8.a Technische vragen en antwoorden Aangaan private samenwerking warmtevoorziening Groenpoort-aanvullend
Tekst van het document
TECHNISCHE VRAGEN (aanvullend n.a.v. commissie) Raadscyclus d.d.
9 februari 2021
Naam fractie:
VVD, ChristenUnie, CDA
Onderwerp:
8. Raadsvoorstel Aangaan private samenwerking warmtevoorziening Groenpoort
VVD (gesteld in raadscommissie) Vraag 1: Het college geeft in het Raadsvoorstel (RV) aan dat een borgstelling later aan de orde komt, maar geeft in het RV ook aan dat daarmee goedkoper geleend kan worden (zie RV 1.3 besluitvorming over de borgstelling blz. 6, Blz. 8 onder kopje Financiële Risico’s tweede alinea). Blijkt daar niet uit het college bereid is tot maximaal 100% borg te willen staan bij het aantrekken van vreemd vermogen door de PPS, terwijl zij slechts streeft naar maximaal 50% zeggenschap? Antwoord: De betaalbaarheid van de tarieven is een belangrijk aspect bij de levering van warmte in Groenpoort. In dat verband is de aangehaalde opmerking gemaakt. Het is bekend dat de banken een lagere rente vragen voor geldleningen, die met een gemeentelijke borgstelling worden gefinancierd. Die lagere rente heeft een gunstig effect op de verbruikstarieven voor de consument. In het raadsvoorstel heeft het college niet beoogd een uitspraak over de omvang van een eventuele borgstelling door de gemeente te doen. Of het verlenen van een borgstelling noodzakelijk is, hangt ook af van de financieringsplannen die tijdens de aanbesteding door de inschrijvers worden ingediend. Mogelijk zijn er ook plannen bij, die op volledig private financiering zonder borgstelling zijn gebaseerd.
Graag vernemen wij over zowel de hoogte van de tarieven als over de noodzaak van een eventuele borgstelling door de gemeente de visie van de marktpartijen. De financiering van het project en de hoogte van de (verbruiks)tarieven zijn onder andere aspecten van de gunningscriteria om tot de keuze van een private partner te komen. Vraag 2: Uit eerdere presentaties heb ik ook begrepen dat de gemeente bij voorkeur een borgtocht geeft in plaats van een groot bedrag aan eigen vermogen in een PPS aan kapitaal te storten. Heeft het college al een idee over de hoogte van kapitaal dat zij maximaal contant in wil brengen? Antwoord: Daar heeft het college nog geen uitspraak over gedaan. Dat hangt samen met de uiteindelijke financiering van het project. De hoogte van het in te brengen aandelenkapitaal willen wij mede bepalen op basis van de door inschrijvers in te dienen plannen. Door beide aandeelhouders dient overeenstemming te worden bereikt over het in te brengen aandelenkapitaal. Bij de oprichting van DEVO is een totaal aandelenkapitaal van € 100.000 ingebracht. Wij kunnen ons voorstellen dat bij de oprichting van het nieuwe warmtebedrijf voor Groenpoort een hoger bedrag aan aandelenkapitaal wordt ingebracht in verband met de solvabiliteit van de onderneming.
Vraag 3: Is het niet verstandig het nu al aan de voorkant bij de aanbesteding duidelijk te maken hoe de gemeente in de race zit bij afgifte van een borgtocht? Antwoord: Hierbij spelen verschillende overwegingen een rol, namelijk het financiële risico dat de gemeente bij een eventuele borgstelling wil lopen, de betaalbaarheid van de tarieven en de haalbaarheid van de financiering van het project. Indien geen borgstelling wordt verstrekt loopt de gemeente minder risico. Het verlenen van een borgstelling heeft een gunstig effect op de rente van de financiering en daarmee op de hoogte van de tarieven. Voorts is het van belang dat de financiering van het project rond komt en dat is sterk afhankelijk van de bereidheid van de banken onder welke condities zij het nieuwe warmtebedrijf willen financieren. De opstelling van de banken zal mede worden bepaald door de solvabiliteit van het nieuwe warmtebedrijf en het businessmodel. Bovendien wil het college graag weten hoe de marktpartijen denken over de haalbaarheid van de financiering en hoe zij zich de financiering van het project voorstellen. Wij willen voorkomen dat gekwalificeerde potentieel gegadigden voortijdig afhaken.
ChristenUnie (gesteld in commissie) Vraag 4: Als de gemeente voor 50% aandeelhouder wordt in PPS, welk bedrag is daar voor de gemeente mee gemoeid? Antwoord: Over de hoogte van de gemeentelijke inbreng in het aandelenkapitaal heeft het college nog geen uitspraak gedaan. Dat hangt onder andere samen met de uiteindelijke financiering van het project. Zie het antwoord op vraag 2. Vraag 5: In het antwoord op de technische vragen (nr. 5) staat, dat dit de gemeente niets kost maar deelnemen kost vast geld. Antwoord: De financiële deelneming van de gemeente bestaat uit de inbreng van aandelenkapitaal in de op te richten vennootschap. Het aandelenkapitaal wordt liquide in de vennootschap ingebracht. Op de balans van de gemeente komt de deelneming van de gemeente te staan. De inbreng van de aandelenkapitaal in de vennootschap is een zogenaamde balansmutatie en heeft geen budgettair effect op de lopende exploitatiebegroting. Een eventuele vermindering van de financiële deelneming op de balans is aan de orde, zodra de waardeontwikkeling van de aandelen van het nieuwe warmtebedrijf daartoe aanleiding geeft. Dat dient jaarlijks te worden beoordeeld. CDA (gesteld in commissie) Vraag 6: In raadsvoorstel staat een passage opgenomen over transparantie t.a.v. tarieven voor inwoners. Maar komt er ook transparantie voor inwoners over de investeringen.
Antwoord: Het college wil zich inzetten voor de transparantie van de tarieven voor de bewoners in de wijk. Dat aspect wordt betrokken in de aanbestedingsprocedure. Daarmee worden niet alleen de verbruikerstarieven bedoeld, maar ook de tarieven voor de aansluitkosten. Over een eventuele transparantie van de investeringen willen wij door alle aandeelhouders van het warmtebedrijf een uitspraak laten doen. Borgstelling (in commissie) Vraag 7: Schriftelijk een toelichting op de aspecten rondom een borgstelling. Een onderbouwing van de keuze voor een borgstelling, geld storten of als de gemeente geen borgstelling wenst. Antwoord: Het college vraagt in het raadsvoorstel geen besluit van de raad over een eventuele borgstelling. Dat komt in een latere fase aan de orde. De omvang van het aandelenkapitaal komt ook in een latere fase aan de orde. In het algemeen merken wij over dit vraagstuk het volgende op. Voor de aanleg van het warmtenet in Groenpoort zijn financieringsmiddelen noodzakelijk. Grosso modo bestaat die financiering uit de inbreng van aandelenkapitaal door de aandeelhouders en uit het aantrekken van vreemd vermogen (geldleningen). Tijdens de aanbestedingsprocedure wordt de inschrijvers gevraagd hun visie op de financiering van het project te geven.
Met andere woorden: de inschrijvers dienen duidelijk te maken op welke wijze zij de financiering van het project met eigen vermogen en met vreemd vermogen willen organiseren. Uit hun voorstellen dient ook duidelijk te worden of zij voor de financiering van het project een gehele of gedeeltelijke borgstelling door de gemeente noodzakelijk vinden. In bijlage 4 van het raadsvoorstel is een overzicht van de eisen en criteria tijdens de aanbestedingsprocedure opgenomen. Deze bestaan in de selectiefase uit de concept-geschiktheidseisen en concept-selectiecriteria. In de selectiefase wordt het aantal aanmeldingen tot een beperkt aantal partijen teruggebracht, die mogen inschrijven. Tijdens de gunningsfase wordt de opdracht aan één partij gegund. Daartoe worden de concept-gunningscriteria toegepast. Het financieel criterium is één van de concept-gunningscriteria. De visie van de inschrijvers op de financiering behoort tot het financiële criterium. De relatieve gewichten van de gunningscriteria worden in de inschrijvingsleidraad omschreven. Enerzijds zouden aan een financiering zonder borgstelling extra punten kunnen worden toegekend, omdat het financiële risico van de gemeente dan afneemt. Anderzijds heeft een financiering zonder borgstelling als consequentie dat de verbruikerstarieven omhoog gaan (als gevolg van een hogere rente).
Dat levert dan minder punten op bij de betaalbaarheid van de tarieven. Bovendien dienen de aandeelhouders naar verwachting minimaal 30% aandelenkapitaal in te brengen, indien geen borgstelling wordt verstrekt. Dat betekent dat de aandeelhouders in dat geval gezamenlijk een bedrag in de orde van grootte van minimaal € 4 miljoen dienen in te brengen. VVD (aanvullend) Vraag 8: Welke zekerheden vraagt de gemeente voor afgifte van een borgstelling voor financiering van het warmtenet en welke vergoeding krijgt zij daarvoor eenmalig en gedurende de looptijd van de financiering.
Antwoord: In geval van een gemeentelijke borgstelling wordt van de private partner een contraborgstelling gevraagd naar rato van zijn deelneming. De contraborgstelling zou kunnen bestaan uit het aanhouden van een garantievermogen door de private partner of door de moedermaatschappij. Op de materiële registergoederen kan een recht van hypotheek worden gevestigd en op de niet-materiële goederen kan een pandrecht worden gevestigd. Volgens het huidige beleid is bij het verstrekken van een gemeentelijke borgstelling door de geldnemer een afsluitprovisie door de aanvrager verschuldigd ter dekking van de gemaakte apparaatskosten. Deze provisie is eenmalig en bedraagt een basistarief van € 500 vermeerderd met een percentage van 0,75% over de hoofdsom van de lening. Vraag 9: Hoe groot is bij benadering de (voor)financiering voor aanleg van het netwerk en bijkomende investeringen. Antwoord: Dat is thans niet aan te geven. Van de totale investeringskosten van het totale project is uiteraard een schatting gemaakt. Naar verwachting vindt een gefaseerde aanleg van het warmtenet plaats. Op welke wijze de eerste fase wordt aangelegd en welke omvang die heeft, dient nog nader te worden uitgewerkt. De benodigde (voor)financiering is mede afhankelijk van de omvang van het aandelenkapitaal dat door de aandeelhouders wordt ingebracht.
Aanvullende reactie van het college: Deens model Door diverse fracties is aan het Deens model gerefereerd. In bijlage 3 van het raadsvoorstel zijn de hoofdkenmerken van het Deens model beschreven. Wij achten het niet realistisch het Deens model in de volle omvang in de wijk Groenpoort in te voeren, omdat rekening dient te worden gehouden met de specifieke kenmerken van de warmtesector in Nederland. Dat blijkt ook uit de toelichting op het concept van de Warmtewet 2.0. Alhoewel het Deens model niet één-op-één naar de Veenendaalse situatie is te vertalen, heeft het college in de inleiding in het raadsvoorstel aangegeven om zich in te zetten meerdere aspecten van dat model in Groenpoort in te voeren. Op grond van een analyse van de hoofdkenmerken van het Deens model komen naar de mening van het college de volgende elementen in aanmerking: een sterke betrokkenheid van de inwoners in de wijk, transparantie van de tarieven en betaalbaarheid van de tarieven. Bewonersparticipatie Door diverse fracties is het belang van bewonersparticipatie bepleit. Het college onderschrijft dit, zoals in het raadsvoorstel te lezen is. In het aanbestedingsdocument wordt aangegeven dat de gemeente hecht aan het tot stand komen van financiële participatie door bewoners in het op te richten warmtebedrijf. De inschrijvers worden uitgenodigd daarop hun visie te geven.
Uit deze visie dient te blijken hoe de inschrijvers over de financiële participatie van de bewoners in het warmtebedrijf denken en op welke wijze zij dat vorm willen geven. Wij willen nog niet te veel vooraf vastleggen en op dit punt ook graag gebruik maken van de creativiteit en de ideeën in de markt. De visie van de inschrijvers op de bewonersparticipatie maakt deel uit van het concept-gunningscriterium Plan van Aanpak – kwaliteit (zie bijlage 4 van het raadsvoorstel). Het relatieve gewicht van dit criterium ten opzichte van de andere gunningscriteria wordt in de inschrijvingsleidraad omschreven. Bovendien is het van belang dat het project voor de inschrijvers commercieel voldoende interessant blijft. Indien dat niet of onvoldoende het geval is, bestaat het risico dat gekwalificeerde potentiële gegadigden het laten afweten. Ook willen wij voorkomen dat de uitvoering van het project verdere vertraging oploopt. Dit brengt de nodige (financiële)risico ’s voor de grondexploitatie met zich mee. De planning van de voorbereidende activiteiten van de ontwikkeling van de wijk Groenpoort laat een verdere vertraging niet toe. Om die reden bepleit het college een aanpak waarin de vormgeving van de bewonersparticipatie na de oprichting van het warmtebedrijf door beide aandeelhouders gezamenlijk wordt uitgewerkt.