CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

6. Implementatieplan Wet inburgering 2021

Beeldvormende avond 10 mei 2022, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Informatie / naslagwerk deelsessies7.419 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

IMPLEMENTATIEPLAN Wet inburgering 2021 in Veenendaal

1

Inhoudsopgave 1. Inleiding ............................................................................................................................. 3 Doelgroep .......................................................................................................................... 3 Taken voor de gemeente ................................................................................................... 4 2. Kaders ............................................................................................................................... 5 Het wettelijke kader ........................................................................................................... 5 Het financiële kader ........................................................................................................... 5 Invoeringskosten en uitvoeringskosten ........................................................................... 5 Programmakosten .......................................................................................................... 6 Kosten voor begeleiding van de ondertussengroep ........................................................ 7 Het bestuurlijke kader ........................................................................................................ 7 3.

Keuzes voor de uitvoering ................................................................................................. 7 Maatwerk variant is de basis .............................................................................................. 8 Basis op orde ..................................................................................................................... 9 Relatie tot het Integraal Beleidskader ................................................................................ 9 3. De inburgering in Veenendaal ..........................................................................................10 4. Risico’s en randvoorwaarden ...........................................................................................10 Uitvoerende partijen ..........................................................................................................10 Tijdlijn ...................................................................................................................................11 Plan van aanpak...................................................................................................................15

2

1. Inleiding De snelste weg voor inburgeringsplichtigen om mee te doen in de maatschappij is het leren van de Nederlandse taal en het vinden van een baan. Om dat te bereiken gaat de inburgeringswet veranderen, waarmee nieuwkomers de kans krijgen een goede start te maken in Nederland. De nieuwe Wet inburgering treedt in werking op 1 januari 2022. De regie op de uitvoering van het nieuwe inburgeringsstelsel ligt bij gemeenten, met de bedoeling dat inburgering wordt gepositioneerd als onderdeel van het brede sociaal domein.

Doelgroep Er zijn 4 doelgroepen te onderscheiden, waar de nieuwe wet betrekking op heeft.

Inburgeringsplichtigen:

Dit zijn de statushouders die een verblijfsstatus hebben gekregen die hen recht geeft op o.a. een woning, werk en/of uitkering, (zorg)verzekering, school en opleiding, en die vanaf 1 januari 2022 in de gemeente zijn gehuisvest en hun inburgeringsdiploma nog moeten behalen.

Nareizigers:

Dit zijn mensen die in het kader van gezinshereniging naar Nederland komen, om zich te herenigen met een al in Nederland verblijvende statushouder.

Deze twee groepen zijn volledig inburgeringsplichtig en aan deze groepen moet door de gemeente dus een volledig aanbod beschikbaar worden gesteld. Gezinsmigranten:

Deze mensen komen naar Nederland in het kader van gezinsvorming, vaak met iemand die de Nederlandse nationaliteit bezit of niet (meer) inburgeringsplichtig is. Onderdanen met de Britse en Turkse nationaliteit vallen hier sinds kort ook onder.

Overige migranten:

Dit zijn geestelijke bedienaren (imams, rabbijnen, enz.) die in Nederland hun werk gaan doen.

Deze twee groepen worden geacht zich in hun eigen land te hebben voorbereid op hun komst naar Nederland, onder andere al het nodige Nederlands te hebben geleerd, ingevolge de Wet inburgering Buitenland. Voor hen geldt dat de gemeente een beperkt aanbod beschikbaar moet stellen. Naast deze doelgroepen zijn er nog twee verdere doelgroepen, waar we geen wettelijke verplichting voor hebben, maar waar wel aandacht voor moet zijn: Al gevestigde statushouders:

Dit zijn mensen die vóór 1 januari 2022 inburgeringsplichtig zijn geworden, en bij ingaan van de nieuwe wet nog volgens de oude wet hun traject aan het volgen zijn.

3

De nieuwe wet kent geen overgangsbepalingen. Deze groep wordt ook wel aangeduid als de “ondertussengroep”. Voor deze groep ontvangt de gemeente ook budget voor de maatschappelijke begeleiding, maar niet voor de uitvoeringskosten. Niet-geslaagde inburgeraars:

Dit zijn mensen die al ingeburgerd hadden moeten zijn (in de zin dat zij hun lening al geheel hebben verbruikt), maar geen diploma of certificaat hebben behaald. Zij worden aangeduid als “ELIP’s”: Einde Lening nog inburgeringsplichtig.

Het rijk erkent dat dit een probleemgroep is, maar heeft nog geen besluit genomen of hier ook budget voor beschikbaar komt. De uitvoering van de Wet inburgering in Veenendaal zal gericht zijn op de hele doelgroep, waarbij voor de laatste 2 groepen geldt dat wordt bezien welke activiteiten binnen het verstrekte budget kunnen worden uitgevoerd.

Taken voor de gemeente De nieuwe regierol betekent een aanpak op alle fronten. De gemeente bepaalt in een brede intake samen met de inburgeraar welke route hij/zij gaat volgen en legt dit vast in het persoonlijk Plan Integratie en Participatie (hierna; PIP). De route, aangeboden vanuit de gemeente, combineert taalonderwijs en toeleiding naar werk en gaat direct na vestiging in de gemeente van start. De gemeente moet een aanbod samenstellen en beschikbaar stellen voor de inburgeraars.

AANBOD

STATUSHOUDERS GEZINS- EN OVERIGE MIGRANTEN

Maatschappelijke begeleiding

X

Ontzorging

X

Begeleiding bij inburgering (intake, PIP, advies, voortgang)

X

Alfabetisering (voor zover opgenomen in PIP)

X

Leerroute

X

Kennis van de Nederlandse Maatschappij (KNM)

X

Module Arbeid & Participatie (MAP)

X

X

Participatieverklaringstraject (PVT)

X

X

Overige ondersteuning en begeleiding (maatwerk)

X

i.g.v. Pw

X

De samenstelling van het aanbod vraagt om nauwe samenwerking tussen lokaal en regionaal niveau, en uitvoering en beleid.

4

De uitvoering van de Wet inburgering ligt vooral buiten de gemeentelijke organisatie. Ontzorgen, d.w.z. de inhouding en doorbetaling van vaste lasten, is zonder meer een taak van de gemeente (uitvoering Participatiewet), maar de overige onderdelen zullen voor een belangrijk deel door externe partners worden uitgevoerd. Ook het bevorderen van financiële zelfredzaamheid zal grotendeels bij de gemeente liggen. Met uitzondering van de “overige ondersteuning en begeleiding” zijn de onderdelen inhoudelijk voor een groot deel bij wet- en regelgeving bepaald. Het is met name dit onderdeel waar wij als gemeente keuzes hebben in de vorm, inhoud en beschikbaar van de daarin op te nemen voorzieningen. Ook in de maatschappelijke begeleiding hebben wij mogelijkheden om, naast de door de wetgever bepaalde onderdelen, voorzieningen toe te voegen. De verscheidenheid in het aanbod én in de aanbieders vraagt om een coördinatie door de gemeente, vanuit de regietaak. Deze coördinatie betreft de sturing van de inburgering op casusniveau, maar ook de (aan)sturing van de partners met een uitvoerende taak. Deze taak wordt uitgevoerd door de gemeente Veenendaal.

2. Kaders Het wettelijke kader De wettelijke kaders geven aan wat de gemeente ingevolge de wet moet doen, en bepalen daarmee de kaders van hetgeen de gemeente minimaal moet doen. De Wet inburgering is inmiddels vastgesteld. Begin september (2020) zijn nadere regels in concept gepubliceerd en voorgelegd voor (internet)consultatie, te weten het Besluit Inburgering en de Regeling Inburgering. Hierin zijn nadere regels bepaald over de inhoud van de enkele onderdelen van het aanbod en de wijze van financiering. Deze nadere regels zijn echter nog maar een deel van de invulling die het Rijk nog zal leveren. Op diverse onderdelen zijn we nog in afwachting van lagere regelgeving van het Rijk. Het gaat dan om o.a. de aanwijzing van de leerbaarheidstoets, regels over de examens, de specifieke inhoud en vorm van het PIP, en zo meer. Deze regels worden in juni 2021 verwacht.

Het financiële kader Vanuit het Rijk zijn middelen beschikbaar voor de invoering en de uitvoering van de Wet inburgering 2021. De budgetten zijn gekoppeld aan het aantal inburgeringsplichtige statushouders dat op 31 december in de BRP van de gemeente is ingeschreven.

Invoeringskosten en uitvoeringskosten In de tabel hieronder staan de invoeringskosten en de uitvoeringskosten. In de meicirculaire 2021 is het definitieve budget voor uitvoeringskosten 2021 en verder vastgesteld. Het oorspronkelijke bedrag was € 101.000. De definitieve uitvoeringskosten over 2021 zijn bepaald op € 89.814.

5

Dit is met inbegrip van een correctie vanwege extra kosten uitvoering ondertussengroep en compensatie voor uitstel van de wet.

2021 2022 2023 2024 2025 2026

Uitvoeringskosten €€ 223.800 € 246.207 € 246.207 € 246.207 € 246.207

Compensatie € 89.814 € 41.227 € 22.418 € 14.523 € 5.730 € 1.616

Totaal € 89.814 € 265.027 € 268.625 € 260.730 € 251.937 € 247.823

Het budget voor invoeringskosten is € 101.000,-. De invoeringskosten zijn bedoeld voor de implementatie. Het gaat dan om de kosten voor het inregelen, zowel intern in de eigen organisatie als extern met de partners. Er zal ook behoefte zijn aan deskundigheidsbevordering en trainingen van medewerkers en aanmaken of aanpassen van rapportageformulieren, beschikkingen, e.d. De uitvoeringskosten zijn bedoeld voor de dekking van de nieuwe functies (consulenten, procesregisseur). Daarnaast zullen er nog structurele kosten zijn voor o.a. ICT (abonnementen). Tenslotte zal het ongetwijfeld zinvol zijn om regelmatig aandacht te besteden aan deskundigheidsbevordering. De uitvoeringskosten worden uitgekeerd als onderdeel van de Integratie Uitkering Sociaal Domein. Op termijn zullen deze echter daarvan worden losgekoppeld. Middelen die overblijven mogen ten gunste van de algemene middelen komen, of voor andere doeleinden worden aangewend.

Programmakosten Het Rijk keert per gevestigde statushouder een subsidie uit van € 12.712,- voor een inburgeringsplichtige statushouder en € 589,- voor een gezinsmigrant. In het schema hieronder staan de budgetten: Asielmigranten

Gezins- en overige migranten

Leerroutes

€ 10.000

-

MAP1

€

136

€ 195

Maatschappelijke begeleiding

€ 1.944

-

PVT2

€

Tolkvoorziening Totaal

216

€ 216

€ 417

€ 179

€ 12.712

€ 589

Deze middelen zijn bedoeld voor de gehele inburgeringsperiode van 3 jaar, aan te wenden voor de maatschappelijke begeleiding en de leerroutes. Voor een inburgeringsplichtige statushouder is dus voor zijn gehele, 3-jarige traject € 12.712,- beschikbaar. Het budget wordt uitgekeerd als een specifieke uitkering, waar afzonderlijk verantwoording over moet worden afgelegd.

1 2

Module Arbeidsmarkt en Participatie Participatieverklaringstraject

6

Vanaf 2026 wordt 10% van dit budget prestatie-afhankelijk, waarbij gekeken wordt naar de prestatie over t-2. Dit betekent dat de gemeente vanaf 2023 een extra (financiële) prikkel heeft om ervoor te zorgen dat de inburgeringstrajecten leiden tot een succesvolle inburgering. Voor dit budget geldt een meeneemregeling: overschotten mogen worden overgeheveld naar het volgende jaar.

Kosten voor begeleiding van de ondertussengroep In de meicirculaire zijn de bedragen bekend gemaakt die door het Rijk zij gereserveerd voor de ondertussengroep. Dit budget is onderdeel van het bedrag compensatie dat hierboven is genoemd. Daarnaast volgt later dit jaar nog aanvullende afspraken en duidelijkheid over het budget voor de ELIP (voor 2021 tot en met 2026 is cumulatief € 9 miljoen gereserveerd).

Het bestuurlijke kader De bestuurlijke kaders bepalen wat de gemeente wil doen met de Wet inburgering 2021. De gemeente Veenendaal heeft het Integraal Beleidskader Sociaal Domein (2020-2023) vastgesteld. Dit beleidsplan beschrijft wat de gemeente Wet inburgering 2021 doet ten aanzien van de ontwikkeling van het sociaal domein. Hiermee vormt het beleidsplan een bestuurlijk kader. Vanuit de positionering van de Wet inburgering 2021 in het bredere sociale domein is de Wet inburgering 2021 te beschouwen als een toevoeging aan het integrale beleidskader. Op termijn wordt de Wet inburgering 2021 opgenomen in het integrale beleidskader. Dit bestuurlijke kader kan nader worden bepaald door de wensen en verwachtingen die, niet alleen het bestuur, maar ook de politiek en de samenleving hebben ten aanzien van de inburgering van statushouders.

3. Keuzes voor de uitvoering Uit de kaders volgen vier mogelijke varianten voor de inrichting van de Wet inburgering 2021 in Veenendaal: 1) Minimale variant: We beperken ons tot wat we volgens de wet moeten doen. 2) Financiële variant: We doen wat we volgens de wet moeten, maar voor zover de financiële ruimte het toelaat, doen we meer. We verruimen het aanbod met voorzieningen waarmee de inburgeraars beter kunnen integreren. 3) Maatwerk variant: We blijven in beginsel binnen de financiële ruimte, maar wanneer in individuele gevallen meer aandacht nodig is (in de zin van meer of specifieke begeleiding), dan wordt daar ook (financiële) ruimte voor gevonden.

7

We benutten 90% van het beschikbare budget voor een vast aanbod en 10% voor individuele voorzieningen. Daarnaast is er de mogelijkheid om in de uitzonderlijke gevallen extra middelen in te zetten. 4) Maximale variant: We stellen doelen, die verder gaan dan de wettelijke verplichtingen, b.v. t.a.v. maatschappelijke integratie, kinderen van statushouders, e.d. Als de middelen niet toereikend zijn, zoeken we extra middelen.

Maatwerk variant is de basis We kiezen voor de maatwerk variant. Het sociale domein kenmerkt zich door het bieden van maatwerk aan inwoners. We kijken naar wat men nodig heeft, en niet zozeer waar men recht op heeft (vraaggericht versus claimgericht). In het Integraal Beleidskader is passende ondersteuning één van de uitgangspunten. Deze variant doet het meeste recht aan de realiteit. Zoals het beleidskader aangeeft, is ieder mens uniek. Dat geldt ook voor statushouders. De ene statushouder is al voor een groot deel zelfredzaam en heeft minder behoefte aan begeleiding en ondersteuning. Terwijl een andere statushouder juist meer, of een specifieke ondersteuning nodig heeft. Het is de taak van de gemeente om ervoor te zorgen dat elke statushouder succesvol inburgert. Dat maakt maatwerk onvermijdelijk. Voor de manier waarop maatwerk wordt geleverd wordt het beleidskader gevolgd: zo licht mogelijk, maar direct intensief waar nodig. Vanuit de brede intake wordt in beeld gebracht, in welke mate en op welke leefgebieden de statushouder bijzondere ondersteuning nodig heeft en waar hij juist zelfredzaam genoeg is om met weinig ondersteuning zijn traject te volgen. Dit vindt zijn weerslag in zijn PIP, dat feitelijk een plan van aanpak is. Voor elke statushouder is een bedrag van € 12.712,- beschikbaar. Dat wil niet zeggen, dat dit bedrag ook aan elke statushouder moet worden besteed.

Wie minder ondersteuning nodig heeft, kan met minder toekomen. Hierdoor blijft budget over om te besteden aan statushouders met een grotere behoefte. De praktijk moet echter uitwijzen of het totale budget toereikend zal zijn en of de maatwerk variant ook haalbaar zal zijn en blijven. Wanneer extra middelen in de vorm van een maatwerkvoorziening (Wmo) worden ingezet, wordt bijgehouden hoe vaak dit gebeurt. Dit kan ertoe leiden dat een dergelijke voorziening onderdeel wordt van het reguliere aanbod. De minimale variant is financieel veilig, maar houdt geen rekening met de doelstellingen en uitgangspunten voor het sociale domein. De financiële variant biedt meer ondersteuning, maar is gericht op de doelgroep statushouders als geheel, en niet op de individuele problematiek. De maximale variant is wellicht alleen haalbaar, als er ook structureel extra middelen worden toegevoegd.

8

Basis op orde Het doel is om ervoor te zorgen dat statushouders binnen 3 jaar succesvol inburgeren. Om dit doel te bereiken is een basis nodig, waarop het stelsel kan worden gebouwd. In de eerste plaats is dat in de eigen organisatie. Met het aanstellen van medewerkers met specialistische kennis wordt een kwalitatief hoogstaande dienstverlening geleverd en wordt toegezien op de kwaliteit van de uitvoering door de partners. Vanuit de maatwerkvariant wordt de specifieke situatie van de statushouder in beeld gebracht en wordt de juiste ondersteuning geboden. Hiermee is de uitvoering ook geborgd in de organisatie, met een duidelijk eigenaarschap en sturing en monitoring op resultaten en financiën. Zie voor een verdere uitwerking hiervan het formatieadvies. In de tweede plaats moeten de partners hun uitvoering op orde hebben. Uiteindelijk wordt het grootste deel van de taken door deze partners uitgevoerd. Met name op de onderdelen die van belang zijn voor het inburgeringsexamen (taal, PVT, MAP) moeten de uitvoerders de overeengekomen prestaties leveren. Bij aanbestedingstrajecten (in ieder geval voor het formele taalonderwijs wordt deze kwaliteit geëist. Bij de – met name – lokale partners in de maatschappelijke begeleiding zal moeten worden geborgd dat de, veelal vrijwillige, medewerkers voldoende geschoold en getraind zijn.

Relatie tot het Integraal Beleidskader In het beleidskader zijn vijf uitgangspunten benoemd. 1) Iedereen is naar vermogen maatschappelijk actief. 2) Ondersteuning is gericht op het stimuleren van de eigen kracht van inwoners en hun netwerk. 3) Waar nodig bieden we ondersteuning aan inwoners: licht en algemeen als mogelijk en complex en gespecialiseerd als het moet. 4) Voor ondersteuning aan inwoners op meerdere leefgebieden boeken we winst door verbinding. 5) We voeren regie op de resultaten van ondersteuning. De inrichting van de Wet inburgering 2021 past binnen het Integraal Beleidskader. In de leerroutes is de toeleiding naar werk een nadrukkelijk doel. Wanneer betaald werk (nog) niet mogelijk is, wordt verwacht dat de statushouders vrijwilligerswerk gaan doen. Daaraan willen wij nog toevoegen, dat wanneer ook vrijwilligerswerk niet mogelijk is, dat de statushouders dan in ieder geval sociaal actief zijn. We benaderen de statushouder niet als ‘kwetsbare’ doelgroep, maar als kansrijk. De nieuwe Wet inburgering helpt de doelgroep om zelfredzaam te zijn en hun kansen te verzilveren. De maatschappelijke begeleiding is erop gericht om de statushouders deel te laten worden van de samenleving in Veenendaal, wat ten goede komt aan de inclusieve samenleving. De Wet inburgering 2021 geeft drie leerroutes aan, die vooral zijn gebaseerd op de leerbaarheid van de statushouder.

Hierbij wordt ook in belangrijke mate rekening gehouden met de persoonlijke context en de competenties van de statushouder. Daarmee geeft deze driedeling ook een indicatie van de zelfredzaamheid van de statushouder.

9

De leerroutes geven de gemeente de mogelijkheid om de statushouders vanuit hun eigen kracht zo zelfredzaam mogelijk te maken. Dit kan door middel van doorstroom naar opleiding, werk, vrijwilligerswerk en maatschappelijke begeleiding en ondersteuning. De maatwerk variant biedt de ondersteuning die nodig is. In beginsel de collectieve voorzieningen, maar waar nodig zijn maatwerk voorzieningen beschikbaar. De inburgering begint met een brede intake, die alle leefgebieden verkent. Vanuit de coördinatie worden de verbindingen gelegd naar de ondersteuners die nodig zijn. De gemeente draagt de verantwoordelijkheid voor de resultaten. Een deel van de middelen van het Rijk is ook afhankelijk van de door de gemeente geleverde prestaties. Daarom zijn regie en sturing op de resultaten feitelijk vanzelfsprekend.

3. De inburgering in Veenendaal Vanuit de maatwerk variant stellen wij de “maatschappelijke begeleiding” en de “overige ondersteuning en begeleiding” samen, waarin diverse voorzieningen aanwezig zijn. Sommige voorzieningen zijn voor iedereen beschikbaar, omdat deze als algemeen noodzakelijk dan wel wenselijk worden gezien. Andere voorzieningen zijn wel aanwezig, maar alleen beschikbaar wanneer de individuele problematiek daarom vraagt. We onderzoeken de komende maanden of het bestaande aanbod overeenkomt met de verplichtingen vanuit de wet en de maatwerk variant. Daarnaast moet gezegd worden dat de uitvoering van de Wet inburgering 2021 geen eindstreep kent. Het is een ontwikkelproces, oftewel een ‘lerend systeem’, aldus minister Koolmees. De ingangsdatum van 1 januari 2022 is een begin, geen einde. Na deze datum begint een traject van continue monitoring, evaluatie en terugkoppeling. Dit is dan ook een onmisbaar aspect in elk van de onderdelen uit dit implementatieplan.

4. Risico’s en randvoorwaarden De implementatie van de Wet inburgering 2021 wordt uitgevoerd in een beperkt tijdspad, te midden van een speelveld met veel verschillende samenwerkingspartijen met ieder eigen belangen (denk aan de Foodvalley, regiogemeenten Renswoude en Rhenen, maar ook de diversiteit aan maatschappelijke organisaties binnen Veenendaal zelf). Dit betekent een mate van afhankelijkheid. Ook intern moet extra afstemming plaatsvinden, in het speciaal gezien de onderlinge taakverdeling op de verschillende onderdelen. Heldere communicatie, duidelijke afspraken en blijven bijstellen waar nodig is essentieel.

Uitvoerende partijen In de eigen organisatie zijn de consulenten en de procesregisseur de uitvoerders. Externe partijen (kunnen) zijn taalaanbieder(s) formeel taalonderwijs, Taalaanbieder(s) informeel taalonderwijs, het WSP, VWON en Veens.

10

Tijdlijn Wat

Start

Einde

Resultaat

Door wie/mee betrokken

1

Regionale aanbesteding voor inkoop van het formele

Nov. 20

Dec 21

taalonderwijs.

Regionale aanbestedingstraject is

Beleid/regio/tea

afgerond met gunningen aan

m WI

taalaanbieders en werkafspraken zijn vastgelegd 2

Bijeenkomst met stakeholders

Jan. 21

Jan. 21

Stakeholders zijn geïnformeerd en

Afgerond

betrokken. Er is een inventarisatie van wie wat kan of wil doen. 3

Informatievoorziening aan inwoners, gemeenteraad en

doorlopend

cliëntenraad 4

Inventarisatie van aan te passen verordeningen en aanpassingen

Juli 21

Juli 21

doorvoeren. Raadsvoorstellen in de routing.

Belanghebbenden zijn

Beleid/Communi

geïnformeerd.

catie/Team WI

Waar nodig zijn verordeningen

Beleid/Team WI

aangepast en is het raadsvoorstel in de routing (raad van november/december).

5

Inventarisatie van op te stellen beleidsregels en deze ontwerpen.

Augustus

Collegevoorstellen in de routing.

21

Dec 21

Waar nodig zijn beleidsregels (of

Beleid/Team Wi

richtlijnen) opgesteld en is het collegevoorstel in de routing (collegebesluit uiterlijk november/december).

6 7

Convenant met alle betrokken (lokale) partners. OPTIONEEL Aanbod trainingen en deskundigheidsbevordering gebruiken.

Jan. 21 doorlopend

Dec 21

Met de stakeholders is een

Beleid/Partners/

convenant getekend.

Team WI

Beschikbare aanbod is bekend en

Team WI/P&O

er is een keuze gemaakt welke te gebruiken.

11

8

Taakomschrijvingen en functieprofielen opstellen,

Jan. 21

Dec 21

Alle nieuwe functies en wijzigingen

formatiecalculatie opmaken en inbedden in de organisatie (evt.

in bestaande functies zijn

werving en selectie).

omschreven en gewaardeerd.

Team WI/P&O

Streven is om uiterlijk 1 december nieuwe functies te hebben ingevuld. 9

Aanpassingen in processen bestaande functies doornemen.

Jan. 21

Dec 21

Zie 9.

Team WI/P&O

10

Processen inburgering ontwikkelen

Aug 21

Dec 21

Het proces van brede intake tot

Partners/Team

nazorg is een nieuw proces en

WI

wordt samen met de partners ontwikkeld. 11

Werkprocessen beschrijven.

Sep 21

Okt. 21

Werkprocessen inburgering zijn beschreven.

12

Werkprocessen zijn ingericht in de module Centric/Suite

Sept 21

Dec 21

Zie 10 en 11

Team WI

13

Het clientvolgsysteem is Centric/Suite is ingericht

Sep 21

Dec 21

Het systeem is zo ingericht dat

Beleid/WI/ICT

wettelijke en lokaal wenselijke informatie kan worden gedeeld. 14

Het proces van gegevensdeling met DUO, COA en andere

Sep 21

Dec 21

leveranciers is klaar

De eerste stap is op 1 januari

Beleid/Team

gezet. Vanaf 2022 volgens er

WI/ICT

nieuwe stappen (zgn. plateaus) waarbij steeds meer geautomatiseerd wordt. Dit wordt landelijke aangestuurd. 15 16

DPIA uitvoeren Effectiviteit en omvang van het huidige aanbod van informeel en ondersteunend taalonderwijs beschouwen en indien nodig

Mei 21 Jan. 21

Dec 21 Sept. 21

De uitvoering is onderzocht op de

Beleid/juridisch

AVG-eisen.

adviseur privacy

Het – kwalitatief volwaardige -

Beleid/partners/t

informele taalonderwijs is belegd.

eam WI

verfijnen. De mogelijkheden voor bovenlokale samenwerking bekijken.

12

17

Inkoopstrategie voor de modules MAP, PVT, Maatschappelijke

Juli 21

Dec 21

begeleiding, Ontzorgen/financiële zelfredzaamheid vaststellen en

De uitvoering van de diverse

Beleid/inkoop/pa

modules is belegd.

rtners/Team WI

DVO is aangepast, en waar nodig

Beleid/regio

zijn afspraken vastgelegd.

gemeenten

Contacten met COA zijn gelegd,

Partners/Team

en afspraken zijn gemaakt. Er is

WI

uitvoeren. Het resultaat wordt in een productenboek vastgelegd. 18

In de voorkomende gevallen afspraken maken en

Sept. 21

Dec. 21

overeenkomsten sluiten met regio- of afzonderlijke gemeenten. 19

Afspraken maken met COA voor de warme overdracht. Bezien of

Sept. 21

Okt. 21

een kennismakingsgesprek mogelijk is.

een keuze gemaakt hoe de warme overdracht plaatsvindt. Onderdeel van taak 10 20

Aanbod van leerbaarheidstoetsen beoordelen en keuze maken.

N.t.b. (afh.

Dec. 21

van AMvB)

Nadat de toetsen

Beleid/ICT/Tea

bekend/beschikbaar komen, is en

m WI

toets gekozen. 21

Regionale afstemming over de toeleiding naar betaald werk.

Maart 21

Dec. 21

Het “werkdeel” van de leerroute is

Beleid/Team WI

geregeld. 22

23

Op basis van nadere voorstellen van het rijk bezien hoe de

Maart 21

Dec. 21

De mogelijkheden voor deelname

ondertussengroep kan deelnemen in het aanbod volgens de

van deze groep zijn bekend en

nieuwe wet.

beschikbaar voor deze groep.

Onderdelen en activiteiten ontwikkelen en uitzetten met en bij de

April 21

diverse partners.

Nov. 21

De maatschappelijke begeleiding

(e.v.)

is ingericht. Hiervoor wordt nog

Beleid/Team WI

een afzonderlijk plan gemaakt. Zie taak 17 24

25

Inventarisatie van bestaande vrijwilligers initiatieven.

Vragenformulier voor brede intake en verslagformat ontwikkelen.

Feb. 21

Maart 21

Juni 21

Juni 21

Initiatieven zijn bekend en

Beleid/Team

initiatiefnemers zijn betrokken

WI/Veens

(hoort bij inrichting MB).

Welzijn

Formulieren en formats zijn klaar.

Team WI

Onderdeel van taak 10 en 12 26

Format voor PIP ontwikkelen, (standaard) beschikking opstellen.

Maart 21

Juni 21

Zie 23.

Team WI

13

26

Inrichting AVG-proof maken

Sep 21

Dec 21

Waar en indien nodig, zijn

Beleid/juridisch

authorisaties verleend en

adviseur

verwerkersovereenkomsten zijn

(privacy)

getekend. 27

Afspraken maken voor de begeleiding (jobcoaching) bij betaald en

Sept. 21

Nov. 21

Er is jobcoaching beschikbaar.

vrijwilligerswerk.

Beleid/Team WI/Veens Welzijn

28

Lokaal mogelijkheden voor vrijwilligerswerk creëren

Sept. 21

Dec. 21

Er is voldoende vrijwilligerswerk

Beleid/Team

(door-

beschikbaar.

WI/Veens

lopend) 29

Onderzoek budgetbeheer en verdere diensten

April 21

Sept. 21

schulddienstverlening 30

Communicatieplan opstellen

Sep 21

Dec 21

Welzijn Ontzorgen (en fin. coaching) is

Beleid/partners/

geregeld.

Team WI Beleid/Team WI en communicatie

14

Plan van aanpak Met uitvoering van het Plan van Aanpak is de gemeente Veenendaal voor de ingangsdatum van de nieuwe wet klaar om de Wet inburgering uit te voeren. Dit betekent dat de taken en rollen zijn beschreven, zijn belegd bij de juiste teams, intern en extern, alle wettelijke kaders zullen zijn vervuld, binnen de financiële kaders en passend binnen het Integraal Beleidskader Sociaal Domein Veenendaal. De nieuwkomers behalen het inburgeringsdiploma binnen de gestelde termijn op een zo hoog mogelijk taalniveau, en vinden passend werk. Met als uiteindelijk doel: participatie in de breedste zin van het woord.

Communicatie: bijeenkomsten In de oriënteringsfase is gesproken met Vluchtelingenwerk Oost Nederland (VWON), Veens Welzijn en het Taalhuis, als belangrijkste partners. Het is de bedoeling dat er nog een bijeenkomst plaatsvindt met alle stakeholders, dat wil zeggen alle (lokale) partijen die “iets met statushouders en inburgering doen”. Dat kan variëren van professionele of professioneel aangestuurde organisaties tot burgerinitiatieven op specifieke activiteiten. Deze bijeenkomst heeft als doel om enerzijds de partners te informeren over de nieuwe wet en gedachten daarover, en anderzijds om ideeën, meningen, visies, enz. op te halen. STAP: bijeenkomst met stakeholders

Communicatie: algemeen Doorlopend gedurende het gehele traject zal op gepaste momenten lokaal informatie worden verspreid en worden de gemeenteraad en de cliëntenraad geïnformeerd over de voortgang. STAP: doorlopend informatievoorziening aan inwoners, gemeenteraad en cliëntenraden.

15

Interne organisatie Veel taken zullen worden uitgevoerd door de partners. In de eigen organisatie is echter ook het nodige in te regelen. In het Formatieadvies, dat bij dit implementatieplan hoort, is de formatie al voor een groot deel uitgewerkt. Kort samengevat wordt voorgesteld om 1) Consulenten inburgering aan te wijzen. Het takenpakket van deze consulent omvat in ieder geval de brede intake, het PIP, en de voortgang van de inburgering. De consulent zet op de gepaste momenten de gepaste activiteiten in en stuurt hiermee de inburgeraar aan. De consulent is het centrale aanspreekpunt voor de inburgeraar. 2) Een procesregisseur aan te wijzen. De procesregisseur zorgt in hoofdzaak voor de coördinatie en sturing van de uitvoerende partners. De procesregisseur heeft ook een taak in de implementatie van de nieuwe wet. 3) Beleid en regie voorlopig te beleggen in de bestaande beleidsformatie. De beleidsmedewerker ontwikkelt het (verdere) beleid waar nodig, behandelt de subsidies en inkoopcontracten en voert het contractbeheer/accountmanagement. STAP: taakomschrijvingen en functieprofielen opstellen, formatiecalculatie opmaken en inbedden in de organisatie (evt. werving en selectie). Naast de nieuwe functies/taken zullen enkele bestaande taken een iets andere inhoud krijgen, voor zover het statushouders betreft.

De intaker van het team WI zal de beschikking krijgen over het verslag van de brede intake, waarin al veel informatie is opgenomen die relevant is voor de bepaling van het recht op en de hoogte van de uitkering. Als er al een ondertekend PIP is, zal dat ook deel uitmaken van het klantdossier. De intaker zal ook de benodigde informatie verzamelen voor ontzorgen en deze doorgeven aan de uitkeringsadministratie, in ieder geval de hoogtes van de in te houden en door te betalen bedragen (met klantnummers) en de bijbehorende crediteuren (met rekeningnummers). De behandeling van een bijstandsaanvraag van een inburgeraar zal daarom een ander karakter hebben dan een reguliere aanvraag.

16

De uitkeringsadministratie moet de inhoudingen en doorbetalingen verwerken in de betalingen. Na de termijn van 6 maanden wordt vervolgens het ontzorgen stopgezet. De jobmatcher zal een andere benadering moeten volgen dan voor de reguliere klanten. In de eerste plaats zal de jobmatcher op aanwijzing van de consulent inzet leveren, in navolging van het PIP. Hierbij is het belangrijk om te zorgen voor een goede koppeling tussen participatie enerzijds en het taalonderwijs anderzijds. Daarbij kan de jobmatcher gebruik maken van de voorzieningen die specifiek voor inburgeraars beschikbaar zijn. Tot slot de medewerker van het Budgetloket in het kader van financiële zelfredzaamheid extra taken uitvoeren door vaker budgetbeheer in te zetten en begeleiding bij het zelfredzaam worden. STAP: aanpassingen in processen bestaande functies doornemen.

Training en deskundigheidsbevordering Met name de consulenten Inburgering gaan een geheel nieuwe taak uitvoeren. Hiervoor zullen trainingen nodig zijn. Voor zowel de consulenten als de coördinator is (doorlopende) deskundigheidsbevordering meer dan wenselijk: zij zullen immers de experts zijn op dit vakgebied. Vanuit diverse instanties, o.a. DIVOSA, zijn trainingen aangekondigd. Geadviseerd wordt om gebruik te maken van het aanbod (in tegenstelling tot zelf trainingen te ontwikkelen). STAP: aanbod trainingen en deskundigheidsbevordering gebruiken.

Werkprocessen en formats De werkprocessen moeten worden beschreven. Het kan dan gaan om de processen voor: -

warme overdacht

-

brede intake

17

-

opstellen PIP

-

voortgang: gesprekken en uitzetten van acties richting uitvoerder

-

handhaving: beoordelen van boetewaardige gedragingen en opleggen/afzien van boete

-

handhaving: DUO adviseren over boete

STAP: werkprocessen beschrijven. Voor de brede intake en het PIP moeten standaard rapportageformats worden ontworpen. Er zijn ook (standaard) beschikkingen op te stellen, in ieder geval voor de vaststelling van het PIP en boetebeschikkingen. STAP: formats ontwikkelen. De verschillende werkprocessen moet in het zaaksysteem worden ingebouwd. Hiervoor lijkt Suite voor de hand te liggen. STAP: processen inbouwen in Suite.

ICT en andere toepassingen Op ICT-gebied zijn aansluitingen en applicaties te regelen. De bedoeling is dat de gemeente wordt aangesloten op een (landelijke) cliëntvolgsysteem, waar de ketenpartners op zijn aangesloten. Dit zijn ieder geval het COA, de gemeenten, de IND en de DUO. Dit systeem is nog in ontwikkeling. Mogelijk dat het bestaande systeem, TVS, wordt gebruikt. Via dit systeem ontvangt de gemeente de melding dat een statushouder (al dan niet met gezin) is gekoppeld aan de gemeente. Dit is dan het startsein om met deze statushouder aan het werk te gaan, te beginnen met de brede intake. Omdat de ICT nog niet geregeld is, is ook nog niet duidelijk of ook de maatschappelijke partners zullen zijn aangesloten, of dat daar een ander, lokaal volgsysteem voor nodig of wenselijk is. Het kan ook wenselijk zijn om dit systeem te koppelen aan b.v. de bijstandsverlening (Suite) of de BRP. STAP: ICT-toepassingen implementeren.

18

Er zullen – onvermijdelijk, noodzakelijk of wenselijk – enkele lidmaatschappen en accounts worden aangemaakt. Bijvoorbeeld voor Grip op Inburgering, als kennisbank. Te bezien is of dit account kan worden gedeeld met enkele uitvoerende partners.

Verordeningen en (eventueel) beleidsregels De verplichtingen die de inburgeraar heeft door de Wet inburgering 2021 kunnen invloed hebben op de bijstandsverlening en de arbeidsverplichtingen (en tegenprestatie). In de integrale verordening sociaal domein heeft de gemeenteraad nadere regels hierover vastgesteld. Deze verordening moet daarom worden aangepast. In dit verband is alvast op te merken, dat het plan van aanpak, dat bij aanvang van een uitkering wordt opgesteld, ondergeschikt zal zijn aan het PIP. Met de uitvoerende afdeling is te bespreken of voor inburgeraars nog wel een plan van aanpak is op te stellen. Ook de integrale verordening sociaal domein – onderdeel maatregelen - zal wellicht moeten worden aangepast. De Wet inburgering 2021 kent eveneens een boetestelsel. Een gedraging kan ingevolge de Wet inburgering 2021 als de Participatiewet boetewaardig zijn. Bij verordening zijn regels vast te leggen die stapeling of dubbele boetes moeten voorkomen. De Wet inburgering 2021 wordt uitgevoerd volgens een sterk lokaal georiënteerd beleid. Daaruit kan volgen, dat beleidsregels of richtlijnen wenselijk zijn. Bij beleidsregels kan bijvoorbeeld worden bepaald dat sommige onderdelen verplicht zijn, zoals budgetcoaching of deelname aan informele taallessen, en op welke wijze en in welke mate de statushouder gebruik kan maken van het (maatwerk) aanbod.

STAP: inventarisatie van aan te passen verordeningen, en deze aanpassingen doorvoeren. STAP: inventarisatie van op te stellen beleidsregels en deze ontwerpen.

Delen van persoonsgegevens Er zijn meerdere uitvoerders die, vaak tegelijkertijd, een en dezelfde statushouder begeleiden. Onderlinge afstemming is dan nodig, vandaar ook de consulent en de procesregisseur. Dit heeft ook betrekking op het delen van persoonsgegevens. Het zal daarom nodig zijn om, ten eerste, de uitvoering tegen het licht van de AVG te houden via een impact analyse (DPIA) en vervolgens de uitvoering AVG-proof te maken.

19

STAP: DPIA uitvoeren. STAP: uitvoering AVG-proof maken.

Lokale samenwerking Er zijn veel partijen betrokken, die een grotere of kleinere rol hebben. Alle partners dienen een gemeenschappelijk doel na te streven, namelijk de succesvolle inburgering van de statushouder. Om dit te bekrachtigen, en om de samenwerking bij de inburgering een basis te geven, is een convenant met alle – voor Veenendaal actieve – partners op te stellen. STAP: convenant met alle betrokken (lokale) partners.

Regionale en bovenlokale (gemeentelijke) samenwerking In de arbeidsmarktregio Foodvalley is al een regionale tafel actief, waar een regiocoördinator van Divosa als trekker aan verbonden is. In dit regionale verband wordt in ieder geval gezamenlijk een aanbestedingstraject uitgevoerd voor het formele taalonderwijs. Daarnaast wordt bekeken op welke overige onderdelen regionaal kan worden samengewerkt. Dit kan immers voordelen opleveren ten aanzien van de kosten, de kwaliteit of de efficiëntie. Bijvoorbeeld op het gebied van trainingen en deskundigheidsbevordering aan medewerkers van gemeenten en partners. Er is al een bovenlokale samenwerking met Rhenen en Renswoude. Zeker op het gebied van de maatschappelijke begeleiding en het informele taalonderwijs is te onderzoeken hoe de krachten kunnen worden gebundeld. Afhankelijk van het soort samenwerking zijn de daarbij passende afspraken te maken en dienovereenkomstig vast te leggen. Zo zullen voor wat betreft de uitvoering door de consulenten, die dit ook voor Rhenen en Veenendaal zullen doen, onder meer de DVO’s worden aangepast (b.v. via een addendum). STAP: Regionaal samenwerken waar dit voordelen heeft. Bovenlokale samenwerking onderzoeken waar krachten kunnen worden gebundeld.

20

In de voorkomende gevallen afspraken maken en overeenkomsten sluiten met regio- of afzonderlijke gemeenten.

Warme overdracht Zodra een statushouder aan de gemeente is gekoppeld, vindt er een kennismakingsgesprek plaats met de consulent, de statushouder en een begeleider van het COA. Dit gesprek vindt waar mogelijk en wenselijk plaats op het AZC. De bedoeling van dit gesprek is niet alleen een eerste kennismaking, maar ook een dossieroverdracht. Het COA heeft immers al een dossier opgebouwd (waarin onder meer de resultaten van de “Voorbereiding op Inburgering” zijn opgenomen), dat aan de gemeente moet worden overgedragen. Met dit dossier en de informatie uit de kennismaking kan de consulent zich voorbereiden op de brede intake. De brede intake zal zo grondiger worden uitgevoerd. De bedenking hierbij is, dat dit gesprek een halve dag in beslag kan nemen, inclusief reistijden. Het alternatief is, dat het COA het dossier (digitaal) naar de gemeente stuurt, of dat er een telefonische overdracht plaatsvindt en dat de eerste fysieke kennismaking met de statushouder pas bij de brede intake gebeurt. Eventueel vindt een eerste kennismaking plaats via Zoom of Teams. Het (eerste) Brede intakegesprek vindt bij voorkeur fysiek plaats, omdat de inhoud van zo’n gesprek zich niet leent voor een digitale vorm. STAP: afspraken maken met COA voor de warme overdracht. Bezien of een kennismakingsgesprek mogelijk is.

Brede intake De consulent voert de brede intake. Het is aan te bevelen om hierbij ook een begeleider aanwezig te laten zijn, bijvoorbeeld van VWON. Hier kan worden gedacht aan een cultuurverbinder. Ook is een tolk aanwezig. Er is geen (wettelijke) termijn bepaald waarbinnen de brede intake moet hebben plaatsgevonden. De bedoeling is wel, dat dit zo snel mogelijk wordt gedaan. De brede intake wordt afgenomen binnen 2 weken nadat de statushouder bij de gemeente is aangemeld. De brede intake moet in ieder geval ingaan op het taalniveau, de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie en de mate van zelfredzaamheid.

21

Omdat we uitgaan van de maatwerk variant is het aan te bevelen om alle leefgebieden na te lopen, zoals de gezinssituatie, (geestelijke en fysieke) gezondheid, kinderen en opvoeding, enz. Hiermee moet vooraf een beeld ontstaan op basis waarvan kan worden afgeleid of en in welke mate de statushouder een nood heeft aan maatwerkvoorzieningen. Als de statushouder een geestelijk bedienaar is, moet ook dat worden opgenomen in de brede intake. In enkele pilots is geëxperimenteerd met formats: een open intake, waarbij de consulent “algemene” vragen stelt en de statushouder feitelijk zijn verhaal laat doen, en een gesloten intake, waarbij de consulent een vooraf opgestelde vragenlijst doorloopt. Beide methoden kennen voor- en nadelen. Geadviseerd wordt om voor elk leefgebied vooraf vragen te formuleren, maar in het gesprek veel ruimte te laten om door te vragen en waar nodig om dieper op details in te gaan. Hiermee wordt geborgd dat de brede intakes een uniform karakter hebben en uniforme verslagen oplevert, die ingaan op de leefgebieden, maar waarin de specifieke, persoonsgebonden aandachtspunten voldoende aan bod komen. De brede intake moet zijn beslag krijgen in een verslag. Hiervoor moet een format worden ontwikkeld. STAP: vragenformulier voor brede intake en verslagformat ontwikkelen.

Leerbaarheidstoets De leerbaarheidstoets wordt tijdens de brede intake afgenomen. Vanuit het Rijk worden nadere regels gesteld. Het Rijk zal een of enkele toetsen beschikbaar stellen, maar de gemeente heeft op den duur de mogelijkheid om zelf een leerbaarheidstoets te ontwikkelen, die dan wel moet voldoen aan de door het Rijk gestelde maatstaven. Vooralsnog gaan we ervan uit dat een van de aangeboden toetsen zal worden gebruikt. Het Rijk is nog in gesprek met ketenpartners om te bepalen wie de leerbaarheidstoets gaat uitvoeren. STAP: aanbod van leerbaarheidstoetsen beoordelen en keuze maken.

22

PIP Het persoonlijk plan inburgering en participatie moet zijn vastgesteld uiterlijk binnen 10 weken na de dag waarop de inburgeraar in de basisregistratie personen is ingeschreven. De vaststelling gebeurt bij beschikking, dus anders gezegd: de beschikking moet binnen 10 weken zijn afgegeven. Het moment van vaststelling betekent ook de startdatum van de inburgeringstermijn. In het PIP moet een aantal, bij wet voorgeschreven onderdelen zijn opgenomen, zoals de leerroute en het aantal voortgangsgesprekken (voor de gehele inburgeringsperiode). Uit de brede intake kan blijken, dat bij de statushouder specifieke aandachtspunten aanwezig zijn. Ook hierop moet het PIP ingaan. Het is aan te bevelen om het PIP zo uitgebreid mogelijk te maken, aangezien dit de leidraad vormt waarlangs het gehele inburgeringstraject van 3 jaar zal verlopen, maar tegelijkertijd niet zo gedetailleerd, dat het geen ruimte biedt voor “zijstappen”. Kortom: uitgebreid maar flexibel. Het PIP wordt bij beschikking vastgesteld. STAP: format voor PIP ontwikkelen, (standaard) beschikking opstellen.

Leerroute: taal en alfabetisering Het formele taalonderwijs is in het kader van de leerroute, en dus van het PIP, wordt afgesloten met een examen of een mondelinge toets. Het taalonderwijs moet worden verzorgd door een professionele instelling met de juiste didactische bevoegdheden. Dit taalonderwijs moet worden ingekocht. Regionaal is al een marktconsultatie uitgevoerd en zal er ook een regionale aanbesteding plaatsvinden. STAP: regionale aanbesteding voor inkoop van het formele taalonderwijs.

23

Daarnaast is er nog het informele taalonderwijs. Dit is ondersteunend aan het formele onderwijs en heeft vooral tot doel om het geleerde in de praktijk te brengen. Dit taalonderwijs heeft ook een sociale functie: het brengt statushouders bij elkaar om samen, vaak in een meer gezellige omgeving, de taal te oefenen. In Veenendaal is hier in principe al voldoende voor aanwezig. Onder aansturing van de bibliotheek is er het Taalhuis. Bekeken wordt of het huidige aanbod voldoende is en ook de gewenste effectiviteit heeft, en waar nodig verfijningen kunnen worden aangebracht. In beginsel wordt dit lokaal ingericht, maar samenwerking met een of meer gemeenten is niet uitgesloten. STAP: effectiviteit en omvang van het huidige aanbod van informeel en ondersteunend taalonderwijs beschouwen en indien nodig verfijnen. De mogelijkheden voor bovenlokale samenwerking bekijken.

Leerroute: werk In de leerroutes gaan taal en werk samen. In de B1-route en de Z-route is arbeidsparticipatie een nadrukkelijk onderdeel. De Onderwijsroute richt zich vooral op het verwerven van studievaardigheden, maar dit betekent niet dat zij daarom zijn uitgesloten van (vrijwilligers)werk. Een statushouder in deze route, die aangeeft graag vrijwilligerswerk te willen doen of betaald werk kan aanvaarden in combinatie met zijn leerroute, moet hier ook de gelegenheid voor krijgen. De consulent zet de statushouder door naar de jobmatcher. De jobmatcher zet met de statushouder een traject uit, met het PIP als leidraad. De statushouders worden geholpen bij het vinden, verkrijgen en behouden van werk. Het streven is dat de statushouders zo snel mogelijk betaald werk vinden. Dit werk hoeft zich niet in Veenendaal te bevinden. Nu al verlopen nagenoeg alle activiteiten en projecten in het kader van arbeidstoeleiding in regionale samenwerking, voornamelijk via het Werkgeversservicepunt. Een regionale samenwerking ligt voor de hand, omdat het werk zich in de regio bevindt. Daarom wordt voor de toeleiding naar arbeid regionale samenwerking gezocht. STAP: regionale afstemming over de toeleiding naar betaald werk. Wanneer en zolang betaald werk niet mogelijk is, wordt de statushouder geacht vrijwilligerswerk te gaan doen.

Het zal naar alle waarschijnlijkheid ook als een verplichting worden opgenomen in het PIP.

24

Dit vrijwilligerswerk vindt bij voorkeur plaats zo dicht mogelijk bij huis, wat dus wil zeggen; in Veenendaal. De statushouders worden geholpen bij het vinden, verkrijgen en behouden van vrijwilligerswerk. STAP: lokaal mogelijkheden voor vrijwilligerswerk creëren. Zowel bij het betaald werk als bij het vrijwilligerswerk kan het nodig zijn dat hij hierbij wordt begeleid. Jobcoaching hoort daarom bij het aanbod. Bij het vrijwilligerswerk kan dit zelfs noodzakelijker zijn dan bij betaald werk, aangezien de organisaties waar dit vrijwilligerswerk wordt uitgevoerd niet noodzakelijk over een HR-management beschikken die hierop is toegerust. Het kunnen bijvoorbeeld vrijwilligersorganisaties zijn, of organisaties met een beperkte staf. STAP: afspraken maken voor de begeleiding (jobcoaching) bij betaald en vrijwilligerswerk.

Onderwijsroute Deelnemers aan de onderwijsroute worden voorbereid op het succesvol kunnen volgen van een opleiding. Hiervoor krijgen zij ondersteuning in het ontwikkelen van hun studievaardigheden, voorbereiding op het Nederlandse (vervolg)onderwijsstelsel en de noodzakelijke vaardigheden, zoals computervaardigheden.

Modules De modules maatschappelijke begeleiding en het participatieverklaringstraject (PVT) zijn nu al onderdeel van het inburgeringstraject. In de nieuwe wet zijn de modules op een paar kleine onderdelen gewijzigd. Wat wel wijzigt is de rol van de gemeente. Voor de gemeente is van belang, dat de modules zodanig zijn deze ook tot resultaat leiden. Met name voor het PVT is dit van belang, omdat de statushouder deze module met succes moet afronden als onderdeel van zijn inburgeringsplicht. Hier komt de regierol van gemeenten in beeld. Ook de module arbeidsmarkt en participatie (het MAP) is een onderdeel van de inburgeringsplicht. Deze module heeft betrekking op werk en het werken in Nederland. De uitvoering van deze module is wellicht in regionaal verband te bezien.

25

STAP: nadere afstemming over de uitvoering van de modules.

Ontzorgen De gemeente heeft de wettelijke plicht om gedurende de eerste 6 maanden na de vestiging de maandelijkse lasten van huur, gas en elektra, water en de premie voor de zorgverzekering in te houden op de uitkering en door te betalen aan de providers. Minder dan 6 maanden is niet toegestaan. Een langere duur in beginsel ook niet, maar op grond van de Participatiewet is dat wel mogelijk. Hier moet echter zeer terughoudend mee worden omgegaan en is feitelijk alleen bedoeld voor bijstandsgerechtigden met een ernstig risico op financiële problemen. Toepassing hiervan wordt daarom zo goed als uitgesloten. De gemeente Veenendaal voert sinds 2021 zelf de schulddienstverlening uit. Dit biedt mogelijkheden om het ontzorgen in de vorm van een budgetbeheer te regelen. Het is aan te bevelen om een coaching naar financiële zelfredzaamheid te koppelen aan de ontzorging. Deze coaching kan worden ingekocht, maar wellicht kan in de verdere ontwikkeling van de schulddienstverlening deze coaching in het pakket worden opgenomen. In de loop van 2021 wordt onderzocht welke manier van ontzorgen en coaching het beste zal werken. N.B. Het is de taak van de consulent om wijzigingen in deze bedragen door te geven aan de uitkeringsadministratie c.q. budgetbeheerder. Zo zal per 1 juli steeds de huur wijzigen en per 1 januari de zorgpremie.

STAP: Onderzoeken welke manier van ontzorgen (inhouding of budgetbeheer) het beste werkt en onderzoeken op welke wijze de coaching naar financiële zelfredzaamheid het meest geschikt is.

Maatschappelijke begeleiding Dit onderdeel is een verzameling van meerdere grotere en kleinere stappen, uit te voeren door diverse partners, professioneel als vrijwillig, en zowel lokaal als bovenlokaal.

26

Via het Besluit Inburgering en de Regeling Inburgering worden nadere regels gesteld over de vorm en de inhoud van de maatschappelijke begeleiding. In hoofdlijnen is te denken aan het regelen van voorzieningen (uitkering, toeslagen, e.d.), financiële ondersteuning, met name budgetcoaching, koppeling aan maatjes, (informele) taallessen, het leggen van contacten en kleinere activiteiten, bedoeld om beter bekend te raken met Veenendaal en om sociaal actief te zijn. Ook de input van de statushouders zelf (de ervaringsdeskundigen) is hierin mee te nemen. Het is in dit projectplan neergezet als één stap. Maar het is feitelijk een project op zichzelf. In een bijeenkomst (in januari 2021) met de stakeholders in Veenendaal is opgehaald wat de – professionele en vrijwillige – partners in Veenendaal kunnen en willen doen. Deze inventarisatie wordt gebruikt voor het inrichten van de maatschappelijke begeleiding. STAP: onderdelen en activiteiten ontwikkelen en uitzetten met en bij de diverse partners. STAP: inventarisatie van bestaande vrijwilligers initiatieven.

Ondertussengroep Het rijk zal nog met nadere voorstellen komen om de ondertussengroep mee te nemen in de nieuwe wet. Hiervoor heeft het rijk alvast € 25,5 miljoen gereserveerd. Het zal gaan om de statushouders, die op 1 juli 2021 nog in hun inburgeringstraject zitten 3. Dit zullen naar schatting 20 tot 25 personen zijn. Met VWON is af te stemmen om hoeveel statushouders het zal gaan en waar zij staan in hun traject. STAP: op basis van nadere voorstellen van het rijk bezien hoe de ondertussengroep kan deelnemen in het aanbod volgens de nieuwe wet.

3

Nu dus de statushouders die op 1 januari 2022 nog in hun inburgeringstraject zitten. Het aantal is nu niet in te schatten.

27

28

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11492053/1