7. Vaststelling omgevingsplan, deel I - commentaarnota zienswijzen
Tekst van het document
OMGEVINGSPLAN VEENENDAAL Deel I Verordeningen
Commentaarnota Zienswijzen
Veenendaal, december 2021
Inhoudsopgave 1.
Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Inhoud van deze nota 1.3 Procedure 1.4 Leeswijzer 2. Reacties en zienswijzen 2.1 Vooroverleg 2.2 Zienswijzen 2.3 Ontvankelijkheid zienswijzen 2.4 Conclusie zienswijzen 3. Ambtshalve wijzigingen 4. BIJLAGEN 4.1 Volledige reacties en zienswijzen (geanonimiseerd)
2 2 2 2 2 3 3 3 3 6 6 7 7
1. Inleiding 1.1 Aanleiding Deze nota heeft betrekking op de voorbereidingsprocedure van het Omgevingsplan, deel I Veenendaal. In het omgevingsplan zijn lokale regelgeving uit de huidige verordeningen met betrekking tot de fysieke leefomgeving, de bruidsschatregels en de instructieregels van het rijk opgenomen. Daarnaast zijn er regels opgenomen voor de bescherming van beeldbepalende panden. Het plangebied van het omgevingsplan omvat de hele gemeente Veenendaal. 1.2 Inhoud van deze nota Na deze paragraaf zullen in de Nota achtereenvolgens aan de orde komen: de stand van zaken met betrekking tot de procedure van het omgevingsplan; een overzicht van de zienswijzen en de beantwoording van deze zienswijzen; een aantal veranderingen dat ambtshalve (door de gemeente op eigen initiatief) wordt voorgesteld. 1.3 Procedure Het ontwerp Omgevingsplan, deel I heeft van 28 oktober 2021 t/m 8 december 2021 (zes weken) ter inzage gelegen. Van de ter inzagelegging is kennisgegeven op de gebruikelijke wijze: bekendmaking via de Rijnpost het Gemeenteblad en op de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Voor eenieder bestond de gelegenheid hiertegen zienswijzen in te dienen. In deze commentaarnota komen de binnengekomen zienswijzen evenals de reactie daarop aan bod. Er zijn twee zienswijzen ontvangen.
De raad is het bevoegde bestuursorgaan om te beslissen over de vaststelling van een omgevingsplan. Vanwege de grote stelselomslag is besloten de raad al eerder mee te nemen in het proces. Over instemming met het ontwerp omgevingsplan is niet door burgemeester en wethouders, maar door de raad besloten. De raad gaat dan ook over de vraag welke zienswijzen voor wijzigingen zorgen in het omgevingsplan; een en ander op voorstel van burgemeester en wethouders. De indieners van zienswijzen worden uitgenodigd in te spreken over het raadsvoorstel tijdens een commissievergadering om hun zienswijze nader toe te lichten. Binnen twee weken na inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt het plan bekend gemaakt in het Gemeenteblad en op de landelijke voorziening DSO-LV. De dag na bekendmaking wordt het omgevingsplan voor zes weken ter inzage gelegd. Degene die een zienswijze heeft ingediend en een belanghebbende kan binnen deze zes weken beroep instellen tegen het omgevingsplan bij de afdeling bestuursrechtsspraak van de Raad van State. Overigens treedt een omgevingsplan in werking met ingang van de dag waarop vier weken zijn verstreken sinds de dag waarop van het besluit mededeling is gedaan. Een eventueel beroep heeft geen schorsende werking.
Daarvoor dient naast een beroepschrift ook een verzoek om voorlopige voorzing te worden ingediend bij de afdeling bestuursrechtsspraak van de Raad van State. 1.4 Leeswijzer De beantwoording van de binnengekomen overlegreactie en zienswijzen zijn verwerkt in hoofdstuk 2. De reacties zijn samengevat weergegeven. De volledige zienswijzen zijn als bijlage aan deze commentaarnota toegevoegd. Hoofdstuk 3 gaat in op de voorgestelde aanpassingen in het omgevingsplan.
Commentaarnota zienswijzen Omgevingsplan, deel I -2-
2. Reacties en zienswijzen 2.1 Vooroverleg Op grond van artikel 2.4 Omgevingswet 16.30, lid 1 Omgevingswet in samenhang gelezen met artikel 3:11 Algemene wet bestuursrecht is het ontwerp omgevingsplan aan verschillende instellingen toegezonden. In de begeleidende e-mail is gevraagd om een reactie te geven op het voorontwerp omgevingsplan. De volgende instanties zijn benaderd: 1. Provincie Utrecht; en 2. Waterschap Vallei en Veluwe. Van het waterschap is geen reactie ontvangen. Reactie provincie Utrecht Het ontwerp Omgevingsplan, deel I geeft de provincie geen aanleiding om opmerkingen te plaatsen in het kader van het provinciaal belang zoals dat is opgenomen in de Omgevingsvisie Provincie Utrecht en geborgd in de bijbehorende Interim Omgevingsverordening Provincie Utrecht. Reactie gemeente Voor kennisgeving aangenomen. Conclusie De positieve reactie geeft geen aanleiding tot het aanpassen van Omgevingsplan, deel I. 2.2 Zienswijzen De volgende zienswijzen zijn ingediend: 1. TenneT TSO B.V., Utrechtseweg 310, 6812 AR, Arnhem. 2. Natuur en Milieufederatie Utrecht, Arthur van Schendelstraat 600, 3511 MJ, Utrecht. 2.3 Ontvankelijkheid zienswijzen De zienswijzen zijn schriftelijk en per e-mail ingediend binnen de reactietermijn van 28 oktober 2021 tot en met 8 december 2021. De zienswijzen zijn daarom tijdig ingediend en in beschouwing genomen.
De reacties worden hieronder verwoord en beantwoord. Zienswijze 1 TenneT TSO B.V. Schriftelijke inspraakreactie, per brief van 6 december 2021, (ingekomen 8 december 2021). Samenvatting inhoud 1. TenneT verzoekt de gemeente wederom op een passende wijze rekening te (blijven) houden met de aanwezigheid van de bestaande vitale infrastructuur in de doorwerking naar een omgevingsplan. TenneT vindt het van essentieel belang dat de rechten zoals deze nu in het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan voor de ondergrondse verkabeling van de hoogspanningsleiding zijn opgenomen niet beperkt worden. 2.
Het omgevingsplan vult de regelingen in de bestemmingsplannen aan met een vergunningstelsel waarin het aanleggen van kabelverbindingen in openbare gronden vergunningplichtig wordt. Ook is geregeld dat de vergunning kan worden ingetrokken ‘als dit noodzakelijk is voor de uitvoering van werken’. Ondanks dat in de regeling is opgenomen dat de netbeheerder in het kader van een voorgenomen intrekking moet worden gehoord, laat de regeling die nu luidt volgens TenneT geen ruimte voor een belangenafweging waarin het belang Commentaarnota inspraakreacties Omgevingsplan, deel I -3-
van de elektriciteitsvoorziening is meegewogen. TenneT verzoekt de gemeente om naar aanleiding van bovenstaande punten contact op te nemen met TenneT. Reactie gemeente Ad 1. In het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan voor de ondergrondse verkabeling van de hoogspanningsleiding kennen wij aan de betreffende gronden een (dubbel)bestemming toe die de betreffende functie planologisch mogelijk maakt binnen een bepaald gebied. Een vergunning (toestemmingsvereiste) daarentegen is in het geval van het aanleggen, instandhouden, wijzigen of verwijderen van kabels en leidingen van toepassing op de specifieke activiteiten binnen datzelfde gebied. Deze activiteiten kunnen invloed hebben op diverse onderdelen van de fysieke leefomgeving. In die gevallen willen wij met inachtneming van de oogmerken/belangen zoals wij die hebben opgesomd in artikel 5.12 van Omgevingsplan, deel I de diverse belangen tegen elkaar kunnen afwegen. Verder merken wij op dat er over het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan waar TenneT aan refereert nog geen besluitvorming heeft plaatsgevonden. Aan dit bestemmingsplan kunnen op dit moment geen rechten worden ontleend.
Verder willen wij u erop wijzen, zoals wij ook al op uw inspraakreactie hebben gereageerd, dat wanneer de staalkaart voor ‘Elektriciteit en gas in het omgevingsplan’ gereed is, gekeken zal worden of dit nog leidt tot aanvullingen of wijzigingen in het omgevingsplan. Vooraf zal contact op worden genomen met TenneT. Ad 2. De regeling over kabels en leidingen in het omgevingsplan is inderdaad een aanvulling op de huidige set aan regels die is opgenomen in de vigerende bestemmingsplannen. Deze bestemmingsplannen maken, zoals TenneT al aangeeft, vanaf de inwerkingtreding van de Omgevingswet van rechtswege onderdeel uit van het omgevingsplan. De dubbelbestemmingen en de vergunningstelsels blijven daarmee geldend. Verder volgt uit de Algemene wet bestuursrecht (Awb) dat als de gemeente een besluit neemt, alle rechtstreeks bij het besluit betrokken belangen worden afgewogen (artikel 3:4 Awb). Ook het horen van belanghebbenden (in dit geval de netbeheerder) is geregeld in artikel 4:8 Awb. De belangenafweging is dus al geregeld in andere wetgeving. Conclusie De zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het omgevingsplan. Zienswijze 2 Natuur en Milieufederatie Utrecht. Per e-mail van 8 december 2021 (ingekomen 8 december 2021) en brief van 8 december 2021 (ingekomen 13 december 2021). Samenvatting inhoud 1.
Natuur en Milieufederatie Utrecht (NMU) ziet meer kansen voor gemeente Veenendaal als het gaat om: omgevingswaarden, ruimte voor woningbouw, klimaatbestendigheid, mobiliteit, circulaire en natuur inclusieve landbouw energie, luchtkwaliteit, duisternis en participatie. 2. Daarnaast geeft u aan dat het werkingsgebied ‘Natuur’ niet correct is, omdat delen van het NNN en de groene contour ontbreken. Ook zijn aan dit werkingsgebied geen regels gekoppeld. 3. Verder geeft u aan dat het volgens artikel 4.6 overal buiten het werkingsgebied ‘bebouwingscontour jacht’ jacht is toegestaan, maar dat dit in beginsel niet toegestaan moet zijn binnen het werkgebied ‘Natuur’. Reactie gemeente Ad 1. Gemeente Veenendaal heeft er bij de implementatie van de Omgevingswet voor gekozen om allereerst zijn visie over de fysieke leefomgeving vast te leggen in een Omgevingsvisie (vastgesteld 20 december 2020). In deze visie dragen wij kortweg de ambitie uit dat alle
Commentaarnota zienswijzen Omgevingsplan, deel I -4-
ontwikkelingen in gemeente Veenendaal moeten bijdragen aan een gezond, duurzaam en veilig Veenendaal (drie rode draden). Deze visie willen wij ook graag concretiseren in het instrumentarium dat de Omgevingswet ons hiervoor beschikbaar stelt. Dit gaat om het omgevingsprogramma, het omgevingsplan en de omgevingsvergunning. Voor nu beperken wij ons tot het omgevingsplan. Het doel is te komen tot één Omgevingsplan voor gemeente Veenendaal volgens de eisen van de Omgevingswet. Hierbij ligt het in onze bedoeling dit in twee fasen uit te voeren. De eerste fase is erop gericht om alle algemeen verbindende regels die van invloed (kunnen) zijn op de fysieke leefomgeving te vervatten in een Omgevingsplan, deel 1. Concreet betekent dit dat de regels uit de verordeningen, de bruidsschat, instructieregels van provincie en/of waterschap en eventuele nieuwe regels die over de fysieke leefomgeving gaan, hierin op te nemen. De voorbereiding van fase twee zal aansluitend op de eerste fase volgen waarbij de geldende bestemmingsplannen in Veenendaal getransformeerd moeten worden naar één Omgevingsplan. Dit kan zowel gebiedsgericht (Centrum, woongebieden, bedrijventerreinen en buitengebied) als themagericht (sectoraal beleid) plaatsvinden. Het heeft onze voorkeur dit situationeel aan te pakken. Hierbij heeft gebiedsgericht de voorkeur en waar nodig pakken wij het thematisch (sectoraal) op.
Zodra fase 2 is afgerond kan deze worden samengevoegd met fase 1, zodat er één Omgevingsplan ontstaat. De onderwerpen en thema’s die reclamant benoemd, komen aan de orde bij de voorbereiding en uitwerking van fase 2 en maken geen onderdeel uit van Omgevingsplan, deel I. Niettemin maken wij bij de verdere uitwerking van het omgevingsplan (fase 2) graag gebruik van de inbreng van reclamant op de genoemde thema’s. Ad 2 Het werkingsgebied ‘Natuur’ in Omgevingsplan, deel I strekt ertoe om een gebieden aan te wijzen waar het niet is toegestaan om zonder omgevingsvergunning een houtopstand te vellen zoals opgesomd in artikel 5.140 van het ontwerp omgevingsplan (coulisselandschap, karakteristiek verkavelingspatroon, landschapswaarden, bos, natuur of waarde-ecologie). Er is dus wel degelijk een relatie met onze planregels. Daarnaast zijn deze werkingsgebieden niet bedoeld om de werkingsgebieden zoals deze zijn opgenomen in de interim omgevingsverordening van de provincie Utrecht te vervangen. Formeel juridisch gezien is dat ook niet mogelijk. Voor de provinciale werkingsgebieden Groene contour, Natuurnetwerk Nederland geldt dat de provincie regels stelt met het oog op de natuurbescherming, het in stand houden en versterken van een robuust netwerk van natuurgebieden en het behouden en versterken van de biodiversiteit.
Daartoe is het uitgangspunt van deze regels en bij de toepassing daarvan, dat de kwaliteit en oppervlakte van het natuurnetwerk Nederland niet achteruitgaan en dat de samenhang tussen de gebieden van het natuurnetwerk Nederland wordt behouden. De regels van het Omgevingsplan, deel I zijn hiermee in overeenstemming. Hiervoor verwijzen wij reclamant gemakshalve ook naar de bijgevoegde reactie van Provincie Utrecht op dit omgevingsplan. Ad 3.
Daar is geen sprake van. Artikel 4.6 van Omgevingsplan, deel I stelt dat binnen de bebouwingscontour houtkap het op grond van artikel 11.71, vierde lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, verboden is om jacht uit te oefenen met geweer. Het gaat hier dus duidelijk om een verbodsbepaling. Wel constateren dat wij een kennelijke verschrijving naar de verwijzing van het werkingsgebied hebben gemaakt. In plaats van ‘bebouwingscontour houtkap’ had hier moeten staan ‘bebouwingscontour jacht’. Dit zullen wij corrigeren.
Conclusie De zienswijze geeft aanleiding tot een geringe redactionele aanpassing van het omgevingsplan. Dit leidt niet tot een gewijzigde vaststelling.
Commentaarnota inspraakreacties Omgevingsplan, deel I -5-
2.4 Conclusie zienswijzen De reactie van de provincie en de zienswijzen hebben niet geleid tot wijzigingen in het omgevingsplan. 3. Ambtshalve wijzigingen In het omgevingsplan hebben een aantal verbeteringen plaatsgevonden die hebben geleid tot ambtshalve wijzigingen ten opzichte van het ontwerp omgevingsplan. Zo zijn een aantal redactionele verbeteringen uitgevoerd, een werkingsgebied toegevoegd en aangepast en planregels over nadeelcompensatie zijn komen te vervallen. Meer specifiek: De lijst met ‘waardevolle bomen’ is omgezet naar een werkingsgebied ‘Waardevolle bomen’; De analoge lijst is omgezet naar geo-informatie en daarmee een werkingsgebied geworden. Deze gegevens zijn op termijn in te zien in het DSO-LV. De planregels over nadeelcompensatie zijn komen te vervallen. De regels over nadeelcompensatie zullen worden opgenomen in een nog nader vast te stellen Verordening nadeelcompensatie; Hoofdstuk 9 (Handhaving) is gevuld; Dit spreekt voor zich. Werkingsgebied ‘Aankondigingsborden en spanborden’ aangepast; Een locatie (Prins Clauslaan - Rondweg-Oost) is komen te vervallen. Daarnaast is ook de artikelsgewijze toelichting bijgewerkt. De regels zijn tot slot beoordeeld door een externe deskundige op het gebied van het Omgevingsrecht. Naar aanleiding van deze beoordeling zijn diverse wetstechnische redactionele aanpassingen gedaan.
Commentaarnota zienswijzen Omgevingsplan, deel I -6-
4.
BIJLAGEN
4.1 Volledige reacties en zienswijzen (geanonimiseerd)
Commentaarnota inspraakreacties Omgevingsplan, deel I -7-
Gemeente Veenendaal Postbus 1100 3900 BC VEENENDAAL
DATUM ZAAKKENMERK NUMMER UW BRIEF VAN
24 november 2021 Z-GRO_OBP-2021-1935 823AA19E 26 oktober 2021
TEAM
GRO
REFERENTIE DOORKIESNUMMER FAXr
UW NUMMER
E-MAILADRES
BIJLAGE(N)
ONDERWERP
@provincie-utrecht.nl Reactie ontwerpbestemmingsplan Omgevingsplan, deel I - Verordeningen
Geacht college, In uw e-mail van 26 oktober 2021 heeft u ons laten weten dat het ontwerpbestemmingsplan “Omgevingsplan, deel I – Verordeningen” met ingang van 28 oktober gedurende zes weken ter inzage ligt. U heeft hiermee voldaan aan artikel 3.8, lid 1 sub b van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Het voorliggende bestemmingsplan geeft mij geen aanleiding opmerkingen te plaatsen in het kader van het provinciaal belang zoals dat is opgenomen in de Omgevingsvisie Provincie Utrecht en geborgd in de bijbehorende Interim Omgevingsverordening Provincie Utrecht. Ik vertrouw er op u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Hoogachtend, ir. M.J. Scheepstra Teamleider Gemeentelijke Ruimtelijke Ontwikkeling
Deze brief is automatisch gegenereerd en daarom niet ondertekend
Fysieke leefomgeving Archimedeslaan 6 Postbus 80300, 3508 TH, Utrecht Telefoon 030-2589111
~Tenner
iNaEKOMEN 0 6 DEC. 2021 GEMEENTE VEENENDAAL
Postbus 718, 6800 AS Arnhem, Nederland
CLASSIFICATIE
Aangetekend Gemeente Veenendaal T.a.v. het college van B&W Postbus 1100 3900 BC VEENENDAAL
DATUM
BETREFT
ONZE REFERENTIE
C1 - Publieke Informatie 6 december 2021 GFO-N-RE 21-2093
BEHANDELD DOOR TELEFOON DIRECT E-MAIL
ruimtel ijkeplannen@tennet.eu
zienswijze Omgevingsplan, deel I- Verordeningen — Z-1720693
Geacht college, Onlangs is via de Staatscourant bekend gemaakt dat het "Ontwerp Omgevingsplan deel I- Verordeningen" (hierna: het omgevingsplan) wat door de gemeente Veenendaal (hierna: de gemeente) is opgesteld, ter inzage ligt. Van de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen maakt TenneT TSO B.V. (hierna: TenneT) bij deze gebruik. TenneT legt met haar assets, evenals vele andere (ruimtelijke) activiteiten en ontwikkelingen in de Nederlandse samenleving, een claim op de beperkte beschikbare vrije ruimte in Nederland. Deze claim kan alleen worden gerechtvaardigd indien een goede afweging van alle relevante belangen heeft plaatsgevonden. Het Rijk heeft daarop voorgesorteerd door in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI') assets met een spanningsniveau van 110kV en hoger, 'hoogspanning' te noemen en aan te wijzen als zijnde van nationaal belang. De gemeente is in principe het bevoegd gezag voor het ruimtelijk vastleggen van stationslocaties en tracés voor hoogspanningsverbindingen met een spanningsniveau van 110 en 150 kV.
Het elektriciteitsnet dient te worden geborgd met regels in het omgevingsplan Voor TenneT als landelijke netbeheerder geldt, dat zij bij het in stand houden van het landelijk elektriciteitsnet de volgende doelstelling nastreeft: "Een veilig, betrouwbaar en duurzaam transport van elektriciteit voor en door Neder/and tegen de laagst maatschappelijke kosten met inachtneming van a!!e re/evante aspecten. Deze doelstelling is vertaald in drie bouwstenen die voor TenneT van belang zijn bij het opstellen van gemeentelijke ruimtelijke plannen, te weten: 1. het behouden en het creëren van ruimte voor het elektriciteitsnet voor bestaande en toekomstige activiteiten van TenneT; 2. het beschermen van het elektriciteitsnet tegen activiteiten in de nabijheid van die netten voor activiteiten
1
Artikel 10, lid 1, van de huidige E-wet (ook al vóór de NOVI) bepaalt dat 110 en 150 kV (ook) tot het landelijk hoogspanningsnet
behoren.
TenneT TSO B.V. Bezoekadres Utrechtseweg 310, Arnhem Postadres Postbus 718, 6800 AS Arnhem Factuuradres Postbus 428, 6800 AK Arnhem Handelsregister Arnhem 09155985 Telefoon 0800 83 66 38 8 Fax 026 373 11 12 Internet www.tennet.eu
~TenneT 3.
DATUM ONZE REFERENTIE PAGINA
TenneT TSO B.V. 6 december 2021 GFO-N-RE 21-2093 2 van 5
die daar een bedreiging voor (kunnen) vormen; het waarborgen van de omgevingskwaliteit in de nabijheid van het elektriciteitsnet.
In het kader van bovenstaande uitgangspunten is het "Ontwerp Omgevingsplan deel 1— Verordeningen" beoordeeld. Belang TenneT Op dit moment bevinden zich in de gemeente twee bovengrondse 150kV hoogspanningsverbindingen (te weten Driebergen — Veenendaal 't Goeie Spoor en Veenendaal Wageningselaan — Veenendaal 't Goeie Spoor). Daarnaast zijn de 150kV hoogspanningsstations Wageningselaan en 't Goeie Spoor in de gemeente gelegen. Enige tijd geleden heeft de gemeenteraad van Veenendaal besloten de bestaande bovengrondse hoogspanningsverbindingen
door
TenneT
te
laten
vervangen
door
ondergrondse
150kV
hoogspanningsverbindingen. Hierbij maakt de gemeente gebruik van de verkabelingsregeling op grond van de Wet Voortgang Energietransitie (Wet VET). Naar verwachting zal het bestemmingsplan dat deze verkabeling mogelijk maakt in ontwerp ter inzage worden gelegd in januari 2022. Vaststelling van het bestemmingsplan is in mei 2022 voorzien. In dit bestemmingsplan worden dubbelbestemmingen opgenomen met een regeling die de drie bouwstenen borgen, zoals hiervoor aangegeven. Als gevolg van inwerkintreding van de Omgevingswet (naar verwachting per 1 juli 2022) zal het bestemmingsplan van rechtswege onderdeel uitmaken van het tijdelijk deel omgevingsplan. Voor TenneT is het van essentieel belang dat de rechten zoals die in het genoemde bestemmingsplan worden vastgelegd, niet beperkt worden door het nu ter inzage gelegde omgevingsplan. Inhoudelijke reactie TenneT op het'Ontwerp Omqevinqsplan deel 1- Verordeningen' I.
Beperkingen door het vergunningenstelsel in het omgevingsplan
Op grond van artikel 1.1. van het omgevingsplan wordt onder het begrip kabels en leidingen in het omgevingsplan het volgende verstaan: 'een kabel of leiding die is bedoeld voor het transport van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen of van energie'. Artikel 5.26 van het omgevingsplan luidt als volgt: 'Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning werkzaamheden uit te voeren in of op openbare grond voor de aanleg, instandhouding, wijziging of verwijdering van kabels en leidingen.' Artikel 5.29 lid 1 van het omgevingsplan luidt vervolgens: 1 Burgemeester en wethouders kunnen de omgevingsvergunning wijzigen, intrekken of verlengen, als:
a. de netbeheerder niet binnen een jaar na het onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning de werkzaamheden als omschreven in de omgevingsvergunning heeft afgerond; b. de in de omgevingsvergunning benoemde werkzaamheden langer dan een aaneengesloten periode van
~TenneT
DATUM ONZE REFERENTIE PAGINA
TenneT TSO B.V. 6 december 2021 GFO-N-RE 21-2093 3 van 5
zes maanden stll liggen; c. de omgevingsvergunning in strijd met enig wettelijk voorschrift is afgegeven; d. dit noodzakelijk is vanwege de uitvoering van werken; e. de openbare orde of een gevaar of de vrees voor het ontstaan van gevaar zich verzet tegen de uitvoering van de voorgenomen werkzaamheden' Bovenstaande artikelen omvatten een stelsel waarbij voor het uitvoeren van werkzaamheden in of op openbare gronden in verband met de aanleg, instandhouding of opruiming van ondergrondse kabels en leidingen een vergunning noodzakelijk wordt. Er is daarbij geen onderscheid gemaakt in de vele verschillende soorten kabels en leidingen. Dat maakt dat dit voor TenneT betekent dat het aanleggen van ondergrondse hoogspanningsverbindingen in openbare gronden vergunningplichtig wordt. Voorts kan die vergunning op grond van artikel 5.29 lid 1 van het omgevingsplan worden ingetrokken als dit noodzakelijk is vanwege
de
uitvoering
van
werken'.
Tegelijk
zal,
zoals
hiervoor
is
aangegeven,
voor
de
hoogspanningsverbinding het tijdelijk deel omgevingsplan gelden op grond waarvan de verbinding ligrechten heeft, zonder nadere vergunningplicht en de mogelijkheid van intrekking van een vergunning. Naar de mening van TenneT leidt het vergunningenstelsel in het omgevingsplan tot een beperking van de rechten zoals opgenomen in het bestemmingsplan dat onderdeel zal uitmaken van het tijdelijk deel omgevingsplan, als al niet gesproken kan worden van tegenstrijdigheid. Op grond van het tijdelijk deel omgevingsplan zal sprake zijn van (1) een duurzaam ligrecht (2) bescherming tegen activiteiten van buitenaf en (3) een goede inpassing. TenneT verwijst hierbij naar de bouwstenen zoals hierboven omschreven. Door het nu ter inzage liggende ontwerp van het omgevingsplan wordt het duurzaam ligrecht drastisch beperkt. De voornaamste reden hiervoor is dat de regeling in het omgevingsplan het mogelijk maakt dat de gemeente de vergunning eenzijdig wijzigt of intrekt, bijvoorbeeld indien dit noodzakelijk zou zijn vanwege de uitvoering van werken (artikel 29 lid 1 sub d). Dat daar eventueel een verlegregeling voor geldt ingeval over wordt gegaan tot intrekking maakt niet dat daarmee recht wordt gedaan aan de belangen van TenneT.
Daarnaast borgt het vergunningenstelsel zoals nu opgenomen in het omgevingsplan niet de bescherming van ondergrondse hoogspanningsverbindingen tegen activiteiten van buitenaf. Het bovenstaande past niet in het beeld van TenneT dat aan het gewichtige belang van de hoogspanningsverbindingen recht wordt gedaan en daarmee vindt ook geen evenredige belangenafweging plaats (immers een dergelijke afweging is niet opgenomen in de ter inzage liggende omgevingsverordening). TenneT wenst daarom te worden uitgezonderd van het vergunningenstelsel. De vitale infrastructuur van TenneT is niet voor niets aangemerkt als zijnde nationaal belang. Het standpunt van TenneT is dus dat haar assets dienen te worden geborgd in huidige bestemmingsplannen en toekomstige omgevingsplannen. Als het omgevingsplan gewijzigd wordt, dient er namelijk altijd rekening te worden gehouden met de reeds planologisch vastgelegde assets van TenneT en dient vroegtijdig een integrale belangenafweging plaats te vinden, zo ook het belang van de elektriciteitsvoorziening. Een en ander past ook in de lijn met de bescherming die het Rijk biedt in het Besluit kwaliteit leefomgeving voor assets met een spanningsniveau van 220 kV en 380 kV.
~TenneT
11.
DATUM ONZE REFERENTIE PAGINA
TenneT TSO B.V. 6 december 2021 GFO-N-RE 21-2093 4 van 5
Omgevingsplan tijdelijk deel versus omgevingsplan nieuwe stijl'
Door het gefaseerd/thematisch wijzigen van het omgevingsplan door de gemeente rijst bij TenneT de vraag of het omgevingsplan wat nu voorligt kan bestaan naast het tijdelijk deel omgevingsplan wat vanaf 1 juli 2022 van rechtswege geldt. Op het moment van inwerkingtreding van het omgevingsplan worden de assets van TenneT namelijk geborgd middels een dubbelbestemming in het bestemmingsplan. Deze borging is alleen op te heffen middels een bestemmingsplanwijziging. Aangezien het bestemmingsplan vanaf 1 juli 2022 van rechtswege het omgevingsplan (tijdelijk) wordt, rijst de vraag in hoeverre het inroepen van een vergunningenstelsel met de mogelijkheid de vergunning in te trekken (zoals in voorliggend omgevingsplan `nieuwe stijl' beschreven) strijdig is met het straks van rechtswege van kracht zijnde tijdelijk deel omgevingsplan. Zoals reeds aangegeven kan TenneT niet instemmen met een inperking van haar huidige juridische rechtspositie. Een vergunningenstelsel zoals hierboven beschreven heeft naar de mening van TenneT een inperking van de publiekrechtelijke borging tot gevolg. Die inperking zit naar de mening van TenneT met name in het feit dat de vergunning relatief eenvoudig en eenzijdig kan worden ingetrokken (bijvoorbeeld wanneer dit door de gemeente noodzakelijk wordt geacht vanwege de uitvoering van werken).
Dit in tegenstelling tot een dubbelbestemming in een bestemmingsplan die alleen kan worden verwijderd door een planherziening waarbij een integrale belangenafweging moet worden gemaakt. Het omgevingsplan van de gemeente zoals dat nu voorligt doet hiermee onze huidige rechten, die we voor inwerkingtreding van het omgevingsplan hebben (te weten een dubbelbestemming in het bestemmingsplan), teniet. Kortom, TenneT meent dat deze twee stelsels voor haar verbindingen niet naast elkaar kunnen bestaan en wenst derhalve haar huidige rechten te handhaven. Graag contact Zoals reeds aangegeven gaat TenneT met de gemeente graag het gesprek aan om te bespreken hoe en op welke wijze de assets van TenneT in het omgevingsplan kunnen worden geborgd. In het kader van de eerdere inspraakreactie van TenneT (brief met kenmerk : GFO-N-RE 21-1485) heeft TenneT meerdere malen aan de gemeente verzocht om een gesprek om zo haar standpunten toe te kunnen lichten. Tot op heden is er vanuit de gemeente geen bereidheid geweest om het gesprek aan te gaan. TenneT benadrukt dat een toelichtend gesprek voor beide partijen waardevol zou kunnen zijn en vraagt de gemeente nogmaals om in te gaan op het verzoek daartoe.
~TenneT
DATUM ONZEREFERENTIE PAGINA
TenneT TSO B.V. 6 december 2021 GFO-N-RE 21-2093 5 van 5
Vragen? Heeft u vragen over de inhoud van deze zienswijzen, dan kunt u contact opnemen met de behandelaar van deze brief. Eventuele correspondentie (met vermelding van onze referentie) kunt u eveneens aan deze persoon richten. Ik zie uw reactie op bovenstaande zienswijzen met belangstelling tegemoet.
Met vriendelijke groet, TenneT TSO B.V.
mr.-A.f1
~AnJélique) Avink
Head Real Estate Management
S7*11r._1H-l:If6II !.
Postbus 718. 6800 AS Arnherrm
vali. Verzonden: Aan: Onderwerp: Bijlagen:
> (NMU) < woensdag 8 december 2021 16:58 Info Veenendaal zienswijze Omgevingsplan deel 1- Verordeningen — Z-<1720693> 211208-zienswijzeOmgevingsverordening.pdf
Geachte Gemeente Veenendaal,
De NMU heeft de concept omgevingsverordening van de gemeente Veenendaal met belangstelling gelezen. Zowel op het vlak van omgevingswaarden als wat betreft participatie ziet NMU meer kansen voor Veenendaal. In de bijlage treft u de zienswijze zoals ook per papieren post verzonden is. Met vriendelijke groeten, Natuur en Milieufederatie Utrecht Arthur van Schendelstraat 600 3511 MJ Utrecht t: 030 2567 350 e:
...
..**.x,,.....,..........
Samen voor een mooi en duurzaam Utrecht
natuur en milieu I utrecht www.nmu.nl Lees onze Nieuwsbrief Volg ons op Twitter Like ons op Facebook
~
natuur en milieu
utrecht
Gemeente Veenendaal Gemeenteraad
Arthur van Schendelstraat 600
Postbus 1100
3511 MJ Utrecht
3900 BC Veenendaal
030 2567 350 Info@nmu.nl www.nmu.nl
Tevens per email: info@veenendaal.nl, Utrecht, 08 december 2021, Kenmerk: 24 / 2021 / MV /205.4 Veenendaal Betreft: zienswijze Omgevingsplan deel 1- Verordeningen — Z-<1720693> Contactpersoon: Geachte, De NMU heeft de concept omgevingsverordening van de gemeente Veenendaal met belangstelling gelezen. Procesmatig is Veenendaal een voorloper. Inhoudelijk is de omgevingsverordening daarentegen zeer behoudend. De bruidsschat wordt grotendeels overgenomen in gemeentelijke regelgeving. Op enkele punten wordt afgeweken van de bruidsschat ten gunste van bestaande gemeentelijke regelgeving. Door deze behoudende werkwijze blijven er ons inziens echter ook kansen van de omgevingswet onbenut. Zowel op het vlak van omgevingswaarden als wat betreft participatie ziet NMU meer kansen voor Veenendaal. Ten slotte zijn er enkele opmerkingen over de tekst van de conceptverordening. Vanwege de maatschappelijke opgaven zoals robuuste natuur, energietransitie, circulaire economie, gezondheid, klimaatverandering en duurzame bereikbaarheid kan de gemeente zich geen beleidsneutrale omzetting van huidig beleid veroorloven. Veenendaal is een groeigemeente die de gemeentegrenzen op zoekt om woningen te kunnen bouwen. Als je daar als gemeente voor kiest zijn 'groene' uitloopgebieden én groen in de stad essentieel: niet alleen voor inwoners om recreëren maar ook voor de biodiversiteit en ecologie.
Bovendien leidt een voortvarende aanpak van de maatschappelijke opgaven tot een krachtige gemeente, waar mensen graag willen wonen, werken en verblijven. Durf daarom, waar nodig, te kiezen voor een koerswijziging: maak échte keuzes in de omgevingsverordening. Omgevingswaarden Omgevingswaarden zijn kwaliteiten van de leefomgeving die de gezondheid en het welzijn van de gebruikers bevorderen. Voorbeelden van omgevingswaarden zijn: ruimte, klimaatbestendigheid, schone lucht, duisternis en duurzaamheid. Voor deze omgevingswaarden kunnen in de omgevingsverordening niet alleen harde regels met duidelijke grenswaarden worden gesteld, maar ook inspanningsverplichtingen. Voor omgevingswaarden die zich moeilijk cijfermatig vast laten leggen zijn inspanningsverplichtingen een goede mogelijkheid. Ruimte De ruimte in de gemeente is schaars en de opgaven zijn groot. We hebben te maken met een flinke woningbouwopgave, voor de energietransitie is ruimte nodig en ook natuur en landschap vragen ruimte voor versterking. Dat maakt dat we heel zorgvuldig en efficiënt met de schaarse ruimte zullen moeten omgaan. Dat vraagt om zeer zorgvuldig afgewogen keuzes. Gebouwen worden gebouwd voor ten minste 100 jaar. Dat maakt dat keuzes van nu dus voor een heel lange tijd effect hebben op onze leefomgeving. zuinig ruimtegebruik: geen grote kavels, maar kleine kavels met veel openbaar groen.
60% groen versus 40% verharding in de openbare ruimte; Er moet gestimuleerd worden dat de groei van de woningbouw eerst binnenstedelijk, daarna rond OV knooppunten en pas daarna op locaties elders plaatsvindt. We vragen de gemeente om echt alles op alles te zetten om daarin tot de juiste keuzes te komen. Locaties in het buitengebied en locaties zonder OV-knooppunt in de buurt moeten niet worden gefaciliteerd totdat de betere locaties zijn benut. Dit kan mogelijk door differentiatie in leges. Maar ook in de r:l ,.cenm ran,•ot
samen voor een mooi en duurzaam Utrecht
~ONALE■ ■ NATI
POSTCODE
■ LOTERIIJ■
9fJ
V °
GOED DOEL
2
omgevingsverordening kunnen hiertoe regels worden opgenomen, bijvoorbeeld hele lage bebouwingspercentages in het buitengebied. Bij ontwikkelingen in het Natuurnetwerk Nederland (NNN) moet dezelfde ADC- Toets worden toegepast als bij ontwikkelingen in Natura-2000 gebieden. Indien de passende beoordeling van een plan of project (of programma) niet de vereiste zekerheid biedt dat de natuurlijke kenmerken van een NNN-gebied niet worden aangetast, kan alleen toestemming voor een plan of project worden verleend indien: A - Er geen alternatieven zijn, D - Sprake is van dwingende redenen van groot openbaar belang en C - De nodige compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het NNN bewaard blijft. Klimaatbestendigheid Om klimaatverandering te beperken en de klimaatdoelen te halen moet de uitstoot van broeikasgassen verminderen. Zo gaan energiebesparing en duurzame energieopwekking de komende jaren een hoge vlucht nemen en gaat duurzame mobiliteit een steeds grotere rol spelen in het verminderen van CO2 uitstoot. Klimaatverandering zorgt ook voor extremere weersomstandigheden. Buien worden zwaarder en feller. Door de opwarming van de aarde komen er meer extreem warme dagen. Deze extreme warmte leidt tot hittestress en droogte. Hittestress heeft onder andere hogere sterfte- en ziektecijfers en lagere arbeidsproductiviteit tot gevolg.
Vooral dichtbebouwde steden met weinig groen worden bij hittegolven zwaar getroffen en kan zorgen voor een 'stedelijk hitte-eiland effect', waarbij de temperatuur in de stad aanzienlijk hoger ligt dan in het omliggende landelijk gebied. De hoge temperaturen kunnen gevaarlijk zijn voor kwetsbare groepen zoals ouderen en kinderen. Ook kan een deel van de huishoudens in de woning serieuze warmteoverlast ervaren. Alles wat nu gebouwd wordt staat er voor ten minste 100 jaar. En in de eerste 30 jaar van die 100 jaar moet de transitie naar een energieneutrale en klimaatneutrale provincie volledig vormgegeven worden. Daarom ook de oproep: doe het duurzaam! Woningen en werklocaties die nu gebouwd worden of waar nu plannen voor worden gemaakt, moeten echt volledig energieneutraal, circulair, klimaatbestendig, groen en gezond zijn, anders halen we de klimaatdoelstellingen niet. Wat ons betreft betekent dat een verplichting van: • • • • • • • •
ten minste energieneutraal bouwen (en streven naar energiepositief); circulair bouwen (ten minste 50% hergebruik van materialen, gebruik van biobased of hernieuwbare materialen, 100% losmaakbaar en levensloopbestendig/modulair); waterberging op eigen terrein, voor hemelwater geen aansluiting op het riool of aanleg gescheiden riolering; gebruik van groene daken enlof groene gevels; natuurinclusief bouwen (wat echter niet verward mag worden met het invulling geven aan Groen Groeit Mee, dat laatste gaat over uitbreiding van groen); een score van ten hoogste 0.7 op de MPG (Milieuprestatie Gebouwen, verplicht bij iedere aanvraag voor een Omgevingsvergunning); een infiltratieplicht op de eigen kavel van buien tot 50 mm; op maximaal 1 minuut van elke woon- of werklocatie is koelte te vinden. Dit is een plek in de buitenruimte met een maximaal toelaatbaar verschil in gevoelstemperatuur met het platteland op hete dagen van 3°C en schaduw;
Circulariteit moet worden gestimuleerd. Bewonersinitiatieven en kleine bedrijven die werken met afval als grondstof moeten worden ondersteund en gefaciliteerd. Momenteel lopen deze initiatieven vaak tegen belemmerende regelgeving over afval aan, deze regelgeving moet aangepast worden zodat hergebruik en upcycling eenvoudiger wordt. Mobiliteit Mobiliteit heeft een grote invloed op de leefomgeving. Duurzame en actieve mobiliteit dienen daarbij zowel vanuit het oogpunt van gezondheid als vanuit het oogpunt van de klimaatopgave het uitgangspunt te zijn. Wij pleiten voor een verplichting om bij ontwikkelingen een duurzaam mobiliteitsconcept mee te ontwikkelen, gericht op (elektrische) deelmobiliteit, toegankelijk met het openbaar vervoer en voor het verder inrichten van de leefomgeving op
samen voor een mooi en duurzaam Utrecht
2
het gebruik van de fiets. Auto gebruik, moet veranderen van de norm naar de uitzondering voor enkel die specifieke omstandigheden waar de andere vervoersmodaliteiten onmogelijk zijn. Landbouw De landbouw zal circulair en natuurinclusief moeten worden om toekomstbestendig te zijn (maatschappelijk geaccepteerd, ecologisch en economisch vitaal). Landbouw moet een drager van het landschap zijn, waarbij kleine landschapselementen en de natuur versterkt worden. Bestaande landschapselementen moeten beschermd worden en het herstel van de oorspronkelijke groene en blauwe dooradering moet gestimuleerd worden. Innovatie naar duurzame en natuurinclusieve landbouw moet mogelijk zijn. Belangrijke vernieuwende initiatieven die meer ruimte moeten krijgen zijn kringlooplandbouw, voedselbossen en agroforestry. Kringlooplandbouw betekent het optimaliseren van het bedrijfsrendement in brede zin, zowel economisch als ecologisch en sociaal-maatschappelijk. De kringloopboer maakt zoveel mogelijk gebruik van eigen bronnen en beschikbare bronnen in de regio, in evenwicht met en met respect voor de natuurlijke omgeving. Hierdoor heeft kringlooplandbouw een positief effect op bodem-, lucht-, water- en natuurkwaliteit, en op landschap, dierenwelzijn en klimaat. Kringlooplandbouw kan gefaciliteerd worden door verbreding van agrarische bedrijven toe te staan.
(bijvoorbeeld zorg, recreatie en ateliers) De gemeente kan bijvoorbeeld bepalen dat landbouwbedrijven niet méér dieren mogen gaan houden (stand still beginsel), het gebruik van bestrijdingsmiddelen verbieden, aangeven waarvoor vrijkomende gronden te gebruiken zijn. Zo kunt u bijvoorbeeld zeggen dat het huidige gebruik niet intensiever mag worden. Meer over kringlooplandbouw kunt u vinden in ons tien puntenplan kringlooplandbouw https://www.nmu.nl/wp-content/uploads/sites/2/2020/12/10-puntenplan-Kringlooplandbouw-NMU-1.pdf Voedselbossen en agroforestry lopen vaak tegen de grenzen van bestemmingsplannen aan. Deze vernieuwende landbouwconcepten zijn diverser dan reguliere landbouw. Ze kunnen leiden tot een waardevolle aanvulling in het landschap. Omdat ze de openheid van industriële landbouw missen, maar ook niet natuur als hoofdfunctie hebben vallen ze in beide bestemmingen buiten de boot. Deze impasse kan de omgevingsverordening verhelpen. Ten slotte mist de omgevingsverordening beleid over vrijkomende agrarische bebouwing. Hierdoor zal er per geval een afweging moeten worden gemaakt. Dit vermindert de rechtszekerheid en vergroot het risico op verrommeling van het landschap. In de omgevingsverordening moet beleid op dit punt worden opgenomen zodat vrijkomende agrarische bebouwing wordt ingezet voor duurzame functies die de waarde van het agrarische landschap versterken.
Energie Voor ons is het duidelijk: de klimaatcrisis is urgent en vraagt om een voortvarende aanpak op alle fronten en in alle gebieden. Energiebesparing en no regret' maatregelen (maatregelen waar je geen spijt van krijgt, zoals zonnepanelen op daken) moeten daarbij de hoogste prioriteit krijgen. Maar die maatregelen zijn niet genoeg die om onze klimaatimpact op tijd terug te dringen. We ontkomen er niet aan: ook windturbines en zonnevelden zijn een onmisbaar onderdeel in de mix van realistische klimaatmaatregelen. Duurzame energieopwekking en energiebesparing zijn noodzakelijk om de klimaatopgave te kunnen halen. De gemeente moet daarvoor in de omgevingsverordening duidelijke en concrete kaders stellen. Duidelijke regels bieden immers de zekerheid die nodig is voor investeringen in duurzame energie. Het is belangrijk dat de eigen klimaatdoelen die recent zijn genoteerd in kader van de RES, ook worden verankerd in de omgevingsverordening. De bepalingen in de omgevingsverordening moeten stimuleren dat de projecten met de grootste opbrengst tegenover de kleinste ruimtelijke impact eenvoudiger te verwezenlijken zijn dan projecten waarin die verhouding ongunstiger is. Vanuit de NMU zien we wel, dat wind- en zonprojecten zonder goede sturing of belangenafweging veel schade kunnen aanrichten.
Schade aan natuur en landschap, en aan het maatschappelijk draagvlak voor de energietransitie. Om voortvarend én verantwoord werk te maken van de energietransitie pleiten wij daarom voor een energievoorziening die drievoudig duurzaam' is: 1. Volledige en snelle overstap naar duurzame energie. 2. Zorgvuldige inpassing met oog voor natuur- en landschapswaarden en leefomgeving.
samen voor een mooi en duurzaam Utrecht
2
3.
Participatie: betrokkenheid van omwonenden en andere belanghebbenden in de planvorming; en een eerlijke verdeling van lusten en lasten.
Energielandschappen met multifunctioneel ruimtegebruik hebben een grote meerwaarde. Zonneweides zijn bijvoorbeeld goed te combineren met andere functies, zoals natuur, landbouw, recreatie en educatie. Participatie van burgers in energieprojecten versterkt de maatschappelijke acceptatie. In onze "Constructieve Zonneladder en de "Checklist Wind op Land" hebben we meer over natuurinclusieve energielandschappen opgenomen. Warmtenetwerken zijn eveneens noodzakelijk voor de klimaatopgave. De restwarmte van bedrijven kan zo nuttig toegepast worden, maar ook geothermie en aquathermie zijn kansrijker als er goede warmtenetwerken zijn. Ook op dit punt zijn heldere concrete regels in de omgevingsverordening onmisbaar. De netinfrastructuur zal moeten worden veranderd en verzwaard om de nieuwe energiemix te kunnen dragen. Ook op dit punt is concrete en heldere regelgeving noodzakelijk. Een uniforme aanpak zal zaken immers versnellen. Gezonde lucht De omgevingswet maakt het voor gemeentes mogelijk regels te stellen voor gezonde lucht. Fijnstof, geuroverlast en roet kunnen met regels in de omgevingsverordening aan banden worden gelegd. Dit zal de gemeente aantrekkelijker maken om te wonen, werken en verblijven. Duisternis Uit ons onderzoek naar overbodige verlichting in de Nacht blijkt dat veel bedrijven in Veenendaal onnodig veel veriichting laten branden.
We kwamen in 2020 op 78% en in 2021 zelfs boven de 80% ver boven het landelijk gemiddelde. De gemeente kan in vergunningen opnemen dat verlichting die geen veiligheidsfunctie heeft, zoals reclameverlichting, in de nacht gedoofd dient te worden, of bedrijven adviseren verlichting binnen en buiten te doven na 0.00 uur. Ook kan de omgevingsdienst de opdracht gegeven worden hier actie op te nemen. Een goed voorbeeld hiervan is omgevingsdienst Rijnmond https://www.nachtvandenacht.nl/nieuws/licht-hinder-meld-heU Participatie Bij de ontwikkeling van projecten die de leefomgeving van mensen ingrijpend veranderen, is een methode om betrokkenen actief te betrekken van groot belang om steun en draagvlak te krijgen en te behouden. Er zijn goede voorbeelden uit verschillende gemeenten bij het betrekken van burgers en ondernemers bij projecten als zonneparken, verkeersmaatregelen en de aanleg van warmtenetten. In alle gevallen is het mogelijk om bewoners actief te laten meedenken en hun inbreng te verwerken in de uitwerking van de plannen. In veel gevallen is het zelfs mogelijk om het initiatief geheel bij bewoners te leggen, en als gemeente slechts een ondersteunende rol te vervullen; een geheel andere manier van werken die niet alleen bijdraagt aan betere, meer gedragen projecten, maar ook aan de sociale cohesie in buurten, wijken en gemeente.
De omgevingswet heeft als belangrijk doel de participatie te versterken. Met betrekking tot proactieve participatie ligt er een goed raamwerk. Wat betreft reactieve participatie is dit minder het geval. Om de reactieve participatie toegankelijk te houden verdient het de voorkeur dat besluiten pas 4 weken na bekendmaking in werking treden. Dit neemt de onrust weg bij burgers die zich anders mogelijk genoodzaakt voelen voorlopige voorzieningen aan te vragen. 4 weken tussen bekendmaking en inwerkingtreding moet als hoofdregel opgenomen worden in de omgevingsverordening. Slechts in vooraf bepaalde uitzonderingssituaties, wanneer 4 weken wachten tot onaanvaardbare gevolgen leidt, zou er van deze hoofdregel afgeweken kunnen worden. Het concept Het "Werkingsgebied Natuur" zoals te vinden op pagina 239 van de PDF is onjuist. Grote stukken van het NNN en de groene contour ontbreken in dit werkingsgebied. Het werkingsgebied natuur moet minstens het hele NNN en de hele groene contour omvatten. Daarnaast valt op dat hoewel het werkingsgebied vastgelegd is er geen specifieke regels van toepassing zijn binnen dit werkingsgebied.
samen voor een mooi en duurzaam Utrecht
2
Blijkens artikel 4.6 is overal buiten het "bebouwingscontour jacht", hetgeen neerkomt op buiten de bebouwde kom jacht toegestaan. Jacht zou in beginsel ook niet toegestaan moeten zijn binnen het "Werkingsgebied natuur" (welke de gehele NNN en groene contour dient te omvatten). NMU staat altijd open voor gesprekken over de omgevingsverordening en verduurzaming en versterking van natuurwaardes. Met vriendelijke groet, Namens de Natuur en Milieufederatie Utrecht,
Josja Veraart directeur
samen voor een mooi en duurzaam Utrecht