6.f Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Industrielaan 2-8 - bestemmingsplan - bijlage 5
Tekst van het document
Rapport 21800423.R02a Bouwplan Industrielaan in Veenendaal Quickscan externe veiligheid
www.SPAWNP.nl
BOUW - MILIEU - RUIMTE
Rapport 21800423.R02a Bouwplan Industrielaan in Veenendaal Quickscan externe veiligheid
Datum: 1 oktober 2019
Frank van Woerden Vastgoed B.V. De heer M.J.J. Wennekes Lunet 1 3905 NW VEENENDAAL info@markwennekes.nl
Auteur: De heer ing. D.J. Hobert
Goedgekeurd: De heer ing. L.F.A. Theuws
Klinkenbergerweg 30a | 6711 MK EDE | 0318 614 383 Vrijlandstraat 33-c | 4337 EA MIDDELBURG | 0118 227 466 Hoenderkamp 20 | 7812 VZ EMMEN | 0591 238 110
info@SPAWNP.nl | SPAWNP.nl Lid NLINGENIEURS | kvk 0909.2661 ISO 9001:2015 | btw NL8053.02.530.B01
DENKKRACHT
IN
Opdrachtgever:
SPA WNP ingenieurs
INHOUD
21800423.R02a
PAGINA
1.
INLEIDING 1.1 Aanleiding en doel 1.2 Huidige situatie 1.3 Toekomstige situatie 1.4 Reikwijdte onderzoek
3 3 3 3 4
2.
BELEIDSKADER 2.1 Plaatsgebonden risico 2.2 Groepsrisico 2.3 Plasbrandaandachtsgebied 2.4 Verantwoordingsplicht
5 5 5 6 6
3.
RISICO’S DOOR INRICHTINGEN 3.1 Algemeen 3.2 Inventarisatie 3.3 Beoordeling
7 7 7 7
4.
RISICO’S DOOR BUISLEIDINGEN 4.1 Algemeen 4.2 Inventarisatie 4.3 Beoordeling
8 8 8 8
5.
RISICO’S DOOR VERVOER OVER WEG, WATER OF SPOOR 5.1 Algemeen 5.2 Inventarisatie 5.3 Beoordeling
9 9 9 10
6.
CONCLUSIES EN AANBEVELING
10
Dit document is eigendom van de opdrachtgever en mag door hem/haar worden gebruikt voor het doel waarvoor het is opgesteld. Niets uit dit document mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en/of van SPA WNP ingenieurs. Kwaliteit en verbetering van product en proces zijn bij SPA WNP ingenieurs gewaarborgd middels een kwaliteitsmanagementsysteem dat is gecertificeerd volgens NEN-EN-ISO 9001:2015.
Pagina 2
SPA WNP ingenieurs
1.
INLEIDING
1.1
Aanleiding en doel
21800423.R02a
In opdracht van Frank van Woerden Vastgoed B.V. is een quickscan externe veiligheid uitgevoerd. Aanleiding is de ruimtelijke procedure, die nodig is voor het realiseren van woningbouw aan de Industrielaan in Veenendaal. Het doel van het onderzoek is om een uitspraak te kunnen doen, of voor het initiatief knelpunten zijn op het vlak van externe veiligheid. Met het onderzoek zijn risicobronnen in de omgeving van het plangebied geïnventariseerd, voor zover het plangebied zich binnen hun invloedsgebied bevindt. Op basis van de verzamelde informatie is een inschatting gegeven van knelpunten en mogelijke vervolgacties. De bevindingen zijn in dit rapport weergegeven. 1.2
Huidige situatie In afbeelding 1 is de situering van het plangebied en de directe omgeving te zien. Het betreft een stedelijk gebied waarin woningen, kantoren en bedrijven aanwezig zijn. Afbeelding 1: Plangebied (globaal geel omlijnd) en omgeving
Plangebied
1.3
Toekomstige situatie De beoogde ontwikkeling betreft het realiseren van woningen ter plaatse van de huidige bedrijfspanden. In afbeelding 2 is de voorlopige invulling van het plangebied geschetst.
Pagina 3
SPA WNP ingenieurs
21800423.R02a
Afbeelding 2: Beoogde situatie plangebied
1.4
Reikwijdte onderzoek Door de opdrachtgever is om een uitvoerige ‘quickscan’ van de externe veiligheid in relatie tot het initiatief gevraagd. Uitgangspunt daarbij is dat alleen een kwalitatieve analyse wordt uitgevoerd.
Pagina 4
SPA WNP ingenieurs
2.
21800423.R02a
BELEIDSKADER Het beoordelingskader externe veiligheid richt zich op gevaarlijke stoffen en kan naar risicobron grofweg als volgt ingedeeld worden: 1. Inrichtingen, waar risicovolle activiteiten plaatsvinden; 2. buisleidingen; 3. vervoer over weg, water of spoor; 4. luchtverkeer1; 5. fysiek veiligheid (windmolens en hoogspanning, overstroming weide/bos brand)2. In het veiligheidsbeleid wordt gewerkt met afstanden of gebieden. Daarbij zijn drie basisbegrippen van belang, te weten: • PR-gebied: gebied waar plaatsgebonden risiconormen (PR) gelden en getoetst moeten worden; • Invloedsgebied: gebied waar beoordeling en verantwoording van het groepsrisico (GR) nodig is; • Plasbrandaandachtsgebied: het gebied (PAG), waarin rekening gehouden moet worden met de effecten van een plasbrand.
2.1
Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans per jaar dat een persoon dodelijk wordt getroffen door een ongeval, indien deze zich onafgebroken en onbeschermd op een bepaalde plaats zou bevinden. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren. Dit zijn lijnen, die punten met een zelfde risico met elkaar verbinden op een topografische kaart. Voor het plaatsgebonden risico geldt een grenswaarde voor kwetsbare objecten (bijvoorbeeld woningen) en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten (bijvoorbeeld bepaalde bedrijfsgebouwen). De grenswaarde voor het plaatsgebonden risico wordt voor nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten gesteld op een niveau van 10-6 per jaar. Binnen de 10-6 contour mogen geen nieuwe kwetsbare functies mogelijk worden gemaakt.
2.2
Groepsrisico Het groepsrisico (GR) drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als direct gevolg van een ongeval in een inrichting, waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. Het GR voor transport is de kans per jaar per kilometer transportroute dat een groep van tien of meer personen, in de omgeving van een transportroute, in een keer het dodelijk slachtoffer wordt van een ongeval op die transportroute. De normen voor het GR hebben een oriënterende waarde (inspanningsverplichting). Indien de oriënterende waarde voor het groepsrisico wordt overschreden, legt dit vaak ook ruimtelijke beperkingen op aan een gebied buiten de 10-6-contour (PR). Het GR wordt meestal weergegeven in een FN-curve grafiek, waarin op de horizontale as het aantal doden N staat en op verticale as de cumulatieve kans F per jaar op een ongeval waarbij N of meer doden vallen.
1
Het aspect luchtverkeer is in dit onderzoek niet van toepassing
2
Het aspect fysieke veiligheid is in dit onderzoek niet van toepassing
Pagina 5
SPA WNP ingenieurs
2.3
21800423.R02a
Plasbrandaandachtsgebied Het plasbrandaandachtsgebied (PAG) is het gebied, waarin bij het realiseren van kwetsbare objecten, rekening gehouden dient te worden met de effecten van een zogenaamde plasbrand. Deze plasbrand kan ontstaan door de ontsteking van uitgestroomde brandbare vloeistof uit een schip of tankwagen. In de Regeling Basisnet zijn de afstanden van het PAG voor weg, spoor en water vastgelegd. Een PAG geldt alleen voor nieuwe (nog te bouwen) kwetsbare objecten. Indien zich bestaande kwetsbare objecten binnen het PAG bevinden, hoeven deze niet te worden gesaneerd. Bij bouwplannen, die binnen een PAG vallen, zal specifiek moeten worden ingegaan op de effecten van een plasbrand (motivatie verplicht). Hier zouden bijvoorbeeld extra (bouwkundige) maatregelen kunnen volgen. Het PAG is verankerd in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt).
2.4
Verantwoordingsplicht Berekeningen van het groepsrisico geven inzicht in de mate van maatschappelijke ontwrichting. Met de uitkomsten van een dergelijke berekening kan daarom bewuster met risico’s worden omgegaan. Het is bij de beoordeling van dit groepsrisico de vraag, welke omvang van ramp of ontwrichting aanvaardbaar is. Hoe er met de verantwoording van het groepsrisico omgegaan dient te worden, verschilt per risicobron. Ten aanzien van inrichtingen wordt de verantwoording geregeld via het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), ten aanzien van buisleidingen is dit geborgd in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en ten aanzien van het vervoer van gevaarlijke stoffen geldt hiervoor het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt).
Pagina 6
SPA WNP ingenieurs
3.
RISICO’S DOOR INRICHTINGEN
3.1
Algemeen
21800423.R02a
Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) legt veiligheidsnormen op aan bedrijven, die een risico vormen voor personen buiten het bedrijfsterrein. Het gaat daarbij onder meer om: • Bedrijven, die onder het Besluit risico’s zware ongevallen vallen (Brzo); • LPG/LNG-tankstations; • opslagplaatsen (PGS); • ammoniakkoel-/vriesinstallaties; • spoorwegemplacementen. Het besluit bevat eisen voor het PR en regels voor het GR, en verplicht gemeenten en provincies hier bij het verlenen van milieuvergunningen en het maken van bestemmingsplannen rekening mee te houden. Op grond van het Bevi zijn in de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) voor een aantal bedrijfscategorieën vaste veiligheidsafstanden opgenomen. Voor zogenaamde niet-categoriale bedrijven moet de veiligheidsafstanden berekend worden. 3.2
Inventarisatie Bij de inventarisatie van de risicobronnen, die in de omgeving van het plangebied aanwezig zijn, is gebruik gemaakt van de EV-signaleringskaart, zie afbeelding 3. Afbeelding 3: EV-signaleringskaart en risicobronnen Bevi
Plangebied
Uit de EV-signaleringskaart blijkt dat er geen risicovolle bedrijven in de buurt van het plangebied aanwezig zijn. 3.3
Beoordeling Het aspect externe veiligheid, als gevolg van activiteiten met gevaarlijke stoffen, binnen inrichtingen, vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling binnen het plangebied.
Pagina 7
SPA WNP ingenieurs
4.
RISICO’S DOOR BUISLEIDINGEN
4.1
Algemeen
21800423.R02a
Het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) regelt de omgang met externe veiligheid rond buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen (zoals gas en brandbare vloeistoffen). De normen, die door het Bevb worden gehanteerd, zijn gelijkgesteld met het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), zodat eisen voor het plaatsgebonden risico (PR) en regels voor het groepsrisico (GR) gelijk zijn3. 4.2
Inventarisatie Uit de EV-signaleringskaart (zie afbeelding 4) en het buisleidingennetwerk in Nederland is gebleken dat zich binnen of in de buurt van het plangebied geen relevante buisleidingen bevinden. Afbeelding 4: EV-signaleringskaart en risicobronnen Bevb
Plangebied
4.3
Beoordeling Het aspect externe veiligheid, als gevolg van transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen, vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling binnen het plangebied.
3
Voor hogedruk aardgasleidingen met een ontwerpdruk lager dan 16 bar is geen externe veiligheidsbeleid van kracht. Het plaatsgebonden risico van deze leidingen kan bovendien niet worden berekend, omdat de kansen op lekkage en breuk van dergelijke leidingen niet bekend zijn.
Pagina 8
SPA WNP ingenieurs
21800423.R02a
5.
RISICO’S DOOR VERVOER OVER WEG, WATER OF SPOOR
5.1
Algemeen Het beleid voor vervoer van gevaarlijke stoffen via weg, binnenvaart en spoorweg is opgenomen in het Basisnet. Het Basisnet is een landelijk aangewezen netwerk voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Binnen bepaalde grenzen wordt dit vervoer over weg, binnenwater en spoor gegarandeerd. Het Basisnet heeft betrekking op de Rijksinfrastructuur: hoofdwegen (snelwegen), hoofdwaterwegen (binnenwateren) en hoofdspoorwegen (enkele uitzonderingen daargelaten). De wetgeving over het Basisnet wordt ook wel "Wet Basisnet" genoemd. De "Wet Basisnet" is een stelsel van wetten en regels, die hun oorsprong hebben in verschillende gebieden. Voor het vervoer van gevaarlijke stoffen is de Wet Vervoer Gevaarlijke Stoffen (Wvgs) de belangrijkste wet en die is aangepast aan het Basisnet. Voor ruimtelijke ordening, in relatie tot de transportroutes, is het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) ontstaan. Dit besluit is gebaseerd op de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en de Wet milieubeheer. In de Regeling Basisnet is opgenomen, waar risicoplafonds liggen langs transportroutes en welke regels er gelden voor ruimtelijke ontwikkeling.
5.2
Inventarisatie Aan de hand van de EV-signaleringskaart (zie afbeelding 5) en de regeling basisnet is gebleken dat: • over de N233 De Klomp – Ochten gevaarlijke stoffen worden vervoerd met een relevante intensiteit; • over de spoorlijn, ten zuidwesten van het plangebied, geen gevaarlijke stoffen worden vervoerd met een relevante intensiteit. Afbeelding 5: EV-signaleringskaart en risicobronnen Bevt
Plangebied
Spoorlijn
N233
Pagina 9
SPA WNP ingenieurs
21800423.R02a
N233 De Klomp – Ochten Over de N233 worden de gevaarlijke stoffen LF1, LF2 en GF3 vervoerd, de weg is niet opgenomen in het basisnet. De stofcategorie GF3 is wat betreft invloedsgebied maatgevend, het invloedsgebied bedraagt hiervoor 355 meter. Het plangebied ligt op meer dan 1 kilometer afstand. 5.3
Beoordeling Het aspect externe veiligheid, als gevolg van transport van gevaarlijke stoffen door vervoer over weg, water of spoor, vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling binnen het plangebied.
6.
CONCLUSIES EN AANBEVELING Samenvattend wordt op basis van de uitgevoerde quickscan externe veiligheid voor de ontwikkeling van woningbouw aan de Industrielaan in Veenendaal, het volgende geconcludeerd: 1. Het plaatsgebonden risico vormt in geen van de gevallen een belemmering voor de planontwikkeling; 2. Het groepsrisico vormt in geen van de gevallen een belemmering voor de planontwikkeling. Aanbevolen wordt, ten behoeve van de verantwoording van het groepsrisico, deze rapportage, aan de Veiligheidsregio voor te leggen.
SPA WNP ingenieurs
Pagina 10