8. Technische beantwoording n.a.v. toezegging commissie inzake Vondellaan 57
Tekst van het document
Technische toelichting naar aanleiding van de Raadscommissie van 7 september 2021.
Vondellaan 57 Het perceel ligt in bestemmingsplan Woongebieden 2018 en heeft hierin de bestemming Gemengd. Deze bestemming grenst aan de bestemming Groen. In het rapport van BRO staat aangegeven dat vanuit stedenbouwkundig oogpunt, onder voorwaarden extra bebouwing op het perceel mogelijk is. Uitbreiding van het Hospice op de groenbestemming kan niet zonder meer. Dit is strijdig met het bestemmingsplan Woongebieden 2018. Om hier medewerking aan te verlenen moet het bestemmingsplan worden gewijzigd. In de commissievergadering is de vraag gesteld wie er eigenaar is van de grond, dit is Stichting Patrimonium woonservice. Het naastgelegen perceel tussen 57 en 57a is van de gemeente Veenendaal. Als bijlage zijn de bestemmingen Gemengd en Groen uit het bestemmingsplan Woongebieden 2018 gevoegd. De voor 'Gemengd' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a.
maatschappelijke voorzieningen, inclusief aan de voorziening gerelateerde ondergeschikte horeca;
b.
(on)zelfstandige woningen;
c.
zorginstellingen;
d.
zorgwoningen;
e.
parkeer- en stallingsvoorzieningen;
f.
nutsvoorzieningen;
g.
ter plaatse van de aanduiding "onderdoorgang" tevens voor een onderdoorgang;
h.
additionele voorzieningen.
5.2.2 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels:
a.
hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het aangegeven bouwvlak worden gebouwd;
b.
hoofdgebouwen moeten worden gebouwd met inachtneming van de ter plaatse aangegeven aanduidingen.
5.2.3 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a.
bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend binnen het aangegeven bouwvlak worden gebouwd;
b.
de maximum goot- en bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag respectievelijk 3,3 meter en 5 meter bedragen;
5.2.4 Bouwwerken geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouw zijnde gelden de volgende regels:
a.
de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag voor de voorgevel maximaal 1 meter bedragen, voor de achter- en zijgevel(s) mag de hoogte maximaal 2 meter bedragen;
b.
de maatvoering van reclame-uitingen dient te voldoen aan het reclamebeleid zoals geldt voor het gebied ten tijde van de indiening van de aanvraag;
c.
de bouwhoogte van overige bouwwerken geen gebouw zijnde mag maximaal 6 meter bedragen.
Artikel 6 Groen 6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a.
groenvoorzieningen;
b.
water- en waterhuishoudkundige voorzieningen;
c.
nutsvoorzieningen;
d.
speelvoorzieningen;
e.
hondenuitlaatvoorzieningen;
f.
beeldende kunst;
g.
voetpaden;
h.
ter plaatse van de aanduiding "volkstuin" tevens voor een volkstuin;
i.
ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van groen - verenigingsgebouw" tevens voor een verenigingsgebouw;
j.
ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van groen - landschappelijke waarde" tevens voor bescherming van landschappelijke waarde alsmede extensief agrarisch medegebruik;
k.
ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van groen - stadspark" tevens voor recreatief gebruik en tevens ten behoeve van evenementen, welke dienen te voldoen aan het evenementenbeleid zoals dat geldt voor het gebied;
l.
ter plaatse van de aanduiding "jongeren ontmoetingsplek" tevens voor gebruik ten behoeve van een jongerenontmoetingsplek;
m. additionele voorzieningen. n.
6.2 Bouwregels 6.3 6.2.1 Algemeen Uitsluitend mogen worden opgericht gebouwen en bouwwerken geen gebouw zijnde die ten dienste staan van deze bestemming. 6.2.2 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:
a.
gebouwen mogen uitsluitend binnen het aangegeven bouwvlak worden gebouwd;
b.
de maximum goot- en bouwhoogte van gebouwen mag respectievelijk 3,3 meter en 5 meter bedragen.
6.2.3 Bouwwerken geen gebouw zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouw zijnde gelden de volgende regels: a.
de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag maximaal 1 meter bedragen;
b.
de bouwhoogte van beeldende kunst mag maximaal 10 meter bedragen;
c.
de bouwhoogte van overige bouwwerken geen gebouw zijnde mag maximaal 6 meter bedragen.
6.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van groen landschappelijke waarde" nadere eisen te stellen ten aanzien van de inrichting en gebruik van deze gronden zulks ter voorkoming van aantasting van het zicht op en de landschappelijke inpassing van de betreffende gronden. De nadere eisen dienen te zijn gebaseerd op het landschappelijk beleid zoals dat geldt voor het gebied ten tijde van de indiening van de aanvraag.
6.4 Specifieke gebruiksregels a.
Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in ieder geval gerekend het gebruik voor fietspaden, parkeerplaatsen, wegen en wegverbredingen, tenzij het bestaande voorzieningen betreffen.
b.
Incidenteel, waaronder regelmatig terugkerend gebruik ten behoeve van evenementen, welke voldoen aan het geldende plaatselijke evenementenbeleid, worden niet als strijdig gebruik gerekend.
6.5 Afwijken van de gebruiksregels Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om in het kader van een niet-ingrijpende herinrichting van het openbaar gebied met een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 6.4 ten behoeve van:
a.
het gebruik voor fietspaden;
b.
het gebruik voor parkeerplaatsen;
c.
het gebruik voor wegen indien sprake is van een reconstructie van aangrenzende wegen;
Voor het verlenen van deze omgevingsvergunning gelden de volgende voorwaarden: a.
de herinrichting mag geen onevenredig inbreuk maken op de aanwezige hoofdgroenstructuur;
b.
de herinrichting dient te voldoen aan de beleidsregels voor groencompensatie zoals geldt voor het gebied ten tijde van de indiening van de aanvraag.