CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

6. Technische vragen en antwoorden Scenarios onderwijshuisvesting Veenendaal-oost

Raadscommissie 26 mei 2021, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Consultatie scenario’s onderwijshuisvesting Veenendaal-oost1.323 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

TECHNISCHE VRAGEN Raadscyclus d.d.

26 mei 2021

Naam fractie:

CDA, D66

Onderwerp:

Consultatie scenario’s onderwijshuisvesting Veenendaal-oost

CDA De fractie van het CDA heeft de volgende technische vragen bij de consultatie scenario’s onderwijshuisvesting Veenendaal-Oost die aankomende dinsdag in de commissie zal worden besproken. 1.

Kunt u van de bij de beschreven scenario’s betrokken bestaande schoolgebouwen per gebouw aangeven wanneer het gebouw economisch is afgeschreven?

Antwoord: In het onderstaande overzicht is aangegeven wanneer de betrokken schoolgebouwen zijn afgeschreven:

Locatie

Afschrijvingstermijn

Koninginnelaan 46 (Rehobothschool) Ruiterijweg 1 ('t Speel-Kwatier) Tweespan 39 (Vuurvlinder-Noord) Zoete Inval 8 (De Plantage) Zoete Inval 10 (Dr. C. Steenblokschool) Zuiderkruis 740 (De Windroos)

2050 2048 afgeschreven 2025 2046 2048

2. Kunt u bij de scenario’s waarin geplande nieuwbouw eerder of aangepast wordt uitgevoerd, de meerkosten van het naar voren halen van de reeds geplande investering apart inzichtelijk maken? Antwoord: Een aantal scenario’s heeft invloed op de in 2034 geplande voorziening IKC Engelenburg, de geplande voorziening wordt (gedeeltelijk) eerder gerealiseerd. In het onderstaande overzicht is aangegeven welk deel er eerder gerealiseerd wordt met de bijbehorende investering: Scenario

Consequenties IKC Engelenburg

Investering

Scenario 3, 4

528 m²

€

1.163.712

Scenario 4A, 4B, 8

2295 m²

€

5.058.180

Scenario 6A

423 m²

€

932.292

Scenario 7, 7B, Scholen

951 m²

€

2.096.004

3. Zijn de genoemde scenario’s besproken met de medezeggenschapsraden van de betrokken scholen? Indien het antwoord nee is, hoe verhoudt zich dit tot de advies- en instemmingsrechten van de medezeggenschapsraad bij belangrijke wijzigingen in de organisatie van een school die in de Wet Medezeggenschap op Scholen zijn vastgelegd? Indien het antwoord ja is, wat was de reactie van de geraadpleegde medezeggenschapsraden?

Antwoord: De medezeggenschapsraden zijn geen gesprekspartner voor de gemeente, dit zijn de schoolbesturen. De schoolbesturen moeten er volgens de wettelijke kaders (WMS) voor zorgen dat de MR goed wordt geïnformeerd. Wij gaan er vanuit dat de schoolbesturen daar voor zorgen dat dat ook gebeurt. 4. Hoe is in de diverse scenario’s de samenwerking met de kinderopvang geborgd? Hoe verhoudt deze situatie zich met de IKC doelstellingen die in het onderwijshuisvestingsplan zijn vastgelegd? Antwoord: Kinderopvang is een commerciële dienstverlening. De gemeente heeft hier zowel wettelijk als beleidsmatig (accommodatiebeleid) geen huisvestingsplicht voor. In het kader van de IKC-vorming hebben wij echter in paragraaf 8.3 van het IHP vastgelegd dat een deel van de onderwijscapaciteit onttrokken wordt uit de onderwijsbestemming, zodat er een doorlopende leerlijn mogelijk gemaakt kan worden tussen kinderopvang en onderwijs. Dit blijft bij alle scenario’s gewaarborgd. In de nieuw te bouwen IKC’s blijft de kinderopvang een kernpartner in de ontwikkeling. 5. De algemene uitkering van het gemeentefonds aan de gemeente wordt berekend en onderbouwd vanuit diverse domeinen en subdomeinen.

Kunt u aangeven hoe de uitgaven van de gemeente Veenendaal aan Onderwijshuisvesting zich verhouden tot de inkomsten die de gemeente Veenendaal ontvangt vanuit het subdomein Onderwijshuisvesting? Graag een overzicht per boekjaar over een aantal afgesloten boekjaren, indien mogelijk graag in ieder geval de laatste vijf afgesloten boekjaren inzichtelijk maken. Antwoord: Voor de onderwijshuisvesting ontvangt de gemeente van het rijk geen doeluitkering, hierdoor is de administratie ook niet als zodanig ingericht. In de raadsvergadering van 28 april 2016 is het beleidsplan Lokaal Educatieve Agenda 2016-2020 vastgesteld. Hierin is geconcludeerd dat de uitgaven overeenkomen met de inkomsten. Om deze reden is bij de vaststelling van het Integraal Huisvestingsplan 2015-2020 bepaald, dat de uitgaven voor de onderwijshuisvesting op de geïndexeerde uitgaven van 2016 gesteld worden. Dit is in het Ingegraal Huisvestingsplan onderwijs 2021-2024 (Hoofdstuk 8) voortgezet.

D66 1. In het consultatiememo wordt aangegeven dat 379 leerlingen van buiten Veenendaal-Oost naar Veenendaal-Oost komen om in het Ontmoetingshuis basisonderwijs te genieten. Kunt u ook aangeven hoeveel leerlingen uit Veenendaal- Oost basisonderwijs genieten buiten Veenendaal- Oost? Antwoord: In het onderstaande overzicht is weergegeven voor welke school/denominatie er in Veenendaal-Oost gekozen wordt:

School

Aantal

Binnen Veenendaal-Oost Tamim Balans De Bron Subtotaal

142 106 175 423

Buiten Veenendaal-Oost 't Speel-Kwartier CPOV-overig WereldKidz-overig GAVE-overig Overige schoolbesturen/denominaties S(B)O Subtotaal

182 14 8 8 95 26 333

TOTAAL

756

2. In de voorbereidende besprekingen voor het IHP is gesproken over de eventuele realisatie van een nieuwe schoollocatie in de wijk Groenpoort van Veenendaal-Oost. Dit zou echter leiden tot een substantiële verhoging van het benodigde budget en daarmee tot een substantiële verhoging van de benodigde financiële bijdrage van de schoolbesturen. Kunt u aangeven in hoeverre dit verzoek van de gemeente aan de scholen zich verhoudt tot artikel 148 van de Wet op het Primair Onderwijs (ook wel bekend als het ‘investeringsverbod’)? Antwoord: In de besprekingen met de schoolbesturen is aangegeven wat ons investeringsplafond is (beloftelijn). Over de hoogte van het investeringen heeft de gemeente een zekere beleidsvrijheid, er is geen wettelijke verplichting. Het investeringsplafond is met de vaststelling van het Integraal Huisvestingsplan door de raad vastgesteld. Binnen dit investeringsplafond kunnen wij onze wettelijke verplichting voor adequate huisvesting realiseren. Indien de uitgaven hoger zijn dat het investeringsplafond zullen de schoolbesturen hieraan moeten bijdragen. In de bespreking met de schoolbesturen is gekeken op welke wijze zij, binnen de kaders van het investeringsverbod, kunnen bijdragen. Hiervoor is de afdracht van de huurinkomsten en het achterstallig onderhoud aangegeven (zie paragraaf 8.3 en 8.4 IHP).

Dit voorstel is door de accountant van de schoolbesturen getoetst op rechtmatigheid en daarmee niet in strijd met het genoemde artikel in de WPO. 3. De optie die de gemeente had voor het realiseren van een schoollocatie in de wijk Groenpoort is als het goed is verlopen op 31 oktober j.l. Kunt u aangeven wat de financiële consequenties zijn voor het alsnog opteren voor dezelfde m2 in de wijk Groenpoort t.o.v. de situatie voordat de optie verliep?

Antwoord: In de scenario-analyse wordt in de financiële doorrekening voor een extra locatie, rekening gehouden met het inzetten van een vrijkomende locatie uit de onderwijswijsportefeuille. Dit is dus altijd een locatie buiten Veenendaal-Oost. Het verwerven van een locatie in Veenendaal-Oost kost circa 5 ton meer. Ten opzichte van de situatie voordat de optie verliep, zijn de financiële consequenties deels gelijk. Er zal grond aangekocht moeten worden die feitelijk bedoeld is voor woningbouw, en dus tegen de daarvoor geldende m²-prijs moet worden verworven. Echter zal nu later een aparte RO-procedure moeten worden doorlopen omdat inpassing in het huidige bestemmingsplantraject niet reëel is. Een extra RO-procedure brengt meer kosten en risico’s met zich mee. Mogelijke knelpunten: de verkeerskundige ontsluiting en de stikstof onderbouwing. 4. Voor tijdelijke en/of structurele oplossing zou het perceel naast het Ontmoetingshuis dat binnenkort in eigendom is van de gemeente gebruikt kunnen worden, maar wordt aangegeven dat er momenteel gesprekken lopen met partijen over ontwikkeling van deze locatie. - Kunt u aangeven welke afspraken zijn gemaakt met deze partijen.

Kunt u daarbij aangeven of deze juridisch bindend zijn? - Op basis waarvan wordt de conclusie getrokken dat deze partijen weerstand zullen bieden? Kunt u aangeven wat dit precies gaat betekenen voor de gemeente? Antwoord: Met 1 partij bevinden we ons in de pre-contractuele fase. Dit wil zeggen dat er nog geen contracten zijn gesloten, maar wel serieuze gesprekken worden gevoerd waarbij, met voorbehoud uiteraard op besluitvorming, al wel gesproken wordt over voorwaarden e.d. Er zijn dus verwachtingen gecreëerd. Dit komt mede door dat deze partij al geruime tijd met de gemeente in gesprek is over een locatie in Oost na het wegvallen van het Levenshuis. We kunnen niet concreet aangegeven wat het betekent als voor deze locatie nu gekozen wordt voor een (tijdelijk) schoolgebouw. Bij de tweede partij geldt dat deze corporatie een schriftelijk verzoek van de gemeente heeft gekregen of ze op deze plek willen ontwikkelen. Het gaat dan deels om een sociaal huurprogramma. Juist om ook invulling te kunnen geven aan onze ambitie om voldoende sociale huurwoningen te kunnen realiseren en de corporatie in positie te brengen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10161028/2