CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

6. Technische vragen en antwoorden RV 1e Wijzigingsverordening Integrale verordening sociaal domein Veenendaal

Gemeenteraad 23 maart 2023, gemeente VeenendaalBij agendapunt: 1e Wijzigingsverordening Integrale verordening sociaal domein Veenendaal771 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

TECHNISCHE VRAGEN Raadscyclus d.d.

maart 2023

Naam fractie:

SP, ProVeenendaal

Onderwerp:

5. Raadsvoorstel 1e Wijzigingsverordening Integrale verordening sociaal domein Veenendaal

Vragen SP Op welke wijze en door wie wordt de verrekening van boete met de uitkering rondom de wet inburgering getoetst? Antwoord Gekozen wordt voor om bij samenloop van de Wet Inburgering en de Participatiewet te kiezen voor de procedure op grond van de Participatiewet. Dit betekent dat bij overtreding van een regel er altijd vooraf contact op wordt genomen bij de inburgeraar en hij de zaak kan toelichten. Bij het vaststellen van de verlaging houdt het college vervolgens rekening met een aantal omstandigheden. Dit volgt uit artikel 18 lid 9 en 10 Participatiewet. Daarbij zijn de volgende omstandigheden van belang. a. De mate van verwijtbaarheid Voor welk deel kan de gedraging aan belanghebbende worden verweten? Heeft de belanghebbende een goede reden waarom hij de verlagingwaardige gedraging heeft gedaan? Was de verplichting duidelijk (kenbaarheidsvereiste)? Of zijn er in de persoon gelegen factoren (psychische belastbaarheid etc.)? Het college legt geen maatregel op als elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt. Bij verminderde verwijtbaarheid kan de maatregel worden gematigd. b. De omstandigheden waarin de belanghebbende verkeert Het gaat hier over persoonlijke omstandigheden die los staan van de gedraging, maar die de individualisering wel rechtvaardigen. Financiële omstandigheden spelen hierbij een grote rol.

Zo kan het af te raden zijn om een flinke verlaging toe te passen tegen een belanghebbende die een schuldhulpverleningstraject volgt. Ook de zorg voor kinderen kan een reden zijn om een lagere verlaging toe te passen dan welke de gedraging op zich zou rechtvaardigen. c. De ernst van het feit/gedraging kan soms een rol spelen Soms kan de ernst van de gedraging leiden tot het aanpassen van de standaardmaatregel voor die gedraging. Is iemand bijvoorbeeld 1 keer niet op komen dagen voor een inburgeringscursus of weigert hij categorisch. Afstemming (= verlaging van de uitkering) is dus alleen mogelijk als het college voldoende naar de individuele situatie van belanghebbende heeft gekeken. Een besluit om af te stemmen is niet voldoende gemotiveerd als het college voor een groep bijstandsgerechtigden in eenzelfde situatie ook dezelfde mindering toepast, zonder te kijken naar de individuele situatie De afweging vindt plaats door de klantmanager. Tegen dit besluit staat bezwaar en beroep open.

Vragen ProVeenendaal In het voorstel wordt aangegeven dat Veenendaal tot 2030 nog een overgangsregeling in stand moeten houden (en daar ook naar moeten acteren) voor wat betreft regime Wet Inburgering 2007-2013. Dit voor wat betreft de mensen die in deze periode inburgeringsplichtig werden, maar het inburgeringsexamen nog niet hebben afgerond. Vraag a: Is de overgangsregeling een wettelijk afgedwongen route? Vraag b: Is 2030 een inschatting voor Veenendaal of is dat een landelijke inschatting? Vraag c: Hoe groot is de huidige groep in Veenendaal waar dit voor geldt? Vraag d: Wat maakt het dat de betreffende personen na minimaal 10 jaar nog steeds niet hebben voldaan aan de inburgeringsverplichtingen?

Vraag a. Is de overgangsregeling een wettelijk afgedwongen route? Antwoord Ja, Het overgangsrecht is vastgelegd in de Wet inburgering 2021. De oude wet blijft van toepassing op vreemdelingen die op 31 december 2021 • •

een verblijfsvergunning bepaalde tijd regulier voor een niet tijdelijk verblijfsdoel of een verblijfsvergunning bepaalde tijd asiel hadden, en daadwerkelijk inburgeringsplichtig waren.

De nieuwe Wet inburgering 2021 wordt nimmer op hen van toepassing. Vraag b. Is 2030 een inschatting voor Veenendaal of is dat een landelijke inschatting. Antwoord Ja, 2030 is een landelijke inschatting Vraag c. Hoe groot is de huidige groep in Veenendaal waar dit voor geldt? Antwoord Wij schatten in dat het voor Veenendaal om een groep van maximaal 10 mensen gaat. Overigens kan deze groep, nog afgezien van het vervallen van de inburgeringsplicht, groter of kleiner worden als gevolg van verhuizing naar een andere gemeente. Vraag d. Wat maakt het dat de betreffende personen na minimaal 10 jaar nog steeds niet hebben voldaan aan de inburgeringsverplichtingen. Antwoord: Gemiddeld duurt een traject 3 jaar, maar de termijn kan worden verlengd. In de gevallen waarbij nog sprake is van een inburgeringsplicht op grond van de oude wet (van voor 2013) gaat het om bijzondere omstandigheden. Het gaat veelal om een groep inburgeraars met beperkingen (zoals auditieve en visuele beperkingen), analfabeten en mensen met persoonlijke omstandigheden. Het traject voor alfabetisering gaat vooraf aan het inburgeringstraject en kan ook 2 tot 3 jaar duren. Tot slot is uitstel mogelijk vanwege persoonlijke omstandigheden. Voor deze groep geldt dan een langere inburgeringstermijn dan de gebruikelijke 3 jaar.

Er zal ook nog een groep inburgeraars zijn die op basis van voldoende inspanningen inmiddels kan worden ontheven van de inburgeringsplicht. Het Rijk werkt voor deze groep aan een ‘generaal pardon’.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12497455/2