CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

8. Technische vragen en antwoorden - RV Evenementenbeleid 2024

Gemeenteraad 18 april 2024, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Vaststellen nota Evenementenbeleid 2024 en verder ‘Veenendaal blijft verrassen’1.851 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

TECHNISCHE VRAGEN Raadscyclus d.d.

April 2024

Naam fractie:

SGP, CDA

Onderwerp:

10. Raadsvoorstel Vaststellen nota Evenementenbeleid 2024 en verder ‘Veenendaal blijft verrassen’

SGP Bij het doornemen van de herziene versie van het Evenementenbeleid rezen de volgende technische vragen: 1. De eerder ingebrachte beschreven en geaccordeerde situatie in Amsterdam is uitgebreid aan de orde gekomen. In de vergaderstukken wordt gesteld dat dit misschien wel beleid is, maar in de praktijk niet zou worden toegepast. En dat bij de bron van deze bewering omschreven staat: De ODRU heeft met een externe geluidsdeskundige gesproken die in het verleden in opdracht van Amsterdam gewerkt zou hebben. Wij verzoeken: • Of voor de commissievergadering de specifieke bron achter deze bewering (als zou door de raad vastgesteld beleid bewust niet worden toepast) te noemen, zodat met deze persoon kan worden besproken op grond waarvan hij deze bewering doet en in welke context hij dit heeft gedaan; • Of voor de commissievergadering de juistheid van deze bewering formeel laten bekrachtigen door de bestuurlijke verantwoordelijke in Amsterdam. Antwoord (ODRU) • De ODRU heeft – al vele jaren en met enige regelmaat - contact met geluidshinderdeskundigen, gespecialiseerd op het aspect “evenementenlawaai”. In die contacten wordt soms ook gesproken over de evenementen en het evenementenbeleid van onze hoofdstad. Begin februari 2024 heeft de ODRU wederom gesproken met een deskundige, gespecialiseerd op het aspect evenementenlawaai.

Dit in verband met de vragen van de SGP-fractie over het evenementenbeleid Amsterdam. De betreffende deskundige wenst geen informatie te verstrekken aan de gemeente(raad) Veenendaal. De deskundige heeft ook geen behoefte aan enig contact met de gemeente(raad) Veenendaal. De naam en het telefoonnummer van deze deskundige en andere deskundigen waar in voorgaande jaren mee is gesproken, zal de ODRU dan ook niet vrijgeven. 2. In zowel het raadsvoorstel als de nota is in eerste versie de nodige aandacht gegeven aan de zienswijze van de Oude Kerk. Als we ons niet vergissen, ontbreekt deze in deze nieuwe versie. • Wat is hiervan de reden? • Is er bij de totstandkoming van deze tweede versie afstemming geweest met de Oude Kerk? En met andere kerken in het centrum? En zo ja, wat heeft deze afstemming opgeleverd? Antwoord: • In de paragraven 1.a.1, 1.b.1 en 1.c.1 van het raadsvoorstel is de (aangepaste) zienswijze van de Oude Kerk opgenomen en in paragraaf 4.1.1. is het standpunt van de Oude kerk dat tijdens de Dialoogavond op 9 januari is geuit, verwoord. • Zowel het concept-verslag van de Dialoogavond als de concept-tekst van de nota zijn aan de Oude Kerk toegezonden. De Oude Kerk heeft verzocht om enkele zinnen in het concept-verslag van de Dialoogavond aan te passen en dat hebben we gedaan. 3.

Diverse keren wordt de suggestie gewekt dat het voorliggende voorstel een logisch gevolg is van de uitkomst van participatie in de vorm van een peiling onder inwoners. We hebben hierbij enkele vragen: • De onderliggende stukken ontbreken in de set. Wilt u die alsnog toevoegen? Inclusief inzicht in de geraadpleegde doelgroep.

• •

Zijn er nieuwe cijfers gebruikt bij de totstandkoming van deze tweede versie? Al bij de vorige behandeling hebben we aangegeven dat de duiding en interpretatie van de cijfers naar onze bescheiden indruk niet helemaal klopt. Is de weergave van deze cijfers in deze tweede versie gecheckt op juistheid, ook w.b. de interpretatie van de data?

Antwoord: • Zie bijgaand de cijfers van de meest recente peiling in 2023 en die uit 2014, waarmee op punten wordt vergeleken. • Nee • Het door het onafhankelijk onderzoeksbureau Research2Evolve opgeleverde rapport is helder, volledig en spreekt voor zich. De stemmen van maar liefst 898 inwoners uit Veenendaal zijn hierin vertolkt en hebben we zo overgenomen. Er is weinig eigen interpretatie aan toegevoegd, enkel de vergelijking met het eerdere onderzoek om de uitkomsten in de tijd te kunnen plaatsen en een ontwikkeling aan te kunnen geven. 4. Er wordt gesteld dat er behoefte is aan meer evenementen op zondag. Daarom is het nodig om het aantal zondagen te verruimen van zes naar twaalf. • Hoeveel en welke aanvragen zijn er in 2022 en 2023 ingediend m.b.t. het organiseren van een vergunningsplichtig evenement op een zondag? • Hoeveel aanvragen zijn er in 2022 en 2023 afgewezen? Antwoord:

EVENEMENTEN OP ZONDAG AANGEVRAAGD 2022 Beeldend Veenendaal Kermis Festival Zand! Proef-festival Kermis 2023 Nieuwjaarsduik Kermis Festival Zand! Kermis Wintermagix

aantal 1 2 waarvan 1 moeten kiezen 1 1 2 waarvan 1 moeten kiezen 1 2 waarvan 1 moeten kiezen 1 2 waarvan 1 moeten kiezen 1

Volledigheidshalve merken wij hierbij op dat bij het maken van de jaarplanning al rekening gehouden moet worden met een max. van 6 zondagen en dat daarom aan bepaalde en nieuwe initiatieven die later worden ingediend of ontstaan geen medewerking meer verleend kan worden. Dit leidt in de praktijk dan niet tot een aanvraag die afgewezen moet worden.

CDA 1. Er wordt in het stuk gesteld dat: “Gemeten dient er te worden volgens de “Meet- en rekenmethode Geluid Industrie” (maart 2021).” Deze methode werd in een voorgaande versie van de nota niet genoemd. • Is de toepassing van deze meet- en rekenmethode een nieuw beleidsvoornemen of wordt deze al langer toegepast? • Deze methode is in 2021 vastgesteld. Volgens welke methode werd er voor 2021 gemeten?

•

Binnen de methode is er een keuze uit methode I en methode II. Welke is voor Veenendaal van toepassing?

Antwoord (ODRU) De wijze van meten bij evenementen is in het Evenementenbeleid 2019 opgenomen, namelijk bij 1-C. Hierin is aangegeven “HRMI-1999”. Deze 25 jaar oude handleiding voor het meten van geluid, is met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1-1-2024 van rechtswege komen te vervallen. De opvolger is de MRGI-2021 (Meet- en rekenmethode Geluid Industrie). De geringe verschillen tussen beide meetmethoden hebben alleen betrekking op geluid van industrieterreinen en geluid van bedrijven. Voor het meten van geluid bij evenementen zijn er geen verschillen tussen de oude (vervallen) meetmethode en de nieuwe meetmethode (sinds 1-1-2024). Het meten van geluid bij evenementen is – zeker als dat wordt vergeleken met het meten van industriegeluid – relatief eenvoudig. Gemeten kan worden volgens methode I. Bij evenementen op het evenemententerrein, is – zoals ook eerder aangegeven - sprake van een beoordelingspunt bij omliggende woningen. Indien deze op grotere afstand bevinden, wordt gemeten aan de hand van de specialistische meetmethode II. Deze methode vereist meer kennis. Daarom worden deze metingen altijd uitgevoerd door geluidspecialisten van de ODRU.

2. In de Meet- en rekenmethode Geluid Industrie (onder 4.3.3. Muziekgeluid) wordt het volgende gesteld: “Als criterium voor het toekennen van een toeslag voor muziekgeluid geldt dat het muziekkarakter duidelijk hoorbaar moet zijn op het beoordelingspunt.Als er sprake is van muziekgeluid wordt op het gemeten of berekende langtijdgemiddeld deelgeluidsniveau vanwege de activiteit(en) een toeslag van 10 dB in rekening gebracht. De toeslag wordt toegepast voor dat deel van de beoordelingsperiode dat er sprake is van muziekgeluid.” In de nota wordt gesteld: “In afwijking van de Meet- en rekenmethode Geluid Industrie, wordt de strafcorrectie voor muziekgeluid buiten beschouwing gelaten en wordt niet gecorrigeerd voor de windrichting (meteocorrectie).” • Wat is de reden om op dit punt af te wijken van de methode en de strafcorrectie voor muziekgeluid buiten beschouwing te laten? Antwoord (ODRU) • De MRGI-2021 is – net als de voorgangers, de HMRI-1981 en HMRI-1999 - primair bedoeld voor het meten van “industriegeluid”. Muziekgeluid van ruimten in cafés en discotheken valt ook onder “industriegeluid”. De geluidsnormen die de Rijksoverheid voor industriegeluid – waaronder dus ook cafés en discotheken - heeft gesteld, houden geen rekening met de extra hinderlijk van muziekgeluid, ten opzichte van bijvoorbeeld stromingsgeluid van lucht in luchtkanalen.

Dit heeft de Rijksoverheid al vanaf de HMRI-1981 opgelost door toepassing van een strafcorrectie van 10 dB bovenop het gemeten muziekgeluid. Pas na de correctie mag worden getoetst aan de norm, voor industriegeluid. De geluidsnormen in het evenementenbeleid voor buitenevenementen, houden al rekening met de extra hinderlijk van muziekgeluid. Het is zeer gebruikelijk in Nederland om voor buitenevenementen de strafcorrectie van 10 dB niet toe te passen. Dit geldt ook voor (onder andere) het Evenementenbeleid Amsterdam (citaat meetprotocol – bijlage I): “geen toeslagen voor muziek-, tonaal- en impulsgeluid (respectievelijk K1, K2 en K3).” Alternatief is om deze wel toe te passen, maar de geluidsnorm vervolgens ook met 10 dB te verruimen. Dit komt precies op hetzelfde neer, maar is moeilijker uit te leggen aan “niet-ingewijden”. Daarom is hier niet voor gekozen.

3. In de nota wordt gesteld: “Zeer lage tonen moeten worden afgefilterd, dat wil zeggen, de A-gecorrigeerde niveaus in de tertsbanden 25 Hz en 31,5 Hz, dienen tenminste 10 dB lager te zijn dan de niveaus in tertsband 50 Hz of hoger.”

•

Hoe verhoudt zich dit met de tekst “Uit de meetstaten blijkt dat wanneer er overlast van bastonen wordt ervaren de dB(C) waarden tot 20 dB hoger liggen dan de dB(A) waarden” en met het uitgangspunt in de tabel, waarbij +15dB voor de geluidsnorm dB(C) wordt gerekend.

Antwoord (ODRU): • De zinsnede “tenminste 10 dB” lager heeft niets te maken met de zinssnede “tot 20 dB hoger” en “+ 15 dB”. De zin “Uit de meetstaten blijkt dat wanneer er overlast van bastonen wordt ervaren de dB(C) waarden tot 20 dB hoger liggen dan de dB(A) waarden”, moet als volgt worden uitgelegd: Als wordt uitgegaan van de dB(A)norm als basisnorm, bijvoorbeeld: op de Markt op zaterdag 88 dB(A), en voor de dB(C)-norm wordt + 20 gekozen (aldus 108 dB(C), dan ontstaat er overlast van de bastonen. Daarom is voor 103 dB(C), aldus (Markt) 88 dB(A) norm + 15 dB, gekozen. De zinsnede over het affilteren van zeer lage tonen (25 Hz en 31,5 Hz) heeft niets met het voorgaande te maken. Bij muziekgeluid waar de bassen de boventonen voeren, zijn de bassen in de tertsbanden 63 en 80 Hz maatgevend. De tertsbanden 25 Hz en 31,5 Hz zijn niet of nauwelijks hoorbaar, dragen niet bij in de beleving voor het publiek, maar kunnen wel voor hinderlijke resonanties zorgen in woningen (nb: trillende kopjes). Door deze zéér lage frequenties af te filteren worden deze ongewenste resonanties zoveel mogelijk voorkomen.

4. In de tekst wordt gesteld dat er is besloten dat er na de herinrichting van het nieuwe stadsstrand op die plaats geen hardstyle- evenementen meer mogen worden gehouden. • Kunt u aangeven in welk collegebesluit dit is vastgelegd? • Kunt u aangeven wat de criteria waren waarop dit besluit is genomen? • Kunt u aangeven waarin die criteria verschillen ten opzichte van de overwegingen m.b.t. het toestaan van hardstyle evenementen op de markt? Antwoord: • •

•

Dit betreft een raadsbesluit uit 2019 in het kader van de evaluatie Stadsstrand. De bevindingen (klachten) van omwonenden De Markt is van oudsher de centrale locatie in het centrum waar evenementen plaatsvinden en die al langere tijd als evenementenlocatie is aangewezen. Het Stadsstrand daarentegen is ontstaan toen er al woningen waren gesitueerd. Daarnaast betreft het de hoeveelheid woningen en de ligging rondom het Stadsstrand. Door de jaren heen is bezien en geëvalueerd welke evenementen hier passend zijn. Dat heeft in 2019 tot de nuancering geleid dat hardstyle hier niet passend is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14012675/2