CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

6. Technische vragen en antwoorden RV Leerlingenvervoer - aangevuld

Gemeenteraad 26 februari 2026, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Vaststellen verordening leerlingenvervoer1.183 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

TECHNISCHE VRAGEN – vanuit de raadscommissie Raadscyclus:

Februari 2026

Naam fractie:

D66

Onderwerp:

Raadsvoorstel Vaststellen verordening leerlingenvervoer

Naar aanleiding van artikel 2, derde lid van de verordening hebben wij een vraag over de daarbij horende beleidsregel:

1. Klopt het dat op basis van dit stuk uit de verordening (Hoofdstuk 2, artikel 1) alleen vervoer wordt aangeboden naar de meest dichtstbijzijnde passende school, tenzij deze school de leerling om benoemde redenen afwijst, dan wel geen passend onderwijs kan bieden? Zo nee, is ergens anders in de verordening vastgelegd dat een leerling alleen vervoer krijgt naar de meest dichtstbijzijnde passende school? 2. Is het als gemeente vanuit landelijke regelgeving verplicht om alleen naar de meest dichtstbijzijnde passende school leerlingenvervoer aan te bieden? Of kan de gemeente bijvoorbeeld ook kiezen om een radius opnemen waarbinnen alle ouders en kinderen een school kunnen kiezen?

Antwoord Antwoord op vraag 1: In uw vraag verwijst u naar hoofdstuk 2, artikel 1 van de verordening. Het door u opgenomen citaat betreft echter artikel 2 uit de beleidsregels. In deze beantwoording ga ik ervan uit dat uw vraag betrekking heeft op artikel 2 van de verordening en op de uitwerking daarvan in de beleidsregels (hoofdstuk 2, artikel 2). U vraagt of het uitgangspunt dat uitsluitend een vervoersvoorziening wordt toegekend naar de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school enkel is vastgelegd in artikel 2 van de beleidsregels. Dat is niet het geval. Dergelijke bepalingen dienen in de verordening zelf te zijn opgenomen en kunnen desgewenst in beleidsregels nader worden uitgewerkt.

De regel dat uitsluitend een vervoersvoorziening wordt toegekend naar de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school is vastgelegd in artikel 12 van de verordening. Daarin is tevens bepaald dat vervoer naar een verder weggelegen school kan worden toegekend indien naar het oordeel van het college voldoende is aangetoond: a. wat de specifieke onderwijskundige onderwijsbehoefte van de leerling is; en b. dat de dichtstbijzijnde school van de onderwijssoort waarop de leerling is aangewezen niet in die behoefte kan voorzien. Artikel 2 van de beleidsregels vormt een uitwerking van artikel 2, derde lid, van de verordening. In artikel 2 van de verordening is bepaald dat het college ten behoeve van een juiste beoordeling van de aanvraag kan verzoeken om aanvullende gegevens. In artikel 2 van de beleidsregels is vervolgens nader geconcretiseerd wat in ieder geval onder aanvullende gegevens wordt verstaan en in welke gevallen in elk geval aanvullende gegevens worden opgevraagd. Onder f. is uitgewerkt dat het college een verklaring kan opvragen van de (volgens het college) dichtstbijzijnde toegankelijke school waaruit blijkt dat de leerling daar geen onderwijs kan volgen, dan wel een formele afwijzing van die school. Wanneer een school de leerling op benoemde redenen afwijst, dan is die school daarmee niet meer de dichtstbijzijnde toegankelijke school.

Antwoord vraag 2: De wettelijke grondslag voor leerlingenvervoer is opgenomen in artikel 4 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 4 van de Wet op de expertisecentra en artikel 4.24 van de Wet voortgezet onderwijs 2020. Deze bepalingen verplichten de gemeenteraad een regeling vast te stellen voor de bekostiging van vervoerskosten naar de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school van de soort waarop de leerling is aangewezen. Het criterium “van de soort waarop de leerling is aangewezen” vloeit voort uit de wet en sluit aan bij de objectief vastgestelde onderwijskundige behoefte van de leerling. Die behoefte bepaalt op welke onderwijssoort (bijvoorbeeld regulier, speciaal of voortgezet speciaal onderwijs) de leerling is aangewezen.Vervolgens geldt op grond van dezelfde wettelijke bepaling dat slechts aanspraak bestaat op bekostiging van vervoer naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school binnen die onderwijssoort. Dit uitgangspunt vloeit dus rechtstreeks voort uit de wet en is geen beleidskeuze van de gemeente. De gemeenteraad heeft beleidsruimte bij de nadere uitwerking (zoals afstandsgrenzen en uitvoeringsvoorwaarden), maar niet om het uitgangspunt van de dichtstbijzijnde toegankelijke school los te laten. Het opnemen van een algemene radius waarbinnen ouders vrij een school kunnen kiezen met aanspraak op vervoer past daarom niet binnen het wettelijke kader.

TECHNISCHE VRAGEN – vanuit de raadscommissie Raadscyclus:

Februari 2026

Naam fractie:

GroenLinksPvdA

Onderwerp:

Raadsvoorstel Vaststellen verordening leerlingenvervoer

In de raadscommissie is afgesproken dat de gestelde vraag ook even schriftelijk gesteld wordt ter beantwoording. De gestelde vraag: Bijlage 2, artikel 26: Dat het college een leerling de toegang tot het aangepast vervoer tijdelijk of voor de rest van het schooljaar kan ontzeggen vanwege o.a. bij herhaling voorkomend onaangepast gedrag.

Ik kan me heel goed voorstellen, dat bepaalde gedragingen een gevaar voor de veiligheid vormen. En dat deze maatregel niet zomaar genomen wordt. Het gevolg is, dat deze leerling niet naar school kan vanwege het ontbreken van passend vervoer en dus een thuiszitter wordt. Is er dan overleg met de betrokken school, speelt een leerplichtambtenaar hierin een rol? Wordt er gekeken naar eventuele andere oplossingen? Kan hier wat verduidelijking over geven worden?

Antwoord In de praktijk komt het bijna nooit voor dat een leerling de toegang tot het aangepast vervoer ontzegd wordt. Dit proberen we te voorkomen door herhaaldelijk het gesprek aan te gaan met de ouder/leerling en te kijken naar mogelijke aanpassingen binnen het aangepast vervoer. Daarnaast kijken we altijd of het gedrag verwijtbaar is. Bepaalde aandoeningen kunnen met zich meebrengen, dat dit niet het geval is. In dat geval zal beoordeeld moeten worden of een andere vervoersvoorziening uitkomst biedt. Wanneer toch de conclusie moet worden getrokken dat de leerling de toegang tot het aangepast vervoer ontzegd wordt, kijken we samen met de ouders en leerling of een andere vervoersvoorziening mogelijk is, zoals een vergoeding voor eigen vervoer. Ook kan er gekeken worden of het mogelijk is de leerling later na te rijden met het aangepast vervoer. In de beleidsregels Leerlingenvervoer is verder uitgewerkt hoe we omgaan met ontoelaatbaar gedrag van de leerling in de verstrekte vervoersvoorziening. Zo worden ouders schriftelijk of telefonisch op de hoogte gebracht van de situatie en hen kan de gelegenheid geboden worden hun kind te (laten) begeleiden in het aangepast vervoer. Daarnaast kan door het college worden onderzocht of een (medische) oorzaak ten grondslag ligt aan het gedrag van de leerling en of de verstrekte vervoersvoorziening kan worden aangepast.

In dit onderzoek kan worden gekeken of er een noodzaak is voor begeleiding. Wij kunnen in overleg met de vervoerder een plek in de bus beschikbaar stellen. Als uit het onderzoek blijkt dat een leerling niet zelfstandig met het (aangepaste) vervoer kan reizen, zijn de ouders verantwoordelijk voor het organiseren van de begeleiding voor de leerling. Het college kan op grond van het onderzoek, besluiten de vervoerskosten van een begeleider te bekostigen. Het is altijd ons doel om elke leerling veilig en rustig te kunnen vervoeren naar school. Wij zullen, samen met de vervoerder en ouders of andere betrokkenen, erop inzetten het kind in het vervoer te houden als dat haalbaar is. We achten de kans zeer klein dat er geen passende oplossing is voor de situatie, en de leerling een thuiszitter wordt. Wanneer dit wel het geval is wordt de school altijd op de hoogte gebracht van de situatie. De consulent Leerlingenvervoer heeft wanneer dit nodig of gewenst is contact met onze leerplichtambtenaar. In zulke situaties wordt deze ook betrokken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16628094/2