CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

6. Concept beleidsregels bekostiging leerlingenvervoer 2024

Gemeenteraad 14 december 2023, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Verordening bekostiging Leerlingenvervoer Veenendaal 20243.819 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beleidsregels bekostiging leerlingenvervoer Veenendaal 2024 Geldend van 1 januari 2024 tot en met heden

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veenendaal; Gelezen het voorstel van d.d. ………………………… overwegende dat

In de Veenendaalse visie wordt er zo veel mogelijk ingezet op het creëren van zelfstandigheid en zelfredzaamheid van kinderen. Hoewel er een groep leerlingen is voor wie dit voor altijd of nog lange tijd een droom blijft/is, stimuleren we deze ontwikkeling op verschillende manieren. In deze visie past het niet om leerlingen, die in staat zijn om met de fiets of het openbaar vervoer naar school te reizen een vergoeding te geven als ze in de auto van bijvoorbeeld hun ouders of een ander stappen. Dat stimuleert hen immers niet in de ontwikkeling van het zelfstandig reizen. Het college hanteert bij de uitvoering van de Verordening bekostiging leerlingenvervoer Veenendaal 2024 de volgende uitgangspunten: - De verantwoordelijkheid voor het van en naar school brengen van de kinderen de primaire verantwoordelijkheid van de ouders is. Het leerlingenvervoer is niet bedoeld om ouders te ontlasten van hun verantwoordelijkheid voor een goede schoolgang van hun kinderen. - Het leerlingenvervoer is bekostigd dan wel een tegemoetkoming in de kosten van het vervoer tussen structurele verblijfplaats en school is verstrekt. - De vorm van bekostiging van leerlingenvervoer sluit zoveel mogelijk aan op de individuele mogelijkheden en eventuele handicap van de leerling. het college de zelfredzaamheid in het reizen van leerlingen wil vergroten en daarbij het volgende beleid hanteert: a.

1e De gemeente Veenendaal wil stimuleren dat leerlingen dichtbij huis naar school gaan. Om dit te stimuleren wordt voor de vormen van (voortgezet) speciaal onderwijs, die in Veenendaal aanwezig zijn, niet de wettelijke maximale afstandsgrens van 6 kilometer gehanteerd. We hanteren in plaats daarvan voor: - het speciaal basisonderwijs een afstandsgrens van 4 km. - zeer moeilijk lerende kinderen en langdurig zieke kinderen vallen onder Cluster 3-onderwijs 2 km. - andere vormen van (voortgezet) speciaal onderwijs 4 km. 2e Een tweede uiting van deze stimulering is, dat bij de beoordeling van een aanvraag leerlingenvervoer slechts een vergoeding wordt toegekend naar de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school. Dit kan dus een school zijn, die in een ander Samenwerkingsverband staat, omdat de school in het Samenwerkingsverband niet de dichtstbijzijnde toegankelijke school is.

vervolg raadsbesluit van <datum>, nr.

gelet op

b.

De gemeente Veenendaal wil investeren in andere vervoersmodaliteiten. De gemeente Veenendaal ziet het verstrekken van het aangepast vervoer niet als vanzelfsprekendheid. Door middel van gesprekken worden ouders gemotiveerd om hun kind op een meer zelfstandige wijze te laten reizen. De Verordening bekostiging leerlingenvervoer Veenendaal 2024 biedt ruimte om een passende voorziening aan te bieden die goedkoper is dan de kosten van het openbaar vervoer. Dit kan een vergoeding voor de fiets zijn, zoals in de Verordening bekostiging leerlingenvervoer Veenendaal 2024 genoemd, maar ook is het denkbaar om in specifieke situaties een voorziening te verstrekken of in bruikleen te geven zoals een driewielfiets, handbike, aankoppelfiets, tandem, elektrische rolstoel of andere voorzieningen.

c.

De gemeente Veenendaal zoekt naar een maatwerkoplossing. Dit kan betekenen, dat strikt formeel een leerling geen recht heeft op een vergoeding van het aangepaste vervoer, maar er omwille van gezinsomstandigheden, onzekerheden bij de leerling of nog onvoldoende vertrouwen om zelfstandig te reizen tijdelijk toch een vergoeding voor aangepast vervoer wordt verstrekt.

d.

De gemeente onderzoekt met ouders en scholen wat de leerling nodig heeft om zelfstandiger te kunnen reizen. Ouders worden gestimuleerd en gemotiveerd om met hun kind te oefenen, hun kind te (laten) begeleiden bij het zelfstandiger leren reizen en hun reiskosten te vergoeden. In een aantal situaties is het mogelijk om deeltijd gebruik te maken van het aangepaste vervoer. Daarnaast faciliteert en ondersteunt de gemeente zo nodig en zo mogelijk bij het leerproces, bijv. door projecten als ‘Samen Reizen met ….’, een digitale OV-coach en het bieden van informatie over het gebruik van het OV en de OV-chipkaart.

e.

Door de gemeente wordt het eigen initiatief van ouders gestimuleerd. Naast het zo mogelijk faciliteren door de gemeente van het leerproces van de leerlingen, wordt eveneens van ouders gevraagd om ook zelf bij te dragen in het vervoer van hun kind. Dit doen we in alle redelijkheid. We stimuleren o.a. het contact tussen ouders onderling.

f.

Inzet eigen auto. In de gesprekken met ouders stimuleren we het gebruik van de eigen auto. Wanneer dit een alternatief is voor de inzet van het aangepaste vervoer, ontvangen ouders hiervoor een kilometervergoeding. Wanneer een kind met de fiets of het openbaar vervoer kan reizen, wordt bij een eventuele vergoeding van de kosten van het eigen vervoer de afweging gemaakt in hoeverre de vergoeding voor het eigen vervoer bijdraagt aan het stimuleren van de zelfstandigheid van de leerling.

Verordening bekostiging leerlingenvervoer Veenendaal 2024

2

vervolg raadsbesluit van <datum>, nr.

BESLUIT:

vast te stellen “Beleidsregels leerlingenvervoer 2024” en in te trekken “beleidsregels leerlingenvervoer 2014”

Artikel 1 Afstand van huisadres naar school (artikel 8 en 9) 1.

2.

Voor het bepalen van de afstand naar een school om te onderzoeken of er dichterbij gelegen scholen zijn, wordt gewerkt met de ANWB routeplanner, met als instelling ‘auto en via de ‘kortste route’. Voor het bepalen van de afstand in relatie tot de afstandsgrens wordt de afstand bepaald van de woning van de leerling naar de school. De afstand tussen de woning en de school wordt bepaald met behulp van de ANWB routeplanner, met als instelling ‘fiets’ en via de ‘kortste route’.

Artikel 2 Vervoer naar Nieuwkomersonderwijs / Nieuwkomersklas/taalklas (artikel 1 sub q) 1.

2.

Nieuwkomersonderwijs in Veenendaal is een vorm van regulier basisonderwijs voor kinderen in de leeftijd vanaf groep 3 (6 jaar). De afstand van de woning naar het nieuwkomersonderwijs moet meer dan zes kilometer bedragen. Dit is alleen voor leerlingen op het primair onderwijs. Bij de toepassing van het vervoer naar het in lid 1 bedoelde nieuwkomersonderwijs wordt getoetst of de ouders een eigen bijdrage dienen te betalen zoals bepaald in de Verordening.

3.

Leerlingen voortgezet onderwijs die naar een Internationale schakelklas in de regio gaan, komen niet in aanmerking voor een bekostiging van het leerlingenvervoer.

4.

Leerlingen van het AZC komen niet in aanmerking voor het leerlingenvervoer omdat zij taalonderwijs krijgen op het terrein van het AZC.

Artikel 3 Onderwijs voor hoogbegaafden (artikel 1 sub q) 1.

Het onderwijs voor hoogbegaafden wordt vrijwel altijd gegeven op reguliere basisscholen, bijvoorbeeld door het creëren van aparte groepen. Zij vallen daardoor onder de Wet op het Primair Onderwijs. De gemeente Veenendaal ziet het onderwijs voor hoogbegaafden, net als de wet, als regulier basisonderwijs. Bekostiging van leerlingenvervoer voor een hoogbegaafde leerling kan alleen plaatsvinden bij een cumulatie van problemen. Een vervoersvergoeding voor het onderwijs specifiek voor hoogbegaafde leerlingen is alleen mogelijk als de ouders door middel van een psychologisch rapport aantonen dat de leerling is aangewezen op de specifieke vorm van hoogbegaafden onderwijs, en aan de overige vereisten van de verordening is voldaan.

Artikel 4 Medisch onderzoek (artikel 16) 1.

2.

Indien dit voor de beoordeling van een aanvraag wenselijk is, kunnen de vervoersmogelijkheden van de leerling op initiatief van de gemeente Veenendaal medisch onderzocht worden door een onafhankelijke deskundige of een afdeling van de gemeente. Dit vervoersadvies wordt meegewogen bij de beoordeling van de aanvraag leerlingenvervoer.

Artikel 5 Vervoer buiten reguliere schooltijden (artikel 13) 1.

2.

Indien een leerling eerder opgehaald of gebracht moet worden vanwege een toetsweek, lesuren die uitvallen, schoolreisjes of ziekte wordt geen vergoeding toegekend. Ouders zijn verantwoordelijk voor het halen en brengen van de woning naar school buiten de reguliere schooltijden, tenzij er door de leerplichtambtenaar vrijstelling is verleend, omdat de lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke handicap van de leerling het niet toelaat het volledig onderwijsprogramma, zoals in de schoolgids is vermeld, te volgen. Tijdens het examenjaar kan het voorkomen dat de lestijden afwijken. De reguliere schooltijden volgens het schoolplan worden aangehouden. Indien het examen na 10:00 uur plaatsvindt, kan er ’s morgens, op aanvraag en in overleg, afgeweken worden van de reguliere schooltijden.

3

vervolg raadsbesluit van <datum>, nr.

Indien het examen voor 10:00 uur plaatsvindt wordt de reguliere schooltijd aangehouden, tenzij de vervoerder aangeeft dat er aan de betreffende rit geen meerkosten verbonden zijn. Voor de uitvaluren worden geen extra ritten ingezet. Van de leerling wordt verwacht dat hij/zij op school wacht tot het einde van de reguliere schooltijd.

Artikel 6 Vervoer naar overige adressen (artikel 8) 1.

Niet toegekend wordt het vervoer naar: schoolgebouwen onderling; vervoer naar medische behandeling zoals huisarts, tandarts, revalidatiecentrum, dagbehandeling; vervoer naar logeerhuizen’ vervoer naar kinderdagverblijf; vervoer naar voor en naschoolse opvang; vervoer naar opa’s en oma’s en overige familieleden; gymnastieklokaal of zwembad; schoolreisjes, sportdagen en vervoer tijdens vakanties, Leerlingenvervoer is slechts van woning (of opstapplaats) naar school en vice versa onder de reguliere schooltijden zoals in de schoolgids is vermeld.

2.

Artikel 7 Berekening en beoordeling van vergoedingen (paragraaf 4) De vergoeding wordt altijd afgestemd op het aantal kilometers dat de leerling reist, de zogenaamde ‘beladen kilometers’. Bij de beoordeling van de aanvraag wordt het zelfstandig reizen gestimuleerd. Hierover worden gesprekken met ouders gevoerd en dient onderstaand overzicht als leidraad. Dit helpt om de gesprekken met ouders gerichter en duidelijker te kunnen doen en daarmee het gebruik van de fiets en het OV te stimuleren. Bij de beoordeling wordt in overweging genomen: de handicap van de leerling, de veiligheid van de route en de afstand. Indien nodig kan een medisch advies betrokken worden bij de beoordeling.

6 – 10 km

BO 4 – 10 jaar Onder begeleiding Fietsvergoeding (alternatief: OV).

10 – 15 km

Onder begeleiding Fietsvergoeding (alternatief: OV/AV)

> 15 km

Onder begeleiding OV (alternatief: EV/ AV)

OV = openbaar vervoer

BO > 10 jaar Zelfstandig Fietsvergoeding (alternatief: OV)

Zelfstandig Fietsvergoeding (alternatief OV) (In winter alternatief: EV/AV)

Zelfstandig OV (alternatief: EV/AV)

SBO 4 – 10 jaar Onder begeleiding Fietsvergoeding (alternatief: OV/ EV/(AV)

Onder begeleiding

SBO > 10 jaar Zelfstandig Fietsvergoeding (alternatief: OV/AV)

Zelfstandig

SO Onder begeleiding Fietsvergoeding (alternatief: OV/ EV/AV)

Onder begeleiding

Fietsvergoeding (alternatief: OV/EV/AV)

Fietsvergoeding (in winter EV/ AV) (alternatief: OV/AV)

Onder begeleiding

Zelfstandig OV (alternatief:

Onder begeleiding

OV (alternatief: EV/AV)

EV/AV)

vergoeding: EV (alternatief: AV)

EV = vergoeding voor eigen auto

EV (alternatief: AV)

AV = aangepast vervoer

Artikel 7.1 Fietsvergoeding (artikel 17 en 18) Voor de berekening van een vergoeding in de vorm van een fietsvergoeding, wordt gewerkt met de ANWB routeplanner, met als instelling ‘fiets’ en via de ‘kortste route’. Indien een leerling en evt. diens begeleider in aanmerking komt voor een fietsvergoeding, dan wordt de fietsvergoeding als volgt berekend (één maal per dag heen en terug van en naar school): Fietsvergoeding = 40 weken x 5 schooldagen x (2x afstand naar school) x € 0,10.

4

VSO Zelfstandig Fietsvergoeding (alternatief: OV/ EV/AV)

Zelfstandig Fietsvergoeding (alternatief: OV/ EV/AV)

Zelfstandig OV (alternatief: EV/AV)

vervolg raadsbesluit van <datum>, nr.

Deze vergoeding bedraagt € 0,10 per kilometer en wordt zowel verstrekt aan de leerling als ook aan de begeleider.

Artikel 7.2 Vergoeding openbaar vervoer (artikel 17 en 18) De vergoeding openbaar vervoer heeft voor een schooljaar betrekking op een periode van tien maanden en wordt uitbetaald in twee termijnen (begin schooljaar en begin januari). Voor de tarieven hanteren we de goedkoopste tarieven die gelden op bij OV-aanbieder.

Artikel 7.3 Vergoeding eigen vervoer per auto (artikel 20) Voor de afstand van huis naar school gaat het college uit van de afstand zoals deze is bepaald in onderdeel 3 van de beleidsregels. De hoogte van de km vergoeding wordt afgeleid van de ANWB routeplanner met als instelling ‘auto’ en via de kortste route berekend. De vergoeding wordt altijd afgestemd op het aantal kilometers dat de leerling reist, de zogenaamde ‘beladen kilometers’. Aantal autokilometers = 40 weken x 5 schooldagen x (4 x afstand naar school) x € 0,21 In de Veenendaalse visie wordt er zo veel mogelijk ingezet op het creëren van zelfstandigheid en zelfredzaamheid van kinderen. Hoewel er een groep leerlingen is voor wie dit voor altijd of nog lange tijd een droom blijft/is, stimuleren we deze ontwikkeling op verschillende manieren. In deze visie past het niet om leerlingen, die in staat zijn om met de fiets of het openbaar vervoer naar school te reizen een vergoeding te geven als ze in de auto van bijvoorbeeld hun ouders of een ander stappen. Dat stimuleert hen immers niet in de ontwikkeling van het zelfstandig reizen. Daarom wordt bij een eventuele toekenning voor het eigen vervoer de afweging gemaakt in hoeverre de vergoeding voor het eigen vervoer bijdraagt aan het stimuleren van de zelfstandigheid van de leerling.

Artikel 7.4 Aangepast vervoer (artikel 19) De Verordening Bekostiging Leerlingenvervoer 2024 geeft criteria om in aanmerking te komen voor een vergoeding van het aangepast vervoer. Eén van de criteria is, dat een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer wordt verstrekt, indien door de ouders ten behoeve van het college genoegzaam wordt aangetoond dat begeleiding van de leerling door henzelf of anderen onmogelijk is dan wel tot ernstige benadeling van het gezin zal leiden en een andere oplossing écht niet mogelijk is. Onder ernstige benadeling van het gezin verstaan wij een situatie, waarbij: het een éénoudergezin betreft waarin nog een kind jonger dan 9 jaar is, dat nog niet zelfstandig naar school kan gaan, waarbij de ouder werkt of een opleiding volgt, die moet leiden tot het vinden van werk en aanpassing van de werk- of lestijden het onmogelijk maken het kind te begeleiden. Dit moet aangetoond worden (door middel van een verklaring) net als het feit dat anderen hierbij niet behulpzaam kunnen zijn. in een éénoudergezin een kind aanwezig is, dat door een medische aandoening extra zorg van de ouder(s) nodig heeft en anderen hierbij niet behulpzaam kunnen zijn. Dit dient door een medische deskundige te worden vastgesteld.

De ouder(s) dienen hiervoor een medische verklaring te overleggen, waar de medische aandoening en de extra zorg die dit vraagt van de ouders uit blijkt en indien nodig kan de gemeente een onafhankelijk medisch advies opvragen; door een medisch deskundige is vastgesteld dat er medische redenen zijn die (één van de) ouders belemmeren het kind te begeleiden en anderen hierbij niet behulpzaam kunnen zijn. Naast de criteria, die hierboven vermeld staan om in aanmerking te kunnen komen voor een vergoeding van het aangepaste vervoer, kan per situatie bekeken worden, wat in redelijkheid van de ouder(s) kan worden verwacht. In andere situaties, dan bovenstaand, waarin ouders aantoonbaar niet voor alle ritten kunnen voorzien in de begeleiding van hun kind, wordt van hen verwacht, dat zij deeltijd begeleiding bieden.

Individueel vervoer Bij de inzet van aangepast vervoer is het uitgangspunt, dat leerlingen gecombineerd met andere leerlingen worden vervoerd in een touringcar, taxibusje of personenauto. Slechts in zeer uitzonderlijke gevallen kan het voorkomen dat een leerling tijdelijk individueel vervoerd moet worden, omdat het niet samen met andere leerlingen kan worden vervoerd. Dit is individueel vervoer.

5

vervolg raadsbesluit van <datum>, nr.

Als dit type vervoer noodzakelijk is, dienen ouders dit aan te tonen en wordt dit toegestaan op basis van een deskundig onafhankelijk onderzoek. Individueel vervoer wordt in beginsel toegekend voor de duur van maximaal drie maanden. Bij een eventuele verlenging wordt opnieuw een belangenafweging gemaakt. Voor een vergoeding van de kosten van het individuele vervoer moet voldaan worden aan onderstaande drie situaties. a. Er is een medische noodzaak, • Om medische redenen is het niet mogelijk om gecombineerd met andere leerlingen vervoerd te worden, ook niet in kleinschalig gecombineerd vervoer. b. Het individueel vervoer is niet te voorkomen door begeleiding mee te laten gaan in het gecombineerde vervoer. • In een aantal situaties is het bieden van begeleiding aan de leerling in het gecombineerde vervoer voldoende om het individueel vervoer te voorkomen. Dit moet altijd onderzocht worden, voordat individueel vervoer wordt ingezet. c. De leerling wordt de rest van de dag individueel begeleid. • Het vervoer van de leerling naar school is één van de schakels in de hele dag zo goed mogelijk te laten verlopen. Voor veel leerlingen is rust een belangrijk ingrediënt voor een goed verloop van de dag. Het vervoer kan daar een rol in spelen. Wanneer dit de aanleiding is om individueel vervoer te overwegen, kan dat alleen als in andere schakels in een dag ook rust wordt aangebracht.

Voor het vervoer houdt dit in, dat het individueel vervoer alleen wordt vergoed, als de leerling de rest van de dag ook deze individuele rust en begeleiding wordt aangeboden.

Artikel 7.5 Andere passende vervoersvoorziening (artikel 21) Artikel 21 maakt het mogelijk om maatwerk toe te passen en de vergoeding te laten aansluiten bij de vermogens van de leerling en/of de ouder. Hierbij wordt het zelfstandig reizen gestimuleerd, want wanneer het lukt om kinderen op die manier te laten reizen, dan vergroot het hun wereld, hun sociale netwerk, hun zelfvertrouwen en hun kansen op participatie en volwaardige deelname aan het maatschappelijk leven. In gesprek met ouders wordt onderzocht in hoeverre een kind in staat is om zelfstandig(er) te reizen. Tevens wordt onderzocht of er ondersteuning van de gemeente nodig is om zo zelfstandig mogelijk naar school te kunnen reizen. Het kan er tevens toe bijdragen, dat het zelfstandig reizen wordt gestimuleerd. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan een handbike, fiets, bakfiets, een app om te kunnen reizen in het OV, een reismaatje, etc.. Het college kan besluiten ouders hierin tegemoet te komen, mits de kosten van dit vervoermiddel niet uitstijgen boven de kosten van het openbaar vervoer naar de school.

Artikel 8 Structureel gehandicapte leerling (artikel 9, 13, 18, 23 en 24) 1.

2. 3.

4.

In artikel 9 en 13 bepalen of er de mate van de handicap en de aanwezige reisbeperkingen recht bestaat op een vervoersvoorziening leerlingenvervoer. Op andere plaatsen in de verordening (artikel 18, 23 en 24) bepaalt de mate van de handicap en de aanwezige reisbeperkingen de vorm van de vergoeding. Er is onderscheid te maken in een structurele of een tijdelijke handicap. De gemeente is alleen verantwoordelijk voor de vervoerskosten van structureel gehandicapte leerlingen. Wanneer er in de verordening gesproken wordt over een handicap, wordt daarmee altijd een structurele handicap bedoeld. Wanneer een leerling vanwege herstel of revalidatie langer dan 3 maanden afhankelijk is van rolstoel en/of krukken, kan er een beroep worden gedaan op het leerlingenvervoer. De gemeente kan een vervoersvoorziening verstrekken voor de duur van het herstel en/of de revalidatie. De gemeente verstrekt geen vervoersvoorziening als de tijdelijke medische redenen niet structureel zijn, oftewel korter zijn dan drie maanden. Ouders zijn hier zelf verantwoordelijk voor. Zij kunnen hiervoor wellicht een beroep doen op de zorgverzekeraar.

6

vervolg raadsbesluit van <datum>, nr.

Artikel 9 Ongewenst gedrag (artikel 6) 1. 2.

3.

4.

5.

De verantwoordelijkheid voor het gedrag van de leerling gedurende het verblijf van de leerling in het door de gemeente bekostigde vervoer berust altijd bij de ouders. Leerlingen die met aangepast vervoer naar school gaan, kunnen gedrag vertonen wat onacceptabel is, omdat het daarmee een gevaar voor zichzelf en/of anderen veroorzaakt, bedreigend of onhygiënisch is. Wanneer zo’n situatie zich voordoet kan onderzocht worden of hier een medische oorzaak aan ten grondslag ligt. Afhankelijk van het medische advies kan de verstrekte vergoeding zo nodig worden aangepast. Wanneer blijkt dat een leerling niet zelfstandig met het aangepaste vervoer kan reizen, is in beginsel de ouder verantwoordelijk voor het organiseren van de begeleiding voor de leerling. Hiertoe kan de gemeente de ouders zitruimte in het voertuig aanbieden. Voor de dossiervorming is het belangrijk, dat dit ouders schriftelijk wordt meegedeeld. Wanneer de begeleiding niet geleverd wordt en/of het gedrag van de leerling niet ten positieve keert, kan de gemeente besluiten het aangepaste vervoer te beëindigen. Ook wanneer er een medische oorzaak is aan te wijzen voor de misdragingen en die misdragingen kunnen met het bieden van begeleiding onder controle gehouden worden, zijn het de ouders die de begeleiding dienen te organiseren.

De gemeente Veenendaal laat de verantwoordelijkheid voor het vervoer van leerlingen bij de ouders. In situaties, waarbij een leerling ontoelaatbaar gedrag vertoond in het aangepaste vervoer, worden ouders schriftelijk op de hoogte gebracht en kan hen de gelegenheid geboden worden hun kind te (laten) begeleiden. Wanneer het gedrag niet verbetert, kan de gemeente besluiten het aangepaste vervoer voor deze leerling te beëindigen, op te schorten of in te trekken. Over de noodzaak van begeleiding of de inzet van individueel vervoer voor de leerling kan de gemeente zich laten adviseren door een externe deskundige. Ook wanneer de leerling op een andere manier reist, dan met het aangepast vervoer, kan de vervoersvoorziening worden beëindigd, worden opgeschort of ingetrokken indien er sprake is van ernstig wangedrag. Ook in deze situaties kan de gemeente besluiten, zonodig na inwinning van advies (extern of bij een afdeling van de gemeente), de vervoerskosten van een begeleider te bekostigen. Ouders zijn in dat geval verantwoordelijk voor het organiseren van de begeleiding.

Artikel 10 Crisisplaatsing (artikel 14) 1.

2.

Het komt voor dat kinderen om verschillende redenen uit huis geplaatst worden. De gemeente Veenendaal acht het noodzakelijk om hier beleidsregels voor op te stellen. Onder crisisplaatsing verstaan we een plotselinge uithuisplaatsing van een kind in een pleeggezin of gezinsvervangend tehuis. Deze plaatsing is van tijdelijke aard en heeft tot doel om de leerling zo snel mogelijk (bij voorkeur binnen 6 weken) terug te plaatsen in het ouderlijk huis dan wel in een andere definitieve huisvesting onder te brengen. Indien een leerling uit de gemeente Veenendaal de ouderlijke woning tijdelijk verlaat in verband met een crisissituatie zal de gemeente, voor zover de leerling reeds bekend is het leerlingenvervoer, op verzoek van de nieuwe tijdelijke gemeente het vervoer van deze leerling voor de periode van maximaal 6 weken blijven vergoeden naar de oorspronkelijke school.

Artikel 11 Drempelbedrag (artikel 23) 1.

Het drempelbedrag is gelijk aan de kosten van het openbaar vervoer over de afstandsgrens. In het verleden werd dit gerelateerd aan de kosten van een zône-indeling. In 2014 is de zôneindeling in het openbaar vervoer verdwenen in de regio Veenendaal, is het niet meer mogelijk om uit te gaan van de kosten van de zône-indeling. De afgelopen jaren is gewerkt met een indexatie op het laatst bekende zône-tarief. Binnen andere regelingen in het Sociaal Domein (Wmo, doelgroepenvervoer, bijzondere bijstand en de Participatiewet) wordt gewerkt met het OV-kilometertarief binnen de regio FoodValley. Door hier met het leerlingenvervoer bij aan te sluiten uniformeren we alle regelingen op dit onderdeel. Voor 2023 gelden de volgende bedragen: Opstaptarief: € 1,08

7

vervolg raadsbesluit van <datum>, nr.

OV-kilometertarief: € 0,19 Dit wordt jaarlijks geïndexeerd naar de OV-tarieven. Het drempelbedrag wordt dan: Bij 6 km.: € 1,08 +(6 km. * € 0,19) * 2 keer per dag * 200 schooldagen = € 888,- -/- 34% leeftijdskorting (t/m 11 jr.) = € 586,08 Bij 4 km.: € 1,08 +(4 km. * € 0,19) * 2 keer per dag * 200 schooldagen = € 736,- -/- 34% leeftijdskorting (t/m 11 jr.) = € 485,76

Artikel 12 Citeertitel Deze beleidsregels worden aangehaald als Beleidsregels leerlingenvervoer Veenendaal 2024

Aldus vastgesteld in de vergadering van het college gehouden op (datum). Het college voornoemd,

De secretaris,

De burgemeester,

8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13495706/1