8.b1 Technische vragen en antwoorden RES 1.0 Foodvalley- aanvullend
Tekst van het document
TECHNISCHE VRAGEN – AANVULLEND De griffie heeft nog diverse aanvullende technische vragen ontvangen ten aanzien van het raadsvoorstel RES 1.0. Om het proces voor organisatie en raad op dit punt te stroomlijnen is besloten om extra ronde voor het stellen van technische vragen in te voegen. Heeft uw fractie nog aanvullende technische vragen, dan kunnen deze tot uiterlijk dinsdag 25 mei aangeleverd worden via griffie@veenendaal.nl. De beantwoording volgt een week later op dinsdag 1 juni. Raadscyclus d.d.
mei 2021
Naam fractie:
GroenLinks, PvdA, ProVeenendaal, VVD, Lokaal Veenendaal
Onderwerp:
Raadsvoorstel Regionale Energie Strategie (RES) 1.0 Foodvalley
GroenLinks Vraag die na de raadscommissie over de RES d.d. 17 mei is doorgezet en waarover in de commissie is afgestemd dat deze schriftelijk zou worden afgedaan. Vraag: In onderstaand document wordt m.i. gesteld dat door de gewijzigde tekst de RES voor het deel aangaande zon op land een beperkende werking heeft voor de beleidsruimte van de gemeenteraad. Mijn vraag is of dat ook jou inschatting is en wat daarvan de gevolgen in Veenendaal zijn. https://ede.raadsinformatie.nl/document/10100689/2 Antwoord: Onze gemeente heeft in de RES Foodvalley 1.0 aangegeven om 0,047 TWh op te willen wekken in 2030, door projecten zon op dak en door projecten zon op ‘restgronden’. We hebben geen ambities voor projecten zon op landbouwgrond. Het voornemen in de RES 1.0 om het aantal ha’s zon op landbouwgrond in onze regio te beperken tot een maximaal aantal ha’s heeft aldus geen gevolgen of risico’s voor het huidige beleid en de huidige ambities van Veenendaal. PWC heeft een advies opgesteld over de juridische status van de RES, waarin zij ook de argumenten uit de juridische notitie van Ede hebben gewogen. PWC geeft aan dat zij de RES in de huidige vorm zien als een politiek bestuurlijk strategiedocument. De RES bindt uitsluitend de bestuursorganen en er is sprake van enkel interne werking.
Daarnaast kennen de toezeggingen zoals opgenomen in de huidige vorm van de RES een inspanningsverplichting (op maatregelen zoals het uitvoeren van studies). De RES heeft geen formele juridische status: een derde kan volgens PWC aan de RES in beginsel geen juridische rechten/plichten ontlenen. De raad kan besluiten om af te wijken van de RES 1.0. Dit kan uitgewerkt worden in de vervolgafspraken (overeenkomst) rondom regionale samenwerking of in de RES 2.0. Het advies van PWC is op de website van RESFoodvalley verschenen en daarmee openbaar. U vindt het document hier als onderdeel van de bijeenkomst voor raden, staten en AB’s van 19 mei. Het document is ook bijgevoegd. Naast het juridisch advies van de gemeente Ede kunt u bij het agendapunt over de RES bij gemeente Ede, ook de volgende documenten vinden over dit onderwerp: 1. Een analyse tussen advies jurist Ede en advies PWC; 2. De memo van het college van Ede waarin het juridisch advies wordt gewogen.
PvdA 1. In de RES is steeds sprake van Twh. Het is niet duidelijk of er vanaf 2030 dit ieder jaar minimaal opgewekt moet worden of dat er feitelijk bedoeld is dat we zoveel vermogen (Tw) geïnstalleerd willen hebben. Immers het garanderen van 35 Twh per jaar betekent dat we afhankelijk zijn van wind- en zonuren en dat het geïnstalleerd vermogen dus ruim boven (35/365*24) 4 Gw moet zijn. 2. Er is sprake van 1,5% energiebesparing als doelstelling. Hoe wordt dit gemeten/berekend? En sluiten we daarin zogenaamde economische groei uit en weersverwachtingen etc ook? Maw wordt het gemiddelde gebruik aan Gas en Elektriciteit per inwoner/aansluiting en bedrijf/aansluiting gemeten en vergeleken met de nul-situatie? Antwoorden: Ad 1. In de RES hebben we de 35 TWh berekend op basis van de voornemens van de gemeenten en het opgestelde vermogen. Hoe de monitoring hieromtrent gaat plaatsvinden is nog niet uitgewerkt. Hieronder vindt u de vermogens waarmee is gerekend.
Ad 2. Dit is nog niet uitgewerkt. Hier moeten we in de regio nadere afspraken over maken. Dit is onderdeel van het vervolgproces nadat de besluitvorming is afgerond.
ProVeenendaal Vragen die naar aanleiding van de regiobijeenkomst d.d. 19 mei zijn gesteld. Vragen: 1. Waar is bepaald dat het stakeholdersoverleg het finale besluit kan nemen over de inhoud van de RES? 2. Waar zijn de taken en rollen vastgelegd ((mandaten) incl. De bevindingen PWC notitie))? 3. Waar is bepaald hoe omgegaan wordt met moties en amendementen (zoals voorgesteld tijdens de raadsbijeenkomst 19 mei)? 4. Is het niet zo dat het ultieme mandaat bij raadsleden ligt en dat een besluit van 1 lid (gemeente) al zou moeten leiden tot aanpassing? Antwoorden: Ad 1. U heeft in september 2019 ingestemd met de kaders van het RES-proces. U leest hieronder bij punt c van uw besluit dat de raad akkoord is dat de inhoud van de RES tot stand komt in een intensief stakeholderproces dat is gericht op win-win en consensus tussen alle belanghebbenden. De kaders voor het proces naar een Regionale Energiestrategie Foodvalley vast te stellen die volgen uit het Startdocument Regionale Energiestrategie Foodvalley:
a. in twee stappen nemen gemeenten, provincies en waterschappen naar verwachting in 2021 een definitief besluit over de Regionale Energiestrategie (RES) en de bijdrage van de regio aan de nationale energieopgave; b. wat reeds is opgehaald uit lokale participatieprocessen en/of reeds is vastgelegd in ruimtelijk beleid van de gemeente of afspraken van gemeenten met derden, vormt input voor en is het uitgangspunt van de RES; c. de inhoud van de RES komt tot stand in een intensief stakeholder proces dat is gericht op win-win en consensus tussen alle belanghebbenden; d. het college gaat in de publieke stuurgroep RES akkoord met de concept RES eerst en nadat de raad - op zijn vroegst in april 2020 - het besluit heeft genomen om op basis van dit document het vervolgproces en de onderhandelingen met rijk, provincies en andere partijen in te gaan; e. het college gaat in de publieke stuurgroep RES akkoord met de definitieve RES eerst en nadat de raad ingestemd heeft met de definitieve RES. In de regio is er in lijn met het uitgangspunt dat stakeholders samen de inhoud van de RES bepalen, ook uitgedacht hoe de stakeholders om kunnen gaan met moties en amendementen van de diverse bestuursorganen. Moties en amendementen worden ingebracht door de betreffende stakeholder en krijgen een uitwerking in het vervolgproces.
Ten aanzien van amendementen waarin aangestuurd wordt op een wijziging in de RES 1.0, is het volgende proces voorgesteld:
• • •
Stakeholders zijn het eens en vinden dat amendement moet leiden tot materiële wijziging: RES 1.0 terug naar raden, staten en AB’s; Stakeholders vinden dat amendement niet moet leiden tot een materiële wijziging, maar zijn akkoord met uitzonderingspositie van de stakeholder; Stakeholders vinden dat amendement niet moet leiden tot een materiële wijziging, maar zijn ook niet akkoord met een uitzonderingspositie. Dit is een speciale situatie waarin er gezocht moet worden naar een oplossing waar alle stakeholders mee kunnen instemmen.
In het laatste stakeholderoverleg is de besluitvorming ook nog eens toegelicht met een stroomschema. Het stroomschema staat in de presentatie SHO besluitvorming bij het stakeholderoverleg van 27 mei. Uiteindelijk besluit de raad of de uitwerking van het amendement in het regionale proces leidt tot een andere verhouding of inzet aan het regionale proces van onze gemeente. U heeft inmiddels een besluit genomen waarin u het college verzoekt om in de stuurgroep een aanpassing aan het proces voor te stellen waarbij de RES 1.0 in twee rondes wordt vastgesteld. Ad 2. Uw vraag is niet helemaal helder met betrekking tot het PWC-advies. In het Startdocument RES kunt u lezen over de rollen en de taken in het proces. Marco Verloop heeft het mandaat om binnen de door u aangegeven kaders deel te nemen aan het RES-proces. Ad 3. De basis daarvoor is gelegd in de Stuurgroep RES. Ad 4. Een motie en amendement heeft alleen uitwerking op de acties en de bevoegdheden van het eigen bestuursorgaan. Uw motie of amendement heeft invloed op het regionale proces via inbreng van uw college. In het stakeholderoverleg wordt bepaald of een wijziging of uitzonderingspositie op steun kan rekenen van alle stakeholders. Er wordt altijd gezocht naar consensus en oplossingen die tegemoet komen aan de belangen van elke stakeholder.
VVD In de RIB2021-39 d.d. 10 maart 2021 staat vermeld dat Veenendaal in staat is om meer duurzame energie op te wekken door zon op dak dan eerder in het bod van het concept RES 1.0 stond opgenomen. In de RES 1.0 wordt voor Veenendaal nu uitgegaan van 0,047 TWh, terwijl eerder werd uitgegaan van 0,019 TWh. Tijdens de beeldvormende avond werd aangegeven dat de beperkende factor voor (nog) meer opwek door zon op daken onder andere de netwerkcapaciteit was. 1. Begrijpen wij het goed dat het aandeel van Veenendaal in het totaal bod van 0,75 TWh van de regio Foodvalley in de RES 1.0 is verhoogd met 0,028 TWh? 2. Indien de netwerkcapaciteit de beperkende factor is om nog meer vanuit Veenendaal aan zonne-energie op te wekken, zijn er dan andere mogelijkheden om ons aandeel te verhogen, bijvoorbeeld door opslag? 3. Hoeveel meer TWh zonne-energie is een haalbare optie in Veenendaal indien de mogelijkheden tot opslag maximaal kunnen worden gebruikt c.q. uitgebreid?
Antwoorden: Ad 1. Met de informatiebrieven hebben wij u inzicht willen geven in de tussenstappen die gemaakt zijn om tot een RES 1.0 te komen. In de concept-RES was nog niet concreet gemaakt wat het aandeel was per gemeente. De 0,019 TWh was een eerste uitkomst van deze exercitie, gerekend vanuit de 0,75 TWh-ambitie. Bestaand en pijplijn was hierbij nog niet exact bekend per gemeente. In de volgende stap is er een berekening gemaakt per gemeente wat een bijdrage zou kunnen zijn op basis van het aanwezig dakoppervlak en bestaand en pijplijn in de gemeente. Dat heeft geleid tot een aandeel van 0,047 TWh. Ad 2. Ten aanzien van de netwerkcapaciteit worden oplossingen aangedragen door de netwerkbeheerder in de vorm van een inpassingsladder. Opslag kan hierin ook een rol spelen. Het is mogelijk ook niet de grootste belemmering ten aanzien van zon op dak. Het feit dat een grote groep mee moet willen werken aan zon op dak (ondernemers en vastgoedeigenaren) die zon op dak niet als eerste prioriteit zien is ook een grote uitdaging. Vervolgens komen zij dan belemmeringen tegen ten aanzien van dakconstructie en brandveiligheid (verzekeringen) of opstalkwesties die het financieel minder aantrekkelijk maken om projecten zon op dak door te zetten.
Ten aanzien hiervan wil de RES ondernemers ondersteunen (energie expertise centrum) en het ook financieel aantrekkelijker kunnen maken (kwaliteitsbudget – oproep aan het rijk) als bedrijven hierdoor geen zon op dak kunnen of willen realiseren. Ad 3. In Veenendaal is er niet gekeken naar een eventuele beperking van de netwerkcapaciteit. Er is gekeken wat realistisch mogelijk lijkt op basis van onder andere de ervaringen van ons bedrijfsleven.
Lokaal Veenendaal 1. Heeft het college kennis genomen van het Juridisch advies welke de juridische afdeling van de gemeente Ede op verzoek van het college in Ede heeft opgesteld? 2. Het advies is, om niet in te stemmen. Als reden. ‘En ook voor de toekomst zou geborgd moeten zijn dat de gemeenteraad vrij blijft in het nemen van publiekrechtelijke besluiten over de bestemming van gronden.’ Hieruit blijkt dat de gemeentes die de RES 1,0 vaststellen voor de toekomst niet meer vrij zijn om besluiten te nemen over de bestemming van gronden. Hoe interpreteert het College van Veenendaal dit advies? 3. Op basis van dit advies het college in Ede de volgende toevoeging in het Raadsvoorstel gedaan: ‘de gemeenteraad benadrukt daarbij dat het gemeentebestuur bevoegd is om ambities vast te stellen of te wijzigen en om dit vervolgens te verankeren in instrumenten op grond van de Wet ruimtelijke ordening of de Omgevingswet’ Waarom is deze tekst niet opgenomen in het raadsvoorstel aan de gemeenteraad van Veenendaal? 4. 17 mei 2021 heeft PwC een juridisch advies over de RES 1.0 uitgebracht, graag ontvangen wij dit advies van PwC. 5. Op welke wijze is bepaald wie de onafhankelijke voorzitter van de RES Foodvalley zou worden? 6. Is de voorzitter een bezoldigde functie, en op welke wijze is deze gefinancierd? Antwoorden: Ad 1. Ja. Ad 2. De raad heeft en blijft deze bevoegdheid houden.
Dat verandert niet door de RES. De juridische afdeling geeft een risico aan ten aanzien van het vertrouwensbeginsel (algemene beginselen van behoorlijk bestuur) in het geval de raad van Ede voor 2030 meer zon op land wil realiseren om invulling te geven aan het aantal ha’s waar zij in 2050 naar willen streven, zoals in eerder beleid is vastgesteld. Voor 2030 wordt in de RES echter gesproken over een begrenzing onder andere vanwege de inbreng van LTO en inwoners. Wij gaan ervan uit dat we in de regio in gesprek blijven met alle stakeholders en dat er in de RES 2.0 op basis van nieuwe inzichten en ontwikkelingen aanleiding kunnen geven tot wijzigingen in de RES. Ad 3. Het gaat om een bevoegdheid die de raad heeft. Wij hebben in ons raadsvoorstel de status van de RES beschreven in relatie tot de bevoegdheid van de raad. Ad 4. Het advies van PWC is op de website van RESFoodvalley verschenen en daarmee openbaar. U vindt het document hier als onderdeel van de bijeenkomst voor raden, staten en AB’s van 19 mei. Wij hebben het document ook als bijlage meegestuurd.
Ad 5. Een commissie van de stuurgroep heeft zich bezig gehouden met de zoektocht naar geschikte kandidaten. Vervolgens is deze eerst voorgedragen aan de stuurgroep en daarna aan het stakeholderoverleg. Beide overleggen hebben geen bezwaren geuit tegen aanstelling van de huidige voorzitter. Ad 6. De huidige voorzitter heeft een opdracht van Regio Foodvalley. Hij wordt betaald vanuit de middelen die beschikbaar zijn gesteld voor het RES-proces door het Rijk, de gemeenten (gemeentelijke bijdrage Regio Foodvalley) en de provincies.