7. Addendum Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie Veenendaal 2040
Tekst van het document
OER Omgevingsvisie Veenendaal 2040 Addendum
projectnummer 0500481 definitief 4 december 2025
www.anteagroup.nl
OER Omgevingsvisie Veenendaal 2040 Addendum projectnummer 0500481 definitief 4 december 2025
Auteurs M. Kuiper J.W.J. Verhoeven Opgesteld in samenwerking met de gemeente Veenendaal
Opdrachtgever Gemeente Veenendaal Postbus 1100 3900 BC VEENENDAAL
Gecontroleerd J.J. Verhoeven
datum 4 december 2025
beschrijving definitief
vrijgave J.W.J. Verhoeven
Inhoudsopgave 1.
Inleiding
4
1.1 1.2 1.3
Aanleiding Toetsingsadvies van de Commissie voor de milieueffectrapportage Inhoud van dit addendum en leeswijzer
4 4 5
2.
Onderbouwing keuzes koersdocument
6
2.1 2.1.1 2.1.2 2.1.3 2.2
Woningbouwlocaties Woningbehoefte Inbreiding Langs de gemeentegrenzen Inbreiding vs. langs de gemeentegrenzen
6 6 6 7 8
3.
Huidige situatie en beleidsambities leefomgevingsfoto
9
3.1 3.2 3.3
Huidige situatie Vastgestelde en geborgde plannen Verdere uitwerking Omgevingsvisie Veenendaal 2040
9 9 9
4.
De rol van water, bodem en natuur
10
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5
Huidige rol van water, bodem en natuur in planvorming Veenendaal Woningbouwlocaties in relatie tot water, bodem en natuur Drinkwaterwinning en industriële winningen Samenhang natuur-, water- en bodemsysteem N2000-gebied Binnenveld Recreatie en toerisme - haalbaarheid doelen N2000-gebied Binnenveld
10 10 11 12 12
5.
Verkeersonderzoek
13
OER omgevingsvisie Veenendaal Addendum projectnummer 0500481 4 december 2025
1.
Inleiding
1.1
Aanleiding De gemeente Veenendaal heeft, in lijn met de Omgevingswet, een ontwerp-omgevingsvisie opgesteld. Deze heeft van 5 september tot en met 16 oktober 2025 ter inzage gelegen. Bij de omgevingsvisie is een omgevingseffectrapport (OER) opgesteld. Het OER is als bijlage bij de visie gevoegd en aan de Commissie voor de milieueffectrapportage (mer) voorgelegd ter toetsing. Met het door de Commissie mer uitgebrachte toetsingsadvies1 is de mer-procedure voor de omgevingsvisie afgerond. Een aantal door de Commissie opgemerkte punten geeft echter aanleiding tot voorliggend addendum. Hierin is beschreven hoe aan de punten van de Commissie invulling kan worden gegeven bij de verdere uitwerking van de omgevingsvisie. Op enkele punten wordt daarnaast een verhelderende toelichting gegeven, om de leesbaarheid van het OER in relatie tot de omgevingsvisie te vergroten. Doel van deze notitie is dan ook om de gemeenteraad van Veenendaal bij vaststelling van de omgevingsvisie extra inzicht en overzicht te geven met betrekking tot de milieu-informatie.
1.2
Toetsingsadvies van de Commissie voor de milieueffectrapportage De Commissie mer is onafhankelijk, bij wet ingesteld en adviseert over de inhoud en de kwaliteit van het OER. De Commissie stelt voor ieder project een werkgroep samen van onafhankelijke deskundigen. Deze werkgroep stelt een toetsingsadvies op waarin zij een oordeel velt over de juistheid en volledigheid van de milieuinformatie in het OER. Ten aanzien van het OER Omgevingsvisie Veenendaal heeft de Commissie mer het volgende advies: Hoewel het OER in korte tijd is opgesteld, geeft het rapport veel relevante informatie. Daarnaast doet het OER waardevolle aanbevelingen voor het vervolg. Ook waardeert de Commissie dat het OER is benut bij het aanscherpen van de ontwerp-omgevingsvisie. Tegelijkertijd constateert de Commissie dat op een aantal onderdelen nog informatie ontbreekt. Het aanvullen van die informatie is essentieel om het belang van de leefomgeving volwaardig mee te kunnen wegen bij het besluit van de gemeenteraad over de omgevingsvisie. Het gaat om de volgende punten: • Eerder gemaakte keuzes zijn niet onderbouwd vanuit milieuoogpunt. In het eerder opgestelde koersdocument zijn onder andere keuzes gemaakt over het aantal te bouwen woningen en de locaties daarvoor. In het document zijn bij deze keuzes milieuoverwegingen niet aantoonbaar betrokken.
Ook in het OER zijn de eerder gemaakte keuzes niet toegelicht en is niet onderbouwd in hoeverre er alternatieve mogelijkheden zijn voor de invulling van met name de woningbouwopgave. • In de leefomgevingsfoto lopen de bestaande (en toekomstige) situatie en beleidsambities door elkaar. Ook mist essentiële informatie over onder meer het water- en bodemsysteem. Hierdoor is de leefomgevingsfoto geen goede basis voor de effectbepaling. • De ambities en randvoorwaarden vanuit water, bodem en natuur zijn onvoldoende navolgbaar sturend geweest bij locatiekeuzes. Het grond- en oppervlaktewatersysteem heeft invloed op het behoud en herstel van natuurgebieden, waaronder het Natura 2000- gebied het Binnenveld. Het OER moet aannemelijk maken dat de ambities uit de omgevingsvisie uitvoerbaar zijn binnen de kaders van de natuurwetgeving en welke maatregelen hiervoor (op hoofdlijnen) nodig zijn. • Verkeersonderzoek. In het OER zijn de effecten op mobiliteit en infrastructuur beperkt in beeld gebracht. De gemeente is zich hiervan bewust en voert nog een verkeersonderzoek uit. Belangrijk is om in dit onderzoek de effecten van de (mobiliteits)maatregelen en het doelbereik van het mobiliteitsbeleid uit de omgevingsvisie in beeld te brengen. Deze informatie moet beschikbaar zijn voorafgaand aan het besluit over de visie.
1
Online te vinden op https://www.commissiemer.nl/docs/mer/p39/p3973/a3973ts.pdf
blad 4 van 13
OER omgevingsvisie Veenendaal Addendum projectnummer 0500481 4 december 2025
1.3
Inhoud van dit addendum en leeswijzer De Commissie mer plaatst bij de constatering dat er op een aantal onderdelen nog informatie ontbreekt deze voetnoot in het advies: Uit gesprekken met de gemeente (tijdens het locatiebezoek op 2 oktober 2025 en tijdens het adviesgesprek op vrijdag 31 oktober 2025), maakt de Commissie op dat er al veel is gebeurd (bijvoorbeeld op gebied van water, bodem en natuur), maar dat dit niet duidelijk terug te lezen is in het OER en de omgevingsvisie. In dit addendum is, in lijn met deze noot van de Commissie, ingegaan op de vier hoofdpunten uit het advies. Het addendum heeft twee functies: • verduidelijken en herleidbaar maken van het proces van de totstandkoming van de omgevingsvisie; • uiteenzetten hoe (daarmee) invulling wordt gegeven aan de adviezen (bij verdere uitwerking van de visie). In het vervolg van deze paragraaf is beschreven welke informatie in dit addendum is opgenomen. Onderbouwing keuzes koersdocument Dit hoofdstuk legt uit hoe de keuzes op het gebied van woningbouw in het koersdocument voor de Omgevingsvisie Veenendaal 2040 tot stand zijn gekomen, met specifieke aandacht voor woningbouwlocaties en de afweging tussen inbreiding en uitbreiding.
Huidige situatie en beleidsambities In dit hoofdstuk wordt de leefomgevingsfoto toegelicht: een overzicht van de huidige situatie en beleidsambities, inclusief onderscheid tussen vastgestelde plannen en toekomstige keuzes. De rol van water, bodem en natuur Dit hoofdstuk beschrijft hoe water, bodem en natuur zijn meegenomen in de planvorming en welke uitgangspunten gelden voor woningbouwlocaties en natuurdoelen. Verkeersonderzoek Dit hoofdstuk geeft inzicht in het verkeersonderzoek dat is uitgevoerd om de effecten van mobiliteitsmaatregelen te beoordelen.
blad 5 van 13
OER omgevingsvisie Veenendaal Addendum projectnummer 0500481 4 december 2025
2.
Onderbouwing keuzes koersdocument
2.1
Woningbouwlocaties De strategie van Veenendaal op het gebied van woningbouw tot 2040 is om in te zetten op twee sporen, namelijk inbreiding in de stad en woningbouw aan de randen van de stad, buiten de eigen gemeentegrenzen. Dit om te kunnen voorzien in voldoende woningen voor de inwoners van Veenendaal en de regio. Hieronder wordt dit nader toegelicht.
2.1.1
Woningbehoefte Onderzoek Stec Groep In september 2020 is door Stec Groep een onderzoeksrapport opgeleverd aan de regio Foodvalley. Dit onderzoek betrof het in kaart brengen van de toekomstige woningbehoefte in de regio en in welke mate het landelijk woningtekort effect heeft op deze behoefte. Het onderzoek brengt behoefte door binnenlandse migratie en de bestaande tekorten bij elkaar, maar doet dit wel door middel van aannames en prognoses. In de toekomst kijken is immers ingewikkeld. Uit het onderzoek blijkt dat er in de hele regio in 2040 een behoefte is van circa 40.000 woningen. Voor Veenendaal geldt een woningbehoefte van 10.700 woningen, uitgaande van de uitgangspunten van het onderzoek. Daarmee wordt rekening gehouden met de behoefte vanuit eigen inwoners, de toename van het aantal huishoudens, de regionale en landelijke behoefte en de huisvestingsopgave voor statushouders. Daarnaast worden in de uitgangspunten van het onderzoek ook de woningvraag vanuit de inwoners van Veenendaal zelf meegenomen, bijvoorbeeld door huishoudensveranderingen. Woonvisie en Verstedelijkingsstrategie In 2022 zijn door de gemeenteraad de Woonvisie 2022-2025, het Verstedelijkingsconcept Arnhem Nijmegen Foodvalley en de Onderzoeksagenda Gebiedsuitwerkingen Verstedelijkingsstrategie Arnhem Nijmegen Foodvalley vastgesteld.
In deze documenten wordt voortgeborduurd op het rapport van Stec Groep en de woonbehoefte van 10.700 voor Veenendaal. Met dit aantal woningen bouwt Veenendaal voldoende woningen voor haar inwoners. Woondeal Ook in de regionale Woondeal Foodvalley is voor Veenendaal uitgegaan van 10.700 als de benodigde planvoorraad. Zoals hierboven aangegeven, is dit gebaseerd op de behoefte met beperkt extra capaciteit voor planuitval. Inmiddels is de regionale woningbouwbehoefte toegenomen van 40.000 naar 45.000. Koersdocument Omgevingsvisie Veenendaal 2040 Met het vaststellen van het Koersdocument voor de Omgevingsvisie Veenendaal 2040 in april 2025 kiest de gemeenteraad ervoor om zich in te zetten om in de woningbehoefte van de inwoners van Veenendaal te voorzien. De woningmarkt stopt niet bij de gemeentegrens, dus dit betekent dat ook met regionale woningbouwbehoefte rekening wordt gehouden. De gemeenteraad kiest met het vaststellen van dit document om deze woningbouwbehoefte deels te realiseren binnen haar eigen gemeentegrenzen en deels, in samenwerking met buurgemeenten, te zoeken naar mogelijkheden voor woningbouw langs de gemeentegrenzen.
2.1.2
Inbreiding Met de vaststelling van het koersdocument voor de Omgevingsvisie Veenendaal 2040 is door de gemeente richting gegeven aan de woningbouwstrategie tot 2040. Met een aantal grootschalige inbreidingsplannen zoals Groenpoort in Veenendaal-Oost en de transformatie van het gebied Spoorzone kiest de gemeente ervoor om de woningbouwopgave deels binnenstedelijk op te lossen. Met de bestaande zachte en harde plancapaciteit binnen de gemeentegrenzen verwacht de gemeente ongeveer de helft van de woningbouwopgave te kunnen verwezenlijken. Hieronder volgt een overzicht met de bestaande plannen, de status van de plannen en de (verwachte) plancapaciteit):
blad 6 van 13
OER omgevingsvisie Veenendaal Addendum projectnummer 0500481 4 december 2025
Locatie/Plan Veenendaal-oost (totaal) Spoorzone Ambacht Spoorzone Ritmeester Spoorzone Sterke Arm Spoorzone Grote Pekken 3 Spoorzone Grote Pekken 11 Spoorzone 't Goeie Spoor Spoorzone Stationskwartier D Spoorzone Brandmeesters 1e Melmseweg Nieuweweg Zijdevlinderhoek Lange Dreef Gouverneurslaan Hofstede Brouwerspoort Trivium Meesters (Seats & Sofa's) Vendelseweg Belcompany t Kofschip Franse Gat
Aantal 1007 2.000 190 99 27 50 125 180 140 177 204 4 34 4 4 75 104 127 51 48 34 289
Tuinstraat
400
Totaal
5.373
Juridische status Vastgesteld bestemmingsplan Omgevingsplan in ontwikkeling Omgevingsplan in ontwikkeling Voorfase Voorfase Voorfase Vastgesteld bestemmingsplan Vastgesteld bestemmingsplan + voorfase Vastgesteld bestemmingsplan Vastgesteld bestemmingsplan Vastgesteld bestemmingsplan Voorfase Vastgesteld bestemmingsplan Voorfase Vastgesteld bestemmingsplan Vastgesteld bestemmingsplan Vastgesteld bestemmingsplan Vastgesteld bestemmingsplan Verleende omgevingsvergunning Voorfase Vastgesteld bestemmingsplan Vastgesteld bestemmingsplan + Omgevingsplan in ontwikkeling Vastgesteld bestemmingsplan + voorfase + omgevingsplan in ontwikkeling
In de periode 2022-2024 zijn 1.269 woningen gerealiseerd. Dit maakt dat er 6.642 woningen sinds 2022 zijn gerealiseerd/gepland. Deze gegevens zijn verzameld in april 2025. Mogelijk wijkt de huidige plancapaciteit inmiddels in beperkte mate af van deze cijfers. De gemeente kiest er voor om de woningbouwopgave voor 2040 niet volledig binnenstedelijk op te lossen. De gemeente is reeds behoorlijk verstedelijkt, vergelijkbaar met grote steden in de Randstad. Om de druk op de woon- en leefomgeving niet te veel toe te laten nemen, wordt ook gezocht naar mogelijkheden buiten de gemeentegrenzen.
2.1.3
Langs de gemeentegrenzen Met het vaststellen van het koersdocument voor de Omgevingsvisie Veenendaal 2040 is gekozen voor een woningbouwstrategie die verder kijkt dan de grenzen van de gemeente. In nadrukkelijke samenwerking met buurgemeenten wil de gemeente Veenendaal op zoek naar geschikte locaties om bij te dragen aan de woningbouwopgave van de gemeente en daarmee van de regio Foodvalley. Hiermee zetten de gemeentes dan een stap verder in het uitwerken van de verstedelijkingsstrategie voor de regio Arnhem Nijmegen en regio Foodvalley. Met die principes in gedachte wil Veenendaal op zoek naar geschikte woningbouwlocaties langs de randen van de gemeente. De twee locaties die daarbij op kaart worden aangegeven zijn de zoeklocaties die genoemd staan in de verstedelijksstrategie, namelijk ten noorden van Veenendaal bij NS-station Veenendaal – De Klomp en ten zuid-oosten van Veenendaal, net over de gemeentegrens met Rhenen. Via de regio wordt reeds samengewerkt op het gebied van verstedelijking, maar deze potentiële woningbouwlocaties verdienen nog veel onderzoek en uitwerking. Dit pakt Veenendaal dan ook regionaal op in samenwerking met buurgemeenten, de provincies en met het Rijk op basis van het NOVEX-programma voor Arnhem-Nijmegen en blad 7 van 13
OER omgevingsvisie Veenendaal Addendum projectnummer 0500481 4 december 2025
Regio Foodvalley. Woningbouw op deze locaties is een betekenisvolle en belangrijke bijdrage aan het verminderen van de regionale en gemeentelijke woningbouwbehoefte, maar het moet wel mogelijk zijn en bijdragen aan de andere belangen en ambities van de gemeente Veenendaal.
2.2
Inbreiding vs. langs de gemeentegrenzen Aangezien de gemeente Veenendaal voldoende woningen wil bouwen om in de woningbouwbehoefte te kunnen voorzien, moet een behoorlijk aantal woningen worden gebouwd. Om de druk op de bestaande leefomgeving niet te groot te maken kiest de gemeente voor een spoor van in- en uitbreiding. Voor de inbreidingsplannen is de gemeente zelf het bevoegd gezag en zijn verschillende trajecten in gang gezet om dit planologisch mogelijk te gaan maken of zijn ze in sommige gevallen al bezig met de uitvoering. Voor deze plannen geldt dan ook dat uitvoering onderzocht is of wordt of de plannen vanuit milieukundig oogpunt uitgevoerd kunnen worden. Er liggen allerlei onderzoeken aan deze plannen ten grondslag die een goed beeld geven van de milieukundige staat van het plangebied en de omgeving. Voor grote plannen, zoals VeenendaalOost en het Ambacht, zijn daarbij ook grootschalige verkeersonderzoeken uitgevoerd om te onderzoeken of de wegenstructuur het aantal nieuwe verkeersbewegingen kan dragen. Voor het spoor dat buiten de gemeentegrenzen plaatsvindt is Veenendaal een partner in een regionaal verband. De gemeente probeert in samenwerking te zoeken naar de mogelijkheden om in de woningbehoefte te voorzien. Daarin is Veenendaal dus afhankelijk van de besluitvorming van gemeenten in de omgeving, zoals de gemeente Rhenen, gemeente Renswoude en de gemeente Ede.
Daarnaast geldt voor de zoeklocatie De Klomp dat sprake is van een andere provincie, namelijk de provincie Gelderland. Voor deze plannen wordt een gezamenlijk MER-traject opgezet om te onderzoeken of de gewenste locaties ook geschikt zijn op milieukundig gebied. Hierin worden, naast andere belangrijke aspecten, uiteraard ook bodem, water, natuur en verkeer meegenomen.
blad 8 van 13
OER omgevingsvisie Veenendaal Addendum projectnummer 0500481 4 december 2025
3.
Huidige situatie en beleidsambities leefomgevingsfoto
3.1
Huidige situatie De basis van het Omgevingseffectrapport voor de Omgevingsvisie Veenendaal 2040 is de Leefomgevingsfoto (LOF). Hierin wordt de huidige situatie van Veenendaal aan de hand van verschillende aspecten in beeld gebracht. Daarna is per aspect aangegeven wat de situatie in 2040 zou zijn als het huidige beleid wordt aangehouden. Met andere woorden, wat de situatie zou zijn als de keuzes in de Omgevingsvisie Veenendaal 2040 niet worden gemaakt. Gelet op het advies van de Commissie mer is het belangrijk om ook in het LOF goed onderscheid te maken tussen de inbreidingslocaties en de zoeklocatie buiten de gemeentegrenzen. Voor de inbreidingslocaties geldt dat het veelal vastgestelde plannen of plannen in een uitwerkingsfase betreft. Dat betekent dat voor deze plannen op veel aspecten al informatie beschikbaar is en gebruikt is of wordt bij het afwegen van de geschiktheid van deze ontwikkelingslocaties.
3.2
Vastgestelde en geborgde plannen Om het verschil tussen vastgestelde plannen, vastgesteld beleid en de keuzes die de omgevingsvisie maakt duidelijker neer te zetten is in dit addendum het één en ander uiteengezet. Voor sommige plannen geldt dat, naast het wettelijke minimum, er extra aandacht is besteed aan bepaalde aspecten zoals bodem, water en natuur. Enkele voorbeelden daarvan staan in hoofdstuk 4.2 van dit addendum. Voor het beoordelen van de plannen in de conceptaanvraagfase wordt huidig beleid aangehouden en wanneer vastgesteld ook de Omgevingsvisie Veenendaal 2040.
3.3
Verdere uitwerking Omgevingsvisie Veenendaal 2040 De Omgevingsvisie Veenendaal 2040 legt de strategische basis voor hoe de gemeente Veenendaal met de fysieke leefomgeving omgaat. Het OER, en daarmee ook de leefomgevingsfoto, liggen daar weer aan ten grondslag. Uit het abstractieniveau van de Omgevingsvisie volgt dan ook het OER en de bijbehorende LOF. In dit addendum wordt verdere toelichting gegeven op de huidige situatie, maar ook de geplande ontwikkelingen in Veenendaal. Hoofdstuk 2 van dit addendum geeft een toelichting op de woningbouwplannen. In hoofdstuk 4 wordt toegelicht hoe water, bodem en natuur in de huidige planvorming van de gemeente Veenendaal wordt meegenomen. Ook wordt ingegaan op de relatie van water, bodem en natuur tot woningbouwlocaties. Met de uitwerking van de Omgevingsvisie in omgevingsplannen en beleidsstukken kan ook de leefomgevingsfoto verder worden uitgewerkt om de huidige situatie voor het thema van het beleidsstuk uitgebreid in beeld te brengen. Dit OER is daarmee een instrument dat de gemeente kan blijven gebruiken voor het betrekken van de effecten op de leefomgeving bij beleidsvorming. Tegelijkertijd kan een geactualiseerde en gespecificeerde leefomgevingsfoto een goed middel zijn voor monitoring en evaluatie van het beleid. Daarmee wordt het OER en de bijbehorende LOF een belangrijk onderdeel van de gehele beleidscyclus.
blad 9 van 13
OER omgevingsvisie Veenendaal Addendum projectnummer 0500481 4 december 2025
4.
De rol van water, bodem en natuur
4.1
Huidige rol van water, bodem en natuur in planvorming Veenendaal Het grondgebied van de gemeente Veenendaal is relatief verstedelijkt. De gemeente heeft weinig buitengebied en slechts enkele natuurgebieden binnen haar grondgebied. Bodem- en watersturend te werk gaan lijkt dan ook niet meteen vanzelfsprekend. Bij grote ontwikkelingen waar veel ruimte is om bodem- en waterstructuren mee te nemen in de planvorming stuurt de gemeente echter steeds meer op het meenemen van bodem en water in de planvorming. Door dit in een vroeg stadium al inzichtelijk te maken worden het belangrijke onderdelen van de plannen en vormen daarmee de basis van een groen en natuurrijk plan. De gemeente Veenendaal is daarnaast ook aangesloten bij verschillende regionale initiatieven die de groene schil om de stad proberen te versterken. Bijvoorbeeld in het kader van het provinciale samenwerkingsprogramma Groen Groeit Mee en het regionale gebiedsgerichte samenwerkingsverband voor het Binnenveld. Waar mogelijk draagt Veenendaal daar op eigen grondgebied in de vorm van ruimtelijke ontwikkelingen aan bij, zoals bijvoorbeeld met de realisatie van de Turfweide als recreatief uitloopgebied dat aan kan sluiten op de nog te vormen groene schil ten westen van Veenendaal. Daarnaast draagt de gemeente nog op andere manieren bij aan deze regionale ontwikkelingsstrategieën.
De gemeente betaalt actief mee aan het behoud van het recreatiegebied Kwintelooijen ten zuidoosten van Veenendaal. Ook doet de gemeente haar best om de belangen te behartigen van het Landgoed Prattenburg dat ten noord-westen van Kwintelooijen ligt en deels binnen de gemeentegrenzen van Veenendaal is gelegen. Het behoud van dit landgoed als uitloopgebied van Veenendaal is essentieel voor de recreatieve mogelijkheden van de inwoners van Veenendaal. Ten oosten van de gemeente, ook net buiten de gemeentegrenzen, heeft de gemeente Veenendaal samen met de gemeente Ede het natuurgebied de Groene Grens gecreëerd. Dit is ontstaan uit de ontwikkeling van de wijk Veenendaal-Oost. Ten westen en noordwesten van Veenendaal, wederom net buiten de gemeentegrenzen, zet de gemeente zich in voor realisatie van het provinciale programma Groen groeit mee. Onderdeel hiervan is de ontwikkeling van de Roode Haan als recreatief gebied dat de Utrechtse Heuvelrug en Fort aan de Buursteeg met elkaar moet verbinden.
4.2
Woningbouwlocaties in relatie tot water, bodem en natuur In de tabel in paragraaf 2.1.2 van dit addendum staan de woningbouwplannen waar de gemeente Veenendaal voor de komende periode mee aan de slag gaat. Voor alle woningbouwplannen geldt dat bodem, water en natuur worden gewogen in de uiteindelijke verdeling van functies van het ontwikkelingsgebied. Voor binnenstedelijke ontwikkelingen van relatief kleine schaal geldt dat het lastig is om bodem en water een bepalend onderdeel te laten zijn van de overwegingen. Vaak zijn de oude structuren niet meer herkenbaar en kunnen bij kleinschalige ontwikkelingen ook lastig hersteld worden. Voor grotere binnenstedelijke plannen of uitleggebieden zijn er vaak meer mogelijkheden om bodem, water en natuur gestalte te geven in de ontwikkeling. De gemeente Veenendaal heeft dat met enkele grote ontwikkelingen dan ook gedaan, zoals hieronder nader is toegelicht. Het Ambacht Eén van die plannen is het opstellen van het omgevingsplan voor het Ambacht, als onderdeel van de Spoorzone. In de zoektocht naar de juiste manier om dit verouderde bedrijventerrein te transformeren naar een hoogstedelijk woon-werkgebied, is expliciet gekeken naar de bodem- en waterstructuur in het gebied. Dit gebied ligt in de overgang tussen de zandgronden en de veengronden.
Vanuit de gedachte ‘bodem- en watersturend’ en ook in het belang van de ontwikkeling van een groene, gezonde woonwijk zijn enkele centrale uitgangspunten gehanteerd voor de ontwikkeling van de nieuwe wijk: - Het oude landschap en de bodemopbouw is zoveel mogelijk als basis gebruik voor de inrichting van de openbare ruimte. Voor de zandgrond en de veengrond zijn elk aparte bouwstenen ontwikkeld voor onder andere de inrichting, de wateropvang, het type beplanting, de materialisatie en de gewenste functies. - Er komt een centraal park dwars door het gehele plangebied. Dit park heeft meerdere functies zoals ruimte voor groen, ontmoeten, sporten en spelen, waterberging enzovoort. - Elk bouwveld kent haar eigen binnengebied met ook hier ruimte voor groen, waterberging en ontmoeten. blad 10 van 13
OER omgevingsvisie Veenendaal Addendum projectnummer 0500481 4 december 2025
-
Tot slot wordt het bestaande stadspark ten noordoosten van het plangebied vernieuwd. Deze vernieuwing kent meerdere doelen zoals het versterken van natuurlijke waarden en het verbeteren van de waterkwaliteit in de bestaande ‘surfvijver’, maar ook het creëren van betere plekken voor recreatie.
Groenpoort In de ontwikkeling van het plan Groenpoort, een uitleggebied ten oosten van Veenendaal, is ook expliciet rekening gehouden met bodem, water en natuur. In het plan zijn drie groene buffers opgenomen die van oost naar west lopen. Daarmee wordt de groene schil aan de oostzijde van Veenendaal richting het westen de stad in getrokken waar de groene buffers aansluiten op bestaande groene structuren. Van noord naar zuid loopt een singel, verticaal door het plangebied, die verbonden is met een waterstructuur buiten het plangebied. Door goed te kijken naar de bodem- en waterstructuren en groen- en waterstructuren in de omgeving draagt dit plan bij aan de opbouw van een natuurlijk netwerk in een verstedelijkt gebied.
4.3
Drinkwaterwinning en industriële winningen In de passende beoordeling wordt niet aangegeven hoe de volgende zaken zich verhouden tot het voor het Binnenveld benodigde herstel van het grond- en (oppervlakte)watersysteem: De wens om de drinkwaterwinning Veenendaal in stand te houden of nog uit te breiden winning; Industriële winningen Dit wordt daarom in dit addendum verder toegelicht. Het uitgangspunt in de omgevingsvisie is de bescherming van de waterwinning en het niet onmogelijk maken van de voortzetting van de huidige vergunde praktijk. Dit volgt uit de drinkwaterzorgplicht. Deze zorgplicht ziet toe op de duurzame veiligstelling van de openbare drinkwatervoorziening. Voor de gemeente leidt deze zorgplicht ertoe dat zij deze kunnen borgen in de Omgevingsvisie. Daarmee neemt de gemeente haar verantwoordelijkheid voor het voorkomen van vervuiling van drinkwaterbronnen door activiteiten binnen drinkwaterbeschermingsgebieden en worden de ruimtelijke beschermingsregels omtrent drinkwaterbeschermingsgebieden van de provincie overgenomen. De gemeente is bekend met het feit dat in de natuurdoelanalyse (NDA) is aangegeven dat het voortzetten van de vergunde praktijk van de winningen een hydrologisch effect heeft op de grondwaterstanden en de kwel en ook leidt tot een ecologisch effect omdat de hydrologische situatie te ver afwijkt van de bandbreedte van de optimale condities.
Omdat er in de NDA een verbod op grondwateronttrekking wordt voorgesteld in het kader van systeemherstel, staat het voornemen uit de visie dus op gespannen voet met het gewenste herstel van het hydrologisch systeem. Om de exacte omvang van dit probleem en de mogelijke mitigerende maatregelen vast te stellen, is concretisering van de ambitie en verder onderzoek nodig. Er zal bij de afloop van vergunningen opnieuw getoetst gaan worden en de effecten van de drinkwaterwinning worden dan berekend. Bij het verlenen van nieuwe vergunningen zal kritisch moeten worden gekeken naar de impact op het watersysteem en de wens tot systeemherstel. Zo hoeft voortzetting van de winningen nu niet volledig onmogelijk te worden gemaakt, maar worden de zorgvuldige afweging en de noodzaak van – waar nodig – het treffen van aanvullende maatregelen benadrukt. In het kader van de omgevingsvisie kan de gemeente een rol spelen in de bewustwording over drinkwaterverbruik en -verspilling. Zeker in drinkwaterbeschermingsgebieden is het belangrijk dat bewoners beseffen dat hun gedrag direct invloed kan hebben op de kwaliteit en beschikbaarheid van drinkwater. De gemeente kan in dat kader actief inspelen op het bewustzijn van de consequenties van het wonen en werken binnen een grondwaterbeschermingsgebied/intrekgebied bij inwoners en bedrijven, en hun invloed op de drinkwaterkwaliteit en - beschikbaarheid.
Echter, de gemeente kan niet eenzijdig in de Omgevingsvisie de locaties/omvang van waterwinning wijzigen. Provincies zijn verantwoordelijk (moeten bij beslissingen over de ruimtelijke inrichting rekening houden met de wettelijke zorgplicht om te zorgen voor een duurzame drinkwatervoorziening en zijn vergunningverleners). blad 11 van 13
OER omgevingsvisie Veenendaal Addendum projectnummer 0500481 4 december 2025
4.4
Samenhang natuur-, water- en bodemsysteem N2000-gebied Binnenveld De Commissie stelt dat de doelen voor het Binnenveld alleen haalbaar zijn mits de toestroom van water naar het gebied wordt versterkt en de stikstofdepositie wordt verlaagd. Deze samenhang tussen natuur en water- en bodemsysteem is volgens de Commissie beperkt zichtbaar gemaakt in het OER. In de passende beoordeling zijn de knelpunten voor het Binnenveld beschreven. Deze zijn gebaseerd op de informatie uit de natuurdoelanalyse en het advies van de Ecologische Autoriteit daarover. Deze knelpunten hangen grotendeels samen met het water- en bodemsysteem. Hiermee is, passend bij de inhoud en het abstractieniveau van de omgevingsvisie, invulling gegeven aan de plantoets. De samenhang van het natuur-, water- en bodemsysteem is hiermee voldoende zichtbaar voor de besluitvorming van de Omgevingsvisie. Verdere uitwerking van de visie (in programma’s en plannen) is belangrijk en nodig om een scherper inzicht te krijgen in de aannemelijkheid van de uitvoerbaarheid. Het beleid uit de omgevingsvisie is niet zo concreet uitgewerkt dat uit de passende beoordeling blijkt dat onderdelen onuitvoerbaar zijn en dat in de visie concrete mitigerende maatregelen moeten worden getroffen.
Wel is duidelijk dat de uitwerking van het beleid nog een opgave is om te blijven borgen dat er geen sprake is van aantasting van natuurwaarden in Natura 2000-gebieden. Kortom, er kan geconcludeerd worden dat de Natura 2000-gebiedsbescherming het vaststellen van de omgevingsvisie niet in de weg staat, omdat bij nadere uitwerking van plannen en projecten maatregelen getroffen kunnen en moeten worden om de in de passende beoordeling gesignaleerde risico’s en negatieve effecten te beperken. De gemeente staat bovendien niet aan de lat om instandhoudingsmaatregelen of passende maatregelen te nemen om de instandhoudingsdoelen voor het Binnenveld te behalen (dus de achtergrondwaarde omlaag te brengen of het bodem- en watersysteem op orde te brengen). Deze verplichting volgt uit artikel 6 lid 1 en 2 van de Habitatrichtlijn (artikel 2.18, onder g Ow en artikel 2.19 lid 5 Ow) en is een verplichting voor de lidstaten (rijk en provincies). Wel dient de gemeente een plantoets uit te voeren. Dat volgt uit artikel 6 lid 3 van de Habitatrichtlijn (artikel 15.53c Ow en artikel 10.24 Bkl). Dat is ook gebeurd. In de passende beoordeling wordt beschreven dat significante gevolgen op Natura 2000-gebieden kunnen worden uitgesloten.
4.5
Recreatie en toerisme - haalbaarheid doelen N2000-gebied Binnenveld De Commissie mer stelt dat de druk op het Binnenveld toeneemt door het realiseren van de omgevingsvisie, doordat niet of nauwelijks wordt ingezet op het versterken van groenblauwe structuren. Hoewel de Commissie – met aandacht voor de mogelijke toename van de recreatiedruk als gevolg van ontwikkelingen in de Omgevingsvisie – een belangrijk aandachtspunt signaleert, wordt de conclusie dat de gemeente niet of nauwelijks inzet op het versterken van groenblauwe structuren niet erkend. In de visie is op meerdere manieren ingegaan op de (verder uit te werken) versterking van groenblauwe structuren. Zo is in de visie onder andere gesteld dat Veenendaal stuurt op een gezonde groene leefomgeving. Er wordt ingezet op klimaatadaptief en natuurinclusief bouwen. De gemeente onderzoekt daarbij of een streefpercentage van 30% groen bij nieuwe ontwikkelingen of reconstructies kan worden gehanteerd. Verder heeft Veenendaal al de ervaring met de Groene grens: een nieuw natuurgebied, is er het programma ‘Groen groeit mee’ van de provincie Utrecht en zijn de recreatieve mogelijkheden nu gesitueerd aan de randen van en buiten het Natura 2000-gebied. Ook is er buiten de Natura 2000-begrenzing natuur gerealiseerd.
Er is bovendien in de visie niet van uitgegaan dat er in het Binnenveld wordt ingezet op recreatie en toerisme, noch tekstueel nog op kaart. De Commissie stelt dat een deel van het Binnenveld wordt ingetekend als te ontwikkelen voor recreatie en toerisme. In de passende beoordeling is ontwikkeling van recreatie en toerisme aan de rand van het Binnenveld meegenomen, in lijn met de omgevingsvisie. In de passende beoordeling wordt – op basis van de gebiedsspecifieke kenmerken van de recreatie in het Binnenveld en de ontwikkelingen binnen de gemeente – aangegeven dat significante gevolgen van toenemende recreatiedruk op Natura 2000-gebied Binnenveld kunnen worden uitgesloten.
blad 12 van 13
OER omgevingsvisie Veenendaal Addendum projectnummer 0500481 4 december 2025
5.
Verkeersonderzoek De Commissie mer adviseert om voorafgaand aan de besluitvorming over de omgevingsvisie, het nog uit te voeren verkeersonderzoek op te nemen, zodat de effecten van potentiële (mobiliteits)maatregelen en het doelbereik van mobiliteitsbeleid volgens de omgevingsvisie in beeld worden gebracht. In het OER is het verkeersonderzoek reeds aangekondigd. Daarbij is uiteengezet hoe het onderzoek uitgevoerd zou worden. Inmiddels is het verkeersonderzoek uitgewerkt. Het wordt voor de besluitvorming als bijlage bij het OER gevoegd. In de ‘Special mobiliteit’ (verkeerskundige analyse OER Omgevingsvisie Veenendaal 2040, 26 november 2025) is indicatief onderzoek gedaan naar de effecten van verschillende mobiliteitsmaatregelen voor 2040. De special sluit daarmee bij het abstractieniveau van de omgevingsvisie en het OER aan. Het onderzoek gebruikt het regionale verkeersmodel STRAVEM (prognosejaar 2040, WLO-scenario Hoog). Dat is een multimodaal model. Dat wil zeggen dat er, naast het auto- en vrachtverkeer, ook berekeningen met het openbaar vervoer (ov) en de fiets kunnen worden gedaan. In de special zijn drie situaties bekeken: 1. Referentie: autonome groei en plannen (in dit onderzoek is uitgegaan van 11.180 woningen en 5.000 arbeidsplaatsen). 2.
Scenario Tussen: aanvullende maatregelen zoals uitbreiding Rondweg-West, GOW30-afwaarderingen, ongelijkvloerse fietsverbindingen en parkeerregulering. 3. Scenario Hoog: intensievere mobiliteitsmaatregelen, inclusief nieuw station Veenendaal-Zuid, hogere parkeertarieven en sterkere sturing op fiets en ov. De uitgangspunten van de drie scenario’s zijn in afstemming met de verkeerskundigen van de gemeente Veenendaal opgesteld. Ze sluiten aan bij de strategische mobiliteitskeuzes uit de omgevingsvisie, maar vormen geen 1-op-1 uitwerking ervan. Er is voor deze scenario’s gekozen omdat op deze manier breed inzichtelijk kan worden gemaakt wat de verschillen tussen scenario’s zijn, en wat bepaalde maatregelen doen. Daarnaast zijn de uitgangspunten voor de scenario’s in sommige gevallen concreter dan de strategische keuzes in de omgevingsvisie. Voor kwantitatieve berekeningen is concretisering namelijk noodzakelijk. De special mobiliteit maakt aannemelijk dat de druk op het wegennet zonder aanvullende maatregelen toeneemt. De in de scenario’s Tussen en Hoog gebruikte uitgangspunten (zoals parkeerregulering, afwaardering naar GOW30 en inzet op fietsverbindingen) zijn effectief om autoverkeer te beperken en fietsgebruik te stimuleren. Het ov-gebruik is lastiger te sturen, in samenwerking met de provincie en vervoersorganisaties kan de gemeente maatregelen nemen om hierop te sturen.
Er wordt daarom aanbevolen om bij het verkeerscirculatieplan een nadere analyse van de verkeersstructuur uit te voeren. Bij de verdere uitwerking wordt aangeraden om de afweging en prioritering van mobiliteitsmaatregelen bij het omgevingsprogramma integrale mobiliteit (en een parkeerbeleidsplan) op te pakken.
blad 13 van 13
Over Antea Group Antea Group is het thuis van 1800 trotse ingenieurs en adviseurs. Samen bouwen wij elke dag aan een veilige, gezonde en toekomstbestendige leefomgeving. Je vindt bij ons de allerbeste vakspecialisten van Nederland, maar ook innovatieve oplossingen op het gebied van data, sensoring en IT. Hiermee dragen wij bij aan de ontwikkeling van infra, woonwijken of waterwerken. Maar ook aan vraagstukken rondom klimaatadaptatie, energietransitie en de vervangingsopgave. Van onderzoek tot ontwerp, van realisatie tot beheer: voor elke opgave brengen wij de juiste kennis aan tafel. Wij denken kritisch mee en altijd vanuit de mindset om samen voor het beste resultaat te gaan. Op deze manier anticiperen wij op de vragen van vandaag en de oplossingen voor morgen. Al 70 jaar.
Contactgegevens Monitorweg 29 1322 BK Almere Postbus 10044 1301 AA Almere
Copyright © Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs. De informatie die in dit rapport is opgenomen is uitsluitend bestemd voor geadresseerde(n) en kan persoonlijke of vertrouwelijke informatie bevatten. Gebruik van deze informatie, door anderen dan de geadresseerde(n) en gebruik door hen die niet gerechtigd zijn van deze informatie kennis te nemen, is niet toegestaan. De informatie is uitsluitend bestemd om te worden gebruikt door de geadresseerde, voor het doel waarvoor dit rapport is vervaardigd. Indien u niet de geadresseerde bent of niet gerechtigd bent tot kennisneming, is openbaarmaking, vermenigvuldiging, verspreiding en/of verstrekking van deze informatie aan derden niet toegestaan, tenzij na schriftelijke toestemming door Antea Group en wordt u verzocht de gegevens te verwijderen en direct een melding te maken bij security@antegroup.nl. Derden, zij die niet geadresseerd zijn, kunnen geen rechten aan dit rapport ontlenen, tenzij na schriftelijke toestemming door Antea Group.
www.anteagroup.nl