8. Bijlage 6 Bijlage 3 bij BP - Onderzoek bodem
Tekst van het document
Vooronderzoek bodem N233 Rondweg Veenendaal-Oost en Rijnbrug Rhenen – versie 2 7 april 2020
Kenmerk
R006-1271416FTO-V02-efm-NL
Verantwoording Titel
Vooronderzoek bodem, N233 Rondweg Veenendaal-Oost en Rijnbrug Rhenen
Opdrachtgever
Provincie Utrecht
Projectleider
Bart van Genugten
Auteur(s)
Femke Top
Tweede lezer
Marion Miltenburg
Uitvoering meet- en inspectiewerk
n.v.t.
Projectnummer
1271416
Aantal pagina’s
20
Datum
7 april 2020
Handtekening
Ontbreekt in verband met digitale verwerking. Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.
Colofon Tauw bv Australiëlaan 5 Postbus 3015 3502 GA Utrecht T +31 30 28 24 82 4 E info.utrecht@tauw.com
2/20
Kenmerk
R006-1271416FTO-V02-efm-NL
Inhoud 1
2
Inleiding ..................................................................................................................................... 4 1.1
Algemene inleiding projecten N233 ................................................................................... 4
1.2
Opbouw van het MER ........................................................................................................ 4
1.3
Het achtergrondrapport Vooronderzoek bodem................................................................. 4
Vooronderzoek .......................................................................................................................... 5 2.1
Algemeen ........................................................................................................................... 5
2.2
Regionale bodemopbouw en geohydrologie ...................................................................... 6
2.3
Geraadpleegde informatiebronnen verdachte deellocaties................................................ 7
2.4
Overzicht verdachte deellocaties ....................................................................................... 7
2.5
Asbestverdachtheid van de bodem .................................................................................... 7
2.6
PFAS-verdachtheid van de bodem .................................................................................... 8
2.7
Uitgevoerde bodemonderzoeken en verontreinigingssituatie ............................................ 8
2.8
Terreinverkenning ............................................................................................................ 18
2.9
Beantwoording onderzoeksvragen vooronderzoek .......................................................... 19
Bijlage 1
Regionale ligging
Bijlage 2
Kaart situering verdachte deellocaties
Bijlage 3
Begrippenlijst
3/20
Kenmerk
R006-1271416FTO-V02-efm-NL
1 Inleiding 1.1
Algemene inleiding projecten N233
De N233 van de A12 bij Veenendaal naar de A15 bij Ochten fungeert als een belangrijke verbindingsroute in en tussen de regio’s FoodValley en Rivierenland. De plaatsen Veenendaal, Rhenen, Kesteren en Ochten worden door de N233 direct met elkaar verbonden. Ook is de weg voor deze, en een aantal omliggende kleinere kernen, de meest directe ontsluitingsweg naar zowel de A12 als de A15. De weg vervult een belangrijke rol in de onderlinge verbinding tussen beide regio’s, de bereikbaarheid van de verschillende woonkernen in de regio en faciliteert het woon-werk verkeer. Ook vervult de weg een beperkte rol voor verkeer van de A12 naar de A15 en andersom. De Rijnbrug bij Rhenen, die onderdeel is van de N233, vormt de enige verbinding op het onderliggend wegennet waar verkeer de Rijn kan oversteken. Om de bereikbaarheid van de bovengenoemde plaatsen en de regio’s te waarborgen, is de provincie Utrecht voornemens om twee deeltrajecten van de N233 te verbreden van 2x1 naar 2x2 rijstroken. Het gaat om het deeltraject Oostelijke Rondweg Veenendaal en het traject bij de Rijnbrug Rhenen. Voor beide projecten wordt door de provincie(s) een provinciaal inpassingsplan (PIP) opgesteld. Ten behoeve van de besluitvorming over het provinciale inpassingsplan wordt een m.e.r.procedure (milieueffectrapportage) doorlopen om de milieueffecten van de verbreding in beeld te brengen.
De effecten worden opgeschreven in het milieueffectrapport (MER).
1.2
Opbouw van het MER
Dit rapport ‘vooronderzoek bodem’ maakt deel uit van een serie bijlagerapporten van verschillende milieuthema’s. Samen vormen deze bijlagerapporten de input voor het hoofdrapport MER. Ten behoeve van de verbreding van de N233 op de twee trajecten zijn door de provincie Utrecht twee verschillende projecten opgestart. Voor beide projecten moet, afzonderlijk van elkaar, een m.e.r.-procedure doorlopen worden en een provinciaal inpassingsplanning worden opgesteld. Waar relevant worden in beide procedures wel de cumulatieve effecten van beide projecten gezamenlijk beoordeeld. Daarom is ervoor gekozen om de onderzoeksresultaten voor beide projecten te bundelen in één bijlagerapport per milieuthema.
1.3
Het achtergrondrapport Vooronderzoek bodem
Voorliggende rapportage betreft het achtergrondrapport voor het thema bodem. Specifieke aanleidingen voor de uitvoering van het bodemonderzoek zijn: • De voorgenomen wijziging van het inpassingsplan en de hiervoor te verzamelen gegevens • •
De voorgenomen ontgravingswerkzaamheden De wens van de opdrachtgever inzicht te krijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem van de locatie
4/20
Kenmerk
R006-1271416FTO-V02-efm-NL
Het doel van het vooronderzoek bodem is het verkrijgen van een beeld van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. De onderzoekslocatie is het gebied waarin de daadwerkelijke aanpassingen kunnen plaatsvinden. Voor onderhavig onderzoek bestaat de onderzoekslocatie uit: de Oostelijke Rondweg Veenendaal en Rijnbrug Rhenen, inclusief 50 meter aan beide zijden van de weg.
2 Vooronderzoek 2.1
Algemeen
Er is een vooronderzoek conform de NEN 5725 1 uitgevoerd. Gezien de in paragraaf 1.3 beschreven aanleidingen van het vooronderzoek is gekozen om de onderzoeksvragen te beantwoorden behorend bij aanleiding G uit de NEN 5725. Deze aanleiding betreft: ‘Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit bij tijdelijke uitplaatsing en bij overig projectmatig grondverzet ten behoeve van het inschatten van de arbeidshygiënische risico’s. In paragraaf 2.7 zijn de onderzoeksvragen en antwoorden hierop beschreven. Een kaart met de regionale ligging van de onderzoekslocatie en een kaarten met de ligging van relevante bevindingen zijn opgenomen in bijlage 1 en 2. Tabel 2.1 Algemene gegevens onderzoekslocatie
Adres
N233 in Veenendaal
Kadastrale gegevens (www.kadaster.nl)
Diverse, in dit kader niet uitgezocht
Publiekrechtelijke beperking
Diverse, in dit kader niet uitgezocht
RD-coördinaten (X/Y)
X: 168.099 / Y: 441.009
Lengte (m)
N233 ORV (Oostelijke Rondweg Veenendaal): Circa 5.000 N233 RRR (Rijnbrug Rhenen): Circa 6.000
Breedte
Weg en 50 meter aan beide zijden
Verharding
Verbreding weg N233
Bebouwing
Geen
Voormalig gebruik
Landbouw/Natuur
Huidig gebruik
De weg ligt er sinds 1896
Gebruik conform circulaire bodemsanering
Ander groen, bebouwing, infrastructuur en industrie
Bodemkwaliteitsklasse
Bovengrond: -
Wonen (met gebied specifiek beleid PCB’s)
-
Industrieterrein en doorgaande wegen in gemeente
-
Landbouw/Natuur
Veenendaal
Ondergrond: -
Industrieterrein en doorgaande wegen in gemeente Veenendaal
-
1
Landbouw/Natuur
NEN 5725: Bodem – Strategie bij het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, oktober 2017 5/20
Kenmerk
2.2
R006-1271416FTO-V02-efm-NL
Regionale bodemopbouw en geohydrologie
In onderstaande tabellen zijn de bodemopbouw en geohydrologie van beide deellocaties opgenomen. Tabel 2.2a Regionale geohydrologische gegevens en bodemopbouw N233 ORV (Oostelijke Rondweg Veenendaal) Naam
Waarde
Fysisch Geografische Regio *1)
Hogere Zandgronden
Woonplaats *2)
Veenendaal
Bodemgebruik Hoofdgroep *3)
Bebouwd
Bodemgebruik deeltype *3)
Woongebied
Maaiveld Hoogte *4)
6,54 m t.o.v. NAP
GHG (1998 - 2006) *5)
0,65 m t.o.v. MV
GLG (1998 - 2006) *6)
1,14 m t.o.v. MV
GVG (1998 - 2006) *7)
0,8 m t.o.v. MV
*1) Nationaal Geo Register *2) Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG). *3) CBS Bestand Bodemgebruik 2012 *4) Esri Nederland Hoogtebestand AHN2 *5) Nederlands Hydrologisch Instrumentarium - GHG van de periode 1998 - 2006 *6) Nederlands Hydrologisch Instrumentarium - GLG van de periode 1998 - 2006 *7) Nederlands Hydrologisch Instrumentarium - GVG van de periode 1998 - 2006
Tabel 2.2b Regionale geohydrologische gegevens en bodemopbouw N233 RRR (Rijnbrug Rhenen) Naam
Waarde
Fysisch Geografische Regio *1)
Rivierengebied
Woonplaats *2)
Lienden
Bodemgebruik Hoofdgroep *3)
Landbouw
Bodemgebruik deeltype *3)
Overig agrarisch gebruik
Maaiveld Hoogte *4)
13,16 m t.o.v. NAP
GHG (1998 - 2006) *5)
7,21 m t.o.v. MV
GLG (1998 - 2006) *6)
7,79 m t.o.v. MV
GVG (1998 - 2006) *7)
7,38 m t.o.v. MV
*1 t/m 7: Zie voor verklaring van nummers de legenda onder tabel 2.2a
6/20
Kenmerk
2.3
R006-1271416FTO-V02-efm-NL
Geraadpleegde informatiebronnen verdachte deellocaties
Voor het inventariseren van de verdachte deellocaties (voormalige of huidige bedrijfsactiviteiten, dempingen, tanks, calamiteiten, incidenten et cetera) zijn de volgende informatiebronnen geraadpleegd: • • •
Kadaster BAG-gegevens Bevoegd gezag Wbb, de Provincie Gelderland en de Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht
• •
(RUD) Omgevingsdienst Rivierenland en Omgevingsdienst Regio Utrecht Bodemloket
• • •
Luchtfoto’s van Cyclomedia Streetsmart Straatfoto’s van Cyclomedia Streetsmart Historische topografische kaarten van Topotijdreis
•
Door de opdrachtgever aangeleverde informatie
De geraadpleegde instanties hadden geen gegevens beschikbaar over incidenten die ter plaatse van de wegen hebben plaatsgehad.
2.4
Overzicht verdachte deellocaties
In onderstaande tabel zijn de verdachte locaties in de omgeving (< 50 meter afstand) opgesomd. Tabel 2.3 Overzicht verdachte deellocaties Activiteit / deellocatie
Afstand
Adres
Start
Eind
Informatiebron
Status
Dragonderweg
Huidig
Huidig
Bodemloket
Voldoende
-
-
Bodemloket
(m) Afvalinzamelingsbedrijf
Circa 25
Hout- en
Circa 35
16
plaatmateriaalzagerij Hbo-tank (ondergronds)
Parallelweg
onderzocht
Oost 4 Circa 35
Parallelweg
Voldoende onderzocht
-
1998
Bodemloket
Oost 4
Voldoende onderzocht
Ter plaatse van de onderzoekslocaties kruisen tevens meerdere gedempte sloten en dammetjes het tracé, die onvoldoende onderzocht zijn. Ook bevinden er zich (voormalige) boomgaarden langs het tracé, die een verontreiniging met bestrijdingsmiddelen (OCB’s) kunnen bevatten (zie bijlage 2).
2.5
Asbestverdachtheid van de bodem
Er kruisen meerdere gedempte sloten het tracé, die nog niet zijn onderzocht en een bodemverontreiniging kunnen bevatten (zie bijlage 2). Omdat de sloten zijn gedempt in de asbestverdachte periode, is de kans aanwezig dat er zich een asbestverontreiniging bevindt ter plaatse van het tracé. Ook is er in eerder onderzoek puin aangetroffen op locaties binnen 25 meter van het tracé, dat nog niet is onderzocht op asbest. Hierdoor is de locatie asbestverdacht.
7/20
Kenmerk
2.6
R006-1271416FTO-V02-efm-NL
PFAS-verdachtheid van de bodem
Op/nabij de onderzoekslocatie zijn geen terreindelen aanwezig die de bodem verdacht maken voor PFAS verbindingen als gevolg van puntbronnen 2. De kans op verontreiniging met PFAS wordt beperkt geacht. De bovengrond en diepere geroerde bodemlagen zijn op basis van het Tijdelijk Handelingskader PFAS in heel Nederland verdacht op het diffuus voorkomen van PFAS 3 als gevolg van atmosferische depositie. Op basis van het vooronderzoek kan hiervan gemotiveerd worden afgeweken als de betreffende bodemlaag evident onverdacht is op het voorkomen van PFAS, bijvoorbeeld in geval van diepere ongeroerde bodemlagen onder de grondwaterspiegel of een slecht doorlatende bodemlaag. Geconcludeerd wordt dat de bodem van de onderzoekslocatie diffuus verdacht is voor PFAS. De locatie ligt in een gebied met gebiedsspecifiek beleid voor PFAS 4, waarin kwaliteitszones en – eisen zijn gedefinieerd voor PFAS voor het toepassen van grond afkomstig van binnen de gemeentegrens en van buiten de gemeentegrens. Voor de gemeentes Rhenen en Veenendaal geldt dat de achtergrondgehalten als maximum gehalten (norm) gehanteerd moeten worden voor de toepassing van grond op landbodem. Uit een erkend bewijsmiddel (Besluit bodemkwaliteit) moet blijken of de toe te passen partij voldoet aan de norm. Vanaf 9 juli 2019 is het tijdelijk handelingskader van PFAS/GenX uitgekomen.
In de praktijk betekent dit dat grond zonder onderzoek naar PFAS/GenX niet kan worden toegepast op andere locaties of kan worden afgevoerd naar een erkende verwerker. Mocht er grond worden afgevoerd tijdens de werkzaamheden, dan adviseren wij dit voorafgaand te analyseren op de aanwezigheid van PFAS/ GenX.
2.7
Uitgevoerde bodemonderzoeken en verontreinigingssituatie
Onderstaand is een opsomming gegeven van de beschikbaar gekomen bodemonderzoeken. De ligging van de onderzoekslocaties (met gevalsnummer beginnend met UT of GE) zijn weergegeven in bijlage 2. Uit de geraadpleegde informatiebronnen blijkt dat er geen onderzoeken bekend zijn ter plaatse van de N233, enkel van locaties binnen 50 meter aan beide zijden van de onderzoekslocatie. Tabel 2.4 Uitgevoerde bodemonderzoeken en samenvattingen Naam onderzoek
Korte samenvatting
Kenmerk
Vervolg-advies
N233 ORV (Oostelijke Rondweg Veenendaal) GE022806107
Onderzoek nodig (grond en grondwater)
Verkennend
Rapport niet beschikbaar. Status en eventueel
Auteur onbekend,
bodemonderzoek
vervolg is niet bekend.
rapportnummer
NEN5740
VND37-1-20, d.d.
2
Op basis van tabel 1 handelingskader PFAS, handelingskader PFAS, Expertisecentrum PFAS, 25 juni 2018 Kamerbrief bij Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie, Ministerie van Verkeer en Waterstaat, 8 juli 2019 4 Zie https://www.rudutrecht.nl/kaart-achtergrondgehalten-pfas-provincie-utrecht/ 3
8/20
Kenmerk
R006-1271416FTO-V02-efm-NL
Naam onderzoek
Korte samenvatting
Kenmerk
Vervolg-advies
16 november 2005 UT034500275
Onderzoek nodig (grond)
Verkennend
Onderzoek bevindt zich circa 30 meter ten
BOOT, kenmerk
bodemonderzoek
oosten van de onderzoekslocatie. Er is een
M0811/-53, d.d.
Buurtlaan Oost 84 in
sterke verontreiniging met zware metalen en
17 maart 2008
Veenendaal
PAK aangetoond. Het grondwater (grondwaterstand 1,1m -mv) is niet verontreinigd. Geadviseerd wordt een nader onderzoek uit te voeren.
Nader
Onderzoek bevindt zich circa 25 meter ten
BOOT, kenmerk
bodemonderzoek
oosten van de onderzoekslocatie. De
M08190-53, d.d.
Buurtlaan Oost 84 in
bovengrond is sterk verontreinigd met zware
8 september
Veenendaal
metalen en PAK.
2008
Er is voor dit geval in 2010 een saneringsplan opgesteld en in 2011 een BUS-melding ingediend. Er is een evaluatie-verslag van de BUS-melding beschikbaar uit 2012. Volgens het bodemloket is de verontreiniging voldoende gesaneerd. UT034500304
Onderzoek nodig (grond)
Meldingsformulier
Het betreft hetzelfde evaluatieverslag als onder
Acorius Advies,
BUS
de UT-code UT034500275 vermeld staat.
26 maart 2012
evaluatieverslag
Volgens bodemloket heeft de locatie de status: uitvoeren nader bodemonderzoek.
GE022806886
Onderzoek nodig (puin)
Verkennend
Van het onderzoek is alleen een samenvatting
Adviesbureau
bodemonderzoek
beschikbaar. Het is onbekend of welke afstand
onbekend,
Dragonderweg 16 in
het onderzoek zich bevindt ten opzichte van de
kenmerk
Veenendaal
onderzoekslocatie. De grond blijkt licht
13/1996/WH, d.d.
verontreinigd met zware metalen en PAK en het
30 mei 1997
grondwater is licht verontreinigd met zware metalen. De bovengrond is puinhoudend, het is onbekend of er asbestonderzoek is uitgevoerd. UT034500203
Geen onderzoek nodig
Evaluatierapport
Sanering bevindt zich evenwijdig aan de
GAIM, kenmerk
(water)bodem-
onderzoekslocatie op circa 15 meter afstand. De
151959/EV, d.d.
sanering,
asbestverontreiniging is aan weerszijden van de
4 mei 2005
duiker ontgraven tot circa 0,5 meter diepte. Na 9/20
Kenmerk
R006-1271416FTO-V02-efm-NL
Naam onderzoek
Korte samenvatting
Spitsbergenweg te
ontgraving van het verontreinigde materiaal zijn
Veenendaal
de putbodems en putwanden bemonsterd en
Kenmerk
Vervolg-advies
geanalyseerd op asbest. Uit de analyseresultaten is gebleken dat voldaan wordt aan de terugsaneerwaarde (< 100 mg/kg d.s.). De watergang is aangevuld met gebiedseigen grond. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. Resultaten
Aanleiding voor dit onderzoek is de verplichting
GAIM, kenmerk:
bodemonderzoek
uit de beschikking (2005WEM001169i) waarbij
UT/0345/00203,
van de aanvulgrond
de kwaliteit van de aanvulgrond vastgesteld
d.d. 12 december
t.p.v. de
dient te zijn. De aanvulgrond is afkomstig uit de
2006
asbestsanering aan
nieuw gegraven watergang.
de Spitsbergenweg te Veenendaal
Uit de resultaten is gebleken dat de aanvulgrond niet verontreinigd is met asbest. Er zijn lichte verontreinigingen met PAK en minerale olie aangetoond.
UT034500211
Onderzoek nodig (gedempte sloten)
Verkennend en
Het onderzoek bevindt zich meer dan 50 meter
PJ Milieu B.V.,
nader bodem- en
ten oosten van de onderzoekslocatie. In dit
kenmerk
asbest in
onderzoek zijn gedempte sloten onderzocht,
18047004J, d.d.
grondonderzoek
waarin sterke verontreinigingen zijn aangetoond
22 oktober 2018
Veenderij Veen II
met lood en zink. Het grondwater is niet onderzocht, maar in eerder onderzoek op de locatie zijn geen verontreinigingen in het grondwater aangetoond (grondwaterstand circa 0,5-1,0m -mv).
UT034500071
Onderzoek nodig (grondwater)
Div. rapporten en
Betreft voormalige stortplaats Engelage. De
beschikkingen
rapporten zijn niet beschikbaar gekomen maar
-
volgens Bodemloket blijkt het volgende: In de periode 1994-1999 zijn ter plaatse meerdere bodemonderzoeken uitgevoerd. In 2000 is een saneringsplan opgesteld en in 2002 en 2006 zijn saneringsevaluaties opgesteld. In 2006 heeft Bevoegd Gezag ingestemd met de uitgevoerde sanering, waarbij de verontreiniging volledig is verwijderd en de ontgraving is aangevuld met schone grond. Er geldt geen nazorg- of monitoringsverplichting voor deze locatie. Wel is 10/20
Kenmerk
R006-1271416FTO-V02-efm-NL
Naam onderzoek
Korte samenvatting
Kenmerk
Vervolg-advies
er in het grondwater een concentratie met xylenen boven de tussenwaarde achtergebleven die geregistreerd zou zijn. UT034500197
Onderzoek nodig (grond)
Evaluatierapport
Sanering bevindt zich ter plaatse van de
GAIM b.v.,
deelsanering
onderzoekslocatie (kruist de Rondweg-Oost, zie
kenmerk
bodem-
figuur 2.1). De bodem is matig tot sterk
152175/EV, d.d.
verontreiniging aan
verontreinigd met kwik, zink, PAK en minerale
19 juli 2005
het voormalig
olie, met een diepte van circa 0,7 meter vanaf
Benedeneind 5-9 te
maaiveld. Ter controle van het
Veenendaal
saneringsresultaat zijn de putbodems en putwanden bemonsterd. Na afronding van de deelsanering zijn de twee putten aangevuld met gebiedseigen grond. Ter plaatse van Z4 en Z5 is een restverontreiniging achtergebleven welke middels een fysische scheiding (geotextiel) gescheiden is van de aanvulgrond. Z4 en Z5 zijn nog sterk verontreinigd met zink en PAK en dienen volgens dit onderzoek nader onderzocht te worden.
Na deze evaluatie is in augustus 2005 een verkennend onderzoek uitgevoerd en een saneringsevaluatie opgesteld (d.d. 23 januari 2006). Deze rapporten zijn opgevraagd, maar niet beschikbaar. Volgens Bodemloket heeft de locatie de status ‘voldoende gesaneerd’, zijn er geen restverontreinigingen aanwezig en geldt er geen nazorg-/monitoringsverplichting. Wij adviseren aanvullend onderzoek te verrichten, om vast te stellen of de restverontreinigingen verwijderd zijn.
N233 RRR (Rijnbrug Rhenen) UT034000060
Geen onderzoek nodig
Oriënterend
Uit de resultaten van het onderzoek blijkt de
Oranjewoud,
onderzoek
grond heterogeen licht verontreinigd met PAK en
kenmerk 19047-
emplacement
minerale olie. De nul-situatie is voldoende
87424, d.d. 7 juli
Rhenen
vastgesteld. Het grondwater is niet onderzocht.
1999
Het onderzoek bevindt zich op circa 5 meter van de onderzoekslocatie. Een boorpuntenkaart ontbreekt echter, waardoor niet met zekerheid is 11/20
Kenmerk
R006-1271416FTO-V02-efm-NL
Naam onderzoek
Korte samenvatting
Kenmerk
Vervolg-advies
vast te stellen waar het onderzoek precies heeft plaatsgehad. UT034000001
Geen onderzoek nodig
Nader
Het onderzoek bevindt zich circa 35 meter ten
BOOT, kenmerk
bodemonderzoek
oosten van de onderzoekslocatie. Er zijn
M00232.01, d.d.
Rhenus
overschrijdingen van de interventiewaarde voor
4 december 2000
(Vogelenzangweg-
barium in de grond bij boring 3 gemeten. Boring
Zwarteweg)
3 bevindt zich op circa 55 meter van de onderzoekslocatie. Deze verhoogde concentraties staan naar verwachting in relatie met een eerder aangetoonde bariumverontreiniging op een aangrenzend perceel (onduidelijk welk perceel het betreft). Er zijn geen gegevens bekend over verontreinigingen in het grondwater. Aanbevolen wordt om nader onderzoek te doen, alvorens te saneren.
Evaluatie
Op de locatie (circa 35 meter ten oosten van de
BOOT, kenmerk:
bodemsanering
onderzoekslocatie) is een sanering uitgevoerd
M01092; doc. 10,
Zwarteweg in
voor een grondverontreiniging met barium. De
d.d. 15 mei 2002
Rhenen
sanering is in voldoende mate afgerond. De isolerende voorzieningen (betonvloer ter plaatse van de garage en de leeflaagconstructie ter plaatse van het buitenterrein) dienen in stand te worden gehouden. Eventuele graafwerkzaamheden dienen gemeld te worden. De verontreiniging is voldoende afgeperkt.
UT034000108
Onderzoek nodig (grond, grondwater en asbest)
Verkennend
Het onderzoek bevindt zich circa 25 meter ten
BOOT, kenmerk
bodemonderzoek
oosten van de onderzoekslocatie (zie figuur 2.2).
M00258, d.d. 9
Zwarteweg/
Zintuiglijk zijn op een aantal plaatsen puin,
januari 2001
Cuneralaan
kooldeeltjes, rubber, textiel, glas, hout en papier aangetroffen. Uit de analyses blijken lichte verontreinigingen met zware metalen en licht tot matige verontreinigingen met minerale olie en PAK. Deze verontreinigingen staan naar verwachting in relatie tot de aanwezigheid van het bodemvreemde (stort)materiaal. Het stortmateriaal bevindt zich alleen op het oostelijke deel van het terrein, op circa 60 meter 12/20
Kenmerk
R006-1271416FTO-V02-efm-NL
Naam onderzoek
Korte samenvatting
Kenmerk
Vervolg-advies
van de onderzoekslocatie. Er is geen grondwater aangetroffen binnen 2,8m- mv, en is om deze reden niet geanalyseerd. Nader
Het onderzoek bevindt zich circa 25 meter van
BOOT, kenmerk
bodemonderzoek
de onderzoekslocatie. Er wordt geconcludeerd
M08111-55
Zwarteweg/
dat de aard en omvang van de sterke
versie 2, d.d. 11
Cuneralaan
verontreinigingen met PAK en metalen globaal
september 2009
zijn vastgelegd. Geadviseerd wordt aanvullend onderzoek te verrichten naar aanvullende parameters in het grondwater (PAK, OCB’s, PCB’s en chloorbenzenen). Nader
Het nader bodemonderzoek richt zich op het
BOOT, kenmerk
bodemonderzoek
globaal in kaart brengen van de
P10-0220, d.d. 21
Zwarteweg/
verontreinigingen veroorzaakt door bijgemengd
mei 2010
Cuneralaan
puin en afvalresten in de bodem, zodat de ernst en zo mogelijk spoedeisendheid kan worden bepaald. Er kan worden geconcludeerd dat de aard en omvang van de sterke verontreinigingen met PAK en zware metalen als gevolg van stort van puin/afvalresten grotendeels zijn vastgelegd. Geadviseerd wordt aanvullend onderzoek te verrichten naar aanvullende parameters in het grondwater (PAK, OCB’s, PCB’s en chloorbenzenen) en de risico’s van begrazing van de uiterwaarden. Vanwege de aard en omvang van de verontreinigingen betreft het een geval van ernstige bodemverontreiniging. Een eventuele sanering is niet spoedeisend. Geadviseerd wordt sanerende maatregelen te combineren met de herinrichting van het terrein. Het puin is niet onderzocht op asbest.
Volgens Bodemloket heeft deze locatie de status ‘opstellen saneringsplan’. UT034000035
Geen onderzoek nodig
Evaluatie
De sanering bevindt zich circa 25 meter ten
Arnicon, kenmerk
bodemsanering
oosten van de onderzoekslocatie (zie figuur 2.3).
P12-05-S, d.d. 28
Connexxionterrein te
Het freatisch grondwater is tot op boordiepte
maart 2014
Rhenen (Verlengde
(9,5 m-rnv) niet bereikt en is niet chemisch-
Trambaanweg 4)
analytisch onderzocht op de mogelijke aanwezigheid van olieproducten. De aanleiding voor de bodemsanering is de ontwikkeling van een nieuwe woonwijk. Het doel van de sanering 13/20
Kenmerk
R006-1271416FTO-V02-efm-NL
Naam onderzoek
Korte samenvatting
Kenmerk
Vervolg-advies
was het verwijderen van mobiele verontreinigingen in de grond tot concentraties beneden de interventiewaarde. De immobiele verontreiniging wordt geïsoleerd door het aanbrengen van één meter schone leeflaag (vooraf gekeurd conform Bouwstoffenbesluit). Gedurende het werk zijn drie ondergrondse brandstoftanks aangetroffen. Deze zijn verwijderd door een BRL K902 gecertificeerd bedrijf.
Voor de vakken waar onder de leeflaag van 1m. dikte nog verontreinigingen boven de interventiewaarde aanwezig zijn geldt een nazorgplicht. Deze bestaat hoofdzakelijk uit het in standhouden van de leeflaag. Indien in de toekomst de leeflaag wordt gegraven, dient dit vooraf te worden gemeld aan het bevoegd gezag. Te allen tijde geldt dat na de werkzaamheden de leeflaag moet worden hersteld. In augustus 2014 is het evaluatierapport waarschijnlijk aangepast (kenmerk is identiek aan die uit maart 2014). Dit rapport is niet beschikbaar gekomen. UT034020714
Onderzoek nodig (grond, grondwater en asbest)
Cuneralaan-
Er is asbestonderzoek uitgevoerd en een
PJ Milieu B.V.,
Zwarteweg Rhenen
meldingsformulier BUS opgesteld. Deze zijn
kenmerk
echter niet beschikbaar om in te zien, waardoor
19022201A, d.d.
de status onduidelijk is.
4 april 2019
GE021401531
Onderzoek nodig (puin)
Verkennend
Het onderzoek bevindt zich circa 35 meter ten
UDM Midden
milieukundig
oosten van de onderzoekslocatie. Op het
B.V., kenmerk:
bodemonderzoek
noordoostelijke en zuidwestelijke deel is vanaf
06020058.R01,
aan de Parallelweg
het maaiveld tot 1,0m -mv gebroken
d.d. 17 februari
Oost 4 te Lienden
puin/stabilisatie waargenomen. In de
2006
puinhoudende bovengrond zijn licht verhoogde gehalte PAK en minerale olie aangetoond. De ondergrond is niet verontreinigd. Het grondwater (grondwaterstand 1,0m -mv) is licht
14/20
Kenmerk
R006-1271416FTO-V02-efm-NL
Naam onderzoek
Korte samenvatting
Kenmerk
Vervolg-advies
verontreinigd met arseen. Het puin is niet onderzocht op asbest. GE021400172
Geen onderzoek nodig
Evaluatie
Er is een grondwaterverontreiniging met
Tukkers milieu
bodemsanering
minerale olie aangetoond op circa 100 meter
onderzoek,
Parallelweg Oost 4
van de onderzoekslocatie door een lekkende
kenmerk
te Lienden
HBO-tank. De verontreiniging is gesaneerd en
GOR/CD2003/22
uit de controlemonsters blijkt dat de
16800, d.d. 19
concentraties minerale olie zijn teruggebracht tot
februari 2003
licht boven de streefwaarde. Er is voldaan aan de saneringsdoeleinden. GE021400001
Geen onderzoek nodig
Voormalige
Er zijn diverse onderzoeken uitgevoerd op de
Stortplaats Marsdijk
locatie. Gezien de afstand tot de
-
onderzoekslocatie (>150 meter ten westen) is de Diverse
informatie niet relevant.
onderzoeken 19932004 GE174000113
Onderzoek nodig (puin)
Nulsituatie
Het onderzoek bevindt zich circa 30 meter ten
Verhoeve Milieu
bodemonderzoek
westen van de onderzoekslocatie. Plaatselijk zijn
b.v., kenmerk:
Betuwestraatweg 6
matige sporen van puin waargenomen. Het puin
LWI/ADV/VMO/1
te Kesteren
is niet onderzocht op asbest. In grond en
57035, d.d. 11
grondwater zijn licht verhoogde parameters
mei 2007
aangetoond. Alleen in het grondwater ter plaatse van de opslag chemisch afval is een matig verhoogde concentratie arseen gemeten. Er is geen verwachting dat het om een geval van ernstige bodemverontreiniging gaat. Tevens is de concentratie chloride in het grondwater van de opslag wegenzout factor 30 hoger dan de streefwaarde (er is geen interventiewaarde beschikbaar). Deze opslag van wegenzout bevindt zich echter op circa 60 meter ten westen van de onderzoekslocatie, en is daarmee niet relevant. GE174001274
Onderzoek nodig (puin)
Actualiserend
Het onderzoek bevindt zich circa 30 meter ten
UDM Midden
bodemonderzoek op
oosten van de onderzoekslocatie. In de
B.V., kenmerk: 15/20
Kenmerk
R006-1271416FTO-V02-efm-NL
Naam onderzoek
Korte samenvatting
Kenmerk
het terrein aan de
bovengrond op de locatie zijn sporen puin,
05.04.209, d.d.
Betuwestraatweg te
sintels en/of kolen aanwezig. In de zintuiglijk
16 februari 2006
Kesteren
Vervolg-advies
schone bovengrond overschrijdt geen van de geanalyseerde parameters de streefwaarde. In de matig puin- en koolhoudende zandige bovengrond zijn de gehalten aan zware metalen en PAK licht verhoogd. In het grondwater is de concentratie arseen licht verhoogd. Het puin is niet onderzocht op asbest.
In onderstaande figuren zijn relevante delen van enkele onderzoekslocatie weergegeven, waar in bovenstaande tabel naar is verwezen. De volledige rapportage is aanwezig in de digitale projectmap van Tauw.
Figuur 2.1: UT034500197 (GAIM, 2005)
16/20
Kenmerk
R006-1271416FTO-V02-efm-NL
Figuur 2.2: UT034000108 (BOOT, 2010)
17/20
Kenmerk
R006-1271416FTO-V02-efm-NL
Figuur 2.3: UT034000035 (Arnicon, 2014)
2.8
Terreinverkenning
In afwijking van de NEN 5725 is in dit stadium van het onderzoek nog geen terreinverkenning uitgevoerd. Reden hiervoor is dat gedurende de termijn tussen oplevering van onderhavig rapport en uitvoering van het verkennend bodemonderzoek nog wijzigingen kunnen plaatsvinden. Een terreinverkenning moet worden uitgevoerd direct voorafgaand aan het veldwerk van het verkennend bodemonderzoek door de veldmedewerker. Het vooronderzoek is formeel afgerond na uitvoering van de terreinverkenning.
18/20
Kenmerk
2.9 •
R006-1271416FTO-V02-efm-NL
Beantwoording onderzoeksvragen vooronderzoek Wat is de afbakening van de locatie en is deze voldoende? De afbakening van de onderzoekslocatie is voldoende. Deze is bepaald aan de hand van de plantekening van de opdrachtgever. De locatie betreft de weg (N233) en een strook van 50 meter breedte aan beide zijden van de weg.
•
Is er sprake van potentiele bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als het heden? Zo ja, wat zijn de potentiele bronnen van bodemverontreiniging, waar liggen ze en wat zijn de verdachte parameters? Uit de beschreven onderzoeken blijkt dat er zich op meerdere locaties binnen 50 meter van de onderzoekslocaties bodemverontreinigingen bevinden die onvoldoende onderzocht zijn. Ook bevinden er zich gedempte sloten, dammetjes en (voormalige) boomgaarden ter plaatse van de onderzoekslocaties, die nog niet voldoende onderzocht zijn (zie bijlage 2).
•
Is de bodem asbestverdacht? Er kruisen meerdere gedempte sloten het tracé, die nog niet zijn onderzocht en een bodemverontreiniging kunnen bevatten (zie bijlage 2). Omdat de sloten zijn gedempt in de asbestverdachte periode, is de kans aanwezig dat er zich een asbestverontreiniging bevindt ter plaatse van het tracé. Ook is er in eerder onderzoek puin aangetroffen op locaties binnen 50 meter van het tracé, wat nog niet is onderzocht op asbest. Hierdoor is de locatie (deels) asbestverdacht.
•
Wat is de bodemopbouw en geohydrologie en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? Zo ja, welke fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen zijn er en waar bevinden deze zich? Zie paragraaf 2.2. De verwachting is dat de grond voornamelijk bestaat uit zandlagen.
•
Is er sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Zo ja, welke beïnvloeding en waar? Op basis van de gegevens uit het vooronderzoek wordt geen beïnvloeding verwacht van de kwaliteit van het grondwater.
•
Wordt op de locatie of een deel daarvan (een geval van ernstige) bodemverontreiniging vermoed? Zo ja, waar bevindt deze zich? Op enkele locaties nabij de onderzoekslocaties bevinden zich gevallen van ernstige bodemverontreiniging (zie bijlage 2). Onbekend is of en in welke mate deze verontreinigingen zich ook bevinden ter plaatse van de onderzoekslocaties.
•
Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? Er wordt (nader) bodemonderzoek aanbevolen om de milieuhygiënische kwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie te bepalen. Daarnaast zijn van enkele locaties de uitgevoerde bodemonderzoeken niet beschikbaar gekomen. Overwogen zal moeten worden om hier opnieuw bodemonderzoek uit te voeren.
19/20
Kenmerk
•
R006-1271416FTO-V02-efm-NL
Welke hypothese en strategie zijn van toepassing bij de uitvoering van het bodemonderzoek? Strategie voor een niet-lijnvormige verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming (VED-HE-NL), inclusief uitvoeren van een terreinverkenning. Het doel van het verkennend bodemonderzoek in deze situatie is het bepalen van de aard van de heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming. Tevens wordt vastgesteld of de concentraties van de vermoede verontreinigende stof in de grond en in het freatisch grondwater boven respectievelijk de achtergrondwaarde en streefwaarde worden aangetroffen. De aantallen boringen en peilbuizen zijn afhankelijk van de oppervlakte van het te onderzoeken terreindeel.
20/20
Kenmerk
Bijlage 1
R006-1271416FTO-V02-efm-NL
Regionale ligging
Kenmerk
Bijlage 2
R006-1271416FTO-V02-efm-NL
Kaart situering verdachte deellocaties
GE022806107
UT034500275 / UT034500304
GE022806886
UT034500203
UT034500071
UT034500211
UT034500197
Legenda
Onderzoek
Geen onderzoek nodig
0
240
´
480 m
Onderzoek nodig (grond en grondwater) Onderzoek nodig (grond)
Onderzoek nodig (grond, grondwater en asbest) Onderzoek nodig (grond, grondwater en puin) Onderzoek nodig (grondwater) Onderzoek nodig (puin) N233
N233 Onderzoekslocatie 50m berm
Opdrachtgever
Provincie Utrecht
Schaal
Status
DEFINITIEF
1:9000
A3
Project
Formaat
Projectnummer
Onderdeel
Datum 27-03-20 09:36
Tekeningnummer
N233
Get.
Gec.
VDB #
1271416
12
Postbus 133 7400 AC Deventer Telefoon (0570) 69 99 11 Fax (0570) 69 96 66
Esri Nederland, Community Map Contributors 1271416_10012U.MXD
UT034000060
UT034000001 UT034000035 UT034020714 UT034000108
GE021400001
GE021401531 en GE021400172
Legenda
Onderzoek
Geen onderzoek nodig
Onderzoek nodig (grond en grondwater) Onderzoek nodig (grond)
Onderzoek nodig (grond, grondwater en asbest) Onderzoek nodig (grond, grondwater en puin) Onderzoek nodig (grondwater) Onderzoek nodig (puin) N233
N233 Onderzoekslocatie 50m berm
GE174000113 GE174001274
0
Opdrachtgever
Provincie Utrecht
210
´
420 m
Schaal
Status
DEFINITIEF
1:8000
A3
Project
Formaat
Projectnummer
Onderdeel
Datum 27-03-20 09:40
Tekeningnummer
N233
Get.
Gec.
VDB #
1271416
12
Postbus 133 7400 AC Deventer Telefoon (0570) 69 99 11 Fax (0570) 69 96 66
Esri Nederland, Community Map Contributors 1271416_10012U.MXD
0
Opdrachtgever
Provincie Utrecht
Legenda N233
N233 Onderzoekslocatie 50m berm
Globale Ligging (Voormalige) Boomgaarden Globale Ligging Gedempte Sloten
240
´
480 m
Schaal
Status
DEFINITIEF
1:9000
A3
Project
Formaat
Projectnummer
Onderdeel
Datum 26-03-20 03:30
Tekeningnummer
N233
Get.
Gec.
VDB #
1271416
12
Postbus 133 7400 AC Deventer Telefoon (0570) 69 99 11 Fax (0570) 69 96 66
Esri Nederland, Community Map Contributors 1271416_10012U.MXD
0
Opdrachtgever
Provincie Utrecht
Legenda N233
N233 Onderzoekslocatie 50m berm Globale Ligging Gedempte Sloten
Globale Ligging (Voormalige) Boomgaarden
210
´
420 m
Schaal
Status
DEFINITIEF
1:8000
A3
Project
Formaat
Projectnummer
Onderdeel
Datum 24-03-20 05:37
Tekeningnummer
N233
Get.
Gec.
VDB #
1271416
12
Postbus 133 7400 AC Deventer Telefoon (0570) 69 99 11 Fax (0570) 69 96 66
Esri Nederland, Community Map Contributors 1271416_10012U.MXD
Kenmerk
Bijlage 3
R006-1271416FTO-V02-efm-NL
Begrippenlijst
Asbest: mineralogische naam voor bepaalde vezelvormige silicaten die behoren tot de mineralogische groep van de serpentijn‐ en amfiboolmineralen, en die zijn uitgekristalliseerd in de zogenoemde asbestiforme vorm en daardoor gemakkelijk splijtbaar zijn tot lange, dunne, flexibele, sterke vezels wanneer ze worden vermalen of verwerkt Asbestverdacht materiaal: materiaal dat op basis van voorkennis en/of een visuele beoordeling een hoeveelheid asbest zou kunnen bevatten Asbestverdachte (deel)locatie: (deel)locatie waarvoor op grond van het vooronderzoek concrete aanwijzingen bestaan dat de kwaliteit van de bodem of grond kan zijn beïnvloed door asbesthoudend of asbestverdacht materiaal Bodemverontreiniging: situatie waarbij stoffen zich op een zodanige wijze in de bodem bevinden dat deze stoffen zich met de bodem kunnen vermengen, met de bodem kunnen reageren, zich in de bodem kunnen verspreiden en/of zich ongecontroleerd kunnen verplaatsen én een of meer van de functionele eigenschappen die de bodem voor mens, plant of dier heeft, verminderen of bedreigen Terreinverkenning: inspectie van de onderzoekslocatie en eventueel de directe omgeving waarbij op basis van visuele waarnemingen relevante aspecten worden onderzocht Verdachte locatie: locatie waarvoor op grond van het milieuhygiënisch vooronderzoek concrete aanwijzingen bestaan dat de bodem van die locatie, of een deel ervan,
kan zijn verontreinigd met een of meer stoffen