7. Vragen SGP en reactie op vragen bijeenkomst 15 febr 2024
Tekst van het document
VERSLAG – reactie ODRU op vragen SGP aan
Gemeente Veenendaal
t.a.v.
Gerwin Veltman
kopie aan
---
opsteller
Robert van der Sluiszen
kenmerk
Z-2024-103076 D2024-00018977
aantal pag.
9
Bijeenkomst
Raadsbijeenkomst - geluidsnormen evenementen
Datum bijeenkomst
15 februari 2024
Vraag 1: Op 9 januari gaf u aan dat de situatie in Veenendaal m.b.t. de Markt een bijzondere is vanwege de dichte bebouwing. Ook voor de ODRU, kijkend naar de situatie in de 15 aangesloten gemeenten. Graag ontvangen we 15 februari een vergelijkend overzicht van het geluidsnormenbeleid in de ODRUgemeenten, afgezet tegen het voorgenomen beleid waarover de ODRU heeft geadviseerd in Veenendaal. Reactie: In het evenementenbeleid van drie andere ODRU-gemeenten, is aangegeven dat voor het centrumgebied een geluidsnorm van 87 dB(A) en 102 dB(C) op 30 meter van het podium wordt gehanteerd. Aldus 1 decibel lager dan in Veenendaal. In het evenementenbeleid van veel andere ODRU-gemeenten is weer aangegeven dat advies wordt ingewonnen bij de ODRU, alvorens een vergunning voor een muziekevenement wordt verstrekt. Wij leveren dan een maatwerkadvies op basis van de aanvraag. En dat geldt in de praktijk ook voor enkele gemeenten zonder evenementenbeleid. Zie voor vergelijkend overzicht: Bijlage A van dit verslag.
Vraag 2: Een vraag die nog open staat is wat het geluidsvolume in dBC is bij de bron, dus op en direct bij het podium? Reactie: Dit is een vraag die niet thuishoort bij de ODRU, omdat de ODRU niet adviseert over geluid op het podium of midden tussen het publiek. De Veiligheidsregio Utrecht, afdeling gezondheidskundige dienst, adviseert hier wél over en – zo heb ik begrepen – voert soms metingen uit. Hier kan wel over worden gezegd dat als het geluidsniveau – zoals aangegeven in het huidige beleid uit 2019 - op 30 meter van het podium 88 dB(A) en 103 dB(C) bedraagt, dat het geluid dan op bijvoorbeeld 2 meter pal vóór de luidsprekerboxen uiteraard een stuk hoger is. Getalswaarden kunnen wij niet geven, wij meten nooit op het podium of vlak voor de luidsprekers.
Kwaliteitsdocument, versie 5.0
Vraag 3: De rol van de ODRU is ons onduidelijk in dit dossier. Deze lijkt adviserend te zijn. We horen graag of dit inderdaad zo is. Reactie: De ODRU adviseert de gemeente over “geluidsoverlast bij evenementen”. De geluidsniveaus waar het publiek aan wordt blootgesteld valt daar buiten, dat ligt bij de Veiligheidsregio Utrecht. Tevens ben ik – en mijn collega’s – formeel ambtelijk toezichthouder van de gemeente Veenendaal. Dit is geregeld in het mandaatbesluit tussen de gemeente en de ODRU.
Vervolg vraag 3. Wat zijn die uitgangspunten bij de advisering? Reactie: Het uitgangspunt van de ODRU bij de advisering over evenementenvergunningen zoals Veenendaal Live, is de geluidparagraaf in het evenementenbeleid Veenendaal. In specifieke gevallen wordt een maatwerkadvies verstrekt, bijvoorbeeld over een groot muziekevenement op het evenemententerrein. Dit is ook duidelijk aangegeven in het evenementenbeleid van Veenendaal.
Vervolg vraag 3: Wat is de vraag vanuit Veenendaal precies geweest in het najaar? Reactie: De vraag ging over uitbreiding van het aantal evenementen op enkele locaties in het centrum en het toestaan van muziekevenementen op de Markt op een Zondag. Door de ODRU is toen aangegeven: Als uit burgerparticipatie volgt dat er voldoende draagvlak is om het aantal evenementen uit te breiden, dan staat de ODRU daar ook positief tegenover. Het is uiteindelijk aan de gemeenteraad om hierover een besluit te nemen.
Vervolg vraag 3: Veiligheid en overlast lijken in uw verhaal op gespannen voet te staan met beleving. Welke plaats krijgt beleving in het adviseren inzake geluidsbeleid? Reactie: Als de gemeente daadwerkelijk overgaat op het vergunnen van een evenement, dan is het voorkomen van ernstige overlast voor bewoners in de omgeving belangrijk. Echter, voldoende beleving voor het publiek, waarbij rekening wordt gehouden met de aard van het evenement, is ook belangrijk. Beiden zijn belangrijk.
Vraag 4. Op 9 januari is gesproken over de wijze van meten en met name de afstand waarop gemeten wordt. Er wordt door de wethouder gekozen om niet óp, of bijna op de gevel van de meest nabij gelegen woningen te meten. Wat vindt de ODRU daarvan? Reactie: Deze vraag is al uitgebreid beantwoord in onze reactie op het amendement van de SGP fractie in oktober vorig jaar en wij zijn er ook al op ingegaan tijdens de dialoogavond op 9 januari. 2
Nogmaals, de ODRU is van mening dat in binnenstedelijke locaties moet worden uitgegaan van een beoordelingspunt op 30 meter van het podium, met uitzondering van locaties zoals het evenemententerrein, bedrijventerreinen of buitenstedelijke locaties. Indien de gemeente toch kiest om ook voor binnenstedelijke locaties, zoals de Markt, het Stadsstrand, het Horecaplein, etc, als beoordelingspunt te kiezen voor de gevels van woningen, dan adviseert de ODRU geen normen op te nemen in het evenementenbeleid. Voor elke aanvraag dient dan een maatwerkvoorschrift in de vergunning te worden opgenomen. Om goed te kunnen adviseren dient de aanvrager dan een akoestisch onderzoek te overleggen dat moet worden uitgevoerd door een deskundig adviesbureau. Deze onderzoeken zijn kostbaar. In dat onderzoek dient dan de geluidsbelasting per woning aan de hand van een computermodel te worden berekend. Dit onderzoek dient dat door de ODRU te worden gecontroleerd op kwaliteit, waarna de ODRU adviseert over de op te nemen geluidsvoorschriften. Voorgenoemde werkwijze werd in het verleden al toegepast bij het 2 daagse Fuze festival in het Stadspark met 5000 bezoekers per dag.
Vervolg vraag 4. En waarom vindt dat in veel gemeenten wel plaats? Reactie: De beweegredenen waarom sommige gemeenten in Nederland hierin anders staan dan de ODRU, weten wij niet. Wij hebben hierover geen contact met gemeenten buiten ons werkgebied. Wel staan wij in contact met akoestische adviesbureaus gespecialiseerd in evenementenlawaai. In mijn contacten geven zij aan dat in veel gemeenten het kennisniveau bijzonder laag is, omdat er geen geluidspecialisten betrokken zijn bij het evenementenbeleid en bij de afgifte van evenementenvergunningen.
Vervolg vraag 4. Kunt u ons uitleggen of er normen zijn m.b.t. het geluidsniveau binnenIN woningen? Reactie: In Nederland zijn er alleen geluidsnormen voor muziek binnen IN woningen, als sprake is van inpandige of aanpandige situaties. Bijvoorbeeld: een café met muziek met daarboven appartementen, zoals bijvoorbeeld op de JG Sandbrinkstraat. Zover mij bekend is er nog nooit in Nederland een evenementenvergunning verstrekt voor een buitenevenement met geluidsnormen binnen IN gevoelige ruimten van woningen.
Vervolg vraag 4: Hoe er gerekend wordt m.b.t. de geluidsdoorlatendheid van gevels en ramen en wat dit betekent voor de bron buiten. Reactie: Hier wordt – zover mij bekend - in Nederland door gemeenten geen rekening mee gehouden. Echter er is wel een uitspraak van de Raad van State uit 2019 over een evenement in Brabant waarbij de Raad van State aangeeft, dat dit een aspect is waar rekening mee gehouden dient te worden. Hoe het verder is gegaan met dit evenement na deze uitspraak, dat weet ik niet, het betreft niet onze regio. Als puur wordt gekeken naar de geluiddoorlatendheid van woningen, dan is het het beste om muziekevenementen te houden in woonwijken die zijn gebouwd na het jaar 2000, aldus in nieuwbouwwijken in plaats van het centrum. Dit in verband met de gemiddeld genomen betere geluidisolatie ten opzichte van woningen in de (oude) binnenstad. De betere geluidisolatie voor de 3
basdreunen valt overigens wat tegen, want ook HR++ glas houden bassen niet tegen. Verder is mij geen evenementenbeleid in Nederland bekend, waarin is aangegeven dat muziekevenementen om die reden, niet of zo min mogelijk in de oude binnenstad moeten worden gehouden.
Vraag 5: Bij de behandeling van het raadsvoorstel ‘Evenementenbeleid’ in oktober 2023 gaf u in reactie op het amendement over de meetnormen aan dat u door de aanwezigheid van bovenwoningen niet voor de woninggevel kunt meten. En dat het risico bestaat dat de bewoners van de woning niet aanwezig zijn of zelfs deel uitmaken van het publiek bij het evenement. De handhaver is dan aan het meten ter plaatse van een ‘lege woning’. […] En een dergelijke benadering zou leiden tot het ‘vergunnen van slechts achtergrondmuziek’. Wat is de achtergrond van die opmerking en hoe moeten we deze interpreteren? Reactie: De achtergrond van deze opmerking ligt in het feit dat in het bewuste amendement wordt gesproken over een norm van 85 dB(C) in combinatie met een beoordelingspunt op de gevel van een woning. Dat leidt in het centrum, zoals op de Markt, het Horecaplein, het Stadsstrand, etc. tot achtergrondmuziek. Muziekevenementen met luidere muziek zijn dan in niet meer mogelijk. De ODRU heeft geen mening over het wel of niet toestaan van muziekevenementen met luide muziek, want dat is aan de gemeenteraad.
Wel is de ODRU van mening dat als toepassing wordt gegeven aan het bewuste amendement, aldus een norm van 85 dB(C) in het centrum op gevels van woningen, dat in het beleid moet worden aangegeven dat de gemeente er voor heeft gekozen om muziek, luider dan achtergrondmuziek, NIET meer toe te staan in het centrum van Veenendaal en in de woonwijken. Dit schept duidelijkheid voor alle burgers en belanghebbenden in Veenendaal.
Vervolg vraag 5: Conclusie is dat er dus met de voorgestelde normen, tussen haakjes: “veel meer dan ‘slechts achtergrondmuziek”, er een veel hogere belasting op veel gevels van woningen in de binnenstad is dan 85 dB(C). Bent u DAT met mij eens? Reactie: Ja, daar ben ik het u eens. En dat is ook algemeen bekend onder geluidhinderdeskundigen die zich bezig houden met ‘geluid bij evenementen’.
Vervolg vraag 5: En wat is dan voor de ODRU de toelaatbare maximale belasting op de gevel van woningen? Reactie: De ODRU doet daar geen uitspraak over. De ODRU heeft voor het centrumgebied aangegeven uit te willen gaan van een norm van 103 dB(C) op 30 meter afstand, eventueel te verlagen tot 100 dB(C) zoals voorgesteld in een ander amendement, dat van het CDA. Dit betreft dan de situatie dat de gemeenteraad heeft besloten om muziekevenementen, hoger dan achtergrondmuziek, WEL te willen toestaan. Dat kan er toe leiden dat de geluidbelasting op woninggevels hoger is dan 100 dB(C) c.q. 103 dB(C), bijvoorbeeld een woning schuinvoor het podium op bijvoorbeeld 15 meter. Als de gemeente Veenendaal ten alle tijden wil uitgaan van niveaus op woninggevels lager dan 100 dB(C), dan moet de gemeente geen muziekevenementen met luide muziek, zoals dance-events, livebands, etc meer 4
toestaan in het centrumgebied. Er dient dan te worden uitgeweken naar het evenemententerrein, de bedrijventerreinen of naar het landelijk gebied. Vervolgvraag 5: Waarom wordt ingegaan op een bewoner die mogelijk niet thuis is? Speelt dat in beleid een rol? En heeft dit effect op de werkwijze van de ODRU? Met andere woorden: er brand geen licht in het dichtstbijzijnde huis, dan kan de norm wel hoger? Reactie: Het standpunt van de ODRU heeft niets te maken met het aspect dat de norm wel hoger kan omdat er geen licht brandt, Dat is ook helemaal niet aan de orde als er – voor binnenstedelijke gebied – wordt gekozen voor een beoordelingspunt op 30 meter van het podium. De ODRU wil daarmee slechts aangeven dat het moeilijk is uit te leggen, dat de organisatie het muziekgeluid moet halveren omdat er sprake is van één woning, direct naast de zijkant van het podium, waarvan de bewoners zelf deelnemen aan de festiviteiten. Nogmaals, onze ervaring is dat bij muziekevenementen in de binnenstad, de geluidsklachten komen van bewoners die geen direct zicht hebben op het podium, zoals enkele straten verderop. Als de gemeente geen hoge muziekniveaus wil toestaan bij de dichtst bijgelegen woning gezien vanaf het podium, dan moet het geen muziekfestivals toestaan in de binnenstad.
Vraag 6: Al diverse keren is het geluidsbeleid in Amsterdam aan de orde gekomen. Op 9 januari gaf u aan dat dat het wel wat technisch is om het uit te leggen. En in reactie op een amendement gaf u aan de situatie niet echt te kennen. Voor de volledigheid sturen we u daarom bij deze mail ook wat achtergrondinformatie. We hebben hierbij enkele vragen: In A’dam heeft men een aantal uitgangspunten geformuleerd: 1. Beperken waar mogelijk. En 2. Begrenzen van het geluidsniveau. Dit is onmiskenbaar een trend in Nederland. Waarom volgt de ODRU deze trend niet in haar advies? Reactie: De ODRU volgt deze trend wel degelijk. De ODRU gaat uiterst serieus om met het aspect evenementenlawaai. De ODRU heeft veel deskundigheid, onder andere opgedaan door haar betrokkenheid bij 15 gemeenten in de afgelopen 20 jaar. Over het geluidbeleid in de gemeente Amsterdam heb ik mij inmiddels meer verdiept en wil ik op ingaan. Bij de totstandkoming van de geluidsnormen in het evenementenbeleid Amsterdam is een heel team van specialisten betrokken geweest. Amsterdam heeft hier ongeveer 7 jaar geleden veel in geïnvesteerd. Vorige week is contact opgenomen met een geluidshinderdeskundige die betrokken is bij evenementen in Amsterdam en het evenementenbeleid in Amsterdam. De persoon is kwestie is overigens geen ambtenaar.
De deskundige heeft aangegeven dat de geluidsnorm van 85 dB(C) op gevels van woningen in het beleid van Amsterdam, niet van toepassing is op locaties met op korte afstand woningen. Denk bijvoorbeeld aan 30 meter of minder van het podium. Overigens, dit heeft een andere adviseur mij al in 2018 medegedeeld. Voorgenoemd niveau leidt volgens de deskundige inderdaad tot slechts achtergrondmuziek. Volgens deze deskundige wordt in de evenementenvergunning dan vaak een maatwerkvoorschrift opgelegd op gevels van woningen op basis van een akoestisch onderzoek die de aanvrager moet uitvoeren. Op locaties als horecastraten en markt- en kerkpleinen in Amsterdam wordt dus afgeweken van het beleid. Verder heeft de deskundige aangegeven dat in toekomstig beleid van Amsterdam mogelijk ook wordt overgegaan tot een geluidsnorm op een bepaalde afstand tot het podium in horecastraten en op markten kerkpleinen. Mogelijk – aldus de deskundige – volgt Amsterdam in de toekomst hierin de ODRU. 5
Verder wordt in de vraagstelling de suggestie gewekt dat de geluidsnormen in Amsterdam veel strenger zijn dan in Veenendaal. Dit is onjuist. In de beleidsregel evenementen Amsterdam die de ODRU kreeg toegestuurd als bijlage bij de vragen, is in tabel 4.1 een bronsterkte opgenomen van 141 dB(C) als uitgangspunt voor een muziekpodium ten behoeve van 500 personen. In de bladzijde daarvoor zijn de formules voor de omrekening opgenomen voor een locatie op (bijvoorbeeld) 30 meter van het podium. Dan kom ik op een geluidsniveau van 102,4 dB(C) op 30 meter afstand. Dat is slechts 0,6 dB(C) lager dan de norm in het evenementenbeleid Veenendaal en een verschil van 0,6 dB is niet hoorbaar. Maar op de Markt is soms sprake van een muziekevenement met 2000 personen, zoals Veenendaal Live. Dan geeft het evenementenbeleid Amsterdam een bronsterkte van 147 dB(C) als uitgangspunt. Dit laat zich omrekenen als 108,4 dB(C) op 30 meter afstand. Aldus, aanzienlijk hoger dan het evenementenbeleid 2019 - Veenendaal. Of er ook daadwerkelijk 108 dB(C) wordt vergund bij evenementen vergelijkbaar als Veenendaal Live op een vergelijkbare locatie als de Markt in Veenendaal, is iets wat ik niet weet. Maar die indruk wekt het evenementenbeleid Amsterdam wel, gezien de genoemde bronsterkte oftewel emissiewaarde van 147 dB(C) voor een festival met 2000 bezoekers.
Vervolg vraag 6: Zoals u kunt lezen wil Amsterdam omwonenden zoveel mogelijk beschermen tegen onduldbare hinder en zegt het raadsvoorstel: ‘Landelijk wordt een geluidsbelasting van 70 tot 75 dB(A) op de gevel min of meer gezien als “standaard” grenswaarde, een waarde waarin duldbaar over gaat in onduldbaar’. Waarom geldt deze ‘standaard grenswaarde’ niet voor de ODRU? In praktisch elke gemeente wordt de Nota Limburg als uitgangspunt gehanteerd. Hoe staat de ODRU tegenover de richting die deze nota wijst? En in welke ODRU-gemeenten worden de uitgangspunten van deze nota wel gehanteerd? Reactie: De ODRU vindt de 28 jaar oude Nota van de inspectie Limburg prima toepasbaar bij muziekevenementen op grote afstand tot woningen. Dat moet men denken aan grote stadsparken, industrieterreinen en landelijke gebieden. Onder deskundigen in Nederland is het algemeen bekend dat de nota niet toepasbaar is voor muziekevenementen in binnenstedelijk gebied, waarbij het podium op bijvoorbeeld 10 tot 20 meter afstand van woningen is gelegen. De waarden in de nota Limburg leiden tot achtergrondmuziek. Het is ook onjuist om te stellen dat praktisch elke gemeente de Nota Limburg uit 1996 hanteert. Bij de voorbereiding van deze bijeenkomst heeft de ODRU gegoogeld op Nota Limburg 1996 en stuitte daarbij als eerste op het evenementenbeleid in de gemeente Wierden in Twente.
Daarin wordt ook ingegaan op deze nota. Maar vervolgens staat er: Citaat “In een binnenstedelijke omgeving zijn vanwege de korte afstanden tussen podia en dichtstbijzijnde woningen/gevels de bovenstaande maximale geluidsnormen niet of nauwelijks haalbaar; dit zou impliciet betekenen dat geen grootschalige festiviteiten kunnen worden georganiseerd. De gemeente Wierden toetst daarom in uitzonderingsgevallen (evenementen met een luidruchtig karakter) aan de onderstaande indicatieve praktijkgegevens, waarbij bijvoorbeeld het evenement Wiezo gelijk wordt gesteld aan de geluidbelasting van een popfestival”. Einde Citaat. Vervolgens staat er een tabel met bronvermogens en niveaus op o.a. 25 meter afstand, die weer vergelijkbaar is met de uitgangspunten in het beleid van Veenendaal. Aldus: bij muziekevenementen met luide muziek met op korte afstand woningen, wijken gemeenten die deskundig zijn op het gebied van evenementengeluid af van de Nota Limburg uit 1996. Ik heb verder niet onderzocht of in het evenementbeleid van carnavalsgemeenten als Den Bosch, Maastricht, etc. wordt gesproken over de Nota Limburg uit 1996. Maar ik ben er van overtuigd dat het 6
afgelopen weekend, met de vele carnavalsoptochten en festiviteiten daarom heen, in heel veel gemeenten de normen in de Nota Limburg tijdens de carnavalsoptochten zijn overschreden. En dan heb ik het niet over een paar decibellen.
Vervolg vraag 6: In uw reactie op amendementen in de Veenendaalse gemeenteraad in oktober 2023 geeft u aan dat als we de geluidsnormen van Amsterdam hanteren ‘het meer voor de hand ligt om dergelijke locaties niet meer aan te wijzen als locaties waar versterkte muziek mag worden geproduceerd’. De reden is dat er dan bepaalde muziekstijlen en evenementen niet meer vergund kunnen worden in de binnenstad. Wat is de reden dat de ODRU dit niet adviseert m.b.t. bijlage 4 uit de voorliggende Nota Evenementenbeleid, kijkend naar de specifieke situatie in de Veenendaalse binnenstad? En vooral: op welk beleid – anders dan het door de gemeenteraad Veenendaal vastgestelde en vast te stellen beleid – baseert u uw reactie? Reactie: Nogmaals, de ODRU gaat niet over het wel of niet toestaan van luidruchtige evenementen in de binnenstad. Dat is aan u, als gemeenteraad. In een amendement wordt gesproken over het aanpassen van de norm in de binnenstad naar 85 dB(C) op gevels van woningen. Maar nergens in het amendement lees ik dat deze normen zorgen voor het feit dat evenementen met een muziekvolume, hoger dan achtergrondgeluid dan niet meer mogelijk zijn. Ik kan mij voorstellen dat dit niet bij elke fractie duidelijk was, omdat een geluidsniveau van 85 dB(C) op de woninggevel zeer veel mensen niets zegt.
Als de gemeenteraad besluit om te norm te verlagen naar 85 dB(C) op gevels van woningen, dan is dat een besluit van de Raad en heeft de ODRU daar geen mening over.
Vraag 7: Er is een convenant Preventie Gehoorschade Muzieksector. Hierin wordt gewaarschuwd voor de grote veiligheidsrisico’s van evenementen met versterkte muziek. Kent de ODRU dit convenant en handelen we conform dit convenant als we het ODRU advies m.b.t. de casus Veenendaal volgen? Reactie: Ja, de ODRU kent dit convenant. Zoals al aangegeven is het de veiligheidsregio Utrecht die adviseert over gezondheidsrisico’s van het publiek vóór het podium. De ODRU gaat daar niet over. Maar ik wil er wel – vanuit mijn expertise – op ingaan. Het convenant gaat uit van 103 dB(A) in het midden van het publieksvlak, niet te verwarren met de dB(C)-norm van 103. In het huidig evenementbeleid Veenendaal is – waarschijnlijk op advies van de veiligheidsregio - een strengere waarde opgenomen ten opzichte van het landelijk convenant, namelijk 100 dB(A) op 25 meter van het podium, aldus 3 decibel strenger. Dit is dus een voorschrift ter bescherming van het publiek en heeft dus niets te maken met de bescherming van de bewoners van de binnenstad. Maar… voor de hoogte van het muziekvolume vanaf het podium, zijn de geluidsnormen in het huidig beleid die de bewoners in de binnenstad beschermen, de beperkte factor en dus niet de normen ter bescherming van het publiek.
Als één en ander technisch wordt omgerekend dan leiden de normen voor bescherming van het publiek in het evenementenbeleid, tot een waarde van 113 dB(C) op 30 meter afstand van het podium. Dat is dus 10 dB(C) hoger dan de normen ter bescherming van de bewoners van de binnenstad. Samenvattend: de normen die de bewoners van de binnenstad beschermen, zorgen er tevens voor dat het publiek voor het podium, veel beter worden beschermd dan volgt uit het landelijk convenant preventie gehoorschade.
7
Vraag 8 In reactie op het amendement ‘Maximum geluidsnormen’ geeft de heer Van der Sluiszen op 10 oktober schriftelijk het volgende aan: ‘Indien sprake is van een evenement op bijvoorbeeld het Stadsstrand, waarbij muziekgeluid een secondaire rol speelt (zie punt 2 van het amendement), dan wordt geadviseerd om een lagere geluidsnorm in de evenementenvergunning op te nemen, dan de (maximale) grenswaarden voor die locatie in het evenementenbeleid Veenendaal. Het advies van de Omgevingsdienst betreft dan maatwerk en wordt opgesteld door een geluidshinderdeskundige van de ODRU’. • Wat bedoelt u hiermee? • En waarom zou dit gelden voor bijvoorbeeld het Stadsstrand, maar niet voor De Markt? • En op grond waarvan? Reactie: Wat hiermee bedoeld wordt, is dat als er sprake is van een muziekevenement op de Markt, horecaplein, Stadsstrand, etc, waarbij – gezien de aanvraag om evenementenvergunning – geen hoge muziekgeluidniveaus mogen worden verwacht, er door middel van een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van de normen in het evenementenbeleid. Voorbeeld: de terugkomstplek op de laatste dag van de avondvierdaagse is gepland op de Markt. Aanvrager heeft aangegeven dat de terugkomst van de wandelaars wordt begeleid door een muzikant. Er is volgens de aanvraag slechts sprake zijn 1 muzikant op een minipodium met slechts achtergrondmuziek.
Wij hebben – in een andere gemeente – wel ineens meegemaakt dat de door de organisatie ingehuurde muzikant, hele andere plannen had en er sprake was van een muziekniveau op hoog niveau. Als in de vergunning nu een lagere waarde wordt opgenomen dan kan de achtergrondmuziek – zoals aangegeven in de aanvraag – worden gehandhaafd aan de hand van geluidsmetingen door de toezichthouder.
Vraag 9: Afsluitend vragen we de ODRU om kort en bondig te reflecteren op de rol die de ODRU voor zichzelf weggelegd ziet in de Veenendaalse casus m.b.t. geluidsbeleid, welke uitgangspunten en normen de ODRU hanteert (het gaat hier niet om persoonlijke smaak of stijl, maar om ODRU-beleid) en welke toegevoegde waarde de ODRU kan spelen in het komen tot nieuw evenementenbeleid in Veenendaal. Reactie: De ODRU heeft geen beleid met betrekking tot advisering richting de 15 aangesloten gemeenten. De ODRU is slechts adviseur met betrekking tot het evenementenbeleid. Het uitgangspunt van de ODRU, is al diverse keren aan bod gekomen, o.a. in vraag 3, 4 en 5, op 9 januari en in de reacties op de amendementen in oktober. Ik heb nog wel een toevoeging op het concept evenementenbeleid. Ik heb begrepen dat omwonenden soms overlast ondervinden van trillingen, zoals trillende kopjes. Deze worden veroorzaakt door zeer lage tonen, die niet of nauwelijks hoorbaar zijn en die ook niet bijdragen aan voldoende beleving van de muziek. Het betreft geluid in de tertsbanden 31 Hz, 25 Hz en lager. Deze moeten voortaan worden af-gefilterd. Dat wordt – als het aan de ODRU ligt - opgenomen in het nieuwe beleid en wordt als meettechnisch voorschrift opgenomen in de evenementenvergunning.
8
Bijlage A – vergelijkend overzicht - evenementnormen andere ODRU gemeenten Gemeenten: Zeist, Utrechtse Heuvelrug, Montfoort en Vijfheerenlanden: Geen evenementenbeleid (met geluidsnormen). Maatwerk per evenementenaanvraag op basis advies ODRU. Gemeente De Bilt: 87 dB(A) en 102 dB(C) op 30 meter, binnenstedelijk, specifieke regels locatie Fort Ruigenhoek, maatwerkadvies voor evenementen buiten de bebouwde kom. Gemeente Woerden: Binnenstedelijk / centrum: 87 dB(A) en 102 dB(C) op 30 meter afstand. Buitenstedelijke locatie Cattenbroekerplas: 80 dB(A) en 95 (C) op woningen. Gemeente De Ronde Venen: 95 dB(C) op gevels van woningen. Van dit maximum kan per evenement worden afgeweken na advies van de ODRU. Gemeente Stichtse Vecht: Zeer groot evenement Ultrasonic: maatwerk op advies van de ODRU. Verder noemt deze gemeente de Nota Limburg 1996 in haar beleid, maar in de praktijk vraagt deze gemeente advies aan de ODRU voor specifiek maatwerk bij evenementen. Ons advies voor maatwerk wordt dan overgenomen in de vergunning. Gemeente Wijk bij Duurstede: Op de Markt: 95 dB(C) op woningen, dat is daar op ca. 30 meter. Gezien de aard van de evenementen aldaar, is dat haalbaar, dit volgt namelijk uit metingen. Verder wordt vaak om advies voor een maatwerkvoorschriften gevraagd, bijvoorbeeld voor de festivals op het haventerrein in Wijk bij Duurstede.
Gemeente Bunnik: Wel evenementenbeleid maar geen normen. Vraagt zeer consequent advies aan de ODRU voor maatwerkvoorschriften bij evenementenvergunningen. Gemeente IJsselstein: 87 dB(A) en 102 dB(C) op 30 meter in de binnenstad; Lagere normen op locaties buiten de binnenstad (winkelcentra woonwijken). Specifieke geluidsnormen op 6 meetpunten rond het evenemententerrein. Gemeente Oudewater: Geen geluidsnormen in het evenementenbeleid. Wel is in het beleid aangegeven: indien nodig wordt advies gevraagd bij de ODRU over de geluidsnormen in de evenementenvergunning. Gemeente Rhenen: Noemt de Nota Limburg uit 1996 in haar beleid. De ODRU is vrijwel nooit betrokken bij advisering en handhaving van evenementen in Rhenen. Gemeente Renswoude: Zover ons bekend heeft Renswoude geen evenementenbeleid. De ODRU is niet betrokken bij advisering en handhaving van evenementen in Rhenen. 9