6.e Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Industrielaan 2-8 - bestemmingsplan - bijlage 4
Tekst van het document
Rapport 21800423.R04a Bouwplan Industrielaan in Veenendaal Watertoets
www.SPAWNP.nl
BOUW - MILIEU - RUIMTE
Rapport 21800423.R04a Bouwplan Industrielaan in Veenendaal Watertoets
Datum: 1 oktober 2019
Frank van Woerden Vastgoed B.V. De heer M.J.J. Wennekes Lunet 1 3905 NW VEENENDAAL info@markwennekes.nl
Auteur: De heer ing. D.J. Hobert
Goedgekeurd: Mevrouw ing. N. Jacobs
Klinkenbergerweg 30a | 6711 MK EDE | 0318 614 383 Vrijlandstraat 33-c | 4337 EA MIDDELBURG | 0118 227 466 Hoenderkamp 20 | 7812 VZ EMMEN | 0591 238 110
info@SPAWNP.nl | SPAWNP.nl Lid NLINGENIEURS | kvk 0909.2661 ISO 9001:2015 | btw NL8053.02.530.B01
DENKKRACHT
IN
Opdrachtgever:
SPA WNP ingenieurs
INHOUD
21800423.R04a
PAGINA
1.
INLEIDING 1.1 Uitgangspunten 1.2 Doel van het onderzoek
3 3 3
2.
BELEID 2.1 Europees en nationaal beleid 2.2 Provinciaal Bodem- Water en milieuplan 2016-2021 2.3 Beleid Waterschap Vallei en Veluwe 2.4 Gemeentelijk waterbeleid
4 4 6 6 7
3.
PLANGEBIED 3.1 Huidige situatie 3.2 Voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling 3.3 Digitale watertoets
8 8 9 10
BIJLAGE 1
Resultaat Digitale watertoets
Dit document is eigendom van de opdrachtgever en mag door hem/haar worden gebruikt voor het doel waarvoor het is opgesteld. Niets uit dit document mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en/of van SPA WNP ingenieurs. Kwaliteit en verbetering van product en proces zijn bij SPA WNP ingenieurs gewaarborgd middels een kwaliteitsmanagementsysteem dat is gecertificeerd volgens NEN-EN-ISO 9001:2015.
Pagina 2
SPA WNP ingenieurs
1.
21800423.R04a
INLEIDING Aan de Industrielaan in Veenendaal is het voornemen om woningbouw te realiseren. In het kader van deze ontwikkeling is een watertoets uitgevoerd. Deze heeft tot doel om in een vroegtijdig stadium de waterbelangen te laten meewegen, af te stemmen met de betreffende betrokken partijen en te komen tot een hydrologisch neutraal plan. Wettelijk is een voorkeursvolgorde vastgelegd voor het bergen van hemelwater: 1. hergebruik voor huishoudelijke of bedrijfsdoeleinden; 2. infiltratie in de (boven) grond; 3. lozen op het oppervlaktewater; 4. afvoeren via de riolering met een verbeterd gescheiden rioolstelsel. Het plangebied valt binnen het beheersgebied van Waterschap Vallei en Veluwe
1.1
Uitgangspunten Bij het opstellen van de watertoets is uitgegaan van de volgende gegevens: • Tekeningen ‘plan voor woningbouw op het voormalige Leewis/Boldermanterrein aan de Industrielaan te Veenendaal’ d.d. 16 september 2019; • Rapportage historisch vooronderzoek en locatiebezoek (NEN 5725), d.d. 27 juni 2019.
1.2
Doel van het onderzoek Doel van het onderzoek is te bepalen hoeveel de te bergen hoeveelheid hemelwater in de toekomstige situatie toeneemt ten opzichte van de huidige situatie en op welke wijze dit water het beste geborgen kan worden, zodat een hydrologisch neutrale situatie ontstaat. Om tot een geschikte oplossing te komen, moet rekening worden gehouden met locatie specifieke omstandigheden. Op basis van dit onderzoek kan een uitgewerkt technisch ontwerp en de bijbehorende kostenraming worden opgesteld. Dit valt buiten de reikwijdte van deze watertoets.
Pagina 3
SPA WNP ingenieurs
2.
BELEID
2.1
Europees en nationaal beleid
21800423.R04a
Europese Kaderrichtlijn Water Deze kaderrichtlijn gaat ervan uit dat water een erfgoed is, dat moet worden beschermd en verdedigd. Het bevat het kader voor bescherming van landoppervlaktewater, overgangswater, kustwater en grondwater. Dit behoedt aquatische ecosystemen en gebieden, die hiervan afhankelijk zijn voor achteruitgang. Emissies worden verbeterd, duurzaam gebruik wordt bevorderd en de grondwaterkwaliteit wordt aanzienlijk minder verontreinigd. In het Deltaprogramma Rivieren zijn strategieën ontwikkeld voor de lange termijn (2050 en 2100) gericht op de toename van de afvoer op de grote rivieren en de benodigde bescherming van het gebied. Het Nationaal Waterplan heeft de voorkeursstrategieën vanuit het Deltaprogramma integraal opgenomen. Nationaal Waterplan 2016-2021 Op 10 december 2015 hebben de minister van Infrastructuur en Milieu en de staatssecretaris van Economische Zaken het Nationaal Waterplan 2016 – 2021 vastgesteld. Het Nationaal Waterplan 2016-2021 geeft de hoofdlijnen, principes en inrichting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2016-2021 met een vooruitblik tot 2050. Het Rijk speelt proactief in op klimaatverandering.
Doel is het robuust en toekomstgericht inrichten van ons watersysteem, gericht op bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit en gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart. Het beleid is integraal van opzet door natuur, scheepvaart, landbouw, energie, wonen, recreatie, cultureel erfgoed en economie zo veel mogelijk in samenhang met de wateropgaven te ontwikkelen. Het Rijk initieert zelf en werkt samen met andere partijen, stimuleert en informeert om de beleidsdoelen te bereiken. Naast overheid zijn bedrijven en burgers zich in 2021 meer bewust van de kansen en bedreigingen van water in hun omgeving. Het Waterplan is aan te merken als een Structuurvisie. Dit beleidsplan gaat uit van een stroomgebiedbenadering. In Nederland is sprake van de 4 stroomgebieden: • de Rijn; • de Maas; • de Schelde; • de Eems. Per stroomgebied is het beleid verschillend. Voorts zijn er strategieën gericht op deelgebieden, zoals de Zeeuwse Delta, het Rivierengebied, het IJsselmeer, de Noordzee, de Kust en het Waddengebied. Het plangebied is gelegen in stroomgebied de Rijn. In het Nationaal Waterplan 2016-2021 zijn onderstaande algemene thema’s opgenomen. Waterveiligheid: Iedereen in Nederland krijgt hetzelfde basisbeschermingsniveau (1/100.000per jaar).
Waar veel slachtoffers kunnen vallen of grote economische schade kan ontstaan en bij vitale infrastructuur wordt extra bescherming geboden. Per kering zijn nieuwe normen geformuleerd.
Pagina 4
SPA WNP ingenieurs
21800423.R04a
Zoetwaterbeleid: Voor voldoende zoet water is het beleid gericht op het veiligstellen van de aanvoer en het tegengaan van verzilting in gevoelige gebieden. Het bestaande hoofdwatersysteem wordt beschermd en versterkt als buffer en aanvoerroute met gerichte korte termijninvesteringen, zoals het vergroten van de zoetwaterbuffer in het IJsselmeergebied in de zomer door geringe peilstijging. Waterkwaliteit: Met verschillende partijen maakt het Rijk gebiedsgerichte afspraken om de doelstellingen voor de stoffen, die OESO noemt en de nieuwe stoffen te bereiken. Eind 2021 zijn gebiedsgericht knelpunten geagendeerd en worden deze aangepakt. Eén van de actiepunten is het verminderen van de emissie van gewasbestrijdingsmiddelen. Voor glastuinbouw komt een zuiveringsverplichting voor spuiwater te gelden. Voor de effecten van geneesmiddelen komt een ketengerichte benadering. Verder is er een Deltaplan Agrarisch Waterbeheer met gebiedsgericht en knelpuntsgewijs maatwerk. Voor het terugdringen van kunststof is het Kunststofketenakkoord gesloten. In het Besluit Kwaliteitsdoelstellingen en Monitoring Water worden de Beste Beschikbare Technieken voorgeschreven. Voorts is de Structuurvisie Ondergrond (STRONG), die als ontwerp in november 2016 is gepubliceerd, een visie op duurzaam en efficiënt gebruik van grondwater en strategische watervoorraden.
Stroomgebiedsplannen in het kader van de Europese Kaderrichtlijn Water: De eerste plannen zijn in uitvoering en worden in overleg met provincies en waterschappen voor alle vier de stroomgebieden binnen de planperiode geactualiseerd. Het is nadrukkelijk de bedoeling dat bij het uitwerken van plannen, water en ruimtelijke ontwikkeling op elkaar aansluiten of elkaar versterken. De watertoets blijft een wettelijk verplicht onderdeel in de planvorming. Voor het klimaatbestendig en water robuust inrichten, komen De Nationale Adaptiestrategie en de Nationale Omgevingsvisie. In 2014 is de Rijksvisie “Natuurlijk verder” gepresenteerd, die uitgaat van het versterken van de natuur met de samenleving. Ook bij het willen bereiken van de doelen van het Energieakkoord (2013) is de inzet van gronden/wateren zeer wel mogelijk. Onderdeel is voorts het kunnen behouden van wateren voor de scheepvaart en een beknopte functielijst van Rijkswateren. Duurzaam waterbeheer 21e eeuw (2000) De kern van het Waterbeleid 21e eeuw is dat water de ruimte moet krijgen, voordat het die ruimte zelf neemt. Dit betekent dat in het landschap en in de stad ruimte gemaakt wordt om water op te slaan. Bijvoorbeeld dat toegelaten wordt dat rivieren bij hoge waterstanden gecontroleerd buiten hun oevers treden, op plekken waar daar ruimte voor is gemaakt.
Daarmee worden problemen in andere, lager gelegen gebieden voorkomen. Vasthouden, bergen, afvoeren De waterbeheerder heeft gekozen voor een strategie, die uitgaat van het principe dat een overvloed aan water wordt opgevangen waar deze ontstaat. Dat betekent dat het water niet meer zo snel mogelijk afgevoerd wordt, maar dat het water zolang mogelijk wordt vastgehouden onder andere in de bodem. Is vasthouden niet meer mogelijk, dan bergen de waterbeheerders het in gebieden, die daarvoor zijn uitgekozen. Zo wordt tevens verdroging voorkomen. Pas als het niet anders kan, wordt het water afgevoerd. Schoon houden – scheiden – schoonmaken Om verontreiniging van bodem, grond- en/of oppervlaktewater te voorkomen, is het belangrijk dat hemelwater niet vervuild raakt. Dit kan door eisen te stellen aan materialen.
Pagina 5
SPA WNP ingenieurs
2.2
21800423.R04a
Provinciaal Bodem- Water en milieuplan 2016-2021 Het beleidsterrein bodem, water en milieu is de laatste jaren sterk in ontwikkeling geweest. De wetgeving voor bodem, water en milieu is aan verandering onderhevig, internationaal zijn er regels en afspraken bij gekomen en nationaal zijn wetten samengevoegd en vereenvoudigd. Bovendien zijn bevoegdheden tussen overheden verschoven. Het veranderingsproces dat zich voltrekt, levert een vernieuwde provinciale beleidsinsteek op. Deze is veel meer dan voorheen gericht op het voorkomen van problemen en vooral op het verbeteren van de Utrechtse leefkwaliteit. De gebiedsgerichte aanpak staat hierbij centraal. In dit kader is het 'Bodem- Water en Milieuplan 2016-2021' opgesteld. Hierin richt de provincie zich op het behoud en verder verbeteren van het aantrekkelijke woon-, werk- en leefklimaat in de provincie. Voor bodem, water en milieu betekent dit dat er gestreefd wordt naar: • een robuust bodem- en watersysteem.
Dit houdt in dat onder normale omstandigheden alle functies goed uitgevoerd kunnen worden en dat extreme situaties goed opgevangen kunnen worden; • bodem-, water- en milieukwaliteiten, die passend zijn voor de functie van een gebied; • een duurzaam gebruik van de fysieke leefomgeving, zodat de mogelijkheden, die het natuurlijk systeem ons biedt, ook in de toekomst gebruikt kunnen worden; • een gezonde leefomgeving, die een positieve bijdrage levert aan de economische en maatschappelijke ontwikkelingen in de regio. De rol van stedelijke gebieden wordt steeds belangrijker. In stedelijke gebieden wonen, werken en recreëren mensen relatief dicht op elkaar, waardoor ogenschijnlijk kleine ontwikkelingen relatief veel effect op de fysieke leefomgeving (kunnen) hebben. Om te komen tot een duurzaam gebruik van het bodem- en watersysteem is het vinden van een balans, tussen de groei van het gebruik enerzijds en de bescherming van de leefkwaliteit anderzijds, noodzakelijk. Ook het inspelen op de gevolgen van de klimaatverandering wordt een steeds belangrijkere factor bij de inrichting van gebieden. Zowel in het landelijk als het stedelijk gebied neemt de urgentie toe van het treffen van voorzieningen om wateroverlast, door hoge neerslagintensiteiten, te voorkomen, overstromingsrobuust te bouwen en het vasthouden van water om droogteperioden te overbruggen.
Ten aanzien van grondwater is de doelstelling dat de grondwatervoorraad mag benut worden, zonder dat deze wezenlijk wordt aangetast of andere belangen worden geschaad. Het stand still-beginsel - het op peil houden van de huidige hoeveelheid en kwaliteit van het grondwater - is de minimale ambitie voor het beleid. Het kan echter nodig zijn om lokaal de grondwaterkwantiteit of -kwaliteit te verbeteren (step forward), bijvoorbeeld omdat er anders negatieve effecten optreden op natuur, die van grondwater afhankelijk is.
2.3
Beleid Waterschap Vallei en Veluwe Het beleid van het Waterschap Vallei en Veluwe staat beschreven in het Waterbeheerprogramma 2016-2021, vastgesteld op 30 september 2015. Het programma geeft aan wat de ambities zijn, welke doelen het waterschap nastreeft en hoe ze deze doelen gaan bereiken.
Pagina 6
SPA WNP ingenieurs
21800423.R04a
De ambities van het waterschap zijn: • het gebied beschermen tegen overstromingen; • zorgen voor de juiste hoeveelheid water; • zorgen voor de juiste hoeveelheid oppervlaktewaterkwaliteit; • schoon en vuil water zoveel mogelijk scheiden; • de hoogst mogelijke waarde uit het water halen; • de waterketen en het watersysteem als één systeem beheren, samen met partners. 2.4
Gemeentelijk waterbeleid De gemeente Veenendaal heeft haar beleid voor de periode 2017 t/m 2020 opgenomen in het Gemeentelijk Riolerings- en Waterplan (GRWP). In dit plan beschrijft de gemeente op welke wijze haar zorgtaken voor afvalwater, hemelwater, grondwater en oppervlaktewater uitvoert. Met het rioleringsplan geeft de gemeente aan wat zij doet om te zorgen voor goede afvoer van afvalwater en regenwater en het voorkomen van overlast door grondwater. De gemeente heeft een zorgtaak voor: • het doelmatig inzamelen, afvoeren of verwerken van stedelijk afvalwater; • het behouden van een goede werking van de riolering; • het treffen van doelmatige maatregelen tegen structurele grondwateroverlast en verwerking van de ingezameld grondwater. De gemeente Veenendaal wenst door samenwerking met bewoners en bedrijven het oppervlakte aan verharding te verminderen voor een verbeterde doorlaatbaarheid van de bodem. De vertraagde afvoer van hemelwater voorkomt overbelasting van het riool. Daarnaast helpt het vergroenen tegen ‘hittestress’ en levert het een bijdrage aan de biodiversiteit.
Pagina 7
SPA WNP ingenieurs
3.
PLANGEBIED
3.1
Huidige situatie
21800423.R04a
Het plangebied is gelegen aan de Industrielaan, kadastraal bekend als gemeente Veenendaal, sectie C, nummers 2681, 2682, 31857, 3156, 1616 en 1615. In de huidige situatie is het plangebied in zijn geheel verhard. Afbeelding 1: Huidige situatie plangebied
Oppervlaktewater In het plangebied liggen geen belangrijke oppervlaktewateren (zogenaamde primaire of Awatergangen), waterkeringen of gebieden, die zijn aangewezen voor regionale waterberging. Riolering Op basis van het bestemmingsplan voor het naastgelegen perceel (Industrielaan 12), vastgesteld d.d. 20 september 2018, blijkt dat Langs de Industrielaan een apart regenwaterriool (verbeterd gescheiden stelsel) ligt. Verhardingen en daken zijn aangesloten op dit hemelwaterriool, waarbij dit hemelwater wordt afgevoerd naar de waterpartij langs De Grote Plekken. Voor het overige deel van het plangebied geldt dat naar alle waarschijnlijkheid sprake is van een gemengd stelsel, waarbij het hemelwater van daken ven verharding geloosd wordt op dit stelsel en afgevoerd wordt naar de rioolwaterzuivering. Ten tijde van dit onderzoek wordt de Industrielaan gereconstrueerd en wordt voorzien in een renovatie van de bestaande vuilwaterriolering en het aanbrengen van een nieuw hemelwaterriool.
Pagina 8
SPA WNP ingenieurs
3.2
21800423.R04a
Voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling De voorgenomen ontwikkeling binnen het plangebied bestaat uit het realiseren van woningbouw, verdeeld over drie woonblokken, en bijhorende parkeer- en verkeersvoorzieningen. In de volgende afbeelding is de situatietekening van de beoogde ontwikkeling binnen het plangebied weergegeven. Afbeelding 2: Beoogde ontwikkeling binnen het plangebied
Binnen het plangebied wordt ervoor gekozen om ten opzichte van de huidige situatie het aantal vierkante meters verharding te verminderen. Dit door het realiseren van een wadi en onverhard gebied, binnen het plangebied. Het parkeren is voorzien op het maaiveld, deels onder een opgetilde groene binnentuin. Omdat met de ontwikkeling het aantal vierkante meters verharding aanzienlijk afneemt, is er geen aanvullende waterberging nodig. Riolering Bij nieuwbouwplannen zal zoveel mogelijk rekening gehouden moeten worden met de laatste inzichten op het gebied van duurzame waterhuishouding, dit betekent dat waar mogelijk: • afgekoppeld wordt; • een gescheiden rioolstelsel voor regenwater en (afval)water aangelegd wordt. Voor de ontwikkeling binnen het plangebied geldt dat een gescheiden stelstel aangelegd dient te worden, welke kan worden aangesloten op het bestaande (verbeterd) gescheiden stelsel.
Pagina 9
SPA WNP ingenieurs
21800423.R04a
Grondwater Het waterschap adviseert om boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te ontwerpen om grondwateroverlast te voorkomen. Het plangebied is gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied. Op basis van het vigerende bestemmingsplan (artikel 23.1) geldt: 23.1.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de navolgende werken en/of werkzaamheden uit te voeren of te doen uitvoeren binnen de gronden als bedoeld in 23.1.1: a. het maken en/of het buitengebruik stellen van boorputten; b. het realiseren van ondergrondse bouwwerken; c. het indrijven van voorwerpen in de bodem zoals damwanden, diepwanden of schermen, alsmede het verwijderen van deze voorwerpen; d. het realiseren van funderingswerken, zoals het aanbrengen van palen in de grond. De werken en werkzaamheden als bovenstaand genoemd zijn slechts toelaatbaar, indien door die werken en werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachte gevolgen, geen onevenredige aantasting van het grondwater ontstaat of kan ontstaan. 3.3 Digitale watertoets Voor het plan is een digitale watertoets uitgevoerd op www.dewatertoets.nl.
De beoordeling is als volgt: “In het plangebied liggen geen belangrijke oppervlaktewateren (zogenaamde primaire of Awatergangen), waterkeringen of gebieden die zijn aangewezen voor regionale waterberging. Dit betekent dat dit plan geen essentiële waterbelangen raakt. Op basis daarvan wordt door het waterschap voor het onderhavige plan een positief wateradvies gegeven.” Het resultaat van de watertoets is opgenomen in bijlage 1 van deze rapportage. SPA WNP ingenieurs
Pagina 10
BIJLAGEN
SPA WNP ingenieurs
21800423 Bijlage 1.1
datum 23-7-2019 dossiercode 20190723-10-21055
Wateradvies voor ruimtelijke plannen met een klein waterbelang (korte procedure)
Algemeen Sinds 1 november 2003 is voor alle ruimtelijke plannen de watertoets verplicht. Het doel van de watertoets is waterbelangen evenwichtig mee te nemen in het planvormingsproces van Rijk, Provincies en gemeenten. Hiermee wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. De toets omvat het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de in ruimtelijke plannen voorkomende waterhuishoudkundige aspecten. Via de digitale watertoets is beoordeeld of en welke waterbelangen voor het plan relevant zijn.
Beoordeling In het plangebied liggen geen belangrijke oppervlaktewateren (zogenaamde primaire of A- watergangen), waterkeringen of gebieden die zijn aangewezen voor regionale waterberging. Dit betekent dat dit plan geen essentiële waterbelangen raakt. Op basis daarvan wordt door het waterschap voor het onderhavige plan een positief wateradvies gegeven.
SPA WNP ingenieurs
21800423 Bijlage 1.2
Aandachtspunten Voor de verdere uitwerking en concretisering van de beoogde ontwikkeling, geeft het waterschap aan dat rekening gehouden moet worden met een aantal algemene en gebiedsspecifieke aandachtspunten voor water.
Algemene aandachtspunten
Vasthouden - bergen - afvoeren Een belangrijk principe is dat een deel van het hemelwater binnen het plangebied wordt vastgehouden en/of geborgen en dus niet direct afgevoerd wordt naar de riolering of het oppervlaktewater. Hiermee wordt bereikt dat de waterzuiveringsinstallatie beter functioneert, verdroging wordt tegen gegaan en piekafvoeren in het oppervlaktewater (met eventueel wateroverlast in benedenstrooms gelegen gebieden) wordt voorkomen. Bij lozing op oppervlaktewater zal hiervan een melding gedaan moeten worden bij het waterschap.
Grondwaterneutraal bouwen Om grondwateroverlast te voorkomen adviseert het waterschap om boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te ontwerpen. Dit betekent dat aspecten zoals ontwateringsdiepte en infiltratie van hemelwater, beschouwd worden ten opzichte van de GHG. Het structureel onttrekken / draineren van grondwater is geen duurzame oplossing en moet worden voorkomen. Het waterschap adviseert de initiatiefnemer dan ook om voorafgaand aan de ontwikkeling een goed beeld te krijgen van de heersende grondwaterstanden en GHG. Eventuele grondwateroverlast is in eerste instantie een zaak voor de betreffende perceeleigenaar.
SPA WNP ingenieurs
Schoon houden - scheiden - schoon maken
21800423 Bijlage 1.3
Om verontreiniging van bodem, grond- en/of oppervlaktewater te voorkomen is het van belang dat het afstromende hemelwater niet verontreinigd raakt. Dit kan door nadere eisen of randvoorwaarden te stellen aan bijvoorbeeld de toegepaste (bouw)materialen. Wij vragen de initiatiefnemer om duurzame bouwmaterialen te gebruiken. De gemeente kan u hierbij verder helpen.
Tot slot Eventueel benodigde vergunningen worden niet binnen de watertoets procedure of met deze Digitale Watertoets geregeld en zullen via daarvoor bedoelde procedures verkregen moeten worden. Een watervergunning van het waterschap is bijvoorbeeld nodig voor het dempen en/of vergraven van watergangen, het lozen van water op oppervlaktewater en het onttrekken van grondwater. Informatie over een watervergunning kunt u vinden op de website van het waterschap (www.vallei-veluwe.nl/loket). Op www.omgevingsloket.nl kunt u een watervergunning aanvragen. Daarnaast kunt u telefonisch contact opnemen met het waterschap onder telefoonnummer 055 - 52 72 911. Wij wensen u succes met de verdere ruimtelijke planvorming en verzoeken u het voorontwerp bestemmingsplan naar ons te mailen [watertoets@vallei-veluwe.nl].
Heeft u vragen of opmerkingen over deze watertoetsapplicatie? Laat het ons per mail weten [watertoets@vallei-veluwe.nl]. Voor dringende watertoetszaken kunt u ons telefonisch bereiken op 055 - 52 72 911.
Team Watertoets, Waterschap Vallei en Vallei
Disclaimer Waterschap Vallei en Veluwe streeft ernaar om correcte en actuele informatie in deze watertoetsapplicatie aan te bieden. Aan het beschikbaar gestelde kaartinformatie kunnen geen rechten worden ontleend. Waterschap Vallei en Veluwe aanvaard geen aansprakelijkheid voor enige vorm van schade naar aanleiding van het gebruik of de informatie die via deze applicatie beschikbaar wordt gesteld.
www.dewatertoets.nl
Klinkenbergerweg 30a | 6711 MK EDE | 0318 614 383 Vrijlandstraat 33-c | 4337 EA MIDDELBURG | 0118 227 466 Hoenderkamp 20 | 7812 VZ EMMEN | 0591 238 110