7. Technische vragen en antwoorden RV Stedenbouwkundig Masterplan nieuw theater
Tekst van het document
TECHNISCHE VRAGEN Raadscyclus:
Mei 2024
Naam fractie:
D66, SGP, SP, ChristenUnie, ProVeenendaal
Onderwerp:
Raadsvoorstel Stedenbouwkundig Masterplan nieuw theater in de Duivenweide
D66 1. Er is nu gerekend aan de hand van het hoogste rentepercentage en op piek inflatie. D66 heeft hier vragen bij: a. Wat zouden de kosten zijn met een rentepercentage van: i. 1%? ii. 1,5%? iii. 2%? iv. 2,5%? Antwoord: In onderstaande tabel zijn de additioneel benodigde lasten per gevraagde rente berekend op basis van variant B.
Rente Totale lasten Huidige begroting Aditioneel nodig Verschil t.o.v. voorstel zoals in het raadsvoorstel opgenomen
VARIANT B 3,5%
VARIANT B 1,0%
VARIANT B 1,5%
VARIANT B 2,0%
VARIANT B 2,5%
4,78 mln. 1,00 mln. 3,78 mln.
3,52 mln. 1,00 mln. 2,52 mln.
3,77 mln. 1,00 mln. 2,77 mln.
4,03 mln. 1,00 mln. 3,03 mln.
4,28 mln. 1,00 mln. 3,28 mln.
-1,26 mln.
-1,01 mln.
-0,75 mln.
-0,5 mln.
2. De ABN-AMRO heeft aangegeven dat de hypotheekrente (als afgeleide van de kapitaalrente) eind 2024 zal zijn gedaald tot 2,75% en eind 2025 zelfs tot 1,5% ten aanzien van de 4% die het nu is.* a. Verwacht het college dat de rentes op de leningen die de gemeente moet aangaan voor het theater een vergelijkbare trend laten zien tot eind 2025? *https://www.abnamro.nl/nl/prive/hypotheken/actuele-hypotheekrente/voorspelling-ontwikkelinghypotheekrente.html#:~:text=Volgens%20onze%20prognose%20zal%20het,steeg%20veel%20harder%20d an%20gewenst. Antwoord: Voor het aantrekken van haar financiering maakt de gemeente gebruik van korte en langlopende geldleningen. Voor de financiering van de korte termijn (< 1 jaar) komen de rentetarieven die de gemeente betaalt dicht in de buurt van de depositorente. Momenteel bedraagt deze 4,0% en de verwachting is dat deze rente door de Europese Centrale Bank de komende tijd naar beneden zal worden bijgesteld. Naar dit tarief verwijst u op de site van ABN-AMRO. Dit is dus niet het tarief dat gemeente gebruikt voor de financiering van het theater. Voor de lange termijn financiering van kapitaalgoederen zoals een theater, wegen en gebouwen geldt voor de gemeente wet- en regelgeving zoals opgenomen in de wet FIDO (Financiering Decentrale Overheden).
Voor dergelijke investeringen dient de gemeente gebruik te maken van langlopende leningen met een looptijd van bijv. 20 jaar en een vaste rente. Hiervoor geldt het tarief van de kapitaalmarkt. Dit tarief schommelt rond de 3,5%. Op basis van de ramingen van meerdere banken en het Centraal Planbureau verwacht het college dat de
kapitaalmarktrente rond de 3,5% zal blijven schommelen. Ook voor het aantrekken van leningen voor het theater dient daarom vooralsnog uitgegaan te worden van 3,5%. SGP Participatie en communicatie Is er met de omliggende gemeenten en steden gesproken die een theater hebben en is nagegaan wat hun plannen zijn m.b.t. de functie theater? Antwoord: Ja, we hebben met Ede en Amersfoort gesproken. In Ede denkt men al wat langer na over het verbouwen van Cultura. Dit jaar is besloten om de theaterzaal een upgrade te geven. De zaal heeft nu 400 stoelen en dat blijft ook zo, alleen worden de zichtlijnen verbeterd zodat vanaf alle 400 stoelen het podium goed te zien is. Amersfoort overweegt een nieuw concert- en theatergebouw te bouwen, waarbij een aantal bestaande culturele instellingen geconcentreerd zouden worden op één locatie. De plannen zijn nog in een vroeg stadium. In Barneveld wordt op dit moment een musicaltheater gerealiseerd voor één permanente voorstelling (40-45 Musical). Proces Welke kosten zijn de afgelopen jaren gemaakt inzake voorbereiding op de ontwikkeling en bouw van een nieuw theater? We ontvangen graag een uitsplitsing per jaar van zowel interne als externe kosten. Antwoord: Financiële overzicht Budget
2021 € 100.000,00
€
2022 50.000,00
2023 € 100.000,00
€
2024 -
Totaal € 250.000,00
Ambtelijke inzet Externe kosten
€ 27.072,00 € 18.000,00
€ €
11.076,00 57.718,00
€ 12.141,00 € 62.087,00
€ 9.000,00 € 38.610,00
€ 59.289,00 € 176.415,00
€ 45.072,00
€
68.794,00
€ 74.228,00
€ 47.610,00
€ 235.704,00
Restant
€ 14.296,00
Opmerkingen: ▪ Budget 2021 heeft de Raad bij 1e Berap 2021 beschikbaar gesteld ▪ Budget 2022 vanuit Programmabudget Vitale Binnenstad ▪ Budget 2023 heeft de raad bij 2e Berap 2023 beschikbaar gesteld
-
Wat wordt bedoeld met het vierde beslispunt dat de ‘financiële consequenties betrokken zullen worden bij de integrale afweging’? Antwoord: Op dit moment wordt de raad nog niet gevraagd om een investeringsbeslissing te nemen, maar om deze beslissing bij de integrale afweging te laten plaatsvinden. Bij de integrale afweging wordt wel of niet besloten in de gemeentelijke begroting financieel ruimte te maken voor een investering in het theater.
-
Klopt het dat beslispunt 1 t/m 3 feitelijk voorwaardelijke beslispunten zijn, omdat eerst de integrale afweging plaats moet vinden voor het daadwerkelijke besluit? Antwoord: Nee, de beslispunten hebben betrekking op de lange termijn strategie van de gemeente voor het theater en het gebied Duivenweide. Maar zijn uiteraard wel gebonden aan financiering. Beslispunt 2 geeft een prioritering in de uitvoeringsstrategie aan. Echter is het wel zo dat zonder middelen de visie niet uitvoerbaar is.
Bioscoop In de stukken van een jaar geleden werd opgemerkt dat een bioscoop een cruciaal onderdeel is voor de exploitatie van een theater.
Wat zijn de financiële en commerciële effecten op het exploitatieresultaat van het theater als er geen bioscoopfunctie wordt opgenomen? Antwoord: Hierbij is het van belang om een splitsing te maken tussen de exploitatie van het theater en de gemeentelijke businesscase. Voor de exploitatie van het theater zelf heeft de bioscoop een positief effect er vanuit gaande dat het theater de exploitatie van zowel de horeca als de bioscoop zelf uitvoert. In de huidige gemeentelijke businesscase heeft het toevoegen van een bioscoop een negatief financieel effect. Dit wordt veroorzaakt door de vastgoedlasten. Deelprojecten In het voorliggende voorstel zijn de investeringskosten opgeknipt en is de parkeergarage een deelproject. Wat is de reden hiervan? Antwoord: De realisatie van het theater kan los plaatsvinden van de overige deelprojecten. Wel ligt er een koppeling tussen het deelproject woningbouw en het deelproject parkeren. Dit in verband met het benodigd aantal parkeerplaatsen in het gebied. Het theatergebouw kan ook functioneren zonder parkeergebouw, maar met de bestaande parkeervoorzieningen. De overige deelplannen zijn daarmee ten opzichte van het theatergebouw optioneel. Op pag. 4 van de businesscase lezen we over ‘kostenefficiëntie’ als verklaring.
Wat wordt hiermee bedoeld? En zijn er nog andere verklaringen? Antwoord: Op pagina 4 van de businesscase staat benoemd: “Fysiek wordt het parkeergebouw vanwege kostenefficiëntie niet gekoppeld aan het theatergebouw”, wat inhoudt dat het parkeergebouw een eigen constructie kent en niet fysiek, middels bijvoorbeeld entree en trappenhuis gekoppeld is aan het theatervastgoed, waarmee er een eenvoudiger te construeren parkeergebouw ontstaat. -
Tegelijkertijd wordt aangegeven dat voor het bouwen van woningen deelproject parkeergebouw voorwaarde is. Waarom is dit het geval? Antwoord: De bouw van de woningen zou plaats vinden op de locatie waar nu parkeerplekken aanwezig zijn. De parkeerplekken die hierdoor vervallen dienen op een andere plek teruggebracht te worden, wat niet op maaiveld mogelijk is. Hierdoor is het noodzakelijk om het parkeren gebouwd plaats te laten vinden. Daarnaast zorgt de bouw van woningen voor een extra parkeerdruk. En als dit zo is, waarom wordt het deelproject parkeergebouw ‘vooralsnog’ (zoals in beslispunt 2 te lezen) dan niet meegenomen in dit raadsvoorstel? Antwoord: Voor de bouw van het theatergebouw is het niet nodig om het parkeergebouw te realiseren, wel voor de woningbouw. Hiermee is het parkeergebouw niet randvoorwaardelijk voor het te realiseren theatergebouw.
-
Waarom wordt er voor gekozen geen middelen te reserveren in de gemeentebegroting voor het parkeergebouw terwijl dit wel als noodzakelijk wordt gezien in de stukken? Antwoord: Zoals hierboven benoemd is het parkeergebouw niet noodzakelijk voor de realisatie van het theatergebouw. In de concept kadernota gaan we er vanuit dat de parkeergarage buiten de 4-jarige scope van de begroting valt. Ook vanwege de beperkte financiële ruimte binnen de gemeentelijke begroting.
-
Er zijn geen kosten opgenomen voor fietsparkeren. Waarom is dit niet gedaan? En wat zijn de geraamde kosten? Antwoord: De fietsvoorziening hangt nauw samen met deelproject park (incl. fietsroute) en wordt pas in een latere fase opgestart. Op een later moment kan gekozen worden of de vervolgfases, met daarbij de benodigde financiële middelen, worden uitgevoerd. Het huidige fietsparkeren kan de tussenliggende periode nog wel even blijven bestaan. Op dit moment is er nog geen raming vervaardigd voor het fietsparkeren.
-
Er is 0,8 miljoen beschikbaar voor de openbare ruimte/evenemententerrein. Wat zijn de geraamde kosten voor ontwikkeling van de openbare ruimte? Dus evenemententerrein en omgeving theater? Antwoord: De openbare ruimte en het evenemententerrein zal na besluitvorming verder ontworpen moeten worden in een voorlopig ontwerp en vervolgens in een definitief ontwerp. Op dit moment is er daarom nog geen nieuwe raming vervaardigd. Op basis van de raming behorende bij de eerder door de raad vastgestelde gebiedsvisie Duivenweide weten we dat de realisatie van een aantrekkelijke openbare ruimte rond het nieuwe theatercomplex met een evenemententerrein binnen dit budget van € 0,8 miljoen euro uitgevoerd kan worden.
-
In de plannen van een jaar geleden was sprake van een inpandige en ondergrondse parkeergarage. Dat zou in dit voorstel niet meer aan de orde vanwege de orkestbak, de liftschacht en constructie van de toneeltoren. Nu wordt voorgesteld deelproject parkeergebouw naast het theater te positioneren. Hierbij enkele vragen: • Wat is het grondoppervlak dat met het parkeergebouw gemoeid is? Antwoord: Het grondoppervlak voor het parkeergebouw is ca. 1.700 m2 •
Wat betekent de keuze om de parkeergarage naast het theater voor de businesscase grondexploitatie? En voor het aantal te ontwikkelen woningen in deze variant versus de vorige? Antwoord: Voor het theatergebouw en het parkeergebouw is er geen grondexploitatie. Dit betreft investeringsprojecten. (zie ook de volgende vragen over grondoppervlak). Ook voor de woningen is er nog geen grondexploitatie opgesteld. Vorig jaar is in de Uitgangspuntennotitie, op basis van een 1e globale inschatting, aangegeven dat op de plek waar zich nu nog de parkeerdekken bevinden, 80-100 appartementen gerealiseerd zouden kunnen worden. In het huidige Masterplan zijn 48 woningen ingetekend. Veel meer woningen is niet mogelijk omdat de dan te realiseren parkeerplaatsen ten behoeve van de ze woningen ten kosten zouden gaan van het park.
•
Wat betekent de zin: ‘Het parkeergebouw kan deels ingepakt worden met woningen?’ Antwoord: Het parkeergebouw kan deels uit het zicht worden onttrokken door er woningen tegen aan te bouwen. Ofwel een deel van het parkeergebouw wordt ‘ingepakt'.
Grondoppervlak In het raadsvoorstel wordt onder 3.1 aangegeven dat de vastgoedlasten zijn gestegen door ‘meer te realiseren oppervlakte’? Met welk grondoppervlak werd een jaar geleden gerekend? En met welk grondoppervlak wordt nu gerekend?
Antwoord: Alvorens de vragen te beantwoorden dient vooraf opgemerkt te worden dat het grondoppervlak geen relevante parameter is. Voor de bouwkosten / investeringskosten zijn de bruto oppervlaktes (BVO) van het gebouw van relevant. Dit betreffen dus ook de vierkante meters op een verdieping. Daarnaast is er geen grondexploitatie nodig voor deze ontwikkeling. Dit is niet nodig omdat er geen aan- en verkoop van gronden plaatsvindt. Ook kennen de openbare gronden administratief geen waarde en zijn financieel verantwoord op het materieel vast actief ‘openbaar gebied’ tegen een waarde nihil op de balans. Tot slot zijn de kosten voor het bouw- en woonrijp maken (sloop, aanpassing nutsvoorzieningen e.d.) onderdeel van de voorliggende businesscase. Mogelijk wordt deze vraag gesteld aangezien de gemeente in haar grondprijzenbrief ook een prijs kent voor maatschappelijk vastgoed. Om de hiervoor genoemde redenen is dit in deze casus niet aan de orde. Hierbij moet één uitzondering worden gemaakt: in het geval van een woningbouwontwikkeling speelt uiteraard de grond wel een rol. Aangezien dit nu niet aan de orde is, is ook nog geen grondexploitatie opgesteld. De benodigde vierkante meters: ▪ In BVO: Vorig jaar 6.199 m² BVO voor de variant met bioscoop. Nu 7.444 m² BVO voor de variant met bioscoop en 6.309 m² BVO voor de voorkeursvariant B.
▪ Grondoppervlak: huidige theater: 3.100 m2, toekomstig theater: 3.578 m2. -
Wat is kadastraal het aantal vierkante meters grondbeslag van het huidige theater? En wat is het aantal vierkante meters grondbeslag van het nieuwe theater? Wilt u dit illustreren met een tekening? Antwoord: Zie antwoord vorige vraag. Er is op dit moment geen tekening met een vergelijking tussen beide.
-
Welke effecten heeft deze uitbreiding van het grondoppervlak op de grondexploitatie? Antwoord: Niet van toepassing. Zie vorige vragen.
-
Als het huidige theater gesloopt wordt en niet nieuw gebouwd wordt. Wat zijn dan de kosten, als ook de geraamde opbrengsten als het park ontwikkeld wordt met woningen. Antwoord: Deze variant is niet berekend en valt buiten de scope van de raadsopdracht.
Bezoekersaantallen In april/mei 2023 hebben we bezoekersaantallen ontvangen. We ontvangen graag een geactualiseerd overzicht met een duidelijke uitsplitsing van betalende bezoekers en niet betalende bezoekers, zoals leerlingen van scholen. En wij vinden het ook van belang te weten - in het kader van het algemeen belang voor heel Veenendaal – om hoeveel uniek betalende Veenendaalse bezoekers het gaat (eerder heeft u deze getallen met ons gedeeld, we vernemen graag de actuele getallen). Antwoord: Bezoekersaantallen; opgave Theater Lampegiet:
Seizoen 2022_2023 volledig seizoen Professionele voorstellingen 34.219 Kopers uit Veenendaal 12.480 36,47% Kopers buiten Veenendaal, incl. intermediair (woonplaats 21.739 63,53% onbekend) Amateurs/Verhuur Huurder gevestigd in Veenendaal Huurder gevestigd buiten Veenendaal
13.596 10.725 2.871
Leerlingen Basisscholen Veenendaal Voortgezet Onderwijs Veenendaal
6.532 5.500 1.032
Eigen evenementen Veenendaal
1.374
Veenendaal totaal Totaal totaal
30.079 55.721
Seizoen 2023_2024 peilmoment 17 mei 2024 36.421 13.128 36,05% 23.293 63,95% nog niet bekend*
78,88% 21,12%
100% 100%
7.100 5.500 1.600
100% 100%
nog niet bekend*
* het amateurseizoen moet nog starten en er volgt nog een evenement
Opmerkingen bij de bezoekersaantallen: ▪ De kopers van professionele voorstellingen (dus programmering Theater Lampegiet) > zoals bekend, weet het theater alleen wie de kaarten gekocht hebben en niet van degene die meekomen met de kaartkoper. ▪ Amateurs en verhuur (dansscholen, commerciële organisaties, artiesten die zelf de zaal huren etc.) > de woonplaatsen van de bezoekers weten we niet. Daarom ingedeeld naar: organisatie gevestigd in Veenendaal of buiten Veenendaal. ▪ Leerlingen van scholen in Veenendaal > gerekend als 100% Veenendalers.
-
Er wordt een raming gedaan van het aantal toekomstige bezoekers. Graag ontvangen we een heldere onderbouwing van de totstandkoming van deze raming m.b.t. het aantal betalende bezoekers voor voorstellingen de komende jaren. Antwoord: Bij de aangeleverde stukken voor de vergadercyclus van mei 2024 zit geen raming van het toekomstig aantal bezoekers. We weten daarom niet precies op welke raming u doelt. Voor een inschatting van de toekomstige bezoekersaantallen verwijzen wij u naar de door de raad vastgestelde Uitgangspuntennotie en specifiek naar de bijlage ‘Nieuwbouw Theater Lampegiet Veenendaal: drie exploitatiescenario’s’.
Commerciële partijen Is er ook in beeld gebracht hoe andere theaters met derdengelden omgaan? Antwoord: Nee, dat is niet specifiek in beeld gebracht. Overigens zien wij zeker mogelijkheden om de private inkomsten van Theater Lampegiet te verbeteren. Als college dringen we hier bij het theater ook nadrukkelijk op aan. Het theater heeft ook al aangeven dat een besluit over nieuwbouw van het theater een goede aanleiding is om een campagne op te zetten om meer ondernemers (financieel) betrokken te krijgen bij Theater Lampegiet. Ook vanuit de gemeente zijn we nadrukkelijk op zoek naar derdengelden is. Dit blijft een belangrijk aandachtspunt voor het vervolg. Spectrum We vragen het college de informatie in kanttekening 2.1 te verduidelijken aan de hand van de volgende deelvragen:
•
•
•
Ziet de Muzen mogelijkheden de vrijkomende ruimte daadwerkelijk te verhuren? Antwoord: De Muzen moet nu regelmatig ‘nee’ verkopen als er verzoeken komen voor de dagdelen waarop het Filmhuis programmeert. De Muzen ziet mogelijkheden om ten minste een deel van de vrijkomende dagdelen te verhuren. De inschatting is daarom dat een deel van de vrijkomende dagdelen wel verhuurd zal worden voor andere doeleinden. Waarom zou daarvoor additioneel subsidie nodig zijn? Antwoord: Indien de Muzen deze ruimte niet meer verhuurd ontstaat er een tekort op de exploitatie van de Muzen waarmee zij meer subsidie nodig hebben, tenzij er een andere invulling ontstaat. De baat die de Muzen nu ontvangt wordt ontvangen via de exploitatie van het theater, waarmee er voor de gemeente m.u.v. de additionele vastgoedlasten geen effect is op de begroting. Wat maakt dat u spreekt over een ‘budgetneutrale wijziging’ als deze optie structureel € 0,1 miljoen extra kost? Antwoord: In de businesscase staat hierover het volgende opgenomen: “De additionele exploitatielasten (ten opzichte van Variant C) voor het realiseren van de filmhuisfunctie in het theater bedragen jaarlijks € 0,1 miljoen. Op dit moment wordt een deel van het Spectrum ingezet t.b.v. het filmhuis. Door dit te verplaatsen naar het theater kan het zijn dat op de exploitatie van het Spectrum een tekort ontstaat van maximaal € 20.000 euro jaarlijks.
Dit tekort wordt kleiner naarmate het De Muzen lukt om de zaal op de vrijkomende uren voor andere doeleinden te verhuren. Het voordeel van het verplaatsen van het filmhuis zou dan ten gunste komen van het Theater. Daarover moeten afspraken gemaakt worden met het Theater, voor nu is het uitgangspunt dat het effect van de verschuiving van deze inkomsten op de totale gemeentebegroting behoudens de additionele exploitatielasten voor het vastgoed ter hoogte van € 0,1 miljoen nihil is. Daarom worden enkel de additionele vastgoedlasten in de businesscase in deze variant meegenomen.”
Financiën Wat betekent een investering van het voorgestelde theater voor de schuldquota van de gemeente Veenendaal? En in hoeverre voldoen we dan nog aan onze interne en externe normen voor de schuldquota? Antwoord: De gemeente heeft een integrale lening-portefeuille die afhankelijk is van investeringen die de gemeente verricht. Het theater zal met een investering van € 50,6 miljoen een effect hebben op deze portefeuille. De inschatting van de schuldenquote per 2027 zonder de investering van het theater is circa 96%. Door investering van het theater kan dit oplopen tot circa 117%. Hierbij dient opgemerkt te worden dat de schuldenquote niet enkel bepaald wordt door het theater, maar ook door andere investeringen die de gemeente al dan niet verricht. De keuzes hierover vinden plaats bij de integrale afwegingen. De provincie adviseert een veilig niveau van maximaal 90%, waar we in geen geval aan voldoen.
SP 1. Welke verwachte kosten zouden er zijn bij de volgende typen podium voor de grote zaal: a. Simpel technisch podium (vooral geschikt voor stand-up) b. Basis podium (met kleine technische mogelijkheden voor musicals) c. Vergelijkbaar met huidige podium (Geschikt voor musicals met technische eisen, maar niet voor extreem grote zoals Titanic) d. Huidige meest uitgebreide technische podium Antwoord a t/m d: Deze varianten zijn op dit moment niet berekend en valt buiten de scope van de raadsopdracht. In zijn algemeenheid kunnen we zeggen dat het vereenvoudigen van het ontwerp zal leiden tot lagere stichtingskosten omdat in dit geval minder meters gebouw nodig zijn en de theaterinstallaties eenvoudiger uitgevoerd kunnen worden. Het vereenvoudigen van het podium zal leiden tot een beperking in het culturele aanbod.
2. Wat zouden de eenmalige en jaarlijkse kosten zijn voor het aanbrengen van een klein overdekt vast buitenpodium aan de voorkant van het theater waarbij er de mogelijkheid wordt geboden aan lokale kunst en cultuurcollectieven om zich te laten zien? Antwoord: Deze variant is op dit moment niet berekend en valt buiten de scope van de raadsopdracht. In de voorliggende varianten van nieuwbouw is in de kleine zaal aan de zijde van het evenemententerrein een te openen wanddeel opgenomen, waarmee het podium van de kleine zaal optioneel bruikbaar is voor buitenevenementen op het evenemententerrein. 3. Wat zouden de kosten zijn voor waterjuffertjes aan de voorkant van het plein bij het theater? Antwoord: Dit is op dit moment niet berekend en valt buiten de scope van de raadsopdracht, waarmee hier geen antwoord op gegeven kan worden. De inrichting van het terrein rondom het theater zal op een later moment worden uitgewerkt. ChristenUnie 1. Wat zijn (desnoods indicatief) de kosten en opbrengsten van het gehele masterplan, graag uitgesplitst per deelproject? Antwoord: ▪ De investeringen in het theater bedragen € 50,6 miljoen, de exploitatielasten (incl. beheer en onderhoud) bedragen € 4,78 miljoen per jaar. In de huidige begroting is € 1,0 miljoen opgenomen, waarmee de additioneel benodigde middelen € 3,78 miljoen per jaar bedragen.
▪ De investeringskosten in de parkeergarage bedragen € 10,0 miljoen, wat leidt tot een exploitatielast van € 0,5 miljoen per jaar. ▪ Het investeringsproject voor het park is op dit moment nog niet geraamd omdat dit deelproject op een later moment plaatsvindt en afhankelijk is van de uitkomst van diverse onderzoeken. De directe openbare ruimte rond het theater en het evenemententerrein zullen wel tegelijk met het theatergebouw gerealiseerd worden. Dit kan binnen het reeds beschikbare budget van € 0,8 miljoen euro uitgevoerd worden. ▪ De grondexploitatie voor woningbouw is volledig afhankelijk van het aantal woningen wat gerealiseerd wordt en de geldende parkeernormen voor deze woningen. Verwacht wordt dat er deels onder de woningen geparkeerd dient te worden. Daarnaast dient het parkeerterrein (deels) opnieuw ingericht te worden. Op dit moment wordt eenmalig een neutraal resultaat voorzien. De kosten en opbrengsten zijn anders van aard: de investering in het theatergebouw, het parkeergebouw en het park worden samen met de instandhoudingskosten structureel opgenomen in de begroting. De grondexploitatie betreft incidenteel geld, waarmee er geen zuivere optelling mogelijk is. 2. In welke jaren wordt de uitvoering van de diverse deelprojecten van het masterplan voorzien? Antwoord: Het masterplan is qua fasering niet op detail uitgewerkt.
De bouw van de eerste fase (theatergebouw) zal afhankelijk van de besluitvorming starten in 2026 en oplevering in 2028. Voor de overige deelprojecten is geen planning opgesteld. 3. Kan je het theater realiseren zonder een passend parkeergebouw te realiseren? Antwoord: Het theatergebouw kan ook functioneren zonder parkeergebouw, maar met de bestaande parkeervoorzieningen. In de beantwoording van de vragen van de SGP is hier verder op ingegaan. 4. Het budget voor het theater is geactualiseerd. Hoeveel financiële ruimte is daarbinnen gereserveerd om eventuele tegenvallers op te vangen?
Antwoord: De raming is opgesteld met realistische en marktconforme kengetallen. De bedragen liggen bewust meer aan de bovenkant van de bandbreedte waarmee in de raming ruimte is om tegenvallers op te vangen. Daarnaast is er een post onvoorzien opgenomen van 10%. 5. Is er aanvullend op de actualisatie van het budget een risico analyse gemaakt van het deelproject nieuw theater? Zo ja, kan deze gedeeld worden met de raad? Antwoord: Op dit moment is er geen risicoanalyse voor het project gemaakt. ProVeenendaal Bij variant B is er sprake van een begrote investering van ruim 50,6 mio. - Kunt u een hoog over raming tonen met de raad over de verschillende posten waaruit de begroting is opgebouwd? Antwoord: Het bedrag van 50,6 miljoen euro is opgebouwd uit verschillende componenten: ▪ ▪ ▪ ▪
De geraamde directe bouwkosten (bouwkosten, gebouwinstallaties, theatertechniek en vaste inrichting) bedragen € 31,1 miljoen; De geraamde bijkomende kosten (algemene (bouwplaats)kosten, winst & risico, coördinatie en CAR-verzekering) bedragen € 5,0 miljoen; De geraamde overige kosten (Honoraria, leges & aansluitkosten, frictiekosten, interieur, onvoorzien en interne kosten gemeente) bedragen € 10,8 miljoen; De geraamde kostenstijging tot uitvoer in 2027 bedragen € 3,6 miljoen.
De stichtingskostenopzet van de businesscase vormt geen onderdeel van de besluitvorming omdat deze de financiële en/of economische positie van de gemeente kunnen schaden. Het openbaar maken van deze gegevens kan de gemeente in een zwakkere onderhandelingspositie brengen bij de aanbesteding van het gebouw -Met welk percentage onvoorzien wordt gerekend? Antwoord: Er is met afgerond 10% onvoorzien gerekend. -Met welk percentage prijsstijgingen is in deze opbouw rekening gehouden? Antwoord: Er is met 2,5% indexatie gerekend tot moment van uitvoering in 2027. -Is er, met alle begrip voor marges, ook over de langere termijn een beeld te geven bij de omvang van de ontwikkeling van de exploitatie? Antwoord: De totale gemeentelijke exploitatielasten nemen op termijn in beperkte mate af. Dit als gevolg van de afschrijving, waarmee de rentelasten afnemen. In de businesscase is daarnaast een groot onderhoudsreserve opgenomen, waarmee op termijn ook middelen beschikbaar zijn om het theatergebouw in stand te houden. Parkeeronderzoek: In het parkeeronderzoek is er voor gekozen om geen kentekenonderzoek te doen in de gemeentelijke parkeergarages. Voor het totaalbeeld is dat wel noodzakelijk. Kan dit (door gebruik van de data van de eigen scanauto) toegevoegd worden aan het onderzoek om het beeld volledig te maken.
Kan aan de eigenaren van de commerciële garages gevraagd worden om de kentekens van hen ook te delen? Uiteraard omgeven met alle privacy waarborgen! Antwoord: Ondanks dat er geen kentekenonderzoek uitgevoerd is in de parkeergarages zijn wij van mening dat dit onderzoek wel een goed beeld geeft van de parkeerdruk in de parkeergarages tijdens de verschillende momenten van de week. Het klopt dat we voor de parkeergarages het parkeermotief (betreft het bezoekers, werkenden of bewoners) niet uitgezocht hebben. Reden hiervoor is dat dit op dit moment niet uit onze eigen data op te maken is. Mocht de raad de behoefte
hebben om het onderscheid in parkeermotief in de parkeergarages wel inzichtelijk te hebben dan zullen we hier vervolgonderzoek voor moeten uitvoeren. Opgemerkt wordt dat dit tijd en geld kost.