7. Technische vragen en antwoorden - RV Visie bedrijventerreinen 2030 (25 jan23)
Tekst van het document
TECHNISCHE VRAGEN – DEEL 3 (n.a.v. RIB2023.5 d.d. 24-01-23) Raadscyclus d.d.
januari 2023
Naam fractie:
Lokaal Veenendaal
Onderwerp:
Raadsvoorstel Visie Bedrijventerreinen 2030
Vragen Nog twee vragen naar aanleiding van het memo gisteravond laat. 1: In de raadscommissie heeft de wethouder toegezegd dat het tarief op de tarieventabel van de gemeente leidend is. Nu in het memo van gisteren staat dat de tabel juist weer niet van toepassing is. Heeft de wethouder hier een verkeerd antwoord in de commissie gegeven? En kan in gewone mensentaal uitgelegd worden waarom er op de tabel een vast tarief staat vermeldt voor "wijziging bestemmingsplan" en waarom dit nu kennelijk niet van toepassing is. Voor een wijziging bestemmingsplan wordt met de initiatienemer een exploitatieovereenkomst afgesloten (zie eerdere voorbeelden zoals destijds voor het aanpassen van een meubelboulevard Groeneveldselaan). Per individueel geval worden dan afspraken gemaakt over de verrekening van de gemaakte kosten en moment welke deze kosten daadwerkelijk in rekening worden gebracht. Indien wij als gemeente niet met de individuele ondernemer tot een exploitatieovereenkomst kunnen komen dan zou de legesverordening van toepassing kunnen worden verklaard. 2: als een initiatiefnemer verzoekt om wijziging bestemmingsplan. Dan zijn de kosten toch ongeacht de uitkomst voor de initiatief nemer? Dit omdat men betaald.
Voor de procedure en niet voor een product (wijziging van de bestemming) Mocht er geen bestemmingsplanwijziging tot stand komen dan worden uitsluitend die kosten, die in de exploitatieovereenkomst zijn opgenomen voor deze laatste stap, het wijzigen van het bestemmingsplan, niet in rekening gebracht. Vandaar dat er ook niet een vast bedrag gegeven kan worden wat de totale kosten zullen zijn. Uitsluitend de gemaakte kosten worden dus in rekening gebracht.
TECHNISCHE VRAGEN – DEEL 2 Raadscyclus d.d.
januari 2023
Naam fractie:
ChristenUnie, Lokaal Veenendaal, ProVeenendaal, CDA
Onderwerp:
Raadsvoorstel Visie Bedrijventerreinen 2030
Christen Unie - Wat is het beleid van de gemeente ten aanzien van kantoren die nog niet aan de label C verplichting voldoen? Antwoord - De controle op label C wordt namens de gemeente uitgevoerd door de Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU). Deze controle is gestart vanaf 1 januari jongstleden. Als uit de controle blijkt dat er voor het kantoor een label ontbreekt of het kantoor heeft een lager label dan C krijgt de kantooreigenaar een hersteltermijn. In deze hersteltermijn moeten er maatregelen worden genomen om alsnog label C te krijgen voor het kantoorpand. Als uit her-controle blijkt dat na deze hersteltermijn er nog steeds geen label C voor het kantoor is dan kan de
gemeente overwegen om het kantoor te sluiten. Het voldoet dan niet meer als kantoorruimte waarin gewerkt mag worden; -
-
-
-
De problematische verkeerssituatie op de batterijen wordt in dit beleid niet genoemd/aangepakt. Wat ons betreft gaat het hier niet om mobiliteitsbeleid, maar om vestigingsbeleid en samenwerkingsafspraken in de bedrijventerreinen? Hoe kijkt het college hiernaar? Antwoord Signalen die betrekking hebben op de verkeersveiligheid op De Batterijen worden in samenspraak met de betreffende ondernemers, BOA’s en parkmanager opgepakt. In de regel zijn dit specifieke gevallen die in de regel praktisch kunnen worden opgelost. Daarnaast zijn er vanuit provincie Gelderland logistieke makelaars aangesteld. Deze onderzoeken de gehele regio Foodvalley (dus ook Veenendaal). Focus ligt op verduurzaming & innovatie van wagenparken en logistieke processen, door: 1. Bedrijven te ondersteunen met transities, kostenbesparing en CO2-reductie. 2. Zorgen voor minder gereden wegkilometers, minder spitsritten en/of minder CO2-uitstoot. 3. Bijdragen aan bereikbaarheid en duurzaamheid. Dit dient het volgende doel: Vergroenen van wagenparken, schoner rijden (inclusief laad- en eventuele tankinfra), slimme logistieke oplossingen en daarmee minder rijden en overige maatwerkoplossingen die bijdragen aan minder en schoner gereden kilometers.
Wij zorgen als gemeente dat dit in samenspraak gaat met de Bedrijvenkring Ondernemend Veenendaal (BOV) en enkele transportbedrijven; RHO geeft in haar rapport aan dat een duurzame mobiliteitsboulevard goed past bij de strategische mobiliteitsdoelen van de gemeente, regio en provincie. Is het dan niet verstandig dat de gemeente zelf de bestemmingsplanwijziging doorvoert in plaats van ondernemersinitiatieven af te wachten? Antwoord De vraag voor een duurzame mobiliteitsboulevard en dan in het bijzonder om fietsenverkoop toe te staan is naar aanleiding van een vraag van een ondernemer. Verkoop van andere duurzame mobiliteit zoals auto’s en toebehoren zoals laadpalen zijn, met ontheffingsmogelijkheid, al toegestaan in de bestemmingsplannen. Als de Visie Bedrijventerreinen door de raad wordt vastgesteld is alleen vastgesteld dat er, onder voorwaarden, een bepaald gebied kan worden aangewezen voor het realiseren van een duurzame mobiliteitsboulevard. Daarna kan één of kunnen meerdere ondernemer(s) een verzoek(en) indienen. Als dit verzoek past binnen de visie kan de procedure tot het wijzigen van het bestemmingsplan worden gestart. De ondernemer betaalt dan alleen voor de kosten van zijn eigen perceel. Dat is ook de procedure bij de (vele) aanvragen voor een bestemmingsplanwijziging op verzoek van een ontwikkelaar t.b.v. woningbouw. De initiatiefnemer betaald dan de kosten.
Het opnemen in een visie betekent niet dat wij verplicht zijn om de kosten voor onze rekening te nemen. Hierin worden ambities opgenomen maar deze zijn afhankelijk van concrete verzoeken. En voor verzoeken geldt dat er altijd sprake moet zijn van kostenverhaal. Dit is verplicht en daarvan kan niet worden afgeweken. De wettelijke grondslag voor het kostenverhaal is artikel 6.12 Wet ruimtelijke ordening. Zie ook de beantwoording in de bijlage (Technische Vragen deel 1).
Lokaal Veenendaal - Aanvullende vraag over de bedrijventerreinen visie. Wat zijn concreet de kosten als een onderneming het Bestemmingsplan daadwerkelijk wil laten aanpassen, zodat een mobiliteitsboulevard mogelijk is. Antwoord - Naar verwachting gaat het om een bedrag tussen de € 15.000 en € 20.000 per bestemmingsplanwijziging ProVeenendaal - De aanvullende vraag* (t.o.v. vragen Lokaal Veenendaal december) is: Aan hoeveel moeten we denken voor de ondernemer per vierkante meter? *N.a.v. Van de vraag van Lokaal Veenendaal en het antwoord hiervan: Als de Visie Bedrijventerreinen door de raad wordt vastgesteld is alleen vastgesteld dat er ,onder voorwaarden, een bepaald gebied kan worden aangewezen voor het realiseren van een duurzame mobiliteitsboulevard. Daarna kan één of kunnen
meerdere ondernemer(s) een verzoek(en) indienen. Als dit verzoek past binnen de visie kan de procedure tot het wijzigen van het bestemmingsplan worden gestart. De ondernemer betaalt dan alleen voor de kosten van zijn eigen perceel. Antwoord
-
Zie antwoord hierboven bij Lokaal Veenendaal.
CDA -
-
-
Het is ons niet duidelijk welke impact deze visie heeft op reeds gevestigde bedrijven met een tijdelijke ontheffing of waar er discussie is of de huidige activiteiten passen binnen het huidige bestemmingsplan. Kunt u dit toelichten? Twee concrete voorbeelden die wij graag in ieder geval in het antwoord terug zouden zien: (A) een showroom met mountainbikes, outdoor materialen en terreinwagens op de huidige autoboulevard en (B) Zaken met een showroom gericht op zowel zakelijke als particuliere klanten langs de Wageningselaan en omliggende straten (bijv tuinmeubels of inrichting van interieurs)? Antwoord Een visie geeft een richting aan waar de gemeente de komende jaren tot 2030 naar toe wil. Het bestaande bestemmingsplan is geldend. Buiten de discussie van een duurzame mobiliteitsboulevard zijn geen aanpassingen te verwachten voor wat betreft bestemmingsplanwijzigingen. De tijdelijke ontheffingen zullen dan ook tijdelijk blijven. Ook waar de discussie is of huidige activiteiten wel of niet passen in bestemmingsplan. Concrete antwoorden op de vragen: A) dit verzoek moet worden aangevraagd en tijdens deze aanvraag wordt exact bekeken welke thema’s toegestaan gaan worden of niet. B) Deze discussie blijft onveranderd door deze visie. Als een functie momenteel niet is toegestaan zal dat niet veranderen met deze visie en zal handhavend worden opgetreden.
Zijn er bedrijven die met het vaststellen van deze visie hun activiteiten zullen moeten beëindigen, een aanpassing in het bestemmingsplan moeten aanvragen of hun activiteiten fors moeten aanpassen? Zo ja, welke bij de gemeente bekende bedrijven betreft dit, hoe gaat de gemeente hiermee om en wat is (per bedrijf) het knelpunt?
Antwoord
-
Zoals hierboven vermeld geeft een visie richting. Het bestemmingsplan is leidend en bij wijziging wordt hiervoor de gebruikelijke procedure doorlopen. De huidige gedoogconstructie en handhaving van detailhandel op bedrijventerreinen lopen al langer en wordt met deze visie niet anders.
-
In het document worden bij sommige inhoudelijke keuzes de juridische risico's uitgebreider omschreven dan wij in soortgelijke visiestukken op andere dossiers gewend zijn. Zijn er bij u partijen bekend die een juridische procedure tegen deze visie hebben aangekondigd of waarvan de gemeente verwacht dat zij juridische stappen tegen (aspecten van) deze visie zullen nemen? Zo ja, kunt u dit per partij benoemen en toelichten? Antwoord
-
Klopt dat het zeker niet gebruikelijk is in een visie juridische risico’s uitgebreid te beschrijven. Reden is dat u, als raad, aan ons de vraag heeft gesteld om opnieuw onderzoeksvragen voor te leggen aan een gespecialiseerd juridisch adviesbureau met de concrete vraag “Hoe kunnen we de verkoop van fietsen en Lichte Elektrische Voertuigen (LEV’s) mogelijk maken voor bedrijven in een ABC gebied, zonder detailhandel in de breedte toe te staan?”. Omdat er veel verschillende standpunten spelen en mogelijk juridische consequenties willen wij dit duidelijk hebben opgenomen in de visie. Of er bij de eventuele bestemmingsplanprocedure bezwaar wordt gemaakt tegen deze duurzame mobiliteitsboulevard is nu uiteraard nog niet te zeggen. Wel is duidelijk dat Winkelstad zorgen heeft geuit of dit gevolgen heeft voor andere detailhandel op bedrijventerreinen. Hierover kan uiteindelijk alleen de Raad van Staten een uitspraak doen, indien een rechtszaak wordt gestart.
-
De verduurzaming van de maatschappij zorgt voor nieuwe vormen van bedrijvigheid. Biedt deze visie onze ondernemers voldoende ruimte om hier op in te spelen? En welke flexibiliteit heeft de gemeente om tot 2030 in te spelen op nieuwe vormen van ondernemerschap? Bijvoorbeeld winkels die warmtepompen en bijbehorende installatie materialen willen gaan verkopen; hebben wij daar buiten de winkelcentra geschikte locaties voor?
-
Antwoord Warmtepompen worden vooral verkocht via installatiebureaus. Wij zien dit als een vervanging van gasketels. Deze werden ook altijd al via installatiebureaus verkocht dus wij voorzien geen grote wijziging van gebruik behalve dat de materialen duurzamer zijn en in een andere vorm (warmtepompen in plaats van cv-ketels).
TECHNISCHE VRAGEN – DEEL 1 Verzoek van Lokaal Veenendaal: technische vragen willen wij graag z.s.m. beantwoord hebben en niet pas in de commissieweek van januari Raadscyclus d.d.
januari 2023
Naam fractie:
Lokaal Veenendaal
Onderwerp:
Raadsvoorstel Visie Bedrijventerreinen 2030
Vragen In de visie staat op pagina 28 dat het juridisch mogelijk is om een mobiliteitsboulevard op het Noorderwerk te vestigen. In het raadsvoorstel zelf staat dat een ondernemer eerst een concrete aanvraag dient te doen. Normaal zal een belanghebbende alleen voor zijn eigen perceel een verzoek te aanpassingen van het bestemmingsplan doen en is er meestal nog geen voornemen van de gemeente bekend. Nu, als het raadsvoorstel wordt aangenomen is er een principe besluit tot wijziging bestemmingsplan, welke kosten zijn dan nog voor rekening van de eventuele aanvrager van dit verzoek, en zijn die kosten ook reëel nu de gemeente een principe uitspraak doet? Waarom kan niet aanvullend op dit besluit gelijk het bestemmingsplan herzien worden voor het hele gebied? Het onderzoek en de ruimtelijke onderbouwing ligt als vast een zeer uitgebreid rapport, hiermee lijken veel van de noodzakelijke kosten al reeds gemaakt. Graag in het antwoord verwijzen naar de juiste wettelijke artikelen en de plaatselijke verordeningen. Zoals het er nu geformuleerd staat, is het vervolgproces voor zowel de raad als voor belanghebbenden zeer onduidelijk. Antwoord: Als de Visie Bedrijventerreinen door de raad wordt vastgesteld is alleen vastgesteld dat er, onder voorwaarden, een bepaald gebied kan worden aangewezen voor het realiseren van een duurzame mobiliteitsboulevard.
Daarna kan één of kunnen meerdere ondernemer(s) een verzoek(en) indienen. Als dit verzoek past binnen de visie kan de procedure tot het wijzigen van het bestemmingsplan worden gestart. De ondernemer betaalt dan alleen voor de kosten van zijn eigen perceel. Het opnemen in een visie betekent niet dat wij verplicht zijn om de kosten voor onze rekening te nemen. Hierin worden ambities opgenomen maar deze zijn afhankelijk van concrete verzoeken. En voor verzoeken geldt dat er altijd sprake moet zijn van kostenverhaal. Dit is verplicht en daarvan kan niet worden afgeweken. De wettelijke grondslag voor het kostenverhaal is artikel 6.12 Wet ruimtelijke ordening.