8. Beantwoording Technische vragen n.a.v. raadscommissie Kadernota
Tekst van het document
TECHNISCHE VRAGEN Raadscyclus:
Kadernota 2026-2029
Naam fractie:
SP
Onderwerp:
Wachttijd bijstand jongeren
Tijdens de raadscommissie Kadernota op 26 juni is de vraag gesteld door de SP waarom het amendement wachttijd bijstandsuitkering van jongeren niet is opgepakt. De wethouder gaf aan dat hij onder de indruk was dat dit nationaal geschiedde. Tijdens de bespreking is gezegd dit achteraf nog te controleren. VRAGEN 1. Bij wie ligt de verantwoordelijkheid voor het afschaffen van de wachttijd voor de bijstandsuitkering van jongeren?
Antwoord Vooraf: Het amendement waarnaar wordt verwezen A2023.72 is destijds (16 november 2023 ) ingetrokken. Wettelijke grondslag van de wachttijd De vier-weken-zoektermijn voor personen jonger dan 27 jaar staat dwingend in artikel 41 lid 4 Participatiewet. Gemeenten moeten deze termijn toepassen, behalve in de limitatief omschreven uitzonderingen die de wet zelf bevat (medische urenbeperking, doelgroep loonkostensubsidie, praktijk- of vso-verlaters). Wie kan de wachttijd afschaffen? Alleen de formele wetgever (regering en Staten-Generaal) kan artikel 41 lid 4 schrappen of wijzigen. De bevoegdheid/verantwoordelijkheid ligt dus primair op rijksniveau. Het college krijgt met de Participatiewet in balans (ligt nu in Eerste Kamer, inwerkingtreding voorzien per 1-1-2026) de bevoegdheid om de 4-weken zoekperiode niet toe te passen als individuele omstandigheden daarom vragen. Dit is opgenomen in het nieuwe artikel 41, lid 11 Participatiewet (“In afwijking van het vierde lid, kan het college de aanvraag voor het verstrijken van de termijn van vier weken in behandeling nemen, indien naar het oordeel van het college de omstandigheden van de belanghebbende of het gezin daartoe aanleiding geven”). In een individueel geval kan dan de afweging worden gemaakt om de 4-wekenzoektermijn voor een kwetsbare jongere niet toe te passen.
Bijvoorbeeld als het toepassen van de zoekperiode in een individueel geval niet effectief is. Het college stelt deze jongeren dan meteen in de gelegenheid om een aanvraag in te dienen. De staatssecretaris (Nobel) heeft aangegeven dat het college het maatwerk bij de zoekperiode nu ook al mag toepassen. Dit mag vooruitlopend op de inwerkingtreding van het nieuwe artikel 41 lid 11 Participatiewet. Conclusie wachttijd voor de bijstandsuitkering voor jongeren Gemeenten hebben géén bevoegdheid om de wachttijd structureel af te schaffen. Zij kunnen wel, binnen de bestaande wettelijke ruimte, in individuele gevallen afzien van de zoektermijn: – nu al voor de in de wet genoemde groepen; – vooruitlopend op het toekomstige artikel 41 lid 11 Participatiewet in balans, dat een discretionaire ‘kan-bepaling’ wordt voor kwetsbare jongeren.
Raadscyclus:
Kadernota 2026-2029
Naam fractie:
CDA
Onderwerp:
Financiën Jeugdzorg
Tijdens de raadscommissie Kadernota op 26 juni is een verduidelijkingsvraag gesteld door het CDA over de post ‘toegang en eerstelijnsvoorzieningen’. In de jaarstukken zou het gaan om een bedrag van ongeveer 6,3 miljoen euro, maar in de beantwoording van eerdere technische vragen werd een bedrag van 4,3 miljoen genoemd. VRAGEN 1. Kan het verschil van 2 miljoen euro worden toegelicht? Antwoord Taakveld 6.2 Toegang en Eerstelijnsvoorzieningen bestaat uit verschillende onderdelen. Naast de CJG / Jeugdhulp Toegang gaat het bijvoorbeeld ook de Subsidieregeling onafhankelijke clientondersteuning, WMO Loket, Cliëntervaringsonderzoek, Programma sociaal domein, subsidie huur de Twyn en Vastgoed. Bij de beantwoording van de technische vragen is de eerder gedeelde tabel aangevuld met de definitieve cijfers over 2024. De genoemde € 4,3 miljoen heeft enkel betrekking op het CJG (exclusief doorbelasting salarislasten). De € 6,3 miljoen (pagina 192 van de jaarstukken 2024) heeft betrekking op het gehele taakveld.
Raadscyclus:
Kadernota 2026-2029
Naam fractie:
SP
Onderwerp:
Veense Radio
Tijdens de raadscommissie Kadernota op 26 juni is de vraag gesteld door de SP of het klopt dat er geen lokale radiouitzendingen zijn. VRAGEN 1. In hoeverre zijn er Veense uitzendingen op de lokale radio? Antwoord Naast de voormalige Stilok-programma’s (zes uur per week + twee uur herhaling), zendt de lokale omroep ook 19 uur aan andere radioprogramma’s uit (bijna alle programma’s worden twee keer herhaald, dus ongeveer 38 uur radio per week is een herhaling). Zes uur per week wordt een muziekprogramma gedraaid waar een breed publiek zich in kan herkennen. Twee uur per week draait het om lokaal nieuws, waar – afhankelijk van het nieuws – ook Veenendaal in naar voren komt. Eén uur per week is gereserveerd voor kunst en cultuur. Ook daar wordt – afhankelijk van actualiteiten en evenementen – aandacht besteed aan alle gemeenten in het verzorgingsgebied van de lokale omroep. In de resterende tien uur draaien programma’s die qua onderwerpen en/of gasten afwisselen tussen de diverse gemeenten. Verder gaat de lokale omroep binnenkort ook een podcastserie uitbrengen, die ook op radio te horen zal zijn. Ook hier zal Veenendaal, als grote gemeente in het verzorgingsgebied van de lokale omroep, een belangrijke rol in krijgen.