CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

6.g Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Industrielaan 2-8 - bestemmingsplan - bijlage 6

Gemeenteraad 18 februari 2021, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Industrielaan 2-83.128 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

QUICKSCAN FLORA EN FAUNA INDUSTRIELAAN | VEENENDAAL ADVISEUR Ir. SICCO JANSEN 11-04-2019 | VERSIE 1.0

2

VEENENDAAL . 11-04-2019

QUICKSCAN FLORA EN FAUNA | VEENENDAAL Adviseurs: Ir. Sicco Jansen | rapportage 06 - 26 955 898 info@groenadviseurs.nl Opdrachtgever: Dhr. Wennekes | Frank van Woerden vastgoed BV

Jansen&Jansen Groenadviesbureau Velddijk 7a, Holten www.groenadviseurs.nl Versie: 1.0 Datum: 11 april 2019

© Jansen & Jansen Groenadviesbureau, Holten. Alle rechten voorbehouden. Behoudens uitzonderingen door de wet gesteld, mag zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbenden niets uit dit document worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, digitale reproductie of anderszins.

VEENENDAAL . 11-04-2019

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING 04

2

WERKWIJZE 05

3

WETTELIJK KADER 06

4

RESULTATEN 08

5

INGREEP 10

6

TOETSING AAN DE WET NATUURBESCHERMING

7

CONCLUSIE & ADVIES 12 LITERATUUR

BIJLAGE 1 - Overzichtskaart/projectgebied BIJLAGE 2 - Foto impressie van het plangebied

11

3

4

VEENENDAAL . 11-04-2019

1 INLEIDING 1.1 AANLEIDING Jansen & Jansen Groenadviesbureau is door een opdrachtgever gevraagd om een quickscan flora en fauna uit te voeren ten behoeve van sloop van meerdere bedrijfsgebouwen aan de Industrielaan in Veenendaal. Op de vrijgekomen locatie zal nieuwe bebouwing worden gerealiseerd. Met deze quickscan wordt een inschatting van de effecten van de voorgenomen ontwikkeling/ ingreep gemaakt op door de Wet natuurbescherming beschermde flora en fauna. De quickscan levert hiernaast adviezen op die betrekking hebben op de te volgen procedures en handelingen. 1.2 DOEL In deze quickscan worden de volgende vragen beantwoord: • Welke, door de Wet natuurbescherming beschermde flora en fauna komen (potentieel) voor in het plangebied(H4)? • Welke negatieve effecten kunnen de (potentieel) aanwezige flora en fauna ondervinden van de voorgenomen ingreep(H4)? • Wordt met het uitvoeren van de voorgenomen ingreep de Wet natuurbescherming overtreden(H6)? • Welke vervolgstappen zijn noodzakelijk om projectvertraging te minimaliseren en om overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen(H7)? 1.3 PLANGEBIED Het plangebied is gelegen in de bebouwde kom van Veenendaal, aan de doorgaande Industrielaan. De omgeving van het plangebied is tamelijk stenig van karakter; groene gebieden zijn schaars aanwezig.

Het plangebied vormt een onderdeel van een stedelijkweefsel dat is opgebouwd uit bedrijfsgebouwen, kantoren en appartementencomplexen. Het plangebied zelf bestaat uit verschillende bedrijfsgebouwen van Leeuwis Autobedrijven BV, het tankstation Esso en de bebouwing van kapsalon Van de Kraats. Op het moment van de quickscan wordt een deel van de bebouwing reeds gesloopt. Deze bebouwing is niet onderzocht in deze quickscan. Zie bijlage 1 voor een kaart van het plangebied en bijlage 2 voor een foto overzicht van het plangebied. Het plangebied is voor deze quickscan in meerdere delen opgedeeld. Deze verdeling is weergegeven op de kaart in bijlage 1.

Onderstaand een nadere beschrijving van plangebied: • Gebouw 1 (bebouwing kapsalon): Winkelpand met appartementen, wordt dagelijks gebruikt, bakstenenmuren met spouwmuur, open stootvoegen, dak van leisteen, dakbeschot aanwezig, enkele lage kieren in het dak (lager dan 3m), rond het gebouw is een tuin aanwezig met struiken en kleine bomen; • Gebouw 2 (autogarage): Loods met werkplaats en wasboxen, dagelijks in gebruik, opgebouwd uit stalen wandplaten, klein deel baksteenmuren (geen stootvoegen), dak uit bitumen en gladde panelen; • Gebouw 3 (Esso tankstation): stalen kapconstructie; • Gebouw 4 (winkel tankstation): deels bakstenenmuren met spouwmuur en open stootvoegen, deels van glas en gladde wandpanelen, plat dak, dakbeschot aanwezig; • Gebouw 5 (Taxi centrale): Loods, dagelijks in gebruik, opgebouwd uit stalen wandplaten, klein deel baksteenmuren (geen stootvoegen), dak uit bitumen en gladde panelen; • Gebouw 6 (kantoor): deels bakstenenmuren met spouwmuur (geen open stootvoegen zichtbaar), deels van glas en gladde wandpanelen, plat dak, dakbeschot aanwezig; • Gebouw 7 (showroom): wordt reeds gesloopt, wordt niet onderzocht in deze quickscan; • Omliggende terrein: verharding.

VEENENDAAL . 11-04-2019

2 WERKWIJZE Het onderzoek is op de volgende wijze uitgevoerd: [1] Op 09 april 2019 is het plangebied door S. Jansen bezocht. In het plangebied zijn ruimtelijke structuren en ecotopen geïnventariseerd. Er is zoveel mogelijk concrete informatie verzameld met betrekking tot de aan- of afwezigheid van beschermde soorten. Hiervoor is gezocht naar onder meer zicht- en geluidswaarnemingen, uitwerpselen, nesten, krabsporen en pootafdrukken etc. Tijdens het onderzoek is van de volgende hulpmiddelen gebruik gemaakt: • verrekijker; • camera; • ladder; • zaklamp. [2] Vervolgens is een literatuurstudie uitgevoerd. De literatuurstudie richt zich op bekende (verspreidings) gegevens die relevant zijn voor het voorkomen van beschermde flora- en fauna op de locatie (Wet natuurbescherming). De gegevens over voorkomen van beschermde flora- en fauna zijn te vinden in onder meer soortgroepen atlassen en internet. Ook zijn de gegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna geraadpleegd. [3] Aan de hand van de gegevens uit de literatuurstudie en het veldbezoek kan een inschatting gemaakt worden welke beschermde flora en fauna in het plangebied of in de nabijheid van het plangebied aanwezig zijn. Vervolgens kan met deze gegevens een inschatting worden gemaakt wat de invloed van de voorgenomen ingreep is op de gevonden natuurwaarden.

[4] Uiteindelijk wordt getoetst of de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming worden overtreden. Aanvullend worden een aantal bondige adviezen gegeven die betrekking hebben op de te volgen procedures en handelingen. Bijvoorbeeld over het uitvoeren van een aanvullend onderzoek of het aanvragen van een ontheffing.

5

6

VEENENDAAL . 11-04-2019

3 WETTELIJK KADER In dit hoofdstuk wordt kort de Wet natuurbescherming beschreven en de toepassing op de bescherming van soorten. 3.1 WET NATUURBESCHERMING Doelstelling van de Wet natuurbescherming in het kader van soortbescherming is het beschermen en ontwikkelen van natuur, mede vanwege de intrinsieke waarden, en het behouden en herstellen van biologische diversiteit. Het uitgangspunt van de wet is ‘nee, tenzij’. Dit betekent dat activiteiten met een schadelijk effect op beschermde soorten in principe verboden zijn. Van het verbod op schadelijke handelingen (‘nee’) kan onder voorwaarden (‘tenzij’) worden afgeweken, met een ontheffing of vrijstelling. Het verlenen hiervan valt onder de bevoegdheid van de provincie. Daarnaast erkent de wet dat ook dieren die geen direct nut opleveren voor de mens van onvervangbare waarde zijn: de erkenning van de intrinsieke waarde van het in het wild levende dier. Deze erkenning is terug te vinden in de zorgplicht. 3.1.1 Zorgplicht Voor alle flora en fauna die in het wild voorkomen geldt een algemene zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen met betrekking tot in het wild levende flora en fauna en het leefgebied van deze flora en fauna.

Voor de uitvoer van handelingen (bijvoorbeeld ruimtelijke ontwikkelingen) betekent dit dat voorafgaand aan de uitvoer er inzicht moet zijn in de aanwezige flora en fauna en wat het effect van de handelingen is op de aanwezige flora en fauna. Negatieve effecten op de aanwezige flora en fauna moeten in alle gevallen tot het minimale worden beperkt, ook als er een vrijstelling is voor bepaalde soorten, of als een ontheffing is verleend. 3.1.2 Beschermingsregimes De Wet natuurbescherming kent verschillende beschermingsregimes. Er is een apart beschermingsregime voor soorten die vallen onder de Vogelrichtlijn, een apart beschermingsregime voor soorten die vallen onder de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bonn en het Verdrag van Bern. Daarnaast is er een apart beschermingsregime voor soorten die vanuit een nationaal belang beschermd worden. Elk beschermingsregime kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten aan ontheffingen of vrijstellingen. De verschillende beschermingsregimes zijn in de Wet natuurbescherming vertaald naar de volgende categorieën: 1. Alle van nature in Nederland in het wild levende vogels zijn beschermd onder het beschermingsregime van de Europese Vogelrichtlijn (paragraaf 3.1); 2.

Soorten, niet vogels zijnde, van de Europese Habitatrichtlijn bijlage IV onderdeel a, het Verdrag van Bern bijlage II en het Verdrag van Bonn bijlage I, voor zover hun natuurlijke verspreidingsgebied zich in Nederland bevindt (paragraaf 3.2); 3. ‘Andere soorten’, waaronder soorten die vanuit nationaal belang bescherming behoeven (paragraaf 3.3) .

VEENENDAAL . 11-04-2019

Categorie 1 (§ 3.1)

Categorie 2 (§ 3.2)

Categorie 3 (§ 3.3)

Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen

Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen

Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen

Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen

Art 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen

Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen

Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben

Art. 3.5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen

Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort

Art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren

Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen

Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen

Tabel met een overzicht van de verbodsbepalingen per beschermingsregime. 3.1.3 Ontheffingen en vrijstellingen Het is mogelijk om in bepaalde gevallen verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming middels een ontheffing of vrijstelling te ontwijken. Om in aanmerking te komen voor een ontheffing of vrijstelling moet aan drie eisen/criteria worden voldaan: • Er is geen andere bevredigende oplossing voorhanden om overtreding van een verbodsartikel te voorkomen; • De handelingen worden uitgevoerd in het kader van een wettelijk belang. Voorbeelden van dergelijke belangen zijn ruimtelijke ontwikkeling, bestendig beheer en volksgezondheid; • De handelingen als geheel mogen geen afbreuk doen aan de gunstige staat van instandhouding van een soort.

7

8

VEENENDAAL . 11-04-2019

4 RESULTATEN

4.1 SOORTBESCHERMING 4.1.1 Flora Het plangebied bestaat uit bebouwing, verharding en een kleine gecultiveerde tuin; geen geschikt biotoop voor beschermde flora. De aanwezigheid van beschermde flora kan worden uitgesloten. 4.1.2 Amfibieën, vissen en reptielen Het plangebied bestaat uit bebouwing, verharding en een kleine gecultiveerde tuin. Er is geen water aanwezig in het plangebied zelf. De aanwezigheid van (beschermde) amfibieën, vissen en reptielen, in het plangebied, kan redelijkerwijs worden uitgesloten. 4.1.3 Vogels Tijdens het veldonderzoek is het plangebied onderzocht op sporen en aanwijzingen voor verblijfplaatsen van vogels met jaarrond beschermde verblijfplaatsen. Hierbij werd specifiek gelet op verblijfplaatsen van huismussen en gierzwaluwen. Huismussen werden niet waargenomen in of nabij het plangebied, dit terwijl het veldonderzoek werd uitgevoerd in de optimale periode voor inventarisatie van huismusnesten. De bebouwing in het plangebied is voorzien van platte daken of daken bedekt met gladde materialen. Er zijn in het plangebied geen potentieel geschikte verblijfplaatsen voor huismussen aangetroffen. De aanwezigheid van jaarrond beschermde verblijfplaatsen kan redelijkerwijs worden uitgesloten. In het plangebied zijn geen potentiele voor gierzwaluwen geschikte nestplekken aangetroffen.

De bebouwing in het plangebied bestaat vrijwel volledig uit loodsen met gladde wandplaten of andere voor gierzwaluwen, nauwelijks/niet geschikte constructies. Op waarnemingsplatforms zijn geen waarnemingen bekend van gierzwaluwverblijfplaatsen in het plangebied. De aanwezigheid van jaarrond beschermde verblijfplaatsen van gierzwaluwen kan redelijkerwijs worden uitgesloten. Ook de aanwezigheid van andere jaarrond beschermde verblijfplaatsen van vogels, waaronder verblijfplaatsen van uilen kan worden uitgesloten. Dit op basis van fysieke (on)geschiktheid van de bebouwing en het ontbreken van sporen/aanwijzingen tijdens het veldonderzoek. Wel is het mogelijk dat algemene broedvogels, zoals merels, tijdens broedseizoen verblijfplaatsen maken in de tuin van gebouw 1 (de kapsalon). 4.1.4 Zoogdieren Tijdens het veldonderzoek is het plangebied onderzocht op sporen en aanwijzingen voor de aanwezigheid van jaarrond beschermde verblijfplaatsen van zoogdieren. Hierbij was specifiek aandacht voor verblijfplaatsen van vleermuizen en steenmarters. De bebouwing in het plangebied is over het algemeen vrij ongeschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. De meeste bebouwing is opgebouwd uit gladde wand- en dakplaten.

De volgende bebouwingsonderdelen zijn mogelijk wel geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen: Gebouw 1 (baksteenmuren met open stootvoegen), gebouw 4 (baksteenmuren met open stootvoegen) gebouw 6 (baksteenmuren, afstaande daklijsten). In deze gebouwen kunnen verblijfplaatsen van vleermuizen niet worden uitgesloten.

9

VEENENDAAL . 11-04-2019

Tijdens het veldonderzoek zijn geen sporen van steenmarters aangetroffen in de te slopen bebouwing. De bebouwing wordt dagelijks gebruikt als werkplek of als woning. In de grotere omgeving van het plangebied zijn geen waarnemingen bekend van steenmarters. Het is niet de verwachting dat er verblijfplaatsen van steenmarters aanwezig zijn in het plangebied. Op basis van het veldonderzoek van de quickscan kan de aanwezigheid echter niet met 100% zekerheid worden uitgesloten, dit omdat niet alle gebouwen, aan de binnenzijde, volledig konden worden onderzocht. Naast verblijfplaatsen van vleermuizen zijn geen andere (beschermde) verblijfplaatsen van zoogdieren te verwachten in het plangebied. Dit door het ontbreken van sporen tijdens het veldonderzoek en door de relatieve ongeschiktheid van het plangebied. Wel is het mogelijk dat het plangebied (beperkt) gebruikt wordt als foerageergebied door vleermuizen. Het is echter niet de verwachting dat door het uitvoeren van de voorgenomen ingreep deze functie komt te vervallen of wezenlijk wordt aangetast.

Foerageergebied

Vliegroute

Winterverblijfplaats

Paarverblijfplaats

Kraamverblijfplaats

Zomerverblijfplaats

Op basis van gegevens uit de database van de Nationale Databank Flora en Fauna, literatuurstudie, geschiktheid van het plangebied en ervaringen van de onderzoeker is de onderstaande matrix ingevuld (zie tabel 1).

Gewone dwergvleermuis Ruige dwergvleermuis Rosse vleermuis Laatvlieger Gewone grootoorvleermuis Watervleermuis Meervleermuis Baardvleermuis Komt potentieel voor Geen negatief effect te verwachten Wel negatief effect te verwachten

Tabel 1: Matrix mogelijk voorkomende vleermuizen in/nabij het plangebied. 4.1.5 Libellen en dagvlinder In het plangebied komen geen voedselarm water of voor libellen en vlinders geschikte vegetaties voor. De aanwezigheid van (beschermde) libellen en dagvlinders kan dan ook redelijkerwijs worden uitgesloten. 4.1.6 Overige ongewervelden In het plangebied ontbreekt voor overige ongewervelden geschikt leefgebied. De aanwezigheid van overige ongewervelden kan dan ook redelijkerwijs worden uitgesloten.

10

VEENENDAAL . 11-04-2019

5 INGREEP Jansen & Jansen Groenadviesbureau is door een opdrachtgever gevraagd om een quickscan flora en fauna uit te voeren ten behoeve van sloop van meerdere bedrijfsgebouwen aan de Industrielaan in Veenendaal. Op de vrijgekomen locatie zal nieuwe bebouwing worden gerealiseerd. Voor de voorgenomen ontwikkeling zal het volledig plangebied op de schop gaan. Globaal worden de volgende ingrepen uitgevoerd: • Verwijderen van de huidige bebouwing, beplanting en verharding; • Bouwrijp maken van het terrein; • Realiseren van nieuwe bebouwing; • Veranderen van de terreininrichting rond de bebouwing. De Wet natuurbescherming hanteert een aantal belangen waaronder een ingreep kan vallen. Onderhavige ingreep valt onder belang [J] de uitvoering van werkzaamheden in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling.

VEENENDAAL . 11-04-2019

6 TOETSING AAN DE WET NATUURBESCHERMING Op basis van de resultaten van deze quickscan en de te verwachten effecten van de ingreep is een toetsing aan de Wet natuurbescherming uitgevoerd. Hierdoor is duidelijk geworden voor welke soorten mogelijk een negatief effect optreedt en of hiervoor aanvullend onderzoek dan wel een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming vereist is. 6.1 SOORTBESCHERMING Op basis van de resultaten van deze quickscan en de te verwachten effecten van de ingreep is duidelijk geworden dat het niet geheel uitgesloten kan worden dat door het uitvoeren van de voorgenomen werkzaamheden, verblijfplaatsen van vleermuizen verloren gaan. In gebouwen 1, 4 en 6 kunnen verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn. Naast verblijfplaatsen van vleermuizen is er ook een kleine kans dat er verblijfplaatsen van steenmarters in de bebouwing aanwezig zijn. Verblijfplaatsen van vleermuizen en steenmarters zijn jaarrond beschermd door de Wet natuurbescherming. Het verwijderen van deze verblijfplaatsen, zonder een ontheffing van het bevoegd gezag, is niet toegestaan. Naast mogelijke effecten op verblijfplaatsen van steenmarters en vleermuizen kunnen negatieve effecten op andere vaste rust- en verblijfplaatsen van vogels, zoogdieren, beschermde standplaatsen van planten of andere door de Wet natuurbescherming beschermde waarden worden uitgesloten.

Wel moet er rekening gehouden worden met de eventuele aanwezigheid van nesten van algemene broedvogels in de tuin rond gebouw 1, de kapsalon. Actieve nesten van vogels zijn altijd beschermd door de Wet natuurbescherming.

11

12

VEENENDAAL . 11-04-2019

7 CONCLUSIE & ADVIES 7.1 CONCLUSIE • Overtreding van de Wet natuurbescherming kan niet op voorhand worden uitgesloten. Mogelijk zijn er jaarrond beschermde verblijfplaatsen van de vleermuis aanwezig in gebouwen 1, 4 en 6. Het verwijderen van verblijfplaatsen van vleermuizen is niet toegestaan; • Geadviseerd wordt om de aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen nader te onderzoeken, middels een aanvullend veldonderzoek conform het Vleermuizenprotocol 2017. Het uitsluiten, dan wel vaststellen van verblijfplaatsen van vleermuizen, kan worden gedaan door het uitvoeren van vijf/zes veldonderzoeken in de periode van 15 mei tot 1 oktober; • Het lijkt niet aannemelijk dat er verblijfplaatsen van steenmarters aanwezig zijn in het plangebied. Toch wordt geadviseerd om de binnenzijde van de te slopen objecten aanvullend te inspecteren. Met behulp van deze inspectie kan de aanwezigheid van verblijfplaatsen van steenmarters definitief worden uitgesloten (of worden aangetoond); • Daarnaast moet er rekening gehouden worden met de eventuele aanwezigheid van nesten van algemene broedvogels in de tuin van gebouw 1. Actieve nesten van vogels zijn altijd beschermd door de Wet natuurbescherming. De sloopwerkzaamheden mogen niet worden uitgevoerd tijdens het broedseizoen, tenzij het zeker is dat er binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden geen actieve nesten van vogels aanwezig zijn.

Dit geldt ook voor de tuinen die grenzen aan de te slopen bebouwing (met name in het zuiden van het plangebied).

VEENENDAAL . 11-04-2019

LITERATUUR: LITERATUUR • Broekhuizen, S., Hoekstra, B., V. van Laar, C. Smeenk, & J.B.M. Thissen, 1992. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. KNNV Uitgeverij, Utrecht. • Limpens, H.J.G.A., K. Mostert & W. Bongers, 1997. Atlas van de Nederlandse vleermuizen; Onderzoek naar verspreiding en ecologie. KNNV Uitgeverij, Utrecht. • Vogelbescherming Nederland 2004. Rode Lijst Nederlandse broedvogels. • Gedragscode Ruimtelijke ontwikkeling & inrichting, Vereniging Stadswerk Nederland, Vakgroep Groen, Natuur en Landschap, 2011-2015. • Vleermuizen; Onderzoek naar verspreiding en ecologie. KNNV Uitgeverij, Utrecht. • Kennisdocument soortenbescherming, BIJ12,Provincies. WEBSITES • www.floron.nl • www.ravon.nl • www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/gebiedendatabase.aspx • www.florafaunawet.stowa.nl • www.rijksoverheid.nl • www.telmee.nl • www.zoogdieratlas.nl • www.waarneming.nl • www.zoogdiervereniging.nl

13

14

VEENENDAAL . 11-04-2019

BIJLAGE 1 Overzichtskaart/projectgebied

Ge

bo

uw

7

Ge

bo

uw

6

w5 bo u Ge

Ge

bo u

w4

w3 bo u Ge

Ge

bo u

w2

w1 bo u Ge Pla

nge

bie

d

QUICKSCAN Themakaart:

projectgebied blad 1/1

Datum:

11-04-2019

Schaal:

n.v.t.

Formaat: A3

VEENENDAAL . 11-04-2019

BIJLAGE 2 Foto impressie van het plangebied

15

16

VEENENDAAL . 11-04-2019

Overzicht

Het Esso tankstation

Gebouw 1, de kapsalon met tuin.

Gebouw 2

VEENENDAAL . 11-04-2019

Overzicht

Open stootvoegen in gebouw 1

Open stootvoegen in gebouw 4

Gebouw 6, met licht afstaande dakranden.

17

Contact JANSEN&JANSEN groenadviesbureau Velddijk 7a, Holten www.groenadviseurs.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9655788/2