CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

8. Toelichting VVD t.b.v. toezegging bij Ontwerp omgevingsplan deel I

Raadscommissie 7 oktober 2021, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Raadsvoorstel Ontwerp omgevingsplan, deel I937 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Onderwerp: Datum:

Nadere toelichting VVD t.b.v. toezegging bij commissiebespreking Raadsvoorstel Ontwerp omgevingsplan, deel I 12 oktober 2021

Naam fractie:

VVD

In de raadscommissie van 7 oktober 2021 heeft wethouder Stroobosscher - bij de behandeling van het raadsvoorstel Ontwerp Omgevingsplan deel I - toegezegd dat op basis van een nadere toelichting die de VVD nog aanlevert, een aanvullende beantwoording volgt op de gestelde technische vragen met betrekking tot handhaafbaarheid als zaken uit de APV in een andere verordening worden opgenomen. Onderstaande de nadere toelichting vanuit de VVD. Aangeleverde toelichting VVD, woordvoerder Leo Nooteboom Zoals aangegeven in de commissievergadering d.d. 7 oktober 2021 over het Ontwerp Omgevingsplan en in de consultatie over het Concept Ontwerp Omgevingsplan d.d. 17 juni 2021, twijfelen wij over de afbakening en verplaatsing van een aantal regels uit de Algemene Plaatselijke Verordening naar het Omgevingsplan. De VVD heeft gewezen op een aantal regels in het omgevingsplan waarbij we twijfels hebben of deze hierin wel thuishoren. Wij noemden daarbij, niet uitputtend, het verbod op label-loze winkelwagens, het verbod op loslopende honden en de plicht zakjes mee te nemen voor hondenuitwerpselen, het verbod om vuur te stoken in de openbare ruimte, het verbod fietsen in onvoldoende staat van onderhoud in de openbare ruimte te laten staan en wildplassen. Al deze zaken wijzigen de fysieke leefomgeving naar ons idee niet blijvend.

Zoals toegezegd ontvangt u hierbij nadere informatie over de opvatting van de regering waarnaar ik verwees tijdens de laatste commissievergadering. De wethouder gaf aan dat gedurende de inspraak, hierover nog een heroverweging kan plaatsvinden. Het gaat om twee vragen:

− −

Liggen dergelijke regels niet meer op het vlak van de openbare orde en zijn zij wellicht minder op hun plaats in het omgevingsplan omdat zij niet echt leiden tot een blijvende verandering van de fysieke leefomgeving? Dient zich het risico aan dat een “handhavingsgat” ontstaat wanneer dergelijke regels op een onjuiste plaats in de gemeentelijke regelgeving worden opgenomen?

Graag zien wij het resultaat van een heroverweging tegemoet, voorafgaand aan de vaststelling van het Omgevingsplan. Toelichting Ook de Regering zag zich voor de afbakening van verordeningen en het omgevingsplan gesteld. In de commissie van 7 oktober heb ik hiervan een uitsnede weergegeven. Bij deze de volledige tekst uit de Nota naar aanleiding van het nader verslag: “Onderwerpen die regulering van het gedrag van personen in de openbare ruimte betreft, die een sterk persoonsgebonden (en niet-zaaksgerelateerd) karakter hebben die mede een motief hebben de openbare orde en veiligheid te beschermen, komen in het algemeen niet in aanmerking om in het omgevingsplan te worden gereguleerd. Denk hierbij onder meer aan wildplassen, alcoholgebruik, stallen van fietsen, regulering van het toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf, maatregelen tegen overlast en baldadigheid, maatregelen ter bestrijding van heling van goederen, drugsoverlast, bestuurlijke ophouding, toezicht op speelgelegenheden, bijzondere bepalingen over horecabedrijven als bedoeld in de Drank- en horecawet en toezicht op openbare inrichtingen. Veelal betreft het hier ook regels met aan de burgemeester toebedeelde taken en bevoegdheden. Het is niet beoogd om dergelijke onderwerpen binnen het domein van het omgevingsrecht en het omgevingsplan te trekken.

Ook bij regels die betrekking hebben op subsidies en leges ligt het niet voor de hand om te bepalen dat deze in een omgevingsplan moeten worden opgenomen. Het in het omgevingsplan brengen van dergelijke specifieke regels zou juist kunnen leiden tot een desintegratie van verordeningen waarin dergelijke onderwerpen nu samenhangend zijn gereguleerd.”1

1

Kamerstukken II, 2014/15, 33 962, 23, p. 55

Bij de Eerste Kamer gaf de regering, met iets meer een slag om de arm aan: “Regels die zuiver tot doel hebben om de openbare orde te beschermen, vallen niet binnen het rechtsgebied van het omgevingsrecht. Er zijn echter regels met een gedeeld motief. Bijvoorbeeld regels die gaan over de leefomgeving maar die (mede) vanuit het motief van openbare orde zijn gesteld (denk aan regels over evenementen, alcoholgebruik, stallen van fietsen, regulering van het toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf, maatregelen tegen overlast en baldadigheid, maatregelen ter bestrijding van heling van goederen, drugsoverlast, toezicht op speelgelegenheden, bijzondere bepalingen over horecabedrijven). Bij dergelijke regels speelt in het bijzonder de vraag in hoeverre deze al dan niet in het omgevingsplan opgenomen zouden moeten worden.” 2 Het verschil zit tussen “in het algemeen niet in aanmerking” komen voor regulering in het omgevingsplan en de vraag “in hoeverre deze [regels] al dan niet” in dat plan zouden moeten worden opgenomen. De regering gaf verder aan dat er een werkgroep zou komen over welke regels over zouden kunnen naar het omgevingsplan, maar mij is onbekend wat daarvan het resultaat was; wellicht zijn dat de “Staalkaarten Verordeningen in het omgevingsplan”? 3 Het Omgevingsbesluit4, art.

2.1, geeft aan dat in ieder geval regels over activiteiten die onderdelen van de fysieke leefomgeving wijzigen alleen in het omgevingsplan worden opgenomen. Het gaat bij “het wijzigen van onderdelen van de fysieke leefomgeving (…) om directe fysieke ingrepen door de mens in de tastbare leefomgeving, zowel boven– als ondergronds. (…). De woorden “wijzigen van onderdelen van de fysieke leefomgeving” impliceren dat het gaat om activiteiten die een blijvende en tastbare verandering van de fysieke leefomgeving teweegbrengen.”5 In een presentatie van de VNG6 staan enkele voorbeelden van wat op basis van artikel 2.1 van het Omgevingsbesluit al dan niet in het Omgevingsplan kan worden opgenomen:

2

Kamerstukken I, 2015/2016, 33 962 E, p. 65 https://vng.nl/artikelen/staalkaarten-omgevingsplan 4 Omgevingsbesluit, Geconsolideerde Staatsbladversie, bijgewerkt 23-06-2021 Omgevingsbesluit (publicaties Staatsblad) (omgevingsweb.nl) 5 Invoeringsbesluit Omgevingswet, Staatsblad 2020, 400, p. 1702 6 Regels uit verordeningen wel of niet in het omgevingsplan?, VNG, presentatie d.d. vrijdag 1 januari 2021 3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10654384/2