renoveren, groot onderhoud te laten uitvoeren of toch te kiezen voor een nog uit te werken andere variant. De verwachting is dat het bestuur in het eerste halfjaar van 2021 een besluit zal nemen. Op basis van bovenstaande is de voorziening groot onderhoud (boekwaarde is circa €705.000) op basis van het bestaande onderhoudsplan in stand gehouden en heeft geen afwaardering plaats gevonden van bestaande investeringen naar aanleiding van de voorgaande renovatie (boekwaarde circa €400.000). De onzekerheid rondom de huisvesting is toereikend toegelicht in de jaarrekening 2020.
312017007.21.054 - 13
Voorziening WW-uitkering 3e jaar onvoldoende onderbouwd
Sinds 2018 doteert u jaarlijks een bedrag aan de voorziening '3e jaars WW'. Deze voorziening heeft u gevormd ter dekking van mogelijke aanspraak door ex-medewerkers voor een uitkering in het derde jaar van een WW-uitkering. De jaarlijkse dotatie bedraagt 0,1% van het salaris en salaristoeslagen van medewerkers (gelijk aan de inhouding bij de werknemers conform de CAO gemeenten). De voorziening bedraagt ultimo 2020 ca € 60.000 en is daarmee niet materieel. Wij zien dat dat de voorziening nu ieder jaar hoger wordt en op dit moment beschikt u niet over een onderbouwing om deze post ook de komende jaren als een voorziening te kunnen classificeren. Wij adviseren u te overwegen om deze post om te zetten naar een reserve of een, ook voor de komende jaren, voldoende onderbouwing op te zetten.
Volg de ontwikkeling van de Op basis van het BBV mogen voor jaarlijks gelijkblijvende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen geen schulden worden opgebouwde vakantiedagen opgenomen in de jaarrekening. Om deze reden worden de opbouwde rechten op vakantiedagen opgenomen in de Niet uit de balans blijkende verplichtingen. Ultimo 2020 zijn deze gewaardeerd op € 1,6 miljoen.
Het valt op dat deze post de afgelopen drie jaren steeds met een bedrag van circa € 200.000 toeneemt. Mogelijk heeft dit jaar de COVID-19-crisis daaraan bijgedragen. Mocht de komende jaren blijken dat de post blijft stijgen, dan kan er een moment komen dat niet meer gesteld kan worden dat de verplichting van jaarlijks gelijkblijvende omvang is. Als dat moment komt dan zal de post alsnog in de balans verantwoord moeten komen. Wij adviseren u zorg te dragen dat deze post niet al te zeer oploopt.
Voortgang digitaal dossier Jeugdgezondheidszorg (GGiD)
Uw gemeenschappelijke regeling is in 2016 samen met GGD Hollands Noorden en GGD Twente gestart met de ontwikkeling van een (nieuw) digitaal dossier Jeugdgezondheidszorg (GGiD). Met het GGiD worden belangrijke voordelen voor uw klanten (de burgers) beoogd (bijvoorbeeld zelf online afspraken maken of de eigen gegevens inzien), maar ook voor uw medewerkers (bijvoorbeeld gebruiksvriendelijker werken) en uw afnemers (sneller en beter gegevens beschikbaar hebben voor de rapportages aan management, ketenpartners en gemeenten). Namens de drie samenwerkende GGD-en is GGD regio Utrecht “penvoerder” op financieel-administratief gebied. De kosten van de bouw en het programma GGiD worden geregistreerd op een zogenoemde tussenrekening; dit omdat uw gemeenschappelijke regeling ‘penvoerder’ is namens de drie deelnemende GGD-en. Een projectadministrateur van uw gemeenschappelijke regeling houdt de uitputting (inclusief reeds aangegane verplichtingen en verwachte lasten) bij in Excel en sluit deze regelmatig aan op AFAS (financiële administratie). Na verrekening met de twee andere GGD-en (zijnde 2/3 deel van deze kosten), komt het resterende deel van deze kosten (zijnde 1/3 deel van het totaal) voor rekening van uw gemeenschappelijke regeling. Daarbij worden niet te activeren programmakosten direct ten laste van de exploitatie gebracht.
Het te activeren deel is onder de overlopende activa opgenomen. Daarnaast heeft uw gemeenschappelijke regeling ook eigen projectkosten. Het deel dat hiervan te activeren is, is verantwoord onder de materiële vaste activa. Het overige deel is ten laste van de exploitatie van uw gemeenschappelijke regeling gebracht. Om de risico’s op bestuurlijke complexiteit en de juridische aansprakelijkheid te ondervangen, de voordelen van de schaalgrootte optimaal 312017007.21.054 - 14
te kunnen benutten, de aansprakelijkheid te beperken of uit te sluiten en de toetreding van eventuele nieuwe partners te vereenvoudigen, heeft u samen met uw projectpartners een coöperatie opgericht. De verdere ontwikkeling van het GGiD, inclusief de uitrol, zal via de coöperatie plaatsvinden. Deze coöperatie is op 2 maart 2020 opgericht. Het was de bedoeling om de op de “tussenrekening” verantwoorde bouw- en programmakosten, ultimo 2020 groot € 3,1 miljoen (i.c. het gerealiseerde GGiD) in de loop van 2020 in rekening te brengen bij de coöperatie. Omdat het GGiD echter nog niet volledig uitontwikkeld was in 2020, bestonden er vanuit garantieoogpunt nadelen om het intellectueel eigendom nu al naar de coöperatie over te brengen. Naar verwachting zal de overdracht echter in het eerste halfjaar van 2021 plaatsvinden waarmee de overlopende activa worden afgewikkeld.
Begrotingsrechtmatigheid is Naast de controle op de rechtmatige totstandkoming van de baten, lasten en balansmutaties in de jaarrekening 2020, hebben wij de begrotingsrechtmatigheid gecontroleerd. adequaat toegelicht in de jaarrekening De toe te passen normen voor dit begrotingscriterium zijn gebaseerd op artikel 189, 190 en 191 van de Gemeentewet en moet door het algemeen bestuur zelf nader worden ingevuld en geconcretiseerd. Dit gebeurt door middel van de begroting en via de verordening op het financieel beheer ex artikel 212 van de Gemeentewet. Het systeem van budgetbeheer en -bewaking moet waarborgen dat de baten en lasten binnen de begroting blijven en dat belangrijke wijzigingen of dreigende overschrijdingen tijdig worden gemeld aan het algemeen bestuur, zodat deze tijdig (binnen het begrotingsjaar) een besluit kan nemen. Een systeem met onvoldoende waarborgen voor tijdige melding aan het algemeen bestuur van budgetoverschrijdingen heeft het risico in zich dat inbreuk wordt gemaakt op het budgetrecht van het algemeen bestuur. Het begrotingscriterium is verder verfijnd en uitgewerkt in de Kadernota van de Commissie BBV. Een belangrijk uitgangspunt is dat het overschrijden van de begroting altijd onrechtmatig is, maar niet in alle gevallen hoeft te worden meegewogen in het accountantsoordeel.
Essentieel is dat het algemeen bestuur nadere regels kan stellen wanneer kostenoverschrijdingen die worden gecompenseerd door direct gerelateerde opbrengsten (1), kostenoverschrijdingen passend binnen het beleid (2) en kostenoverschrijdingen bij openeinderegelingen (3) moeten meewegen bij het oordeel van de accountant. In die gevallen dat het algemeen bestuur geen nader beleid stelt, geldt het uitgangspunt dat deze kostenoverschrijdingen door de accountant niet worden betrokken bij de beslissing of al dan niet een goedkeurende controleverklaring kan worden afgegeven. Deze kostenoverschrijdingen moeten dan wel goed herkenbaar in de jaarrekening zijn opgenomen. Daarnaast moet de accountant deze kostenoverschrijdingen – waarvan het dagelijks bestuur in de jaarrekening moet aangeven dat het algemeen bestuur deze nog dient te autoriseren – in het verslag van bevindingen aan de orde stellen. Extra lasten die zijn gemaakt omdat extra opbrengsten daarvoor de ruimte bieden, terwijl deze extra lasten niet direct zijn gerelateerd aan de extra opbrengsten en waarbij het algemeen bestuur nog geen besluit heeft genomen over de aanwending van deze extra opbrengsten, zijn onrechtmatig en tellen mee in het oordeel van de accountant. Dit is bij uw gemeenschappelijke regeling overigens niet aan de orde. Begrotingsafwijkingen werken niet door in de controleverklaring 312017007.21.054 - 15
In totaal heeft uw gemeenschappelijke regeling € 126,8 miljoen aan lasten begroot na wijziging, tegenover € 101,0 miljoen aan werkelijke lasten in 2020. Dit is in totaal een onderschrijding van € 25,9 miljoen (0,2%). Aan baten had uw gemeenschappelijke regeling een bedrag van € 125,2 miljoen begroot na wijziging, tegenover € 101,9 miljoen aan werkelijke baten in 2020. Het gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten komt daarmee op € 0,9 miljoen voordelig. In het kader van de begrotingsrechtmatigheid moet gekeken worden naar de lastenoverschrijdingen op het niveau waarop het algemeen bestuur de begroting autoriseert. In uw geval is dat op programmaniveau, waarbij sprake is van 1 programma (Publieke Gezondheid). Over het jaar 2019 is op het programma Publieke Gezondheid geen sprake van een overschrijding van de geraamde lasten, zodat derhalve geen sprake is van een doorwerkend effect op ons accountantsoordeel. De begrotingsrechtmatigheid omvat ook de overschrijdingen op investeringskredieten. Deze hebben zich in 2020 niet voorgedaan.
Wij verwijzen voor een inhoudelijke en meer specifieke analyse van de begrotingsafwijkingen naar de toelichtingen die zijn opgenomen in onderdeel hoofdstuk 4.2 tot en met 4.4 in de toelichting op de staat van baten en lasten en in de paragraaf 3.6 Rechtmatigheid, waarin een analyse van de (begrotings-)afwijkingen en de begrotingsrechtmatigheid 2020 is opgenomen. Tevens verwijzen wij u naar hoofdstuk 2 van dit accountantsverslag. Naast overschrijdingen van lasten per programma, zijn ook op onderdelen meer baten gerealiseerd dan begroot. Over de baten rapporteren wij in deze paragraaf niet, omdat dit geen onderdeel uitmaakt van het criterium begrotingsrechtmatigheid zoals de richtlijnen voorschrijven. De begrotingsrechtmatigheid omvat ook de overschrijdingen op investeringskredieten. Deze hebben zich in 2020 niet (in materiële zin) voorgedaan.
Wet normering topinkomens (WNT)
De Wet normering topinkomens (WNT) is in werking getreden met ingang van 1 januari 2013. De WNT regelt niet alleen de openbaarmaking van topinkomens in de publieke en semipublieke sector, maar stelt ook maxima aan de hoogte van de bezoldiging van topfunctionarissen en tevens aan de ontslagvergoedingen. Met ingang van 1 januari 2013 is bij wet vastgelegd dat rechtspersonen of organisaties die volledig of in aanzienlijke mate uit publieke middelen zijn gefinancierd beloningen van topfunctionarissen openbaar dienen te maken, ook als deze de in de wet gestelde maximale bezoldiging over 2020 van € 201.000 niet te boven gaat. Daarnaast dienen gemeenschappelijke regelingen het salaris openbaar te maken van overige medewerkers (inclusief – wanneer aan bepaalde voorwaarden is voldaan – ingehuurd personeel) die een bezoldiging ontvangen boven deze norm. Ten slotte stelt de WNT een aantal overige eisen, zoals een maximale ontslagvergoeding voor topfunctionarissen van € 75.000. In 2020 is voor geen van de topfunctionarissen en overige medewerkers sprake van een overschrijding van de grensbedragen. Bij de controle van de WNT-verantwoording 2020 stelden wij wel vast dat geen sprake was van (zichtbare) interne controle op de opgestelde WNT-verantwoording.
Wij adviseren u om in het vervolg voordat de WNT-verantwoording voor controle wordt aangeboden zichtbaar interne controle uit te laten voeren. 312017007.21.054 - 16
In het kader van de WNT attenderen wij u er op dat u de plicht heeft om uiterlijk 1 juli 2021 uw WNT-verantwoording over het kalenderjaar 2020 via internet op een algemeen toegankelijke wijze openbaar te maken. Indien op grond van andere op de verantwoordelijke van toepassing zijnde regelgeving of een besluit een later tijdstip waarop het financieel verslaggevingsdocument openbaar moet worden gemaakt geldt, is die latere datum de uiterlijke datum van openbaarmaking.
312017007.21.054 - 17
Geen fouten en onzekerheden met betrekking tot de SiSabijlage
Op grond van het Besluit accountantscontrole decentrale overheden, artikel 5, lid 4, rapporteren wij in dit accountantsverslag over de fouten en onzekerheden van de specifieke uitkeringen die in 2020 onder SiSa vallen. Wij doen dit met een tabel, die ook opgenomen moet worden als er geen fouten of onzekerheden geconstateerd zijn. Per regeling is hierin aangegeven of, en zo ja welke financiële fouten of onzekerheden zijn geconstateerd. Hierna treft u deze tabel aan. Nr. VWS H3
VWS H5 VWS H11 LNV L1
Specifieke uitkering of overig Seksualiteitscoördinatie- en hulpverlening + aanvullende curatieve SOA bestrijding Subsidieregeling PrEP Corona Bonusregeling Zorg Jong Leren Eten-uitkeringen
Fout of onzekerheid €0
€0 €0 €0
Financiële omvang in euro's €0
Toelichting fout/onzekerheid N.v.t.
€0 €0 €0
N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Strekking getrouwheid: goedkeurend. Strekking rechtmatigheid: goedkeurend.
312017007.21.054 - 18
4.
Interne beheersing
312017007.21.054 - 19
4. Interne beheersing Kernboodschappen interim- Op 18 november 2020 hebben wij de bevindingen naar aanleiding van de interim-controle via onze managementletter gedeeld met het dagelijks bestuur. Voor een nadere duiding van onze opmerkingen en aanbevelingen uit de managementletter 2020 verwijzen controle 2020 wij daarnaar. Hieronder hebben wij de managementsamenvatting uit de managementletter opgenomen.
312017007.21.054 - 20
RechtmatigheidsVerantwoording 2021
Rechtmatigheidsverantwoording 2021 In de meicirculaire 2018 heeft het ministerie van BZK aangegeven dat met ingang van het boekjaar 2021 het dagelijks bestuur zelf een rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening moet afgeven. Tot en met de jaarrekening 2020 geeft de accountant bij de jaarrekening van uw gemeenschappelijke regeling een controleverklaring af, met daarin een oordeel over de getrouwheid en rechtmatigheid. Dat tweede oordeel, over de rechtmatigheid, verdwijnt vanaf de jaarrekening 2021. Het wordt vanaf dan de taak van het dagelijks bestuur zelf om zich met de rechtmatigheidsverantwoording te verantwoorden aan het algemeen bestuur. Als accountant stellen wij vervolgens vast dat de rechtmatigheidsverantwoording een getrouw beeld geeft van de werkelijkheid. Over de invoering van deze rechtmatigheidsverantwoording en wat dit allemaal voor uw organisatie betekent, is de afgelopen periode (onder andere door het ministerie van BZK, de commissie Depla, de VNG et cetera) veel geschreven. De afgelopen maanden heeft uw gemeenschappelijke regeling, ondanks de corona-drukte, belangrijke stappen gemaakt in de voorbereiding voor de rechtmatigheidsverantwoording. Zo is het controleprotocol geactualiseerd en wordt daarin rekening gehouden met de rechtmatigheidsverantwoording.
Door het vaststellen van dit protocol stelt het algemeen bestuur de verantwoordingsgrens ten aanzien van de rechtmatigheidsverantwoording vast op 1%. Daarmee sluit de diepgang van de interne controle naadloos aan op de diepgang van de accountantscontrole, hetgeen ons inziens een verstandige keus is. De externe accountant dient namelijk ook een oordeel te vellen over de rechtmatigheidsverantwoording van het dagelijks bestuur die in de jaarrekening wordt opgenomen. In een “regulier” jaar bedraagt deze verantwoordingsgrens circa € 475.000. Tevens is de rapportagegrens vastgesteld op 5% van de verantwoordingsgrens. In een regulier “jaar komt dit neer op een bedrag van circa € 24.000. Ook het (voorlopige) normenkader voor de rechtmatigheidscontrole over 2021 is vastgesteld. Uiteraard dient dit te worden bijgesteld als wijzigingen in de regelgeving na verloop van tijd daartoe aanleiding geven. Daarnaast is ook het intern controleplan geactualiseerd en met ons afgestemd, zodat er een goede basis ligt voor het uitvoeren van de interne controles op basis waarvan het dagelijks bestuur over 2021 de rechtmatigheidsverantwoording kan gaan afleggen. Op 31 maart 2021 zullen de genoemde documenten bekrachtigd worden in het algemeen bestuur.
312017007.21.054 - 21
5.
Overige aangelegenheden
312017007.21.054 - 22
5. Overige aangelegenheden Geen meningsverschil met het dagelijks bestuur
Er zijn geen meningsverschillen met het dagelijks geweest en er waren geen beperkingen bij de uitvoering van onze controle. Naar onze mening is ons bij de uitvoering van onze controleopdracht door het dagelijks bestuur van uw gemeenschappelijke regeling de volledige medewerking verleend en hebben wij de volledige toegang tot de benodigde informatie gehad.
Wij hebben namens het dagelijks bestuur een ondertekende schriftelijke bevestiging bij de jaarrekening ontvangen. Bevestigingen van het dagelijks bestuur ontvangen
Naleving van wet- en regelgeving
Wij hebben geen kennis van te rapporteren omstandigheden in verband met het niet-naleven van wet- en regelgeving.
Betrouwbaarheid en continuïteit van de automatiseringsomgeving
Onze jaarrekeningcontrole is gericht op het geven van een oordeel omtrent de jaarrekening zelf en is niet primair gericht op het doen van uitspraken omtrent de betrouwbaarheid en de continuïteit van de geautomatiseerde gegevensverwerking als geheel of van onderdelen daarvan. Onze bevindingen daaromtrent raken dan ook slechts die onderdelen die wij onderzocht hebben in het kader van de jaarrekening, wat wil zeggen dat wij ter zake geen volledigheid pretenderen. Uit de door ons uitgevoerde werkzaamheden zijn geen bijzonderheden gebleken waarop wij u via deze rapportage willen attenderen.
Geen aanwijzingen van fraude
In Nederland is de accountant wettelijk verplicht om alle ontdekte fraudegevallen te rapporteren aan het management van de organisatie. Wij merken op dat onze controle niet specifiek is ingericht op het ontdekken van fraude. De accountant is wel verantwoordelijk voor het betrekken van frauderisico’s in de planning en uitvoering van zijn controleopdracht. Wij hebben een fraudediscussie gevoerd met het controleteam en met het financieel management en de directie van de gemeenschappelijke regeling GGD regio Utrecht, waarbij wij de nadruk hebben gelegd op de risico’s van materiële onjuistheden als gevolg van fraude in de jaarstukken. Van het management en directie hebben wij de bevestiging ontvangen dat er geen onregelmatigheden zijn geconstateerd waarbij het management of werknemers die een belangrijke rol spelen bij de maatregelen van interne beheersing of anderen in het geval dat de fraude van materieel belang kan zijn op de jaarrekening, zijn betrokken. Tevens hebben wij zelfstandig werkzaamheden uitgevoerd die gericht waren op het risico van het ‘omzeilen’ van de interne beheersingsmaatregelen door het management te detecteren. Wij hebben specifieke controles uitgevoerd op memoriaalboekingen en schattingen en hebben significante en ongebruikelijke transacties met behulp van gegevensanalyses onderzocht. 312017007.21.054 - 23
Hoewel wij op grond van de controle- en overige standaarden een kritische houding moeten hebben ten opzichte van risico’s van fraude in de jaarrekening, merken wij op dat onze controle niet specifiek is gericht op het ontdekken hiervan. Tijdens de uitvoering van onze controle van de jaarrekening 2020 hebben wij geen aanwijzingen verkregen dat er sprake is geweest van fraude. Tot slot merken wij op dat de frauderisicoanalyse in 2020 niet is geactualiseerd. Dit zal komend jaar weer een standaard onderdeel worden van uw planning- en controlcyclus.
Bevestiging onafhankelijkheid
Bevestiging onafhankelijkheid In overeenstemming met Nederlandse wet- en regelgeving, waaronder de Verordening inzake Onafhankelijkheid (ViO) van de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA), dient de externe accountant mogelijke conflicten met betrekking tot zijn onafhankelijkheid, zowel in wezen als in schijn, onder de aandacht te brengen van het dagelijks bestuur en het algemeen bestuur. Wij bevestigen dat onze onafhankelijke positie ten opzichte van de gemeenschappelijke regeling GGD regio Utrecht in overeenstemming met de Nederlandse wettelijke en beroepsvoorschriften is gewaarborgd. Wij zijn van mening dat onze objectiviteit gedurende het afgelopen jaar niet is aangetast. Stelsel van waarborgen om onafhankelijke positie te waarborgen Publieke Sector Accountants beschikt over een stelsel van maatregelen om onze onafhankelijke positie bij controlecliënten te waarborgen. Het stelsel van maatregelen is een integraal onderdeel van de bestuurlijke organisatie en van het voor de gehele organisatie van toepassing zijnde stelsel van kwaliteitsbeheersingsmaatregelen.
Bijgaande niet-limitatieve opsomming geeft u een indruk van de maatregelen die bijdragen aan het waarborgen van onze onafhankelijke positie: ▪ Schriftelijke onafhankelijkheidsbepalingen waarin alle bestaande onafhankelijkheidsvereisten en de risico’s ten aanzien van de bedreiging van de onafhankelijkheid en de daaraan gerelateerde waarborgen zijn verwerkt. ▪ Procedures voor tijdige bekendmaking van de voorschriften en de daarin aangebrachte wijzigingen aan alle partners en werknemers bij Publieke Sector Accountants. ▪ Procedures voor de organisatie van periodieke training inzake de toepassing van de onafhankelijkheidsvoorschriften. ▪ Procedures die erop gericht zijn dat onze gevolmachtigden en werknemers in specifieke casussen en omstandigheden de onafhankelijkheidsvoorschriften naleven. ▪ De benoeming van professionals op seniorniveau die verantwoordelijk zijn voor het continu actualiseren van de procedures en voorschriften, de tijdige bekendmaking ervan en het adequaat functioneren van het gehele stelsel van waarborgen.
▪ Procedures voor een schriftelijke rapportage per controlecliënt waarin is vastgelegd of sprake is van omstandigheden die de onafhankelijkheid van de accountant die de controleopdracht uitvoert bedreigen, op welke wijze met potentiële bedreigingen is omgegaan en indien er bedreigingen zijn gesignaleerd, welke maatregelen dan zijn genomen om deze bedreiging voor de onafhankelijkheid weg te nemen. De vastlegging van deze beoordeling inclusief een gemotiveerde conclusie (de zogenoemde onafhankelijkheidsevaluatie) wordt in het dossier opgenomen.
312017007.21.054 - 24
▪
▪
Procedures die vereisen dat een daartoe geëigende afdeling binnen Publieke Sector Accountants wordt geconsulteerd, als sprake is van een mogelijke aantasting van de onafhankelijkheid in relatie tot een specifieke cliënt. Wij zullen dan ook overwegen het algemeen bestuur of de auditcommissie te raadplegen. Procedures voor het interne toezicht in relatie tot de toetsing en bewaking van de naleving van de onafhankelijkheidsvoorschriften.
De opzet en werking van ons stelsel van maatregelen worden periodiek door de externe toezichthouder getoetst. Interne roulatie Een te grote mate van vertrouwdheid of vertrouwen kan een bedreiging vormen voor de onafhankelijkheid van de accountant wanneer bepaalde leden van het controleteam geregeld en voor lange tijd aan de wettelijke controle van een controlecliënt meewerken. Wij beoordelen de bedreiging voor de onafhankelijkheid die kan voortvloeien uit de langdurige betrokkenheid van andere leden van het controleteam bij de controleopdracht. Waar nodig nemen wij maatregelen om de bedreiging weg te nemen. Wij merken op dat er in het kader van onze controleopdracht geen sprake is geweest van een dergelijke bedreiging. Persoonlijke, zakelijke of financiële relaties Wij hebben een evaluatie gemaakt van persoonlijke, zakelijke en financiële relaties tussen Publieke Sector Accountants, haar partners en haar medewerkers en de gemeenschappelijke regeling GGD regio Utrecht, die van invloed kunnen zijn op onze onafhankelijkheid. Bij deze evaluatie zijn ons geen zaken gebleken welke aan u gerapporteerd dienen te worden.
Geschenken en persoonlijke uitingen van gastvrijheid De Nederlandse onafhankelijkheidsregels vereisen dat de eindverantwoordelijke accountant de met governance belaste organen informeert over geschenken en persoonlijke uitingen van gastvrijheid die Publieke Sector Accountants, een bestuurder of interne toezichthouder van Publieke Sector Accountants of een lid van het controleteam heeft ontvangen van of verstrekt aan de gemeenschappelijke regeling GGD regio Utrecht of een bij de gemeenschappelijke regeling GGD regio Utrecht betrokken persoon. Hierbij is een drempel van € 100 opgenomen in de regels. Wij zijn van mening dat de verstrekte en ontvangen geschenken en persoonlijke uitingen van gastvrijheid gepast zijn en derhalve niet tot een bedreiging voor de onafhankelijke uitvoering van de controleopdracht hebben geleid. Volledigheidshalve merken wij op dat wij geen geschenken en persoonlijke uitingen van gastvrijheid hebben verstrekt/ontvangen die een (geschatte) waarde van meer dan € 100 hebben.
312017007.21.054 - 25
Aanvullende dienstverlening Een overzicht van de aanvullende dienstverlening hebben wij hieronder opgenomen. Aanvullende dienstverlening •
Niet van toepassing
Conclusie onafhankelijkheid De voorschriften in het kader van onafhankelijkheid zijn binnen de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (de NBA) opgenomen in de ‘Verordening inzake Onafhankelijkheid (ViO)’ en vormen een belangrijk onderdeel van het ‘normenkader’ waaraan een accountant moet voldoen. De naleving van de ViO is binnen Publieke Sector Accountants ingebed. Op basis van onze toetsing concluderen wij dat onze onafhankelijkheid als certificerend accountant bij de gemeenschappelijke regeling GGD regio Utrecht in 2020 voldoende is gewaarborgd.
Controleverschillen
Overzicht van de controleverschillen: Aard van de fouten en onzekerheden (x € 1.000)
Rechtmatigheid
Getrouwheid
Fouten
n.v.t.
n.v.t.
(Sub)totaal getrouwheidsfouten
n.v.t.
n.v.t.
Rechtmatigheidsfout vanuit externe regels
n.v.t.
n.v.t.
Rechtmatigheidsfout vanuit interne regels
n.v.t.
n.v.t.
Totaal rechtmatigheidsfouten
n.v.t.
n.v.t.
Totaal fouten
n.v.t.
n.v.t.
Onzekerheden
n.v.t.
n.v.t.
Totaal onzekerheden
n.v.t.
n.v.t.
312017007.21.054 - 26
Wij hebben van het dagelijks bestuur een schriftelijke bevestiging bij de jaarrekening ontvangen, waarin het college bevestigt dat de niet-gecorrigeerde fouten, zowel individueel als in totaal, in het kader van de jaarrekening niet materieel zijn. Daarnaast is in de jaarrekening een aantal correcties doorgevoerd naar aanleiding van onze controle. Uw organisatie beschikt over een overzicht van deze correcties.
Disclaimer en beperking in gebruik
Dit verslag is alleen bestemd voor het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur en mag niet in zijn geheel of gedeeltelijk worden verstrekt of aangehaald zonder onze schriftelijke toestemming vooraf. Er wordt geen verantwoordelijkheid aan een derde partij geaccepteerd, omdat dit verslag daar niet voor opgesteld en bedoeld is. Dientengevolge nemen wij geen enkele verplichting of plicht van zorg aan ieder ander persoon aan wie dit verslag getoond of in zijn handen komt, op ons. De in dit verslag aan de orde gestelde onderwerpen zijn door ons geconstateerd gedurende onze controleopdracht waarvan wij van mening zijn dat zij uw aandacht behoeven. Het is geen allesomvattend verslag van alle geconstateerde zaken en in het bijzonder kunnen wij niet verantwoordelijk worden gesteld voor het rapporteren van alle bedrijfsrisico’s of tekortkomingen in het systeem van interne beheersing. Elke conclusie, opinie of opmerking in dit verslag is verstrekt in de context van onze controleverklaring over de jaarrekening als geheel. Evenzo geldt dat de opmerkingen, bevindingen en aanbevelingen met betrekking tot het systeem van interne beheersing niet gelezen dienen te worden als een afzonderlijke opinie van het systeem van interne beheersing en haar werking.
312017007.21.054 - 27
312017007.21.054 - 28