CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

6. Technische vragen en antwoorden Concept Kaderbrief 2022 GGD regio Utrecht

Raadscommissie 16 maart 2021, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Raadsvoorstel Concept Kaderbrief 2022 GGD regio Utrecht1.052 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

TECHNISCHE VRAGEN Nr. 1 Raadscyclus d.d.

16 maart 2021

Naam fractie:

SGP

Onderwerp:

Raadsvoorstel Concept Kaderbrief 2022 GGD regio Utrecht

Vraag: 1. In het raadsvoorstel en de passage in de voorgestelde zienswijze wordt aangegeven om mogelijke financiële consequenties van de in de kaderbrief 2022 geschetste ontwikkelingen tijdig aan de gemeente kenbaar te maken. Blijkbaar wordt er hierbij vanuit gegaan dat de gemeente financieel risico hiervoor draagt? Is het niet zo dat deze ontwikkelingen veelal corona-gerelateerd zijn en dat niet de gemeente, maar het Rijk dit financiert (en de rekening hiervan dus uiteindelijk niet bij de gemeente komt te liggen)? Antwoord: Het is inderdaad zo dat het Rijk rechtstreeks aan de Directeuren Publieke Gezondheid en via de VNG heeft toegezegd gemeenten niet te korten op het Gemeentefonds wanneer taken -die gemeenten bij de GGD hebben belegd en zijn gefinancierd via de gemeentelijke bijdrage- als gevolg van de coronacrisis niet kunnen worden uitgevoerd door de GGD. Gemeenten hoeven dan ook niet inwoner- en kindbijdragen terug te vorderen bij de GGD wanneer de afgesproken dienstverlening door de GGD niet is geleverd. Wij verwachten dus inderdaad dat er voor de corona-gerelateerde ontwikkelingen middelen vanuit het Rijk beschikbaar zullen komen, maar ook daar kan er sprake zijn van risico’s van hogere lasten in relatie tot deze middelen. De Kaderbrief GGDrU 2022 schetst echter ook andere ontwikkelingen welke niet corona gerelateerd zijn.

GGDrU werkt in het komende jaar deze ontwikkelingen verder uit en komt tot concrete voorstellen aan het Algemeen Bestuur. Deels zal de GGDrU met bestaande capaciteit andere dingen kunnen doen. Het is echter ook mogelijk dat het nodig is capaciteit op te hogen, omdat er sprake is van aanvullende wensen vanuit de in de GGDrU deelnemende gemeenten. Vraag: 2. Er wordt in de kaderbrief aandacht gevraagd voor de ontwikkelingen op het gebied van online dienstverlening en het digitale kinddossier. Er wordt geen aandacht gevraagd voor bescherming van data en persoonsgegevens. Ook een aantal recente voorvallen op gebied datalekken zijn in dit kader relevant om te noemen. Waarom wordt hieraan in de kaderbrief en / of de zienswijze geen aandacht geschonken? Antwoord: GGDrU werkt dagelijks met persoonlijke, gevoelige en/of vertrouwelijke (medische) gegevens, zowel in de corona- als de reguliere organisatie. De burger wil zekerheid hebben dat GGDrU een continue beheersing en planmatige verbetering op het gebied van informatiebeveiliging heeft georganiseerd. Informatiebeveiliging en bescherming van (persoons)gegevens is dus van essentieel belang. Er is geen specifieke aandacht hiervoor opgenomen in de Kadernota GGDrU 2022 omdat informatiebeveiliging structureel is opgenomen in de reguliere processen. Vraag: 3.

Het algemeen bestuur stelt de kaderbrief in de vergadering van maart 2021 vast en betrekt daarbij onze zienswijze. Als onze zienswijze pas op 25 maart 2021 wordt verstrekt, kan dit dan nog wel worden meegenomen door het algemeen bestuur?

Antwoord: Na de raadsvergadering van 25 maart 2021 wordt de GGDrU via bijgevoegde brief op de hoogte gesteld van het raadsbesluit. Op 31 maart 2021 besluit het Algemeen Bestuur van de GGDrU over de vaststelling van de concept Kaderbrief 2022 en neemt hierin de zienswijzen van de raden mee. Vraag: 4. In de concept kaderbrief 2022 staat dat ‘het rijk heeft toegezegd dat gemeenten niet worden gekort op het Gemeentefonds wanneer taken die gemeenten bij de GGD hebben belegd en zijn gefinancierd via de gemeentelijke bijdrage door corona niet kunnen worden uitgevoerd door de GGD; en dat gemeenten dan ook niet inwoner- en kindbijdragen terug hoeven te vorderen bij de GGD wanneer de afgesproken dienstverlening door de GGD door corona niet is geleverd.’. Moeten deze taken (die door corona dan niet uitgevoerd kunnen worden door de GGDrU) dan door de gemeente alsnog worden uitgevoerd (zelf of door andere partij)? En zo ja, wie betaald dat? Antwoord: In de eerste helft van 2020 heeft GGDrU een aantal taken moeten afschalen. In de tweede helft van 2020 is deze dienstverlening weer opgestart en zijn taken ingehaald daar waar het moest. Met nog enige inzet in 2021 kan de GGDrU de reguliere dienstverlening weer uitvoeren. Kortom, er zijn geen taken blijven liggen die alsnog uitgevoerd moeten worden. In de jaarstukken 2020 van de GGDrU wordt hierover ook nader gerapporteerd. Vraag: 5.

In de geformuleerde zienswijze d.d. 25 maart 2021 staat opgenomen ‘zodra er meer bekend is over de mogelijke financiële consequenties voor gemeenten van de in de kaderbrief 2022 geschetste ontwikkelingen, verzoeken wij u om ons college van B&W hierover vooruitlopend op de begroting 2022 van de GGDrU alvast te informeren’. a. Deze formulering staat niet opgenomen in het Raadsbesluit, wat is daarvan de reden? Antwoord: De reden is dat er besloten wordt in te stemmen met volledige inhoud van de zienswijze, waar dit verzoek onderdeel van uitmaakt. Vraag: b. Het kan zijn dat ten tijde van het opstelling van de begroting 2022 er nog steeds onduidelijkheden zijn. Is het dan ook van belang om ten behoeve van het inzicht voor de gemeente bij de begroting 2022 van GGDrU ook een financiële bandbreedte te weten van deze onzekerheid, voor zover een eventueel aanvullend tekort nog – na vaststelling van de begroting - bij de gemeente in rekening kan worden gebracht? Zo ja, dan zou dit een goede toevoeging kunnen zijn in de geformuleerde zienswijze? Antwoord: De verwachting is dat de GGDrU dan scherper heeft wat de ontwikkelingen zijn. Vraag: 6. In de geformuleerde zienswijze d.d. 25 maart 2021 staat ook opgenomen: a. ‘….alsmede meegenomen wordt bij de actualisatie van het ombuigingsplan dat in maart 2021 wordt verstrekt’.

Is dit op 25 maart 2021 al verstrekt? Zo ja, dan kan de zin iets anders worden geformuleerd. Antwoord: Nee, dit is nog niet verstrekt. Vraag: b. ‘de verwachting van de oplevering van het GGiD is februari 2021’. Dat is inmiddels in het verleden en daarmee geen verwachting meer. Wat is de stand van zaken en moet deze zin worden geherformuleerd? Antwoord: Ten tijde van het opstellen van het raadsvoorstel was er nog sprake van een verwachting en dus hoeft de zin niet te worden geherformuleerd. Het Algemeen Bestuur van de GGDrU wordt in de vergadering van 31 maart a.s. geïnformeerd over de laatste stand van zaken in de ontwikkeling en de implementatie van het GGiD. Vraag: c. ‘dat het GGiD in 2022 daadwerkelijk geïmplementeerd gaat worden’; moet dit niet zijn ‘……. is’?

Antwoord: Nee. Hier wordt het opnemen in het geldende financiële kader bedoeld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9878697/2