7. Voorstel van Stichting Openbaar Voortgezet Onderwijs Veenendaal tot statutenwijziging - statutenwijziging Stichting SOVOV
Tekst van het document
Stoktstraat 2 5961 TN Horst
info@novitas.nl www.novitas.nl
Tel. 077 - 3971515
KvK nummer 75429063 IBAN NL60 RABO 0147 2076 30
Ontwerp van 14 juli 2021
23253.02 / AB
STATUTENWIJZIGING STICHTING OPENBAAR VOORTGEZET ONDERWIJS VEENENDAAL
Op [passeerdatum] komt bij mij, mr. Annemarie Jacqueline Pauline Beijers-Willems, notaris in Horst aan de Maas: +, handelend als schriftelijk gevolmachtigde van +. Hij heeft deze volmacht verleend als enig lid van het college van bestuur van de stichting: Stichting Openbaar Voortgezet Onderwijs Veenendaal. Deze heeft als zetel Veenendaal. Het adres is Rembrandtlaan 2, 3904 ZK Veenendaal. Het inschrijfnummer bij de Kamer van Koophandel is 81259328. Van de volmacht blijkt uit notulen die aan deze akte zijn gehecht. De voormelde stichting wordt hierna ook genoemd: de stichting. De aanwezige persoon verklaart vooraf het volgende.
INLEIDING 1. 2. 3.
4.
De stichting werd opgericht bij akte verleden op tweeëntwintig december tweeduizend twintig voor mr. A.J.P. Beijers-Willems, notaris te Horst aan de Maas. De statuten zijn na de oprichting niet gewijzigd. In de vergadering van het college van bestuur van de stichting, heeft het college van bestuur op + besloten tot wijziging van de statuten. Volgens de nog geldende statuten was voor het besluit tot statutenwijziging goedkeuring vereist van de raad van toezicht. De goedkeuring is verleend op +, waarvan blijkt uit een aan deze akte te hechten bijlage. Verder is volgende de nog geldende statuten instemming van de gemeenteraad van de gemeente Veenendaal nodig. Deze instemming is verleend. Dit blijkt uit het aan deze akte gehechte stuk. Het besluit tot statutenwijziging werd overeenkomstig de statutaire voorschriften (artikel 15) genomen. De notulen van dit besluit zijn aan deze akte gehecht.
STATUTENWIJZIGING Ter uitvoering van het besluit worden de statuten geheel gewijzigd en luiden zij voortaan als volgt:
NAAM Artikel 1 De stichting draagt de naam: Stichting Openbaar Voortgezet Onderwijs Veenendaal. Deze naam kan ook afgekort worden gebruikt en luidt dan: Stichting SOVOV.
BEGRIPSBEPALINGEN
2
Artikel 2 In deze statuten wordt verstaan onder: a. gemeente: de gemeente Veenendaal; b. college van B&W: het college van burgemeester en wethouders van de onder a vermelde gemeente; c. gemeenteraad: de gemeenteraad van de onder a vermelde gemeente; d. school: de openbare school voor voortgezet onderwijs die onder het bestuur van de stichting valt; e. stichting: de Stichting SOVOV; f. Rembrandt College: de huidige naam van de school die door de stichting in stand zal worden gehouden; g. WVO: de Wet op het voortgezet onderwijs; h. MR: de medezeggenschapsraad van het Rembrandt College; i. college van bestuur: het bevoegd gezag van de onder e vermelde stichting; j. raad van toezicht: intern toezichthouder van de onder e vermelde stichting; k. schriftelijk: bij brief, telefax of e-mail, of bij boodschap die via een ander gangbaar communicatiemiddel wordt overgebracht en op schrift kan worden ontvangen.
ZETEL EN TIJDSDUUR Artikel 3 1. De stichting is gevestigd in de gemeente Veenendaal. 2. De stichting is opgericht voor onbepaalde tijd.
DOEL Artikel 4 1. Het doel van de stichting is het uitsluitend geven van openbaar voortgezet onderwijs overeenkomstig het bepaalde in artikel 42 WVO, middels de instandhouding van het Rembrandt College. Om haar doel te bereiken kan de stichting gebruik maken van alle middelen die daaraan dienstbaar zijn. 2. De stichting verzorgt het onderwijs op het Rembrandt College vanuit de kernwaarden van het openbaar onderwijs: gelijkwaardigheid, vrijheid en ontmoeting, en geeft hier op actieve wijze invulling aan. Het Rembrandt College is toegankelijk voor alle kinderen zonder onderscheid van godsdienst of levensbeschouwing en het onderwijs wordt gegeven met eerbiediging van ieders godsdienst of levensbeschouwing.
VERMOGEN Artikel 5 Het vermogen van de stichting wordt gevormd door: a. rijksbekostiging; b. vergoedingen voor de door de stichting verleende diensten; c. subsidies, giften en donaties; d. hetgeen verkregen wordt door erfstellingen of legaten, met dien verstande dat erfstellingen slechts kunnen worden aanvaard onder het voorrecht van
3
e.
boedelbeschrijving; hetgeen op andere wijze verkregen wordt.
ORGANEN Artikel 6 1. De stichting kent de volgende organen: a. het college van bestuur; en b. de raad van toezicht. 2. Slechts natuurlijke personen kunnen lid zijn van een orgaan van de stichting. 3. Onverminderd het elders in deze statuten bepaalde is het lidmaatschap van een orgaan van de stichting onverenigbaar met het lidmaatschap van een ander orgaan van de stichting.
COLLEGE VAN BESTUUR; SAMENSTELLING, BENOEMING, ONTSLAG Artikel 7 1. Samenstelling en benoeming van bestuur De stichting wordt bestuurd door een college van bestuur, bestaande uit een door de raad van toezicht te bepalen aantal van ten hoogste twee natuurlijke personen. 2. De raad van toezicht benoemt de leden van het college van bestuur, en benoemt de voorzitter van het college van bestuur in functie. Als het college van bestuur slechts uit één persoon bestaat, is deze persoon automatisch voorzitter. De benoeming van een lid van het college van bestuur gebeurt op basis van een vooraf door de raad van toezicht openbaar gemaakt profiel. 3. Voor het benoemen van een bestuurder wordt een sollicitatiecommissie ingesteld waarvan in elk geval deel uitmaken: a. de voorzitter van de raad van toezicht; b. een lid dat afkomstig is uit of namens het deel van de MR dat uit en door het personeel is gekozen, en c. een lid dat afkomstig is uit of namens het deel van de MR dat uit en door de ouders of de leerlingen is gekozen. 4. De MR wordt vooraf in de gelegenheid gesteld om advies uit te brengen over de aanstelling of het ontslag van de leden van het bestuur en het vaststellen van de competentieprofielen van de leden van het bestuur. 5. Het college van bestuur kan onderling vaststellen welk lid met welke taak zal zijn belast.
Een taakverdeling laat de gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle leden van het college van bestuur voor het gehele bestuur onverlet. 6. Competenties Bij de samenstelling van het college van bestuur wordt gelet op diverse facetten die de aandacht van het college van bestuur vragen. Het college van bestuur wordt in ieder geval samengesteld op basis van: algemene bestuurlijke kwaliteiten; en affiniteit met de doelstelling van de stichting. De aandachtspunten voor de van een lid van het college van bestuur gevraagde deskundigheid en achtergrond worden in algemene zin vastgesteld door de raad van
4
7.
8.
toezicht in een profielschets. De raad van toezicht kan - indien overgegaan moet worden tot de vervulling van een vacature - besluiten tot een aanvulling dan wel een nadere detaillering van de vereiste kwaliteiten en eigenschappen voor de betreffende zetel in het college van bestuur. Een lid van het college van bestuur mag geen lid zijn van de MR van de school. Een lid van het college van bestuur kan voorts niet tegelijkertijd zijn een persoon die deel uitmaakt van het college van B&W dan wel de gemeenteraad. Schorsing en ontslag bestuurder Een lid van het college van bestuur kan te allen tijde worden geschorst door de raad van toezicht, met inachtneming van het bepaalde in een voor het voortgezet onderwijs geldende collectieve arbeidsovereenkomst die voor hem geldt. Een schorsing vervalt als niet binnen drie maanden na de datum van ingang van de schorsing is besloten tot opheffing of handhaving van de schorsing. Een schorsing kan voor ten hoogste drie maanden worden verlengd, ingaande op de datum waarop het besluit tot verlenging van de schorsing werd genomen.Het betrokken lid wordt in de gelegenheid gesteld zich in een vergadering van de raad van toezicht waarin schorsing of verlenging daarvan aan de orde is te verantwoorden. Daarbij kan hij zich doen bijstaan door een raadsman. De raad van toezicht is te allen tijde bevoegd een lid van het college van bestuur te ontslaan.
Het betrokken lid van het college van bestuur wordt in de gelegenheid gesteld zich ten overstaan van de raad van toezicht te verantwoorden. Daarbij kan hij zich doen bijstaan door een raadsman. Een lid van het college van bestuur kan onder meer worden geschorst en ontslagen wegens: a. verwaarlozing van zijn taak of onvoldoende functioneren; b. onverenigbaarheid van functies of belangen; c. wijziging van de omstandigheden of andere redenen op grond waarvan zijn handhaving als lid redelijkerwijs niet van de stichting kan worden verlangd; d. als hij failliet is of de schuldsanering natuurlijke personen op hem van toepassing is. Een lid van het bestuur mag niet: 1. als advocaat, gemachtigde of adviseur in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van de stichting dan wel ten behoeve van de wederpartij van de stichting; 2. als gemachtigde of als adviseur werkzaam zijn ten behoeve van derden tot het aangaan van collectieve arbeidsovereenkomsten met de stichting of in die hoedanigheid deelnemen aan het decentraal georganiseerd overleg. Uiteraard mag de bestuurder dit wel doen in zijn hoedanigheid van bestuurder van de stichting; 3. als gemachtigde of als adviseur werkzaam zijn ten behoeve van derden tot het aangaan van overeenkomsten met de stichting als bedoeld in onderdeel d; 4.
rechtstreeks of middellijk een overeenkomst met de stichting aangaan betreffende: het aannemen van werk ten behoeve van de stichting (anders dan in zijn functie als bestuurder van de stichting); het buiten dienstbetrekking tegen beloning verrichten van werkzaamheden
5
ten behoeve van de stichting; het doen van leveranties aan de stichting; het verhuren van roerende zaken aan de stichting; het verwerven van betwiste vorderingen ten laste van de stichting; het van de stichting onderhands verwerven van onroerende zaken of beperkte rechten waaraan deze zijn onderworpen; het onderhands huren van zaken die toebehoren aan de stichting. Een bestuurder mag geen werkzaamheden en diensten, zoals hiervoor vermeld, laten uitvoeren door de echtgeno(o)t(e) of (geregistreerd) partner dan wel bloedverwanten in de eerste tot en met de derde graad van een lid van het college van bestuur. 9. Leden van het college van bestuur worden benoemd voor een periode gelijk aan de duur van hun arbeidsovereenkomst. 10. Een lid van het college van bestuur defungeert: a. door zijn overlijden; b. door zijn vrijwillig aftreden (bedanken); c. door zijn ontslag door de rechtbank; d. door zijn ontslag verleend door de raad van toezicht; e. als hij toetreedt tot de raad van toezicht, f. als hij lid van het college van B&W dan wel lid van de gemeenteraad wordt, en g. als zijn arbeidsovereenkomst eindigt. 11. Vacature In vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien. Een niet voltallig college van bestuur behoudt zijn bevoegdheden.
Bij ontstentenis of belet van alle leden van het college van bestuur wordt het college van bestuur waargenomen door één persoon die daartoe door de raad van toezicht is of wordt aangewezen. Gaat de raad van toezicht niet binnen twee weken tot een zodanige aanwijzing over dan wordt het college van bestuur waargenomen door de persoon die daartoe door de voorzieningenrechter van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, op verzoek van één of meer belanghebbende(n) is of wordt aangewezen. De MR en de gemeente worden uitdrukkelijk als belanghebbenden aangemerkt. 12. Arbeidsvoorwaarden De raad van toezicht stelt de arbeidsvoorwaarden, bezoldiging en kostenvergoedingen van de leden van het college van bestuur vast. -
COLLEGE VAN BESTUUR; TAAK EN BEVOEGDHEDEN Artikel 8 1. Taak college van bestuur Het college van bestuur is belast met het besturen van de stichting. Bij de vervulling van zijn taak richt het college van bestuur zich naar het doel en het belang van de stichting, het belang van de school en het belang van de samenleving. 2. Het college van bestuur heeft al die taken en bevoegdheden die niet bij of krachtens deze statuten aan anderen zijn toegekend. 3. Deskundigheid Tegen de achtergrond van in het college van bestuur benodigde deskundigheid
6
4.
5.
6.
draagt ieder lid van het college van bestuur zorg voor voortdurende persoonlijke ontwikkeling. Het functioneren van het college van bestuur wordt periodiek door de raad van toezicht beoordeeld. Begroting Het college van bestuur maakt jaarlijks een begroting op. De ontwerpbegroting wordt vóór vijftien oktober ter goedkeuring voorgelegd aan de raad van toezicht. Uiterlijk twee weken na goedkeuring door de raad van toezicht, doch vóór een december, stuurt het college van bestuur de begroting naar de gemeenteraad. De gemeenteraad kan zijn zienswijze over de ontwerpbegroting aan het college van bestuur toezenden. Het college van bestuur zendt de ontvangen zienswijze en zijn commentaar daarop aan de raad van toezicht. Mocht dit leiden tot een begrotingswijziging, dan is het aan de raad van toezicht om die wijziging goed te keuren. Het college van bestuur zendt binnen twee weken na vaststelling van de begroting een afschrift daarvan - waaronder begrepen een reactie op de ontvangen zienswijze - aan de gemeenteraad. Doelstellingen school Het college van bestuur formuleert concrete doelstellingen van de school, daarbij rekening houdend met de belangen van hen die bij die school zijn betrokken en rekening houdend met de eisen die de samenleving aan onderwijs stelt.
Het college van bestuur legt in het jaarverslag verantwoording af over de mate waarin de vastgestelde missie en doelstellingen worden gehaald. Goedkeuring raad van toezicht Voorts heeft het college van bestuur voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht nodig voor het nemen van besluiten over: a. het aangaan van financiële verplichtingen en samenwerkingsovereenkomsten welke niet binnen de begroting zijn opgenomen en waarvan het belang meer bedraagt dan een door de raad van toezicht vastgesteld en aan het college van bestuur meegedeeld bedrag. Het college van bestuur legt dit bedrag vervolgens vast in het reglement genoemd in artikel 9 lid 8 van deze statuten; b. de beëindiging van de dienstbetrekking van een aanmerkelijk aantal werknemers tegelijkertijd of binnen een kort tijdbestek; c. ingrijpende wijziging van de arbeidsomstandigheden van een aanmerkelijk aantal werknemers in dienst van de stichting; d. een aanvraag tot faillissement of van surséance van betaling; e. (het doen van een voorstel tot) opheffing of afsplitsing van (een deel van) de school; f. het aangaan of verbreken van duurzame samenwerking met een andere rechtspersoon indien deze samenwerking of verbreking van ingrijpende betekenis is voor de stichting of de school; g. het vaststellen of wijzigen van het strategisch meerjarenplan; h.
het besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen; het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk schuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt;
7
-
de besluiten die zijn genoemd in artikel 15 (statutenwijziging), artikel 16 (ontbinding en vereffening), artikel 17 (juridische fusie en juridische splitsing). Het ontbreken van de goedkeuring zoals hiervoor bedoeld tast de vertegenwoordigingsbevoegdheid van het college van bestuur niet aan. 7. Inlichtingen Het college van bestuur verschaft de raad van toezicht tijdig de voor de uitoefening van diens taken en bevoegdheden noodzakelijke gegevens, en daarnaast aan ieder lid van de raad van toezicht alle inlichtingen over de aangelegenheden van de stichting die deze mocht verlangen. De raad van toezicht mag inzage (doen) nemen van alle boeken, bescheiden, overige gegevensdragers en correspondentie van de stichting. Het/de door de raad van toezicht aangewezen lid/leden van de raad van toezicht, heeft/hebben te allen tijde toegang tot alle bij de stichting in gebruik zijnde ruimten en terreinen.
COLLEGE VAN BESTUUR; WERKWIJZE Artikel 9 1. Stemmen en het nemen van besluiten In de vergaderingen van het college van bestuur heeft ieder lid van het college van bestuur één stem. Alle besluiten van het college van bestuur worden genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen. 2. Als de stemmen staken brengt het college van bestuur de raad van toezicht hiervan onverwijld schriftelijk op de hoogte. Binnen drie weken na ontvangst van deze schriftelijke mededeling overlegt de voorzitter van de raad van toezicht met het college van bestuur over het voorgenomen besluit. Na dit overleg neemt het college van bestuur alsnog een besluit. Indien dan alsnog de stemmen staken, is het voorstel verworpen. 3. Bijeenroepen vergadering Elk lid van het college van bestuur, alsmede elk lid van de raad van toezicht, is bevoegd een vergadering van het college van bestuur bijeen te roepen 4. De bijeenroeping van de vergaderingen van het college van bestuur geschiedt schriftelijk op een termijn van ten minste zeven dagen, onder opgave van de te behandelen onderwerpen. In spoedeisende gevallen, ter beoordeling van de voorzitter, kan de termijn van oproeping worden beperkt tot ten minste vierentwintig uur.
De vergaderingen worden gehouden ter plaatse binnen Nederland, bij voorkeur in de gemeente Veenendaal, te bepalen door degene die de vergadering bijeenriep, dan wel deed bijeenroepen. Indien werd gehandeld in strijd met het hiervoor in dit lid bepaalde, kan het college van bestuur niettemin rechtsgeldige besluiten nemen, mits de ter vergadering afwezige leden vóór het tijdstip van de vergadering hebben verklaard zich niet tegen de besluitvorming te verzetten. 5. Het college van bestuur kan ook op andere wijze dan in een vergadering besluiten nemen, mits alle leden van het college van bestuur in de gelegenheid worden gesteld hun stem uit te brengen en geen van hen zich tegen deze wijze van besluitvorming verzet. Een besluit is alsdan genomen, indien de volstrekte meerderheid van het
8
6.
7.
8.
aantal leden van het college van bestuur zich vóór het voorstel heeft verklaard. Van elk buiten vergadering genomen besluit wordt mededeling gedaan in de eerstvolgende vergadering, welke mededeling in de notulen van die vergadering wordt vermeld. Openbare vergaderingen, tenzij De vergaderingen van het college van bestuur zijn openbaar voor zover het college van bestuur niet - gemotiveerd per agendapunt - beslist dat openbaarheid tegen het belang van de stichting is of een ontoelaatbare inbreuk op de privacy van personen oplevert. De opgelegde geheimhouding wordt zowel door degenen die bij de behandeling aanwezig waren als door degenen die op andere wijze van het behandelde en van de stukken kennisnemen, in acht genomen, totdat het college van bestuur de geheimhouding opheft. Notulen Van het verhandelde in de vergaderingen van het college van bestuur worden notulen gehouden door de daartoe door de voorzitter aangewezen persoon. De notulen worden vastgesteld in dezelfde of in de eerstvolgende vergadering en door de voorzitter van de vergadering ondertekend. Voor de notulen van het niet openbare gedeelte van een vergadering, waar geheimhouding is opgelegd, geldt hetgeen is opgenomen in het zesde lid. Deze notulen worden enkel inzichtelijk gemaakt voor het college van bestuur.
Reglement Het college van bestuur regelt zijn werkzaamheden en al hetgeen zijn functioneren betreft bij reglement. Hierin staat in ieder geval een regeling over de wijze van vergaderen en de wijze van besluitvorming. Het reglement dient vooraf te worden goedgekeurd door de raad van toezicht.
VERTEGENWOORDIGING Artikel 10 1. Vertegenwoordigen Het college van bestuur alsmede ieder lid van het college van bestuur afzonderlijk vertegenwoordigt de stichting, voor zover de WVO niet anders bepaalt. 2. Volmacht Het college van bestuur kan een derde een volmacht geven, om de stichting binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen. 3. Bijzondere handelingen Het college van bestuur is bevoegd tot het verrichten van alle rechtshandelingen, daaronder met name ook begrepen: het besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen; het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk schuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt. De in dit lid bedoelde besluiten zijn onderworpen aan de goedkeuring van de raad van toezicht als bepaald in artikel 8 lid 6. Het ontbreken van deze bevoegdheid tast
9
evenwel de vertegenwoordigingsbevoegdheid van het bestuur niet aan.
BEVOEGDHEID GEMEENTE Artikel 11 De gemeenteraad is in geval van ernstige taakverwaarlozing door het college van bestuur of functioneren in strijd met de WVO bevoegd zelf te voorzien in het bestuur van de scholen. Zonodig kan de gemeenteraad in dat geval de stichting te ontbinden overeenkomstig het bepaalde in artikel 42b lid 11 WVO.
RAAD VAN TOEZICHT Artikel 12 1. Toezicht op college van bestuur De raad van toezicht houdt toezicht op het beleid van het college van bestuur en op de algemene gang van zaken in de stichting, onverminderd het bepaalde ten aanzien van de gemeenteraad in deze statuten en de WVO. 2. Taken raad van toezicht Conform de Code Goed Onderwijsbestuur VO heeft de raad van toezicht een klankbordfunctie naar het college van bestuur. De raad van toezicht is in ieder geval belast met de taken als omschreven in artikel 24 e1 van de WVO. Per vandaag staat in dat artikel: a. het goedkeuren van de begroting en het jaarverslag en, indien van toepassing, het strategisch meerjarenplan van de school; b. het toezien op de naleving door het bestuur van wettelijke verplichtingen, de code voor goed bestuur, bedoeld in artikel 103, eerste lid, onderdeel a WVO, en de afwijkingen van die code; c. het toezien op de rechtmatige verwerving en de doelmatige en rechtmatige bestemming en aanwending van de middelen van de school verkregen op grond van deze wet; d. het aanwijzen van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek die verslag uitbrengt aan de toezichthouder of het toezichthoudend orgaan, en e. het jaarlijks afleggen van verantwoording over de uitvoering van de taken en de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld onder a tot en met d, in het jaarverslag.
Daarnaast overlegt de raad van toezicht ten minste tweemaal per jaar met de MR. Verder heeft de raad van toezicht de bevoegdheden en taken die in de WVO en in deze statuten zijn gemeld. 3. Samenstelling raad van toezicht De raad van toezicht bestaat uit vijf natuurlijke personen. Een lid van de raad van toezicht mag geen lid zijn van de MR. Een lid van de raad van toezicht kan voorts niet tegelijkertijd zijn een persoon die deel uitmaakt van het college van B&W dan wel de gemeenteraad. 4. Benoeming en bindende voordrachten De leden van de raad van toezicht worden benoemd door de gemeenteraad.
10
Benoeming geschiedt met inachtneming van een vooraf door de raad van toezicht openbaar gemaakte profielschets waarin de noodzakelijke competenties van de raad van toezicht en de afzonderlijke leden van de raad van toezicht worden beschreven. De MR wordt vooraf in de gelegenheid gesteld om advies uit te brengen over het vaststellen van de competentieprofielen van de leden van de raad van toezicht. De raad van toezicht wijst uit zijn midden een voorzitter aan. 5. De raad van toezicht doet aan de gemeenteraad een voordracht voor de benoeming van de leden van de raad van toezicht. 6. Ten minste een derde gedeelte, maar geen meerderheid, van de leden van de raad van toezicht wordt benoemd op bindende voordracht van de oudergeleding van de MR. Dit houdt het volgende in. Als de raad van toezicht uit vijf leden bestaat, kan de oudergeleding van de MR een bindende voordracht doen voor twee zetels in de raad van toezicht. Voorts stelt de raad van toezicht de MR in de gelegenheid een bindende voordracht te doen voor één lid van de raad van toezicht. De in dit lid genoemde voordrachten worden voorbereid door een benoemingsadviescommissie. In de benoemingsadviescommissie hebben in elk geval twee leden van de raad van toezicht en twee leden van de oudergeleding van de MR zitting.
De instelling en de werkwijze van deze benoemingsadviescommissie wordt in een door de raad van toezicht vast te stellen reglement nader uitgewerkt. De voordracht wordt opgemaakt met inachtneming van het profiel bedoeld in het tweede lid van artikel 24d WVO. 7. Zonder last of ruggespraak Ieder lid van de raad van toezicht vervult zijn taak zonder last of ruggespraak, en onafhankelijk van bij de stichting dan wel haar school betrokken deelbelangen. Bij de vervulling van zijn taak richt de raad van toezicht zich naar het doel en het belang van de stichting, het belang van de school die door de stichting in stand wordt gehouden en het belang van de samenleving. 8. Termijn, herbenoeming en rooster van aftreden De leden van de raad van toezicht worden benoemd voor een periode van vier jaar. Aftreden geschiedt volgens een door de raad van toezicht op te stellen rooster van aftreden. Een volgens rooster aftredend lid van de raad van toezicht is onmiddellijk herbenoembaar. Herbenoeming is slechts eenmaal mogelijk. 9. Vergoeding Eventuele bezoldiging van leden van de raad van toezicht en onkostenvergoedingen aan leden van het college van bestuur en de raad van toezicht geschieden op basis van een door de raad van toezicht vastgesteld - en op hoofdlijnen in het jaarverslag openbaar gemaakt - reglement.
Jaarlijks verantwoordt het college van bestuur uitdrukkelijk in de jaarrekening welke bedragen op grond van deze regeling zijn uitgegeven. 10. Bijstand door deskundigen De raad van toezicht kan zich voor rekening van de stichting in de uitoefening van zijn taak doen bijstaan door één of meer deskundigen. 11. Schorsing en ontslag lid raad van toezicht Een lid van de raad van toezicht kan te allen tijde worden geschorst of ontslagen door de gemeenteraad. Ontslag of schorsing door de raad van toezicht is ook
11
mogelijk bij besluit genomen met algemene stemmen van de in functie zijnde leden van de raad van toezicht, met uitzondering van het betrokken lid van de raad van toezicht. Een schorsing vervalt als niet binnen drie maanden na de datum van ingang van de schorsing is besloten tot opheffing of handhaving van de schorsing. Een schorsing kan voor ten hoogste drie maanden worden verlengd, ingaande op de datum waarop het besluit tot verlenging van de schorsing werd genomen. Het betrokken lid van de raad van toezicht wordt in de gelegenheid gesteld zich in de vergadering waarin schorsing of verlenging daarvan, of het ontslag aan de orde is, te verantwoorden. Daarbij kan hij zich doen bijstaan door een raadsman. 12. Einde lidmaatschap raad van toezicht Een lid van de raad van toezicht defungeert: a. door zijn overlijden; b. door zijn vrijwillig aftreden (bedanken); c. door het verstrijken van de termijn vermeld in het rooster van aftreden; d. door zijn ontslag verleend door de gemeenteraad; e. door zijn ontslag verleend door de rechtbank; f. door zijn ontslag hem verleend door de raad van toezicht bij besluit genomen met algemene stemmen van in functie zijnde leden van de raad van toezicht met uitzondering van het betrokken lid van de raad van toezicht; g. als hij het vrije beheer over zijn vermogen verliest; h. als hij lid van het college van bestuur wordt; i.
als hij lid van het college van B&W dan wel lid van de gemeenteraad wordt; j. als hij failliet is of de schuldsanering natuurlijke personen op hem van toepassing is. 13. Vacatures In vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien. Een niet voltallige raad van toezicht houdt zijn bevoegdheden. Bij ontstentenis of belet van alle leden van de raad van toezicht of van het enige (overgebleven) lid worden de taken en bevoegdheden van de raad van toezicht waargenomen door de perso(o)n(en) die daartoe door de gemeenteraad is (zijn) of word(en)t aangewezen. De gemeente dient zo spoedig mogelijk nadat deze situatie is ontstaan hiervan schriftelijk op de hoogte te worden gesteld. De wijze waarop de gemeente op de hoogte wordt gesteld dient bij reglement te worden vastgesteld.
RAAD VAN TOEZICHT; WERKWIJZE Artikel 13 1. Stemmen In de vergaderingen van de raad van toezicht heeft ieder lid één stem. Alle besluiten worden genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Bij staking van stemmen is het voorstel verworpen. 2. Bijeenroepen vergadering Elk lid van de raad van toezicht is bevoegd een vergadering van de raad van toezicht bijeen te roepen. 3. De bijeenroeping van de vergaderingen van de raad van toezicht geschiedt
12
schriftelijk op een termijn van ten minste zeven dagen, onder opgave van de te behandelen onderwerpen. In spoedeisende gevallen, ter beoordeling van de voorzitter, kan de termijn van oproeping worden beperkt tot ten minste vierentwintig uur. De vergaderingen worden gehouden ter plaatse binnen Nederland, bij voorkeur in de gemeente Veenendaal, te bepalen door degene die de vergadering bijeenriep, dan wel deed bijeenroepen. Indien werd gehandeld in strijd met het hiervoor in dit lid bepaalde, kan de raad van toezicht niettemin rechtsgeldige besluiten nemen, mits de ter vergadering afwezige leden vóór het tijdstip van de vergadering hebben verklaard zich niet tegen de besluitvorming te verzetten. 4. De raad van toezicht kan ook op andere wijze dan in een vergadering besluiten nemen, mits alle leden in de gelegenheid worden gesteld hun stem uit te brengen en geen van hen zich tegen deze wijze van besluitvorming verzet. Een besluit is alsdan genomen, indien de volstrekte meerderheid van het aantal leden zich vóór het voorstel heeft verklaard. Van elk buiten vergadering genomen besluit wordt mededeling gedaan in de eerstvolgende vergadering, welke mededeling in de notulen van die vergadering wordt vermeld. 5. Volmacht Een lid van de raad van toezicht kan zich door een ander lid van de raad van toezicht ter vergadering schriftelijk doen vertegenwoordigen.
Eén lid van de raad van toezicht kan slechts één medelid ter vergadering vertegenwoordigen. 6. Wijze van vergaderen De voorzitter leidt de vergaderingen van de raad van toezicht; bij zijn afwezigheid voorziet de vergadering zelf in haar leiding. 7. De voorzitter bepaalt de wijze waarop de stemmingen in de vergaderingen worden gehouden, met dien verstande dat indien één of meer leden zulks verlangen, stemmingen over personen schriftelijk geschieden. 8. Het door de voorzitter ter vergadering uitgesproken oordeel omtrent de uitslag van de stemming is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voor zover werd gestemd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel. 9. Notulen Van het verhandelde in de vergaderingen van de raad van toezicht worden notulen gehouden door de daartoe door de voorzitter aangewezen persoon. De notulen worden vastgesteld in dezelfde of in de eerstvolgende vergadering en door de voorzitter van de vergadering ondertekend. 10. Reglement De raad van toezicht regelt zijn werkzaamheden en al hetgeen zijn functioneren betreft bij reglement. In ieder geval wordt hierin een regeling voorzien betreffende de wijze van vergaderen en de wijze van besluitvorming. 11. Verboden Een lid van de raad van toezicht mag niet: a.
als advocaat, gemachtigde of adviseur in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van de stichting dan wel ten behoeve van de wederpartij van de stichting; b. als gemachtigde of als adviseur werkzaam zijn ten behoeve van derden tot het aangaan van collectieve arbeidsovereenkomsten met de stichting of in die hoedanigheid deelnemen aan het decentraal georganiseerd overleg; c. als gemachtigde of als adviseur werkzaam zijn ten behoeve van derden tot het
13
aangaan van overeenkomsten met de stichting als bedoeld in onderdeel d; rechtstreeks of middellijk een overeenkomst met de stichting aangaan betreffende: het aannemen van werk ten behoeve van de stichting; het buiten dienstbetrekking tegen beloning verrichten van werkzaamheden ten behoeve van de stichting; het doen van leveranties aan de stichting; het verhuren van roerende zaken aan de stichting; het verwerven van betwiste vorderingen ten laste van de stichting; het van de stichting onderhands verwerven van onroerende zaken of beperkte rechten waaraan deze zijn onderworpen; het onderhands huren van zaken die toebehoren aan de stichting. 12. De raad van toezicht mag geen werkzaamheden en diensten, vermeld in lid 11 onder sub a tot en met d, laten uitvoeren door de echtgeno(o)t(e) of (geregistreerd) partner dan wel bloedverwanten in de eerste tot en met de derde graad van een lid van de raad van toezicht. d.
BOEKJAAR, JAARSTUKKEN Artikel 14 1. Boekjaar Het boekjaar van de stichting valt samen met het kalenderjaar. 2. Jaarrekening en jaarverslag Jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar van de stichting maakt het college van bestuur een jaarrekening en een jaarverslag op over dat boekjaar. De raad van toezicht kan deze termijn met ten hoogste vier maanden verlengen op grond van bijzondere omstandigheden. Bij het opmaken van het jaarverslag houdt het college van bestuur in ieder geval rekening met bepaalde in artikel 8 lid 5 (doelstellingen). Bij het opmaken van de jaarrekening houdt het college van bestuur rekening met het bepaalde in artikel 7 lid 12 en 12 lid 9 (bezoldiging en onkostenvergoeding college van bestuurders en leden raad van toezicht). De raad van toezicht is belast met het goedkeuren van de jaarrekening en het jaarverslag. Het college van bestuur maakt het jaarverslag openbaar en stuurt dit ter kennisgeving naar de gemeenteraad, met een verzoek om haar zienswijze. 3. Het college van bestuur stelt een planning op van de werkzaamheden inzake het jaarverslag en de jaarrekening die er in resulteert dat de raad van toezicht het jaarverslag en de jaarrekening mét goedkeurende verklaring van de accountant uiterlijk vijftien juni van het jaar volgend op het boekjaar kan goedkeuren.
Het college van bestuur stuurt het door de raad van toezicht goedgekeurde jaarverslag en de jaarrekening binnen twee weken na goedkeuring naar de gemeenteraad. De gemeenteraad stuurt zijn zienswijze op het jaarverslag en de jaarrekening vóór een oktober in dat jaar aan het college van bestuur. Het college van bestuur zendt de ontvangen zienswijze en zijn commentaar daarop aan de raad van toezicht. De raad van toezicht bespreekt de zienswijze en neemt dan een besluit.
14
4. 5.
6.
De jaarrekening wordt ondertekend door ieder lid van het college van bestuur en ieder lid van de raad van toezicht. Indien de ondertekening van één of meer van hen ontbreekt, wordt daarvan onder opgave van reden melding gemaakt. Verslag door college van bestuur Het college van bestuur brengt jaarlijks aan de gemeenteraad verslag uit over de werkzaamheden, waarbij in ieder geval aandacht wordt geschonken aan de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs. Het verslag wordt openbaar gemaakt. Accountant De raad van toezicht draagt jaarlijks het college van bestuur op de jaarrekening te doen onderzoeken door een door de raad van toezicht aangewezen certificerend accountant.
STATUTENWIJZIGING Artikel 15 1. Besluitvorming Het college van bestuur is bevoegd de statuten te wijzigen. Het besluit tot statutenwijziging is onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht. Het besluit tot statutenwijziging is voorts onderworpen aan de instemming van de gemeenteraad. 2. Eisen Het besluit van het college van bestuur tot statutenwijziging wordt genomen in een voltallige vergadering van het college van bestuur. Het besluit wordt genomen met volstrekte meerderheid van stemmen als bedoeld in artikel 9 lid 1. Is de vergadering van het college van bestuur waarin een besluit tot statutenwijziging aan de orde is niet voltallig, dan zal een nieuwe vergadering worden bijeengeroepen, te houden niet eerder dan twee en niet later dan vier weken na de bedoelde vergadering, waarin het besluit kan worden genomen, ongeacht het aantal aanwezigen. 3. Bij de oproeping tot de vergadering, waarin een voorstel tot statutenwijziging zal worden gedaan, dient zulks steeds te worden vermeld. Tevens dient een afschrift van het voorstel, bevattende de woordelijke tekst van de voorgestelde wijziging, bij de oproeping te worden gevoegd. De termijn van de oproeping bedraagt in dit geval ten minste twee weken. 4.
Een statutenwijziging treedt pas in werking nadat daarvan een notariële akte is opgemaakt en een authentiek afschrift van de wijziging en een volledig doorlopende tekst van de gewijzigde statuten is neergelegd op het kantoor van het door de Kamer van Koophandel gehouden handelsregister. Elk lid van het college van bestuur is bevoegd de akte van statutenwijziging te doen verlijden. 5. De leden van het college van bestuur zijn verplicht een authentiek afschrift van de wijziging en een volledige doorlopende tekst van de gewijzigde statuten neer te leggen op het kantoor van het door de Kamer van Koophandel gehouden handelsregister.
ONTBINDING EN VEREFFENING
15
Artikel 16 1. Besluitvorming Het college van bestuur is bevoegd de stichting te ontbinden. Het besluit tot ontbinding is onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht en de gemeenteraad. Het bepaalde in artikel 15 lid 2 is van overeenkomstige toepassing op een besluit van het college van bestuur tot ontbinding van de stichting. 2. Ontbinding door gemeente Voorts is de gemeenteraad, in geval van ernstige taakverwaarlozing door het college van bestuur of functioneren in strijd met artikel 42b lid 11 WVO, bevoegd zo nodig de stichting te ontbinden. 3. Vereffening Tenzij de raad van toezicht anders besluit, is het college van bestuur met de vereffening belast. 4. De vereffenaars dragen er zorg voor, dat van de ontbinding inschrijving geschiedt in het door de Kamer van Koophandel gehouden handelsregister. 5. De raad van toezicht stelt de bestemming van het batig liquidatiesaldo vast, met als voorwaarde dat de bestemming overeenkomt met het doel van de stichting. 6. Na de ontbinding blijft de stichting voortbestaan voor zover dit tot de vereffening van haar vermogen nodig is. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zoveel mogelijk van kracht. In stukken en aankondigingen die van haar uitgaan, moeten aan de naam van de stichting worden toegevoegd de woorden "in liquidatie". 7.
Bewaren documenten Na afloop van de vereffening blijven de boeken, bescheiden en overige gegevensdragers van de ontbonden stichting gedurende de door de wet bepaalde termijn onder berusting van de door de vereffenaars aangewezen persoon. Deze persoon is gehouden zijn aanwijzing ter inschrijving op te geven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel.
JURIDISCHE FUSIE EN JURIDISCHE SPLITSING Artikel 17 1. Het college van bestuur is bevoegd te besluiten tot juridische fusie en juridische splitsing van de stichting. Een dergelijk besluit is onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht en de gemeenteraad. 2. Het bepaalde in artikel 15 lid 2 is van overeenkomstige toepassing op besluiten van het college van bestuur tot fusie en splitsing.
(TEGENSTRIJDIGE) BELANGEN Artikel 18 1. Elk lid van het college van bestuur en de raad van toezicht laat het belang van de stichting prevaleren boven eigen belangen. Zij onthouden zich van persoonlijke bevoordeling van henzelf of hun naasten. Een tegenstrijdig belang moet voorkomen worden. Wat is een tegenstrijdig belang
16
2.
3.
4. 5. 6.
7.
8.
Van een tegenstrijdig belang is sprake als de betreffende persoon een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat strijdig is met het belang van de stichting, haar organisatie of onderneming. Melden Elk lid van het college van bestuur en de raad van toezicht is verplicht om (het gevaar van) een tegenstrijdig belang zo vroeg mogelijk te signaleren en te vermijden. Elk tegenstrijdig belang, en gevaar daarvan, moet gemeld worden bij de raad van toezicht. Ook het aangaan van een relatie waarbij een tegenstrijdig belang (kan) spelen, moet gemeld worden aan de raad van toezicht. Elke melding bevat alle relevante informatie die de raad van toezicht nodig heeft om een besluit te kunnen nemen en om passende maatregelen te kunnen treffen. Niet deelnemen aan besluitvorming en uitvoeren Een lid van het collge van bestuur dat een tegenstrijdig belang heeft, neemt niet deel aan de beraadslaging, besluitvorming en uitvoering over dat besluit. Wanneer daardoor geen besluiten kunnen worden genomen, wordt het besluit genomen door de raad van toezicht. De raad van toezicht legt dan schriftelijk de overwegingen vast die aan het besluit ten grondslag liggen. Kan het besluit vanwege het tegenstrijdig belang niet worden uitgevoerd? Dan wijst het college van bestuur na goedkeuring van de raad van toezicht iemand aan die het besluit uitvoert.
Een lid van de raad van toezicht dat een tegenstrijdig belang heeft, neemt niet deel aan de beraadslaging en de besluitvorming over dat besluit. Wanneer daardoor geen besluiten kunnen worden genomen, kan de raad van toezicht desondanks toch een besluit nemen. De raad van toezicht legt dan schriftelijk de overwegingen vast die aan het besluit ten grondslag liggen. Ook vermeldt de raad van toezicht dan welke andere mogelijkheden er waren om het gewenste resultaat te bereiken en waarom die mogelijkheden niet werden gekozen. Transparantie Het college van bestuur en de raad van toezicht gaan transparant en zorgvuldig met eventuele tegenstrijdige belangen om. Zij geven hierover openheid binnen de stichting en naar externe belanghebbenden.
VRIJTEKENING EN VRIJWARING Artikel 19 1. Definitie lid Waar in dit artikel wordt gesproken over ‘lid’, wordt daaronder begrepen een lid in diens hoedanigheid van lid van het college van bestuur of een lid in diens hoedanigheid van lid van de raad van toezicht. 2. Definitie schade Onder schade in de zin van dit artikel wordt mede verstaan de over enig te vergoeden bedrag verschuldigde wettelijke rente, de proceskosten welke een lid gehouden is te voldoen en/of de ten behoeve van de verdediging van het lid
17
3.
4.
5.
6. 7.
8.
9.
gemaakte rechtsbijstandkosten, mits deze kosten in redelijkheid zijn gemaakt en in redelijke verhouding staan tot de omvang van de schade. Vrijtekening De stichting zal een lid niet aansprakelijk stellen voor schade die de stichting lijdt als gevolg van enig handelen of nalaten van een lid in diens hoedanigheid van lid van het college van bestuur respectievelijk lid van de raad van toezicht. Vrijwaring De stichting zal een lid schadeloosstellen voor het bedrag dat dit lid aan een derde dient te vergoeden voor de schade die derden lijden als gevolg van enig handelen en/of nalaten van een lid. De stichting zal tot vergoeding overgaan van het bedrag dat een lid gehouden is op grond van een in kracht van gewijsde gegaan rechterlijk of arbitraal vonnis of van een met die derde(n) overeengekomen vaststellingsovereenkomst, mits de verdediging in de desbetreffende procedure door of namens de stichting is gevoerd respectievelijk de desbetreffende vaststellingsovereenkomst is gesloten met de uitdrukkelijke schriftelijke goedkeuring van de stichting en het lid volledige medewerking aan de stichting heeft gegeven bij het voeren van de verdediging respectievelijk de desbetreffende schikkingsonderhandelingen.
Geen vrijtekening en vrijwaring in bepaalde gevallen Aan de in lid 3 van dit artikel omschreven vrijtekening en de in lid 4 van dit artikel opgenomen vrijwaring kan een lid geen rechten ontlenen indien de desbetreffende schade het gevolg is van diens opzettelijk handelen of nalaten. Van een zodanig handelen en/of nalaten is in ieder geval sprake wanneer dat handelen en/of nalaten het gevolg heeft of met dat handelen of nalaten werd beoogd het desbetreffende lid en/of anderen verbonden aan de stichting en/of derden, in welk opzicht dan ook onrechtmatig te bevoordelen. Ook kan een lid van het college van bestuur geen rechten ontlenen aan de in lid 3 van dit artikel omschreven vrijtekening als hij een handeling heeft verricht waarvoor hij eerst goedkeuring van de raad van toezicht nodig had, en die goedkeuring niet heeft gevraagd en gekregen. Aan de in lid 3 omschreven vrijtekening en de in lid 4 omschreven vrijwaring kan een lid geen rechten ontlenen voor zover de schade als bedoeld in dit artikel is verzekerd en wordt vergoed door een verzekeraar.
Kosten Kosten door een lid gemaakt voor het voeren van verweer zullen door de stichting worden voorgeschoten tijdens een actie of procedure, mits het betreffende lid zich schriftelijk en onherroepelijk jegens de stichting heeft verbonden tot terugbetaling daarvan indien uit een in kracht van gewijsde gegaan vonnis volgt dat hij geen aanspraak kan maken op de vrijwaring door de stichting. De stichting kan nadere voorwaarden aan de uitbetaling verbinden, zoals het stellen van zekerheid. Geldigheidsduur De vrijtekening en vrijwaring als bedoeld in dit artikel blijven gelden voor een persoon die geen lid meer is en komen ook ten goede aan de erfgenamen of legatarissen van het lid. Wijziging artikel Dit artikel kan zonder toestemming van de personen die aanspraak maken op
18
vrijtekening en vrijwaring gewijzigd worden. Deze personen kunnen echter aanspraak blijven maken op de bescherming als geboden door dit artikel voor schade als gevolg van handelen of nalaten tijdens de periode dat dit artikel van kracht is.
SLOTBEPALING Artikel 20 1. In alle gevallen waarin de bepalingen van deze statuten in strijd blijken te zijn met de wet, prevaleert de wet. 2. In alle gevallen de stichting betreffende waarin deze statuten niet voorzien, beslist het college van bestuur.
EINDE VAN DE AKTE Als notaris verklaar ik nog het volgende. Wij ondertekenen deze akte in de gemeente Horst aan de Maas. Dit doen wij op de datum die in het begin van deze akte staat. Ik heb de identiteit van de aanwezige persoon vastgesteld. +Hij heeft op tijd voor het ondertekenen een ontwerp van de akte ontvangen. Ik heb de inhoud van deze akte aan hem verteld. Ook gaf ik een toelichting. De partij bij deze akte kent de gevolgen die voor hem uit deze akte voortvloeien. De aanwezige persoon vindt het goed dat ik de akte niet volledig voorlees. Daarom heb ik de akte gedeeltelijk voorgelezen. Meteen na de gedeeltelijke voorlezing hebben de aanwezige persoon en ik de akte ondertekend, om