8. Technische vragen en antwoorden - RV TAM Omgevingsplan Ritmeesterlocatie
Tekst van het document
Technische vragen Vergadercyclus
Juni 2026
Naam fractie
ProVeenendaal, CDA, SGP
Onderwerp
Raadsvoorstel Vaststelling omgevingsplanwijziging TAM Omgevingsplan Ritmeesterlocatie Veenendaal
Vragen ProVeenendaal 1.
Raadsvoorstel argument 3.3.: Waaronder valt deze 7% jongerenhuisvesting? Antwoord: De ontwikkelaar is afspraken aan het maken met de woningbouwvereniging zodat 7% van de woningen in het plan aan jongeren wordt toebedeeld. De jongerenwoningen zijn dus tevens sociale huurwoningen. Dit is ook privaatrechtelijke vastgelegd in een overeenkomst tussen de gemeente en de ontwikkelaar.
2.
Wij zien een verschil tussen de parkeernorm en de parkeerbehoefte waarvan uiteindelijk uitgegaan wordt in de verdere berekening. Wat maakt dat uitgegaan wordt van de parkeerbehoefte ipv de parkeernorm? Antwoord: In de Notitie Parkeernormen 2020, herziening 2023 (vastgesteld door de raad) zijn de uitgangspunten voor het parkeren voor nieuwbouwplannen vastgelegd. Twee begrippen hierbij zijn de parkeernorm en de parkeerbehoefte. De parkeernorm is het benodigd aantal parkeerplekken per functie. Hierbij wordt nog geen rekening gehouden met het daadwerkelijk gebruik van een parkeerplaats. Hiervoor worden de zogenaamde bezettingsgraden gehanteerd. Een parkeerplaats bij woning wordt anders gebruikt dan een parkeerplaats bij een kantoor. Bijvoorbeeld bij kantoren is het op de woensdagmiddag en op de vrijdag gemiddeld rustiger dan op de andere dagen. Bij een woning is dit weer anders. Het is dus mogelijk om parkeerplaatsen in ‘dubbel’ te gebruiken. De parkeerbehoefte wordt dus bepaald aan de hand van de parkeernorm gecombineerd met de bezettingsgraad. Door van alle functies dit door te rekenen wordt een maatgevend moment bepaald waarop de hoogste bezettingsgraad van toepassing is. De zogenaamde dubbelgebruik berekening. Hiermee voorkom je dat er te veel parkeerplaatsen gerealiseerd worden. In dit geval komt een werkdag als maatgevend moment naar voren.
Vragen CDA 1. Als basis voor de TAM geldt de verkeersstudie door Goudappel (november 2025). Daarin is aangegeven "Niet op ieder moment van de week is de parkeerbehoefte even hoog. Om die reden wordt gewerkt met aanwezigheidspercentages (zie tabel 2.8). In die tabel zijn niet het woonzorgcentrum en de kerk in opgenomen (in tegenstelling tot kantoor, apotheek, sportschool, etc.). Wat is daarvan de reden? Antwoord: De verkeersstudie gaat naast de woonfunctie die deze omgevingsplanwijziging mogelijk maakt, ook uit van de functies die vermoedelijk in het monumentale deel van de ontwikkeling van de Ritmeesterlocatie komen. Dit doen we om inzicht te geven in de toekomstige
Technische vragen
situatie en zodat we weten dat de ontwikkeling van het monumentale ook mogelijk blijft. De conclusie van deze verkenning is dat het totale plan past binnen de uitgangspunten van het gemeentelijk parkeerbeleid. De strook ten zuiden van het terrein wordt op dit moment ook al informeel gebruikt als parkeerstrook. Deze strook wordt in dit plan definitief ingericht als parkeerstrook. Deze parkeerplaatsen zijn onderdeel van de parkeerbalans, maar ook voor de omgeving bruikbaar (openbare parkeerplaatsen). Het programma dat nu in dit omgevingsplan is opgenomen, heeft deze parkeerstrook niet nodig om aan de parkeerbehoefte te kunnen voldoen. De functies die in de vraag zijn opgenomen, zijn functies die niet in het plangebied van toepassing zijn. Deze zijn naar verwachting in de toekomst wel in de omliggende omgeving aanwezig. Aangezien het parkeren voor het woonprogramma zoals opgenomen in dit TAM IMRO plan binnen de eigen ontwikkeling wordt opgevangen, is geen parkeerbalans voor het grotere gebied gemaakt. Dit is ook niet nodig conform het gemeentelijk beleid. 2.
In voornoemde verkeersstudie wordt op basis van tabel 2.8 de conclusie getrokken “ Uit tabel 2.8 blijkt dat 109,6 (110) parkeerplaatsen nodig zijn op het maatgevende moment (werkdagavond). Deze tabel blijkt hiermee de grondslag voor het maatgevende moment. In beantwoording op de zienswijze geeft de gemeente aan: "De gemeente erkent dat parkeerdruk in de omgeving een probleem kan zijn, zeker tijdens het piekmoment. Echter, het maatgevende moment wordt niet enkel bepaald door de hoogste piekdrukte. Er is een realistisch moment gekozen dat representatief is voor de hoogste parkeerdruk.” Vraag: Er wordt gesproken dat het maatgevend moment als grondslag realistisch en representatief is geweest. Wat is de reden om als maatgevend moment een weekdag te kiezen en niet de weekend momenten, gezien de ligging dichtbij het centrum, een zorgcentrum en een (grote) kerk? Op welke wijze is hiermee rekening gehouden met tabel 4.7 uit de parkeernormen? Antwoord: In tabel 2.7 (en tabel 2.6) is de parkeerbehoefte aangegeven voor de nietwoonfunctie en de woonfunctie, na aftrek van het aanwezigheidspercentage. Met het vaststellen van deze omgevingsplanwijziging is het noodzakelijk dat de ontwikkelaar voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein realiseert voor de woonfunctie.
Daarmee voldoet de ontwikkelaar aan de Notitie Parkeernormen 2020, herziening 2023, dus aan door uw gemeenteraad vastgesteld beleid. Om te bepalen of de ontwikkelaar in de eigen parkeerbehoefte kan voorzien is het maatgevend moment van belang. Dit is de avond op een werkdag, omdat dan de meeste auto’s zijn geparkeerd voor de woonfunctie. Dit bepaalt dan de parkeerbehoefte en de ontwikkelaar moet deze parkeerplaatsen realiseren (zie ook het antwoord op de vorige vraag). Vervolgens is de zienswijze ingegaan op dit maatgevend moment en geeft aan dat het eigenlijk het moment van piekdrukte moet zijn. Dat is echter voor het berekenen van de eigen parkeerbehoefte minder relevant, wanneer de ontwikkelaar op eigen terrein de parkeerplaatsen kan realiseren. De ontwikkelaar voldoet dan namelijk aan het gemeentelijk beleid. De vraag is dan of we als gemeente af moeten wijken van de notitie parkeernormen en voor deze ontwikkeling meer parkeerplaatsen moeten eisen om bestaande drukte op te lossen. Een gemeente, lees wegbeheerder, mag altijd erkennen dat er sprake is van een aanwezige parkeerdruk in of nabij een te ontwikkelen gebied. Echter, er is jurisprudentie waarin uitgesproken is dat de wegbeheerder een aanwezige parkeerdruk niet bij een nieuwe ontwikkeling van een externe initiatiefnemer mag afdwingen om het op te lossen. De parkeernota is daarom leidend bij elk initiatief.
Dat is echter wel een reden om te werken aan een bredere visie voor het gebied ten zuiden van het Ritmeester-terrein (zie vragen SGP).
2 van 4
Technische vragen
3.
De zienswijze van Reclamant 2 geeft aan: “Reclamant stelt dat de participatie niet verlopen is volgens de gemeentelijke handreiking voor participatie”. De beantwoording daarop: "De Omgevingswet bepaalt dat het participatieproces naar eigen invulling van initiatiefnemer mag worden vormgegeven. (…) Het belangrijkste is dat de belangen uit de omgeving naar voren komen uit participatie.” Vraag: Uit de zienswijze van de reclamant blijkt dat men niet de indruk heeft dat de belangen uit de omgeving uit de participatie naar voren zijn gekomen. Hoe heeft de participatie plaatsgevonden? Welke bewoners/organisaties (kerken/woonzorgcentrum/bedrijven) zijn uitgenodigd voor participatie? Antwoord: Er zijn twee participatiebijeenkomsten voor de ontwikkeling van de Ritmeesterlocatie geweest waarvoor breed uitnodigingen zijn verstuurd. De Gereformeerde gemeente was ook aanwezig bij in ieder geval één van deze bijeenkomsten. Het verslag is de visie van de ontwikkelaar op deze bijeenkomst. Bij de participatiebijeenkomsten zijn ook ambtenaren als toehoorder aanwezig geweest. Als gemeente kunnen/mogen wij niet méér doen in het kader van participatie. Daarnaast hebben wij ook geen kader om te bepalen wat goede of slechte participatie is. Het is aan omwonenden en belanghebbenden om te reageren op het ontwerp van de omgevingsplanwijziging wanneer zij hun belangen kenbaar willen maken.
Het is goed en juist de bedoeling van de wet dat reclamant een zienswijze heeft ingediend, wanneer zij vinden dat hun belangen niet voldoende naar voren zijn gekomen in de integrale afweging op deze ontwikkeling.
4.
Van omwonenden hebben we begrepen dat niet helder is of bij de bouw voor de funderingen geboord of geheid gaat worden. Dit omdat men zich zorgen maakt voor eventuele schade aan het eigen onroerend goed. Is hier (al) enige duidelijkheid over? Antwoord: Eventuele schade aan onroerend goed van derden is wettelijk geregeld. Daar zijn we als gemeente geen partij in. De ontwikkelaar geeft aan dat zij geen risico willen lopen als het hierom gaat. Het is nog niet duidelijk of er wordt geboord of geheid. Ook een combinatie daarvan is mogelijk. De ontwikkelaar is op de hoogte gesteld van de zorgen van omwonenden als het hier om gaat. Vanuit onze overleggen met ontwikkelaars wordt altijd geadviseerd om te kiezen voor heien.
Vragen SGP 1. Op basis van de zorgen over de toename van de parkeerdruk wordt in de commentaarnota aangegeven dat er door toenemende bebouwing in de spoorzone een gebiedsvisie wordt opgesteld waarbij ook het parkeren wordt beschouwd. A) Wat is de planning van dit traject? B) Welke oplossingsrichtingen ziet de gemeente om de parkeerdruk in de wijk te verminderen? Antwoord: Er is recent gestart met het opstellen van een visie voor het gebied ten zuiden van de vijftienmorgen. In dit gebied zijn diverse ruimtelijke ontwikkelingen en spelen meerdere ‘parkeervraagstukken’. De eerste fase om te komen tot een gebiedsvisie is een verkenning van het gebied. Dit doen we onder andere door gesprekken met belangrijke partijen in het gebied te houden (deze lopen al). We zijn nog niet zover dat er al is nagedacht over oplossingsrichtingen, maar de visie Spoorzone is geclusterd parkeren in parkeerhubs genoemd als toekomstgerichte oplossing voor parkeerproblematiek. In combinatie met de mogelijke ruimtelijke ontwikkelingen kan dit ook hier een denkrichting zijn. Maar dit willen we nadrukkelijk doen in overleg met de partijen in het gebied. Naar verwachting is deze visie begin 2027 afgerond. 2.
In de commentaarnota bij punt 2.5 staat: “We wegen onder andere de relatief hoge parkeerdruk tijdens het piekmoment op de zondag af met de woningbehoefte in Veenendaal en de
3 van 4
Technische vragen
ontwikkeling van het gebied als toekomstbestendige invulling van het monument. Concluderend vinden we dat hier sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.” A) Wat is de relatie tussen het toekomstbestendig invullen van het monument en de hoge parkeerdruk in de wijk? B) Is er ook meegenomen dat de wekelijks terugkerende hoge parkeerdruk in de wijk zorgt voor een negatief effect op de tevredenheid en leefbaarheid in de wijk en dat eventuele toekomstige oplossingen voor deze parkeerdruk een negatief effect kunnen hebben op de hoeveelheid groen (dus ook leefbaarheid) van de wijk? Antwoord: A) Zie beantwoording CDA. B) De ontwikkeling van de Ritmeester voldoet aan de Notitie parkeernormen 2020, herziening 2023. Daarmee wordt voldaan aan vastgesteld gemeentelijk beleid. Wanneer sprake is van een zeer onacceptabele situatie door de realisatie van deze ontwikkeling kan de gemeente op basis van de Omgevingswet goed gemotiveerd afwegen om van het eigen beleid af te wijken. Echter, de afweging is dat hier op dit moment geen reden voor is. Parkeren wordt opgelost op eigen terrein en enkel bij piekmomenten ontstaat mogelijk parkeeroverlast. De afweging is dat de piekmomenten niet bepalend zijn voor de algehele parkeersituatie van dit gebied, omdat het gaat over enkele momenten in de week.
Desalniettemin wordt de ervaren overlast van een hoge parkeerdruk tijdens deze piekmomenten begrepen en de noodzaak om daar iets mee te doen erkend. Om die reden gaan we aan de slag met een toekomstgerichte visie voor het gebied en willen we in gesprek met de verschillende partijen die een hoge parkeerbehoefte hebben op bepaalde momenten in de week. Verder zagen wij een fout in het raadsvoorstel onder ‘Alternatieven’. Daar wordt verwezen naar ‘Het Franse Gat’, dit moet zijn ‘Ritmeesterlocatie’. Kan dit voor de commissiebehandeling worden aangepast? Antwoord: Het klopt dat dit foutief is opgenomen in het raadsvoorstel. Dit moet inderdaad Ritmeesterlocatie zijn. Een aangepaste versie is gedeeld met de griffie en komt uw kant op. Daarbij is ook een typefout gesignaleerd door uw gemeenteraad in een van de data in de proceshistorie hersteld. Ook deze typefout is hersteld in deze versie. In het herstelde raadsvoorstel zijn de aanpassingen in geel gemarkeerd.
4 van 4