CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

6. Technische vragen en antwoorden RV Vaststellen concept OPIM

Gemeenteraad 21 maart 2024, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Vaststellen concept Omgevingsprogramma Integrale Mobiliteit1.637 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

TECHNISCHE VRAGEN Raadscyclus d.d.

maart 2024

Naam fractie:

CDA, D66, ChristenUnie

Onderwerp:

Raadsvoorstel Vaststellen concept Omgevingsprogramma Integrale Mobiliteit

Vragen CDA 1. Zijn er afspraken met OV bedrijven om het OV in Veenendaal te verbeteren? Elk jaar voeren we gesprekken met de vervoerder die namens provincie Utrecht bussen rijdt in Veenendaal. Daarbij reageren we elk jaar op de vervoerplannen van de vervoerders voor de aankomende dienstregeling. Dit doen we samen met de regio Foodvalley. In sommige gevallen maken we concrete afspraken met vervoerders als het gaat om omleidingsroutes of nieuwe gewenste routes in Veenendaal. Dit laten we dan eerst onderzoeken door de vervoerder, voordat het ook echt doorgevoerd/gerealiseerd kan worden. Bij dergelijke vragen nemen we altijd de provincie Utrecht mee, aangezien zij verantwoordelijk zijn voor het regionaal OV en hierover besluiten. Eén concrete afspraak die we een aantal jaar geleden overeengekomen zijn is de busroute door wijk Veenendaal Oost. In de toekomst willen we de buslijn die nu over de Rondweg-Oost rijdt door de wijk laten rijden. Bij deze afspraak horen wel randvoorwaarden, zoals het klaar hebben van de route en bijbehorende haltevoorzieningen (Groenpoort), en dat de bus goed door de wijk kan rijden (doorstroming). Zolang de randvoorwaarden niet in orde zijn, blijft de buslijn over de Rondweg rijden. 2.

Zo ja, welke concrete verbeteringen kunnen wij wat betreft OV binnen afzienbare tijd, laten we zeggen in de komende 5 jaar, in ieder geval verwachten op basis van die huidige afspraken? Elk jaar vragen we aandacht voor goede aansluitingen van bus op trein en andersom. Een verbetering hiervan zien we met het ingaan van dienstregeling 2024. Voor aankomend jaar laten we een aantal wijzigingen in het netwerk onderzoeken door de vervoerder. Denk hierbij aan de volgende punten: - Het veranderen van de route over Bedrijventerrein De Vendel naar een route langs The Maxx; - Onderzoeken van een routewijziging van Rembrandtlaan/-park naar ’t Goeie Spoor; - Onderzoeken van het doorrijden naar station Kesteren met de buslijn Veenendaal-De Klomp – Rhenen Dierenpark (lijn 87); - Onderzoeken van een andere route voor buurtbus 505 tussen stations Veenendaal West en -Centrum via De Wiekslag, Pionier, Zandstraat en Weverij; - De voorbereidingen treffen voor het opwaarderen van station Veenendaal Centrum. Verder werken we samen met provincie Gelderland, regio Foodvalley en gemeenten Ede en Wageningen in een onderzoek naar de mogelijke opwaardering van de buslijn tussen Ede en Veenendaal naar HOV kwaliteit. Hierbij onderzoeken we ook de mogelijkheden voor een directe busverbinding tussen Veenendaal en Wageningen en opwaarderen busverbinding tussen Ede en Wageningen.

Dit onderzoek draagt bij aan de ontwikkeling van het “Rondje WERV”.

Vragen D66 1. Hoe is de gemeente voornemens om de deelmobiliteitpilots zoals vermeld op pagina 38 vorm te geven? Dit verschilt per pilot. In wijk De Pol is het initiatief om deelmobiliteit in de wijk te organiseren vanuit de bewoners gekomen. Hiervoor hebben wij een subsidie geregeld om het initiatief te ondersteunen. In het kernwinkelgebied hebben

we als gemeente zelf het initiatief genomen om binnenkort een aantal deelauto’s op straat te plaatsen. En in Spoorzone willen we proactief een deelmobiliteit systeem organiseren t.b.v. de nieuwe wijk. Hierbij is ook een link met het ontwikkelkader Het Ambacht. Een dergelijke invulling zal worden beschreven in de parkeerstrategie voor Het Ambacht. In de laadvisie 2022 is reeds opgenomen dat we deelautopilots faciliteren met een gereserveerde laadplek. 2. Welke activiteiten worden daarop ondernomen? Zie antwoord 1. 3. Hoelang wil de gemeente de tijd nemen om dit lokaal volledig uit te rollen? De projecten zoals genoemd onder antwoord 1 en in het OPIM op p. 38 willen we in de periode 2024-2030 realiseren. 4. Op welke criteria worden deze pilots getoetst? De belangrijkste criteria zijn of de deelmobiliteit bijdraagt aan de (mobiliteits-)doelen van de gemeente, of er (goed) gebruik van gemaakt wordt, danwel of een bewonersgroep de gemeente actief benadert met een initiatief, op welke wijze en welke doelgroepen er gebruik van maken, en hoe het er financieel voor staat. Vragen ChristenUnie Pagina 14: wegcategorisering en verkeerscirculatieplan Een herijking van de wegcategorisering is gewenst. Klopt het dat het genoemde verkeerscirculatieplan hier de uitwerking van is? Ja Hoe ziet het proces om tot dit plan te komen eruit? Het proces moet nog vormgegeven worden.

We denken eraan om een adviesbureau te vragen om ons te ondersteunen bij het maken van het verkeerscirculatieplan. Dit adviesbureau zal bureau/verkeersmodel onderzoek uitvoeren en ons adviseren over gepaste wegencategorisering. Is er ook participatie voorzien? Mogelijk. Het grote belang voor het bereikbaar houden van Veenendaal en de regio, plus de aanrijtijden van de hulpdiensten, is bepalend voor wat er mogelijk is. Daarnaast zijn er gebiedsontsluitingswegen nodig om de woonstraten te ontzien van grote hoeveelheden autoverkeer. Als er verschillende keuzes gemaakt kunnen worden, ligt het in de lijn om dit met bewoners te participeren. Pagina 37: Transferium/ city hub. Het is voor de leefbaarheid in de stad een goed idee om te kijken of we bezoekers van Veenendaal aan de rand van de stad kunnen laten parkeren en dan met elektrische (zelfrijdende) shuttles en andere innovatieve vormen van duurzame mobiliteit naar de eindbestemming kunnen verplaatsen. Ziet de gemeente de duurzame mobiliteitsboulevard als een logische plaats voor een transferium/green city hub? Nee. De duurzame mobiliteitsboulevard is bedoelt om de verkoop van duurzame vervoersmiddelen op het bedrijventerrein mogelijk te maken, waarbij dergelijke bedrijven bij elkaar geclusterd worden.

Met een transferium zoals beschreven in het OPIM willen we onderzoeken of er een overstapmogelijkheid aan de rand van de stad kan worden georganiseerd. Hiermee worden de auto’s aan de rand opgevangen en kunnen reizigers verder met openbaar vervoer of een fiets de stad in. Een dergelijke plek zou gecombineerd kunnen worden met e-laad- en logistieke voorzieningen voor de bevoorrading van het centrum. P38 4.5.7 Deelmobiliteit Naast het beschikbaar maken van deelmobiliteit als een keuze voor een mobiliteitsconcept in nieuwe wijken is deelmobiliteit ook een manier om automobiliteit inclusiever te maken in bestaande wijken. Niet voor iedereen is het

bezit van een eigen auto weggelegd. Met een deelauto is het gebruik van een auto wel voor alle inwoners toegankelijk. Daarbij kan de gemeente ook duurzame deelmobiliteit stimuleren. Als deelmobiliteit als voorziening beschikbaar is, zullen wellicht autobezitters in de toekomst het gebruik van deelmobilitieit overwegen als ze voor een aanschafbeslissing staan. Deelmobiliteit kan automobiliteit op deze manier voor alle inwoners betaalbaar maken en betaalbaar houden. Zijn de inspanningen van de gemeente op het gebied van deelmobiliteit ook op deze insteek gericht? Ja en nee. Het aanbieden van deelmobiliteit moet door een deelmobiliteit aanbieder worden georganiseerd, al dan niet in samenwerkingen met bewoners/gemeente. Als er “bottom-up” initiatieven zijn -zoals in De Pol- dan wil de gemeente hieraan meewerken om te zorgen dat de infrastructuur daarvoor geschikt is (parkeerplaats, laadpaal etc). In dit geval draagt het initiatief ook bij aan het bovenstaande doel in de vraag. Ook willen we dat deelmobiliteit een bijdrage levert aan ruimtebesparing voor de hoeveelheid parkeerplaatsen die nodig is in heel Veenendaal. Door deelmobiliteit wordt automobiliteit goedkoper en beschikbaar voor mensen die af en toe een rit met een auto moeten maken. Deelauto’s zorgen er ook voor dat meerdere mensen gebruik maken van dezelfde auto, waardoor er minder parkeerplaatsen nodig zijn.

Naast de deelauto kijken we ook naar andere vormen van deelmobiliteit, zoals de elektrische deelbakfiets. En de volgende vragen over de prioriteiten en kosten: pagina 48: 1.4 Verbeteren van de verkeersveiligheid op bedrijventerreinen is een hele dure operatie met hoge prioritiet. Uit het overzicht met ongevallen blijkt niet dat de meeste ongevallen op bedrijventerreinen plaatsvinden. Vanwaar deze prioriteit? Landelijk wordt verkeersveiligheid niet meer bepaald door het aantal daadwerkelijke ongevallen, maar op basis van risico inschatting. Op de bedrijventerreinen geldt nu nog een maximum snelheid van 50 km/uur. Veel wegen hebben geen fietspaden en soms ook geen voetpaden. Het snelheids- en massa- verschil tussen de zwakkere verkeersdeelnemers en vrachtverkeer is daardoor erg groot waardoor er hier een groot risico ligt. Omdat een groot deel van de wegen binnenkort worden onderhouden, willen we werk met werk combineren. Vandaar dat deze concrete maatregel voor de korte termijn staat beschreven. Met de werkzaamheden wordt meer gedaan dan alleen de verkeersveiligheid verbeteren. Pagina 49: 2.5 uitvoeren laadvisie. Welke hoge kosten zijn hiermee verbonden? De kostenindicatie voor deze maatregel zijn gebaseerd op de blijvende inzet om de mobiliteit te verduurzamen tussen 2024 en 2050, en niet alleen het uitvoeren van de laadvisie. Hierbij valt te denken aan bijv.

realisatie van snellaadlocaties (en bijv. solarcarports), gedrags- en stimuleringscampagnes en een modal shift realiseren naar duurzamere vormen van mobiliteit. Pagina 51: 4.6 zijn de hoge kosten hier de bijdrage aan de het fonds voor FoodValley of zijn er andere kosten? Er worden hier nieuwe projecten genoemd (doortrekken N233). Deze kosten zijn nog niet in het Mobiliteitsfonds voorzien. Vraag is ook of dit een regionaal project is waarvoor de gehele Regio een bijdrage zal leveren. Pagina 52: Welke hoge kosten moet de gemeente maken voor de openbaar vervoersvoorzieningen? Een grote kostenpost die we op de korte termijn (2024-2030) voorzien, is het verbeteren van de stationsomgeving van station Veenendaal Centrum. Het Rijk heeft hiervoor al geld toegezegd, en we willen provincie Utrecht ook vragen voor een financiële bijdrage. Omdat dergelijke projecten en het aanvragen van subsidies vaak een co-financieringsvraag heeft, gaan we ervan uit dat ook de gemeente Veenendaal op den duur ook een financiële bijdrage moet doen aan deze werkzaamheden. Dit plannen we zo dat er op een natuurlijk moment financiële middelen te reserveren zijn. De overige maatregelen voor het verbeteren van het OV-netwerk zullen een kleinere orde van grootte hebben qua kosten.

Pagina 53: Welke hoge kosten moet de gemeente maken voor de doorfietsroutes? Wegen moeten heringericht worden om aan de kwaliteitseisen van een doorfietsroute te voldoen. Een deel van de wegen zijn nog niet afgeschreven waardoor er extra (afschrijvings-)kosten gemaakt moeten worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13902102/2