8.b2 Bijlage 1 technische vragen Consultatiememo
Tekst van het document
Bijlage 1 Principe
Opgenomen in consultatie
1 Het werken met zones van verstedelijking. We geven de voorkeur aan verdichting boven uitleglocaties. Hoe kleiner we de ‘footprint’ van de bebouwde omgeving kunnen maken, hoe meer ruimte er is voor die andere functies: recreatie, een natuurlijker watersysteem, ruimte voor agrariërs, mooi landschap, natuur, enzovoort.
Waarom niet?
In Veense situatie vergelijkbaar met principe bouwen bij (H)OV knooppunten. Dit principe is wel duidelijker over de redenen waarom dit in de verstedelijkingsstrategie als uitgangspunt is gehanteerd.
2 We verstedelijken in principe niet het Natuur Netwerk Nederland, weidevogelgebieden, uiterwaarden, huidige waterbergingsgebieden, bovenop de stuwwallen en in de droogdalen
Opgenomen
3 De laagste en natste delen houden we zoveel mogelijk vrij van nieuwe bebouwing. De hogere delen in het landschap bieden de beste ondergrond voor verstedelijking. Dit zijn bijvoorbeeld de flanken van stuwwallen.
Opgenomen
4 Onze inzet is dat we leefomgevingen maken, dus niet alleen monofunctionele locaties voor wonen en werken
Opgenomen
5 Groene buffers tussen de kernen houden we intact en versterken we Opgenomen waar nodig 6 We behouden en versterken de landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteit van engen (oude landbouwgebieden), waardevolle open gebieden, landgoederen, beschermde monumenten en de Grebbelinie, IJssellinie en Romeinse Limes.
Opgenomen
7 We houden wederzijds afstand tussen verstedelijkingslocaties en windmolens
Opgenomen
Hoe geven we invulling aan de criteria? Vergelijkbaar met ander principe.
8 Op locaties die op korte afstand van stikstofgevoelige habitats ontwikkeld worden, zetten we maximaal in op het minimaliseren van netto negatieve effecten op de natuur.
Bij nieuwe ontwikkelingen al wettelijk geregeld. Voor het vervolg in de omgevingsvisie zelf wel relevant als het gaat om de bestaande situatie. Maar op dit moment complex vanwege landelijke ontwikkelingen.
In omgevingsvisie, na duidelijkheid wet- en regelgeving rijk en provincie.
9 We houden bij het ruimtelijk ontwerp van verstedelijking rekening met beperkingen in bodemgebruik dicht bij de (toekomstige) drinkwaterwinning en vice versa.
Voor Veenendaal niet relevant. Rondom de bestaande winning is afstemming provincie en Vitens over gewenste aanpassingen
Niet van toepassing
10 We realiseren nieuwe uitloopgebieden op fietsafstand van de woningen: op 5 kilometer afstand of dichterbij.
Binnen de gemeentegrens van Veenendaal maar beperkt realiseerbaar.
11 Nieuwe recreatieve voorzieningen combineren we met doelen voor een klimaatadaptief watersysteem, (natuur inclusieve) landbouw, natuur en energietransitie
Binnen de gemeentegrens van Veenendaal maar beperkt realiseerbaar.
In omgevingsvisie kan dit benoemd worden als streven in samenwerking met omliggende gemeenten. Wordt regionaal opgepakt In omgevingsvisie kan dit benoemd worden als streven in samenwerking met omliggende gemeenten.
12 Het nieuwe groen kan vele vormen aannemen die lokaal specifiek zijn.
Indien van toepassing, voor latere uitwerking in gebiedsontwikkelingsproces.
Niet van toepassing
13 We spreken af om standaard een vast aantal m2 uitloopgebied per nieuwe woning toe te voegen in de vorm van nieuwe groen en/of landschap.
Binnen de gemeentegrens van Veenendaal maar beperkt realiseerbaar.
In omgevingsvisie kan dit benoemd worden als streven in samenwerking met omliggende gemeenten. Wordt regionaal opgepakt
14 We zetten bij de (her)ontwikkeling van werkgebieden in op de menging van functies zoals combinaties van wonen en werken.
Voor Veenendaal al in gang gezet met Ambacht en TN-terrein.
Wordt in omgevingsvisie opgenomen.
15 Agrarische sector: De verschillende opgaven en de daarbij horende ruimtebehoeften in het landelijk gebied pakken we integraal en gebiedsgericht aan. We ondersteunen daarbij een vitale, toekomstbestendige landbouwsector en bieden toekomstperspectief voor agrarische ondernemers, rekening houdend met de ruimtebehoefte van andere functies die soms prioriteit hebben.
Gezien het zeer beperkt aantal agrariërs in Veenendaal, niet relevant voor onze gemeente.
Niet van toepassing
Vooral relevant voor de blauwe omgevingsvisie van het Waterschap.
Niet van toepassing
16 Op de overgang van woonwijken naar het landelijk gebied werpen Opgenomen we geen extra barrières op voor fietsers en wandelaars, maar creëren we nieuwe verbindingen. We richten onze infrastructuur zo in dat de barrièrewerking voor flora en fauna geminimaliseerd wordt. De mobiliteitstransitie, waarbij meer gewandeld wordt en ook de fiets en het openbaar vervoer vaker gebruikt worden dan de auto, is uitgangspunt voor ons stedelijk ontwerp. Dat is uitgewerkt in de bouwsteen Mobiliteit. 17 Waterveiligheid staat in heel Nederland hoog op de agenda. In onze regio betekent dat dat we er rekening mee houden dat omvangrijke nieuwbouw in het rivierengebied en de vallei tot gevolg kan hebben dat dijken verder verstevigd moeten worden. We houden er ook rekening mee dat er vluchtwegen nodig zijn. 18 Daarnaast houden we rekening met een toename van zowel drogere Opgenomen en warmere zomers als zwaardere buien in die zomers. Waterberging die droogvalt, sloten die greppels worden en zwaardere funderingen zullen normaler worden. Dit vraagt om meer ruimte voor waterberging in bebouwd gebied, meer groen en blauw in de stad en een andere inrichting.
19 De doelen voor gezondheid, water en ecologie (inclusief stikstof) zijn in ontwerpen voor verstedelijking vaak goed te combineren. In de gebiedsuitwerkingen onderzoeken we een ruimtelijk concept voor het inrichten en verdichten van de stad, gericht op gezondheid, natuur en klimaat. Aan de hand van praktijkvoorbeelden zullen we een ‘catalogus’ met maatregelen maken die toegepast kunnen worden in de nieuwe leefomgevingen en die meerdere functies met elkaar koppelen. Voorbeelden van elementen uit het systeem zijn:
Zoals het principe ook al aangeeft is dit pas relevant bij de uitwerking van gebiedsontwikkeling.
Gezond en duurzaam zijn leidende principes in onze omgevingsvisie.
20
- parkeeroplossingen anders dan op maaiveldniveau
Afhankelijk van type gebiedsontwikkeling
Pas bij gebiedsontwikkeling
21
- groen- en sportvoorziening op loopafstand.
Gezien karakter Veenendaal, primair relevant bij grote gebiedsontwikkelingen.
Pas bij gebiedsontwikkeling
22
- maatregelen die luchtkwaliteit bevorderen en geluidsoverlast tegengaan
Voor het ophalen van de grote lijnen voor het concept koersdocument minder bepalend. Kan in later stadium wel.
Gezond en duurzaam zijn leidende principes in onze omgevingsvisie.
23
- inzet van daklandschappen voor groen (tegen hittestress) en zonne-energie.
Bij gebiedsontwikkeling meenemen.
Gezond en duurzaam zijn leidende principes in onze omgevingsvisie.
24
- inzet op circulaire bouwen: industriële bouwsystemen en hergebruik van materialen (zie ook de bouwsteen Wonen) en bijvoorbeeld een grijswatersysteem.
Bij gebiedsontwikkeling meenemen.
Gezond en duurzaam zijn leidende principes in onze omgevingsvisie.
25 Locaties komen alleen in aanmerking voor een bestemmingswijziging als in de uitwerking ook de mobiliteitsoplossing wordt opgenomen, dan wel wanneer er afspraken over de daarmee samenhangende mobiliteitsoplossing worden
Vertrekpunt bij gebiedsontwikkeling, niet voor koersdocument.
Pas bij gebiedsontwikkeling
26 Nieuwe woningen worden eerst binnen bestaand stedelijk gebied gebouwd, vervolgens aan de randen van steden en dorpen, nog steeds binnen bebouwd gebied. Daarna binnen of direct aan het bestaande bebouwde gebied binnen stedelijke agglomeraties/dorpen. 27 Nieuwe woningen worden zoveel mogelijk bij (H)OV-knooppunten geprogrammeerd, die bij voorkeur goed verbonden zijn met (snel)fietspaden). Daarbij wordt in de eerste plaats de bestaande capaciteit benut en knooppuntvorming wordt gestimuleerd. Daarna pas wordt gekeken naar mogelijkheden voor aanpassingen aan bestaande mobiliteitsvoorzieningen en als laatste naar de aanleg van nieuwe infrastructuur.
Vergelijkbaar met principe hieronder. Wordt opgenomen. Daarom niet opgenomen.
Opgenomen
28 (Inter)nationaal: Bouwen bij intercitystations (zoals EdeWageningen, Veenendaal-De Klomp, Arnhem Centraal en Nijmegen Centraal). Door de beperkte ruimte, wordt vanuit de bouwsteen mobiliteit geadviseerd in te zetten op verdichting en op het creëren van hoogstedelijke woonmilieus binnen bestaand stedelijk gebied.
Indirect opgenomen in kaartbeeld Veenendaal (bijlage 1 van consultatie)
Wordt opgenomen.
29 In potentie moeten over de mobiliteitsoplossing al afspraken gemaakt zijn voordat er gebouwd wordt, dan wel wordt er naar de mobiliteitsoplossing gezocht.
Vertrekpunt bij gebiedsontwikkeling, niet voor koersdocument.
Pas bij gebiedsontwikkeling
30 Regionaal niveau: Bouwen bij Hoogwaardig Openbaar Vervoer of regionale stations of op locaties waar HOV kan worden uitgebreid. Door de beperkte ruimte verdichten/stedelijk woonmilieu creëren binnen bestaand stedelijk gebied. Dan denken we aan locaties zoals: Zevenaar-Oost, Arnhem-Oost, Nijmegen Noord/Ovatonde, Veenendaal-Zuid, station Lent, Rhenen, Barneveld-Noord, Station Hoevelaken, Barneveld-Zuid, Hoevelaken. Dit zijn de zogenaamde regiokernen uit ons systeem.
Indirect opgenomen in kaartbeeld Veenendaal (bijlage 1 van consultatie)
Wordt opgenomen.
31 In potentie ligt de mobiliteitsoplossing er al voordat gebouwd wordt. Op dit moment zien we door de regio heen nog ontbrekende HOVverbindingen en (snel)fietsroutes. Het is nodig die te realiseren, om op deze locaties te kunnen bouwen. Het is nodig te onderzoeken welke verbindingen nodig en mogelijk zijn om op deze locaties te kunnen bouwen.
Vertrekpunt bij gebiedsontwikkeling, niet voor koersdocument.
32 Lokaal niveau: Bouw in dorpen voor de eigen behoefte. Verdichten ligt hier vanuit deze bouwsteen geredeneerd niet voor de hand. Ingezet moet worden op landelijk wonen in een stedelijk netwerk. We denken dan aan locaties binnen dorpen zoals Valburg, Scherpenzeel, Ellecom, of kleinere kernen.
Veenendaal kent geen kleine kernen, Niet van toepassing derhalve niet relevant.
33 Lokaal niveau: De mobiliteitsoplossing ligt er al en kan nog beter benut en versterkt worden.
Veenendaal kent geen kleine kernen, Niet van toepassing derhalve niet relevant.
34 In de gebiedsuitwerkingen gaan we na waar in de regio ruimte beschikbaar is en beschikbaar blijft om te experimenteren op het gebied van bijvoorbeeld circulariteit, energie en landbouw.
Pas relevant in of omgevingsvisie om richting te geven en pas echt bij uitgifte nieuwe bedrijventerreinen / herstructurering door gemeente.
35 We zetten in op de versterking van kennisclusters en werklocaties die goed met elkaar verbonden zijn
In de verstedelijkingsstrategie vooral bedoeld als de grote kennisclusters zoals de WUR en campus universiteit Nijmegen.
36 Daar waar mogelijk verdichten, intensiveren, en verduurzamen we bestaande werkgebieden en bedrijventerreinen die een excellente bereikbaarheid via OV (internationaal en regionaal) hebben
Opgenomen
Pas bij gebiedsontwikkeling
Afhankelijk of dit belangrijk thema is voor Veenendaal. Dan in omgevingsvisie of uitvoeringsprogramma ‘economie’. Afhankelijk of dit belangrijk thema is voor Veenendaal. Dan in omgevingsvisie of uitvoeringsprogramma ‘economie’.
37 We benutten de bestaande werklocaties optimaal voordat we overgaan tot de aanleg van nieuwe locaties. We zetten in op scherpere ratio’s m2 bvo versus arbeidsplaatsen bij nieuwe bedrijven. We zetten in op de aanpak van leegstand, herstructurering en verdichting van bedrijventerreinen.
Vergelijkbaar met principe hierboven. Voor omgevingsvisie of uitvoeringsprogramma ‘economie’.
38 Het verstedelijkingsconcept gaat uit van een aantal economische brandpunten. Op die plekken creëren we een sterke stedelijke dichtheid met wonen en werken zodat ze zicht doorontwikkelen als sterke economische brandpunten.
Voor het ophalen van de grote lijnen voor het concept koersdocument minder bepalend. Kan in later stadium wel. Wel met de opmerking dat de ‘grote’ economische brandpunten in de Verstedelijkingsstrategie buiten Veenendaal liggen.
Afhankelijk of dit belangrijk thema is voor Veenendaal. Dan in omgevingsvisie of uitvoeringsprogramma ‘economie’.
39 We kijken scherp naar de toegevoegde waarde van nieuwe bedrijvigheid voor het regionaal ecosysteem. Niet alle ruimtevragen worden geaccommodeerd: de prioriteit ligt bij kennisontwikkeling en het vervolledigen van de aanwezige kennislocaties. De RPW’s zijn leiden en worden op dit punt nog aangescherpt.
Pas relevant in of omgevingsvisie om richting te geven en pas echt bij uitgifte nieuwe bedrijventerreinen / herstructurering door gemeente.
Afhankelijk of dit belangrijk thema is voor Veenendaal. Dan in omgevingsvisie of uitvoeringsprogramma ‘economie’.
40 Inzet op variatie en toegevoegde waarde. Er is een divers en samenhangend aanbod aan typen werklocaties nodig. Bedrijven stellen immers verschillende eisen aan een locatie wat betreft bereikbaarheid, uitstraling, fysieke ruimte en milieugebruiksruimte.
Voor het ophalen van de grote lijnen voor het concept koersdocument minder bepalend. Kan in later stadium wel.
Voor omgevingsvisie of uitvoeringsprogramma ‘economie’.
41 Het doorontwikkelingen van bestaande werklocaties en het toekomstig aanleggen van nieuwe werklocaties staat voorop.
Opgenomen
42 Wonen basis uitgangspunt Circulaire leefomgeving; Duurzaam gebruik maken van ruimte en circulair gebruik van vrijkomende of hoogwaardige biobased materialen: bij bijvoorbeeld herstructurering kunnen we in bestaande wijken woningen met een laag energielabel duurzaam maken. In de praktijk blijkt dat je zo meer woningen kunt realiseren die beter voldoen aan de behoefte, zonder dat dit ten koste gaat van de beschikbare openbare groene) ruimte. Bij elke ontwikkeling, zowel herstructurering als nieuwbouw, maken we de (energie)infrastructuur van de toekomst mogelijk. In wijken met (potentie voor) een warmtenet, zorgen toevoegingen ervoor dat een aansluiting hierop beter of sneller gerealiseerd kan worden.
Voor relevant bij gebiedsontwikkelingen / herstructureringen zelf.
Pas bij gebiedsontwikkeling
43 Groen: werken aan nieuwe en andere woningen biedt ook kansen om de (groene en blauwe) openbare ruime beter in te richten. Zo kunnen bijvoorbeeld oude landschappelijke structuren hersteld worden die niet alleen bijdragen aan het versterken van de groene identiteit van de regio, maar ook extra kansen bieden voor klimaatadaptatie, biodiversiteit of natuur inclusief bouwen. Daarnaast kan dit bijdragen aan het voorkomen en verkleinen van gezondheidsproblemen. Aansluiten bij de grotere groene netwerken is belangrijk (zie ontwerpprincipe ‘Groen blauwe raamwerk’).
Voor het ophalen van de grote lijnen voor het concept koersdocument minder bepalend. Kan in later stadium wel.
Voor omgevingsvisie of uitvoeringsprogramma ‘groen’.
44 Vitale kernen: door woningbouw te concentreren en te mengen met ander stedelijk programma wordt nabijheid vergroot. Door woningen te bouwen op fiets- en loopafstand tot werkgebieden, voorzieningen en scholing wordt onnodige mobiliteit beperkt. Dit biedt ook op sociaaleconomische thema’s voordelen, bijvoorbeeld door de vergroting van draagvlak voor de voorzieningen die daar nabij zijn of goed bereikbaar zijn. Dat maakt kernen vitaler. Ook kunnen nieuwe betaalbare woningen in de nabijheid van werklocaties (inclusief centra en campussen) de economische waarde van dergelijke plekken verbeteren omdat werknemers in de buurt kunnen wonen.
Gericht op kleine kernen, niet relevant voor Veenendaal.
Niet van toepassing
45 Divers en aanvullend programma: niet nog meer van hetzelfde maken, maar juist de kwaliteiten of segmenten toevoegen die nog missen (zie ontwerpprincipe ‘Variatie en aanvullend vermogen’). Verdichten, transformeren of herstructureren biedt - naast zorgvuldig omgaan met ruimte en grondstoffen - extra kansen om in wijken met een (te) eenzijdige bevolkingsopbouw gaandeweg te komen tot een gedifferentieerde woningmix waardoor meerdere doelgroepen niet alleen toegang tot de wijk hebben, maar er ook graag komen.
Voor het ophalen van de grote lijnen voor het concept koersdocument minder bepalend. Kan in later stadium wel.
Voor omgevingsvisie of uitvoeringsprogramma ‘wonen’.