8. Technische vragen en antwoorden RV DEVO herfinanciering doorontwikkeling - deel 1 en 2
Tekst van het document
TECHNISCHE VRAGEN – deel 1 Raadscyclus
November 2025
Naam fractie:
Lokaal Veenendaal, ChristenUnie
Onderwerp:
Raadsvoorstel DEVO herfinanciering doorontwikkeling
Lokaal Veenendaal 1. In het raadsvoorstel staat in het 1e beslispunt een 0,3% risico-opslag. Bij de andere beslispunten als het gaat over het verstrekken leningen staat er niks vermeld over een risico-opslag. Is er dan geen opslag? Zo ja, welk percentage hoort daarbij? Antwoord: Bij het eerste beslispunt is sprake van een uitgewerkt voorstel, waarbij de condities reeds bekend zijn. Voor de overige beslispunten moet nog een nadere uitwerking plaatsvinden. Ook bij die beslispunten zal een risicoopslag van toepassing zijn, maar de hoogte daarvan zal mede afhangen van de verdere uitwerking. 2. Kan van elke risico-opslag, die het college in rekening wil brengen de berekening en onderbouwing verstrekt worden, zodat ook transparant wordt gemaakt aan de gemeenteraad dat door deze opslag het risico ook daadwerkelijk wordt afgedekt. Antwoord: Een risico-opslag is niet bedoeld om het complete risico af te dekken. Het risico wordt meegenomen in het gemeentelijke risicobeleid. Gekozen is voor een percentage dat ligt tussen de borgstellingspremie en de opslag die banken in het verleden in rekening hebben gebracht.
ChristenUnie 1. Om welke reden is er gekozen voor een wensen- en bedenkingen procedure boven een reguliere raadsvoorstel? Raakt dit voorstel niet het budgetrecht van de gemeenteraad? Antwoord: Er is gekozen voor een zogenoemde wensen- en bedenkingenprocedure (artikel 169 lid 4 Gemeentewet), aangezien sprake is van een privaatrechtelijke rechtshandeling (artikel 160 lid e Gemeentewet). De rente die de gemeente betaalt voor het aantrekken van de lening is nagenoeg gelijk aan de rente die in rekening wordt gebracht, waardoor dit geen directe gevolgen heeft voor de gemeentebegroting.
2. Wat zijn de meerkosten voor DEVO als gekozen wordt voor de variant borgstelling waarbij het rentepercentage wat hoger kan liggen? Zijn de meerkosten (indicatief) terug te brengen naar een bedrag per woning? Antwoord: De meerkosten bedragen 0,5% (meerkosten € 57.500). Omgerekend bedraagt dit bedrag € 27 per woning per jaar. 3. Heeft de gemeente vanuit haar rol als enig aandeelhouder een externe risico analyse laten uitvoeren op het voornemen om leningen te verstrekken zoals verwoord in het raadsvoorstel? Antwoord: AKD is gevraagd om de juridische aspecten van de voorgestelde manier van het raadsvoorstel te becommentariëren. AKD is al langer de juridische ondersteuning op het dossier DEVO en is zodoende ook goed bekend met de casuïstiek. De opmerkingen van AKD zijn op hoofdlijnen verwerkt in het voorstel. Zoals aangegeven moet nog extra juridische toetsing plaatsvinden wanneer het college een besluit neemt om daadwerkelijk financiering te verstrekken. Daarnaast hebben gemeente en DEVO gezamenlijk een risicoinventarisatie gemaakt onder begeleiding van Sweco. Daarbij zijn met name de projectrisico’s geïnventariseerd (en dus niet enkel risico’s op de voorgestelde manier van financieren). 4.
Welke financiële risico’s worden er gezien voor de aandeelhouder en op welke wijze zijn deze gekwantificeerd en worden deze geborgd door de aandeelhouder? Antwoord: Er zijn meerdere risico’s te benoemen, zoals het kapitaalrisico en het rendementsrisico. Deze risico’s zijn meegenomen en gekwantificeerd in de businesscase van DEVO. Op basis van deze businesscase worden de risico’s geborgd door de aandeelhouder. 5. Wat zijn de overwegingen om bij de beslispunten 1 t/m 4 onder b. nu ook gelijk het alternatief in besluitvorming te brengen? Antwoord: Bij beslispunt 1 is het onder b genoemde beslispunt geen alternatief voor beslispunt a, maar aanvullend. De onder beslispunt 2 t/m 4 genoemde alternatieven onder b zijn opgenomen om meer flexibiliteit te hebben richting de toekomst over de wijze van financieren. Doordat de onder 2,3 en 4 genoemde projecten gefaseerd en over langere tijd tot ontwikkeling komen, zien we het als wenselijk om ook een meer ‘traditionele’ manier van financieren als optie open te houden voor deelfinancieringen. Dit geeft meer ruimte om in te spelen op toekomstige wijzigingen van wensen, inzichten en/of wet- en regelgeving. Het kan zijn dat er in de toekomst veranderende inzichten zijn waardoor het voor het College aantrekkelijker is om voor de onder b genoemde vorm van financiering te kiezen. 6.
Wat zijn legitieme redenen om straks mogelijk toch te kiezen voor b. boven a.? Antwoord: Zie beantwoording vraag 5.
7. Kan worden toegelicht waarom er m.b.t. het Ambacht twee beslispunten (3 en 4) worden onderscheiden? Wat zijn de effecten op het moment dat beslispunt 4 met meer financiële terughoudend wordt uitgevoerd? Antwoord: Beslispunt 4 is apart toegevoegd omdat er voor beslispunt 4 nog geen concreet uitgewerkte projectopzet en businesscase is (in tegenstelling tot beslispunt 2 en 3). We denken echter op basis van gesprekken met de netbeheerder dat regie van DEVO in het energiesysteem van het Ambacht (verder gaand dan enkel warmte en koude) positief kan uitwerken voor de realisatie van de woningbouw incl. ondersteunende voorzieningen en mogelijk zelfs randvoorwaardelijk gaat zijn om het gehele project te realiseren. Zie ook het raadsvoorstel, argument 4.1. Als beslispunt 4 met meer financiële terughoudend wordt uitgevoerd hoeft dit niet altijd tot grote effecten op het project Ambacht te leiden. Er kan immers op een later moment alsnog een wensen en bedenkingenprocedure doorlopen worden als er een concretere businesscase en projectopzet is. Naar verwachting zou de doorlooptijd van besluitvorming dan echter zeker 3 maanden langer zijn. Gezien de projectplanning van het Ambacht waarin veel ontwikkelingen parallel aan elkaar lopen en aan elkaar verbonden zijn (zie bijv.
realisatie van de parkeerhubs waarin de warmtevoorziening voorzien is maar ook laadvoorzieningen) kan een dergelijke procestijd echter uitstel betekenen voor de woningbouw, wat bijv. weer gevolgen kan hebben op (vervallen van) subsidies of ruimtelijke procedures. We geven er daarom de voorkeur aan om nu al een uitspraak te doen over dit aspect zodat er indien nodig snel gehandeld kan worden. 8. Op welke manier is de gemeente (extern) geadviseerd om te komen tot dit voorstel voor financiering? Antwoord: Zie ook beantwoording vraag 3. Het voorstel is tot stand gekomen na afstemming tussen gemeente (aandeelhoudersrol + financiën) en DEVO, waarbij de adviezen van AKD en Sweco zijn betrokken.
TECHNISCHE VRAGEN – deel 2 Raadscyclus
November 2025
Naam fractie:
Lokaal Veenendaal
Onderwerp:
Raadsvoorstel DEVO herfinanciering doorontwikkeling
Lokaal Veenendaal Is het risico van de leningen uitgewerkt in het risicobeleid van de gemeente? Waar is dat te vinden? In de begroting of bijlagen heb ik het niet kunnen vinden en ook niet in het voorliggende raadsvoorstel. Antwoord: Het huidige risicomanagement is gebaseerd op het uitgangspunt dat risico’s pas worden opgenomen in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing wanneer er sprake is van een serieuze en substantiële bedreiging voor het functioneren van de gemeente. Risico’s die zich nog in de voorbereidende of ontwikkelfase bevinden, worden in deze fase nog niet verwerkt. Pas wanneer een project daadwerkelijk de uitvoeringsfase bereikt, worden eventuele risico’s meegenomen in de beoordeling. Het risico van DEVO B.V. (Buurtstede en Veenderij) is beoordeeld op basis van de borgstelling die de gemeente heeft verstrekt. Hiertegenover is de waarde van het bedrijf geplaatst, op basis van de meest recente waardering door Schuiteman en de Buca van DEVO. Gezien deze waardering en de verbeterde prestaties van DEVO wordt het netto risico als neutraal ingeschat. Daarom is dit risico niet opgenomen in de lijst van grote risico’s in de paragraaf. Wel zijn de volgende kanttekeningen van toepassing: a. In de paragraaf is een bedrag van € 5 miljoen opgenomen voor kleinere restrisico’s (waaronder DEVO) bij de confrontatie met het weerstandsvermogen;
b. Daarnaast is een bedrag van € 500.000 opgenomen voor het risico van netcongestie. Dit risico is mede relevant voor DEVO, gezien de plannen voor verdere verduurzaming (zoals het afschalen van gasgebruik).