CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

6. Technische vragen en antwoorden deel 1 en 2 - RV Tweede Bestuursrapportage 2024

Gemeenteraad 17 oktober 2024, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Tweede Bestuursrapportage 20242.854 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

TECHNISCHE VRAGEN deel 1 Raadscyclus:

Oktober 2024

Naam fractie:

ChristenUnie, ProVeenendaal

Onderwerp:

Raadsvoorstel Tweede Bestuursrapportage 2024

Vragen ChristenUnie

1. Onder thema II: openbare ruimte staat het volgende: Door het zeer groeizame weer en de beperkte capaciteit is in het tweede kwartaal het onderhoudsniveau van het groen niet op peil door de grote hoeveelheid onkruid. De verwachting is dat het onderhoudsniveau gemiddeld over het jaar genomen wel het A/B niveau haalt voor de gehele openbare ruimte. Uit de samenleving horen we geluiden dat het onderhoudsniveau niet altijd als A/B niveau wordt ervaren. • Heeft de gemeente reeds oplossingen in beeld om ervoor te zorgen dat het onderhoudsniveau het gehele jaar A/B niveau haalt? Zo ja, welke oplossingen zijn dit? • Heeft de gemeente oplossingen in beeld om de beperkte capaciteit op te lossen? Zo ja, welke oplossingen zijn dit? • Antwoord: Het hele jaar (365 dagen) op beeld is niet realistisch. In iedere jaarrekening nemen we een diagram op met het totaalresultaat, gebaseerd op een jaargemiddelde. De beschikbare middelen (financiën en arbeidskrachten) zijn niet toereikend om jaarrond en iedere dag aan het gewenste niveau te voldoen. Uit een extern rapport 2029-2023 blijkt dat het totaalresultaat vanaf 2020 voldoet aan het gewenste kwaliteitsniveau. Het is (landelijk) gebruikelijk dat de kwaliteit in het groeiseizoen onder het gewenste ambitieniveau schiet en zich daarna herstelt. Dit is in 2024 ook het geval.

In het OPOR 2022-2025 is in de bijlage op Productblad Groen aangegeven dat de kwaliteit onderhevig is aan externe invloeden, zoals warme natte zomers en/ of droogte. Dit was in 2024 zeker het geval (natste voorjaar ooit gemeten). Daarnaast vormt arbeidskrapte een steeds groter probleem, wat de kosten fors doet toenemen. Medewerkers van IW4 stromen uit en er is geen nieuwe aanwas. De gemeente lost dit op met twee aanvullende contracten, één met Rozanovum (een sociale werkvoorziener) en één met uitzendbureau Globen. Tijdens groeipieken is de vraag naar arbeidskrachten landelijk zo hoog, dat niet altijd in voldoende personeel kan worden voorzien. Naar verwachting wordt deze uitdaging de komende jaren groter en zullen de kosten van arbeid verder toenemen. *Momenteel loopt er een Rekenkameronderzoek en vinden er interviews plaats. We zijn in afwachting van de Rekenkamerbrief met de aanbevelingen. Daarnaast heeft het college bij de beantwoording van de raadsvragen van de SGP (juni 2024) het volgende aangegeven: Omdat het een jaarlijks terugkerend probleem is wil het college zich bezinnen op de vraag welk type groen we in de stad wensen. Arbeidskrapte, klimaatverandering en de wens voor meer natuur en biodiversiteit in de stad, vragen een andere kijk op groen. Dit moet vorm krijgen bij de herziening van onze omgevingsvisie en omgevingsprogramma’s.

Momenteel wordt er gewerkt aan een herziening van de Omgevingsvisie en de uitwerking van het programma Groen & Klimaat. Volgend jaar wordt een start gemaakt met de herziening van het OPOR. Bovenstaand dilemma zal hier zeker een plaats krijgen. Daarnaast wordt mede op uw verzoek verkend of bedrijven het onderhoud van het groen op bedrijventerreinen willen overnemen. Deze gesprekken zijn gestart.

2. Winkelstad

• Hoe ontwikkelt de leegstand en kwaliteit van het winkelaanbod zich in de binnenstad? Worden de doelen vanuit het programma Vitale Binnenstad gehaald? Antwoord: Jaarlijks meten we de voortgang op de doelen vanuit het Programma Vitale Binnenstad. De laatste meting is van januari 2024. Met een heel aantal doelen liggen we goed op schema. Het aantal toegevoegde woningen is bijvoorbeeld meer dan vooraf gedacht, het aantal banen in de binnenstad is aanzienlijk gegroeid en het aantal afgesproken vergroeningsprojecten gaan we halen. Een belangrijke indicator is hoe de leegstand in de binnenstad zich ontwikkeld. De afgelopen jaren hebben we gezien dat de leegstand behoorlijk is afgenomen maar bij de laatste meting in januari van dit jaar zagen we dat de leegstand voor het eerst sinds langere tijd weer wat gestegen is. En ondanks dat we nog geen nieuw cijfers hebben is ons gevoel dat de leegstand de afgelopen maanden nog wat verder opgelopen is. Het is lastig om de kwaliteit van het winkelaanbod te beoordelen. Er vertrekken winkels en er komen winkels bij. Wat voor de één geen fijne winkel is kan voor de ander juist een welkome aanwinst zijn. Wel zien we dat in bepaalde branches het aanbod dunner wordt. Het vertrek van de BCC bijvoorbeeld is voor dat segment echt een aderlating.

Eén van de ambities uit het Programma Vitale Binnenstad is om te komen tot een meer complete binnenstad met meer functies. Een doel is daarom om het aandeel niet-winkels toe te laten nemen. En dat lukt. We zien steeds meer andere bedrijvigheid in de binnenstad. Een goed voorbeeld daarvan is het stukje Brouwersgracht nabij het gemeentehuis waar nu een kledingontwerper, marketingbureau, ontwerpstudio en een locatie waar je een werkplek kan huren naast elkaar gevestigd zijn.

3. Technische vraag t.a.v. arbeidsmarktontwikkelingen (pagina 22): • Is het concept van Barneveld tomorrow bekend bij de gemeente? Antwoord: Nee, dit concept is niet bij ons bekend. •

Zo ja, is dit onderzocht voor Veenendaal?

Antwoord: Nee, dit is niet onderzocht voor Veenendaal.

Vragen ProVeenendaal - Capaciteit Programma Fysieke Leefomgeving Op verschillende plekken wordt melding gemaakt van geen of beperkte capaciteit, waardoor er geen voortgang is. Welke maatregelen worden er momenteel getroffen om de thema's weer vlot te trekken? Denk bv aan de Omgevingsvisie. Antwoord: Binnen een aantal teams is sprake van moeilijk vervulbare vacatures waardoor er sprake is van geen of beperkte capaciteit. Om in te zetten op voortgang maken we gebruik van een twee sporen werving: inhuur om zaken doorgang te laten vinden en gelijktijdige werving om de positie duurzaam op te vullen. Hierbij is een goede aansluiting tussen vacatures en beschikbare kandidaten een groot aandachtspunt en tevens het gebruik van diverse wervingsmethoden/kanalen en specifieke werving, te denken valt daarbij aan traineeships. Hierbij valt op te merken dat de meeste specifieke vacatures t.a.v. groenonderhoud de afgelopen periode zijn ingevuld. Naast de werving van openstaande vacature zijn we t.a.v. de fysieke leefomgeving intensief in contact met team Werk & Inkomen en IW4 om de toestroom van medewerkers van IW4 in de wijkploegen te bevorderen en onderzoeken we tevens met aannemers of het mogelijk is dat groenonderhoud binnen de openbare ruimte op specifieke delen binnen de gemeente overgenomen kan worden.

- I.c.1. (pag.24)

We lezen: Gezamenlijk (gemeente, verbonden partijen en externe partijen) geven we uitvoering aan het concept IBKSD 2024-2027. Het IBK is toch vastgesteld en geen concept meer. Typo? Antwoord: Dit is een typefout. in een eerdere versie was dit reeds gecorrigeerd, maar in de eindversie per abuis niet verwerkt

- III.a.4. (pag.26) Er wordt aangegeven dat door personele ontwikkelingen het opnieuw uitbesteden van de woonvoorziening achter op planning loopt. Is dit alleen voor wat betreft de aanbesteding of lopen we op andere plekken in het WMO domein ook tegen achterstand/vertraging aan? Is er een capaciteitsprobleem? Antwoord: De planning van de wijziging van de integrale verordening zal niet in 2024 plaatsvinden maar begin 2025. Verder zijn er geen dossiers waar de planning achter loopt. Er is geen capaciteitsprobleem. We merken dat door ziekte en/of vertrek van collega's het lastig is om vooropgestelde planningen te behalen. Het zit hem meer in de vervanging dan dat er een capaciteitsprobleem is. - III.c.1. (pag.27) We willen inwoners zo lang mogelijk thuis laten wonen. Dit betekent dat we naar de toekomst toe ook een grotere vraag op ondersteuning krijgen. Zijn er op dit moment scenario's beschikbaar wat het langer thuis wonen van inwoners voor impact gaat hebben op bv WMO? Als die er niet zijn, op welke manier krijgen we dan een blik vooruit? Het is voor de raad goed om niet alleen over het 'nu' geïnformeerd te worden, maar o.b.v. data ook een inkijkje krijgen richting de toekomst. Dit maakt voorsorteren op bepaalde keuzes beter mogelijk. Antwoord: We beschikken zelf over uitgebreide dashboards waarmee we terug kunnen kijken en waarmee we over ‘realtime’ informatie beschikken.

Hiermee kunnen we trends zien ontstaan. We weten dat de vraag naar ondersteuning vanuit de Wmo gaat stijgen. Dit komt voornamelijk door vergrijzing. Precieze voorspellingen zijn moeilijk omdat deze van veel factoren afhankelijk zijn: ontwikkeling van wetgeving (bijvoorbeeld de eigen bijdrage Wmo), snelheid van bevolkingsgroei, wel- of niet meer verpleeghuisplekken en personeelstekorten. De VNG heeft een voorspelmodel (https://wmovoorspelmodel.vng.nl/ ) ontwikkeld voor de vraag naar Wmovoorzieningen. Hierbij wordt vooral rekening gehouden met vergrijzing: hoe groter het aantal senioren in een gemeente, hoe groter de vraag naar Wmo-voorzieningen. Daarnaast wordt rekening gehouden met de sociaaleconomische status van inwoners. Dit model voorspelt in 2028 een stijging van 13% van het aantal Wmo-cliënten in 2023. Omdat we weten dat de vraag naar ondersteuning fors zal toenemen staat het toegankelijk en betaalbaar houden van ondersteuning centraal in het Integraal Beleidskader. - III.e.1. - (pag.28) Bij een nieuwe regeling kan het dus ook zijn dat door de inkomensafhankelijkheid er tevens inwoners zijn die minder gaan betalen dan nu. Daarnaast is de verwachting dat een verhoging van de eigen bijdrage een afname van de schoonmaakondersteuning tot gevolg zal hebben.

Op basis van welk referentiekader wordt deze aanname gedaan? Als iemand ondersteuning nodig heeft, dan heeft die het nodig, ookal kost het iets meer. Antwoord: In de memorie van toelichting van het wetsvoorstel voor de nieuwe eigen-bijdrage-regeling staat: Beoogd wordt om de ivb zodanig vorm te geven, dat voor cliënten met een bijdrageplichtig inkomen tot 120% van het sociaal minimum de eigen bijdrage gelijk zal zijn aan het abonnementstarief van € 20,60 (2024). In principe gaan mensen dus niet minder betalen. De aanname dat de verhoging van de eigen bijdrage gaat leiden tot een afname van het aantal cliënten Schoonmaakondersteuning is vooral gebaseerd op waarnemingen van de afgelopen jaren. Een lagere eigen bijdrage heeft onmiskenbaar geleid tot een toename van het beroep op Schoonmaakondersteuning. Wanneer een eigen bijdrage hoger is zullen meer inwoners die voldoende financiële middelen hebben het liever zelf inkopen óf zijn naasten

eerder bereid wat extra schoonmaakwerk op te pakken. Er zijn wel brede twijfels of de bedachte nieuwe eigen bijdrage daadwerkelijk tot een flinke daling van het aantal cliënten gaat leiden. - Schuldhulpverlening (pag. 39) In Veenendaal hebben we, volgens ons, afgesproken dat we het niet meer over schuldhulpverlening hebben maar over schulddienstverlening. Nu worden hier beide duidingen door elkaar heen gebruikt worden. Zijn het 2 separate zaken of is de nieuwe duiding nog gewenning qua gebruik? Antwoord: Hier moet de term schulddienstverlening staan. We gaan verzoeken om dit aan te passen in deze rapportage. - Verzuim (pag.53) We lezen: Ook de ziekmeldingsfrequentie is in het tweede kwartaal gedaald, van 1,06 naar 0,54. Dit cijfer ligt landelijk gemiddeld tussen de 1 en 1,5%. Een frequentie boven de 1,5 behoeft aandacht. In geel gearceerd moet zijn 1,5, niet 1,5%. Antwoord: Klopt, het percentage is niet juist moet 1,5 zijn.

- Programmabegrotingswijziging In Bijlage 2 van de 2e Berap (pag.57) wordt gesproken over structurele kosten. Dit is ook terug te lezen in de verschillende toelichting teksten en tabellen. Echter in de wijzigingstabel van het document 'Programmabegrotingswijziging' worden alle bedragen weergegeven als incidenteel. Dat klopt dan toch niet? Als een bedrag is opgebouwd uit een incidenteel en een structureel deel, dan moeten dit 2 regels worden, toch? Voorbeeld: Bij Fysiek staat bij de uitgaven een incidenteel bedrag van €31.000. Echter, op pagina 17 van de 2e Berap staat in de tabel en bij de financiële toelichting van 2.1 dat €18.000 structureel te laag is begroot. Volgens ons moet de €31.000,gesplitst worden in een gedeelte incidenteel en een gedeelte structureel. Graag verheldering. Opheldering: Op de begrotingsprogramma's zijn de baten/lasten gemuteerd specifiek voor dat programma, maar daar is geen onderscheid op incidenteel en structureel. De mutaties op raming 2024 hebben betrekking op de taakvelden 2.1 Verkeer en vervoer, ad € 18.000, en 8.1 Ruimtelijke ordening, ad € 13.000. Op pagina 57 zijn deze structurele mutaties apart weergegeven in bijlage 2 ‘Overzicht structurele mutaties’. Incidenteel is alleen te zien bij de programma's zelf.

- V.a2 (pag 31) We lezen: De gemeente is samen met het onderwijs en de samenwerkingsverbanden bezig met mogelijke oplossingsrichtingen, maar de verwachting is dat de toenemende druk op het speciaal onderwijs voorlopig zal blijven bestaan. Daarnaast onderzoeken we of we de inzet van jeugdhulp als oplossing voor onderwijsproblematiek verder af kunnen bakenen in de beleidsregels Jeugd. 1. Als de tekorten binnen speciaal onderwijs blijven bestaan, en de inzet van jeugdhulp gebruikt wordt als oplossing voor onderwijsproblematiek, welke alternatieve hulp is in beeld wanneer de inzet van jeugdhulp verder afgebakend gaat worden? 2. Is het mogelijk, en op welke termijn, om vanuit het samenwerkingsverband informatie te krijgen wat er nodig is om de tekorten binnen speciaal onderwijs terug te dringen? 3. Kan deze informatie expliciet meegenomen worden in het IHP proces en de keuzes die de raad daarin gaat maken? Antwoord:

1. Het onderwijs (PO) is zelf bezig met de implementatie van het allocatiemodel binnen passend onderwijs. Dit betekent concreet dat het merendeel van de gelden die nu naar samenwerkingsverbanden gaan rechtstreeks bij schoolbesturen terechtkomen, en zij verantwoordelijk zijn voor het organiseren/financieren van passende hulp. De gemeente is met het onderwijs voortdurend in gesprek over de samenhang tussen een verdere afbakening van jeugdhulp en deze doorontwikkeling in het primair onderwijs, en welk aanbod in dit hele landschap ontbreekt en/of ontoereikend is. Daarbij kijken we met elkaar hoe we steeds meer collectief aanbod in het onderwijs in kunnen zetten om individuele trajecten (jeugdhulp) te kunnen voorkomen. Daarnaast zetten we met elkaar in op een nog sterker preventief aanbod en pedagogische basis, bijvoorbeeld via Opgroeien in een Kansrijke Omgeving (OKO). 2. Via de Lokaal Educatieve Agenda (LEA) worden zowel het onderwijs als de gemeente geinformeerd over de stand van zaken van passend en thuisnabij onderwijs, en daarnaast overlegt de gemeente hierover via het op Overeenstemming Gericht Overleg (OOGO) met de samenwerkingsverbanden hierover in regionaal verband. De toename van het aantal leerlingen in het speciaal onderwijs en de forse toename van het aantal thuiszitters zijn daarin de belangrijkste aandachtspunten. 3. Het IHP gaat primair over vastgoed van onderwijs.

We wegen daarin zeker mee welke beleidsmatige keuzes hierop invloed kunnen hebben. Zaken zoals de toename van het speciaal onderwijs en bijvoorbeeld de positie van het nieuwkomersonderwijs krijgen zeker aandacht in het IHP en in de keuzes die daaruit voortvloeien zult u als raad ook in worden meegenomen.

TECHNISCHE VRAGEN deel 2 Raadscyclus:

Oktober 2024

Naam fractie:

ProVeenendaal

Onderwerp:

Raadsvoorstel Tweede Bestuursrapportage 2024

Vervolgvraag ProVeenendaal Zoals benoemd in de commissie hebben wij nog een vervolgvraag op het antwoord van onderstaande vraag. Onze initiële vraag was: - Programmabegrotingswijziging In Bijlage 2 van de 2e Berap (pag.57) wordt gesproken over structurele kosten. Dit is ook terug te lezen in de verschillende toelichting teksten en tabellen. Echter in de wijzigingstabel van het document 'Programmabegrotingswijziging' worden alle bedragen weergegeven als incidenteel. Dat klopt dan toch niet? Als een bedrag is opgebouwd uit een incidenteel en een structureel deel, dan moeten dit 2 regels worden, toch? Voorbeeld: Bij Fysiek staat bij de uitgaven een incidenteel bedrag van €31.000. Echter, op pagina 17 van de 2e Berap staat in de tabel en bij de financiële toelichting van 2.1 dat €18.000 structureel te laag is begroot. Volgens ons moet de €31.000,- gesplitst worden in een gedeelte incidenteel en een gedeelte structureel. Graag verheldering. Het antwoord wat wij daarop kregen was: Op de begrotingsprogramma's zijn de baten/lasten gemuteerd specifiek voor dat programma, maar daar is geen onderscheid op incidenteel en structureel. De mutaties op raming 2024 hebben betrekking op de taakvelden 2.1 Verkeer en vervoer, ad € 18.000, en 8.1 Ruimtelijke ordening, ad € 13.000. Op pagina 57 zijn deze structurele mutaties apart weergegeven in bijlage 2 ‘Overzicht structurele mutaties’.

Incidenteel is alleen te zien bij de programma's zelf.

Wij hadden zelf, bij het inlezen, reeds gezien waar de structurele kosten in de bijlage staan. Ook dat de incidentele bij de programma's staan. Echter, de vraag gaat over het document 'Programmabegrotingswijziging'. Zie hieronder een uitsnede van het document.

In de 3e kolom wordt geduid of een bedrag I(ncidenteel) is of S(tructureel). En onze constatering is. dat er overal een 'I' staat, terwijl sommige bedragen uit zowel een incidenteel als een structureel component bestaat. Het voorbeeld dat we benoemen is de € 31.000,- die bij Fysiek - R, staat. Waarom staat dit bedrag in de 3e kolom geduid als 'I', terwijl het dus bestaat uit € 18.000,- structureel. Dus nogmaals, waarom die € 31.000,- in totaal als 'I' weer geven en niet splitsen in 2 bedragen? Er zijn meer bedragen die uit zowel een incidenteel als een structureel component bestaan. Graag zouden wij alsnog een antwoord krijgen op onze vraag. Alvast bedankt. Antwoord: De mutatie van € 31.000 betreft zowel incidenteel als structureel. In de programmabegrotingswijziging presenteren wij alleen de mutaties voor het jaar 2024. Omdat het dus alleen om de bedragen voor het jaar 2024 gaat is het onderscheid tussen incidenteel en structureel hier niet relevant. Wij zullen in de eerstvolgende bestuursrapportage hiermee rekening houden met de presentatievorm.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14602065/5