7. Technische vragen en antwoorden RV Woonvisie 2022-2025
Tekst van het document
TECHNISCHE VRAGEN Raadscyclus d.d.
Juni 2022
Naam fractie:
CDA, SP, SGP, ProVeenendaal, D66, VVD
Onderwerp:
Raadsvoorstel Woonvisie 2022-2025
Vragen CDA 1. Hoe hangen de prijzen van sociale koopwoningen samen met de startersleningen? De Startersleningen zijn in Veenendaal voor alle woningen beschikbaar tot de NHG grens van € 355.000. De grenzen voor sociale koopwoningen in de nieuwbouw zijn bepaald op basis van het regionale prijsniveau en de bouwkosten voor de betreffende woningen. Voor alle woningen is dus indien nodig een starterslening beschikbaar, zolang de kostendekking dit toelaat. 2. Hoe stimuleren we verdichting en transformatie? Kunt u enkele voorbeelden geven van waar deze verdichting volgens u het beste kan? Er lopen op dit moment al diverse initiatieven van verdichten en transformeren. Verdichten: bijvoorbeeld in het Franse gat en Brouwerspoort. Transformatie is aan de orde bij het Ambacht, Stationskwartier en Trivium. Transformatie en verdichten blijft altijd maatwerk. De voorwaarden hiervoor zijn vastgelegd in de omgevingsvisie die door uw raad is vastgesteld. 3. Hoe is de verkeerskundige van de gemeente betrokken bij de totstandkoming van deze visie? De basis voor al het ruimtelijk beleid wordt gevormd door de omgevingsvisie. Hierin is een integrale afweging gemaakt. Per beleidsveld worden nu aparte programma’s en in dit specifieke geval een visie opgesteld. Een voorbeeld hiervan is het OPOR. 4.
Hoe is het STOMP principe toegepast op deze visie (graag letter voor letter behandelen)? Ook hiervoor geldt dat de omgevingsvisie leidend is. Het STOMP principe is naar aanleiding van een motie van de VVD, CDA, LV, SGP en DENK door de raad (28-5-2020) juist uit de omgevingsvisie gehaald. 5. Welke scenario's zijn er met betrekking tot de hoeveelheid te bouwen woningen in Veenendaal? En wordt er ook rekening gehouden met een eventuele uitkomst van minder dan de 10.000 woningen? In de verstedelijkingsstrategie en Groei en Bloei is inderdaad opgenomen dat er voor Veenendaal nog een behoefte is aan ruim 10.000 woningen in de periode 2020-2040. In de verstedelijkingsstrategie zijn diverse ontwerpprincipes opgenomen hoe invulling te geven aan deze opgave. Deze ontwerpprincipes sluiten overigens ook aan bij de gemeentelijke omgevingsvisie. Een belangrijk principe is dat, binnen de gestelde randvoorwaarden, inbreiding voor uitbreiding gaat. Als de bestaande harde en zachte plannen bij elkaar worden genomen, dan is er in Veenendaal nog een inbreidingscapaciteit van circa 5.000 woningen. Hierbij vormen Veenendaal-oost en het Ambacht/Stationskwartier de twee grootste plannen. Voor het overige deel zal in de uitwerking van de verstedelijkingsstrategie een oplossing gevonden moeten worden. Deze oplossing wordt in regionaal verband gezocht. Vragen SP 1.
Uit de landelijke leegstandsmonitor 2021 van het CBS blijkt dat er in Veenendaal 670 woningen leeg staan, waarvan er 190 het jaar daarvoor ook al leeg stonden (LV WOZ cijfers). a. Is bij de gemeente bekend waaruit deze leegstand van woningen bestaan? Er is een aantal woongelegenheden wat niet benut wordt voor wonen, onder andere de ruimten boven winkels die als opslag dienen. Daarnaast is er soms tijdelijke leegstand van woningen, of woningen die niet worden
bewoond gedurende een renovatie. Ook huurwoningen in afwachting van sloop staan vaak enkele maanden leeg. b. Op welke manier acteert de gemeente (reeds) op de leegstandcijfers bij woningen? Door een vergunning voor tijdelijke verhuur op basis van de Leegstandwet af te geven kunnen woningen in afwachting van sloop toch deels worden verhuurd. c. Welke mogelijkheden of lokale voorbeelden zijn er bekend om iets aan dit soort leegstand bij woningen te doen? (Bovenstaande vraag stellen wij samen met de SGP) Het percentage van structurele leegstand is met 0,7% laag. Een bijeenkomst enkele jaren geleden om meer wonen boven winkels te creëren heeft geen resultaat opgeleverd. De eigenaren vinden de investering te hoog om de ruimte weer aan alle woon- en veiligheidseisen te laten voldoen. Toch proberen we in breder verband een oplossing te vinden voor wonen boven winkels, bijvoorbeeld met de visie op de Tuinstraat. Verder hebben we nog deze technische vragen bij de woonvisie: 1. In de woonvisie gaat 50% van de ''goedkope koopwoningen'' naar inwoners die uit een sociale huurwoning overstappen. a. Is dit het wettelijk maximaal mogelijke percentage? Daarvoor bestaat geen wettelijk percentage, het recht op vrije vestiging weegt zwaar. Toch passen wij dit in overleg met de ontwikkelaar toe om de doorstroming te bevorderen, zonder andere gegadigden buiten te sluiten. b.
Welke mogelijkheden zijn er voor de raad om nu al deze 50% voor deze specifieke groep te verhogen? Bij een hoger percentage zal een andere gegadigde, die niet uit een sociale huurwoning komt, naar verwachting terecht kunnen stellen dat hij niet voldoende kans maakt op een dergelijke woning. 2. In de woonvisie gaat 50% van de ''zorggeschikte sociale huurwoningen'' naar sociale huurders die een gezinswoning verlaten. a. Is dit het wettelijk maximaal mogelijke percentage? Ook daarvoor bestaat geen wettelijk percentage, het recht op vrije vestiging weegt zwaar. Toch passen wij dit in overleg met de ontwikkelaar toe om de doorstroming te bevorderen zonder andere gegadigden buiten te sluiten. Zo zorgen we ervoor dat mensen die zorg nodig (gaan) hebben in een zorggeschikte woning terecht komen. b. Welke mogelijkheden zijn er voor de raad om nu al deze 50% voor deze specifieke groep te verhogen? Bij een hoger percentage zal een andere gegadigde, die niet uit een sociale gezins huurwoning komt, naar verwachting terecht kunnen stellen dat hij niet voldoende kans maakt op een dergelijke woning. 3.
In de visie staat: Samen met de corporaties is bepaald dat we tussen 2020 en 2035 ongeveer 1.250 sociale huurwoningen bij moeten bouwen om aan de vraag lokale te voldoen.'' Wat betekend dit voor de wachtlijsten? Hoever zijn deze dan naar verwachting terug gedrukt? Belangrijkste voor de zoektijd van een kandidaat is de beschikbaarheid van voldoende woningen. Daarbij is met name de doorstroming van groot belang. Die stimuleren we door de maatregelen hierboven genoemd bij vraag 1 en 2, via de Startersleningen en door bijbouwen voor senioren. De 1250 bij te bouwen woningen zijn de basis die nodig is om de groei van de doelgroep op te vangen. 4. In de visie staat: ''De sociale kooprijsgrens voor de appartementen bedraagt € 249.500 en € 274.500 voor de grondgebonden woningen. De hoekwoningen in de sociale koop hebben een plafond van € 284.500.'' a. Waar zijn deze bedragen op gebaseerd? Deze bedragen zijn gebaseerd op de daadwerkelijke marktwaarde van de woningen. Hierbij is ook rekening gehouden met de bouwkosten van deze woningen. Aangezien de grondgebonden woningen in deze categorie vooral in Veenendaal-oost worden gebouwd, is hierover ook overleg met Ontwikkelingsbedrijf Veenendaal Oost. Tot slot is aansluiting gezocht met wat in onze regio gebruikelijk is. Wettelijk is het mogelijk om maximaal de NHG grens van 355.000 toe te passen. b.
Welke mogelijkheden zijn er voor de raad om van dit bedrag af te wijken? Dit zijn de werkbare prijzen voor ontwikkelingsbedrijf Veenendaal Oost en de ontwikkelaars, waarbij de werkelijk bouwkosten momenteel hoger liggen. De onrendabele top wordt daarbij gecompenseerd door de
duurdere woningbouw. Als de prijzen lager worden zal de bouw niet plaatsvinden, als de prijzen hoger worden zullen de woningen voor de doelgroep niet te betalen zijn, ook niet met een starterslening. 5. Voor sociale koopwoningen staat een zelfbewoningsplicht van 2 jaar (in de eerste 10) jaar. a. Is dit het (wettelijk) maximale mogelijke aantal jaren? Langer dan 10 jaar mag wettelijk niet. Deze termijn is door de raad eind 2020 al vastgesteld in de “Doelgroepen Verordening sociale woningbouw en middenhuur Veenendaal”. b. Welke mogelijkheden zijn er voor de raad om van dit aantal jaren af te wijken? De 2 jaar zelfbewoning is gekozen om speculatie door beleggers tegen te gaan, zonder een eigenaar onnodig lang te beperken in zijn eigendomsrecht. Deze 2 jaar wordt al enkele jaren toegepast. 6. In de visie staat op pagina 12: ''De zelfbewoningsplicht (“opkoopbescherming”) voor bestaande woningen voeren we via de Huisvestingsverordening in zodra de noodzaak daartoe is aangetoond. Op basis van onderzoek in samenwerking met het Kadaster is dit (nog) niet het geval in Veenendaal.'' Wij ontvangen graag het onderzoek van het kadaster in deze. Zie bijlage. 7. In de visie staat dat sociale huurwoningen minimaal 25 jaar een sociale huurwoning blijven. a. Is dit het (wettelijk) maximale mogelijke aantal jaren? Ja.
Deze termijn is door de raad eind 2020 al vastgesteld in de “Doelgroepen Verordening sociale woningbouw en middenhuur Veenendaal”. b. Welke mogelijkheden zijn er voor de raad om van dit aantal jaren af te wijken? Kan alleen korter. 8. Op pagina 13 van de visie staat: ''We voegen nieuwe sociale huurwoningen toe tot een maximale maandhuur gebaseerd op de dan (geldende) hoge aftoppingsgrens.'' Welke andere mogelijkheden zijn er? De kwaliteitskortingsgrens is € 442,46. De lage aftoppingsgrens voor een- en tweepersoonshuishoudens bedraagt € 633,25. De hoge aftoppingsgrens voor drie- of meerpersoonshuishoudens is € 678,66. De liberalisatiegrens (de grens die bepaalt of een woning in de sociale of vrije sector valt) ligt op € 763,47. Er is gekozen voor de hoge aftoppingsgrens omdat er in Veenendaal al veel woningen staan die net onder de liberalisatiegrens zitten. Dit is ook zo vastgelegd in de prestatie afspraken 2022 met de corporaties. 9. Op pagina 14 van de visie staat dat middenhuurwoningen tot minimaal tien jaar na oplevering middenhuur moeten blijven. a. Is dit het (wettelijk) maximale mogelijke aantal jaren? Ja. Deze termijn is door de raad eind 2020 al vastgesteld in de “Doelgroepen Verordening sociale woningbouw en middenhuur Veenendaal”. b. Welke mogelijkheden zijn er voor de raad om van dit aantal jaren af te wijken? Kan alleen korter.
Vragen SGP Met de SP zijn gezamenlijke technische vragen ingediend over de leegstandsmonitor. De SGP heeft verder de volgende aanvullende technische vragen over de woonvisie: 1. Veel aandacht wordt gegeven aan doorstroming in de woonketen, waaronder veel ouderen die nu niet kunnen doorstromen. In hoeverre zijn zij dan ook betrokken bij de totstandkoming van deze woonvisie, zij worden niet genoemd in het raadsvoorstel onder participatie. Uit de reguliere overleggen met de Woon Advies Commissie, de Huurdersverenigingen en de contacten met de makelaars blijkt de behoefte van de Veenendaalse ouderen: ook in Veenendaal verhuizen zij pas als de nieuwe woning voldoet aan alle wensen. Zij kunnen op zich wel doorstromen, maar doen dit niet omdat het aanbod niet voldoet. Dit terwijl de verhuizing van een oudere vaak meerdere mogelijke verhuizingen als gevolg heeft. Door in deze visie te kiezen voor het accent op het toevoegen van woningen voor ouderen, gaan we deze verhuizingen mogelijk maken.
2. In hoeverre kunnen duurzaamheid en circulariteit meer concreet worden opgenomen en kunnen daar ook doelstellingen aan worden verbonden in het uitvoeringsprogramma? Er is voor gekozen om de Woonvisie over “wonen” te laten gaan. De thema’s duurzaamheid en circulariteit (maar ook mobiliteit) hebben natuurlijk wel een direct verband. Hiervoor zijn of komen zelfstandige uitvoeringsprogramma’s (zoals het programma energieneutraal). Hiervoor is gekozen om dubbelingen te voorkomen. Bovendien zijn de overkoepelende ambities al vastgelegd in de omgevingsvisie. Als het gaat om de verdere toekomst van Veenendaal: dit maakt onderdeel uit van het proces van de verstedelijkingsstrategie. 3. Hoe verhoudt de woonvisie zich tot andere thema’s, zoals de ontwikkeling van bedrijventerreinen, de duurzame mobiliteitsplannen en de vergroening en verduurzaming van Veenendaal? Al deze thema’s leggen beslag op de openbare (en particuliere) ruimte en dienen integraal te worden bezien. Zie antwoord op de vorige vraag. Aanvullend er op: bij de start van een nieuw initiatief wordt per thema bekeken wat een project kan bijdragen aan de verschillende relevante thema’s.
Vragen ProVeenendaal 1. Uit Den Haag komen signalen om naast 30 a 40 procent sociale woningen ook 30 procent betaalbare woningen te realiseren. Is dat expliciet opgenomen in deze visie? Uitgangspunt is en blijft dat we uitgaan van gemiddeld minimaal 30% sociaal bouwen in Veenendaal. Vanuit Den Haag wordt 30% sociale huurwoningen gevraagd als streven over de gehele woningvoorraad. Daar zitten we als Veenendaal boven met 31,5%. Daarnaast eist de provinciale Omgevingsvisie Utrecht van ons dat we gemiddeld over lange periode minimaal 50% betaalbaar bouwen, dus woningen onder de NHG grens en niet meer dan 1000 euro huur. Als er de aanvullende landelijke eisen vanuit het kabinet komen zal de Woonvisie daaraan moeten voldoen. 2. Hoe gaan we om met wijzigingen in beleid? : Gemeenten mogen straks meer woningen toewijzen aan eigen inwoners. Het kabinet heeft besloten hiervoor de huisvestingswet te wijzigen en voor advies naar de Raad van State te sturen. Nieuw is dat dit ook gaat gelden voor sociale koopwoningen met een prijs tot ongeveer 355.000 euro. Zoals beschreven in het voorstel en in de visie zullen we, zodra het wettelijk toegestaan is, kandidaten met een maatschappelijke of economische binding voorrang verlenen bij toewijzing mits de raad hiermee akkoord gaat. Dit kan de raad dan vastleggen in de Huisvestingsverordening. 3.
Op welke manier wordt er jaarlijks de vinger aan de pols gehouden of we voor de verschillende doelgroepen nog steeds op koers liggen? Zoals in het voorstel beschreven zal de visie jaarlijks worden geëvalueerd. Indien wenselijk of nodig kan deze dan worden geactualiseerd. Vragen D66 1) Op pagina 8 van de woonvisie staat dat een aanzienlijk deel van de senioren met een ruim budget bereid is te verhuizen naar een passende woning op de gewenste locatie, wanneer zij meerdere kamers hebben en een grote buitenruimte. En dat deze doelgroep daarvoor bereid is te betalen. Welk onderzoek ligt hieraan ten grondslag? Is dit een landelijk onderzoek of is er lokaal onderzoek gedaan? Hoe groot is een aanzienlijk deel en waaruit blijkt dit uit het gebruikte onderzoek? En waaruit blijkt de betaalbereidheid van de Veenendaalse senioren? Kunnen wij inzicht krijgen in dit onderzoek? Uit de reguliere overleggen met de Woon Advies Commissie, de Huurdersverenigingen en de contacten met de makelaars blijkt al jaren dat ook in Veenendaal ouderen pas verhuizen als de nieuwe woning voldoet aan alle wensen. Zij kunnen op zich wel doorstromen, maar doen dit niet omdat het aanbod niet voldoet. De lokale makelaars geven aan dat een gedeelte van de ouderen graag een volgende woning wil, maar wel met de zekerheid dat men daarna niet meer hoeft te verhuizen.
De eerste nultreden woningen die zorggeschikt in Veenendaal-oost zijn gebouwd waren in zeer korte tijd verkocht. 2) Op pagina 7 van de woonvisie staat het volgende: “Voor de leeftijdsklasse 25-40 jaar hebben we al sinds 2008 de Startersleningen”. In de verordening startersleningen Veenendaal (2018) staat onder artikel 2, lid 1 dat deze verordening uitsluitend van toepassing is op onder andere mensen met een maximale leeftijd van 40.” Ook op de website waar de startersleningen aangevraagd kunnen worden, wordt een minimale leeftijd van 18 jaar gehanteerd. Waarom is dit afwijkend? Is het de bedoeling dat dit zo blijft op het moment dat de woonvisie aangenomen wordt? Of is dit een herziening die de minimale leeftijd naar 25 jaar zet?
De starterslening is en blijft beschikbaar voor iedereen van 18 tot en met 40 jaar, alleen vooral de doelgroep vanaf ca. 25 jaar maakt er in de praktijk gebruik van. De tekst is dus niet bedoeld als herziening. 3) In het raadsvoorstel staat onder het kopje participatie dat een viertal organisaties betrokken zijn geweest bij het opstellen van de woonvisie. De woningcorporaties, de Woon Advies Commissie (WAC), de Jongerenraad en makelaars. D66 Veenendaal zou graag inzicht willen hebben in deze participatie en vraagt daarom het volgende: a) Is er een overzichtsdocument van input die deze organisaties hebben gegeven? Zo ja, kunnen wij inzicht krijgen in dit overzicht? Nee hiervan is geen overzichtsdocument. De reguliere overleggen met deze partijen en de prestatie afspraken met de corporaties en de huurderverenigingen zijn wel een onderlegger voor deze Woonvisie. b) Kan de wethouder inzicht geven in hoeverre deze input meegenomen is in de woonvisie? Wij zijn ook geïnteresseerd welke aanbevelingen de Jongerenraad heeft gedaan en wat daar mee is gedaan in de woonvisie.
Veenvesters (mede naar aanleiding van de prestatie afspraken): voorwaarden levensloop- zorggeschikt bouwen (bijlage) samen opgesteld, verplichting van ontwikkelaars om bij sociale bouw in gesprek te gaan met Veenvesters, 50% toewijzing aan sociale huur bij sociale koop en bij zorggeschikte bouw, 25 jaar sociale huur na 1e oplevering, flexibele sociale bouw met gemiddeld 30% in combinatie met een vereveningsfonds, contractueel dezelfde voorwaarden voor sociale huur vastleggen met ontwikkelaars (“level playing field”). WAC: voorwaarden levensloop- zorggeschikt bouwen (bijlage) samen opgesteld, zo veel mogelijk doorstroom mogelijkheden met voldoende buitenruimte (balkon, terras of tuintje) voor ouderen realiseren, toevoegen woningtypen die er nog niet genoeg zijn. Makelaars: afstemming toewijzingsvoorwaarden voor sociale koop, behoefte aan aanpassing verordeningen toetsen, woonwensen ouderen invulling geven: voldoende buitenruimte (balkon, terras of tuintje) met minimaal 2 slaapkamers en bij voorkeur in de eigen wijk. Jongerenraad: voorkeur voor meer woningen voor na de studie, dan de behoefte aan kamers. Het idee om woningen te delen om zo betaalbare huisvesting te creëren pakken we op met Veenvesters. Het op tijd informeren van inwoners die 18 worden om zich in te schrijven op Huiswaarts hebben we momenteel overleg hoe we dit het beste kunnen gaan doen.
Vragen GroenLinks en PvdA
1. Klopt het dat percentage sociale woningbouw nu op 30% staat en dat dit weer is opgedeeld in 20% sociale huur en 10% sociale koop? Ja dat klopt als gemiddelde over de totale woningbouw in Veenendaal in de komende jaren.
2. Betekent het dat het in één (1) gestelde dat we op termijn asymptotisch naar een sociaal huurbestand van (slechts) 20% gaan in Veenendaal Nee, het sociale huurbestand is in Veenendaal momenteel 31,5% van de totale woningvoorraad. Naast de reguliere woningbouw zullen we kansen op transformatie naar bovengemiddeld veel, of zelfs een volledige sociale invulling niet laten liggen. Daarmee duurt het jaren voordat we op de 30% zouden komen, laat staan dat we ooit richting de 20% zouden gaan.
3. Hoe verhoudt zich het percentage sociale woningbouw in Veenendaal (30%) met de provinciale grens van 50% sociale en middel dure woningbouw? De verwarring is groot omdat we ook over Renswoude en Rhenen spreken. Daarnaast wordt landelijk al gesproken over 66,7% betaalbare woningen. Zoals in de visie benoemd ziet de provincie Utrecht een koopwoning van maximaal € 355.000 en een huurwoning van maximaal € 1000 huur als betaalbare woningbouw. Dit is dus een combinatie van sociale huur, sociale koop en het betaalbare koop- en huursegment. Van alle plannen in Renswoude, Veenendaal in Rhenen moet de komende 10 jaar minimaal 50% van de te bouwen woningen onder deze grenzen zitten. Landelijk worden inderdaad op dit moment nog hogere percentages benoemd. Hierover zijn echter nog geen besluiten genomen. Mogelijk gaat dit het komende jaar gebeuren in de te sluiten woondeals. Echter ook hier geldt dat er ook gekeken moet worden naar de bestaande voorraad.
4. Wat betekent het in financiële zin als de sociale koopgrens in Veenendaal ca €250.000 is en die van de door landelijke politiek ‘voorgeschreven’ NHG grens van ca €355.000 voor de gemeente?
Gemeenten mogen lokaal bepalen wat een redelijke koopprijsgrens is voor sociale koop, aangezien de verschillen in prijsniveau tussen de verschillende woongebieden in Nederland groot zijn. Het maximale bedrag hierbij is de NHG grens van € 355.000,-. Per gemeente wordt bekeken wat enerzijds nog betaalbaar is, en anderzijds een woning van voldoende kwaliteit oplevert zonder dat de bouwkosten te hoog zijn.
5. Is er geen discrepantie in de visie als we spreken over spreiding van inwoners met verschillende culturen, inkomens, religies etc in Veenendaal en vervolgens een beleid voorstaan met wooncomplexen neer te zetten waarin louter sociale koop of louter sociale huur wordt geregeld? Nee: op locaties waar al relatief veel sociale woningen in de buurt staan bouw je juist geen sociaal. Op locaties waar nog weinig sociale woningen staan bouw je ze bovengemiddeld veel. Hierdoor ontstaat juist een gezonde mix van woningen.
6. Hoe bewaken we dat het sociale huurbestand (Veenvest en particulier) en sociale koop daadwerkelijk respectievelijk 25 jaar en 10 jaar gehandhaafd blijft? a. Maw wordt het nu gemonitord? Dit wordt al contractueel met een boetebeding vastgelegd met de betrokken partijen.
b. Zo niet, wordt overwogen een monitoring en signalerings systeem te gaan gebruiken of ontwikkelen? Verhuurders van sociale woningen sturen per 2 jaar een overzicht van de sociale huurwoningen en de actuele huurprijzen op naar de gemeente.
7. In de woonvisie is sprake van 30-30-30 verhouding als het gaat om sociale woningbouw resp. middenhuur en vrije sector koop. Hoe voorkomen we segregatie of getto-vorming in Veenendaal Zie antwoord op uw vraag 5.
Vragen VVD In de tabel op pagina 4 van de Woonvisie komen tot 2032 zowel bij het scenario migratie laag als migratie hoog exact dezelfde cijfers voor. Tot 2032 zou het dan in beide scenario’s gaan om 4440 huishoudens, pas daarna lopen de cijfers uiteen. Dit bevreemd ons, is het een onjuiste tabel of kunt u dit nader toelichten? In het woningbehoefte onderzoek in de bijlage staat op blz. 6 uitgelegd hoe de berekening tot stand is gekomen. Het onderzoekbureau heeft rekening gehouden met 2 ontwikkelingen: 1 waarbij na 2032 de instroom van nieuwe inwoners gelijk blijft, en 1 waarbij de instroom na 2032 afneemt. Op pagina 12 staat ‘het met voorrang toewijzen van 50% van de woningen aan eigen inwoners wordt in de loop van 2022 wettelijk mogelijk gemaakt’… ’Zodra een dergelijke regeling wettelijk toegestaan is worden deze in de Doelgroepen Verordening opgenomen’. Betekent dit dat als deze Woonvisie wordt vastgesteld, dat dit beleid van 50% toekennen aan eigen inwoners dan wordt geïmplementeerd of wordt de beslissing hierover alsdan aan de raad voorgelegd. Het aanpassen van een Verordening is een bevoegdheid van de raad. De beslissing om een deel van de woningbouw met voorrang aan eigen inwoners toe te wijzen zal daarom uiteraard tegen die tijd aan de raad moeten worden voorgelegd ter besluitvorming. Dit staat ook zo beschreven in de kanttekening van het raadsvoorstel.
Wij zien graag een verduidelijking van een passage op pagina 14 van de Woonvisie waarvan de slotzinnen luiden: “Dit heeft als gevolg dat er in Veenendaal op papier zeker een doelgroep voor middenhuurwoningen zou moeten zijn, maar dat dit in de praktijk niet blijkt. Toch is er tot op zekere hoogte wel behoefte aan middenhuur.” Waar is die dan toch aanwezige behoefte op gebaseerd? Een relatief kleine groep inwoners kiest er om diverse redenen bewust voor om te huren in plaats van te kopen, bijvoorbeeld vanwege een flexibele of tijdelijke baan. Ook de inkomensgroep die teveel verdient om sociaal te huren maar te weinig om een woning te kopen is geholpen met een middenhuur woning.